De Scheldegalm: gazette van Audenaerde

1073 0
close

Warum möchten Sie diesen Inhalt melden?

Bemerkungen

senden
s.n. 1914, 24 Mai. De Scheldegalm: gazette van Audenaerde. Konsultiert 28 November 2020, https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/de/pid/kd1qf8m10x/
Text zeigen

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Nr 3289. Zondag 24 Mei 1914. 56e Jaar. DE SCHELDEGALM GAZETTE VAN AUDENAARDE HET BLAD VERSCHWNT WEKELIJKS DEN ZATERDAG. — Men schrijft in bij de Uitgevers BEVERNAEGE GEBROEDERS, Reclamen en rechterlijke aankondigingen 50 centiraen per drukregel. — De inschrijvers die hun blad niet wekelijks en op behoo- Krekelput, 15, en in aile POSTKANTOREN. — De prijs der inschrijving per jaar, vooraf betaalbaar is voor BELGIE 3 fr. 75 ; voor renden tijd per post ontvangen, worden vriendelijk verzocht ons er seftens kennis van te geven. Om dit te voorkomen is ook het beste FRANKRIJK en aile BUITENLANDEN 7 fr. 50; voor AUDENAARDE 3 fr.—Alleartikelen en mededeelingen betreffende de redactie middel het abonnement in het postbureel of aan den briefdrager te vragen, aan wie men niet meer dan de gemelde prijzen moeten vracbtvrij toegezonden worden. MenisverzoehtdeAnnoneen denVRIJDAG middag te laten geworden;deprijsis 20c. per regel. moet betalen. Aile toegezondene of terhandgestelde geschriften die wij in ons blad niet kunnen opnemen worden niet teruggegeven. Oorlog tusschen Amerika en Mexico. De inname van Tampico. Het gevecht van Tampico zou zoo hardnekkig mogelijk geweest zijn, en het schijnt dat het gémis aan kardoezen de bijzonderste reden van den aftocht der regeeringstroepen is. Al-hoewel het leger van generaal Huerta en de drie Staatskanonneerbooten zijn kunnenontsnappen, is de verovering van Tampico waarschijrilijk eene der belangrijkste gebeurtenissen van de revolutie. Zij geeft aan de oproerlingen eene haven en de opbrengst van de taksen op de petroolnijverheid. Het bezit van de haven zal aan de generaals Villa en Carranza toelaten eene groote hoeveel-heid wol te verkoopen die zij aan de vreemde-lingen, bijzonderlijk aan de Spanjaardsin den omtrek van Torréon ontnomen hebben. De vreemde diplomaten hadden te Washington aan-gedrongen, opdat het den oproerlingen zou ver-boden worden zich van die wol te El Paso of andere steden te ontmaken, en voldoening was hun gegeven. Nu hebben de oproerige generaals geene toestemming van de Vereenigde Staten meer noodig. Een telegram gisteren uit Tampico te New-York toegekomen, meldt dat de stad bijna heel en gansch weggevaagd is. Wat de houwitsers begonnen heeït de brand volledigd. De oproerlingen begraven hunne dooden en deze van den vijand. Geen enkele vreemdeling werd gedood of gekwetst. In tegenstrijd met andere berichten schat generaal Gonzalez de verliezen der regeeringstroepen op 280 dooden en 600 gekwetsten. De oproerlingen zouden maar 34 dooden en 128 gekwetsten verloren hebben. Eene erge bedreiging. De gouverneur van de Parralstreek heeft eene proclamatie afgekondigd waarin bij verklaard lat, indien de Amerikanen en de vreemdelin-gen tusschen dit en 44 dagen niet in de streek :eruggekeerdzijnom de uitbating van de mijnen ;e hervatten, deze ten voordeele van de Mexi-;anen zullen in beslag genomen en uitgebaat ivorden. Vreemde fondsen, beloopende van lertig tôt 80 millioen dollars zouden in de nijnen van Parral geplaatst worden. Generaal Huerta door een bloedopdrang getroffen. Zondag is uit Vera-Cruz te Washington de ijding aangekomen dat generaal Huerta zeer :iek is tengevolge van een bloedopdrang naar lehersens, welke hem donderdag avond vl. ;chielijk getroffen heeft, terwijl hij zicb in auto-nobiel bevond. Men weet niet juist hoe het nu net hem gesteld is, doch zeker is het dat men îem nergens meer gezien heeft op de plaatsen lie hij gewoonlijk bezocht. Deze afwezigheid gaf eerst aanleiding tôt het ;erucht dat deamerikaanschedictator zelfmoord ;epleegd had, en dan woonde men eene herha-ing bij van hetgeen waarlijk gebeuren zou in-lien Huerta van het bewind verdween ; een [root getal personen deelde in de straten der loofdstad met handsvollen manifesten rond ten 'oordeele van de opioerlingen. Noch de politie, loch de soldaten bekommerden zich om deze iropaganda tôt op het oogenblik dat het nieuns 'an de zelfmoord gelogenstraft werd; dan eerst verden verscheidene propagandisten aange-îouden.Volgensandereberichtenlijdt generaalHuerla iedert eenige dagen aan zenuwverslapping en mtvangt slechts zijne boezemvrienden. Te Hejçico is men over den toestand van den presi-lent zeer ongerust, ln de streek van Puebla. Men denkt niet dat het mogelijk zal zijn voor le mexicaansche regeeringstroepen van de streek van Puebla te kiezen om hunne laatste m beslissende poging tôt weerstand te wagen, Jaar zij krioelt van gewapende oproerlingen ; nen weet evenwel niet of het partijgangers van generaal Zapata zijn ofwel partijgangers van generaal Figueros. Eene brug gesprongen. De mexicanen hebben eene brug, die over le rivier Antigua lag, op twintig mijlen van ifera Cruz doen springen. Deze brug had eene engte van 50 meters. jlI ju Zilveren Ring 3* Vervoi.c. ' WWWUW.'WA'' '■ ] — Vuur ! vuur op den officier ! Onmiddellijk zag Georges zich met rook n vlammen omgeven, en hij voeldeals vuur- i tralen door geneel zijn lichaam stroomen. i ijne tvvee armen, gebroken, vielen machte- ! )os langs zijne zijden neder, terwijl een bal i jne borst raakte, en een andere, zijne i atroontesch verbrijzelde. Zijn verschrikt aard richtte zich op zijne achterste pooten, , îaar toch hield hij zich in den zadel, en in it verschrikkelijk harrewarzaghij denbode, ood uitgestrekt, evenals drie mannen van et geleide. Van de wanorde gebruik ma-ende, sprongen er eenige Spanjaards op en weg, en omringden de dooden. Het verige der ruiters kwam ter hulp des, kapi-îins toegesneld. —Neen, zeide hij, maar redt de brieven ! De Franschen, op den oogenblik veree-igd, reden ongestuimig op de Spanjaards n, welke zij rechts en links weghakten, en .ie ook eenen vrijen schuilhoek in het bosch ochten. Een der ruiters, door het geschut erhit, richtte zijn paard naar den kant der Een oorlogschip gezonken. De amerikaansche admiraal Mayo meldt dat de mexicaansche kanohneerboot «ta Vera-Cruz» te Tamos, op de Panuco-rivier, gezonken is. De vuurtorens uitgedoofd. De mexicaansche krijgsoverheden hebben bevolen dat al de vuurtorens op de westerkust van Mexico moeten uitgedoofd worden. Men verwacht zich dus aan de herneming van de vijandelijkheden tusschen Mexico en de Vereenigde Staten. De Hollandsche belangen. De Hollandsche kruiser « Kortenaer » heeft zestig soldaten ontscheept voor de bescherming van de hollandsche belangen in de petrolstreek van Tampico. De oproerlingen hebben gevraagd dat deze hollandsche soldaten terug zouden in-schepen, daar zij zelf wel voor de verdediging der vreemde belangen zullen zorgen. Tengevolge van de dreigende houding der mexicaansche oproerlingen, heeft de bevelheb-ber over het îiollandsch oorlogschip dat te Tampico geankerd ligt, de matrozen die de petrolputten bewaakten, teruggeroepen. De mexicanen hebben dan het nederlandsch schip verzocht de Panucorivier te verlaten. De neder-landsche minister te Washington heeft een be-zoek gebracht bij M. Bryan, minister van bui-tenlandsche zaken. Deze heeft beloofd dat hij de mexicaansche oproerlingen zal trachten tôt betere gevoelens te brengen. Een aangrijpend tooneel. Van aftreden of ontslaggeven wil Huerta niet hooren ! Het voorval dat plaats grcep tusschen hem en drie invloedrijke Mexicanen, bewijst het klaar. Het onderhoud was zoo aangrijpend, dat er dient op teruggekomen te worden. Toen de drie vrienden van Huerta's afge-vaardigden bij de conferencie, die te Niagara-Falls moest vergaderen, met zoete woorden het ontslag van den président kwam vragen, stuur-de Huerta hun woedend de volgende woorden toe : « Gij en degenen die u zenden, zijt gelijk al de anderen ! Gij will mij van kant helpen, en zoo gij durfdet, zoudt gij mij doodschieten, maar gij hebt er den moed toe ! Indien gij moedig waart, zooals het betaamt aan kerels die eene moord beramen, hewel, dan zoudt gij mij hier vermoorden. Doe maarop ! » Het was dan dat Huerta zijn revolver trok en hem aan zijne bezoekers gaf : « Neeoi hem aan, riep hij, en schiet mij dood ! zonder aarzelen I niets zal het u beletten en niemand zal u straf-fen. Al de kerels die rond mij leven, trachten naar mijne dood, en zullen ualsheldenroemen. Ziet gij het wel, geen uwer heeft moed genoeg, zeg nu maar om degenen die ubij mij gezonden hebben, dat zij naar de conferencie zullen ver-trekken zonder mijn ontslag afgeperst te hebben. Ik zal te Mexico blijven, zoolang het mij belieft. Indien ik verplicht ben te vluchten, dan zal ik het doen zonder mijn ontslag te geven. lie wil, ik zal président blijven ! » DUITSCHLAND Een bloedige dag. — Te Berlijn kwam de spoorwegbediende Rostock maandag dronken thuis en sloeg zooals hij gewoonlijk deed als hij in zulken toestand verkeerde, zijne vrouw onbarmhartig. Zijn 23 jarige zoon kwam tusschen en schier razend van woede, trok hij een revolver en schoot zijn vader dood. De dader poogde daarop zelfmoord te plegen doch werd door toegesnelde geburen er in verhinderd. In de Weberstrasse te Berlijn, werd een 77jarige bedelaarster verhangen in hare kamer gevonden. Doch, uit het onderzoek bleek, dat de ongelukkige vermoord was geworden. Van den dader is er tôt hiertoe geen spoor. In de Brenzlauerstrasse, insgelijks te Berlijn, vond de wed. Gaspar, van het kerkhof terug-keerend, in hare woning het lijk van haar 45 jarigen zoon Franz, door een messteek in het hart vermoord. De dader was de 48 jarige broeder van het slachtoffer, Alex, die, dronken zijnde in twist was geraakt met den knaap. — Auto omgekanteld. Op de baan van Tilsit klonk een auto, door voor een wielrijder te willen uitsteken, in een gracht om. Een voorbijgangster, die nevens het rijtuig stapte, werd op den slag gedood. De geleider van den auto werd zwaar en zeven andere in-zittenden lichter gewond. baan, om hem te vervolgen, maar onmiddel- o lijkroldehijdoodelijk gekwetst in de gracht. I Een ander soldaat, eene reuzenmacht bezit- e tende, bukte zich, steunende op zijne stijg- z beugels, nam het lijk van den bode van den z groud op, plaatste het dwars over den zadel i zijns paards, en keerde in vollen ren naar s Almanza terug ; het overige van het geleide i volgde hem. Eenige stonden later ontwaarde ( men niets meer in het diepe van den hollen h weg, dan lijken ; de kapitein was verdwe- nen„ 1 Zijn paard, uitzinnig van schrik, rende, \ in onstuimige vaart met zijnen meester in \ de richting van Siquenza. Aan de borst ge- t kwetst, en detwee armen gebroken, begreep 1 Georges heel wel dat hij zich slechts door 1 eene uiterste krachtinspanning enhetbehoud \ zijner koelbloedigheid redden kon. De teu- gel, aan zijne handen ontglipt, hing op den f zadel ; hij trachtte vruchteloos denzelve met \ zijne tanden te grijpen, eindelijk toch kreeg § hij hem onder den knie, en hield hem stevig t vast. Het voornaamste voor den oogenblik i was, van zijn paard niet te vallen ; de Span- t jaards te voet zijnde, was er weinig voor > eene aohtervolging te vreezen. i Terwijl hij dit overdacht, en al de kansen f berekende die hem overbleven, zag hij verre s voor zich eenen boom met al zijne takken 1 dwars over den weg liggen. Het was een -onvoorzien en schrikkelijk gevaar. Misschien waren er gewapende mannen achter den : boom verdoken ; het paard kon struikelen i en vallen in 'toverschreiden der hinderlaag, i FRANKRIJK t ' De Deensche vorsten te Par y s Geestdriftige ontvangst. De Deensche vorsten zijn zaterdag te Parys j om drie ure, toegekomen. Zij werden aan d( L statie van het Bosch van Boulogne door der , président der republiek en mevr. Poincaré. d< | voorzitters van Kamer en Senaat de minister; en andere hooggeplaatste personen ontvangen. De koninklijke stoet verbet de statie om 3 u en kwam rond half vier in het ministerie var ■ buitenlandsehe zaken aan, waar koning Chris-tiaan X en koningin Alexandria, tijdens hur oponthoud in de Fransche hoofdstad zouden verblijven. De Deensche vorsten hebben den presidenl der republiek, om 4 ure 55 bezocht. Het onderhoud duurde 20 minuten, waarna de vorsten, de président en mevr. Poincaré zich naar hel stadhuis begaven, waar ter hunner eere eene plechtige ontvangst werd ingericht. Welkoms-redenen werden gehouden, De koning ant-woordde op bijzondere hartelijke wijze. Na het bezoek op het stadhuis heeft de koning van Denemarken in àet ministerie van buitenlandsehe zaken het diplomatische korps ontvangen en zich minzaam met aile diplomaten onderhouden. 's Avonds had een galamaal plaats in het Elysée, waaraan ruim 200 genoodigden aan-zaten.Aan tafel heeft président Poincaré in eene toespraak den koning verklaard, dat het koninklijk bezoek een nieuw bewijs is van de oprechte en sedert eeuweu beproefde vriend-schap tusschen Denemarken en Frankrijk. Frankrijk zal ailes doen om dienogechter te maken. De koning dankte in zijn antwoord voor de schitterende ontvangst en zegde te hopen dat het bezoek zal worden opgevat als de uiting van zijn wensch om de goede betrekkingen tusschen beide landen steeds inniger te maken. De Deensche vorsten hebben zondag te middag, in het huis van den gezant van Denemarken, een ontbijt aangeboden ter eere van den président der republiek en van mevr. Poincaré. In gezelschap dezer beiden, woonden ze zondag namiddag de koersen van Longchamp bij. Zij kwamen om 2 u. 50 min. op het koers-plein aan, en keerden, luide toegejuicht evenals bij hun aankomst, naar het ministerie van buitenlandsehe zaken terug. Zondag avond bood de heer Dommergue, in het ministerie van buitenlandsehe zaken, een feestmaal voor 170 dischgenooten ter eere der Deensche vorsten. Buiten de gevolgen en de voorzitters van Senaat en Kamer, de leden der regeering, het diplomatisch korps, waren aan-gezeten tal van hooge ambtenaars en finaneie-rnannen.Op heel den doortocht juichte eene aanzien-lijke menigte de vorsten op geestdriftige wijze toe. Maandag voormiddag, om 40 ure, hebben de Deensche vorsten, vergezeld van den président der republiek en mevr. Poincaré, in het kamp van Satory, eene revue legeroefening bij-gewoond. De bestuurbare ballon « Eugène Mongolfier » en twee groepen militaire vlieg-machienen namen aan de oefeningen deel. De koning volgde deze oefeningen met de grootste belangstellingen begaf zich, met den président, tôt bij de batterij kanons, om het laden en het afvuren van de nieuwe kanons van dichtbij gade te slaan. Vervolgens woonde de vorst, te paard den « défilé » der troepen bij. Er werd alsdan een bezoek aan het geschiedkundig kasteel en park van Versailles gebracht. Daar werden de hooge bezoekers ook op geestdriftige ovaties onthaald. Om 3 ure 25 waren de vorsten te Parys terug. Hulde aan het leger. Bij 't ontbijt, in het paleis van Versailles, heeft de koning van Denemarken het Fransche leger gehuldigd en onder meer de militaire luchtvliegers. De vorst verzocht den generaal Michel dezen lof aan het Fransche leger over te maken. Président Poincaré stelde daarop een heil-dronk in aan het wakkere Deensche leger. Het vertrek uit Parys. Dinsdag morgend, ten 9 ure 25 verlieten de koning en de koningin van Denemarken de I iften minstezijnenruiter tengrondewerpen. )e tusschenruimte welke er bestond, was in enen oogenblik verslonden ; Georges ver-amelde al zijne krachten, spande al zijne enuwen. In zijne dolle vaart deed het paard, iu den boom genaderd, eenen valschen prong, geraakte met zijne achterste pooten n de takken, en viel op zijne knieën ; ieorges drukte het de sporen in de lenden ; iet paard sprong op, en viel terug. Dan ontstond er eeneschrikkelijke worste-ing tusschen ruiter en paard, gedurende velke de eerste zich ieder oogenblik ver-vachtte met de tromp op de borst doorscho-en te zullen worden. De vreesaanjagende linderlaag eindelijk oversehreden, bevond îet paard zieh op eene wijde en efiene baan, raar het zijnen loop vertraagde. Door deze laatste krachtinspanning uitge->ut, wachtte Georges niet lang de gevolgen ran zijn bloedverlies te ondergaan. Door çeheel zijn licbaam voelde hij delauwevoch-igheid des bloeds, dat in beken uit zijne jvoûden stroomde, en wier ziltegeur hem ie keel toekneep. Zijne gedachten geraakten /erward, zijneoogenverduisterden. Somtijds was de scherpe pijn, door eenen misstap of îenen zijsprong zijns paards veroorzaakt, in staat hem uit deze koortsigebewusteloosheid ,e trekken, maar weldra overviel ze hem wederom. Hoe lang hij in dezen staat bleef, kon hij ïelf niet zeggen. Mogelijk was het slechts sen uur, maar dit uur scheen hem eene seuwigheid. Hij bezat niet het minste gevoel fransche hoofstad om de reis naar de belgische hoofdstad te ondernemen. De président der Republiek, mevr. Poincaré en meestal de hooge personagies, die bij de aankomst tegenwoordig waren bevonden zich in de statie der Invalieden om afscheid van de Deensche vorsten te nemen. Koning Christiaan bedankte het Fransch staatshoofd voor de gul-hartige ontvangst de koningin en hem in Frankrijk te beurt gevallen. De krijgseer werd bin-nen de statie door eene talrijke afdeeling troepen bewezen. Ondanks het betrekkelijk vroege uur bevond er zich nogal wat volk op den doortocht van het Paleis van buitenlandsehe zaken naar de statie om het Deensche vorstenpaar nog eens te zien en nog eens toe te juichen. — Navolgers van Bonnot. — Over eenige dagen werd erte Colmar, in Elzas-Lotharingen, eene schrikkelijke misdaad gepleegd. Twee jongelingen van Raincy hadden te Colmar een automobiel gehuurd en deden zich door den autogeleider Koehler naar Gerardmer voeren. Onderweg vermoordden zij dezen man en lieten den auto achter. Van Colmar trokken de kerels naar Brest, waar zij onder een valschen naam in een hôtel afstapten. Hun echte naam was Frutz en Lambert, beiden de schande hunner deftige families. De politie was op hun spoor geraakt en kwam vrijdag avond vl. in het hôtel om de moordenaars aan te houden. Beiden bevonden zich in hunne kamer en weigerden de deur te openen. Twee agenten beukten de deur in, doch toen zijinde kamer verschenen, trok Frutz zijn revolver en loste een schot op een der agenten, die gelukkig niet getroffen werd. De agent greep den kerel vast, toen een tweede schot knalde Frutz werd door een kogel van zijn eigen revolver in het hoofd getroffen, terwijl de andere politieman hem een kogel door de zijde joeg. De jonge bandiet bezweek kort nadien. De tweede schelm, Lambert, had zijn scheermes gegrepen en wilde er de agenten mee te lijf, doch deze dreigden hem dood te schieten, en dwongen hem zijn mes te laten vallen. Hij werd aangehouden en opgesloten. — Een seinwachter vermoord. — Donderdag morgend, rond 3 u., werd de genaamde Poulain, seinwachter op de spoorbaan Parys-Chantilly, door een onbekende bij middel van een revolverschot doodelijk gekwetst. De vrouw van het slachtoffer kwam op zijn hulpgeroep toegesneld, duch zij moest verscheidene malen Je verzorging van den gekwetste onderbreken om zijnen dienst te doen en te beletten dat er zich eene ramp op deze druk bezochte lijn zou voordoen. Ten 3 4/2 ure deed vrouw Poulain een exprestrein stoppen ; de gekwetste werd in een foergon getild, doch weldra gaf hij den geest. De vrouw bleef tôt 6 ure 's morgens op haren post. Men heeft te Saint-Denis reeds zes kerels aangehouden, die verdacht worden betrokken te zijn in de moord op den seinwachter. De politieopzienerMaupiep heeft een anderen kerel, na eene lange achtervolging, te Epinay aangehouden ; de verdachte kerel beweert in de zaak geenszins betrokken te zijn. Het bestuur van den « Chemin de Fer du Nord » heeft aan den minister van openbare werken gevraagd aan de vrouw van den seinwachter Poulain, die zich na de moord op haren man zoo moedig gedroeg, eene decoratie te schenken. De spoorwegmaatschappij zelf heeft aan vrouw Poulain 1UU0 frank gegeven. De aankomst der Deensche vorsten te JBrussel. De koninklijke trein kwam dinsdag namiddag, ten 1 ure 35 stipt, aan in de statie van Quévy. De koning, de koningin en hun gevolg werden bij het uitstappen van den trein ontvangen, door de burgerlijke en militaire overheden van Henegauwen. Na de voorstelling der aanwezige personen, namen de Deensche vorsten plaats in den bij-zonderen trein die hen naar Brussel overbracht. Te. Brussel Dinsdag van in den voormiddag reeds waren al de huizen der Rogierplaats, Kruidtuin-laan en Koningstraat bevlagd; aan verscheidene balkons waren draperijen en vlaggetros- over de hem omringende voorwerpen meer, toen de koude aan zijne voeten hem eens-klaps ontwaakte ; zijn paard stond in het midden eener beek, den hais uitgerekt, luidruchtig het lavende vocht in te zwelgen; het water stond hem tôt aan de borst, en Georges waadde er in tôt aan de knieën. Door de koorts uitgeput, en door eenen brandendendorstverslonden, gevoeldeGeorges zich tôt het water getrokken, en als be-tooverd door de helderheid van den stroom ; reeds bezat hij de kracht ter redeneering niet meer, en hij dacht zich in 't kille water te laten glijden, wanneer zijn paard, dat met drinken geëindigd had, begon te trappelen met het blijkbare gedacht zich in de beek te wentelen. Het gevoel des gevaars, keerde terug, hij gaf zich verloren, en begon met koortsige krachtinspanning de sporen in de lenden zijns dravers te drukken. Traag en als met tegenzin trad het paard uit de beek ; op den overkant gekomen, liep het van den weg af met zijnen ruiter het veld in. Door het kille water tôt het werkelijke leven teruggekeerd zag Georges rond zich henen, om zich een juist gedacht van zijnen toestand te geven. Hij meende niet ver van Siquenza verwijderd le zijn, welks huizen hij in de verte trachtte te ont waren, maar de koorts verdubbelde, en een schemer over-trok zijne oogen. Somtijds, door de kracht der iubeelding, scheen die stad, welke hij met zag, hem duidelijk door de oogen ; hij dacht iu voile vaart door deszelfs straten te rennen, en zag de huizen zich verwijderen sen aangebracht. Op de torrens der hoofdkerk en aan al de openbare gebouwen wapperde de nationale vlag. In de middenstad en in de straten bezijden den weg door den koninklijken stoet te volgen was de bevlagging ook reeds schier algemeen. In een woord Brussel was gereed en in vollen feesttooi om de Deensche vorsten te ontvangen zooals het past; gulhartig en geestdriftig. Van 4 4/2 ure kwamen de troepen op den doortocht van den koninklijken stoet post vat-ten, en van 't zelfde uur af kwam het volk reeds langs aile kanten, in dicbte drommen toege-stroomd.Deaanblikvan de Kruidtuinlaan en de Koningstraat was indrukwekkend grootsch, dank vooral aan delansen, met de belgische wimpels, waarmede thans gansch de belgische ruiterij gewapend is. Het was eene ware zee van kleu-renpracht en lintengewemel dat zich, zoo ver het oog reikte, voordeed. Op de Rogierplaats. De Rogierplaats, aan de Noordstatie, had eene passende versiering bekomen en leverde een schoonen aanblik op. De uitgestrekte plaats was heel en gansch ontruimd en tôt aan de gaanpaden met Nadar-barreelen afgesloten. Op de torenhooge hôtels, die deze plaats een waarlijk indrukwekkenden aanblik gaven, wapperden deensche en nationale vlaggen. (Men weet dat de deensche kleuren een rood veld is met groot wit kruis doorsneden). De balkons waren schier tôt inval-lens toe met nieuwsgierigen gevuld en gansche trossen volk vulden letterlijk de vensters. Het halfrond van de Plaats, langs den kant van den Kruidtuin, was afgezet door de kinde-ren van St Joost-ten-Noode, allen met de deensche kleur in 't knopsgat on ieder voorzien van een deensch vlagsken, en de Plaats zelf, in het vierkant, was afgezet door het 4" regiment gidsen met muziek. Binnen de statie. Aan den hoofduitgang, toegang gevend tôt het eere-salon, was een baldekijn van rood fluweel met gouden franjen omzoomd, «ange-bracht. Het eeresalon was herschapen in een wonderschoonen tuin van zeldzame bloemen en planten. Ten 3 ure klokslag weerklonk het « Garde à vous ». De klaroenen bliezen de veldmarseh, het muziek speelde de « Brabançonne », de troepen boden de wapens volgens de nieuwe wijze, en men hoorde de kreten : « Leve de koning ! Leve de koningin ! » weergalmen. Het waren onze vorsten die in de statie verschenen om hunne doorluchtige gasten te ontvangen. Aankomst der Deensche vorsten. Ten 3 ure 09 hoorde men in de verte het eerste kanonschot van de negen en vijftig salvos die de aankomst van de deensche vorsten be-groetten, weergalmen. Een minuut later weerklonk een kort bevel: de troepen boden opnieuw de wapens, de klaroenen schalden en't deensch volkslied, door het puik muziekkorps van het 2* carabiniers meesterhjk gespeeld weerklonk. Het is eene zachte en niettemin krachtige me-lodie, die veel overeenstemming heeft met onze vlaamsche muziek. De koninklijke trein, waarvan de locomotief met belgische en deensche vlaggen opgesmukt was, kwam statig in de spoorhalle gereden. Koning Christiaan, in groot uniform van generaal der koninklijke zweedsche wacht, met het groot-lint der Leopoldsorde, en den grooten kolback, in den aard van het hoofddeksel onzer grenadiers, doch nog grooter, stapte de eerste uit de koninklijke berlien, en hielp vervolgens de koningin Alexandrine uitstappen. De vorstin droeg een wit « voile » kleed met blauw over-kleed, en een zwarten hoed met « aigretten ». Koning Albert en koningin Elisabeth nader-den de hooge gasten en verwelkomden dezen op de hartelijkste wijze. Na de gebruikeliike voorstellingen van de wederzijdsche gevolgen, namen de twee koningen, gevolgd van de twee koninginnen en de burgerlijke en militaire overheden , de troepen der eerewacht in oogenschouw. Koning Christiaan groette op plechtige wijze het regimentsvaandel en scheen blijkbaar inbewon-dering voor de flinke houding onzer kranige carabiniers. Bij den eersten aanblik verovert koning Christiaan de genegenheid van allen die hem om hem den doortocht te laten. Eindelijk op den oogenblik dat hij aile bewustzijn ging verliezen, zag hijeensklapsiemandaandezijde zijns dravers verschijnen. Hij stortte neder, en gleed uit den zadel, maar een mensch ondersteunde hem ; hij hoorde luidruchtige stemmen rondom zich ; men droeg hem zonder voorzichtigheid weg, zelfs drukte men hem de armen, wat hem verschrikke-lijke pijnen lijden deed. Eenige druppelen koud water, die men hem in het aaugezicht goot, verkwikten hemeen weinig;hijopende de oogen, en zag dat hij in handen eener bende engelsche voederbezorgers gevallen was. Omhemvan de hitte der zon te beveiligen, dekten ze hem het hoofd met een kleed, leg-den hem op eene met haast gemaakte berrie, en droegen hem naar een niet ver verwijderd dorp, waar deEngelschen'smorgens aangekomen waren. Welhaast was de draagberrievan nieuwsgierigen omringd,die vragen en verklaringen ten zijnen opzichte wisselden. Georges, bewegingloos en bijna zonder bewustzijn, hoorde onbepaalde redeneerin-gen als deze ; — Is hij dood ? — Ik weet er niets van ; men zegt het. Daarboven bewoog hij den voet. — Overigens, hij zat nog te paard, toen men hem gevangen heeft genomen. — Dat is geene reden ; hij zou siadsdien kunnen gestorven zijn. aanschouwen : op zijne gelaatstrekken, manne-lijk schoon, leestmenden eenvoud zijner zeden en de goedheid van zijn hart. Koningin Alexan-drina won ook aanstonds aller harten : bij haar ook straalt de goedheid uit haren zachten oog-glans.Wanneer Hunne Majesteiten aan den inkom van den eeresalon verschenen, juichten de aanwezige denen liunnen vorsi in hunne taal toe : « Leve Kong Christian ! Leve dronning Alexandrine ! » en de vorst naderde zijne larjdgenooten met uitgestoken liand en onderhield zich een wijl met hen. Deze betooging was klaarblijkend voor hem en voor de koningin eene zeer aange-name verrassing. Het volk, in de statie, be-groette de vreemde vorsten en ook onzen koning en onze koningin met geestdriftig gejuich, bij hoed- en zakdoekengezwaai. Het deensch volkslied, of liever eene fransche vertaling ervan, werd door de leerlingen der gemeentescholen van St-Joost-ten-Noode, onder het bestuur van M. Bauvais, zeer lief gezongen. De eerste aanraking met de menigte. Na een kort oponthoud in het eeresalon, waar de vreemde vorsten de hulde ontvingen van het provinciaal- en gemeentelijk magistraat, ver-scheen de koninklijke stoet op de Rogierplaats. De schoolkinderen daar zwaaiden, onder het luid gejubel met hunne vlagskens, duizenden hoeden en zakdoeken, aan vensters en opdaken, werden gewuifd, en het volk, achter de Nadar-barreelen en de ruiterij, welke de haag vormde en de wapens bood. juichte geestdriftig mede : « Leve de koning ! Leve de koningin ! Leve Denemarken ! », terwijl het muziekkorps der gidsen, bezijden de Brabandstraat staande, het deensch volkslied deed weergalmen. De aanraking met de bevolking der hoofdstad, met de belgische natie, was zoo heerlijk als rechtge-meend hartelijk. Het was 3 ure 15, toen de koninklijke stoet den weg naar het paleis van Brussel insloeg. Hij werd voorafgegaen door twee schadrons gidsen met vaandel, en gesloten door twee andere schadrons van hetzelfde keurregiment ; hij bestond uit zeven galakoetsen van 't hof, ieder bespannen met vier prachtige paarden, gevoerd door knechten in livreien van rood en goud ; de koetsen werden voorafgereden door vier pikeurs, in zelfde schitterende kleedij. De gespannen waren koninklijk in den vollen zin van het woord, en moeten in pracht voor deze van geen enkel europeesch hof onderdoen. In de eerste koets namer. de twee koningen plaats, en in de tweede de twee koninginnen; de overige koetsen waren voor de twee gevolgen bestemd. Het geheel vormde een tooverachtig schoon schouwspel, en leverde te midden van 't mach-tige troepenvertoon een bewijs van Belgie's grootheid en rijkdom. Het waszichtbaar ontroerd dat koning Christiaan en koningin Alexandria door onophoude-lijke weêrgroeten de volkshuldebeantwoordden. In het Paleis. Het was juist 3 ure 27 toen de koninklijké stoet de eerekoer van het paleis binnenreed. Daar werden de Deensche vorsten ontvangen en verwelkomt door graaf Jan de Merode, groot-maarschaltc van het hof, en graaf Guy d'Oul-tremont, adjudant van het paleis. Aan den eeretrap bevonden zich de prinsen Leopold en Karel en prinses Marie-José. Deze bood de koningin van Denemarken een prach-tigen bloemtuil aan. Onze prinsen en het prin-sesje werden dan aan de Deensche vorsten voorgesteld. Koning Albert bood den arm aan koningin Alexandrina, terwijl koning Christiaan onze vorstin vergezelde. Voorafgegaan door onze prinsen en het prinsesje, begaven de vorsten zich naar het balkonsalon, waar MM. baron de Favereau en Schollaert, voorzitters van Senaat en Kamer, aan het Deensch vorstenpaar voorgesteld werden, evenals al de ministers. Onze vorsten leidden hunne doorluchtige gasten dan naar hunne vertrekken, waar zij wat rust geno-ten.Ten 6 ure had in de zaal Empire de ontvangst plaats van het diplomatisch korps dat de Deensche vorsten voorgesteld werd door Z. Ex. von Everenkop-Castenklold, die sedert den 21 mei 4906 gezant van Denemarken te Brussel is. Diner aan het Hof. Ten 7 ure 45 werd in de groote zaal van het Paleis te Brussel een galadinez opgediend, ter — De heelmeester heeft verklaard dat hij îiet zou genezen. — Is 't waar, dat de Spanjaards hem het îoofd hebben afgehouwen ? Een soldaat naderde de berrie en hief het leksel op om de waarheid te onderzoeken. — Hij is dood, zeide hij, maar heeft nog lijn hoofd ; de Spanjaards zullen den tijd liet gehad hebben het af te houwen. Op dien oogenblik wasGeorges inderdaad weinig beter dan dood, maar de kracht van îijne lichaamsgesteldheid en de verlichte ïorgen welke men hem toedroeg, deden aem genezen. Na zes maanden tijds kon men hem naar Engeland overvoeren. Laat ons thans naar het gevang van Ports-mouth terug keeren, waarheen wij den klei-nen troep krijgsgevangenen hebben zien leiden. Ailes ging stipt, zooals luitenant Clayton aangekondigd had. De ongelukkige Franschen bekwamen, naeenige dagen, oor-lof om in de stad te wandelen', onder voor-waarde op een gesteld uur des avonds terug te zijn. Georges, die nog niet goed van zijne wonden hersteld was, en veel van den over-tocht had te leiden gehad, was naar de zie-kenkamer gezonden. Toen hij in staat was voor de eerste maal uit te gaan, ging hij een bezoek bij zijne medegevangenen afleggen. Hij telde onder hen wellicht niet een'i'nni-gen vriend ; en had ze slechts op het schip leeren kennen, dat hen van Spanje had over-gebracht ; maar boven den naam van land-genoot, bestond tusschen hen de band eens gemeenen ongeluks. Wordt Voortgezet.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dieses Dokument ist eine Ausgabe mit dem Titel De Scheldegalm: gazette van Audenaerde gehört zu der Kategorie Katholieke pers, veröffentlicht in Oudenaarde von 1858 bis 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Zufügen an Sammlung

Ort

Zeiträume