De Scheldegalm: gazette van Audenaerde

1792 0
close

Warum möchten Sie diesen Inhalt melden?

Bemerkungen

senden
s.n. 1914, 12 Juli. De Scheldegalm: gazette van Audenaerde. Konsultiert 05 März 2021, https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/de/pid/jd4pk08h1v/
Text zeigen

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Nr 3296. Zondag 12 J uli 1914. 56e Jaar. DE SGHELDEGALM GAZETTE VAN AUDENAARDE HET BLAD VERSCHIJNT WEKELIJKS DEN ZATERDAG. — Men schrijft in bij de Uitgevers BEVERNAEGE GEBROEDERS, Krekelput, 15, en in aile POSTKANTOREN. — De prijs der inschrijving per jaar, vooraf betaalbaar is voor BELGIE 3 fr. 75 ; voor FRANKRIJK en aile BUITENLANDEN 7 fr. 50; voor AUDENAARDE 3 fr.—Alleartikelen en mededeelingen betreffende de redactie moeten vrachtvrij toegezondenworden.MenisverzochtdeAnnoiicen denVRIJDAG middag te laten geworden; de prijs ig 20e. per regel. Reclamen en rechterlijke aankondigingen 50 centimen per drukregel. — De inschrijvers die hun blad niet wekelijks en op behoo-renden tijd per post ontvangen, worden vriendelijk verzocbt ons er seftens kennis van te geven. Om dit te voorkomen is ook het beste middel het abonnement in het postbureel of aan den briefdrager te vragen, aan wie men niet meer dan de gemelde prijzen moet betalen. Aile toegezondene of terhandgestelde geschriften die wij in ons blad niet kunnen opnemen worden niet teruggegeven. De GELGEVANGENIS te Audenaarde. Een der grootste Bouwwerken die van onze dagen in onze stad opgericht worden en aan welks opbouwingmen reeds werkzaam is sedert verscheidene jaren, is voorzeker de nieuwe Celgevangenis. Velen onzer geachte lezers, zoo onzer stad als van het omliggende, hebben ongetwijfeld deze uitgestrekte en hooge gebouwen bij hunne wandelingen, vooral bij het inkomen der stad, kant der Nieuwe Bergstraat, bemerkt. Thans dat deze uitgebreide werkingen om zoo te zeggen bijna voltrokken zijn, en ieverig aan de laatste opschikkingen wordt voortgezet, denken wij dat het niet zonder belang is over dit gevang ; — het paleis zou men mogen zeggen om er aile slag van misdadigers en boos-wichten te huizen, — een woordje te zeggen ; ■ ook om eenieder er eenigszins een gedacht van zou hebben, geven wij hieronder de schets van het grondplan. Ond-fieTaïf Bechtbank Bourg ogneetraat Opgericht op de voormalige vestingsgronden gelegen achter het thans bestaande gevang en Rechtbank, op den grond destijds bij het slech-ten der fortificatien aangekocht door wijlen M. Hilloné Liefmans, is dezelfde door het Staatsbestuur opnieuw aangekocht geworden van dezes erfgenamen den heer Th. en Mejuffer CI. Liefmans ; de oppervlakte beslaat ongeveer drij hectaren en half. * * * Na het opmaken der plans, die grondige studien vergen, daar het oprichten van derge-lijke gebouwen immer verbeteringen en uitbrei-dingen vragen, werden de uit te voeren werken verdeeld in vijf categorien. In 4905 werd de eerste aanbesteding er van uitgeschreven ; het is te zeggen diegene enkelijk voor het maken der grondvesten of fondatien, met het piloteeren van den grond op 10 meters diep. Deze aanbesteding werd toegekend aan den heer Du Blie, van Brussel. Velen hebben de gelegenheid gehad deze werkingen te zien aanleggen en kunnen bestatigen hoe sterk en stevig het metswerk, — vier meters diep en ongeveer 1 m. 50 breed, — is voltrokken. Voorzeker zal het nooit aan een gevangene lukken er langs den grond uit te geraken of hel hazenpad te kiezen ! * * * Opvolgentlijk werden na deze grondwerkei tôt de volgende aanbestedingen overgegaan. Als eene bijzonderheid mag voorzeker gezegc worden dat behalve diegene voor het opbouwer der Kapel, toevertrouwd aan M. De Vleeschau wer, van Audenaarde, al de andere aanbestedingen'tzij het optrekkenvan deviervleugels het hospitaal ; het vrouwenkwartier; 't Bestuur kwartier en de woningen van d'heer Bestuurdei en derZusters, toegekend werden aan de heerei De Busscher, vader en zoon, ondernemers ti Roeselare ; al de uitvoeringen dezer werkei werden geleid door M De Busscher, zoon, dii door zijne reeds verscheidene jaren verblijf ii onze stad, audenaardist is geworden, en doo: zijne minzaamheid en rondborstig karakter d< vriendschap en genegenheid heeft verworvei onzer ingezetenen ; ook werden al de werkei onder't toezicht verricht van denverdienstelijkei heer Majoor-gevangenbewaker De Beuger. Wanneer men de schets van het plan volgt en met een vergrootglas naziet, kan men duidelijk lezen en bemerken tôt welk doeleindevele plaat-sen geschikt zijn. De ringmuur heeft vier meters en de groote omheiningsmuur acht meters hoogte op eene dikte van 75 centimeters. De ingang zal zijn waar het afgebroken ge-bouw, gezegd « broodbakkerij » of « Tempel » gestaan heeft, met voorhof tôt aan de woning van den heer Bestuurder ; aan den overkant van dezes woonhuis bevindt zich dit geschikt voor de Zusters, belast met de waakzaamheid en verzorging der gevangene vrouwen ; te mid-den dezer twee woningen is eene groote ingang-poort, leidende tôt don dienstkoer. Als men den koer overgaat heeft men een breeden steenen trap van verschillige treden, en andermaal is eene groote ingangdeur die toegang geeft tôt al de deelen van 't gevang ; den langen en breeden gang voortgaande, op verschillige plaatsen gescheiden door ijzeren grillen, doetu eene rilling door deleden ontstaan. Langs den recbter kant is de wachtzaal; de greffie ; do spreekplaats der Advocaten en die der Reehters ; de spreekgangen der bezoekers aan de gevangenen ; ook de keukens en verdere aanhoorigheden. Langs den linkerkant is de portiersloge ; gang leidende tôt het vrouwenkwartier, alsook de wandelgangen voor haar beschikt ; 't Bureel van den heer Bestuurder ; de zaal der Commis-sie en die van het Dienstpersoneel ; een mid-denkoer, reeks spreekgangen voor de bezoekers aan de gevangenen ; de ziekenzaal ; zalen voor de Zusters ; werkzaal en verdere aanhangsels ; er boven de cellen en slaapplaatsen voor het vrouwvolk. De groote en breede gang voortgaande komt men aan de badzalen, magazijnen, enz., waar-boveo zich de kapel bevindt ; het altaar is op zeker hoogte geplaatst ; er rechtover zijn er 160 afzonderingskassen [isoloirs), trapsgewijze geschikt, bestemd voor de veroordeelden, die er rechtstaande, elk op zijn nummer plaats in nemen : deze kassen (isoloirs) zijn zoodanig ingericlit dat allen den aalmoesenier zien, doch de gevangenen elkander niet ; achter de kassen van het mansvolk zijn die van het vrouwvolk, i die zich van haar kwartier en langs een steenen i trap van een veertigtal treden tôt de kapel bege-i ven en insgelijks goed den priester zien ; doch ook elkander niet. Hierop'is't groote Rondpunt, zicht gevende op de 4 indrukwekkende groote vleugels der cellen voor jt mansvolk ; elke vleugel heeft drij verdiepen, 't zij te samen meer dan 160 cellen ; weerskan-ten van twee vleugels der cellenzijn 15 wandelgangen in denopenlucht als hovekensaangelegd waar de gevangenen beurtelings elken dag op gestelde uur eene wandelingvan een uur mogen doen ; doch de wandelgangen zijn zoodanig ingericht dat de gevangenbewaker zeallenin het zicht heeft en de veroordeelden geenszins elkander kunnen zien noch teekens doen ; wanneer zij hunne cel verlaten moeten zij hunne kap over het hoofd doen, tôt wanneer zij in hun wandelgangske komen en op het teeken, dit te verlaten, hunne kap tôt in hunne cel terug over het hoofd trekken. Op het uiteinde te midden der vier vleugels zijn de ziekencellen,de verdere benoodigheden, dienstplaatsen, enz. In aile plaatsen, kapel, zalen, gangen, cellen, enz., zijn verwarmingstelsels geplaatst. * * Naar verzekering van deskundigen is de celgevangenis naar de laatste ingevoerde en verbe-terde stelsels ingericht ; de plans werden ervan opgemaaktdoorden uitstekenden bouwkundige, thans Hoofdopziener der gevangenissen en verbeteringshuizen, den heer L. Bouckaert. * * * Het ware te wenschen dat niettegenstaande de aanzienlijke kosten voor de opbouwing van de Celgevangenis, nooit een enkel persoon als veroordeelde er moest binnentreden ; dit ware het klaarste bewijs dat de boosheid en ondeugd hiereindein de samenleving hebben genomen. Doch hoelang zal het jammerlijk duren ? en hoe spoedig die hoop verzwolgen wezen ! Immers het gerechtziet zich verplicht dage-lijks meer en meer veroordeelingen voor aller-hande misdrijven uit te spreken. Waarschijnlijk zou het toch veel bijdragen, zoodra het gevang gansch in orde is, het Mini-sterie van Rechtwezen voor enkele dagen toeliet, dat het publiek de celgevangenis mag bezoeken; 't ware denkelijk voor velen een redmiddel : zich te weerhouden den slecliten weg in te gaan of op den ingeslagen ondeugenden weg voort te treden, vooral bij het zien der cellen en 't leven dat er hun te wachten staat ; in die cellen in welke zij soms maanden zelfs jaren voor hun misbedrijf moeten zucbten en boeten. fit" RVOACTIE. OOSTENRIJK Het drama van Serajevo Nog de lijkplechtigheden te Weenen. Het was, zooals men weet, vrijdag 3 juli, ten 4 ure namiddag, dat in de kapel van den Hof-burg, te Weenen, de lijkplechtigheden van aarst-hertog Frans-Ferdinand en van de hertogin van Hohenberg plaats hadden. Deze dienst was zeer indrukwekkend. Hij werd bijgewoond door den keizer, al de aartshertogen en aartshertoginnen, gansch de hofhouding en al de bloedverwanten van de overledenen, voor de rouwplechtigheid naar de hoofdstad van Oostenrijk gekomen, de ministers van Oostenrijk en Hongarie, de voor-zitters van de oostenrijksche en hongaarsche Kamers ; de afgeveerdigden dezer parlementen; de pauselijke nuncius en al de gezanten, ver-tegenwoordigend de vreemde vorsten en staats-hoofden, een groot getal afgeveerdigden van het leger, vele hooge ambtenaren, en de burge-œeesters van Weenen, Budapest en Agram, alsook afveerdigingen dezer steden. De twee lijkkisten, in zuiver zilver met gouden versiersels, stonden op een praalbaar, omringd van eene dubbele rij brandende keersen. De kapel was heel en gansch met zwarte rouw-draperijen behangen. De aanblik erven was aangrijpend. Eene groote beweging ontstond toen de keizer, vergezeld van het keizerlijk Huis, in de kapel verscheen. De kardinaal prins-aartsbisschop Pifll heeft de lijkkisten gezegend. De aanwezigen toogen vervolgens, diep ontroerd voorbij de praalbaar ; velen konden hunne tranen niet weerhouden. Bond de praalbaar lagen wezenlijke hoopen van kronen, waartusschen deze van keizer Wilhelm, den koning en de koningin van Rumenie, den koning van Zweden, den koning van Beieren, de koningin der Nederlanden en van al de leden der koninklijke familie. Onmiddellijk na het eindigen van de lijk-plechtigheid werd de koepel gesloten. Eene aanzienlijke menigte vulde de straat welke naar den Hofburg leidt. Het publiek bracht, op gansch den doortocht tôt aan Schoen-brunn, den grijzen keizer eene geestdriftige ovatie. De aartshertog-kroonprins Karel-Frans-Jozef werd eveneens zeer toegejuicht De weezen. De kinderenvan aartshertogFrans-Ferdinand zijn vrijdag vl. ten 41/2 u. namiddag, vergezeld van de gravin Hendrika Chotek, uit Schlumetz te Weenen aangekomen. Ten 7 1/4 ure's avonds werden zij in de kapel van den Hofburg geleid om er aan de lijkkisten hunner ouders tebidden ; er hadden dan hartverscheurende tooneelen plaats. Het oudste der kinderen prinses Sophie, 13 jaaroud. geeft blijken van eene bewonderens-weerdige kalmte. — God heeft gewild dat vader en moeder ons samen ontrukt werden, heeft zij gezegd, want vader had niet zonder moeder, en moeder niet zonder vader kunnen leven. Men vertelt nog dat toen de aartsliertog en de hertogin hunne reis naar Bosnie besloten hadden, dekleine prinses tôt hare ouders zegde: « Van nu af tôt uwe terugkomst zal ik God voor u bidden.» Vier en twintig duizend rozentuilen. In de kapel van den Hofburg was een over-vloed van rozen en leliën ten toon gespreid ; niet minder dan vier en twintig duizend gerven waren gezonden, doch slechts 3000 konden rond het allaar en rond de praalbaar gelegd worden. De aandacht werd vooral getrokken op eene kroon van witte roozen van vier meters hoog ; op het lint las men drie namen : Sophif Max, Ernest. Het was de kroon van de drie kleine weezer De protocol had hen uitgesloten omdat zij aa het Hof nog niet voorgesteld waren, doch z waren door deze bloemen vertegenwoordigd. De laatste plechtigheid. In den avond van vrijdag 3 juli, ten 10 ur 50 werden de lijkkisten naar het Gross-Poesh larn overgebracht, vergezeld van de leden de hofhouding van den overleden aartshertog Zaterdag ten 2 1/2 ure, werden de lijkkisten o] eene vlot over den Donau naar Astetten gebracht waar zij in de parochiale kerk, op praalbarei geplaatst werden. Hartroerend Tooneel. Wanneer de twee zoontjes en het dochterker van aartshertog Frans-Ferdinand en hertogii: van Hohenberg in de kapel van het ouderliife kasteel van Astetten verschenen, hielden zi; elkaar bij de hand. Hunne oogjes waren rood en opgezwollen van weenen, en wanneer zij op hunne bidbankjes gezeten waren werden de ongelukkige kinderen door geween en gesnik als geschud. Wanneer de laatste gebeden ge-zongen waren zette de lijkstoet, voorafgegaan door de geestelijkheid, zich op weg naar den grafkelder. Officiers van het 7e uhlanen droe-gen de lijkkist van den aartshertog, terwijl deze van de hertogin door wachters van Roro-pischt gedragen werd. Wanneer de bijzetting in den grafkelder ge-daan was, vertrok de nieuwe aartshertog. De kinderen wilden hem volgen, Max, de kleinste, naderde opeens de lijkkistén. Men had gezien dat hij een klein pakje onder den arm droeg waarvoor hij veel zorg scheen te hebben. Hij opende het pakje en haalde er drie portretten uit, die hij op de lijkkist zijns vaders legde. Het waren de portretten van zijn broeder, van zijne zuster en het zijne. Vervolgens gaven de drie kinderen opnieuw elkander de hand en vertrokken. Geen oog bleef van tranen vrij, bij dit zoo ontroerend tooneel. Opspraak. Het verwekt thans te Weenen, vooral, veel opspraak dat het aan de kinderen van aartshertog Frans-Ferdinand niet toegelaten werd het stoffelijk overschot hunner ouders van Weenen naar Astetten te volgen. Het protocol liet het niet toe, omdat hunne moeder geene *v»o«in nrol ûanû oonimn/liarn t/\t hertogin veiheven gravin was ! Men weet dat de kinderen alleen, op het domein hunner overle-dene ouders, de laatste lijkplechtigheden hebben mogen bijwonen. De grootmeester van het Hof, die het cere-monieel van de verschillende lijkplechtigheden geregeld heeft, wordt streng geoordeeld door de openbare meening. Graaf Chotek, jongere broeder van de hertogin van Hohenberg, werd zelfs tôt de begrafenisplechtigheid niet uitge-noodigd. Men weet dat men den adel, waartusschen verscheidene weerdigheidbekleeders van 't Hof had willen uitsluiten, doch dat deze op den hoek eener straat bijeenkwamen en, ongevraagd, den lijkstoet van aan de statie te Weenen, volgde. Het voorgeschreven ceremo-nieel sloot zelfs aartshertog, Karel-Frans-Jozef uit, bij aankomst van het lijk te Weenen! Zooals wij gemeld hebben was de nieuwe kroon-prins er toch aanwezig. Veel opspraak ver-wekte het ook dat de kronen door de vorsten, den oostenrijk-hongaarschen adel en de bevol-king gezonden, op groote fourgons van het hof vervoerd werden, in plaats van op praal-koetsen gestapeld, de lijkstoet te volgen. Men vraagt reeds de afstelling van den grootmeester van 't Hof prins Montenuovo, die nooit in goede betrekkingen met den aartshertog geleefd heeft, en die bij de lijkplechtigheden zijn wrok niet tôt zwijgen heeft kunnen brengen. Brief van Frans Jozef. De keizer heeft aan graaf Sturgkh, voorzit-ter van den oostenrijkschen ministerraad, aan graaf Tizza, voorzitter van den hongaarschen ministerraad, en aan M. van Bilinski, gemeen-schappelijken minister van linancies, die het belieer van Bosnie-Herzegowina uitoefent, een gelijkluidenden eigenhandigen brief gezonden, luidend als volgt : « Ik ben diep geschokt en blijf onder den indruk van de tragische feiten die mijn welbe-minde neef weggerukt hebben, te midden der taak welke hij met een levendig gevoel van plichtbetrachling aangenomen had, en die hij vervulde aan de zijde van zijne moedige vrouw, die trouw bij hem bleef in een uur van gevaar. Deze gebeurtenis heeft mij en mijn Huis in den smartelijksten rouw gedompeld. Indien iets mijne bittere Smart kan verlichten dan zijn het voorzeker de ontelbare blijken van genegenheid en van innig medelijden die in deze dagen, mij uit al de standen der bevolking toegekomen zijn. Eene misdadige hand heeft mij een bloed-verwant ontnomen, die mij lief was en een trouwen medewerker, en over hunne onschul-dige hoofden een eindeloos ongeluk getrokken. De verwarde zinnen van een klein getal in dwaling gebrachte lieden, zal evenwel de ban-den die ons, mij en mijne volkeren, verbinden niet kunnen ontspannen; zij kunnen de gevoe-lens van diepe genegenheid niet treffen die opnieuw en op zulke roerende wijze betoogd geworden zijn jegens mij en mijn Huis, dat sinds eeuwen regeert. Sinds vijf en zestig jaren heb ik met de bevolking vreugde en leed ge-deeld, altijd denkend, zelfs in de moeilijkste uren, aan mijne verheven plichten, aan mijne verantwoordelijkheid voor het lot van milioenen menschen, waarvan ik rekenschap aan den Allerhoogste zal moeten geven. De nieuwe en pijnlijke beproeving die het behaagd heeft »an de ondoorgrondbare wils beschikking van God mij en de mijnen over te zenden, zal in mij het besluit versterken van tôt mijnen laatsten snik te volherden op de baan die de beste erkend is voor het welzijn mijner volkeren. En indien ik eens aan een opvolger 't pand hunner genegenheid zal kunnen overlaten, dat zal voor mij de schoonste belooning wezen voor de vaderlijke bezorgdheid te hunner opzichte « Ik gelast u aan al degenen die, in deze dagen van rouw, met eene beproefde getrouw- :, heid en verkleefdheid, zich rond mij geschaard hebben, mijn hartelijksten dank te betuigen. Eene betooging van den Weener adel. : Een merkweerdig geval gebeurde tijdens de overbrenging der lijken van den Hofburg naar de statie. Aan den inkom van de Mariahilfer-strasse wachtte een groep van honderd twintig 3 leden van den hoogen adel den voorbijtocht - van den lijkstoet af. Aile ceremonieel over het " hoofd ziende nam deze groep plaats achter de lijkwagens en vergezelden deze tôt aan den ) waggon. Deze daad is eene protestatie tegen de , ongelijke behandeling der lijken van de echt-i genooten, ongelijkheid waarover de adel zeer gegriefd is. RUSLAND Een ijselijke gebeurtenis — In den omtrek der Russische stad Oeralsk is dezer dagen eene gruwelijke misdaad gebeurd,en dat in omstandigheden diç aan een romanschrijver stof zouden bezorgen voor een uitgebreid ver-haal.Een veekoopman keerde huiswaarts met zijn dochtertje Ksioecha, na 700 roebels voor een verkoop getrokken te hebben. Onderweg besloot hij een zijweg in te slaan om zijn schoonbroe-der te gaan bezoeken. Daar hij echter bemerkte dat verscheidene verdachte kerels hem achter-volgden, zond hij zijn dochtertje voorop om langs een veld de 700 roebels naar zijn schoon-broeder te dragen. Nauwelijks was het kind in huis, of het hoorde haar vader om hulp roepen. Hare tante stelde het echter gerust en legde het te bed. Doch het meisje kon niet slapen, en bleef angstig op de komst van haar vader wachten. Op zeker oogenblik hoorde zij de huisdeur open gaan, haaroom binnentreden en tôt zijne vrouw zeggen : « Wij hebben zijne zaken in orde gebracht! Doch de geldbeugel is nergens te vinden. » « Stil ! wedervoer de vrouw, de kleine is hier en heeft het geld meegebracht ». « Wij moeten ons van haar ontmaken ; zij zou ailes kunnen uitbrengen ». « Dan moet gij haar maar verwurgen, zoo zal men geen bloedvlekken vinden ». Het meisje hoorde die samenspraak en be-greep aanstonds wat er gebeurd was, doch verroèrde zich niet en veinsde te slapen. Zoodra echter zij er kans op zag, trok zij het venster open, sprong naar buiten en snelde in een adem .«u viu.i av.rg ilj1—5 • '1 zij een omstandig verhaal deed van hetgeen zij kwam te hooren. Middelerwijl was de oom van Ksioecha naar de kamer gegaan waar hij dacht zijn nichtje te zullen in slaap vinden. Door de duisternis, die in het vertrek heerschte, bemerkte hij niet dat hij zieb vergiste en verwurgde zijn eigen doch-terken in haren slaap. De dorpsgeestelijke had intusschen de overhaden en de politie verwit-tigd. De woning waar de ijselijke misdaad voor-viel werd omsingeld en de moordenaar, alsook zijne vrouw, verden gevangen genomen. ZWITSERLAND De onafhankelijksfeesten te Geneve. — Bij prachtig weder en onder algemeene en geestdriftige deelneming der bevolking, hadden zondag te Geneve de feesten plaats ter viering van de honderste verjaring der intrede van de stad Geneve en omliggende, als 22° kanton in den Zwitserschen bondsstaat. Te dezer gelegenheid had een historische | navolging plaats van de landing der eedgeno- , ten en der Zwitsersche regimenten, die in 1814 ' in zeilbootjes over het Leman-meer naar Geneve overstaken en te Portoir ontscheepten. De Bondsraad, de vertegenwoordigers der andere kantons, de overheden van het kanton Geneve 1 en het diplomatisch korps, woonden deze plech-tigheden van op vier stoomschepen bij. Daarna doortrok een schilderachtige historische feeststoet de straten van Geneve, welke voor de gelegenheid met smaak en rijk versierd waren. FRANKRIJK Twee werklieden doodgepletterd. — Arbei-ders waren te Bettel bezig met het opstellen van drie ketels van de stoommachien eener papier-fabriek ; elke ketel woog 5,000 kilos en was op 8 meters hoogte geplaatst.. Plots sloeg de groote massa om en de drie ketels stortten neer, twee werklieden verpletterend. Beiden werden ge-dood.— Een drama in de gevangenis. — De procureur van het parket van Versailles begaf zich naar 't St-Pietersgevang, om aan twee terdood-veroordeelden, De Bruyne en zekeren Louis-Louis te melden, dat de doodstraf, tegen hun uitgesproken, inlevenslangen dwangarbeid,was veranderd. De Bruyne gaf blijken eener groote vreugde en beloofde in Cayenne een voorbeeldig leven te leiden. Doch Louis-Louis integendeel blikte den magistraat met stoeren blik aan en riep : « Gij hebt mijn hoofd van de gezworenen geëischt en nu komt gij mij spreken van genade ! Ik wil dat niet ! Ik wil de vrijheid of het schavot ! Ik wil niet naar de galeien. » Dit zeggende sprong hij toe op den procureur des konings en greep hem bij de keel en wilde hem verwurgen. Toende bewakers Louis-Louis bemeesterden, begon hij te huilen als een dier en men was verplicht hem het dwangkleed aan te trekken. Belangrij ke Iegeroefeningen te Be verloo De proefnemingen met echte shrapnels, die : donderdag namiddag vl., in het kamp van Be-verloo plaats hadden, zijn zeer goed gelukt. Na de middagrust, ongeveer rond 2 ure, nam de artillerie alleen op het plein plaats. Artillerie- : officiers gingen ter hoogte der doels post vatten i waarna de witte vlag geheschen werd en het vuur geopend. Het oogenblik was plechtig en op het gelaat van al de aanwezigen teekende zich eene lichte ontroering af. Elkeen wachtte m '.t angst het eerste schot af. Het wachten duurde niet lang, want opeens spuwde eenkanon vuur. Men hoorde een gesis door de lucht en op een afstand van 3.000 meters steeg eene zandwolk omhoog. Het was maar een houwitser met knal-lend uitwerksel, die ontplofte zoodra hij den grond raakte en gelost was om de kanons te kunnen regelen. Dan begon het geschut met de shrapnels. De schoten volgden elkander op en de toeschou-wende troepen hoorden op 100 tôt 200 meters hoogte de kogels draaiend voorbijsissen. De lont, die zich vooraan bevindt, was zoo geregeld dat de ontploffing op eenige meters van den grond plaats had. De doels, die liggende en op de knie zittende soldaten verbeeldden, werden gansch doordoord. Ook rilt men bij de gedachte wat al verwoesting zoo een shrapnel onder de vijandelijke troepen moet aanrichten, wat al menschenlevens er door weggemaaid worden. Om 3 ure ontploften de laatste shrapnels en nam de proefneming een einde. De troepen verlieten de heide en keerden naar de « carrés » terug. Generaal de Stein richtte dan nog eenige woorden tôt de toekomstige officiers der krijgs-school. Hij legde hun uit dat zij zich thans een klein gedacht konden vormen over een gevecht en hadden kunnen bestatigen dat de koelbloe-digheid der oversten de eerste voorwaarde is voor de overwinning. Om 5 ure was ailes ge-ëindigd.—— Schrikkeli/ke slachting te Kortryk. De buurt der Brugstraat, te Kortryk, werd maandag in den valavond in opschudding gebracht door een schrikkelijk gevecht, waarin messen en revolver een bloedigen roi gespeeld hebben. In het huis n. 15 der Brugstraat,* woont Hendrik Masure, 56 jaar, koordendraaier en herbergier. Bij hem wonen zijne vier dochters en zijn 30 jarigen zoon Hendrik met zijne vrouw en kinderen. Een tweede gehuwde zoon, Constant Masure, 28 jaar oud, eveneens herbergier en koordendraaier, woont in de Brugstraat nevens zijn vader. Zijne vrouw heet Marie Viane, 29 jaar oud, afkomstig van Hulste. Oneenigheid in familie. Sedert jaren beslaat er oneenigheid tusschen deze twee huishoudens en onlangs hebben vader Masure en zijn zoon Henri, die samen spannen tegen Constant, en op aanklacht van dezen laatste, nog eene veroordeeling ondergaan. Maandag werd er wederom eene zaak opgeroc-pen, aangaande aardappelverheling, ten laste van den schoonbroeder van Masure Constant. Hit nrftPOç lipn nn porto vriicru'onlr .»:• nn_. w i genheid van een ommegang te Bavichove, was Masure Constant, die terzelfder tijde speelman is, aldaar muziek gaan spelen. Zijne vrouw bleef thuis en zat in den valavond rustig aan [tare deur, toen haar schoenbroeder, Henri Masure met nog andere mannen in een honden-gespan kwam aangereden. Hij was zeer opge-wonden.Zijne schoonzuster, Marie Viane, ziende, schoot hij in gramschap uit en riep : « Ik zal randaag mijn gedacht doen ? 10 jaren is voor mij 10 dagen ! Ik wil geheel mijn leven in het gevang zitten, en nog vandaag zullen er moor-len gebeuren ! » Hij sprong naar zijne schoonzuster toe en ieze vluchtte in huis op den zolder. Henri Masure greep een stoel en sloeg er mede in het rensterraam en al het herberggerief kapot. Na-iien werd de deur van Marie Viane gesloten. constant Masure kwam rond 8 1/2 ure van Bavichove thuis. Hij zag er bedroefd uit en ;ing post vatten aan zijne deur. Toen hij zich ;enige stappen van daar verwijderde, kwam lijn broeder Henri buiten en verweet Constant 'oor leegganger, enz. Constant gebaarde het net te hooren. Hij kwam weldra terug en Henri Masure sprong naar hem en beiden rolden ten ;ronde en vochten als wilden. Masure Achiet-Joseph, geboren te Kortryk ien 13 mei 1884, en er wonende in de Deer-ijkstraat, bevond zich ten huize van zijn broe-ler Constant. Hij snelde met Marie Viane ter Dlaats om zijne broeders te scheiden. Een moordtooneel. Nu begon het moordtooneel. Vader Masure twam in woede buitengestormd met een groot ieenhouwersmes. Hij was als razend en stak met dit mes in den hoop vechters. Deze slaak-;en akelige smartkreten. Masure Achiel had eene wonde in den buik waaruit de ingewanden puilden. De gekweste werd ter plaats door een geneesheer de eerste îorgen toegediend en vervolgens naar 't gast-iuis overgebracht. De ongelukkige kon aan den politieofficier en den E. H. pastoor enkel sta-melen dat zijn vader hem den doodelijken steek liad toegebracht. Masure Constant, had een steek bekomen in de rithting van het hart. Ook hij verkeerde in doodsgevaar en werd naar 't hospitaal overgebracht.Viane Marie, vrouw Masure Constant, had twee steken bèkomen, de eene in den buik de andere in den rug. De wonden zijn doode'lijk De vrouw werd ook naar het hospitaal overgebracht. 6 Een toeschouwer, Verhaeghe Gérard, oud 49 jaar, wonende in de buurt, cité Vandamme wilde tusschen komen, en deze krceg op ziiné beurt een messteek in den linker arm. Hii ilaakte een kreet en viel bedwelmd ten gronde Sij werd onmiddelijk naar zijne woning se-Iragen en door een geneesheer verzorgd, waar-ia bij naar het hospitaal gevoerd werd. Zijn .oestand is ook erg. De vader, Henri Masure, die al deze slacht-jffers maakte, ging maar voort met te zwaaien net het mes. Een burger, de genaamde Julien jhys, 34 jaar oud, schilder, wonende cité vandamme, poogde Henri Masure te ontwape-îen. Hij sprong er naar toe, doch werd twee ;teken in de bil toegebracht. Ghvs zakte ineen ;n werd naar zijne woning overgebracht. ' Terwijl deze slachting alzoo plaats greeD iep de gebuur Charles Poublon, 25 jaar oud n zijne womng en kwam buiten met een geladen ■evolver. Hij loste verscheidene schoten en trof /ader Masure en zijn zoon Henri, de eene in het îoofd, en de andere in den hais. Een inwoner 1er Proostdijstraat raaptehetmes op, dat vader Masure had laten vallen, en vluchtte er mede *eg. De genaamde Theophiel Poublon kwam :ich ook in het gevecht mengen en bracht

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dieses Dokument ist eine Ausgabe mit dem Titel De Scheldegalm: gazette van Audenaerde gehört zu der Kategorie Katholieke pers, veröffentlicht in Oudenaarde von 1858 bis 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Zufügen an Sammlung

Ort

Zeiträume