Vooruit: socialistisch dagblad

1110 0
close

Warum möchten Sie diesen Inhalt melden?

Bemerkungen

senden
s.n. 1917, 23 September. Vooruit: socialistisch dagblad. Konsultiert 25 Oktober 2021, https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/de/pid/0k26970x1z/
Text zeigen

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

VOORUIT OrgaaK der Beïgîsche WôrkiiedenpaHîj. — Verschijnende aile dagen. D*"MkHer- Hilgrj.fitcr Sam. Maatseh. H El LICHT, Besi. F. De- Visch, Ledeberg-Oent — Red. Adm , Hoogpocirtt 29, &ent c_ —-— — - — ■ VERORDENING betreffend» d« In benlagnamtng on nflm-rino liet- wol en woimeri5<i!:nson voorhan-ejon in matrassen en kussens voor het BELG1SCH gedeoltc van 't gc'jiec! van hot 4-de léger-, Voor het Belgiseh . edeelte van 't gebied van het 4de leger wordt er bcstemd als volât : Artikel. i. — I" be.slagneming.— Dctotvulsel van matrassen en l-usser.s gebezigde wal, hetzij zuiver ' of met andere bestanddeelen (b. v. paordshaar, zee-(gras) vermengd. wordt in beslaggenomen. Het is verboden aan de in beslaasenomen voorwer-pen, zonder bijzOndere toelating der Etappen-Idspek-' tion («Wirtschaitsausschuss»), eenigszins wijzigingen toe te brenpen, ze te vervoeren er. er rechtzaVelijk over te beschikken. De in beslaggenomen wol en wolmengelingen moe-ten besvaard en zorgvuldig behandeld worden ; zij fnogen nochtans tôt de aflevering voor dezelfde doel-eirden als tôt ru toe voorts gebruikt worden. Art. i. — Afleverinfl. — De volgens art. i in beslaggenomen wol en wolmengelingen moeten aan de gemeer.te der bewaarplaats op de door de gemaer.tebe-jsturen (burgemcester, scliepenen of hunne piaatsvervangers) bekend geir.aaktc dagen en plaatsèn afgeleverd 1 worden. Ter levering aan de gemeenten verplicht zijn de in art. 4 génoemde personen. De verplichting tôt aflcve-fing omvat ook de verplichting, de in beslaggenomen fcsrol en wolmengelingen uit de matrassen en kussenste nemen. De gemeentebesturen (burgenieester, schepenen of hnr.ne plaaisvervangeis) moeten deze sfleveringstcr-«niinen zoo vroegtijdig bepalen, dat de atteverinnen tôt ! !>, Oktober 1917 gedaan zi|n. Bij de aflevering vaardigen de gemeentebesturen (burgemeester, schepenen of hunne piaatsvervangers) voor de verscheidene leveraars ontvangstbewijzen uit, welke gewicht en soort der afgeleverde wol en wol-j tnengelingen aanduiden. Voor hunne beurt moeten de gemeentebesturen de htm afgeleverde voorraden op den dag en die plaats afleveren, welke door de bevoegde Orts- of Etapperi-Kommandantur bekend gemaakt zijn. Met het 00g op de uitvoering der verordening kan, bij wijze van schatting, door de bevoegde Oris- of Etappen-Kommar.dantur \oor îedere gemeente eene kleinste hoevcelheid af te leveren wol en wolmengelingen bcpnald worden, waarmede de door de gemeente tif te leveren k.oeveelheden ten minste moeten overeen-komen. Indien de aflevering dergemeerte deze kleinste hoeveelheid niet bere:kt, thans kan — onvermin-derd het voorschrift van art. 7, dat de niet afgeleverde voorraden kuncen oi moeten verbeurdverklaard worden — de bevoegde Orts- ot Etappen-Komrr.andap.tur de gemeente vijltig maal dp waarde van elk niet algele-verd kilo doen betalen, berekend op den grondslag van eene gemiddelde waarde van 3 marn voor het kilo. Artikel 3. — Sohacieloossf.eliing. — Vcor de afgeleverde wol en wsimengelingen wordt 1.5010(4.50 . mark perkilo betaald. De prijzen worden door het ont-vangsîbureel bepaatd volgens de hoedanigheid en het zuiver gehalte d r wol. De "betaling geschiedt aan de afleverende gemeente, welke voor de verdceling van hetseld aan de verscheidene leveraars zorgen moet. Wordt geweigerd de beta-ling aan te nemen, thans verkrijgt de gemeente voor deze hoeveelheid ontvangstbewijzen. In dit geval wordt de schadeloosstelling in het geding voor de Rijkscom-missie tôt regeling der schadeîoosstellingen (« Reichs-ert°chàdigmigskommis8ion ») bepaald. Artikel 4. — Pap»onen dis »nd«r toepassinç dor verordonirig vallsn. — Vallen onder toepas-j sing der verordening : 1.) Huiseigenaars, bezitters van woningen en gezins-| hoolden, inzonderheid bezitters van gasthoven; 2.) personen, bonden en vereenigiugen van privaat-ot openbaarrechtelijke natuur, in wier gebouv.en of lokalen matrassen of kussens voôr-handen zijn. Artikel 5. — Laegstaaide, onbswoonde of êoor miliiah-ers b«z<ttta huizon. — Voor de ge-boiTO'en welko door hor.ne eigenaara ot bcwone: * ver-laten werdeu ot onbewoond zija, zijn de gemeentebesturen (burgemeester, scheper.en ot hunne piaatsvervangers) voor de uitvoering der verordening verant-woordelijk.Voor de huizen beiet oi bewoond door Duitsche militairen, wordt de uitvoering der verordening door de bevoe&de Orts- of Etappen-Kommandanturgeregeid. Artikel 6. — Urtvoorïngsvoorschr-iften. — De 1 Etappen-Inspektion is gemachtigd uitvoeringsvoor-schriften uit te vaardigen en uitzonderingen op deze verordening toe te staan. Artikel 7. — Strafbestemmlngen. —Met ton hoogste 3 jaar gevangeni* en met geldboete tôt 50.000 mark of met eene dezer straffen wordt gestrnft, wie de voorschritten dezer verordening uitgevaardigde uitvoe-ringsvoorschriften of algemeene of bijzondere schikkin-gen der Orts- of Etappen-Kommandanturen opzettelijk of oit nalatigheid overtrecdt. Op dezelfde wijze- wordt gestraft wie tôt overtredin-gen der voorschrilten dezer verordening uitgevaardigde uitvoeringsvoorschriften ot der algemeene of bijzondere schikkingen aanmaant of opstookt, voor zoover de algemeene stratwetten geene strengere straffen toe-ipassehjk rijn. Dezelfde straffe treft de gemeentebesturen (burgemeester, schepenen of hunne piaatsvervangers), die de hun door deze verordening cpgelegde verplichtingen niet vervullen. Daarnevens mogea de voorraden tôt welke de over-treding betrekking heeft, verbeurdverklaard worden ; (n geval van opzettelijke overtreding dezer verordening tncet de verbeurdverklaring uitgesproken worden. Elke poging is strafbaar. IWSA.'WUJ.Oia^C 'JOk Zijn bevoegd de Duitsche militaire rechtbanken en militaire bevelhebbers. A. H. Q., den 8 Scptember 1017. Der Ober eft gishabtr. Sixt \ on Armin. ParlperMarini In Gent en omliggçnde werd er deier dagen een omzendbrief vorspreid, zijnde een open schrijven, doar een werlcinan ge-rient aan on zen vriend Auseele- Ànseele tnoet daar niet op antwoorden, wij stellen ons in zijne plaats, omdat de aanvallen tegen hem, de partij, dat is ons allen treffen. Wij mogen niet volladig antwoorden in ail© bijzonderheden en wij vinden het niet gewenscht, ja zelîs onnoodig. Immers, Anseele hecft altijd in openbaro debatten ons standpunt omtrent de vlaamsche lcwestio volledig en eerlijk uiteengezet en hij — ge-lijk wij allen — is daartoe nog altijd bereid. Elkeen moct weten, dat onze partijgenoot Anseele, van 1894 tôt 1900 do Luiker Walen in de Kanier vertegenwoordigde — icts waarvoor wij hen nog altijd dankbaar zijn — en dat liij gedurende dien tijd nooit op-gohouden heeft de Vlaamsche eischen te stounen, gelijk kij do wetsontwerp<jn stemdo en teekende, zooals dat der Vlaamsche Hoogeschool,welke in die jaren werden neer-gelegd. Wij hebben eer en het geluk van Anseclo te kennen. Wij weten dat hij het Vlaatnçc^e pJk, dus ook zijne taal genegen is, Hij weet ook dat in aile groote geschied-lamdige gebeurtenissen, zoo op politiek, godsdienstig gebied en op dat van rassen-brlangen, heb altijd de economische stoffe-lijke belangen zijn, die in laatsten aanleg overwegend blijken. En dat stelt in den grooten soeialen strijd de hoogste plicht vast voor ©Ike proleta-riër tegeinover zijne klaase an voor de geheelo lijdende menschheid. Sedert de 43 jaren dat'wij Anseele in het Internationaal socialisme zien en kennen, heeft hij altijd do besinselen ervan trouw voorgestaan en met tucht geëerbiedigd en nageleefd. Dat lang en moeilijk atrijdôrsleven was niet altijd zonder g^vaar, eo toch hebbe.n wij Anseele nooit weten falwi. Tj» strijd on in lijrlen, in wee on zege hebben wij altijd geweten, dat hij de belangen der werkende klasse boven ailes, de hoogste stelde, dat hij haar den reehten weg wees, haar geestdrift sehonk, haar ophief, haar aa-nspoorde door rijn voorbeeld en in de pijnlijksto oo-gerîblikken haar moed insprak Het waren die drie groote kraehten : or-ganisatie, vertrouwen in haar eigen zelf, en geloof in hare zaak, die Anseele aan de wevkemde klasse sehonk en fonder dewelke een ondordrukte stand or zich nooit boven-vecht.Dank aan hem, dank aan de honderden ons door den dood ontrukt on aa.it de dui-zenden die nog strijdvaardig staan is de Belgische werkende klasso en zijn d© Vlaamsche werkers in 't bijzonder, die veertig jaren geleden nog de verschopten waren in hun vaderland, tôt eene macht gegroeid, die trots den oorlog, de politieke, de mensch-en levensrechten van onze klasso zullen doen triomîeeren. Wij ondergeteekenden, die als seerstaris-sen en bestuurders, de georganiseerde maoht van het proletariaat vertegenwoordi-gen, wij brengen hulde aan onzen vriend. Wij verklaren dat hij ons vertrouwen be-zit, het ten voile verdient. Jiocbt hij nog lang in ons midden en aan ons hoofd blijvon,'t is onze oprechte wensch, om gezamenlijk met onze socialistische broe-ders van t Walenland en van aile wereld-st'reken den triomf te verwezenlijken der verbroedering van aile hand- en geestee-werkers.Door difen zege zijn ineens al onze werkers- en menschen rechten, rassen- en taal-belangen opgelost, terwijl de triomf van een taalbelang alleen de werkers nog altijd aan het Capitalisme orergeleverd laat, wat het geval is in de lande-n bevolkt door een ras, sprekend eene en de zelf de taal. Werkbroedert, Elken dag breng: ons dichter den vrede, elken tlag dringt zich meer en tneer de vraag op.- in welke voorwaarden zal de werkende klasse den arbeid hervatten? Wat zal er uit hare politieke macht worden 1 Zullen wij bij het hernemen van het werk, gelijk vroeger overgeleverd zijn aan den willekeur en aan de oppermaeht k der pa-troons ? Zullen wij van 't afbeulerid overwerk naar de werkloosheid worden gejaagd, al naar den wil der patçoon's 1 Zullen de bezitters over drie en vier stem-men blijven beschikken, terwijl de naarstige, eerlijke werkers met een sterameken rnachte-loo?, do verworpelingen blijven? Zal da stelselmatigo minderheid der werkende klasse tegenover den burgerstand ge!iandhaj,fd blijven 1 Dat ailes en nog andere, zijn vragen die wij ons moeten steilen on waarop wij zonder aarzelen moeten antwoorden: Neen ! Wij dulden dat niet moer ! Wij wil Ion : V rede onder do Volkeren ! Socialistioche regeling der roortbrengst J Triomf van den Arbeid boven ln>t kapita-lisme en boven ailes ! Dat zijji de idealen die ons zullen bezie-len, die ons altijd bezieldeji. Dat weze de leuze geschreven op ojsae ring, door Anseele aan het hoofd onzer legers gedragen. En achter die vlag onzer vrij-making en rond onzen vriend Anseele zult gii IJ allen schfiren. Weg met de verdeelers onder onien sta«d 1 Werkers vereenigt U allen, vertrouwend in het machtig woord van onzen grooten voorkamper Karl Maix: Proletariir» nlier landan vereenigt V t Redactio « Vooruit »: Fcrd. Hwrdyns; R. Vercammcn; J. De Graeve. Voor «Het Licht»: P. De Visch. Voor de Partij: A. Terschraegen. Voor do Socialistische gemeantera^dsleden : Jules De Bâcher. Voor den «Bond Moyson»: Em, Peelman. Voor de Sam. M. «Vooruit»: J. Pamkoch. Voor de Vrouwen: gezellinnen Jan De Wae-le, Pol De Visch, Jozef De Bâcher. Voor de Jonge Wachten: Jozef De Gratve, Jozef De Bâcher. Voor de Federatie der Wijkciubs: G net, Foncaert. Voor de Hoogeschool van den Arbeid: De$. Gnudde Voor de Syndikaten: H. Lefevre, katoen-bew. ; J. Samyn, vlasbew. ; A. Vander-brugghe, metaalbew. ; A. Van Haverbekc, houtbew. ; F. Dumortier, wevers ; K. Na-thon, gem. Weerstandsk. ; S. Devilder, bouwwerkl. ; K. Lootens, schilders: F. TÀppena. kleernijverheid ; W. Meyer, boekn. ; 7. Masquilier, dokwerkers ; voor de tabaknij . erheid : R. Gillis; voor de be-dienden : A". Hutse. De ifirifiiilini der Cpsnbsre lieiisieii is île tsekoroslige w laaîseliappil i Wanneer men sfcreeft naar eene andere en betere samenleving dan de tegenwooidige, dan is het nog al verst^aanbaar dat men over die toekomstige maatschappij een helder deakbeeld heeft. Zekerlijk kan men moeilijk en zelfs onmo-gelijk de gansche sociale inrichting tôt in de minste bijzonderheden schetsen, omdat de omstandigheden van den oogenblik, waarin men tôt de verwezenlijking moet overgaan, ook niet te voorzien zijn. Maar wat men wel kan en wat men moet kunnen, dafc zijn de leidende beginselen en gedachten uiteenzetten, vèlgens dewelke men gelooft, dat onze socialistische voor-stellen en strekkingen zullen verwezenijkt worden. Zoo werd de vraag dan ook gesteld aie onzen titel hierboven aan het 7de Congres der Internationale, gehouden te Brussel in 1874, dus over drie en veertig jaren. Onze overieden partijgenoot, de groote en geleeide César De Paepe>, droeg or het verslag over voor en dit stuk is tôt den dag van heden een leerrijk en helder document gebleven voor het internationaal socialisme.César De Paepe begon met terechfc de woorden aan te halen van Emiel de Lave-leye die zegde ; Aangezien de maatsehappelijke in-riohting, in dcii loop der eeuwon zooveel grondige veranderingen ondergetan heeft, mag het niet verboden zijn, van vt.maakter maatschappelijke regclin-gen op te zoeken, dau dieg«nen w«lke wij nu k<«Kieû. Wij zijn daar rolfs toe rerpiicht op straf van in een Btraatje zonder einde uit te komen, waarin de beschaving zou te niet gaan. César De Pa«p© voegde kierbij dat hij nochtans niet voor doel had oplossingen voor te steilen aan aile vraagsèukken die moesten gelden als onveranderlijk, als een volledig programma. Er kuraien indardaad tegenwoordige behoeftan Terdwijnea, ook nieuwe geboren worden en wetenschappe-lijke en nijverheidsontdekkingen kunnen al de best genomen beshiiten wijzigen en zelfs totaal. Daarom, m een de César De Paope, bestaat er nog geen reden, om altijd al taetende voort te snkkalen en men moet weten wat men, eens dat men tofc de meesterschap ge-roepen is, te doen heeft. Tôt die meesterschap komt men hetzij op vredelieveinde, evolutionistische of omkee-rende wijze ofwel door de geweldige of rero-lutionaire methode, twee manieren die elkander niet uitsluiten, maar meestal elk-andor volle>d:igen. Onze vriend De Paepe nam al» uitgang-punt het tegenwoordig1 bestaande, al» open-bare dienst-en. Hij verwijdert daaruit deze diensteoi die eene nieuwe sociale inrichting onnoodig schijnt te zullen maken en hij zoekt de nieuwe dieositen, die zich als openbaar îullen opdringen. Onze geleerde partijgenoot zegde over het vraagpunt der openbare dieoeten in het al-gemeen : Inderdaad, het vraagafcuk der open-l)are diensten is een der gewichvigste en der uitgebreidste behoorende tôt de economische v/etenscoap ; het is grov> tendeels van de wijze waarop dez» kwesfcie ni opgekwt worden, dat de op lossing zal afhangea van het groot maatsehappelijk problema van osmo tijd, dat als volgt is samen te vatten : vrijmaking der werkers, afschaffin^ van het loonstelsel. Wat moet men verstaan door openbarea dienst, luidt nu de vraag. Wel, de openbare diens.t is in zijnen typi schen vorin dubbel openbaar: 1. Door de rechtstreeksche of onrecht-streeksche hulp van allen, dat hij wordt uitgevoerd. 2. Door dat hij rechtstreeksch of onreoht. streeksch nut afwerpt voor allen. Hij is dus openbaar door zijn onderw«rp ! zij die hem uitvoereu, en door zijn voor-werp : zjj voor wie hij uitgevoerd wordt. César De Paepe neemfc nu al de bestaan-de openbare dien a Den in overzicht. Men heeft om te begirtnen de veiîighcyl met hare drie onderverdeelingen _ als : de wetgeving, het gerecht en de policie. Hai* taak is of zou moeten zijn, het publiek te bescherrnen tegen geweld en bedrog an d.e naleving der kontrakten te doen eerbiedi-gen.Hedendaags nog, dient deze maclit om het proletariaat onder het juk van het kapita-lisme te houdotn. Maar deze toestand die maar voorloopig kan weien, spruit uit de scheiding der bevoiking ïn klassen en ztJ dan ook met de klassen zelve verdwqnen. Dan volgen de munt, de confcrool der ma-ten en gewicbtep en de Burgerlijken Stand. Onder de berv<sc-g®i«ei(î vao d^en laatst* vallen de geboorten, ae ituwelijken en de overlijdens, inaar ook de etatistieken eai de dienst der bevoiking, eux. Dan volgen de Openbare BytUxnd voorname taak het is de weezen, saeken, verlatene, krankzinnigen, gebrekkelijken on ouderliugen ter hulp te komen. Hst Opeubaas- Onderw^a, toomù dat dw kinderen, met de boekerijeo, à» mmetUBU, de wetanscliappelijke-, kunst- est nijvna»-heidsverz amelingen. De Openbare gezondheid met tœzicht vp de ongezonde nijverheden, de _ kerkhovea, drooginaking der moerasseai, dnnkbare w«» ters, enz. De vcrkeersmàddelen, banen, yaeronwe-gen, kanalen, tramways, ©ni. De Openbare toorken zooals: bcwMtk «m on der hou d der op*nb«re gebonwen oti sao» numenten, de waterdienrt, de Iraiïenleidinr gen, de fonteinen, de riolen, de verlir.htincu de gaz en elektriciteit. De dieaaten van Handei ais d» marktea, d» dokkeu, à» ma., enz. César De Pa«pe spreeJrt maar m H Toor-bijgaan over de openbare diensten, die nu bostaan, maar die liij geroepen acht om t» rerdwijncBi, at>oals: de-eoradiensteri. Vervol -gens ook het leger, omdat hij meent, dat d© oplossing van het sociaal vraagstuk den kl&Bsenstrijd en meteenen den rassenstrijd zal doen ophoudeaa. TerzelfderWjd liefe hij in den triomf van heit socialisme de verdwijning der bedelaai* gestichten en der gevangenhuizen, omdat i» eene samenleving waar de onwetendheid ®a de ellende zullen gebannen zijn, er gtme. misdadigers meer zullen zijn of z66 ?eld-zaam dat zij veeleor als zieken sullen moer/B behandeld worden. Hoe moeten al deae diensten ingerieht e» uitfrevosrd worden volgens onze oovattingt Dit zullen wij in een volgend artikel zien. W. V. F. H. MiliS If les trteî-Waata» es-fefrss^i Uit Duitsche brou. W es ielyk ge vechtsterrcin BEBUJN, 21 S aptember (Offioieei). fa-Front gen. reldm. kroonpriiw Rappr. iw Beieren : De onder de leiding Tan generaal Sixt von Arnim strijdende troepen van hsfc 4e leger hebben den eersten dag van den Rond den Oorlog saat Ssoizo-frasst (Slot) ( Zia ons numvicr van gis ter) Het idiote van den oorlog is niet het op-viammen van driftige hartetochien bij menschen en volkeren ; integendeel, het is de ûatuurlijkste zaak van de wereld, en het-zelfde duiveltje, dat den een , den ander in drift doet vernietigen, zorgt er tegelijker-tijd voor, dat d» een den ander in drift... verwekt ! Waar hebben we 't ook nog maar weer gelezen î: «De visschen vreten mekaar, en de vogels vreten mekaar, en de dieren van het veld vreten mekaar, en de mensch» . . gebruikt lepel en vork, maar ov» ri gen h Llijit het 't zelfde. Dat klopt- allemaal als een bus. Niets tegen to zeggen. Onze aan-,drift, onze strijdlust, onze hartstocht hou-den de balans van vornietigd leven en van nieuw verwekt leven behoorlijk in even-wient ; onder andere (zoe moeten we maar aannemen) door oorlogen. Dat menschen lûet^elkaar vechten, is dus, sedert Kaïns tijd, slechts mensehelijk. Kwestie van ge-vool. Jlaar het idiote begint daar waar menschen, zonder elkaar te zien, zonder el-kaar te kennen, zonder ooit van elkaar te hebben gehoord, en ook zonder elkaar als volk te haten, elkaar kalm om hais bren-gen door middel van vernuftig uitgedachte toestellen, ze mogen dan kanonnen heelen, of duikbooten, of bommen. Het idiote zit hem daar waar de drift niet meer is. Te Belgrado zag ik een Massengrab waarin, in een kuil. 3 taenschen begraven liggen: 4000 Ooiteiirijkers, 4000 Serviërs, die aan do schoone oevers van den Donau dood in el-kaars armen gevonden werden, voor het raeerendeel met de bajonet in de borst. Dat was razornij ; dat gevecht was wreed, af schuwelijk en al wat ge maar wilt ; maar : de menschen waren op dit oogenblik opge-wondon, ontoerekenbaar, driftig... «helden» enfin, zooals in de schoolboekjes staat.Maar als een hoogst verstandig man ergens in een boschje een kanon afschiet en aiduo in voi-komen gemoedsrust cen eind maakt aan het leven van menschen, op wie hij volstrekt niet boos is, en die behooren tôt een volk, dat hij «charmant» vindt — dan lijkt mij zoo'n verstandig man nog al idioot. De con-clusie hiervan is misschien, dat dp digen in den oorlog de idiolo;. Ajja. Plotg stonden we voor een «hol», zooals het daar genoemd werd. Men kan het zich niet beter voorstellen dan als een spôorweg-tunnelingang in een heuvel, en het was dan ook feitelijk een tunnel, want hij Itwam aan don anderen kant van den heuvel, waarop wij ons bevonden, weer uit, al was het dan ook slechts in den vorm van een g-leuf,waar-door mon... maar dat krijgen we straks. Uit dal «hol» trad ons een brigadecom-m and an t, de kolonel Guha, tegemoet. Hij was een reus, maar met het hart van een kind. Op zijn gezicht lag die mengeling van goedmoedigheid eenvoud en jovialiteit, die men zoo dikviijls ook bij zeekapiteins aarç-treft. En waarlijk, als men het hol binnen-trad, dan kon men zich met een beetje fantasia aan boord van een Oceaan-stoomer denken; een in de rotsen uitgehouwen «kaarten-kaiaer» en daarachter de (chut» van den captain met een tegen den wand ge-bouwdo couchette. Maar allos zoo primitief mogelijk: bed, tafcls, zitbank, ailes van wit hout. We troffen het, vertelde de kolonel, dat we niet een kwartier eer waren gekomen want "toen sloeg hier vlak bij den ingang een granaat in». Nt! zaten we veilig beschtit in het. hol, waar we een lichten maaltijd- nuttigden, be-sproeid a>et een glfls goeden landwijn, door de soldaten zelf achter het front gcteeld. Plotseling sprongen we op; een granaat was ingeslagcn op een honderd meter afstand van het hol, daar waar we zooeven, elkaar 'n beetje uitlachend, waren langa gekomen. Door de ontploffing was een vat petroleum dat daar ergens stond, in brand gevlogen en in minder dan geen tijd stegen de vlam-men en de rook hoog-op. Toen verder den tunnel in, die flauw verlicht werd door een hier en daar brand electrisch lampje. Langs de zij den lagen soldaten op rustbanken te slapen, sommige behoorend tôt de versche troepen, die 's nachts hun kameraden in de loopgraven souden vorvaûgen, andere *iek of gewond,' wachtend op de brancards, die hen zouden komen halen. Op een gegeven oogenblik stonden we aan het-eind van den tunnel, aan de tegenoverliggende helling van den heuvel, maar... een uitgang was er niet. In den uitersten wand was alleen een breedo gleuf uitgehouwen waar doorheen men het gansche berglandschap aan dien kant kon overzien zonder zelf gezien te worden. Hier stond dan ook de uitkijkposfc, die over eèn paar groole verrekijkers had te beschikken. De post was bezet door twee man, die beiden geregeld zouden worden afgelost, ware het niet dat een hunner al maanden-lang halsstarrig geweigerd had afgelost te worden. Hij wilde voortdurend bij zijn kij-kers blijven en had er vlak naast een hokje getimmerd, waarin hij 's nachts sliep en waar hij bij onraad gewekt werd. Hij was een zestigjarigc vrijwilliger, dij er uitzag als een veertigjarige, en werd door den kolonel «de Professor van de Her-mada» genoemd. En waarlijk hij zag er een beetje professoriaal uit: deftig, droog en goedig, en met een paar kwieke oogen in zijn hoofd. Hij ging trotsch op zijn waar-digheid. wat men zich best kan voorstellen, als men weet dat hij maar een kort telefoon-bericht ryver een Itaîiaansche troepenbewe- ging daar voor hem had af te geven aan een oostenrijkschc artillerie-stelling achter hem, — en «een sprookje van een kanon» spuwde voor koning en vaderland sijn doodelijke la-ding over s professors hoofd heetn uit or> de plek, door hem in zijn telefoonbericht geuoemd. — Op de Zondagschool leerden we als kinderen, dat het hoogste geluk in de wereld is om anderen gelukkig te maken; maar dat kan niet juist wesen, want deze goedige, sympathieke professor gevoelde zich volmaakt gelukkig telkens wanneer zijn telefoonbericht je ^en paar seconden later een raak schot tengevolge had, — en men mag toch met recht betwijfelen, of de «anderen» door zoo'n schot wel bijzonder gelukkig werden gemaakt. Door de gleuf konden we tusschen de hel-lingen van twee heuvels doorzien.Op de eene helling (links) lagen de Oostenrijkers, op de andere (rechts) de Italianen. Geen mensch te zien natuurlijk.' Elk hoofd, dat zich vertoond zou hebben, zou onmiddellijk doorschoten zijn geworden. Wel vielen de loopgraven duidelijk te onderkennen eu zelfs kon door de kiikers worden waarge-nomen, dat zich op een zandweg verderop enkele Italianen vertoonden en ergens in een scliuilplaats verdwenen. Het werd blijk-baar «niet de moeite waard» gevonden om er een granaat op af te geven. Zoo waren ook wij een uurtje geleden voor de Italianen blijkbaar «niet de moeite waard» gewekt.Daar zijn van die oogenblikken in ons leven waarop het zijn nut kan hebben dat we niet geteld worden... Toch «troffen» wij het in zoover, dat juist een «Oostenrijksch» schot werd afgegeven op een «Italiaanscke» schuilplaats waarin een paar honderd man vermoed werden. Een onteagilijke wolk van stof en steenen en ver-moedelijk armen en beenen (dat was niet te onderecheiden) steeg op. « Die-is rààkî » werd er gerapportseerd, waarme^f bedodd werd, dat er van die twee honderd menschen vermoedelijk geen vijf onder de schuilplaats hadden kunnen wegkruipen. «Die is raak», — en verder werd er ©ver het gérai niet gepraat. De professor glimlachte, gelukkig.Een genot was het, den kolonel over zijn mannen te hooren spreken. Daar was hij trotsch op. «Kranige kerels ! Niets is hua te veel. Als 't noodig is, getroosten ze zich ei-' ke ontbering, en er zijn op de wereld geen trouver kameraden.» Nu dien indruk heb ik ook gekregen, overal aan het front waar ik kwam. Bij allen, die ik sprat, trof onmiddellijk dat heerlijke gevoel van saam-hoorigheid, dat ons weer met de menschheid verzoent wanneer we er pas boos op zijn ge-weest. Nergens een zweem van verdierlij-king, zooals men dat elders wel eens denkt. Integendeel, de menschen waren voorko-mend en zin voor gezonden humor niet ver-loren. Dezelfde man, die nog pas een meer-dere heeft gesalueerd zoo soldatesk en met Schncid als een kalme Hollander zich nao-welijks kan voorstellen — menigeen van ons zou dat belachelijk vinden—, diezelfde man is vaak van een aandoenlijk teederheid voor 'n vermoeid of gewond kameraad. Het was al vrij laat, toen wij van onzen allerhartelijksten gastheer àfseheid namen. Het liep tegen donker en het transport,dat alleen bij nacht kan plaats hebben (overdag zou er te veel op geschoten worden), kon elk oogenblik beginnen en onze passage bomoci-lijken.Aan den voet van den heuvel kwamen we de eerste transportwagens al tegen. Zwij-gend liepen de mannen naast hunne in de vallende r chemermg langzacm voortstappen-de paardjes. Ze vervoerden prikkeldraad... Uit een boschje klonken de droevige tone» van een nachtegaal. Dat beest had gelijk. 33e |aar ■■ N. 265 & lenùiemen nummer ZoncSaji 23 Septtnter 1817

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dieses Dokument ist eine Ausgabe mit dem Titel Vooruit: socialistisch dagblad gehört zu der Kategorie Socialistische pers, veröffentlicht in Gent von 1884 bis 1978.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Zufügen an Sammlung

Ort

Zeiträume