De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad

1002 0
close

Why do you want to report this item?

Remarks

Send
s.n. 1915, 26 April. De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad. Seen on 25 October 2021, on https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/en/pid/hh6c24rs6c/
Show text

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

gefste Jaargang g rv. ao Maanciag Aprii 1915 S Cents DE VLAAMSCHE STEM 4LGEMBEN BELGISCH DAOBLÂD I Een volk zal ni et vergaan! Eendracht maakî machtl REDACTIEBUKEEL a PALEISSTRAAT 31, AMSTERDAM. — TELEFOON No. 9922 Noord. De Vlaamsche Stem verschljnt te Amsterdam elken dag des morgens op vier bladzijden. Abonnementsprys by vooruitbetaling : _ Voor Holland en België per jaar / 12.50 — per kwartaal /tf.50 — per maand / l.VdO. Vocr "Kngeland 'en Frankrijk Frs. 27.50 per jaar — Frs. 7,50 per kwartaal — Frs. 2.75 per maand. Hootdopsteller s Mr. ALBERIK DESWARTE Opstelraad : CYRIEL BUYS3E — RENE DE CLERCQ — ANDRE DE RIDDER Voor ABONNEMENTEN wende men zich. tôt de Administratie van het bîad : PALEISSTRAAT 31, AMSTERDAM. Voor AANKONDIGINGEN wende men zich toi de Administratie van de VLAAMSCHE STEM, Paloisstraat 31, Amsterdam. A DVERTENTIES : 20 Cents per regel. korte INIÎOUD. le B1 a dz ij d e.: Toekomstplanneu — Léo Mcert. Oorlogsepisoden XVII. Kleine Krdniek. Belgisclie Vliegeniers III — G. Raal. De Koning — 'H. Veuskens. 2 o B 1 a d z i. j <1 e : " Uit het Vaderland. Wie het redit zou môeten hebben oorlog t( verklaren — L. Ve Smet. Minister Treub — E. TiUeman. Toen en Thans.. De Mezenzanger (4) — lictor de Meycrc. Bladaij de: Ateemeen Overziclit. _ . Brieven uit Engeland — Firmin T an llecice Hcckc. Tele^rammen en Bericliten. . Toonccl — André de liidder. 4o Bladzij d e: Op ^acht — Joh. Demaeght. Uit de kainpen. Voor onze gewonden. Boekbeoordeeling. Belgisclie Verniisten. Brief van een Flamingant aan net front. Tcekomstplannen. Eene der grootst© natuurwetten ligt in dgt eene woord: ,,Strijd". En niets ter wereld kan zich daaraan onttrekken. Uit den zwaren kamp dien het thans voert, wordt ons Vaderland herboren. De gedacliten zullen grootscher en de gebaren breeder zijn, de menschen verdraagzamer en liet al^emeen streven meer intens nationaal. Het° vuur schaadt, doch het zuivert tcvens. Toch zal daarom de innerlijke stnjd met ophouden te bestaan. Na den vrede zal Heer X., net zoo, goed als voor den oorlog, zeggen: ,.Waarom ,,Hij" en ,,1k" niet?" en-" Heer'Y. van .zijn standpunt zal bewe-ren: „Ik" liet zoo goed als ,,Hi.j ! En daar-mee is de strijd opnieuw aan den gang. Er zullen Franschgezinden en er zullen Ylaamschgezinden zijn, en politieke partijen als vroeger. Toch zal de V laamsche Bewe-ging er heel wat beter voorstaan dan voor den oorlog. Het leven in 't verleden is uit. Hoo fier de Vlaming ook zal blijven op vroeger groot-heid en dapperheid, toch zal zijn blik en zijn gebaar steeds wijzen op het groote ge-beuren dat thans bezegelt al wat hij in over-tuigde trouw zoo menigmaal beloofde. De Vlaamschgezinde is Vlaanisch en Nationaal, is bij uitstek Nationaal door zijn Vlaamsch voelen. Dat nooit haat den Vlaamschgezinde dreef, begreep onze Koning toen Hij, in nitersten nood den Vlaming opriep en hem de ziel raakte daar waar Nationale trots zuiver en oprecht woonde — 11 Juli 1902 — dat was de too-verstaf in 's Vorsten handen, die met een slag de keure der Vlaamsche Beweging be-zegelde.Na in het verleden het hoogste te hebben bereikt, verviel ons volk, onder dwang en miskenning, in een diepen slaap. Twee eeuwen, langer nog, liet het zich trappe n en miskennen. Wanneer het eindelijk uit dien zwaren slaap ontwaakte, voelde het zich zoo loom en zwaar en vervreemd op eigen bodem! En hoe traag was het herstel ! Uit-verkorenen verheugden zich in dat ontwa-ken en offerden het beste van hun voelen aan dat nog zoo ongevoelerige, nog slaap-dronken Vlaamsche lichaam. Wat kon clie zor? baten daar waar valsche vrienden zich beijverden om dat nog wezenlooze ding te tooien met vreemdcn praal 1 Wat zou het zich tegen vervreemding verzetten daar waar die valsche zorg zijn loomheid in de hand werkte? Maar steeds meer uitverkorenen j stonden op en elk hadden zij hun plaatsje in de ziel van het lichaam ,,Vlaanderen"' en 2îj werden legio en predikten hun geloof weldra voor groote scharen. Elk Vlaamschgezinde was een zenuw van j net scliijndoode lichaam ; doch hoeveel zenu-Aven waren er nog die onverschillig bleven, en helaas er waren er zelfs menige die tegen-werkten. • Met een slag deed de Koninklijke hand de onverschillig gebleven zenuwen trillen. ; ^at zullen de enkele. verdwaalde zenuw-Jes — <iie spijt ailes nog tegenwerken willen • veriaocren tegen den wil eetier massa? Het yiaamsche Volk strijdt als één man |oor zij ne onafhankelijkheid. De vader en [ y1(ier dier massa is de Koning. De Koning | die leeft en sterft met de vechtende en ziel-I ogende soldaten. De Koning die ziet en k tr6 ■' nie!1 eig€n oogen en eigen hart. De I , oning die, vader geworden van zij ne hel-ensekare, de zuivere Vlaamsche volksziel [ ?nonJwJ>n<lon, in al liaar eenvoud, ver-nochtheid en goedheid kan doorpeilen. & 6 was 6611 vrij land. Doch laten wij I lia? °°Senblik veronderstellen dat België een I 9rliVe •^6UW g^ieden onder Duitsche heer-[ dp ^ &evaH.en ware, en dat thans, in I vrin?• 7^re.^00r^°R ons volk vecht om zijn ^ 7,cr! Aïk ^eroveren- Uit verre ballingschap l ^ recbthebbende op België's S aan w ï kroon, gekomen zijn om zich I stellprf van de,vechtende scharen te l cren.PAc(. ^euden Zij ne eerste woorden t onafba t i]\: Âan aile Belgen de I Walen en Vlamin- I Bii i, .. En, nobel als t ou Hij zijn woord gestand houden. De verzuchtingen van het Vlaamsche volk zijn onzen vorst genoegzaam bekend. Zonder voorwaarden te bedingen, zonder beloften af te dwingen voor de toekoçist, is ons volk naar de grens den overweldiger heldhaftig tegen het logge lijf geloopen. Ik kan me niet voorstellen, dat ,,Albert de Rechtvaar-dige" na deze beproeving Zijn Vlaamsche volk niet het algelieele recht zal brengen met grootsch gebaar en edelen ziele-adel. LEO MEERT. ■ i Oorlogsepisoden. XVII □e Oude. Ze is taclitig jaar oud, ze leeft maar half meer, ruine van vroeger schoone vrouw. Maar dat ze dé dood nabij isf wil ze niet bekennen. Met den angst van een jong meis-je die nieuws van liaar minnaar verwacht, dewelke aan het front vscht, verbreidt 7te de oorlogsmaren. Zoo gaarne zou ze liaar dorp en hare krooht ontvluohten, om tocli . maar eens iets van den oorlog te zien, vàn nabij, deel te kunnen nemen in den strijd. Treinen met soldaten stoomen v/el het station voorbij, maar nooit houdt er een stil. IdEet vizioen der kepis, der blauwe jassen, der geweren en der bajonetten blik-semt voorbij, heel ver van haar, onwerke-lijk als in een droom. Nog nooit heeffc ze een kanonschot gelioord, nooit een vlieg-machien in deii liemel aanstaatd. Ze wacht met ongeduld, gekweld door eene niet te stillen nieuwsgierigheid, een soort wrok | voor zichzelf, omdat ze rustig in liaar kamerken zit en haar brood breekt en haar water drinkt, t-arwijl de jongens vechten... ' En dan gebeurde 't op een avond. Een trein met gekwetsten hàd een gedwongen oponthoud. In 't donker station liepen de brancardiers met lantaarns ^ond. D© statie-clief kwain hiigend buiten en toeterde met zijn hoorn de dorpelingen wakker. Een paar verwonderde hoofden keken door de vensters en lioorden het geroep van den ehef, die helpers vroeg. Na tien minuten, was de heele bevol-king te been. Aan de stahie, drong de oude, met hare knokige ellebo-gen, tôt op de eerste rij. Lijdend, met krampachtige aangezichten, maar die toch glimlachend waren, schokten de licht-ge-kweteten uit den trein, steunend met hunne bevende armeu op den arm der mannen, leunend met hun wankelend lichaam tegen de schouders der vrouwen. Allen wilden ze een gokwetste hebben, om hem in hunne arme maar liefdevolle huizen te herbergen... Daar zag de oude een lieel langen, lompen jongen aanstrompelen, met loomen gang. Hij was zeer jong nog: geen dertig jaar wel-licht, maar een ruige baard bevuilde zijn warigen. Zijn ongewasschen gelaat leek heel vermoeid. Een beetje droef keken zijne oogen, toen ze in de hare blikten... Z& overdacht niet dat ze arm was, dat ze nauwclijks voor haar eigen mond voedsel had. Ze zag allecnlijk den soldaat, den jongen die voor het land had gestreden, die had medegevochten tegen den Pruis, die heel de glorie van den oorlog droeg... Hij lachte toen hij de magere oude zag naderkomen. ,,Je moogt op me leunen", zei ze, en hij knikte: ,,Dank "u, Madam..." Den gewonden scliouder bekeek zo met groote oogen van liefde... En' ze verzorgde hem weken lang. Toen zijn wonde gesloten was. drukte hij den wensch uit opnieuw naar het front te gaan. Maar ze liet hem niet vertrekken ; hij mocht haar niet verlaten vooraleer heele-maal genezen en weer gezond en sterk te zijn. Ze ging heelder dagen uit werken, om geld te winnen; ze bedelde bij de rij-kere buren ei<\ren en vleesch voor haren gewonde. Wanneer ze 's avonds naast hem zat, en hij vertelde van ziju vrouw en van zijne kinderen, waar hij geen nieuws van had, weende ze. Ze vertroetelde hem alsof het haar eigen zoon was... Eindelijk moest hij weg, kon ze hem niet langer weerhouden. Ze deed hem uitgelei-.de. Ze huilde als een bezetene toen de trein wegstooinde. Ze wuifde hem lang met haren zakdoek nà... Hij schreef haar brieven, die hij begon met 't zoete woord „mama". Ze wroette voort, zooveel ze kon, en zond hem geld, op-dat hij aan het front tabak en lekkernij zou koopen. Ze ging elken avond luisteren naar de voorlezing van het dagblad, door den koster. Ze volgde hem in haar geest, door heel liet geweld van den veldiockt., Aan hare kennissen vertelde ze dat hij te Schoorbakkeh was, of te Passehendaele of te Vladsloo, eu hij was de held van al hare verhalen, de leider van den slag... Op zekeren dag la6 de.koster in de lijsfc : der gesneuvelden den naam van haar ge- j wonde. Fierheid en wanhoop joegen door , haar arm, oud hoofdeken héén. Ze lachte, J toen men haar gelukwenschte, en weende i toen een buurvrouw den sukkeleer be-klaagde... • Dien naclit stierf ze. Haar leven had geen liefde méér, haar hart geen drocrD, Yoor liaar was de oorlog uit; Kleine Kroniek. Oude oorlogs-prijzen en wetten, Men belioeft zich waarlijk niet te verbee den, dat het duurder worden van leven* middelen en de prijsstijging van verschi lende- eerste levensbehoeften, een verscliijr sel is, dat slechts met dèzen geweldige economischen oorlog in verband staat. Bijn elke oorlog bracht zulke consequenties me zich mee. Zelfs van duizenden ;aren geleden heef men herinneringen kunnen vastlegge: aan sommige oorlogsprijzen. Omtrent Ba bylon in tijcl van oorlog zijn opschriften ge vonden van de hand van den heersche Singaschid van Oeroek uit het jaar 222 voor Chr., waaruit valt af te leiden, da hij maximumprijzen heeft vastgesteli voor koren, olie, wol en koper; bij voor beeld moesten voor een ,,Schekel" zilver ter waarde van ongeveer 90 cent, 12 pon< wol of koper, of 3 „gujr", dat is ongevee 40 pond koren gegeven worden. Een .andere beroemde wetgever uit nie veel Iater tijd, Hammoerabi, regeerend van 2023—2081 v. Chr., voerde een soor vap oorlogswetgeving in. In het jaar 190 werd een groote verzameling wetten uit ziji tijd gevonden en ontcijferd; en hiermed' lé^de men feitelijk de hand op de oudst' militaire wettèn en militaire verzorgings voorschriften. Daaruit blijkt, dat deze koning Hammoe rabi een staand leger onderhield; op di weerbare mannen rustte de ' verplichting dienst te nemen in het leger, en wie zic] daaraan on.ttrok, door bijvoorbeeld bij he oproepen van den Landstorm een plaatsver vanger te zenden, die werd met den dooe gestraft. De soldaten ontvingen in ruil voor hui militaire diensten van den-koning een st-uï land en ook vee; een en ander ging op d( kinderen over, maar de zoons waren ook we derom verplieht in het leger des koning dienst te nemen. Overigens golden voor dez< landschenkingen aan soldaten in liocfdzaal dezelfde bepalingen. die men lia ter ook ir het oude Egypte en Rome terug vindt. Uit de zeer oude gegevens blijkt ook nog hoe het stonc! met de geneeskundige verzor ging van de legers uit dien tijd. Van ui een modem sanitair oogpunt gezien wa hierop nog al wat aan te merken ! Zeker er waren reeds toentertijd militaire artsen Maar hoe!!.. Indien hun een opératie ge lukte, dan kregen zij een flinke vergoeding maar mislukte de behandeling van eer zieken of gewonden krijgsman, dan wercler den arts de handen afgehouwen. RussJsche oorlogs-strik. Als curiosuni zij vermeld dat van de liant van den Russischen sclirijver Andrejev verscheen een dramatische schets, die voo: liet Moskau'sclie tooneel werd bewerkt ei daar onlangs tôt opvoering kwam. Natuur lijk is het een stuk van sterk chauvinisti schen tçndenz. De titel ervan luidt, al: tooneelwerlc: ,,De Koning, de Wet en d< Vrijheid". Twee lioofd}>ersonen ^ijn de Koning vai België eii de Belgisch-Fransche sohrijve-Maeterlinck; de laatste raakt gewond ir een gevecht, en het is de koning, die ziel tôt den schrijver wendt met de bede on raad, of hij de sluizen om Antwerpen za openen, of niet. In het stuk, dat meer symboliek dai realistisch bedoeld is, komen nog ander< personen uit den tegenwoordigen tijd voor o.m. de bekende Belgisclie sociaal-democra tische afgevaardigde Van de Velde. Blijkbaar heeft men hier te doen met eer allegaartje, gesclireven onder den indrul | van de oorlogs-gebeurtenissen uit de eerst< maanden van den Europeeschen krijg. Er dat het als tooneelstuk dus het karakte] kreeg van .maa-kwerk, blijkt wel duidelijl; uit een bespreking van een der Moskau'sclie bladen, de ,,Golos Moskwy", dat verzach tend schrijft: ,.Het geheel draagt het ken merk van snel aan elkaar te zijn genaaid een door dichterlijke verbeeldingakracht ge inspireerd drama kan men er onmogelijk il herkennen,,. De Pas. Een boertje komt schuchter op de pascen traie te Antwerpen vragen om een pas voo de provincie. Hij rijdt met de kar, en aange zien zijn papieren en aanbevelingen in ord< zijn, zal liij zijn pas krijgen. Het biljet word ingevuld, maar aan de plaats gekonien, waa do datum wordt ingevuld, tôt hoe lang d< pas geldig is, kijkt de Duitsclior over ziji schrijftafel lieen naar het boertje en vraag hem in tamelijk goed Vlaamsch, voor lioelan< hij den pas wil hebben : voor een1 maand o voor veertien dagen ? Het boertje scliijnt echter de vraag niet goec te begrijpen," want verlegen draait hij zijn pe in zijn vingers rond. Het is zeer druk op het persbureau en d< Duitsclier, die alleen wat Vlaamsch verstaat als hij zeer voorzichtig en langzaam spreekt springt overeind, slaat met zijn ruist op d< tafel en vraagt driftig: ,,Donnerwetter, wi< lange ^rauchen Sie das Papier?" Het boertje schrikt, doet een stap aphter uit, blijft verlegen zijn pet draaien, en doc-zelfs den toegeloopen officier schateren var het lachen, door zijn voorzichtig .an t woord : ,,Joa, 'k weet niet, 'oe lang blijft ulder- no^ J*ier?,'V.i Een Parade. I- Eenigen tijd geleden was er te Antwerpei op de Meirplaats eene groote parademarsc] [_ en het Duitsch muziek zou een lof stuk uitvoe ren voor den keizerlijken geboortedag. Het liej rustig af, doch geen enkel handgeklap, aile Q ! bleef roerloos en stil en de Antwerpenarei a liielden hunne koude handen in hunne warm t zakken. Eindelijk riepen de Duitschen als ui een mond ,,Hocli! Hoch! es lebe der Kaiser' t en de omstaande Antwerpènaars dit maa i ,,Ivnorr Knorr! niet over den Yzer!"... Voo een paar weken, ook te Antwerpen, kwam e een Duitsche soldaat voorbij, gezeten op eei prachtdier van een muilezel, en een ,,farceur' , die nauwelijke de Beggijnenstraat verlatei ^ had om zijne poetsenbakkerijcn, naderde he ^ dicr en trok het met zijne lange ooren en zeg 1 gende: ,,Zeg vriendje" gaat ge naar Parij - of komt ge eu reeds vàn af ?" Maar ongeluk , kiglijk, de Duitsche soldaat kon ook vlaamscl 1 en de spuiter vloeg terug in' 't ,,kachot". Een Plakkaat. . Te Brussel liing voor eenigo dagen een plak kaat aangëplakt met do beeltenis van Koninc ' Albert en van den Duitschen keizer ; d'aar-1 onder kon men lezen : L Liefste Koning, ^ i Waar is uw woning? î B'este Keizer, s Achter den Yzer! ^ Do plakbriof heeft er nict^lang gehangei? ! Do Duitsche gruweidaden. Een boer uit Berneau, een nabij Visé ge-legen dorp, liceft, volgens Revue Hebdo- » madairc", het volgende vcrhaal gedaan aan i den heer Borboux, Belgisch afgovaardigde : : ..Ik had een zwager, den zachtsten en bes- - ten man op aarde. Zij hebben hem gepakt [ voor zijn huisje, waar bij met zijn vrouw en zijn twee kinderen was. Ik weet niet waarom. Een officier heeft hem een groot touw om den \ hais gedaan, het bovenlijf ontkloed en zijn eigen broeder, die zich in het huis bevond, gedwongen om hem door het heele dorp lieen te leiden, van 's ochtends tôt 's avonds, het einde van het touw in de hand houdend, tus-sclien twee Duitsche soldaten met de revolver in de vuist. En over den ganschen wcg moest [ hij zeggen : ,.Ik ben een zwijn, ik een een vuile Bolg, ik bon een roover," en schreeuwen: ,,Leve Duitschland !" Zijn broeder moedigde hem zachtjes aan oni er in te berusten, meenend hem zoo te redden. Doch tegen 5 uur 's avonds, toen hij weer voorbij. ons kwam, hield een officier hem staande, het hem op een kleine mestvaalt staan en zei hem: ,,Rek den liais 1" Mijn zwager, blcekcr dan de dood, gehoorzaamde. De officier plaatste^ zijn sabcl op de kcel en doorsneed die met één slag, als een varken, mijnheer. Wij konden zelfs zijn geopend arm groot lichaam niet naderen. 't Is versclirikkelijk ! Ik weet, dat ze bij u onnoemelijk veel moorden hebben gepleegd. Zc hebben, denk ik. ook velcn geliangen? — O, mijnheer! Het eene koord daalde van l den boom en het andere steeg er in op. r Zoudcn wij den 93 cerebrallers in overwegmg : mogen gcvtn, nogmaals ,to protesteeren ? [ Verzint mon overal op aarde Duitsche gruweidaden?Het looehenen der waarheid. 5 Het ,,Hamburger Fremdenblatt" maakt zich ! bezorgd over de ongerustheid in het land. ,,Wanneer men gestadig hoort zeggen of i lecst,- met welken heldenmoed onze troepen * aile beproevingen van den oorlog doorstaan, schaamt men zich te hooren, datï te onzent de . menschen onze soldaten vermoeien met hun te spreken over de kleine ongeriefelijkhcdcn des f dagelijkschen levons. Afgescheiden nog van het 'feit, dat de omstandigheden in Duitschland bijkans normaal zijn, zijn die klachten i sterk overdreven en is het onmogelijk te be- > o-rijpen, hoe er nog menschen zijn, die den ; moed hebben om zich te boklagen over de moeilijkheden van hun hniselijk leven, instede van moed te geven aan hun vrienden op het slagveld, door lien gerust te stellen omtrent 1 lietgeen er in ons land gebeurt." : Het Mad vergeet, dat men geen slapendo ! lionden wakker moct fiiaken. Het vergeet ook, 1 dat Teutoncn scliijnbaar moedig kunnen zijn ' in een • overwinningsroes, doch hun het- liart wonde.rli.ik snel in de schoenen zinkt, zoodra komt wat zij .,Pech" plegen te noemen. van-daar do tallooze gefingeerde overwinningsbe-richtcn- tijdens de zeven maanden oorlog.^ En tc^en die opmerkélijko zwakheid van het Teu-' toonsche karakter valt lieusch niet te strij-den, o. frenides Hamburger Blatt! i Ikke Mofï In ,,Lo Bulletin des Armées" komt een brief voor van een officier van den generalen 1 staf , belast met een zending bij Eparges : ,,Vannacht gebem-de het. Een patrouille - gaa't "P marscli, verkent de vijandclijke liniën, 3 komt terug om zich te warmen ni een onder-: grondssbo schuilplaats, do manschappen tegen • elkander opgedrongen. In de stilte, die reeds î verbroken werd door het gesnurk van slapen-1 den, zegt een stem: ,,Ikke Mof!" (..Moi, i Boche!"). Mon meent met een grap te doen te ; hebben en schreeuwt: .,Loop naar denduivel!" : De stem herheeint: ,,Ikke Mof!" Ditmaal is het een concert van verwcnschingen. Het l. ganscho tocvluchtsoord rcclameert het r^cht > om to slapen. , Den volgenden dag vond men in de scliuil-» plnats een onverwachten gast, dien do modder , b ad uitgedost als de anderen. Het was een , Mof — ..Ikke Mof!" —, een déserteur, die de ; patrouille was gevolgd om te ontkomen aan i het KK-brood, een echte Mof, die de waarheid had gezegd, zonder dat men hem wilde ge-■ looven of zelfs aanhôoren." . / Ja, de Franscbe ,,poilus" oftewel beliaarden i waren dien nacht reeds ingedommeld. Want een Mof herkent men op mijlcn afstands, ook ; al is men geen nienschenkcnnen p.—... . '—. Belgisclie Vliegeniers. HI. \ jan Olieslagers. Dat mooie Antwerpsche natuurkind, onbe ^ wust van boekenliteratuur en kunstideeen, da 3 nooit achter een vlag der intellectu»2elen !iep 1 maar zich evenwel gaf met lijf en met ziel an? ^ de groote impulsies van genot in 't jagea< , tempo van razende motors en van stormeud . j ijltochten. E venais aile Antwerpsche jongens zich ge L vend aan een ongeschoolde, artistieke uitiug aan de losse mooiheid van een lijn, aan d»3 be \ valligheid van een dra&i of een zwaai, aai een houding, een gebaar, een oogslag, een ver 1 trekken van den mond in hoogo spasme fci & het krakende neervlijen van een vloek. Ailes klopt zoo mcoi in de oppervlakkig. ' ruwlieid van Jan : zijn durf, zijn onveryaard " heid, stoutmoedigheid, roekeloosheid, zijn po 1 pulariteit, zijn ongehoorde bijvallen; dat gaan do en loopende van ied'eren dag, op en 'af, me wisselingen van weinig en veel geluK ; dat_ in nige, specifieke uit*3rlijke dat Jan tôt Sinjoo: lcneedt en bakt en waaraan door ganseh d< > Nederlanden als een bloedrood merk zijn naan Antwerpsche duivel hangt. Toen Jan nog ter piste reed in wreede bot sen voorbij u st-oof, recht voor zich starend a;: door hypnose geslagen, steeds al maar door gaf liij zich in de bezonkenheid van zijn waag halzend temperament. In den schroeistorm rai tachtig-hond»3rd in het uur deed hij aller liar ten ' kloppen en niemand die niet dacht er wenschte: k Wou dat Jan won. Persoonlijk heb ik menigmaal in mij eei groote sensatie voelen komen, iets dat me Jeec koud worden tôt in den wortel van mijn haar toen ik Jan als een bolied voorbij zag stuiver in de ontzettende kramp van zijn aangehitstei motor en toen ik hem den draai zoo bevallip zwieren zag of hij ter menuet zwaaide, nadi driester in de ontzetting van zijn stormloop. I'k zag Jan eens, drio meters hoog, .bore:' zijn ontliavenden, van bitte gesprongen motoi ! bôtsen, om-en-ora, draaiend dn de ganseh* lengte van zijn lichaam, en, liij deed het soc gracieus, zoo als artist dat ik onbew.ust riep : , Bravo, Jan! Die onkwetsbaarheid van Jan is cok eer ' zijner mooiste particulariteiten en verder za : ik gelegenl'Jîid te over hebl>en om er op te j wijzen. ! "Als Jan in wcfcde uitscliiet om te verdedi-1 geu wat hij het zijne noemt en recht. is en rechtvaardig, dan kan hij zijn stormvloed zoo-mooi, zco eenig mooi laten neergolven, zoo-dat mon wederom onder <1r bekoorlijkheid var zijn woord geraakt, dat rijkgekruide, kleurvij-ke, malsche Scheldeoeverschc woord. Jan's houding op motor, in auto en vlie-.r-tuig heeft altijd :<?ts -persoonlijk Ijevalligs, ietf dat boeit of bekoort. Vooral op zijn motor kan ; liij het zoo aanleggen dat men hem van in groote verte herkennen kan aan de moo.ie ron-, ding van zijn rug en liot karakteristieke voor-j uitstekende van het hoofd. In zijn Bleriot kan men hem onmiddellijk aantoonen. Kop en rup schijnen in een eivorm met de teekening van zijn vliegtuig gemouleerd. 't Is over Jan dat ik thans wat verte'îrn -wil, van den luidruchtigen Antwerpschen Jan, vol jovialitrïit en uitspatting, abnormaal van do groote levenslijn afwijkend, maar ste»;':.s een groot kind blijvend, trouw en oprecht, of-fei*vaardig in opperste oogenblik, met de ed:;ï-h*3id van een held. Helden vinden in zulke zielen hun oerkrar-ht en uit den overvloed van zulke rijke gemoede-ren ontspringt de grootschlnsid eener Daad. Denk maar eens aan Gavroche in Victor Hugo's Misérables. Tijdens een suggestief gesprek tusschen een Antwerpenaar en een van Brusfel ovèr len rijkdom en de merkwaardiglieid van hun ^ e-derzijdsoh»3 stad hoorde ik de eerste, ten eind(: raad, en als opperste argument, er zegevierend j uitflappen : — Wij, wij hebbe.n dan nog onzen Jan Olie-j slagers ! Die hedde gij niet, hé ? j ;t Was een mokerslag waarbij 't Ketje f j bleef. Aanvankelijk bîkeek hij den Sinjoor on-derzoekencl maar toen hij zag dat het de/;en ernst was, gaf hij op en verloron. Zoo is 't. Jan's populariteit is een der Antwerpsche merk waa rdigheden. De volksziel Kent hem een ong»2ëvenaarden rijkdom toe en-gaat er prat op en, zoo men in den Haag een de: straten naar den beroemden aviateur doopte. zoo kan men. gerust verzekeren dat Olieë'a-gers' populariteit in zeker wijken onzer stad evenwijdig als die in de Nederlandsche liofstad loopt. Waaruit Jan deze batrok weet ik zoo pre-cies niet. Er zijn uitgangspunten en tegenioet-komingen die een effectieve la-acht bezitten Sommico individueën oefenen in kleinen ol breeden kriilg een onlooclienbaren invloed uit-, In de gescliiedenis heeft men zulks meermaalf kunnen vaststellen. "t Zal met Jan ongebwij-ftîld ook zoo vergaan zijn : afwijking van het gedoe van gewone menschen. brutaliteit toi het plegen van een daad, waarbii van anderer een lxivennonschelijke moed wordt vereiso'it een roekeloosheid om zich te doen op merken er lief te krijgen. Trouwens h»?t volk is een groot kind. D; uiting van zijn wezen is impulsief en inturtief Onbekende en geheimzinnige fetroomingen doej: het schokken en oplx>nzen en in liefde als :r I haat buhoeft er een accumulatié om tôt uitbar-i sten te komen. j Zoo'n persoon wordt dan een fiktie; D( talenschat, de verzameling van woorden ir den rijken volksmond wordt vergroot. De ge stalte komt naasf den naam; het liarte werkl , naar buiten langs mond en oog. Hoort men het gekende gerucht van eer vliegtuig, dan gaan de kinderoogen naar d; lucht. vingers worden omhoog gestoken er men hoort het door de straten klinken : Olie slagers! Olieslagers! En wordt Jiet ranke, slankc vliegdingetj< Ldaar hoog, boyen den 0. - L i e v e n r V ro uw to r ci dan nog door een ander bestuurd, toch moet het in den volksmond Olieslagers heeten. Zei ik niet dat Jan een Antwerpsche merkwaardiglieid is die zweeft liooger dan al de gebou-wen der trotsche Havenstad en is hij in het ■volksharto ook niet de verpersoonlijking van moed en durf, de aviateur der aviatoren? » # * Evenwel stond Jan voôr de ontwikkéling der ~ vliegkunst reeds diep in liet teeken.der volks-gunst.Daarvan werd ik bewust toen in Novem-| ber 1909, op 't Wilrijksche plein, de eerste openbare \liegdemonstraties werden gehou-den. Men sprak niet zoozeer van baron' de Oaters en Rougier, die op dit oogenblik reeds hun sporen op de Azuren velden hadden ge-| wonnen, maar van Jan, in de aviatie nog on-kundigen, onbevoegdcn Jan. — Olieslagers gaat vliegen ! ronkte* het in de volkswijken. Dat werkte bstooverènd en deed ganscli de stad naar de Wester-vesten loopen. Jan stond aan zijn Blériot en spande al de krachten zijner duivelsziele in om zijn Anzani-motor in gang te krijgen, die op punt stond zijn roeni te doen tanen. Maar zijn vertrou-wen, zijn lioop waren hem te grif en ,be-scliaamden ailes wat aan voortvarendheid en ondernemingswaanzin in hem deed kloppen, L Rougier won het \v ereldhoogterekord en steeg tôt 270 meter. Hij vloog tijdens die ontroeren-de dagen 101 kilometer lang. Ook Bergi vloog, ; stolon vloog, en de Zodiac nam Prins Albeit meck> op een heerlijk tochtje boven de provm-■ ^0,a maar Jan, Jan 't lukte hem eerst "niet meê en een sprong in do lucht sloeg zijn iua-chien stuk. Doch er werden in die dagen en op dat plein zooveie teleurstellingen geleden dat Jan's verdriet er nauwelijks werd geteld. Echter, op Allerzielenavond, na een zoeten dag van warmte en van heiligheid, toen de schemering als een grijze zang over de nitge-strektheid van 't plein nijgde en 't volk reeds naar de stad keerde, klonk plots 5t gedarer van een motor en zag hien in de grauwïi"' 1 een reuzenvogel wieken. Bij 't nederdalen stoeg de vlieger er uit en Jt klonk over 't plein in heeseben. triomfkreet ; Ik heb gevlo-gen ! Ik heb gevlogen ! t/W as Olieslagers, di»3 gek van vreugder biij als een kind, loopend over en weder, lucht t'a-aan zijn trôtse en zijn rreugde. Dio sprong in het ijle was 't begin van Jan's verheven loopbaan. Hij die zoo gaarne onder de menschen verkeerde, in de oude en in de nieuwe herbergen garsten en ander pare-lend voclit dronk en moppen tapte tôt »?e zon in Gods gouden hemel opwielde, hij zou zich thans boven die menigte verlieffen en zweven en genieten van den ongekenden roes der luclitbedwelming. Ik ken Jan niet innerlijk. Ik held hem echter iionderd»3n malen op vlicgplein en wedstrijd-.m gezien en menigmaal schreef ik mijn impres-sies, 't zij goede of kritischo over hem, zonder dat ik hem ooit 't woord toerichtte. Ik zag en luisterde, bekeek zijn doening, ging zijn handelen, zijn bew'egingon, zijn manier van werken, van lachen en spreken, zijn opstijgen en zijn nederdalen na. lie hoorde zijn luchtig Antwerpsche woord, zijn nonchalance, zijn kal-mo opmerkingen in oogenblikken van 't roode gevaar wanneer de dood met een snelle ">ev,'o-ging zijn schralen arm naar hem uitstak, toegreep, maar miste ; zijn buitengewoon lucht-hartig opnemen van voorwaarden en levenstoe-standen, en, ik kan u verzekeren dat dit ailes het béstudeeren waard was en de moeite over-beloonde. Docli ik heb in Jan ook iets gezien wat zich langzamerliand zou en moest ontwikkelen. Schrankel, na «schrankel werd in hem cen ketting vastgelegd die hem den ernst, het gewichtige, de door en door diep gevoeide opvatting van een ro.eping zou doen bevatten. Er was echter een oorlog noodig om deze hel-derheid in zijn zielo te doen openbloeien en hem te brengen in het heerlijke licht dat helden omstraalt. Zijn ongekunstelde inborst, dat natuurlijke Antwerpsche, heeft hem zijn wefr voorgesclireven waar liefde voor Land en Volk thans allen roept. G. RAAL. ffVordt. vervolgd.) Oe Koning. Opgedragen aan Robert Croonenberg. lu hefc vlammende licht van zijn glorie, Als een god in den goudenen gloed, Za-1 hij gaan door de-groote historié In dei> heiligen dapperen-stoet ! Hij de moedige, niachtige Koning, De eenvoudige, dappere held, Die des vijands bloed-striemende hooning Met zijn edelen hoogmoed vergeldt. In den brullenden wind der gevechten Rijst zijn reuzige heldenfiguur : 't Is de Koning, die kampt voor zijn rechten In het maaiende moordende vuur. 't Was' de Koning, die sclireed door de velden • Na den griinmigen grommenden slag, Langs de lioopen, van slapende helden, Waar -zcto inenig jong leven bij lag. *'t Was de'lConing die bad daar en weende Voor die lagên in 5t eenzame veld, Die zijn steuiiends liulpe verleende Aan zoo ménigen bloedenden held. In liet vlammejide licht van zijn glorie, Als een go'd in den goudenen gloed, Zal'hij .gaan door.de groote historié In den lieiïigen dapperen-stoet ! HENRI VE-U'SKENf?.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
This item is a publication of the title De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad belonging to the category Oorlogspers, published in Amsterdam from 1900 to 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Add to collection

Location

Periods