Ons land

409691 0
close

Warum möchten Sie diesen Inhalt melden?

Bemerkungen

senden
s.n. 1916, 10 Dezember. Ons land. Konsultiert 25 Oktober 2020, https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/de/pid/z89280691b/
Text zeigen

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

4*® jaargang, Nummer 3a. Prffs : 5 CetrtieïSïïef! io December tqt6 ONS LAND STAATKUNDE — WETENSCHAP — KUNST — TOONEEL — LETTERKUNDE abonnementsprïjs : Per jaar ....... fr. 3 — Voor 6 maanden . . » 1.75 Voor 3 maanden ... ... .... - 1.— men schr1jft in ten bureel van het blad. Opstelraad en beheer : Markgravestraat, ii-i3, Antwerpen AANKONDIGINGEN NAAR OVEREENKOMST. Ongeteekende stukken worden niet opgenomen. EMILE VERHAEREB Vôôr me zie ik weer dat onver-geetlijk gelaat van dien dichter. Ik zie zijn voorhoofd diep en hoog, majestatisch bewerkt door den ploeg van de gedachte ; ik zie zijn mond, met die vouw van wils-kracht en volhoudendheid ; ik zie zijn oogen, blauw en zacht, vol droom en vol vizioenen, die heb-ben gezien wat géén andere men-schenoogen ooit zagen... Ik hoor zijn vers, ik voel het rythme van zijn vers... Er door ook werd ife. er van bewust hoe de Wereld grooter is, het Leven dieper, de Verschijnselen andere beteekenissen hebben dan de gewone menschen het weten. . Die dichter, die ziener is nu dood . En of de werkelijkhud beeft willen spotten om hem, die drager was van vizioenaire werke-lijkheden, zijne dood werd veroor-zaakt door de brutaalste van aile werkelijkheden. Met rouw in het hart buig ik diep voor dezen dooden dichter, doorsidderd van eerbied om de nabijheid van eene dubbele ma-jesteit : de zijne vooreerst en bovenal en daarnevens de stille en koude majesteit van den dood * * * De mare van zijn dood heeft in heel de pers de ronde gemaakt en nevens het telegram, dat zijn ver-scheiden meadeelde, verschenen ook allerlei lofgevende artikels over zijn schoone, dieproerende kunst en zijn werk en wijzend op het karakteristiek van zijn werk. Heel de pers heeft E. Verhaeren een Vlaming genoemd,net als des-tijds pr. DrVanHamel in De Gids; net als aile Duitsche en Fransche schrijvers, die over de VI. litera-tuur wat weten.Naast Conscience, Bergmann, Gezelie, Streuvels en andere noemen ze grifweg als VI. schrijvers Verhaeren, de Coster, Eeckhoud, Lemonnier en Maeterlinck.Nu. wij, Vlamingen, tellen die schrijvers niet bij de onze. Een schrijver schrijft eerst voor zijn volk, dan voor een ander ; een schrijver openbaart aan het eigen volk de eigen ziel en denkt er niet aan verplichtingen te hebben tegenover vreemde volkeren. Is men van een volk en van een land, dan laat men volk en land leven in zijn scheppin,gen, vooreerst ten profijte van het eigen volk. De kunstenaar, die spreekt moet eerst door zijn volk gehoord worden. Dat alleen is betamelijk. Zoo deden onze schrijvers ! Zoo deed Conscience en zoo deed Gezelie. Zoo doen thans nog àl onze schrijvers. Zij weten hoe het noodig is dat er wisselwerking zij tusschen hen en hun volk en dat hun ideeën maar waarlijk leven zullen, als ze leven in de ziel-zelf van het volk.Zij weten hoe zezijn als de vorsten onder het volk en weten dat ze dààrom de voorsten zijn moeten, niet bij anderen, alleen maar bij het eigen volk. Met droefheid zien wij hoog-begaafden van ons weg gaan, zien wij toe hoe ze onsverloochenen,— maar wij bedenken hoe laag het is zijne moeder te verlaten, hare taal te verloochenen, aile geaaeen-schap al te te breken met hare kinderen, die de broeders en de zusters zijn. Moeder Vlaanderen, omdat zij moeder is, staart hen met droefheid lia... met bitteve smart .. en schouwt met natgeweend oog naar de andere, de trouwgebleven kinderen, die door de daad van een ondankbaren baatzuchtige van schoonheid bestolen werden. Wij... wij, hoe groot ook onze eerbied zij voor hun genie of hun talent... wij verloochenen, die ons verloochenen en hooren wij hen noemen onder onze schrijvers dan lachen we even bij de onwetend-heid van die vreemde schrijvers, sprekend als blinden over kleuren. En eveneens lachen wij, oh ! zonder de minste kwade bedoelin^ en zonder leedvermaak, als we lezen hoe in het vreemde land, waarvan die overloopers de taa] aannamen, hunne taal wordt ter-zijde geschoven als zijnde niet de taal van dat vreemde land. Dà1 moesten ze allen ondervinden ec Verhaeren niet hetminst.Wat eene straf ! Verloochening van de moe-dertaal, gevolgd door verloochening vanwege het eigen volk er wering van onder de eerste lu: van uit het vreemde land voor het-welk men zijn moedergrond verlaten heeft ! Voorwaar, het drukt die schrijvers zwaar op het hart. Zij, mei hun visioenaire oogen zien hoe het eigen volk de koude oogen naat hen gericht houdt,alieen maar orr hen te oordeelen en meest altijc te veroordeelen ter wille van de initiëele fout der, verloochening die niet vergeven wordt. De wroegin^ van die daad vreet zich vast in hel het hart en daartegen kampt hur hoogmoed De strijd wordt on eindiglij k verbitterd door de kritiel-van uit het aangenomen land, die voortgaat met hen er aan te her inneren hoe ze in taal, uitdruk king, beeld, leven, aanvoelen er denken gebleven zijn wat txpd her «chiep... En die bitterheid uit zich... Oh hoe verlagend voor die kunstenaar! en die menschen als wij hen ziei met vuil werpen naar wat on: heilig is en wat ze hadden moetei aanbidden! * * * Over Emile Verhaeren schree De Gazet van Brussel : Zijn Vlaamsch-voeîen en zijn liefde voor het Vlaamsche landschap mag wel sterk in twijfel getrokken worden als men weet dat Verhaeren zich te Angre had gevestigd in Henegouw, vlak bij de Fransche grens. Iemand die altijd over Vlamingen en Vlaanderen schrijft, bevor-dert stellig zijn inspiratie, als hij zich volop in een Vlaamsche omgeving vestigt. Een Charles de Coster was veel Vlaamscher, en vooral de jonge Eekhoud, die zeer dikwijls kranig de verdediging onzer beweging op zich nam. In Le Mercure de France legde hij eens de merkwaardige verklaring af hoe hij bitter be-treurde niet in 't Vlaamsch te kunnen schrijven, om rechtstreeks verstaan en begrepen te worden door het volk waarover en waar-voor hij schreef. Hij weet zijn weinige kennis der Ned. taal aan zijn verkeerde opleiding en spoor-dc de jonge literatoien vinnig aan, in Vlaanderen in 't VLAAMSCH te schrijven. Hij was bovendien een groot vriend van Benoit. Maar wat zeggen over den Gen-tenaar Maeterlinck over Camille Lemonnier ! Ik heb eerbied voor hun talent, ik herhaal het, maar, God ! het is der moeite waard dat ons volk wete. . wete .. hoe de verbittering, waarvan ik boven ! sprak, zich aan heel de wereld kenbaar maakte, de eerste open-baarders daarvan te schande ! Hoor Lemonnier in Une Vie d'Ecrivain (1911). Zoo werd ik er des te bitterder door het afschuwelijk bargoensch getroften dat ik op school, op straat, ja zelfs bij ons thuis hoorde spreken. Het schorre keelgeblaf der samenklanken,het gekris derkhukers, de lompuiteengeduwde uitgangen waren mij een uitzinmg wangeluid, dat mij pijnigde tôt het uiterste toe. De af-wezigheid van elk gepast woord, de platte gemeenheid van uitdrukkmg, het gebrek aan zwierigheid en maat, dit ailes stond voor mij gelijk met eene ontaarding der openbare geestesgesteldheid. Terwijl nu mijn uitblinkende vriend Edmond Picard : zijne vaderlandsliefde zoo ver drijft om aan de biabbeltaal, waar toon en uitzicht der woorden in cntaarden, eene zekere zoetgevooisdheid toe te kennen, eigen aan de ruwe goedzakkigheid van het ras, zoo weet ik met wat soort van inwendig diapason mij dit Caraïben en Papoesge-wauwel nog baibaarscher en valscher ' deed klinken. En luister hoe na hem de dichter van « Les Serres chaudes ». Maurice Maeterlinck, het afgeeft : : Le mouvement flamand se compose d'une poignée d'agitateurs que leur naissance obscure au fond des fermas et une éducation tardive ont rendus incapables 1 d'apprendre le flamand... l ...Us ont tiré des divers patois populaires une sorte de jargon officiel et arti-I ficiel, prétentieux, baroque et mort-né. ...C'est dans cet informe et \aseux jargon qu'ils prétendent retremper l'âme 1 de la Flandre et c'est à le remuer mal-3 proprement pour en faire sortir de la 1 haine qu'ils s'évertuent. [La Chronique, 23/i2/'n) * * * f Die niet in de taal van zijn volk schrijft, verloochent zijn volk. Die zijn volk verloochent, wordt door zijn volk verloochend. Als vreemde menschen deze lui blijven bij het volk rekenen en hen noemen in eenen adem met de bloedeigen schrijvers en kunste-naars dan geven zij zeer bedenke-lijke blijken van onwetendheid, die slechts vermogen ons even te doen,medelijdend dan,glimlachen George P. M. Roose. Gij doopt u zelven Passivisten En passieven zijt gij heusch... Voor d'oorlog waart gij arrivisten : Jamais pas peur was toen uw leus. Nu remt gij maar, wilt elk doen remmen... Zegt : vreest gij dan niet lauwaards lief, Dat Viaandren's leeuw, dien gij zoo mak [iiet temmen, Dat niets=doen schrijven zal op uw passief. Van onze Kfijgsgevangenen in Daifschîand Uit de ballingschap : Aan onze medestudenten uit het lieve Vlaanderen. Vlaamsche Vrienden, In Gôttingen ook is een 24ste Oktober 1916 gedaagd. Evenals daarverre in Vlaanderen was hier geen luid gejuich noch feestbetoog. Stille vreugde heerschte in het hart der trouwe Vlamingen, en inniger dan ooit, reikte men zich dien dag de hand Op ieders wezen lag nog dien trek van ernst.dien de gevangenschap daarop heeft geteekend, maar uit ieders oog straalde hoop en fierlieid en blijde verwachting. Het geluk dat daarbinnen opkiemde was innig en heilig Geene woorden kwamen naar den mond die zulks uitdrukker. konden ; men genoot het diep in eigen zielsontroering, men las het in trouwe vriendenoogen ; het was eene z*ligheid. Iets was over ons gekomen als een kleurige dage'aad in voile lente, eene kracht die groeit en belooft. We ademden vrij in frissche luclit. Zoo hab ik het gevoeld, en velen met mij, die lijdzaam moesten toezien hun-kerend naar vrijlieid, om Vlaanderens ontwaken te kunnen mêeleven. Tôt hen dis daai'toe hebben meegewerkt gaat onzen besten dank en onzen hartelijken broeder-groet Tôt U. Vlaamsche Studenten, die den kop niet hebt verloren in deze tijden en de waarheid en het recht hebt herkend en te dienen gedurfd, tôt U die laster en leugen den rug hebt gekeerd en onwan-kelbaar den rechten weg habt gevolgd naar de Vrijheid ; die uw volk spijts zichzelf hebt gediend, .tôt U, Vlaamsche jeugd, de hoop van ons volk en de kracht van ons land. die sameri met onze ieeraars • het beschavingswerk hebt begonnpn aan de Vlanmsche Hoogeschool, tôt U voor-nameiijk gaat al onzen dank. U hebben onze harten uit de verte begroet op dien schooneu herfstdag ; voor U hebben we gebeden dat God U sterkte en volharding schenke. Uwe taak is schoon en het boste deel van ons volk wacht met ongeduld op de vruchten uwer daad. «U echter, Vlaamsche Studenten. die uwe sturtien onderbroken hebt gezien in het begin van den oorlog, of eerst dan of daarna uwe middelbare sfudiën hebt geeindigd, en het niet geraadzaam vindt de leergangen aan de Vlaamsche Hoogeschool te volgen, gij vervult niet uwen plicht tegenover uw volk. Het is heel wel mogelijk dat in sommige gevailen de tijdsomstandigheden eene financieele on-mogelijkheid mede brachten ; dat is maar spijtig en voor den student en voor ons vlaamsche volk. Maar boevelen zijn er niet onder U voor wie deze moeilijkheid niet bestaat of met eenigen goeden wil zou kunnen weggenomen worden maar die het mooi vinden te pronken met eene vaderlandsliefde die ze niet eens be- " redeneerd hebben. Studenten uit Vlaanderen.laat u niet ompraten door zoogezegde officiëele heerschappen, die van ailes schiinen op de hoogte ta zijn, bahalve van Vlaamsche Beweging en Vlaamsche toestanden, en er aile belang bij hebben den geest der verfransching levendig te houden en zoo mogelijk te versterken. Gaat uw geweten te rade en handel volgens uw eigen logisch denken. Gaat uwe vrije wegen onverduitscht, onver-franscht, vlaamsch naar hart en ziel. Laat U niet leiden door haat, waar liefde gebiedt. Heilig moet U ds plicht zijn, het belang van uw volk te dienen. Dat verwachten uwe broeders, die in den vreemde verbannen, dorsten naar een nieuw Vlaanderen, joig en krachtig. Bouwt den tempel der toekomst. !!! Gôttingen 7/11/16. Mark Pieters Voor den grooteii Strijd Ailes wat tôt hiertoe, op gebied van actief-Vlaamsche propaganda gedaan werd kan slechts gelden als een voorbe-reiding tôt den grooten strijd, welke thans nakende is. Door den oorlog was heel het flamin-gantische kamp ontredderd en uiteenge-slagen. Daarvan hebben de franskiljons, reeds van als den nu nog im.-ner voort-tvoeden wereldkiijg een paar dagen was uitgebroken ! — ruimschoots gebruik gemaakt om, in éen trek, héél 't Vlaamsche volk trachten te verbeulemansen. Geluk-kiglijk hebben 'n paar koene klauwaarts, — waaronder onzen onvergetelijken en onvermoeibaren Borms de éérste was, — daar, na korten tijd, kiaar in gezien, en vôor de strop heelenal rond onze keel was toegetrokken, riepen zij : Vlamingen ' waakt !... Dàt is het zaadkorreltje ge-weest, waaruit de thans reeds zoo mach-tige actief-Vlaamsche beweging ontkiem-de...Het werk van voorbereiding, om de verstrooide. doch tevens overtuigde fla-mingantisch krachten, — die zich voor hun volk willen opofferen zonder bijbe-doelingen om persoonîijk voordee! te be-lialen, enz — te organiseeren mag groo-tendeels als ten einde worden beschouwd. Terwijl we doende waren 'n machtig heir van doelbewu.ste en onverschiokken man-nen te vormen, bestondonze roi er slechts in, een defensieve, d.i. 'n afwerende hou-ding aan te nemen. Doch thans is het oogenblik gekomen, waarop ons leger in slagorde staat, en nu ook gaat onzen aanval beginnen... Wij laten den vijand niet meer aan ons toinen, — we gaan hem uit zijn schuilhoeken kloppen I We zullen een trommel- en kruisvuur op de franskiljonsclie loopgrachten richten, om ze te doen ontruimen, en dan in open vl&kke veld, de « leliaarts » te veislaan ! De pogirig is gewaagd... doch de Vlamingen hebben er niets bij te verliezen, dan d kttens, waarin ze, sinds weihaast een eeuw, vastgekluisterd hggen, door de schuld van 't ftanski1 jonsch gebroed ! Als zulk'n stiijd aanvang neemt gaat het om winnen of verliezen... om vrij te leven of te sterven. Worden we verslagen, dan zullen wij het zijn als mannen van eer, die ge-wetensvol hun plicht vervulden. Zelfs de nederlaag zal voor ons nog 'n overwin-ning zijn ! Jef Van Extergem. '

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dieses Dokument ist eine Ausgabe mit dem Titel Ons land gehört zu der Kategorie Oorlogspers, veröffentlicht in Antwerpen von 1915 bis 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Zufügen an Sammlung

Ort

Zeiträume