Het vaderland: Belgisch dagblad te Havre verschijnend

1911 0
close

Warum möchten Sie diesen Inhalt melden?

Bemerkungen

senden
s.n. 1918, 08 August. Het vaderland: Belgisch dagblad te Havre verschijnend. Konsultiert 13 Juli 2024, https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/de/pid/fb4wh2fj85/
Text zeigen

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

HET VADERLAND Belgisch dagWad, voertoopig te Parijs, 3, Place des Deux-Écus, 3 e^4tt»SS^i Dieastaanfaieclin^vQ :-voor gereformeer- ^ # Per maand (voorUitbetaald) : Ffar.krtjfe Ï.7S fP- den kosteloos. LEO VAN GOSTHEM, Directeur Engeland 2 sh. Holland 1 gld, 25. Elders 3.90 fr. IIJZERSPROOKJES Twee Jachthistories jfrij naar het Fransch van Jean Paniscl Waar is hij hoen, die gocde oude tijf der jaohtgesohiedenissen welke opge haald werden in het jcjbhtprieeltje, gind: tian den zoom van het Baudourbosch; îtt het kourig diner, onder het rooken eenei fijné Havana of eono pijp echte Semois Van zoohaast de dag kiemde in he wosten, hebben çle klopjagers al. d( tosohjes, al de struiken afgeloopen ei doorzocht, ailes w,at maar eenigszins tehaard of bepluimd wild toi schuil jplaats kon dienen doorsnuffeld. Zij zijti daar allen vereenigd, de hee jieii bestuurders dor omliggende mijnen min of meer ho f fend zooals het groott hanzen betaamd, Mijnheer de Notaris lté ontvanger, de gemeentèsekretaris — ten weinig verlegen en toch fier van îich in gezelsohap zulker voorname hee iren te bevinden —, de onmisbare uit-genoodigde vriend, die voor de gelegen-hedd van Brussel is overgekomen; allen ïgehoosd en gelaarsd, uitgedoscht in flu-I weelen jagerskleedij, het groene hoedje I met pluim kranàg op het oor geschoven, I hebben ze zich op de la-ge stoeltjes neer I gehwrkt; het geweer sohietensgereed, 'in afwachting der dingen die komen zuljen. i Nu en dan schieten er een haasje dat hais over kop in het bedaitrwde gras ne-' derbuitelt of raken somwijlen, met een salvosohot, eene fezant die al draaiwie-fcend nederploft. ' Afgemat en uitgehongerd zien ze met gïnoegen het middaguur naderen en smullen reeds in den geest van al de lekkernijen welke de knecht in groote inanden uit Bergen heeft medegebracht. lerwijl ze zich de verkleumde handen wrijven alsof ze reeds voor het léktkere vuur gezeten waren — heele takkebos-achen welke lustig knetteren en vonkep flpatten in het rond —, ginds in de lage caal van het boschwachtershuisje,waar-van de ziltige» wanden hunne oorspron-kelijke kleur verloren hebben onder den took der pijpen. Dat het mij gegeven worde ginds te (ffiog-en terugkeeren en indien er nog een itooschje overblijft dat een paar haasjes of konijntjes, die aan de levensduurte lontsnapt zijn, kan herbergen, beloof ik »hun dees jachtgeâchiedenisje te vertel-len, dat ik hen opdraag en dat ik U hier iwil neerpennen. * •à ■À Er leefde eena, zoo beginnen immers aile sprookjes, in het waterige platte-lwidsehe Vlaanderen, wj^ar we veroor-deeld zijn om als watervogels te leven, die nàuwelijks na vier jaren aan 't kli-maat gewend zijn; er ieefde eens, zeg ik, op den boord van de Kemmelbeek, 'een aardig ventje op wiens wezen men 'nu waarlijk geen ouderdom kon lezen. Dit ventje leefde daar godszielig alleen, frolkomen gelukikig, evenals een kluize-nsiir en niemand kende iets van zijne aikomst noch van zijn leven, want het liet zich niet gaarne uit en had geene wienden. De kwajongens van Reninghe hadden hem «Jan den Duivel» gedoopt, omdat piij, volgens het scheen, vroeger in de jSlad geleefd had, en men beweerde zelfs <jat hij in den Oost gediend had, ten tijde dat Holland zijne gelegenheidsko-tonisten aanwierf na eene slempartij in de kotjes der Hoogstraat. Men schreef hem allerlei kleine en groote duivelskunsten toe. Het is onbe-twistbaar dlat niemand handiger was dan onze Jan om netten te sipannen waar de paling zich vruchteloos in rondkrin-kelde, hetzij dat hij hunne nachtelijke teizen kende, 't zij dat hij> een onweer • Utaanbaar aas bezat om ze te lokken. Uren in het ronde had hij zijns gelij-ke fliet om de eenden te piepen, dat ze zich 'n het riet kwamen nederzetten al krin-Kels teekenend, zich nauwer en nauwer toesluitend, die ten laatste in eenen lood-ïechten val eindigden. paarbij, zeer stipt,geene wildstroope-^i, noch kleipmen, noch lichtbakken Pe echte type van den volmaakten jacbtwachter, half jager en half veld-! WacEter, zooals men ze hedendaags ®aar zelden meer vindt. F- 1 * ak De graa{ van Swarteveldt bewoonde y6ri kasteeltje te Z... laat ons zeggen I ^tenaye.Hij versmaadde niet terloops ! ^ns te jagen op zijne eigendommen |k'e "rootendeels uit moerassen beston-iflen.^oe<^ Vlaandrepland, van zijne l y vervlogone tijden nog den eerbied I z^ne heeren en meesters bewaard j bende en dezen nimmer iets gewei-L . ■ bbend, zoo scheen het dan den I bia! °°k heel natuurlijk toe, dat d<^ I 1j j'Ssen van de Kemmelbeek, waar I 1 n de belangen van eenen Rijsselschen fabrikant verdedigde, een soort van «Ne Man's Land» vormden, waar het hem onmogelijtk kon verboden zijn, nu en dan-in 't voorbijgaan, met een welge-mikt geweerschot, de schuinsche vluchl eener snep te staken. « Den Duivel » nochtans, had in ^ijne j zwervende reizen een meer heden-. daâgâch begrip der maatschappelijke afstanden en een juister onderscheid ^ tusschen het mijn en het dijn opgedaan. r Klaes, de Koster, had hem âchoon te praten en hem aan te raden al wat door de vingers te zien; zijne woorden vielen j in doovemansooren en Jan had gezwo-j ren van den graaf niet te missen bij de- zes eerste verstrooidheid. , En dit is hetgene heel natuurlijk ge-beurde op eenen schoonen wintermor-gen. Sneeuw en ijzel hadden te zamen gewrocht om den haardos der wHgen 1 te bepoeieren en ai de boschjes met een blinkend wit kleed te tooien, tôt zelfs ' de fijne bladereu van het riûtgras glin-! sterden als mesjes. — Mijrfhéer de Graaf, hier betrap ik . U ! — Maar neen, mijn brave, ge ver-, gist u zekerlijk. — Hoe kunt u zulks staande houden, , Mijnheer de Graaf, ziet, uw geweer rookt nog. En op hetzelfde oogenblik kwam Bel-, la van tusschen het riet uitgesprongen en legde vroolijk kwispelstaartend,voor haars meesters voeten eene prachtige , wilde eend neder, met staalkleurig ge-vederte, een giinsterend bloedpereltje aan den bek, zooals men ze ziet in het Brusselsch muzeum, op de doodnatuur schilderingen onzer, kleine XVIe eeuw-sche meesters. — Tôt mijn groot spijt zie ik mij ver-plicht proces-verbaal op te maken, want waarlijk, u hebt het gezocht. — Doe wat ge niet laten kunt vriend-schap, ge kent mijn naam en adres en daarbij, ik zal er niet van sterven. En Jan, de gestrenge, maakte zijn proces-verbaal op, volgens al de regels der kunst, en vulde met gespannen aan-daeht, gewetensvol het tweetalig Pro Justicia in, bekroond met Mevrouw Jus-ticia, hare onmisbare weegschalen in de hand houdende, met de namen, voorna-men en hoedanigheden van den edelen jenker van Swarteveldt. En zoo gebeurde het dat deze laatste acht kwartieren van zijn blazoen en de maagdelijkheid van zijn reohterlijk ko-hier verbeurde, door eene voorwaarde-lijke verocirdeeling van zes-en-twintig frank boet op te loopen en daarbij eene ferme bolwassching van den vrederech-ter van Loo. ★ * ★ De oorlog heeft van lieverlede de men-richen onmerkbaar tôt den voorzond-vloedschen staat herbracht, door ze te verplichten in spelonken te leven waar hunne wildemansdriften, welke onder de beschaving der eeuwen lagen te slui-ineren, opnieuw ontwaakt zijn. De lange nachtwachten hebben de door de beschaving verzwakte zintuigen verscherpt; het minste bladorgeritsel wordt opgemerkt, het kleinste lichtje wordt- urenver zichtbaar. Het is alsof we onze zintuigen verlengd hadden en het onbekeîide der duisternis voor ons tast-baar geworden ware. » Sedert vier jaren op het oorlogspad, is de mensch een soort van spoorzoeker geworden en ik ken stedelingen welke van plantenkunde slechts de schoone regelmatig in onze parken aangelegde geraniumperkjes kenden, en nu met eene laattijdige drift bezield zijn en in verrukking vallen voor de minia-tuurwildernis waar om ter meest distels en pissebloemen wassen: De soldaat jaagt en vischt, dikwijls uit noodzakelifkheid, altijd uit liefhebberij. Aile wild is hem welkom; aile jacht be-valt. hem, vanaf de rattenjacht tôt de vischvangst bij middel van tonietikar-doezen die uitbarsten en den kalmen waterspiegel der overstroomingen in beroering brengen. Spartelende ikar-pels en snoeken komen bovenge-dreven en baarsjes in doodstrijd vlot-ten met hun witgeschubd buiksken.bo-vengekeerd op de oppervlakte. Onnoo-dig te spreken van de liefhebbers van iijnvissehen die de œvers der kanalen bêvolken en de jagelingskens plagen, onder het onverschillig oog der bonté koeien welke rustig het malsche gras herkauwen. Jan «den Duivel», nu een onzer sol-daten, in kakikleeding gestoken, zes bloedroode chevrons op den arm, het mannelijk gebronst gelaat krijgshaftig van onder den helm uitkijkend, had dik-\fijls, bij het overstappen der loopbrug, onder den dommelenden koepel der muggen, eenen diepen zucht geslaakt en in zichzelven gemurmeld : «Het was hier... » VVaJ, las al niet in die eenvoudige v-*- »»*' çg«a—imm■' n 'in \ i m n 11 «air «nurmin m- ■ mi ara—ai Duitsche en Beîgische socialisten vergaderen in Holland Het congres van het Nederlandâcl Verbond van vakvereenigingen is t-Arnsterdain bij een gekomen. Oudegeest, een pro-Duitsch sociaal democraat, zat voor ea vcrklaarde me vreugde dat het een geluk was dat d Beîgische en Duitsche vrienden « in on, midden zijn ». En hij vefVolgde, vol gens « De Telegraaf » ' : « Ik mag het een geluk noemen, da de linkerzijde van onze bestuurstafe geflankeerd wordt door de Belgischi vertegenwoordigers van de Belgiâcht Syndicale Commissie en den Àntwefp sche Diamantbewerkersbond, terwij aan de rechtefzijde zit onze kamefaâ( Slassenbach van de Generaal Kommis sion. Die scheiding is een zeer toe val lige, « want zij hebben gisteravond ge zellig aan den gemeenschappelijkei disch gezeten ». Scheiding, zooals tusschen de regee ringen, bestaat gelukkig tusschen d( arbeiders niet. Zeer zeker is het een ge Iuk, dat onder deze omstandigiheder vertegenwoordigers van Beîgische er Duitsche vakbonden in ons middei zijn. Die met Duitschers fuivende Belgei zijn : Solau, socialistisch gemeenteraads lid; Mertens, secretaris van de Belgischt Syndikale commissie, beiden uit Brus Sel ; Louis Van Berkelaar, uit Antwerpen die, evenals beiden, met een Duitscï pas naar Holland kwam, waarheen hi, overigens maandelijks of aile twee man den rei'st. Aan dezelfde tafel, waar Sassenbacl zat, had ook plaats genomen Jamaer of Janmart, zoo de Hollandsche blader schrijven. Het is niemand anders dar Zamar, oud schoolmeester van beroep woorden eener eenvoudige ziel be sloten !.. Zijn arm stukje gronds, nt everstroomd door het aloverweldigenc water; zijn net nieuw huisje; het zach murmelend beekje dat zich wat verdei in den IJzer ging werpen... de heerer van Ryssel welke hier driemaal 's jaar; kwamen visschen... gansch een lever lag er in opgesloten. Sedert het begin van den oorlog heef1 hij geen jachtgeweer meer in de hander gQhad; maar daarentegen heeft hij zijr herte opgehaald in het nederschieter: van Duitschen. Hij heeft het arendsoos en het geduld van den sneppenjagei bewaard, een «sniper» zouden onze En golsche vrienden zeggen. Hij zou zicl weï wachten van de verordeningen tt overtreden, want voor zijn jachtwach tersbegrip is en blijft eene overtreding altijd eene overtreding. Maar dien dag was het waarlijk Gode scetergd... Gij kunt mij niet begrijper indien ge nooit eene praciitigen eenza-men ooievaar onder schot gehad hebt oj! eenen, poot staande evenals men ei xiot op Japaneesche prenten, schel afge-teekend tegen den blauwen hernel. '— Er kome van wat wille, maar ils sehiet hem — zegde hij tegen zij ner makker die met hem van de wacht op de voorposten terugkeerde. Een Mauserschot, een weerlicht, eer kcgel, en de vogel stort neder, de vleu gels voor eeuwig gesloten. —- Op mijne beurt heb ik n hier te pakken kereltje, riep met spottendc stem een piepjong officiertje der linie — die niemand anders zou zijn dan onze graaf, indien het noodig ware eene on-waarschijnlijke geschiedenis, nog on-waarschijnlijker te maken. — Weet ge niet dat het verboden is op ander dan Duitsch wild te schieten' — Ja, mijn luitenant. — Welnu, waarom gehoorzaamt eer goed soldaat gelijk gij, niet aan de or-ders ? — Het was sterker dan mij zelve lui-tenant, hij heeft mij waarlijk uitge-daagd.— 1k kan het niet helpen jongen,maai de orders zijn de orders en dat gaat u veertien dagen pot kosten. En Jan, de gestrenge, nam de hou-ding aan van den soldaat en mompeîdc onhoorbaar : «Wij zijn effen, mijnheei de Graaf». En terzelvertijd als zijne eerste strai bekwam hij de vriendschap van zijnen officier die niemand anders meer als oppasser wilde dan onze Jan en die be-looft heeft van hem na den oorlog uit te huwelijken, »an de kamenier van mevrouw zijne rwoeder... en dit om te e>in-digen zooals aile sprookjes. Front, Juli 1918. JOS. HUNTERS. k die zich nooit met de vakbeweging be-' zig hield, ook niet wanneer hy als ■ libe-raal den aktivist Léo Augusteyns, in ' Antwerpen volgdei Heit spreekt van zelf dat onze nationale richting uitsluit da>t we tusschen komen in partijkwestiën, maar zoover zij î niet tegenstrijdig zijn met de nationale 3 en internationale belartgen van ons volk. \Vi j bemoeien oîis dus niet met de t socialist-ische of niet-socialistische vak-3 beweging. De Ëelgen kunneîi het ech-; ter niet genoeg afkeuren, dat Belgén on- - der denzelfden parapluie gaan schtiilen met hen, die ffledeplichtig zijn dat ; 600,000 arbeidefs in Belgie zondet 1 werk zijn en dat duizenden en duizen-; den ontvoerd werden naar de vuurlijn ■ of naar Duitschland. Daarnevens protesteefden die Belgen 1 niet tegen de gëzègden van den vefte-1 genwoordiger der Hollandsche mijn- - weÀefs, die bczWaar had tegen de te-. werkstelling van Beîgische arbeiders en - ze hoonde, door Ze uit te makefl Voor i onderkruipeî'S. Heeft die heer dan vefgeten dat de - Belgen zich verleden jaar solldair met > de Hollandsche stakêrs in de mijnâtreek . verklaarden en daarom naar de kam-i pen werden teruggezonden ? Dit belette niet dat Hollanders hunne plaats i kwamen innemen. De internationale op vakgebied met ! Duitschers en neutralen is een fictie ten nadeele van de edelmoedige "en . goedgeloovige Belgen. '■ ' '• -———— ■ ■ i i m i. Hletiws al! België ! . . . ! BRASSANT HtOE HET ER TE BRUSSEL U1TZIET i De Bruss,elsche correspondent van het ; l'Handëlsblad» schrijft aangaande den i oestand te Brussel : i De meeste groote magazijnen — de , Magasins de la Bourse bijvoorbeeld — zijn al gesloten. De andere, kleine en groote, bieden een zonderling uitzicht. ' Van twee ramen is er een overgeschil-derd met een iichtgrijze verf. Daar acn-fer, dat weet men, heerspht de meest on-herstelbare leegheid. Voor andere vitrines liggen nog wat wandelstokken, een | paar hoeden, enkele halsboorden; keu-' rig en smaakvol is nog steeds de étalage. 1 In ïommigo winkels liggen boeken,deur-klinken. rollen behangpapier, enkele onfrissche kleederstukken, wat keuken-1 gerief en andere even soortgelijke voor-1 werpen grillig onder elkaar. Vooral de | détail-winkels bieden dit allerdwaast, want allerongewonst, uitzicht. Beken-de kleergoedmagazijnen zijn \*erder thans herschapen tôt meubelwinkels ; | vooral oude meubels — echt of onecht, ! om 't even, — worden er te koop aange-boden.Daar tusschen slaan nog een paar ge-kleede mannequins, een of ander klee-dingstuk. Ook vele schilderijen stelt men er prachtig ten toon. En waarlijk niet goedkoop. Maar met kunst hebben deze -•■hiiderijen toch niets te maken. Hon-derden doeken, in prachtig vergulde lijsten, hangen aan de wanden of staan "tusschen de meubels in. Men hoeft niet verlegen te zijn; kom maar binnen ! Er is hier waar voor elke beurs: Portret-ten, iandschappen, genrestukken wisse-len elkaar in bonté rij af; futuristen en oude pruiken, nieuwerwetsche en ouder-wetsche smaak. 't hokt en hangt al door-een. Een bazar van meubelen en van be-smeurde,doch prachtig omlijste doeken; dien indruk krijgt men er van. Andere magazijnen hebben plaats ge-maakt voor thee-rooms. Men kan er thee, chocolade en tkoffie krijgen, vervaa,rdigd uit producten, die daarvoor vroeger niet in aanmer-I king kwamen ; alsook gebak, i.k weet niet met welke ingrediënten gemaakt. Ailes heel duur. BJBimSGOWWnM BRAND IN EEN FABRIEK TE SENEFFE-BIJ-NIJVEL Verleden Woensdag is een groot ge-bouw in hout met talrijke spoor- en tramrijtuigen der firma Taminiaux et Cie, de prooi der vlammen geworden. Ailes werd vernield. 'Men schat de sohade op een half miljoen frank. Er bestaat verzekering. SêAM£Êf HET DUITSCHE SDHRIKBEWIND De pastoor van Leffe, tôt 15 jaar ge-vangenisstraf verwezen en naar Duitschland ontvoerd, is mogen terugkeeren, doch overleed 48 uur na zijne invrij-heidstelHng ten gevolge der slechte be-handeling waaraan hij in de Duitsche ge va n ge n k ampen was blootgesteld ge-weest. ECHO S De heer Hoover bij den Konîng De heer Hoover, minister der Bevoor-rading van de Vereenigde-Staten, was Donderdag de gast van den Koning én Vèn de koninkiijke familiè. Hij kwam aan rond 1 u. 1/2 aan-stonds bij den Koning gebracht, lùnchte hij met de vorsten. De heer Hoover was vergezeid van den heer Pollând, zijn opvoîger bij het Bevoorradingskomiteit te Londen. 's Namiddags had hij een langdurig onderhoud met den heer Gooreman, ka-binetahoofd, die vôrgezeld was van de ministers Hyrnans, Van de Vyvere en Segers. In den loop van hét gesprek toonde de heer Hoover zijne vriendschap voor België, die zich niet uiten zal door woorden maar door daden. He) fait is des te belangrijker, daar de heer Hoover meer en meer het wâfe hoofd wordt van dè bevoofrading van de we-reld en vooral van Ëelgië en van de Eiianisehe bezette departementen. Om 7 ure 's avondâ namen de heeren Hoover en Polland het maal samen met de ledefi der Regeering. De indruk van den heer Hoover aangaande de voeding is dat het programma der bevoorrading door de « Commission for Relief » heelemaal kan worden verwezenlijkt, zoowel wat betrefl de middelen als de noodige tonmaat. r •"* * * De OorlogsinvaHeden Het intergeallieerd Komiteit der oor-logéVerminkten vergaderde te Parijs. Dokter Bourillon, bestuurder van het gesticht St-Maurice, wiens hooge be-voegdheid in zake vakkundige heroplei-ding en heelkundige orthopedie gekend is, zat voor. De Beîgische afgevaardigden waren de heeren : Generaal Deruette, vleugel-adjuda.nt des Konings, Beîgische plâat-selijike opperbevelhebber te Havre en militaire inspecteur van de gestichten voor invalieden en oorlogsverminkten : Alleman, bestuurder van den opvoedi-kundigen dienst te Port-Villez, en Le-clercq, advokaat, zwaar gekwetste van den oorlog, gehecht aan ihet kabinet van den minister van binnelandsche zaken. Het komiteit handelde over de « Sta-tuten » der verminkten en invalieden van den oorlog. Het onderzocht daaren-boven de mogelijkheid van te Parijs een muséum op te richten, waarin ailes wat het vraagstuk der verminkten en invalieden aangaat, onder geneeskun-dig, maatschappelijik en werkopzicht, zou worden tentoongesteld. Buiten dit muséum, zou de omreizen-de tentoonstelling, die nu in Engeland is en binnen kort naar Franikrijk terug-keert, zich voor eenigen tijd vestigen in de bijzonderste steden der bondgenoo-ten.A Onze dappere zeemans Verleden week greep een plechtige dienst plaats, in de parochiale kerk van het Fransch dorp Les Baraques (Pas-de-Calais), ter nagedachtenis der drie Beîgische soldaten Everaerd Maurice, Thomas Jan en Goffin Jan, van het Dépôt voor Bemanningen, omgekomen bij het zinken van het Belgisch stoomschip « Chilien », op 22 Juni 1918, in den At-lantischen Oceaan getorpedeerd. De mis werd gelezen door den almoe-zenier van het Dépôt en door talrijke soldaten bijgewoond. Onder de officieren : luitenant-kolo-nel Cornellie, commandant der Militaire Zeediensten; majoor Munaut, commandant van het D. E.; kapitein Gysbrechts, luitenant Van Galbergh, enz. Dat hunne zielen in vrede ruâten. Het zal zeker passen te wij zen op de verliezen door onze zelieden geleden tijdens het vervullen van hunne on-dankbare taak, die door veel menschen met het vak onbekend al licht over het hoofd gezien wordt... ■ ■ WWW ■■■ "'t- HETOORLOGSDOEL" Van den hoogstgeplaatsten pacifist, in Duitschland, in Oostenrijk, in de neutrale streken en in Engeland, tôt het kleinste janhagel dat medekeft, telkens vooral als het den Centralen slecht gaat, door allen, wordt ons het liedje gezongen van « Ons Oorlogsdoel ». Zooveel Duitsche Rijkskanseliers, Keizersociaal-democraten en penne-knechten, zooveel verschillende « Vre-desvoorwaarden » of oorlogsdoeleinden. Zooveel Oostenrijksche eerste-minis-bers, zooveel verschillende tonen van den treurzang op het leitrnotief « ,Vf*K de ». De « Diplomaten » van het International isiti hebben menigmàftl d^n Vogéî meenen af te schieten met op Uitdagen-den toon aan de bonUgenooten te roe-pen : Welnu, Duitschland heeft zijn oof-logsdoel laten kennen, Welk i§ het uwe? SI Het is misschien nog niet té laat, om terug te komen op een tOegeving tegen- . > ! ovor defgelijke eomfflatfês, toegeviRg fl die toe te schfijVefl ig aan dé âl te gfoo-tâ waarde door de verâèhillende gouvef^ nemeflten tôégekefld, Mfl die nêo-diplo^ maten. Ons aanziens, wâs het ântwôôrd heel || eenvoudig, — Ons oorlogsdoel ? — Wij hebben er « gëên ». Wij hêb-ben niet den oorlog vêrklâard. Dus kan de oorlog voor ôfls geeîi « doel » uit-maken. Wij verdedigen ons. Wij ver-dedigen onzen haard, onë îeVen, onze kmderen. Wij verdedigen onzen ge-boortegrond tegen den meest ïaffen aan-val die ooit in de WereidgcsChiedenis voor kwam. Wij verdedigen de vrijheid van be-staan, van denken, van leven. Tegen de moordenaar» en dievefl, die gij, heeren ministers van den keizer op ons landeken hebt losgelaten als honge-rige wolven, weren wij ons. Tegen de verdrukikers van onze land-ger.ooten die gij onmeedoogend onder |ij den hiel uwer Pruisische laars gebukt, maar niet gebroken, houdt, verdedigen u wij ons. Tegen de vrouwenonkàrderg, de priesters- en grijzaardsmoordenaars, tegen de uitibuiters onzer finantiën, tegen de schenders van al wat eerlijk is en ■ heerlijiî, van al wat ons heilig is, onze oude gemeentevrijhedôn, onze histori-sche monumenten waarover we trotsch waren; tegen het Wegvoeren onzer werk-lieden, in een woord, tegen de helsche tyrannie die gij over ons land ontketend hebt, daartegen verweren Wij ons. Ons oorlogsdoel ? Nu gij gewaar wordt, dat eene militaire overwinning voor n niet meer mo-gelijik is; u dit « axioma » door een Kuhlmann, met of zonder 's Keizers toestemm-ing of bevel voorgebracht werd, nu er stukken uit het « anover- / I winnelijke » zwaard van uwe Germania gevlogen zijn en gij uw «pleziertocbtje» naar Parijs langs de Noordpool zult moeten voortzetten, komt gij ons met een onnoozele tronie vragen : — Maar ah ça ! brave kameraden, voor wat vecht gij toch ! Welk is uw « doel »? Als ge ons nu eens vroegt, welka « straf » gaat gij ons oplegigen ? Behalve wat wij u gestolen hebben en u zullen teruggeven ,behalve de herstelling in zijn geheel — en nog meer, zooals minister Asquith 't in de Albert Hall ver-klaarde; behalve de vergoeding voor het verlies van uwen handel en van uwe nijverheid, behalve het betalen eener aanzienlijke som, die uftsluitelijik zal dienen om uwe glorierijke verrninîcten op fatsoenlijke wijze hun leven te laten : slijten, behalve het herstellen van « al » wat ge hebt geleden, "ja zeg, welke i boetstraf gaat gij ons opleggen. Dat is de vraag. Want, aie dieven bij een burger inbreken, wordt vooraleer zij den buit afstaan toch niet met hen onderhandeld, denken we. Zij worden m schuldig verklaard. En dan, na terug-<ave van het gestolen goed, komt de ■:!: straf. Heel de wereld, en zelfs ook Duit-sphers als' Harden, Lichnowsky, von Muehlom en anderen hebben u schul-dig verklaard. Wel heeft een hooggeplaatste Inter-nationalist in een .vlaag van « humant tarïsm » plechtig de verbmtenis aange-gaan dat de vergoeding zal zijn « een |1 vergoeding » maar niet een 9traf (pas « punitive » zei hij), maar die verbinte-nis zal hij waarschijnlijk met nog eeni-ge van zijn trawanten alleen ondertee-kenen.Dat zullen de Bondgenooten niet aan-ne men ,noch ons landsbestuur, want dat zouden de Belgen niet gedoogen. Quantum van vergoeding eh straf, ja! Oorlogsdoel, neen J (De Dageraad.) Flor. BURTON. -WVWV 1 Solo-slim In het Belgisch rnilitair hosipitaal te Ligugé heeft Theophiel Duponcheel een solo-slim gespeeld met zeven harten door een derde van het aas en een der-de van de tien, een vierde van schop-pen aas met zeven ervvijf. Medepelers : Prosper Pladijs, Julef De Schampeleire en Gustaaf Velge. Proficiat I I /32o tîMMRC!Ar:cî; Nr 8p» DDNDERDAQ, 8 AOCU5TUS lOIP. [ ' ■ - —: 1 - ■ 1 ~--* ' ' - ■ - ■■■ . :

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Zufügen an Sammlung

Zeiträume