De Scheldegalm: gazette van Audenaerde

1493 0
close

Warum möchten Sie diesen Inhalt melden?

Bemerkungen

senden
s.n. 1914, 05 April. De Scheldegalm: gazette van Audenaerde. Konsultiert 05 März 2021, https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/de/pid/dv1cj89155/
Text zeigen

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Nr 3282 ondag 5 April 1914. —anpaatHwnfn iiiniHii.iHBuapaqn'ftTfcffWiÉHiii i n ■aoaunjwfr^n i i ■ ! IIIII uaw——n—F 56e Jaar. DE SCHELDEGALM GAZETTE VAN ADDENAARDE HET BLAD VERSCHIJNT WEKELIJKS DEN ZATERDAG. — Men schrijft in bij de Uitgevers BEVERNAEGE GEBROEDERS, Krekelput, 15, en in aile POSTKANTOREN. — De prijs der inschrijving per jaar, voorafbetaalbaar is voor BELGIE 3 fr. 75 ; voor FRANKRIJK en aile BU1TENLANDEN 7 fr. 50; voor AUDENAARDE 3 fr.—Alleartikelen en mededeelingen betreffende de redactie moeten vrachtvrij toegezonden worden. Men isverzochtdeAnnoncen den VRIJDAG middag te laten geworden; de prijs is 20c. perregei. Reclamen en rechteriijke aankondigingen 50 centimen per drukregel. — De inschrijvers die hun blad niet wekelijks en op behoo-renden tijd per post ontvangen, worden vriendelijk verzocht ons er seftens kennis van te geven. Om dit te voorkomen is ook het beste middel het abonnement in het postbureel of aan den briefdrager te vragen, aan wie men niet meer dan de gemelde prijztn moet betalen. Aile toegezondene of terhandgestelde geschriften die wij in ons blad niet kunnen opnemen worden niet teruggegeven. DENEMARKEN zich tegenover haar schoonbroeder Dimitri Ni- handen op den rug, onder don pelsen overjas, slachtoffer harc spraak terug gekregen. Zij ant- worpen ; ee'n 8-jarig meisje, werd het hoofd daan van af 1877 tôt 1880 ; er was 105,66 fr. I til/îtnli crcxY\(\vrrar\ I , i i I i_ î ... ... i .c . î . _ î. . î n_. ... i I J „ f. „ ; „ ; r\ ~ „ 1 ' , 4 00< 1 . Een akelig tooneel in een krankzinnigenhuis. In het zinneloozengesticbt te St Déniés nabij Kopenhagen is eene droevige gebeurtenis voor-jevallen. Eenigè dagen geleden stelde de ?eneesheer den dood vast van een der zinneloo-ien. Men had nu het lijk van den ongelukkige laar de snijzaal gebracht om de noodige vast-itellingen te doen. Toen de geneesheer den :i doode» wilde opensnij den, sprong dezeeens-daps recht en begon den geneesheer op de >rofste wijze uit te schelden. De geneesheer liet 'erschrikt zijn mes. vallen en riep zoo hard hij ton om hulp. De ziekendieners die ter hulp twamen, liepen echter allen opdevlucht, zoodra ij zagen wat er gaande was. Ëindelijk liep de < verrezene » zelf weg en sloot den geneesheer illeen in de snijzaal op. Toen men dezen eenige tonden later kwam verlossen was hij ook zin-leloos geworden. De ongelukkige die op het lunt geweest was opengesneden te worden, heeft nen weer in het gesticht opgesloten. FRANK RSJK De juweelendiefstal te Parys. — Zooals wij ;emeld hebben werd den 12 maart laatstleden !e parysche bankier Georges. Hai'tog door ijn kamerdienaar bestolen voor eene waarde an 150.000 frank aan juweelen en kostbaar-eden.De dief werd zaterdag te Brussel aangehou-en in de volgende omsiaridigheden. De heer Tayart de Borms, politiecommissaris er 2e afdeeling vernam, twee dagen geleden, at een persoon, zich noemende V., een gemeu-eleerde kamer betrokken had aan de Zuidlaan. eze persoon verkwiste buitengewoon veel geld. De commissaris deed den man door agenten espjeden, om teweten welkezijne bezigheden 'aren, en men kwam te weten dat V... in zijne amer eenovergrootehoeveelheid kostbaarheden an de grootste waarde verborgen had. De heer Tayart. de Borms verwittigdehet par-;et, dat aanhoudingsmandaat afleverde, enV... /erd zaterdag in hech.en'S genomen op het 3genb)ik dat hij in de St-Michielsstraat in een asthof zich aan tafel >vilde zetten. Weldra bleek nu dat V... niemand anders as dan de kamerdienaar, die den heer Hartog Parys bestolen had. Al de kostbaarheden zijn beslag genomen, en V. is in de gevangenis in Vorst opgesloten. truwelijke misdaad te Gent.-Twee dooden. Eene afschuwelijke misdaad bracht vrijdag ond vl., dezoovolkrijkewijk der Heirnis in p en roer. De familie Bonting. In het n. 25 der Zalmstraat woont, in een f burgershuis, de familie Gustaaf Bonting, [ drie leden samengesteld : de vader, de jeder en een kindje. De heer Gustaaf Bonting, 45 jaar oud, tee^ naar bij den Trekdienst der Staatsspoorwegen, waarvan de bureelen in de statie van Gent-lid gevestigd zijn, huwde, enkele jaren gele-n, Marie De Cock, thans 44 jaar oud. Uit dit welijk sproot een kindje, de kleine Frida, die de maand Augusti aanstaande, twee jaar irden zou. Het gezin leefde zeer gelukkig. Regelmatig aile vrijdagen kwam de moeder n den heer Gustaaf Bonting bij haar zoou en re schoondochter, om deze laatste toe te laten ar de markt te gaan en haar wat verder in ar huiselijke bezigheden te helpen. De oude vrouw was, getrouw aan hare ge-lonte, vrijdag vl. daar weer, toen er, het was in rond 5' 1/4 ure, een heer, sierlijk gekleed, ;t donker grijs kostuum en pelsen overjas, :h voor de deur stilhield. Ef wordt gebeld. De man haalde de huisbel over. Vrouw Gustaaf Bonting, haar kindje op den m houdend, kwam open doen en bevond Zij verzocht hem binnen te komen en pas had zij de deur achter hem weer dicht gemaakt, of de man eischte eene som van 5000 frank var haar terug. De vrouw weigerde; zij had het geld niet. De. misdaad werd bedreven. Dimitri werd daarop razend woedend. Hij haalde een sterk snijdend voorwerp, zeer waar-schijnlijk een scheermes,te voorschijn en wierp zich op zijne schoonzu*ter. Een heflige ruk en de ongelukkige was de keel overgesneden. Het monster deed de kleine Frida, die aan het schreien ging, hetzelfde lot oridergaan. Op het lawaai der woordenwisseling en het gerucht van het neerplolfen der lichamen, ge-paard gaande met een door merg en beenderen dringenden gil, door vrouw Gustaaf Bonting geslaakt, kwam moeder Bonting, die in de kelderkeuken aan het werken was, naar boven geloopen. Pas was zij op de bovenste trede, of de moordenaar, de handen rood geverfd door het vergoten bloed, sprong op haar toe en sneed haar insgelijks de keel over. Het lichaam sloeg.aehterover en plofte den trap af. Geburen hooren het lawaai. Mevr L. Deboo, modewerkster, die in het n. 23 der Zalmstraat, dus juist nevens het huis der misdaad woont., hoorde plots, enkele mi-nuten over half zes, een zonderling gedommel in de woning Bonting, aldra gevolgrl door een vreeselijken gil en een haastig over en weer geloop in den gang, alsmede het toeklappen der voordeur. Mevr Deboo maakte hare dochter op het on-rustbarende gerucht opmerkzaam, en beiden gingen aan de deur zien wat er gaande was. Eene buurvrouw, die haar voetpad aan 't af-vagen was, werd bijgeroepen en deze ver-klaarde dat ze pas een heer uit het huis had zien komen. De misdaad werd ontdekt. De vrouwen besloten te gaan aanbellen. Eene maal, ;wee maal, drie maal werd de bel over-gehaald doch niets verroerde binnen. Midde-lerwijl kwamen meer geburen bij en een Irunner bood zijn sleutel aan om eens te beproeven de deur open te krijgen. De sleutel paste en de deur [ draaide op hare hengels. Inmiddels was de duisternis ingevallen. Een bejaarde man — de vrouwen hadden niet aangedurven —■ die de deur geopend had, plaste plots met zijn voet in een dikke kleverige massa. Licht werd bijge-haald, vooraleer men zou binnentreden. Eene kaars werd namelijk aangestoken en bij het onzekere licht van het flikkerend vlammetje, stond men plots tegenover een Afschuwelijlc moordtooneel. Juist binnen de salondeur, op den rug, met de beentjes bloot, de handjes bezijden het lichaampje, lag de kleine Frida, levenloos ! Aan de keel, vlak op het strottenhoofd, had het eene wonde, geen snede maar eene soort van diepe holte, wel drie vingers breed. Eenige stappen verder, vôôr het vuur, lag de moeder van de kleine Frida, zieltogend, op haar rechterzijde, met den arm onder het hoofd en de beenen ingetrokken. En die beiden in een overgrooten plas bloed, dat reeds aan het stollen was. Het bloed was de drie treden van den trap afgesijpeld, zoo, dat het onder de reet van de straatdeur te voorechijn kwam. Beneden, in den kelder, lag het lijk van moeder Bonting, het hoofd bijna gansch van het lichaam gescheiden, op de vloersteenen, de beenen nog op den trap uiigestrekt. Geweldig aangedaan door dit ijselijk tafereel, stormden de geburen het huis uit, om hulp roepend. Ben voorname getuige. Op dit- geroep kwam een rondleurder met lijnwaad toegeîoopen. Ras was hij op de hoogte van het voorgevallene. De man,zekere Martens, had een heerschap gezien, dat zeer spoedig de woning verlaten had en zich gejaagd naar de Scheldelaan richtte. De persoon hield beide De lijnwaadleurder zette den man onnmid lijk achierna. Inmiddels werd de politie verwittigd. De heei commissaris Belliard kwam ter plaatse en tro de noodige schikkingen. Het parket werd verwittigd. De heer Vandei Straeten, procureur des konings, begaf zich on-middellijk naar het huis der misdaad. De hoogi Ambtenaar, noglans gehard door zijn beroep, kreeg de tranen in de oogen toen hij het lijkjc van het lieve kindje met de gruwelijk bebloedï lokken liggen zag. De jacht op den moordenaar. Martens zette inmiddels zijn jacht op den moordenaar voort, die de Scheldelaan afgevlucht langs het grondgebied van St Amandsberg liep. Daar zag de lijnwaadkoopman hem een voorwerp en dan nog een en ander — een witach-tig — in de Rietgraoht werpen, waarschijnlijk het scheermes, wapen der misdaad, en den bebloeden zakdoek waarvan hij zich de handen afgewischt had. Martens was op 't punt den kerel in tehalen, toen hij plots verdwenen was, dank zij de duisternis.Aanhouding van den dader. Martens had intusschen den politieagent Vander Stichelen, die in burgerkleeding was, vervoegd. Toen zij op de Kasteellaan stonden, meende Martens plots in de verte, op den tram, die naar de statie opreed, den persoon te bemerken. De beide mannen zetten 't ras op een loopen, den tram achterna, naar de statie op. Aan do stalie Gent-Zuid werd de aldaar van dienst zijnde agent Pauwels opgeëischt. De mannen traden de statie binnen. Plots bemerkte Martens den persoon, die op het punt stond in een compartiment 2e klasse van den trein, om 6 ure 58 naar Brussel ver-trekkend, te treden. De agent Vander Stichelen naderde hem en trok schielijk zijn revolver uit den zak, dien hij op de kerel richtte. « Handen omhoog ! » « Handen omhoog ! », riep de agent. Twee gendarmen der brigade van Wetteren, die ook vertrekkens gereed stonden, kwamen toege-sprongen.Dimitri, want hij was het, werd door de agenten en gendarmen overmeesterd. De schurk werd in een rijtuig geduwd en naar het politiebureel overgebracht, waar het parket hem onderhoorde. Koelbloedig legde het monster zijne beken-tenis af. Hij was reeds een tijdje werkloos, had, zégde hij, in den laatsten tijd 40.000 fr. verloren en bezat geen cent meer. Hij was naar Gent geko-men om van zijne schoonzuster de 5000 frank terug te vragen, die ze hem destijdsgeleendhad. Om 10 ure 's avonds werd de moordenaar in het gevang opgesloten. In de woning der misdaad. Intusschentijd had men naar de woning der misdaad geneesheeren ontboden. De heer doc-tor Gillis kon slechts de dood van het kindje en der oude dame vaststellen. Beiden waren den halsslagader afgesneden en gansch uitgebloed. De dood moest bijna schielijk ingetreden zijn. De echtgenoote had den slokdarm deels door-gesneden. Na voorloopige verzorging werd zij in allerijl naar het gasthuis gevoerd, waar professor De Cock hare wonden dichtnaaide. De vrouw had, boven een drietal sneden in den hais, nog den kin afgehakt en talrijke wonden in hei gelaat en in de schedelhuid. De schedel was ook licht gekloven. De wanhoop van den heer Gustaaf Bonting is hartvei'scheurend. De man, van zijne dagtaak terugkeerend, was reeds dicht bij zijne woning, toen hij het drama vernam. Wie beschrijft het tooneel dat volgde ? Zaterdag morgend deed de heer wetsdoctor Leboucq de gebruikelijke vaststellingen. De toestand van mad. Bonting. Sedert zondag namiddag, 4 ure, heeft het woorut op de vragen uie men haar stelt ; hc - oud zij is. en zoo meer. Zij schijntzich echter voor het oogenblik d r afschuwelijke misdaad niet te herinneren. f Het buisje, in deluehtpijp, werdverwijderd De lijkplechtigheden der slachtoffers. Woensdag morgend hadden de lijkplechtig , heden plaats der beide slachtoffers. Ze waren diep roerend, indrukwekkend il ; haar eenvoud. Reeds van 8 ure stond er, vôôr het stedelijl doodenhuisje van het Burgerlijk Hospitaal eem dichte menigte nieuwsgicrigen, die druk di vreeselijke gebeurtenis bespraken en allerle folteringen voor den moordenaar vooruitzetten ■ zôô diep heeft de akelige daad van het monstei op de gemoederen van het volk ingegrepen. Rijtuigen brachten de familieleden aan var mev. Coleta Claerman, weduwe van den heet Edmond Bonting, geboren te Gent, den 7 fe-bruari 1842, en van de kleine Frida Bonting, die het levenslicht zag, insgelijks te Gent den 14 augusti 1912, en zooals de doodbrief ver-meldt « beiden aldaar overleden ten gevolge van een pijnlijk ongeval, den 27 maart. » De vrienden en kennissen vergaderden op den koer, waar reeds de twee doodwagens, 2e klas, wachtten. In de kleine zaal, links van den ingang, de plaats waar men het gekist stoffelijk overschot dergenen plaatst, in het gasthuis overleden, en zoo meer, waren de naaste bloedverwantenver-gaderd. En het was daar, in die kleine plaats, met de licht grijs gekleurde muren, opgesmukt door geschilderde kronen, een geween en een gesnik, om een steenen hart te vermurwen. De kisten stonden op de soort katafalk, in het afgeschotte gedeelte, in de diepte der zaal. Daar zijn namelijk een drietal afsluitingen aangebracht, aldus een viertal kamertjes vor-mend, waar de kisten, vôôr de teraardebestel-ling, geplaatst worden. De lichting der lijken had om 8 u. 35 plaats. De familieleden volgdensnikkend de beide doodwagens. Gansch den weg door stond er eene dichte menigte ; de vrouwen weenden. Na de mis, in de kerk van Ste Coleta opge-dragen, werden de lijken in den grafkelder op het kerkhof der Heuvelpoort bijgezet. Eene welverdiende vergoeding. De zoo spoedige aanhouding van den moordenaar is te danken aan den heer Maerter.s, rondleurder lijnwaadverkooper, die den dader het huis der misdaad had zien verlaten, hem kort nadien had achterna gezet en den moordenaar in de Zuidstatie, op het oogenblik dat Ni-ketich, in den trein voor Brussel stappen ging, aan de hem vergezellende politie aanwees, die zich dan moedig van haar plicht kweet. De heer Maertens had zel's, op het oogenblik van de jacht op den dader, aan te vangen, de baal lijnwaad, die hij op den schouder droeg. op straat geworpen, zonder er zich verder om te bekreunen. Bewoners der Zalmstraat zorgden gelukkiglijk voor de baal, zoo, dat de man, door zijne opofferende daad, geen stoffelijk verlies onderging. Thans heeft hij, voor bewezen diensten insgelijks eene vergoeding van 150 frank ontvangen.Vreeselijk ong-eluk te Ath. Een vreeselijk ongeluk deed zich voor te Ath, dat volop kermis vierde. Een auto, bestuurd door den heer Dr D..., van Tourcoing, kwam de Brusselsehe baan af-gereden, al trompend. Aan een draai van den weg, juist achter de kromming, stond eene barak opgesteld, waar luidruchttgemuziek op gemaakt werd. Kinderen stonden de potsenmakerijen, die voor de barak door de kermisreizigers uitgevoerd werden, aan te zien. Plots kwam de auto aan de kromming. Een der kinderen zag hem, gaf een gil en gansch de schare stoof uiteen. De heer Dr D... remde, maar te laat !.,. Vijf kinderen werden door het zware rijtuig omae- 3 verpreuera en op aen siag geuoou. £en anaer meisje, werd de bil verbrijzeld en met zware ! inwendige verwondingen opgenomen. Nog drie andere kinderen werden erg gekneusd. Het parket kwam ter plaats een onderzoek instellen. Verslag ot/er het Muziek- conservatorium van Audenaarde (VERVOLG.) Hierop laten wij volgen een uittreksel uit het verslag der commissie van het Conservatorim, aan het Gemeentebestuur, over den jaargang 1882-1883. § I. Bestuur. De Besturende Commissie heeft den 20 Juli 1882, een harer leden M. Karel Bagé, verloren. Het verlies is gevoelig. M. Ragé was een voor-beeldige bestuurder en een groot muzikant. Sedert 1844 was hij aan het Conservatorium geheclrt, waaraan hij met hart en ziel verkleefd was. Hij was eerst uitvoerend solist, later bestuurder der harmonie- en svmphonieafdeelin-gen en sedert 1864 tôt aan zijn overlijden lid der Besturende Commissie. Hij werd vervangen door M. Vandenheuvel Ferdinand, tegenwoordig bestuurder der school. De Commissie heeft haren Secretaris en Schatbewaarder nog niet benoemd. M. Paul Raepsaet gaat voort met officeus deze bedie-ningen waar te nemen. § II- Underwijzend personeel Er kwamen, sedert het laatste verslag, geene veranderingen in het onderwijzend personeel ; zijne jaarwedde is dezelfde gebleven. Zooals hierachter zal gezegd worden, is M. Ferdinand Vandenheuvel, professor aan het Conservatorium van Gent, tôt bestuurder onzer muziek-school benoemd. § III. Bijwoningstabel voor het dienstjaar 1882-1883 vastgesteld op 1 Maart 1883. LEERGANGEN N'UM DIÎ" GETAL Aanmerk. PROFESSORS LEERL. 2e leerg. voor solfège M. Lemaître A. — Jongens » 30 B. — Meisjes » 14 Ie leerg. voor solfège M. Fischer A. — Jongens » 32 B. leerg. voor piston » 2 bugle » 2 Cor M. Lemaître 1 Baryton » 1 Leerg. voor klarinet M. E. De Vos 1e Klas » 1 2e Klas » 2 3° Klas » 2 Leergang voor fluit » » » » viool M. Note le Klas » 2e Klas » » 3° Klas ?» 2 4e Klas » 3 5e Klas » 2 Leergang voor piano M. De Vrieze A. — Jongens :> 4 B. — Meisjes » 5 103 § iv. Examens en Prijsuitdeelingen. Op 31 Julien 1 Augustus 1882 is de Commissie tôt het examen der leerlingen overge-gaan De tweede zitting werd voorgezeten door M. Karel Miry van Gent, opziener der muziek-scholen.Den 7 September volgende, om 3 ure, had de jaarlijksche prijsuitdeelmg plechtig plaats ten stadhuize. § V. Rekenschap. In ons laatste verslag van 5 Maart 1882, hebben wij den financieelen toestand uiteenge- ueucieu ia: re&eniny van iooi is aïs voigi : Ontvangsten 3400,50 fr. Uitgaven 3343,36 fr. Verschil 57,14 fr. Tôt meerderen uitleg, voegen wij bij dees verslag eene kopij der rekening van 1881. Daaruit vloeit een tekort van 352,50 fr. Min het bovenstaande verschil 57,14 fr. Zij 295,36 fr. Op het Budget van 1883 over te brengen, waai bij moet gevoegd worden eene som van 800 fr,, zijnde de jaarwedde van den nieuwen bestuurder M. Vandenheuvel. § VI. Herinrichting van het Conservatorium. Het Gouvernement, de ontwikkeling der mu-ziekkunst verlar.gende, had een Verbeterir.gs-raadingericht, ten einde eenonderwijsprogram-ma op te maken en het op te leggen aan de muziekscholen van het land, op straffe van geene staatstoelagen meer te ontvangen. Het Conservatorium van Audenaerde, alhoe-wel sedert 1876 van die toelage beroofd, oor-deelde nochtans goed dit programma te aan-vaarden en stelde aan den Geineenteraad een nieuw règlement voor, in overeenstemming met de grondbeginselen, vastgesteld door gezegdcn verbeteringsraad. Hij stelde daarenboven voor eene plaats van bestuurder te maken en steunde op het drin-gend benoemen van dien titularis. De Raad, recht doende aan de gegronde op-merkingen van het bestuur, benoemde den 2 October 1883 M. Vandenheuvel als bestuurder der school met 800 fr. jaarwedde en stelde zijne indiensttreding op 1 October van hetzelfde jaar. In zitting van 2 December 1882, keurde de Raad het nieuw règlement goed waarvan hier-bij kopij als aanhangsel. De bestuurraad vergenoegde zich niet met het vaststellen van dees règlement, maar hij gaf zeer breed toe aan de wenschen van den Verbeteringsraad met den 21 December 1882, eene tabel der leergangen op te maken, waarvan hierbij een afdruksel, Daar moeten voor het oogenblik zijne pogin-gen ophouden. Inderdaad, de tegenwoordige middelen laten niet toe nieuwe leergangen in te richten voor piano en solfège ten voordeele der meisjes eu violmicel, contrebasse en élémentaire solfège voor jongens. Die leergangen vragen volstrekt de benoeming van twee nieuwe professors, oprechte kenners der methoden, door het Gouvernement aangenomen. Indien de Staat de Besturende Commissie niet geldelijk ter hulp komt, is zij machteloos en moet de herinrichting der muzikale studien daarlaten, herinrichting die reeds goed begonnen is, want, boven het nieuw règlement en de tabel der leergangen reeds in praktijkgesteld zooveel het mogelijk is, heeft de stad twee nieuwe lo-kalen ter beschikking der school gesteld. Gedaan in zitting van 23 Mei 1883. VOOR DE BESTURENDE COMMISSIE : De Seoretaritt, De Burgcmeestcr-Voorzitler, (Get.) Paul Raepsaet. (Get.) F. Verhoost. Wordt voortgezet. P. DE RUYCK. - •—•=--« —- Belglseh geld in 1913 geslagen. In overeenkomst met het muntverdrag van 4 november 1908, werd in Belgie tôt 30 januari 1913, voor 46.1S0,000 fr, geld geslagen. In 1913 werd voor zes millioen frank geslagen ; er werd voor eene waarde van 5 561.805 frank zilveren muntstukken gesmolten (647.U30 frank met den beeltenaar van Leopold I en 4,914.775fr metden beeltenaar van Leopoldll) en Congoleesch geld vuor eene waarde van 23,494 frank. Het smelten heeft 27,831 kilos en 754 gram-men zuiver zilver opgebracht. De zuivere winst van het slaan der 6 millioen is 336,580 fr., som die in het reserve- D El Eiland-Prinses (28e Vekvolg.) Ik zegde niets aan Eulalie, om haar eene niewue teleurstelling te besparen ; maar voor mij zelf vond ik veel stof tôt denken in deze tweede opdoeining van een zeil binnen vler pt vijf dagen, terwijl tooh kapitein §eott mij verzekerd had dat hij in tien jaren tijds niet meer dan drie of vier schepen had gezien van verre. Het was niet onmogelijk, dat deze zeeën al meer en meer bevaren gjngen worden ; en dan wèrd de kans op verlossing voor ons al waarschijnlijker. Ik besloot daarom eengrooten hoop liohtbrand-barestof gereed te houden, met welke ik op egn gegeven oogenblik een rooksignaal zou kunnên maken- Ik hervatte de visscherij, en toen ik na een paar uren weer thuiskwam, zag ik Jîulalie in den tuin staan, alsot zij mij wacht-te. Zoodra zij mij zag naderen, liep zij naar mij toe en riep gejaagd : — Rupert, er is weer een man op het eiland. — Waar ? vroeg ik, en ik stond verstijfd, want ik kon onmogelijk het verschijnen van dien nieuwen man in verband brengen met het schemeren van het verre zeil, dat ik aan de kim had zien versmelten. ■— Daar, zegde zij, en zij wees naar het zuidwesten, waar opeene vlakte vele boomen aan dichte groepen stonden en slechts hier en daar eene open plaats lieten Zooals ik vroeger reeds zegde had mijne vrouw een buitengewoon soherp gezicht — hetgeen ook gebleken was toen zij voor de eerste maal Silas Cotton bespeurde. Ik moest haar dus wel gelooven, hoewel ik uiterst verbaasd was. — Wanneer ? vroeg ik. — Missehien twintig minuten geleden. —Was hij gekleed? Of was hij een wilde? Dit kon zij mij niet zeggen ; maar zij was er zeker van, dat zij een man zich van de eene boomgroep naar de andere had zien bewegen. Ik nam de gansche streek onder mijnen verrekijker, maar kon niets bespeuren. — Missehien,zegde ik, is er in den nacht een kano geland. Hebt ge sleehts eenen man gezien ? — Een sleehts. Ik vertelde haar nu dat ik een zeil aan den horizont had zien verdwijnen. Mogelijk was dit het zeil geweest van eene boot, die het eiland verlaten had, na er een of meer mannen aan wal te hebben gezet. Ik was door dit bericht weer grootelijks onthutst en op-nieuw in angstige spanning. Geweren en pistolen had ik genoeg, maar geen kruit en lood. Tegenover elken gewapenden indringer, hetzij Europeaan of wilde, was ik dus zoo goed als weerloos ; en ons huis ook bood ous niet de geringste beveiliging daar het geheel open lag. Den ganschen morgend bleef ik op den uifkijk, maar ik zag niets dat op een man geleek. Nogmaals vroeg ik aan Eulalie of zij i wel zeker .was dat zij inderdaad een man gezien had ; en toen zij daarop met beslist-heid ja antwoordde, zegde ik : Ik zal mij met eene knots wapenen en langs de kust gaan, om te onderzoeken of er ook eene boot aan de wal ligt. Houd intusschen hier uitkijk en wees op uwe hoede. Als ik niet ergens eene boot of kano vind, dan kunnen wij wel aannemen dat uw gezicht u bedrogen heeft, en wij kunnen weer gerust zijn. Zoo gezegd, zoo gedaan. Ik ging langs de westelijke kust tôt aan den uitersten hoek maar zag niets, nooh van een man noeh van eene boot. Het was ontzettend heet, en ik voelde mij te vermoeid om ook nog de ooste-lijke kust te gaan afloopen. Bovendien wilde ik mijne vrouw niet al te lang alleen laten. Ik kwam thuis, en Eulalie had niets gezien. Het was nu reeds laat in den namiddag geworden. Ik kon mij niet voorstelien dat, indien er menschen op het eiland gekonien waren, zij zich den ganschen dag verborgen zouden hebben gehouden. Want ons huis was overal zichtbaar, en het zou niet meer dan natuurlijk zijn geweest, dat een vreemdeling zich terstond daarheen zoude begeven hebben. Op grond van deze overweging trachtte ik mijzelf en Eulalie de gansche zaak uit het hoofd te praten. Dit gelukte mij slechts half. Mijne vrouw bleef onrustig, en wij brachten den nacht weder beurt om beurt wakende door. Eulalie met haren ponjaard en ik met mijne knots gewapend. Toen de morgend aanbrak, moesten wij zelf uijna om onze bezorgdheid laehen. Ik ging naar buiten en spiedde met mijn kijker m aile richtingen, weer zonder een spoor van mensehelijk leven te ontdekken. — Wel, zegde ik, wat denkt ge er nu van ? — 1k kan mij vergist hebben,antwoordde mijne vrouw. Aïs er een man is, waarom zou hij zich dan verbergen ? — En wij kunnen ook vragen : als er een man is waarom zou hij een vijand moeten wezen ? Ik zal na het ontbijt, tôt meerdere geruststelling nog, de oostelijke zijde van het eiland gaan afloopen. Ik schouderde mijne knots en begaf mij weer op weg. Ik volgde het oostelijke strand weer tôt aan de uiferste spits, maar vond niets. Dittweede onderzoekgafmij de zeker-heid dat Eulalie zich had vergist, en dat het eiland geen andere bewoners bevatte dan ons beiden. Vermoeid en geroosterd keerde ik naar huis. Ook Eulalie had scherp uitge-keken, maar niets bijzonders gezien. — Zijt ge nu gerust ? vroeg ik haar. — Rupert, antwoordde zij, ik wilde dat ik het wezen kon ; maar — het is dwaas van mij — ik ben het nog altijd niet. 1k schreef haren angst toe aan zeiluwach-tigheid, die gaandeweg wel slijten zou. Er was in mijne vrouw iets ongedurigs gevaren Telkens, wanneer wij in huis waren, keek zij uit de vensters ; en waren wij buiten, dan spiedde zij voortdurend rond. VVederom werd het avond, en wederom nacht. Om 9 ure gingen wij ter ruste, altijd nog gewapend. Eulalie scheon spoedig in te slapen. Nadat ik een uur gelegen had, meen-de ik een voetstap te hooren. 1k greep mijne knots en tuurde uit de vensters en tusschen de rnatten door, maar zag niets. Daarop ging ik weer liggen en, vermoeid van de hitte en al de onrust van de vorige dagen, viel ik in een diepen slaap. Het was nog donkeren nacht, toen ik ge- wekt werd door een schreeuw en den bons van een zwaren val. 1k sprong op en zag het lichaam van een man op den vloer, en Eulalie wankelend en op het punt van te vallen. Ik ving haar in mijn armen, en in mijne ontzetting riep ik : — O mijn God, wat is er ? Zij adsmde snel, en gebroken stiet zij uit : — Ik wist wel dat hij op het eiland was... ik heb hem gedood — maar hij heeft mij gestoken... Ik sterf Rupert. Nu zag ik dat haar witte nachtgewaad over de borst geheel donker was van bloed. Als een waanzinnige liep ik naar de andere kamer om de lamp, en bij het licht zag ik dat de man, die daar op den grond lag, blijkbaar door het hart gestoken, Silas Cotton was. De schurk, dien ik reeds honderden mij-len ver van het eiland had gewaand, moest in denzelfden nacht, nadat hij was afgezeild, zijn teruggekeerd, zijne boot ergens in eene dichtbegroeide kreek verborgen hebben, en zijne kans hebben afgewachtom in het huis le sluipen, met het plan om mij in den slaap te vermoorden en zich van mijne vrouw en ons eigendom meester te maken. Radeloos van smart knielde ik bij mijne arme lievelinge, die nu nogmaals, maar ditmaal ten koste van haar eigen bloed, mijn leven had gered. Zij was door de long gestoken en bloedde dood, en ik kon niets doen om dat bloeden te stelpen !... Uit hare moeizaam uitgebrachte woorden kon ik opmaken dat zij Cotton's aanwezig-heid op het eiland voortdurend hadvermoed, en daarom onatgebroken gewaakt en uitge-keken had. Zij had hem in de kamer zien komen met een lang mes dat hij uit de keu- ken moest hebben gehaald. Daarop was zij opgesprongen en had hem met haren ponjaard het hart doorboord. Maar tegelijkertijd m den val nog, had de bandiet haar met zijn mes de doodelijke borstwonde toegebracht. Ik kon haar slechts te drinkengeven, haar kussen en haar beweenen met de heetste tranen,die ooit aan maunenoogen ontspron-gen, en haar zien sterven. Op het laatst kende zij mij niet meer, en toen het mor-gendlicht verrees en de vogels begonnen te zingen, lag ik eenzaam geknield naast mijne doode eilandprinses. * * * Wat zal ik hier verder nog schrijven ? 1k heb mijne prinses, mijn innig geliefde, mijn vrouwtje, in de aarde gelégd naast vader en moeder. Daar zijn nu drie graven waar er, toen ik op het eiland kwam, slechts een was. En toen ik haar begraven had, toen voelde ik dat men niet krankzinnig behoeft te zijn, als kapitein Scott,om zich te hechten aan het plaatsje gronds, waar het overschot van eene geliefde doode is nedergelegd. Het lijk van den moordenaar echter heb ik voortgesleept aan een touw, en ik heb het over den rand van de rotsen geworpen, ten prooi aan het gedierte dat op verrotting aast. Drie dagen na den moord ben ik met de barkas in zee gestoken, en op den vierden dag reeds ontmoette ik den walvischjager « Johanna », met bestemming naar Valpa-raiso die mij opnam. Wat mij in een lang en avontuurlijk leven verder nog is wederva-ren, dat behoort niet tôt deze geschiedenis. EINDE. .

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dieses Dokument ist eine Ausgabe mit dem Titel De Scheldegalm: gazette van Audenaerde gehört zu der Kategorie Katholieke pers, veröffentlicht in Oudenaarde von 1858 bis 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Zufügen an Sammlung

Ort

Zeiträume