Belgisch dagblad

213 0
close

Why do you want to report this item?

Remarks

Send
s.n. 1918, 10 April. Belgisch dagblad. Seen on 15 December 2019, on https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/en/pid/2v2c82567b/
Show text

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

fVOKMSDAG- 10 m mxs» :Wu abonnementen. Per 3 maanden voor Nederland { 2.50 franco per post. Losse auminers. Voor Nederland 5 cent, Toor Buitenland cent. Den Haag, Prinsegracht 126. ^Jelefoon Red. en Admin. 7433, BELGISCH DAGBLAD ADVEIITENTIEN. Van 1—B regels f 1.60; elke regel meer f 0.30; Reolamefl 1—5 regels f 2.50; elke regeï! meer f*0.50. London : Dixon House Lloydï i Avenue E C. Parijs: 7 Avenue d'An tin 7. j Werschijnend te 's-Graveniiage, eifken werkdag te 12 ure middag. BUREAUX OPEN VAN 9 TOT 12 URE EN VAN 2 TOT 4 URE. Luxemburg en België. Van een gezaghebbenden Luxemburger van het Groothertogd a, ontvingen wij het vol-Wde schrijvcn dat wij g^aag plaatsen, omdat net in het belang der vriendsehappelijke betrekkingen van Luxemburgers en Belgen is dat âe zooeen. Luxe tiburgsche kwestio worde besprokën'KOO bre'ed en zoo oprecht mogeiijk. ilijnheer de Redacteur, Zoudt u aan een Luxemburger, die gelooft beter op de hoogte te zijn van de politiek van zijn land dan uw Zwitsersche correspondent, willen veroorlovea de vergissingen te rectifieeren en ta antwoorden op de beschul-digingen die deze heer laatst in uw geacht blad "heeft gepubliceerd, ou der het opschrift „de Luxemburgsche kwestie". Doûr mijn antwoord op te nemen zoudt u eer.en dienst bewijzen aan uwe le:era, die er recht cp hebben onparfcijdig iugelicht te ivorden en aan mijn klein vaderland, dat meer dan coit verdient verdedigd te wordentegen onrechtvaardige aantijgingen. I. De correspondent begint met de Luxemburgsche staatslieden die elkaar sedert den inval in het Groothertogdom opgevolgd hebben, onder handen te^uemen. Volgens hem Éouden z.ij hun Vaderland en Europa verraden hebben door een politiek van „neutralité à tout prix" te voeren, Daar de bezetting van Luxemburg het ontheven heeft van al zijne yerplichtingen van neutraal land, zouden zij den plicht gehad hebben aan -Duitschland den àorlog te verklaren. Deze gedragalijn zou hun voorgeschrevo : zijn door de artikelen van de Luxemburgscho grondwet en hefcLuxemburg-tche strafwetboek. die betrekking hebben op het gérai dat het land in staat van ooriog ver-keert.Het zou mij gemakkelijk zijn te bewijzen dat deze theorie, even nieuw als verbazecd, juristisch onverdedigbaar is, dat n.l. de be-palingen die den grondslag ervan vormen, ver allen zijn en dat het recht van ooriog Voeren waardeloos is gemaakt door het Lon-âenseb.e tractaat van 1867, dat aan het Groothertogdom eene ongewapende en passieve Eeutraliteit oplegt. Ik ga niet graag tôt dit betoog over "omdat het de noodzakelijke be-perking van mijn antwoord verre zou over-fichrijden. Immers het is niet meer noodig die bewijsvoering te geven, omdat zij al gegeven is: In het meesterwerk over het staatsrecht door wijlen mr Eyschen dien de correspondent Mch gewaardigt „den beroemden Staatsman" te noemen. Er is trouwens nog eene andere, meer afdoende reden, die mij ervan ontheft in ïeehtskundige bespiegelingen tetreden.Om ooriog te verklaren, moet men ooriog kunnen voeren. Als men noch leger, noch «vesting, noch artillerie, noch munitie heef-t, wanneer men is Overgeleverd aan de genade van eenenvijand die zijne tenten in het hart van het land heeft opgeslagen, als men gekneveld en gevangen is, zou eene oorlogsverklaring meer dan eene daad van waanzinnige heldhaftigheid zijn, het mu eene zelfmoord beteekenen. Het zou aan &e Duitschers. die, niettegenstaande zij Luxemburg bezet hebben, veinzen zijne neutraliteit ïorgvuldig te eerbiedigen, een voorwendsel geven om over het Groot-Hertogdom aile ver-echrikkingen uit te storten die wij in België zagen en nog dagelijk? zien. De correspondent is de eenige, die niet begrijpt dat geene regeering die haar naam waardig is, de ver-antwoordelijkheid van zulk een waagstuk op zich zou durven nemen. Maar, had Luxemburg, waar het in ge-brc-ke bleef den ooriog te verklaren, tenminste niet de betrekkingen met den vijand kunnen verbreken? Ik zou dat toegeven, als het Groothertogdom een tegenvoeter van Duitsch-land was ot althans geene aanrakingspunten met Duitschland had. Maar hoo zou het de betrekkingen kunnen verbreken, die hem door het geweld opgelegd zijn, en de banden ver-Bchearen die het omwinden? Men zou even-goed kunnen zeggen dat do gevangene de betrekkingen met ziju cipier zou kunnen verbreken. In den toestand waarin het door de verdragen en door de bezetting verkeert, heeft Luxemburg slechts één middel om zijne rechten te handhaven, dat is: te protesteeren, nog-maals te protesteeren en wederom te protesteeren ! Het heeft dezen plicht niet verzuimd. Sedert den inval is zijn openbaar- en zijn privaat leven ciets a'nders dan eene onophoude-lijke en geweldige protestatie. Door den mond zijner vorstin, door dè stappen zijner regeering, door de stem van zijne afgevaardigden, door het orgaan van zijne fiers, door de houding Tan zijne bevolking proclameert Luxemburg bij voortduring de onverjaarbaarhi'd van zijne rechten en zijn onwankelbaar vertrouwen op eene gerechtigheid die de vergelding brengen zal.^ In plaats van verwijten verdient het lof, omdat het verstaan heeft, door zijn helder inzicht in de werkelijkheid, de noodzakelijk-heden van het oogenblik overeen te brengen met de eischen van de nationale eer. Ds voor-zichtigheid is de kracht der zwakken. Luxemburg is voorzichtig zonder van zijne waardig-he;;' afstand te doen. Dat schh'nt niet de meening te zijn van den correspondent. Ik zal geen tijd verspillen met te traohten hem te overtuigen. Het staat heiu vrij zich niet in de toestanden in te denken. Maar het is hem niet veroorloofd, de feiten te verdraaien en onwaarheden te debi-teeren. Dus houd ik hem tegen, waar hij, om te doen gelooven dat de Grroothertogelijke regeering met Duitschland één lijn trekt, met de grootate kalmte beweert, „d a t h a a r eenige v e r t e g o n woo rd i g e r in het ^ litenland in Bcriyn resideert". er !!:t op gc.. -,c!r, :r;;r._cor de Redacteur, dat ik op deze enormiteit ant-woordde, met slagvaardigheid en ironie hebt ge in een kantteekening gevraagd of Luxemburg geen zaakgelastigden te Parijs, te Brussel en in Den Haag* heeft. U hadt Bern hier nog kunnen aan toevoegen. Luxemburg is niet allcen in Duitschland^" maar ook in Frankrijk, België, Nederland en Zwitserland vertegen-woordigd.De gezantschappen in debeidelaatste landen zijn pas gedurende den ooriog, en wegens den ooriog, opgericht; de post te Parijs is verleden jaar vereterkt door de benoeming van een legatieraad ; en op hetzelfde oogenblik dat de correspondent zijn artikel schreef stelde de centrale comtmssio van de Luxem-burgsche Kamer voor, ook nog een zaakge-lastigde te den Havre te benoemen, zoodat Luxemburg zeer wairschijnlijk tweemaal in België vertegenwoordigd zal zijn, in het be-y.ette en in het vrije gebied, bij de feitelijke en bij de wottelijke regeering. Ziodaar hoe dit land, de vriend en de medeplichtige van Duitschland, zich, in het bewustzijn van zijn schuld, van de wereld afzondert en zich aan de blikken van buiten onttrekt. IL Maar de correspondent laat het hier niet bij. In zijne behoefte kritiek uit te oefenen, valt hij zelfs de Luxemburgers aan, die zich in vrijwillige ballingschap bevinden. Hij ver-wonderi zich over hunne onverschilligheid en bezweert ze hunne stem te verheffen ten einde een benadering tusschen hun land en België te bewerkstelligen. Als z jne bedoeling is een verklaring uit te lokken, ga ik erop in. Ik zal hem antwoorden uit naam van de vele uitgeweken Luxemburgers die ik ken en waar-van ik mij sterk maak de gedachten trouw weer te geven. Trouwens de gelegenheid is gunstig om eindelijk een eind te maken -aan het misverstand dat in de Belgiach Luxem-burgsche verhouding gekomen is en dat reeds eene verkoeling hecît doen ontstaan. Ik deel aan uv?e lezers niets nieuws mede als ik beweer dat Luxemburg, net zoo goed als, en nog meer dan België, aan een keer-punt van zijne geschiedenis is gekomen. Wat ook het resultaat van dezen ooriog mogezijn, het lot van het Groothertogdom zal een groote verandering ondergaan. Als het brute geweld zegeviert zal Luxemburg zioh aan de I wetten van den overwinnaar moeten onder-werpen en zal het het treurige voorrecht hebben onder den eenen of den anderen vorm het bolwerk van het Deutêchtum te worden. Als de zaak van het recht triumpheert zal het zich stellen onder de bescherming der verdragen die zijn bestaan erkennen en der be-ginsels die de Entente aangenomen heeft, het zal zelf zijn lot in handen nemen. Er is geen • twijfel of het zal zich dan uit den economischen greep van Duitschland losmaken, den Z o 11-verein opzeggen, het bestuur van zijne spoorwegen hernemen en aan zijn geheele bestaan een richting geven die meer overeen komstig is met zijne aspiraties. Kan het hot daarby laten, zich bepeiken tôt een likwi-datie van het verleden en zich dan afzonde-ren in een „splendid isolation?" Ik geloof het niet. Bevrijd van een onzijdigheid die even gevaarlijk is voor zichzelve als voor anderen, moet het zijne toekomstige veiligheid zoeken in een militair verbond; zijne economische behoeften zullen het, bij gebreke aan een Zollverein, noodzaken tôt het sluiten van een tolverbond, en als het inniger wil deel-nemen aan het internationaal leven, zijne onder-danen en zijne belangea in het buitenland krachtdadiger wil beschermen, dan moet het ziju toevlucht nemen tôt een diplomatisch verbond. Kortom de logica van zijne geschiedenis en het bewustzijn van zijne zwakte dwingen het zich door een ander land op sleeptouw te laten nemen. Daarom, toçn de inval in het Groothertogdom het „ Luxemburg-sche vraagstuk" weer te berde bracht, terwijl het congres van Londen gehoopt had dit vooi altijd van de baan te schuiven, wendden vek Luxemburgers, bezorgd voor de toekomst van hun vaderland, en verlangend het een steun te geven, hunne blikken naar België. Allen, met het hart zoowel als met het verstand vestigden hunne keus op dit land. Zij herin-nerden zich de eeuwenoude banden die hun kleine vaderland vereenigden met zijn groote-ren nabuur : de gelijke oorsprong, de gemeen-echappelijke geschiedenis, de overeenkomst in smaak en karakter, dezelfde be angen Zij hadden noch niet vergeten de gezamenlijke worsteling ondernomen tôt het veroveren der vrijheid, noch den tragischen tweestrijd van Nothomb, het aandoenlijke protest van Metz, -noch het offer van Gendebien, noch den dood van Beckaert. Zij wisten ook dat aan den anderen kant van de grens de bewoners van een twintigtal vlekken het Luxemburgsch spraken en dat zij, door den willekeur der groote mogendheden in 1839 van hupne broe-ders gescheiden, slechts het oogenblik af-wachtten om hun de hand te reiken. Het martelaarsschap van België dat Priim, in zijn open brief aan Erzberger, vereeuwigd heeft, maakte dit land nog dierbaarder voor hen. En als practische menschen, die wel weten dat in eene passende verbintenis, de materieele zijde niet dient veronachtzaamd te worden, maakten zij de overweging dat een verbintenis met België voor de bevolking van Luxemburg het leven goedkooper zou maken en vooi de ongeschonden industrie van het mijndistrikt een prachtig arbeidsveld zou openen. En ten slotte werd het hun ook duidelijk door onmiskenbare teekenen, dat dit verbond gewenscht en gewild was door de groote mogendheden, die de internationale orde - beschermen ; en zij waren verstandig genoeg om te erkecr.en dat een klein land^ dat zijn be staan te danken heeft aan den wil van Europa, aan dezen wil ook de noodige opofferingen versohuldigd is om niet alleen zijne persoon-lijke veiligheid, maar ook die van zijne loyale buren die de verdragen eerbiedigen, te ver-zekeren.O 1 zonder twijfel hebben zij er niet over gedacht van hun vaderland ean verloren hoekje van Belgisch Luxemburg en van hunne hootd-stad eene doode provincieplaata te maken. Vijf en zeventig jaren van onafhankelijkheid, gepaard aan een tijdperk van ongekenden bloei, laten zich niet door een pennestreep uitwisschen. Sinds de Belgische revolutie heeft de Luxemburgsche kwestie een ander aanzien gekregen. Op deBelgiscliegeschiedenis van het Groothertogdom (1-) is de „Luxem-burgsche geschiedenis" gevolgd.^ De over-levenden van 1839 hebben reeds lang hnnne verwachtingen en hunne grieven mee in het graf genomen, nieuwe geslachten zijn groot geworden, „on,der de vrijbeidszon" en dat, wat voor hunne voorvadoren een voortdurend hartzeer was, is nog slechts voor hen eene droevige herinnering. III. Gelegen op het kraispunt van de Latijnsche civilisatie en de Germaansche „Kultur", af-hankelijk, intellectueel van Frankrijk, en economisch vaa Duitschland, beheerd detor eene wetgeving, ontleend aan de drie omlig-gende landen, een dialect sprekend dat zijn eigen is, en eene groote politieke vrijheid genietend, heeft Luxemburg in den loop van de tweede helft der 19e eeuw zijn particularisme, waardoor het zich ten allen tijde heeft onderscheiden, en wa rdoor het reeds onder de Belgische provinciën eene afzonder-lijke plaats ingenomen had, nog versferkt. De heterogene elementen die tôt het vormen van zijn nationaal karakter niedewerkten, versmolten langzamerhand tôt een homogeen en harmonieus geheel. Het werd een land van gemengde civilisatie, (Mischkultur) en schiep zich eene nieuwe ziel, „de Luxemburgsche ziel". En wat er den doorslag aan gaf er eene afzonderlijke natie van te maken, is het feit, dat het zich zelf bewust weri. Zijne di'cht.ers en zijne staatslieden roemdenom ter . meest de aantrekkelijkheden van het vaderland en den weldadigen invlosd der vrijtteid. Het volk, geheel ain zijnen geboortegrond en zijne instellingen, drukte zijne antipithieën uit in het kraehtige gezegde „ Wij willen ja geen Pruisen zijn!" en zijnen voorkeur in het niet rainder beteekenisvolio refre.n van zijn voikslied: „Wij willen bL'Vèn wat wij zijn." De welbekende schr j ver van de geschiedenis van het Groothertogdom Luxemburg, wiens naam eene geheele traditie van vurige en ver-lichto Belgische burgertrouw beteekent, heeft dan ook zelf moeten toegeven dat de veran-derde omstanaigheden den Luxemburger eene onrechte en diepe zelfstandige vaderlancis-lielde heeft gegeven. Hoe zou het anders kunnen ? Het ongeluk doet het verlorene be-treuren en het geluk doet het vergeten. On-derworpen en ongelukkig, zou Luxemburg het verloren vaderland beweend en de on-rechtvaardigheid van zijn lot verwenscht hebben. Vrij "n gelukkig, verlangt het niets anders dan zich zelt te blijven en zijn eigen leven te leven. Moet men er dan van afzien h -t heden met het verleden te verzoenen? Zou er dan geen middel bestaan, de gebroken banden der tiaditie weer aarceen te knoopen, zonder afbreuk te doen aan der verworven rechten van Luxemburg ? Zou het onmogelijk zijn zulk eene verb'nding te vinden, die, terw.-l zij de persoonlijkheid van het Belgische en Luxemburgsche volk eerbiedigt, beide landen niet e-min in staat stelt elkander aan te vullen en tôt steun te zijn in voor- en tegenspoed? Dat was het wat de Luxemburgsche vrien-den van België zich afvroegen : zij dachten dat het vraagstuk niet onoplosbaar was en dat een vrijwillig gesloten verdrag de vroegere rechten van België met de tegenwoordige rechten van Luxemburg in overeenstemming zou kunnen brengen door den grondslag te leggen van eene nauwe en duur/.ame samen-werking tusschen de beide landen. - Waarom hebben zij hunne uitgestoken hand teruggetrokken ? "Waarom verstierf die aan-moedigende glimlach hun op de lippen ? Omdat er Belgen waren, die, gedreven door God weet welken geest van roekeloosheid dwajing, de oplossing van de Luxemburgsche kwestie ?;ochtten, niet in de uiting van den vrijen wil der volken doch in het gebruik maken van geweld en in het recht der wapenen. De vrije medewerking van een vrij Luxemburg was hun niet voldoende, zij vroegen de gedwongen onderwerping van een bedwongen Luxemburg. Om de gewel-dadige annexatie van Luxemburg te recht-vaardigen lieten zij geen middel onbeproefd. Zij pochten op de rechten van België, van de rechten van Luxemburg gewaagden zij niet. Zy riepen de groote figuren der Belgische revolutie ter hulp, en onder voorwendsel, den wil der Luxemburgers van 1830 te doen eerbiedigen, maakten zij zich gereed den wil der Luxemburgers van heden te verkrachten. In den naam der dooden wilden zij de levenden annexeeren. Waar de argumenten te kort schoten namen zij hunne toevlucht tôt kunstgrepen en rethorische figuren. Luxemburg werd een tweede Elzas, België een tweede Frankrijk. Men zou gezegd hebben dat het ging om een land te beyrijden dat onder een vreemdjuk zuchtte en dat zich vyf en zeventig jaar lang uitputte door vergeefsche pogingen om in den schoot van België terug te keer«fn. En alsof het nog niet voldoende was met deze buitensporigheden voegden zij er nog den smaad bij : zij betwistten den zonen van het kleine Luxemburg het recht tôt vader- Legerberichten der Entente. Belangrijke verklaringen vanLloydGeorge Dienstplicht in lerland en home rule- — Versterking van he^ Britsche leger- — De Keîzer van Oostenrijk erkende Frankrijk's recht op Elzas-Lotharingen. — De Duitschers nemen een Franschen saillant bij Coucy aan de Oise. Hevige strijd aan het La Basséekanaal. ' - IIE TÛESTAfâD De slag in Frankrijk blijkt tneier en meer oe'rt nieuw Verdun te wezen. Daarom moeten wij niet te veel acht giov©n aan het heen en weer golven van de vijande-lijke leger s. Het zou een wonder bo-ven wonder geweest zijn indien de schok van een massa van meer daat 600-000—700-000 niet de Bngelsche Lij»n had doem deinzen. Dit waa onverniiijdelijk. De daarop govolg-de golvingen zijsi het eveneens. De geal-lieerden waren ook niet overwinnaar toom zij in de Somme of in Vlaanderon kilo m»- : ters ©n kilomsters terre-in wooinen. Ileelt men ook geene kilometcas verloren na den slag bij Oharle-roi, aan dem • Yser en te Verdun ? En niettemin heeft 1 men de Màraïe gehad. Aan dien Yser heeft men stand gahouden en fond Verdun werdem de Duitschers opnieuw ach-teruit gedreven. De slag in Picardie ie ean, nieuwx Verdun. De l' ranschen zeggen dan ook : ,,On tier&lra. Ils ne passeront pas." Het is niet voldoende de bai-baron tegen, te houden. Men moet zfi verslaan. De hulp der Amerikanen is daarvoor noodig-. En de Amerikanen zullen wel haasfcigor zijn om den Oceaan over te stekea. Zij moeten oins duizenden vliegtuigien sturen ^aannede de goalleerdcn in Wuitschlan'd dringen om er den schrik te doen gevoelen, wat ooriog in ei?en land is. Waarom zouden Karlsruhe, Stuttgart, Beieren en Hamburg niet met luchtbommen besproeid wo-rdea? Waarom richt inen geene methodische raid's naar Essen/en om-trek in ? Waar» m bezo.ekt de Engielsche vloot CUxhaven en Willernshaven niet ? WaaroîH geene landing in Oost-Fries-l.i rjd Y Het Dt'ilsche' rijk zoa aldus oip tw^e fronjen tegelijk mjDietm strijlden ea de l>oimj-menregen in liet bânnst^aod' zou de dik-ke schedeJs der Teutonen ' trexffen. Is er niets in die richting .te! doen? Aan het WesleJijk front zijn er slechts lokale acties tusschen La Bassée en Ar-mentiers, waar d© PorLugeezen een deuk kregen, verras t zoaals zij1 waren door dem nevel diei de Dtiitscbers oak den 21 Maarfc bevoordoeligde. , Het is echter niet erg. De Duitschers tasten overal roend om naar Amiens o>p te rukken. Het is mogelijk dat zij djie) stad bereiken, die zij in 1914 hebben ! bezet zooiais zij morgen ook in Reimis kunnen wezen, het Ypar van Frato^rijik. landsliefde, alsof de vaderlandsliefde wordt afgemeten naar de grootte van het land of naar het aantal inwoners. De campagne der annexionisten veroorzaakte in het Groothertogdom eene levendige'ont-stemming. Zij deed de vrienden van Belgijj ontstellen en schreef hun de eenige gedrags-lijn voor, die vereenigbaar met hunne waar-digheid van Luxemburgers was, n.l. het stil-zwijgen. Z'j zouden gedacht hebben hun vader-iasd te verraden, wanneer zij, door de redenen uiteen te zetten, die ten gunste van eene Belgisch-Luxemburgsche toenadering pleitten, aan de an: exionisten argumenten voor hunne campagne zou geleverd hebben en hunne actie vergemakkelijkt hebben. Zij zvvegen dus, allen met tegenzin, sommigen met den dood in het hart. De coriespondent beweert nu, dat België er niet aan denkt gewe d te gebruiken en veroveringen te maken. Ik weet niet oF hij bevoegd is in naam van België te spreken, maar ik kan niet ontkennen dat de tegenwoordige toestand van de Belgische openbare opinie zijne bewering schijnt te rechtvaardigen. De geruststellende symptomen vermeerderen zich ten allen kante. De kreten der annexionisten zijn veratomd; zij, die ze slaakten, zijn achter de schermen verdwenen, en de mare gaat, dat hunne regeering ze verloochend heeft. Eminente Belgische staatslieden hebben hunne meening uitgesproken over de Luxemburgséhe kwestie. Van de Velde heeft in Petrograaen in Stockholm eene redevoering gehouden over den toestand van België eu voor zooverre men de betrekking van zijne woorden kan nagaan uit de verwarde berichten van de verschillende telegraaf-agentschappen, zou hij den wensch uitgesproken hebben „dat de Luxemburgers vry blijven om uit eigen beweging tôt hunne gewezen broeders terug te keeren. „In eenen brief aan de „Nederlander'' van d.d. 8 Octo ber 1.1. verdedigt Jules Destrée zich krachtig tegen het verwijt annexionist te zijn en ver-klaart zich tegen iedere geweldadige oplossing van de bestaande moeilijkheden. Hij heeft de aanstaande publicatie van eene brochure over de Luxemburgsche kwestie àangekondigd en het zou mij verwonderen als zijne conclusies niet in aile opzichten overeen-kwamen met die van zijnen politieken vriend. Aan de verklaringen van die gezaghebbende pereonen zou ik de nederige getuigenis van zijne eigene ervaring kunnen toevoegen. In de Jaatste drie iaren heh ik de Luxemburg- Ein Reinus hebifen. zjji ook reeds gehadU maar daardoor zou n,og geen b'e-slissii'n§ behaald zijn. ; iWat heblben de Duitschers nu g©won, nen dooir de riddsa'Hjke burcht van Coiucyjl in de lucht te dote.ri springeji. ,Wat brengt hu,n de besohietiiing v^in de kathedraaf via» Reims op-? Niets dan de vloek d^W beschaving. De geallieerdelix moeteto, tijd winnen. Dit blijkt uit de taktiek en Ide stralegie vaar Fochi3 WÏj weten dat het jaar 1918 voor Du itsch^ aaid besli.iscnd is, daar het eten meer caji' Xiiàer ontbreekt en dt» Amerikanen vast be^ dote'n zijin geen gi'aainjkorrol via. Holhnd eu] ;e latevn bin.nenvoeren. | Als Jason die met zijn argonanten het Gul-1 len vlies ging zoAon, zoeken Id© Duitschorâ aaai' graaû in Oekraine. Dut graan is er ^'oaj schaarsch als een eerlijk main, die 'zijn wooiiil Sn zi)tie verbinteaissiein houdt. liet geval Czernin—iClemeinoeau bieiwijst j :<ok hoe onbotrouwbaar de Oostenrijker§ Kijtt.l De Duitschers; moeten slellig niet ho.og ap*3 ioopen met de Ioyauteit van Idja Keizerlijkaîl regeering van den Donau.'Heeft Keizer Ka-1 i"al een jSar geled^n niet Franlorijk's rech'j :en op Elzas-Lotharingen erkend? Heeft Keùi serja Zita niet gepoqgd eein vreide te sIum en met de geallieerden en Beieren én BuM jarije van Duitschland af te (trek'ken. Jami-] mer dat zij niet geslaaigld! heeft en! dat ee&i iUiliajansche porsooinlijkheid het plan heeîfcj ioen mislukfcen. In aile geval heeft de jongal Heiaer van Oostenrijk met de Keizerin 3uî>-; bel spel ges^eeld. (Gerleeitelijk niet gecomgeerd.) Het. offensief aan het Westelijk front Het Fransche legerbericKt, PAKIJ6, 9 April. Olfiaieel aviondbe^ richt : Benooirden Montdidier heeft liet*"; Duitsche geschut, door dat der Franschen verwoed beantwoord, op veracheiden puaç. ten de stellingen der laatste in de fctreek van Hangiard-en-fcS&nkerro giebombardeerdvi Het vuur der Franschen belette een Duit-' schen aanval, los te breken. j De Franschen verijdelden een aanvaltu. poging des vijands ten W. van NoyoH li In den sector van Biermont op den linW; keroever van de Oise tusschenpoozendel geschulstrijd. De Fransiche batterijen beapreken vyau»; delijke troepenafi^oopingcti) bij Couoy-lo.i Ohateau en joegen die uiteen. Vervolg pagina 2. l 4 sche kwestie met talrijke Belgen besproken, die officieele, officieuse of particulière ver-tegenwoordigers van hun land zijn en ik moet vaststellen dat, op enkele uitzonderingen na, allen zonder onderscheid van partij of opinie,' ten strengste het annexionistische gedrijf af- j keurden en hunne onbaatzuchtige sympathia, voor mijn klein land betuigden. En daar ik] nu . toch eenmaal bezig ben confidenties te! doen veroorloof ik mij openhartig mijne over. tuiging te doen kennen." Ik geloof niet aaaî het Belgisch gevaar. Ik heb er mij altijd i van onthouden de rumoerige minderheid der' annexionisten te verwarren met de overgroote; en bezadigde meerderheid van het Belgische volk. Ik heb er nooit aan gedacht, dat een land5 dat het slachtofier van „het vodje papier" ia' geworden, deze theorie zou toepassen op een' buurman, even loyaal doch zwakker dan hij.1 Ik weiger aan te nemen, dat de loyale regeering van den 3den Augustus 1914 een aanslag beraamt, waartegen al hare beginse-len en haar verleden zouden protesteeren. En ik kan mij niet inbeelden dat de Entente, dô natuuriijke en erkende beschermster der kleine volkeren, de onderdrukking bekrachtigen of: toelaten zou van dat volk, dat het meest die bescherming noodig heeft, omdat het het kleinste is. Neen, ik geloof niet aan het Belgisch gevaar. Maar andere Luxemburgers, die sceptischer zijn, of minder goed ingelichfc, deelen mijne overtuiging niet. Verontrust doof een even opzienbarende als onreehtvaardiga eischen, aarzelen zij en houden zich gereser-veerd. Dat nu is het misverstand waarvaç hierboven is gewaagd. Ik kan er mee vol< staan de aandacht erop te hebben gevestigd Aan anderen de taak het uit den weg te rui< men. Zij moeten weten dat van hunne houding grootendeels de oplossing van het Luxemburgi sche vraagstuk afhangt. En zij moeten er goed van bewust zijri, dat zij, op den dag dat ziï het wantrouwen zullen doen zwijgen en d» rancune ontwapenen, zy den weg zullen ge< opend hebben voor eene regeling die, de be<. langen van Luxemburg, België en Europa in overeenstemming brengen zal: de vereenk ging van het Luxemburgsche en het Belgische volk door ïteoht en1 V r ij h e i d. Mr. G. Ziegier de Ziegleck. 1) Titel van een werk van Pierre Nothomb.A 2) Passage uit een Luxemburgsch Voikslied^ f

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
This item is a publication of the title Belgisch dagblad belonging to the category Oorlogspers, published in 's-Gravenhage from 1915 to 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Add to collection

Location

Subjects

Periods