Carolus: het weekblad van de Vlamingen

349618 0
close

Warum möchten Sie diesen Inhalt melden?

Bemerkungen

senden
s.n. 1914, 02 Juli. Carolus: het weekblad van de Vlamingen. Konsultiert 23 September 2020, https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/de/pid/8w3805077m/
Text zeigen

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

PRIJS PER JAAR : voor België fr. 2.50 voor Nederland . . . . f 2.— voor andere landen . . . fr. 5.— 4e Jaargang, Nr 27 — Donderdag 2 Juli 1914 Bureelen van het Beheer : — Bureelen van den Opstelraad : 8, OFFERANDESTRAAT, 8 - ANTWERPEN - TELEFOON 2178 PRIJS PER NUMMER : 5 Centiemen Aile brieven en mededeelingen dienen ten laatste Dinsdagavond ingezonden. Brieven uit Holland Het is een oude bekende waarheid : dat boe-ken blijven en woorden vergaan. Maar de wormstekige Romein, die dat het eerst heeft gezegd,*zal toch wel niet gedacht hebben, dat in onzen tijd de boeken zoo onhoutvrij en boven-dien zoo steriel van aile banden, die met de waarheid in betrekking staan, zouden worden tôt boeken en geschriften, die al even spoedig vervliegen als de woorden. Nauwelijks hebben tegenwoordig de woorden den mond van een socioloog of demagoog ver-laten, of de wind begint al met de blâren van zijn boek te spelen, en het eind is, dat er van geen van beiden iets anders overblijft dan het nietig bloempje stof, dat zich niet eens er op beroemen kan, dat het eenmaal... een poos woonde in gezelschap... eener roos. Boeken en woorden van de laatste tientallen van jaren zijn verre van naar rozengeur te rie-ken, omwalmd van het parfum van den schim-melplant.Reeds van den eersten dag af, waarop ik Marx en Webb in handen kreeg, bemerkte ik, dat mijn oogen er weinig in te zien en mijn neus er veel mufs in te ruiken zou vinden. De stel-ling geponeerd op de meest onweêrlegbare manier, namelijk door de zintuigen, is in den jongsten tijd volkomen bevestigd ! Men zou zeggen, dat de ruggesteun van den heelen boek-handel, de dikste plank van aile boekenkasten en het gewapend béton van aile politieke rede- neeringen, gevormd wordt door de veronder-stelling, dat er een onverzoenlijke vijandschap bestaat tusschen kapitaal en arbeid. En terwijl er in aile tien-cents-brochuren en in aile tien-deelige standaardwerken dit nog wordt aange-nomen, zijn arbeid en kapitaal juist bezig de meest magistrale schuttersmaaltijd te houden, die ooit door een van der Helst op het doek werd gebracht. Schutters zijn er niet meer in Holland — en schuttersmaaltijden zijn dus een andere bezig-heid geworden, dan die men in het Rijks-mu-seum ziet. De up-to-date maaltijd is namelijk in den modernen levensstijl : hetopvreten van de kleintjes. Ik zal u in enkele woorden schetsen op welke wijze deze sociale gastronomie geregeld is bij ons in Holland. Tusschen de twee partijen, de patroonsvereeniging en de vakorganisatie van werklieden in de bouwvakken, het typografen-vak en vermoedelijk nog een paar vakken meer, is de afspraak gemaakt, niet alleen om te sta-ken bij elken patroon die wat anders doet dan zij willen, maar gezamenlijk hebben de partijen ook de middelen gevonden, om de leveranciers van ruw materiaal te dwingen waar te leveren aan de patroons die zich niet als zoete jongens gedragen. Wie meer aan zijn werklieden beta-len wil dan een an^er, — of wat nog wel vaker zal voorkomen — minder ; wie zijn product wat goedkooper wil verkoopen dan het Sanhédrin beslistte, wordt getroffen door de boycot en gaat er onder. Op het loon beknibbelen of voor lage prijzen leveren, doet een patroon gemeenlijk niet voor zijn pleizier. Het zijn de kleinen, de beginners, de energieke nieuwlichters van een industrie, die met het sociaal afval, de fundamenten ma-ken van de groote ondernemingen der toekomst. Als gieren werpen de arrivés onder de patroons en werklieden met een plotselinge verbroede-ring, waarbij de sociaal-democratische idee wordt doodgekneld, zich op de newcomes onder de ondernemers, dooden hen en aan den feest maaltijd, gewijd aan het monopolie, vreten ze te samen hun lijken op. Er zal in de eerstvolgende jaren wel menig festijn van dien aard volgen. Op het oogenblik zijn het alleen nog maar de bouwvakken en het drukkersvak, die bewerkt worden door de samenspanners. De arc triomphal van het trust-wezen, dat monsterachtig den georganiseerden werkman in zijn schoot vertroetelt, zal opge-richt worden, zoodra het bakkersbedrijf georga-niseerd is en het broodje, waarvoor we thans tien centen betalen, een kwartje kost. Het zal heel klein wezen en slecht en on voedzaam ; er zullen veel kakkerlakkers inzitten en ook veel zand ; je zult het je vijand niet voor hunnen zetten en daarom verplicht zijn het zelf op te eten. — Want wat geeft de orga-nisatie om de levensvraag, goed of slecht, duur of goedkoop brood, als aile klèine concurrenten gedood zijn en weet dat buiten het sociaal gepa-*enteôfdô brood, geen brood in Nederland gebakken wordt. De sociale kwestie van aile hongerlijders die buiten de organisatie zijn getrapt, zal dan hierop neerkomen : dat ze hun tanden in dat broodje mogen stuk bijten. Het j zal het symbool zijn van de steenen voor brood, die door de sociaal-democratie gebakken, ons door het patronaat worden opgedischt. XXX. Fransche Dagbladen in ons Land Dagelijks worden in ons land 350,000 num-mers van Fransche gazetten ingevoerd. Ieder nummer, tegen 5 centiemen berekend, vertegenwoordigt dit een bedrag van 6,387,500 franken per jaar. Een mooi sommetje, voor-waar.Het moet dan ook niet verwonderen, dat zoo-vele Belgen met een Franschman op den neus loopen en heel en al onkundig blijven van wat de kultuur van andere groote volkeren oplevert. Ook is het door die berekening klaar uitge-maakt, waarom Frankrijk hemel en aarde verzet en zijn handlangers in België ondersteunt tegen de Vlaamschgezinde werking. Ten eerste breidt zich alzoo de staatkundige invloed van Frankrijk voortdurend uit in gewesten, die ze begee-ren en die, in tijd van oorlog, een onschatbaren steun zouden zijn voor degenen op wier hand ze zich stellen. Ten tweede, wordt de geldbeurs dik gevuld met Belgische centen, wat aantoont dat die zoogezegde edelmoedige liefde van die bevriende natie zwanger gaat van eigenbelang. Dit zien wij, Vlamingen en streep-Belgen, niet genoeg in. Een droevige bestatiging : het is bewezen, dat de grootste verkoop naar evenredigheid plaats heeft te Brussel, Antwerpen en Gent, dus in de Vlaamsche middens. Hoeveel nadeel ondervinden daardoor onze Vlaamsche dagbladen? En hoe groot is de scha-de voor den Vlaamschen lezer, die daardoor Mengelwerk van "Carolus" Ecce Homo door Léonce du Castillon Bekroond in den Letterkundigen Prijskamp van "Carolus" Het Schepenhuis van Waeskerke was een vervallen gebouw uit den Spaan-schen tijd. Rond de kermis werd de trapgevel telkens met een nieuwe kalk-laag bestreken, terwijl deuren en ven-sterblinden met grasgroen werden be-smeurd. De diep-roode pannen van het inzakkende dak verwarmden die schril groenende speierende blankheid, waar-over de blauwe ijlte van de zomerlucht en de verschroeiende zonne sidderden. Beneden de pui welfde zich de zware poort van de krocht, best gekend door landleiren, boeven, messentrekkers, wallebakken en slampampers die te veel hadden gebrast na het luiden van het vaderlijk politieklokje. Een steenen trap, verbrokkeld en uitgevreten, liep van weerskanten naar de pui van grijs geworden arduin, langswaar een gebogen deur toegang tôt de raadzaal verleende. Deze was een droeve vochtige plaats met een spaarzaam licht, welk doorheen tralie-vensters en groene ruitjes binnenzijpel-de. Aan de blauw uitgeslagen muren hingen eenige bestoven prenten, be-richten en plakbrieven. In den achter-grond nam eene lange tafel met een bemorst groen laken bedekt, omgeven door tien stoelen, negen voor de vroede vaderen van den gemeenteraad en een voor den secretaris, de breedte van de zaalin. Het rook er muf en wak. Nevens het Schepenhuis verhieven zich ook ouderwetsche huisjes, die de zandige straat, met een steenweg in • het midden, onregelmatig aflijnden. Onder die gebouwen sprong de her-berg "De Zwaen" in het oog, met hare vooruitkomende dakvensters en haar verroest uithangbord, dat de wind aan de stang deed grijnzen en knarsen. Die dorpstraat daalde kronkelend, langs den kerkhofmuur, naar het veer van de Schelde. Blakstil was het in het dorp,dat zich koesterde in de morgenzon. De veld-wachter opende de deur van het ge-meentehuis, verscheen op de pui en boog zich over de leuning naar de eenzame straat. Het sloeg negen uren op den kerktoren. Eene deur werd ge-opend, een tweede, een derde. Dra stond een troepje dorpelingen voor de zware deur van den toevlucht der slempers en loeders. Iedereen droeg werkkleeren. De meesten liepen bar-voets in het lauwe zand, het bont werkhemd in de broek gestopt. Velen hadden nog troebele oogen, kopwee, droge kelen en vooral een platte beurs. Stichtende gesprekken hielden zij niet, maar gichelden om de vette historiés die den vorigen Zondag hadden geken-merkt. Heden was het Maandag en de lust tôt werken was uiterst gering. Voor de huisjes, in de schaduw, troe-pelden de snaterende vrouwen te za-men, dezen met een krijtend kind in den arm, genen met den vaagborstel of den bessem in de hand, omringd door pagadders die nog in den rok liepen. Een ronde boerenheer met afgedra-gen zondagsche kleeren en vettigen rossigen bolhoed, verliet de "Zwaen" na de mollige dochter in de dij te hebben genepen. en waggelde op zijne te korte beenen naar het schepenhuis. Een kwabbelneus, die over de wulp-sche lippen neerhing, kleine bruine steek-oogen en een grauwe bakkebaard zetten dien pagadet iets baldadigs bij. Het was de armmeester van Waes kerke, mijnheer Léo, een welstellend rentenier, die vast overtuigd was dat de enkele honderden franken, die het postje opbracht, hem onmisbaar waren om te leven. In de wandeling werd hij de vetgans genoemd. Mijnheer Léo was buitengewoon hardvochtig jegens de armen. Eenige groeten werden tusschen hem en de dorpelingen gewisseld en dan steeg de armmeester puffend den trap op, met afzakkende wijde broek onder het kort vestje. Hij strompelde de halfduistere zaal binnen. Het felle zonnelicht had hem schier blind gestoken. Zwarte bol-lekens, sikkeltjes en ruitjes dansten voor zijne zwakke oogen, zoodat hij niets en niemand ontwaardde. De veldwachter, dieden wankelenden stap van den grijsaard had opgemerkt, stak hem de hand toe om hem te steunen. — Sjampetter, sprak de armmeester naar zijn adem snakkend, is Domien hier al ? — Ja, mijnheer Léo, was het ant-woord, Hij staat achter de tafel in den hoek, — Goed, goed, bromde de vetgans, terwijl hij met de pink in het rechter-oor peuterde. Gij moogt het volk bin-nenlaten, Tegen die helsche klaarte van buiten is het hier donker als in een graf. Mijnheer Léo ploftezich in den leun-stoel van den burgemeester neder, terwijl de secretaris van het armbureel, die verscheidene postjes kumuleerde, een rondbuikigventje met donker kneveltje, nevens hem, aan zijne rechterhand, plaats nam. Een geroezemoes van stemmen, een geschuur van blokken en een geplets van bloote voeten over de blauwe schorren van den vloer, weerhelmden door de akelige zaal. Enkele vrouwen waren uit nieuwsgierigheid en niets-doenderij mede binnengeslopen. — Blijft ginder aan de deur niet staan, schreeuwde de heesche stem van den veldwachter. De voorste plaatsen kosten niet meer dan de achterste. De dorpers grimden of lachtten om de spreuk en schoven naar voor, luid-ruchtig pratend en jokkend. — Silence ! riep mijnheer Léo van uit den leunstoel des burgemeesters. — Silence! herhaalde de veldwachter. Zonder op te staan en zonder den bolhoed van zijn kletskop te nemen, sprak de armmeester traag en naar zijne woorden zoekend : — Menschen, het armbureel heeft me gelast vandaag den genaamden Domien Cromphaut uit te bested&n aan den minstbiedenden parochiaan van Waeskerke. Ge weet, dat het armbe-stuur niemand, niemand eenigen nood laat lijden. Het helpt de weduwen, de weezen, de gebrekkelijken, de oude af-gesloofde menschen die anders zouden moeten bedelen gaan. Gij hebt allemaal Domien tôt nog voor eenige weken zien werken als boever bij pachter Vreesaert, tôt hij den ongelukkigen stamp van den hengst bekwam, die hem kreupel heeft gemaakt. Zoo viel hij de parochie ten laste. Wij zullen hem nu uitbesteden, want Domien kan geen schooier worden. Hij is daarom van te goed en te treffelijk volk. Sjampetter, beval mijnheer Léo, achter een poos na die uit-gehakkelde woorden, doe Domien op den theater staan. » « Den theater •> was een vierkante bak,waarop de muziekmeester den stok zwaaide als hij, in het Schepenhuis, de dorpsfanfare deed repeteeren. Uit een donkeren hoek sleepte zich hinkenpinkendenopeen stafje geleund, een gebogen grijze stumperd. Een hoofd van oud ivoor, uitgemergeld en gerimpeld, gestipt door twee bleek-blauwe oogen, die er zoo glansloos als gelaten uit zagen, waggelde op een

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dieses Dokument ist eine Ausgabe mit dem Titel Carolus: het weekblad van de Vlamingen gehört zu der Kategorie Vlaamsgezinde pers, veröffentlicht in Antwerpen von 1911 bis 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Zufügen an Sammlung