De Scheldegalm: gazette van Audenaerde

1095 0
close

Warum möchten Sie diesen Inhalt melden?

Bemerkungen

senden
s.n. 1914, 03 Mai. De Scheldegalm: gazette van Audenaerde. Konsultiert 08 Dezember 2019, https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/de/pid/mc8rb6xh9n/
Text zeigen

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

— f - - -— —-—r^Timry nr-««riiiM>irr>->- rrtrr- - -rr-r • - ■ iTm- — -•n -rin-ivnii—mmurin-mn 11 ri r iiM-aj_i_iij-_i_i__- Nr 3286. Zondag 3 Mei 1914. 56e Jaar. DE SCHELDEGALM GAZETTE VAN AUDENAARDE w—«mhbbbbmkms——mi i ■iiii mu ni i n mi n r w. m i 111 i il» m*u«JWh^giregC£frgw»A»>gai;gyagaii ■ — y i «niigagraag—tnemmewam HET BLAD VERSCHIJNT WEKELIJKS DEN ZATERDAG. — Men schrijft in bij de Uitgevers BEVERNAEGE GEBROEDERS, Krekelput, -15, en in aile POSTKANTOREN. — De prijs der inschrijving per jaar, vooraf betaalbaar is voor BELG1E 3 fr. 75 ; voor FRANKRIJK. en aile BUITENLANDEN 7 fr. 50; voor AUDENAARDE 3 fr.—Alleartikelen en mededeelingen betreflènde de redactie moeten vrachtvrij toegezonden worden. MenisverzochtdeAnnonceD den VRIJDAG middag te laten geworden; deprijsis 20c. per regel. • iwif n mnwii i imnai m ii iiiiim-nriT^Mi—imnn^- i» ni nm ■ h.mh m» .m . mm i iMwnurwn i ni i wmilli i » M P—WIWIMil Hl11 II Mil . _ .Il Reclamen en rechterlijke aankondigingen 50 centiraen per drukregel. — De inschrijvers die hun blad niet wekelijks en op behoo-renden tijd per post ontvangen, worden vriendelijk verzocbt ons er seftens kennis van te geven. Om dit te voorkomen is ook het beste middel het abonnement in het postbureel of aan den briefdrager te vragen, aan wie men niet meer dan de gemelde prijzi n moet betalen. Aile toegezondene of terhandgestelde geschriften die wij in ons blad niet kunnen opnemen worden niet teruggegeven. Oorlog tusschen Amarika en Mexico De toestand verergert van langsom meer. V66r den oorlog beweerden de Vereenigde Staten, natuurlijk, dat zij geen duimbreed van het Mexicaansch grondgebied zouden inpalmen. Dat wordt immers voor aile oorlogen beloofd ! Nu echter beginnen de Amerikaanscbe dagbla-den te spreken van effenaf het woelige Mexico in te lijven. Zulks komt wel overeen met de proelamatie van admiraal Fletcher, meldend dat hij Vera-Cruz ingepalmd heeft, daar de Mexicanen de orde in Mexico niet kunnen handhaven. Geen oorlog. Président Wilson verklaarde dat volgens zijne opvatting de Vereenigde Staten niet in oorlog zijn met Mexico. De verrichtingen blijven voor het oogenblik beperkt tôt de bezetting van Vera-Cruz en omgeving. Tôt eene blokade is Amerika nog niet over-gegaan. Mocht daartoe worden besloten, dan zullen de buitenlandsche regeeringen vooraf daarvan verwittigd worden. Iluerta aan het woord. Huerta deed een rijtoer door de Mexicaan-sche hoofdstad, als een nationale held toege-gejuicht. Hij heeft van uit zijn rijtuig de menigte toegesproken en onder meer gezegd : « De verantwoordelijkheid voor den oorlog treft uitsluitend de regeering der Vereenigde Staten. Mexico heeft ailes gedaan, wat het met eerbiediging der nationale eer kon doen, om de vijandelijkheden te vermijden. Nu die echter zijn uitgebroken, zullen wij ons tôt het uiterste verweren. Wij kunnen binnen drie weken een leger van 4 millioen man op de been brengen. Mexico zal zijne souvereiniteit en on-afhankelijkheid verdedigen, al moest het er ook 25 jaar om vechten ». Te Vera-Cruz. De Amerikaansche pantserschepen « Loui-siana » en « Mississipi » zijn te Vera-Cruz aangekomen en hebben mariniers ontscheept, alsmede aeroplanen. De voorposten werden door twaalf mitrailleuzen en verscheidene veld-stukken beschermd. Het algemeen kwartier van den onder-admi-raal Fletcher wordt door mitrailleuzen be-Bchermd en veldstukken worden gereed ge-houden.Amerikaansche versterking, Vier regimenten voetvolk, eene batterij artillerie, zes regimenten ruiterij. in het geheel 4768 manschappen tellend, zijn uit Galveston naar Vera Cruz vertrokken, om er de bezet-tingstroepen te versterken. Generaal Funston, die den besten dienst bewezen heeft in de Pbilippijnsche eilanden, zal deze troepen aan-voeren.Nieuwe legers. Men meldt uit Mexico dat de befaamde leider der opstandelingen, Zapata, die den opstand deed ontstaan in den Staat van Morellos, zich onderworpen heeft aan den gouverneur Cuena-vaca, ten einde te vechten tegen de Ameri-kanen.Hij heeft treinen gevraagd om zijne troepen naar Vera-Cruz te sturen. De houiing van generaal Villa. Generaal Villa heeft den bijzonderen agent van het Amerikaansche Staatsdepartement te El Paso verwittigd, dat hij zich niet laat mede-slepen in een oorlog tegen de Vereenigde Staten. Hij houdt er aan te bewijzen, dat zijne houding vriendelijk blijft. Nog de landing te Verra-Cruz. De Mexicanen werden door de gebeurtenis-sen volkomen verrast. De landing der Ameri-kanen te Vera Cruz geschiedde zonder dat de bevolking er iets van begreep, daar zij gewend is aan ontschepingen van vreemde vaartuigen, ook in massas. De geheele troepenmacht der Mexicanen te Vera-Cruz bestond uit een batal-jon van 100 man, welks manschappen over verschillende diensten verdeeld waren. Eers nadat men van den eersten schrik bekomen wa: begon de sporadische en ongeordende tegen' stand van de burgers. De opgewondenheid in Mexico is overgroo en onbeschrijfelijk. Offieieel wordt gemeld dat de Mexicanen, in de gevechten van Dinsdag en woensdag 121 dooden en 195 gekwetsten verloren hehben, en de Amerikanen 17 dooden en 70 gekwetsten. De Amerikanen hebben de lijken van 64 Mexicaansche soldaten onder de puinen van de Zeevaai'tschool van Vera-Cruz ontdekt. Dat brengt het getal gesneuvelde Mexicanen op 182 De strijd tôt het uiterste. De regeering van generaal Huerta verklaart dat het Amerikaansch gouvernement art. 22 van het traktaat van 1848 geschonden heeft, traktaat dat een einde stelde aan den oorlog tusschen de Vereenigde Staten en Mexico, ver-wekt door de inpalming van Texas door de Amerikaansche Unie. Al de maatregelen voor den weerstand zijn genomen en gansch Mexico is onder de wapens geroepen. Generaal Huerta zou voor een jaar krijgs-voorraad hebben en vast besloten zijn tôt ter dood voor de eigendommelijkheid en de on-schendbaarheid van Mexico te vechten. Hij beweert dat vier millioen Mexicanen tegen den invaller zullen opstaan. Een wapenstilstand. Men meldt uit Washington : De Zuid-Ame-rikaansche republieken, die hare bemiddeling hebben aangeboden, noodigden de Vereenigde Staten en Mexico uit een wapenstilstand te sluiten. Men meldt uit halfambtelijke bron, dat Amerika heeft aangenomen een wapenstilstand aan te gaan, op voorwaarde dat er verzekering wordt gegeven dat geen enkel aan val zal ge-waagd worden tegen de Amerikanen. Generaal Huerta verklaart dat hij er nooit aan gedacht heeft met admiraal Fletcher te onderhandelen en nog min zich terug te trek-ken.AMERIKA. De « Zwarte Hand » te New-York. — Toevallig is dp politie er in gelukt het hoofd-kwartier van de bende der « Zwarte Hand » en het II Huis dfir lïuiypnd Maordon « tr> ontdptkon. Buiten de aangeslotenen kende niemand de ware Iigging van het huis. Nu, de hoofdzetel der bende bevond zich in een landhuis van West-chester County, te midden van de rijke villas der Amerikaansche milliardairs. Hoewel opge-wekt van uiterlijk, heeft het gebouw gruwe-lijke misdaden verborgen. In de kelders den grand omwoelend, heeft men een put met kalk ontdekt, waarin de mis-dadigers de lijken der ongelukkige vermoorden wierpen. In den hof, achter het huis, was er een stand, waar de leden der bende zich oefenden in het schieten. Daarnaast bevond zich eene spelonk, waarin bij zomertijd de misdaden werden besproken. Daar ontdekte de policie de bende, uit Italianen bestaande, en welke meest allen werden aangehouden. De ontdekking ge-beurde ten gevolge van een twist, veroorzaakt door eene schoone Italiaansche, waarop verscheidene bandieten verliefd waretr geworden. Een der misdadigers, de minnaar der schoone, werd door Pietro Rebocci vermoord. De moordenaar werd aangeklaagd door het meisje en ter dood veroordeeld. Voôr de straf-uitvoering ging hij tôt onthullingen in zake de inrichting der « Zwarte Hand » over. OOSTENRIJK De ziekte van den keizer. — Het bulletin door de geneesheeren over den toestand van den keizer vrijdag vl. afgekondigd, luidt als volgt : « Men heeft geene merkelijke veranderingwaar-genomen. De krachten, de werking van het hai't en de eetlust zijn zeervoldoende. De keizer heeft eene uur in de zon, onder eene kleine gaanderij doorgebracht. ; Zaterdag morgend werd een nieuw bulletin ; afgekondigd : « De nacht is beter geweest, tijdens het eerste deel heeft de keizer rustiger geslapen ; tijdens het tweede werd de slaap , door erge hoestbuien gestoord. De algemeene toestand blijft evenwel geruststellend ». FRANKRIJK Nog het vertrek der engelsche vorsten. — De trein waarmede de engelsche vorsten vrijdag voornriddag vl., uit Parys vertrokken waren, is vrijdag namiddag vl. ten 2 ure 45 te Kales in de havenstad aangekomen en bield voor de koninklijke yacht Hunner Majesteiten stil. Toen zij uit den trein stapten, werden de vorsten door de plaatselijke overheden begroet, terwijl de muziek van het 8° linieregiment hetengelsch volkslied speelde. IConing Joris heeft dan de eerewacht in oogenschouw genomen. Eene af-vaardiging der tulfabrikanten uit Kales bood aan Roningin Mary eenige kostbare stukken kant en een korfje bloemen aan. Ten 3 ure 10 scheepten de engelsche vorsten in op de « Alexandra » die onmiddellijk anker lichtte. Voor hun vertrek uit Kales hebben de engelsche vorsten aan M. en mevr. Poincaré een telegram gestuurd om hem te bedanken voor het zoo geestdriftig orrthaal dat hun ir. de hoofdstad van Frankrijk te beurt gevallen is. M Poincaré heeft onmiddellijk geantwoord dat hij de engelsche vorsten innig bedankt voor hun bezoek te Parys en de beste wenschen voor Engeland's grootheid en voorspoed vormt. De koning en de koningin van Engeland zijn vrijdag avond vl., ten 6 ure 40, te Londen, teruggekeerd. In de Victoriastatie werden zij opgewacht door koningin Alexandra, prinses Victoria en den heer Asquith, eersten minister. Eene groote menigte heeft, op gansch den doortocht, tôt aan het koninklijk paleis, de vorsten geestdriftig toegejuicht. Een nieuw koninklijk bezoek wordt aange-kondigd : dit vàn den koning van Denemarken. Deze zal den 13 mei aanstaande te Parys aan-komen. Groote feesten, onder anderen eene groote ti'oepenschouwing op de heuvelvlakte van Salory, nabij Versailles, zal, te zijner eer plaats hebben. — Het hezoek van hoi Dotyovh Vorstenpaar te Luxemburg. Verleden jaar bracht de groot-hertogin Marie-Adelheid van Luxemburg, een bezoek aan de belgische vorsten te Brussel. Maandag hebben dezen haar een tegenbezoek gebracht. Rond den middag vertrokken koning Albert en koningin Elisabeth uit Laeken. De koninklijke trein die van 11 ure 45 op een zijspoor wachtte, reed vooruit, zoodra de vorsten naderden. Hij stopte voor de halte van het paleis en Hunne Majesteiten namen er met hun gevolg in plaats. Slechtsenkeieweerdigheidsbekleeders bevonden zich op de vertrekkaai. Ter gelegenheid van het bezoek der belgische vorsten te Luxemburg was de stad in een prachtigen feesttooi gedoseht. De luxemburg sche driekleur, blausv, wit en rood, wapperde aan de gevels der huizen naast de belgische. In het nieuw gedeelte der stad zou men zich haast in eene tentoonstelling gewaand hebben. In de oude stad, waar de huizen hun ouder-wetsch uitzicht bchouden hebben en als ge-heimen uit het verleden schijnen te verbergen was de kleurenschakeering wat minder. Doch het oog werd er verrukt door bloemen en loo-verversiering. Op het groot-hertogelijk paleis wapperde de geel, donkerblauwe vlag van Nassauwen. Soldaten-vrijwilligers en talrijke maatschappijen doorkruisten gansch den namiddag de stad. Onder de groote menigte die op de been was, liep ailes in de meest volmaakte orde van sta-pel en dit terwijl enkel dicht bij de statie van een voldoende afzetting kon gesproken worden. Hier waren aile overheden aanwezig, toen tegen 4 ure 4o min. de beide groot-hertoginnen aan-» kwamen. De regeerende hertogin Maria-Adel-heid droeg een smaakvol lichtgroen gewaad en een grijzen hoed met witte struisveeren, en had de versierselen van het Grootlint van de Leo-poldsorde op haar kleed. De groothertogin weduwe Maria-Anna was in het zwart gekleed. In de statie was de eere-compagnie vrijwilligers opgesteld. De manschappen zagen er zeer flink uit, en de bevelhebber liet met krach'.ige stem zijne bevelen weergalmen. Onder de tonen van de « Brabançonne » kwam, stipt om 5 ure. de koninklijke trein tragzaam de statie binnen stoomen. Toen H. H. Majesteiten waren afgestapt, begroetten zij op hartelijke wijze de groot-hertogin, die hen tegemoet was getreden. Koning Albert, die de uniform droeg van luitenant-generaal en de versierselen had om-hangen van het Grootkruis van de Nassau-Orde, kuste haar de hand. De beide vorstii nen om-helsden elkander. Koningin Elisabeth was in een lichtgrijs reiscostuuin gekleed en had een kleir>e wit-zijden boed metaigretten op. Ook de jeugdige groot-hertogin zag er aller-bevalligst uit. Nadat de voorstelling der verschillende leden van beider gevolg had plaats gehad namen koning Alber t en de groot-hertogin de eerewacht in oogenskhouw. Thans namen zij plaats in de gereedstaande gala-rijtuigen ; in het eerste de koning en de groot-hertogin ; in het tweede de koningin en de groot-bertogin-weduwe en de stoet zette zich onder het gejuich der menigte in bewegirig. De stoet reed langs de bevlagde en versierde straten naar het paleis onder de huldekreten en het gejuich van het volk. Op sommige plaatsen werden er bloemen op de rijtuigen geworpen. Om 5 ure 20 minuten kwam de stoet in het groot-hertogelijk paleis aan. Aan het Paleis aangekomen betrokken H. H. Majesteiten Hunne apartementen. Rond 7 ure werden de leden van het diplo-matiek korps, door den koning en de koningin der Belgen in bijzonder gehoor ontvangen. Onmiddellijk daarna had de galamaaltijd plaats waaraan een vijftigtal genoodigden deel-namen.De vorstin van Luxemburg dronk op de ge-zondheid van onze vorsten. Koning Albert dankte in hartelijke bewoordingen. *\s ealadiner had olaats in de danszaal, de tafel was gesteld irr den vorm van eene auubele T ; de vorstelijke personen waren aan het midden aangezeten. De versierrng was geheel in rozen uitgevoerd en vormde een wonderbaar uitzicht. Tijdens het feestmaal voerde de muziek van het korps vrijwilligers eenige nummers uit. En thans de verlichting. Deze was werkelijk schitterend. De Place d'Armes was één lichtzee. Van boom tôt boom hingen slingers van gekleurde electrische lichtjes en het Feestpaleis was één licht. Het wekte de algemeene bewondering op. Vele bijzonderen hadden hunne woningen verlicht en van af 9 ure was men op de been om door de geheele stad de verlichting te aan-schouwen.De geestdrift steeg ten top, toen de vorsten in open rijtuigen een rondgang door de stad ondernamerr. Thans volgden in het derde rijtuig twee der zusters van de groothertogin : de princessen Charlotte en Hilda. Overal hoorde men de kreten van : « Leve de koning ! Leve de koningin ! » ; het was een ware triomftocht door de stad. Toen de Hooge Gastvrouwen en hare Gasten zich op den balcon van het paleis hadden be-geven, defrleerde een fakkel optocht,die door tal van vereenigingen en bonden was samengesteld, voorbij het paleis. De groote rijen fakkels en lampioerren, maakten een fantastischen indruk en verlichtten op grillige wijze de gezichten der omstanders, die in diehte drommen waren op-gekomen.Nog lang daarna bleef het volk feestvieren. Het geheele middengedeelte van de Place d'Armes is ingenomen d,oor de tafelterrassen der omliggende koffrehuizen ; hier gaat het er lustig toe. DE DRIEVOUDIGE MOORD TE GENT. De krankzinnigendokters, door den heer onderzoeksrechter Van Ginderachter aangesteld om de geestvermogens na te gaan van den Servier Dragomir Niketilch, den te Brussel verblijvenden ingenieur, pleger der drievou-dige moord op familieleden, in de Zalmstraat, te Gent, hebben hun verslag neergelegd. De vier geneesheeren, waaronder de dokters Duchâteau en De Moor, en twee hunner collèges van Brussel, na een omstandig en veelzij-dig onderzoek, besluiten dat de moordenaar Niketilch, die op vrijdag 27 maart, rond 6 ure 's avonds, in de Zalmstraat, mevrouw wed. E. Bonting-Claernran, 7*2 jaar en zijn ander-halfjarig rrichije Frida Bonting vermoordde en tevens zijne schoonzuster en moeder van het kind, mevr. Gustaaf Bonting-De Cock, levens-gevaarlijk verwondde, niet verantwoordelijk is voor zrjne daad, daar hij geesteskrank is. De dokters zijn zelfs de meening toegedaan dat Niketitch aan erfelijkheidskrankzinnigheid lijdt. Men zal zich herinneren dat destijds gemeld werd dat de vader van Niketitch in een krankzinnigengesticht stierf. Aldus zal Dragomir Niketitch in een gekken-huis opgesloten worden. Verleden Zaterdag is hij uit het gevang ge-haald en naar het krankzinnigengesticht van Doornrjk overgebracht. ¥ * De advocaat van Niketitch zou bericht ontvangen hebben dat de zenuwcrisisen, waaraan zijn client sedert eenigen tijd leed, thans voorbij zijn en dat de zaak voorlaan haar regelma-tigen loop zou volgen. De toestand i an Mevr. G. Bonting-De Cock. Mevr. G. Bonting wordt thans nog immer in het gasthuis verpleegd. De geneesheeren zijn verrukt over haar toestand en hare gene- ; zingschijnt, niettegenstaande de uitstekendste : zorgen die het slachtoffer ontving, een wonder. De geneesheeren hebben de overtuiging dat i mevr. G. Bonting binnen een veertiental dagen, i gansch genezen, het gasthuis zal kunnen ver- ' laten. Tôt hiertoe zijn de verbandselen, die i haar de keel, en deels het gelaat en het hoofd 1 nmwill^pp, nr»cr niât Kanaqlrl wpcrcrpnnmjn wonden zijn echter geheela. Aan de keel, boven het strottenhoofd en onder de kin tôt op de wangen doorloopend, zal Mevr. Bonting een litteeken vertoonen. De schedelbreuk is dichtgegroeid en van ■ aanleiding tôt hersenvliesontsteking is er niet het rninste spoor te ontdekken. Wat eehter zonderling schijnt, is dat de ! vrouw zich niets van het voorgevallene herin-nert ; men heeft zich dan ook wel gewacht er haar, tôt hiertoe, van te spreken. Zij vraagt veel naar haar Fridaalje en naar haar schoon-moeder, en telkens wordt er geantwoord, licht ontwijkend of met eene kleine leugen om beterswille. Vrijdag verleden nog onderging mevrouw Bonting eene kleine operatie, namelijk om de litteekens zooveel mogelijk weg te nemen. Ailes verliep uitstekend. Het slachtoffer begint zich thans af te vragen hoe zij aan hare verwondingen kwam. Schrikkelijke Ramp te Etichove-bij-Audenaarde. VIJF PERSONEN VERSTIKT. Het echtpaar Audoorn. Te Etichove woont de genaamde Jan-Baptist Audoorn, geboren den 26 Januari 1865, Den 6 Februari 1890 huwde hij te Etichove, met Emma Desittere. Uit dit huwelijk zijn zes kin-deren gesproten, achtereenvolgens in 1890, 189-2,1897,1898,1902 en 1905 geboren. Vier jaar geleden ontstonden er moeilijk-heden in het huisgezin Audoorn. Zijne vrouw, die hij van ontrouw beschuldigde, kloeg over mishandelingen en verliet het echtelijk huis met de oudste kinderen. Zij ging naar Brussel en vestigde zich met zekeren De M..., in de Trooststraat, waar zij heden nog verblijft. Audoorn maakte kennis met Anna Meerpoel, geboren te Mater, den 14 September 1893, dienstmeid te Harchies. Deze was moeder van een kind, geboren te Harchies, den 18 Augusti 1911. Zij kwam met haar kind bij Audoorn wonen, in den loop van het jaar 1912 en gaf korts daarna het leven aan een tweede kind. De oudste zoon Audoorn ging het onregelma-tig leven van zijne ouders aanklagen en verliet ook het vaderlijk huis, om zich bij eenen oom te Nukerke te gaan vestigen. Audoorn bleef dan met zijne twee kinderen, Aima Meerpoel en hare twee kinderer. samen wonen te Etichove. Daar hij koolmijner van beroep was, moest hij aile dagen, om 3 ure 's namiddags, naar de koolputten vertrekken. Hij kwam eerst 's anderendaags morgends thuis. De woning blijft gesloten. — Men vuidt lijken. Maandag morgend waren de geburen van Audoorn zeer verwonJerd, dezes woning te zien gesloten blijven. Door de vensters kijkend, ontwaarde men een schrikkelijk en akelig schouwspel : in de kamers lagen lijken uit-^estrekt. Men ging de heer Burgemeester rhienpont verwiltigen. die dadelijk het parket l'an Audenaarde ontbood. Gezien het onregelmatig huishouden, werd 3r maar seftens verteld, dat eene wreede moord gepleegd was, Doch uit een kort onder-ierzoek bleek dat een begin van brand ontstaan was en dat vader Audoorn, zijne twee dnderen : Sylvain, geboren den 19 Jan. 1902 ; Sermanie, geboren den 23 Februari 1905, dsmede Aima Meerpoel en haar dochterken Elisa-Adele, geboren den 10 April 1911, door rerstikking waren omgekomen. De slachtoffers iroeten in hunnen slaap getroflen geworden •ijn. Toen de deur der sehamele woning werd ge-jpend weerhield eenstinkende rook degerechts-lienaars binnen te treden. Weldra stelde men rast dat men hier niet te doen had met eenen noord, maar wel met eene noodlottige verstik-cing.Do ts\nefrt\irt rlot* liitsaM Allen werden in nachtgewaad gevonden. V.lma Meerpoel was gekwetst aan de har.dcn m aan de vensterruiten kleefde er bloed. Zulks ioet veronderstellen dat zij de ruiten heeft wil-en uitslaan, doch deze zijn heel klein en met jzeren staven omlijst, zoodanig dat het onmo-jelijk was daar buiten te komen. De vader Audoorn lag aan den voet van het bed iri eene mdere kamer. De zoon Sylvain was licht ver-Drand en werd tegen de stoof gevonden, die aij moet omver geworpen of geloopen hebben. Een ontsnapte. In de slaapkamer van Aima Meerpoel werd Je kleine Suzanna Meeerpoel levend gevonden. Het kindje was in een hoek van het bed ge-kropen en daar het juist in hare kamer is, dat hare moeder eene kleine ruit brak, denkt men dat het wichtje daaraan het leven te danken heeft. Eene kleerkas is heel opgesmeuld In de joldering is een gat gebrand. Het parkel en de wetsdolctoors. Het parket van Audpnaarde werd verwittigd en om 11 ure waren de heeren Devos, procureur ; Poil, onderzoeksrechter en dezes griffrer, Bullens, ter plaats. De heeren wetsdokters De Graeve en Van Merhapge vergezelden het parket. Deze gingen onmiddellijk tôt de lijk-schouwing over. Uit hun verslag blijkt wel dat de dood aan verstikking toe te schrijven is. Aile vermoeden van rnisdaad is ongegrond. Dit belet niet dat deze zaak eene groote op-schudding te Etichove en omliggende verwekt heeft. D E Zilveren Ring 1e Vervolg. - • — Gansch ontsteld, keerde Georges terus naar het college. Hij kon zijne twee vrien-den in het bijzonder niet spreken, maar tijdens de avond-studie, schreef hij op het eerste blad van zijn woordenboek, « Mori prc Patria?'??» en deed het, banktotbank, zijnt vrienden overgaan. Deze schreven, ondei die woorden een antwoord dat niet beknop ' ter zijn kon : « Moriamur », en zij stuurder het boek terug zoo als het gekomen was. De slaapplaats der collegianen was in di kamers voor vier leerlingen verdeeld. Gran dier en zijne twee vrienden besliepen di zelfle kainer, waarvan het nummer 4 eer zwaar en lompe boer der Cevennes was, ge kend voor zijne kracht en eetlust. Omtren middernacht, toen allen rustig en in slaa] waren en de Cevennal, volgens gewoonte als een orgel te ronken lag, stond George zonder gerucht van zijne slaapstede op, ei bij het schernerlieht van het naehtlampje ricntte hij zich naar 't bed zijner twee vrien den. Deze, wier inbeelding hen wakker hield verwachtten zich aan iets buitengewoons ei sliepen niet. Georges sprak stilletjes. — Kleedt u haastig aan, en laat ons ver trekken ! Een der tweestudenten was spoedig opge staan, had zijn kleed aangetrokken, en ic het bed genaderd van den derden, die zic overeind had gezet. — Vertrekken? vroeg deze. — Ja, antwoordde Georges. Hebt gij da niet verstaan wat ik op mijn woordenboe heb geschreven? — Wij hebben het verstaan, aangezie wij geantwoord hebben. Maar uw voorstt is zoo haastig ! — En waarhenen wilt gij ons leiden vroeg de studerit, die aan het bed stond. — In het algemeen legerkamp van gene • raal Dumouriez, zei Georges koudweg. i Op dit onverwacht antwoord werden d i twee vrienden door eenen onweêrstaanbare • lachtlust aangegrepen. Hij die recht stonc drukte zich den mond met de hand, or i niet in eenen schaterlacht los te barsten ; d andere verborg zich onder zijne dekem s waar hij zich door de stuipen eener ingi toomde vroolijkheid ineenwrong. George; î integendeel, fronste de wenkbrauwen, ve r ergérd door dit tooneel ; maar welhaa; - overviel de lachtlust zijner twee vriende t hem-zelf, derwijze dat hij er zoo hartelij ) deel in rram, dat hij er tranen bij weendi , Een onduidelijk gegrol van den Cevenn 3 gaf den drie lâchers hunne koelbloedighei î weder, en riep hen tôt de voorzichtighei , terug. Er was een oogenblik vol angstvalli| tilte. Gelukkig was de Cevennal niet on , waakt; een stond in zijnen slaap gestoon i wachtte hij niet lang, meer dan voorgaai delijk te ronken. — Hoort, zei Georges dan tegen ziji vrienden, ik zie dat het college u beval blijft dus Ik vertrek. — Zoo niet, zeiden de anderen, maar gij t kwaamt daar zoo zonderling vooruit met î uwen Dumouriez ! — En uw algemeen legerkamp ! Het schilde weinig of het lachen begon î op een nieuw. t — Eindelijk, zei Georges, ongeduldig wordende, neemt een besluit. 3 — Dan zou er ten minsten tijd voor het :1 overwegen moeten zijn, bemerkte de steeds in het bed liggende student. 9 —Neen, integendeel, laat ons niet overwegen, hernam Georges. Het is eene na-i- tuurlijke beweging, tegen welke erzoo veel gezonde redens kunnen ingebracht worden, e dat, met den tijd tôt overdenken te nemen, n men zeker zijn mag, hier niet te verroeren. , Er is spraak, eene domine streek te begaan, n en ik ben er toeberaden. Overigens, gij zij e, volkomen vrij; mijn roep, sindsdezen nacht. is generaal te worden. — Tien jaren, bemerkte de te bed Kg-i, gende student, ik zal zoo lang naar den sta van maarschalk van Frankrijk niet wachten ;t Pst. voegde hij er bij, haastig zijne dekei n van zich werpende; 't is gezeid, ik volg u k — In het vervolg zal men geene maar i. schalkcn meer maken, bemerkte George: il ernstig. d — Het is daarom, dat gij u met den graar d van generaal bevredigde? — VVacht eens, mij dunkt, dat gij aile; ;e voor u zelven houdt, zei de derde, zal ik tei t- minste trommelaar zijn? I, — Het begint laat te worden, hernan i- Georges; zijt gij bereid? Twee stonden later waren de jongelingei ie aangekleed. t, — Men diende het naehtlampje uit t dooven, zei een der drie studenten. Indiei die gast (Cevennal aanwijzende) ontwaakt en orze bedden ledig zag, ware hij in stas als een doovete beginnen schreeuwen. — Neen, zei Georges, wij zullen hei misschien noodig hebben; 'k heb een gi dacht. Zij openden zonder gerucht de deur hur ner kamer eu daalden met lichten tred de trap af. Hun gedacht was in den hof te gaar van daar eenen muur te overklimmen, e van daar in de straat te spririgen. Maar eer: moest men de hofdeur openen, en vermi men er den sleutel niet van bezat, eu de; heel zwaar was, moest menze uit hare hanj sels heffen. De vluchtelingen bemerkten, na twee i drie vruchtelooze pogingen, dat deze or derneming hunne krachten ver te bovt . ging. Zij aanzagen elkander in voile versl; genheid. — Ailes is nog niet verloren, zei George wacht mij slechts een oogenblik. Loopende klom hij den trap op, ging t rug in de kamer, en stapte recht op het b( i van den Cevennal aan. — Ho! zeide hij, hem liehtelijk aanr - kende, Ililaire! ontwaak eens. > Deze keerde zich in zijn bed om, onder h uitgalmen van een verschrikkelijk gegrol. 1 Georges schudde hem heviger. — Wat ! vroeg Hilaire, de oogen op ï nende,wat is 't? i —- Ik ben het, zei Georges. — Ja, ik zie 't; welnu? wat is er? i En hij sloot de oogen, om weêr in sla; te vallen. i Georges schudde hem wederom bij d> sebouder. — Zoudt gij willen avondmale 3 — Avondmalen? vroeg Hilaire zich ove t eind zettende. Ik geloof het wel! e — Zoo veel te beter; geweet dat wij zon-it der u geen lustig feest kunnen houden. — Gij zult dan in der waarheid avond-n malen? i- En hij richtte zich op, om over de schou-ders van Georges naar de twee overige bed-i- den te zien. n — Mijn vader heefteene pastei gezonden, i, zei Georges. Hilaire opende wijde oogen, n en glimlachend toonde hij eene rei ver->t schrikkelijke tanden. :s — Ho! ho, eene pastei! en waar is ze! ;e —Ach! zie daar, zei Georges, men moet [- ze halen. De verrukking van Hilaire verdween oo-genblikkelijk, en zijne oogen drukten zijne i- teleurstclling uit. Hij bedacht zich een wei-n nig, en dan zich tôt Georges wendende : i- — En waar moet men die pastei gaan halen? 3, — Niet ver. Ge weet immers dat het ver-boden is, in het college levensmiddelen van 3- buiten te ontvaneen ? id - Ja. — Welnu! de pastei moetmij dezen nacht a- over den hofmuur toegeworpen worden. — Goed ! ik versta. Men moet ze in den et hof gaan oprapen. — Juist, maar de hofdeur is gesloten, en men moet ze trachten te openen. Gij hebt e- machtige handen ! Hilaire sloofde zijne hemdsmouwen op, en toonde met voldoening eenen arm die tamelijk gespierd was. Maar eensklaps zijne îp mouw nederlatende, merkte hij met spijt op: ,— Ho! thans zie ik eerst wat het is; gij 3n hebt mij noodig om de deur te openen, an-i? ders hadt gij niet aan mij gedacht. r- — Deu donder! zei Georges, gaat gij u nu ontroeren? — Zoo ben ik, ziet gij ! ik hoû veel van eene goede behandeling. — Welnu, zei Georges, de bemerking die gij maakt, geeft mij de overtuiging dat gij het zelf zijt die met uwe vrienden niet wel handelt. Wat doen wij dezen avond met eene pastei in't huis te brengen? Iets wat door den regel des gestichts is verboden, niet waar, en dat ons aan eene zekere straf blootstelt, indien wij ontdekt worden? — Zonder twijfel. — Indien gij uw deel der pastei aan-vaardt, moet gij ook deel aan het gevaar nemen.— Dat is billijk. — Gij zoudt niet willen dat het anders ware. •—- Zekerlijk niet. -— Met drie konden wij wel de deur openen, maar wij hebben u liever aan onze on-derneming verbonden, om uwe kiesheid niet te verongelijken, en nogtans gij wilt dat niet begrijpen. — Ja toch, ik versta u thans volkomen, zei Hilaire berouwend. Gij hebt gelijk ; wacht, ik sta op. — Doet uwe schoenen niet aan, gij zoudt te veel gerucht maken. — Wees gerust... En wat is er in de pastei. — Ganzen-vleesch, antwoordde Georges.Hij wist dat dat de gans de lievelings-spijze was van den dikken student. Het lokaas verdubbelde zijnen ijver. In een oogenblik was hij aangekleed, en beiden daalden zonder gerucht den trap at. Wordt Voortgezet, ,

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dieses Dokument ist eine Ausgabe mit dem Titel De Scheldegalm: gazette van Audenaerde gehört zu der Kategorie Katholieke pers, veröffentlicht in Oudenaarde von 1858 bis 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Zufügen an Sammlung

Ort

Zeiträume