Gazette van Gent

231581 0
close

Why do you want to report this item?

Remarks

Send
s.n. 1914, 28 July. Gazette van Gent. Seen on 17 September 2019, on https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/en/pid/445h992h48/
Show text

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

247° JAAR. - N' 173. — B. 5 OENTIEMEN DINSDAG, 28 JULI 1914 GAZETTE VAN GENT INSCHRlJVIJrOSPRIJS : VOOR GENT : VOOR GEHEEL BELGIE : r,„ ia.r , fr. 12-00 Een jaar fr. 15-00 KL » 6*50 6 maanden » 7-75 |S2ÎSd«: : : : : > »-50 Bmaanàen Voor Bolland : 5 frank per 3 maanden. Voor de andere landen : fr. 7-50 per 3 maanden. NIEUWS-, HANDELS- EN ANNONCENBLAD Gesticht in 1667 (BEURZEN-COURANT). BidSTUUIt EJî SEDACTIE VELDSTRAAT, 60, GENT De lurbclen sijn open van 7 ure 's morgends toi S ttre 's dvcndsl TELEFOON nr 710 De inschrijvers buiten de stad Gent moeten hun abonnement nemen ten Postkantoore hunner woonplaats. Oostenrijk-Hongarie en Servie de toestand altijd ernstig De Mogendheden. -- Eene Conferencie lïet gervisch Antwoord )e Staat van Beleg uitgeroepen. « De eerste Geweerschoten SERVIE ZOU TOEGEVN Acht legerkorpsen onder de wapens. 1,400,000 soldaten. : De mobilisatie van. acht Oostenrijk-Hongaarsche legerkorpsen werd maandag bevolen, te weten deze van, Praag, Leitmoritz, Gratz, Budapest, Temesavr, Agram, Sarajevo, en Ragus. Al de reser-ivisten moesten bmnen de vier-en-twmtig uren hunne regimenten vervoegen. In het geheel kan Oostenrpk-Hongane I millioen 400,000 soldaten in het veld brengen. De staat van beleg uitgeroepen. ; Eene reeks buitengewone schikkingen eijn in het binnenland van Oostenrijk-JSongarie genomen: overdracht van de bestuurlijke aan de militaire macht in jBosnie-Herzegowina en Dalmatie ; op-schorsing van de grondwettelijke bepalin-gen voor de vrijheid der personen, de rrijheid der drukpers en de onsc'hendr-baarheid der brieven ; afschaffing van de. jurys der gerechtshoven; beperking der aflevering van paspoorten ; het_ verzen-den van burgers, plichtig aan misdrijven tegen het leger, voor krijgsraden ; de op-echorsing van den uitvoer van koopwa-ren, en het sluiten van den zittijd van den Landtag en van den Reichsrath. Het Servische antwoord. |Men oordeelt fin Oostenrijk dat het antwoord van Servie zoo weinig rechtzin-eig is, dat het klaar aantoont dat Servie niet ernstig verlangt een einde te stellen «an de plichtige goeçlwilligheid, waar-'mede het toegelaten heeft aan de anti-Oostenrijksche bedreigingen uitbreiding te nemen. Het beroep van Servie op het Vredes-congres van Den Haag en op de mogendheden die het verdrag van 1909, betref-fende Bosnie en Herzegowina ondertee-îtend hebben, wordt in Oostenrijk niet aJs ernstig beschouwd. Te Belgrado. De hoofdstad Belgrado zal niet in etaat van beleg worden gebracht. Op het oogenblik dat de Oostenrijksche oorlog-schepen of transportschepen voor de stad p. ou den verschijnen, zal de witte vlag ge-heschen en Belgrado geheel ontruimd worden. Al de burgerlijke macht is thans aan den plaatscommandant overgedragen. Maandag was men volop bezig met den verhuis van al de ministerieele bureelen en van de Nationale Bank. De geestdrift van het leger is ombe-pchrijflijk. Officieren en soldaten schij-nen ten prooi aan eene algemeene vreug-de. Alleen de inwoners van Belgrado, die izich aan eene nakende bezetting der stad door de Oostenrijksche troepen verwach-ten, zijn _ ongerust en nemen geen deel aan de uitgelatenheid der soldaten. De Servische toebereidselen. Men peint uit Uskub dat de militaire toebereidselen sedert eergisteren aange- vangen zijn. De reserve-officiers moeten in een tijdverloop van drie dagen hunne legerkorpsen vervoegen.De stad is kalm. Uit Salonika verneemt men dat het verkeer van reizigers en koopwaren op de Oostelijke spoorwegen geschorst is. De vredesvoorwaarden. Volgens de berichten der Weener morgendbladen, zouden Frankrijk en Rusland bij de Oostenrijksche regeering aangedrongen hebben op een uitstel der vijandelijkheden. In dit geval zouden Frankrijk en Rusland bij Servie aan-dringen, om de Oostenrijksche eischen onvoorwaardelijk te doen aanvaarden. Graaf Berchtold, minister van buiten-landsche zaken, kan die tusschenkomst van Frankrijk en Rusland enkel aanvaarden, op voorwaarde dat zij hem verze-keren van de onvoorwaardelijke aanne-ming door Servie van de Oostenrijksche eischen en zulks binnen zeer korten tijd. Servie zou bovendien de kosten der mobilisatie moeten dragen, hetzij 200 millioen kronen. De mogendheden zouden tusschenkomen Volgens het officieel blad van buiten-landsche zaken te Berlijn, wordt de toestand als zeer erg aanzien. Men weet niets bepaald over de tusschenkomst van de mogendheden, in het Oostenrijksch-Servisch geschil, doch men heeft den indruk, dat vredelievende in-vloeden in de lucht zweven en de mogendheden zullen tusschenkomen. Men besluit dus dat de oorlog kan ver-meden worden door de medehulp van eene der groote mogendheden. In het Engelsch Lagerhuis. Eene conferencie. In antwoord op eene vraag van een volksvertegenwoordiger, antwoordde Sir Ed. Grey gisteren, in zake het Oosten-rijk-Hongaarsch-Servisch geschil dat hij, vanaf het oogenblik dat hij vernam dat de diplomatische betrekkingen tusschen foeide regeeringen verbroken waren, aan de Fransche, Duitsche en Italiaansche regeeringen vroeg of zij er in toestem-den hare gezanten naar Londen te zen-den, tôt het houden eener conferencie. Anderzijds, beval ik aan onze gezanten, bij deze mogendheden, verklaarde Sir Ed. Grey verder, te verzoeken dat de fveortegenwoordigers /van. Frankrijk, Itar lie en Duitschland te Weenen, St-Peters-burg en Belgrado, de regeeringen zouden inlichten over de voorgestelde conferencie, ze tevens verzoekend aile bedrijvig-heid te staken en den uitslag dezer conferencie af te wachten. De antwoorden op deze voorstellen zijn nog niet ingekomen. In eene zoo ernstige crisis als deze die wij nu beleven, zijn de pogingen eener enkele mogendheid ten voordeele van den vrede, vruchteloos. Het is daarom dat ik gansch de verantwoordelijkheid op mij genomen heb tôt het doen van een voorstel, zonder te weten of het gun-stig zou onthaald worden. Ik geloof dat mijn voorstel als grondslag dienen kan, waarop de reeds vermelde mogendheden een redelijke overeenkomst zouden vin-den. Men mag niet vergeten dat, van het oogenblik dat het geschil ophoudt zich tôt Oostenrijk en Servie te bepalen, het al de mogendheden omvat en niet nala?-ten kan uit te loopen op een der groot» ste rampen die Europa ooit beleefde. (Niemand zou alsdan de grenzen van het geschil kunnen aanwijzen, welker rechtstreeksche of onrechtstreeksche ge-volgen onberekenbaar zouden zijn. Geruststellende berichten. Verscheideme groote Duitsche hande-laars, gevestigd te Parijs, begaven zich gisteien avond naar het Duitsch gezant^ echap, ten einde te vragen wat hun te doen staat ten gevolge van de thans voor-gevallene geschillen en vooral om te wetem of zij Parijs moesten verlaten of er blijven. Men gaf hun een geruststellend antwoord, zeggende dat niettegenstaande de reeds verspreide geruchten, tôt nu toe nog geen noodzakelijkheid bestaat voor hunnen terugkeer naar Duitschland.Een vredesbode? In Engeland blijft men de hoop koeste-ren dat Oostenrijk-Hongarie genegen zal zijn te onderhandelen. Tegen den oorlog. Te Parijs werd er gisteren, door de Vereeniging van de Syndicaten der Seine, eene betooging gebouden ten voordeele van den vrede. Er werd geroepen : "Weg met den oorlog!" Kreten ant-woordden: "Lave het leger!" De policie kon zonder al te veel moeite de betoogers uiteendrijven. In Frankrijk. De heer Bienvenu Martin, Fransch minister van buitenlandsche zaken ad intérim, ontving gisteren te Parijs de gezanten van Oostenrijk-Hongarie, van Rusland en van Duitschland, en onderhield zich zeer lang met hen. Te Berlijn. Het Office van buitenlandsche zaken, te Berli.in, verklaart dat het den toestand als zeer ernstig aanziet. Het hangend igevaar is echter nog niet zwaarder ge-worden.Tôt hiertoe weet men nog niets zeker over eene poging tôt bemiddeling dooi welkda.nige mogendheden. Men blijft de hoop toegedaan dat de algemeene bot-sing zal voorkomen worden, dank zij de saanenwerking der groote mogendheden. Terugkomst van Keizer Wilhelm. Men bericht uit Wildpark dat de keizer van Duitschland gisteren namiddag, om 3 ure, per bijzonderen trein uit Kiel aan-gekomen is. De keizerin wachtte aan de statie haar gemaal op. Van zoodra hij in het Nieuw Paleis aangekomen was, ontving keizer Wilhelm den rijkskanselier, generaal von Moltke en de vice-admiraal von Pohl. De Russische inzichten. In de Russische diplomatische kringen verklaart men dat de heer Sasonoff het inzicht heeft bij eene rechtstreeksche overeenkomst met Oostenrijk te blijven. Rusland doet voorstellen. Volgens de laatste toegekomen berichten uit St-Petersburg hoopt men nog altijd den vrede te kunnen bewaren. De heer Sasonoff zou voorstellen hebben ge- daan die denkt men, Oostenrijk zuller voldoen, alhoewel de souvereinïteit var Servie ongeschonden zou blijven.. Maatregelen in Rusland. De regimenten zijn maandag uit het kamp van Krasnoë-Selo naar Sint-Pe-tersburg teruggekeerd. Zij trokken de hoofdstad door, om hunne kazernen te ibereiken, onder het gejuich der bevol-king.Al de Russische officieren, in Zwitser-land in verlof, alsook deze die in Frankrijk verbleven, zijn teruggeroepen. Het is aan de vliegers en luchtvaarders verboden boven het grondgebied der militaire omschrijvingen van St-Peters-burg, Vilna, Warschau, Kiew en Odessa te vliegen. Maandag bevonden zich reeds 80,000 man Russische troepen nabij de Oostenrijksche grens. 80,000 Russen aan de Oostenrijksche grens. Telegrammen, van de Russische grens toegekomen, melden dat de regeering van St-Petersburg 80,000 soldaten nabij de Oostenrijksche grens heeft geschaard. Men hoopt in Italie. Men telegrafeert uit Rome dat men veel hoop heeft tôt behond van den vrede door de tusschenkomst van Italie. Het Hof toont zich ten zeerste genegen tôt de overeenkomst. Bij de Engelsche vloot. De admiraliteit deelt mede dat de ma-trozen, die tijdens de laatste oefeningen der tweede vloot aan de bemanning toe-gevoegd werden, bevel gekregen hebben aan boord te blijven. Griekenland en Servie. De heer Panas, minister van Griekenland, te Constantinopel, verklaarde dat in geval van oorlog tusschen Oostenrijk en Servie, Griekenland zal genoodzaakt zijn 100,000 manschappen te leveren aan Servie. De houding van Bulgarie. Gisteren avond kwam de Bulgaarsche minister aan, op het oogenblik dat de heer Paeiiitch het mimsterie verliét, om zich naar !het Oostenrijk-Hongaarsche gezantschap te begeven ; hij vroeg om den heer Pachitch te spreken. Men denkt dat hij een voorstel heeft gedaan betreffende de houding van Bulgarie in het geschil. Uit vrees voor hun geld. In Duitschland kwamen tal van personen hun geld van de spaarkas terug-trekken, namelijk te Berlijn, Keulen, Sarrebrack, enz. Het verkeer. Men bericht uit Weenen dat, te reke-nen van den 2 juli, de trein en van den Orient Express nog enkel van en tôt Bu-dapesth zullen rijden. De Servische gezant verlaat Weenen. De heer Jovanowitch, de gezant van Servie, is gisteren morgend uit Weenen naar Belgrado vertrokken. In zijne woning te Weenen liet hij izijne echtgenoote met zijn aan mazelen lij-dend kind achter. Bij den Keizer Frans=Jozef. Baron Giesl, Oostenrijk-Hongaar&ch gezant te Belgrado, en majoor Gellinck, militair gehechte, zijn gisteren te Ischl aangekomen. Zij werden door het volk toegejuicht. Baron Giesl werd door den keizer in gehoor ontvangen. î De stand der zaken. 1 Volgens inlichtingen uit Weenen, hebben de Oostenrijksche troepen tôt nog toe de Servische grens niet overschre-den.De eerste geweerschoten. Nabij Temeskulon zouden Servische ' troepen, die zich aan boord van eene stoomboot, op den Donau bevonden, geweerschoten op Oostenrijksche troepen gelost hebben. Deze antwoordden, en een hevig geweervuur ontstond. De Servische paketboot "Vardat" die i uit Tekia naar Belgrado stoomde, werd achterna gezet door een Oostenrijksche torpedoboot die de Servische boot kaap-te en naar de Oostenrijksche kust bracht. Volgens gemeld wordt uit Havesrar, gelegen op den Donau, zou te Semendria (Servie) een Oostenrijk-Hongaarsche stoomer die soldaten vervoerde van op de Servische kust beschoten zijn gewor- I den. De Oostenrijksche soldaten schoten terug. Er werden een honderdtal geweerschoten gelost. Te Cubar, op den Donau, hebben de Oostenrijksche overheden een schip doen. tegenhouden dat weigerde te stoppen ; eenige geweerschoten werden aan boord gelost. Eene brug gesprongen. De Serviers zouden reeds eene spoor-wegbrug doen springen hebben over den Donau, tusschen Semlin en Belgrado. Zou het waar zijn? Uit Weenen wordt bericht, doch men dient de tijding onder aile voorbehoud aan te nemen, dat in zekere financieele kringen het gerucht loopt dat Servie zou besloten hebben zich voor heden dins-dag middag, te onderwerpen, en bereid zijn zou de kosten der Oostenrijksche mobilisatie te betalen. ( — — — — : Het procès van Mevr. Caillaux Het geval Delbet Het verhoor der geneesheeren duurt voort. Dr Doyen aan het woord. — Hevige tusschengevalien. Zitting van maandag. De zitting van maandag werd om 12 u. 01 min. geopend. Het geval Delbet. Het geschil der poging tôt omkoopcrij van professor Delbet werd hernomeu. Mr André Hesse, advocaat, komt be-kennen dat hij gezegde poging bij Mr Delbeit gedaan heeft. Ik ben een vriend van den heer en mad. Caillaux, zegt hij, en ik heb Dr Delbet verzocht hier te komen getuigen dat de andere dokters verkeerd gehandeld hadden met de operatie van Calmette uit te stellen, en zulks omdat ik vemomen had dat Dr Delbet partijganger was van de onmid-dellijke operatie. Daarmede was dat geschil uit de vos-ten.Er ontstaat een betwisting tusschen den heer Caillaux en Mr Chenu, omdat de haer Caillaux spreekt over het intiem leven van den heer Calmette. De dokters. Men gaat vervolgens voort met de on-dervraging der geneesheeren. Dr Doyen. — Calmette was een goede vriend van mij. Ik was ten zeerste ver-baasd te vernemen, dat hij eerst 5 uren 40 minuten na den aanslag overleden was. Ik kan de geneesheeren, die hem verzorgd hebben, niet goedkeuren. Zij hebben te lang gewacht om hem te ope-reeren. En hadde men Calmette onmid-dellijk in den opstelraad van den "Figaro" geopereerd, dan ware hij nu nog in leven geweest. Dr Doyen beschuldigt de dokters, de operatie niet gedaan te hebben, toen zij de eerste beternis in den toestand van het slachtoffer waarnamen. "Calmette kon nog genezen, zegt hij, doch men heeft ongelijk gehad hem naar de kliniek over te brengen, want toen hij er binnen-geforacht werd, was zijn toestand reeds hopeloos. Men heeft te lang gewacht om hem te opereeren." De zitting werd eenige minuten opge-schorst. Bij de herneming zette dokter Doyen zijne getuigenis voort. "Dr Porzi, zegt hij, is van mijn ge-dacht, en heeft ook bekend dat men ongelijk gehad heeft het slachtoffer te lang zonder operatie te laten." Dr Doyen spreekt vervolgens over het behandelen van een Browningrevolver. De schoten van een Browning gaan bijna van zelf af, zegt hij; ik ben zeker dat mad. Caillaux maar twee kogels vrijwil-lig afgeschoten heeft, en dat de anderen van zelf afgeivlogen zijn. En hadde Calmette zich niet gebukt, dan ware hij niet doodelijk getroffen geworden.Ten andere de wonden van Calmette waren niet doodelijk. Hij kon genezen. (Protestation m de zaal). Dr Porzi. — Ofsehoon ik van oordee? ben, zooals Dr Doyen, dat de operatie dadelijk moest gedaan worden, kan ik niet goedkeuren wat Dr Doyen hier ge-zegd heeft over de confraters, die Calmette verzorgd hebben. Ik ben overtuigd dat die dokters in voile geweten gehandeld hebben. Dr Reymond. — Ik moet verzet aan-teekenen over de zonderlinge wijze, waarop men hier eene moordenares ver-dedigt. Welk verband kan er bestaan tusschen eene moord en de verantwoor-uelijkheid der geneesheeren? Dr Doyen. — Ik houd staande dat de wonden van Calmette niet erg waren, en dat zij zouden genezen zijn, hadde men nem dadehjk geopereerd. Dr Hartmann. — Ik moet ook verzet iaanteekenen tegen de valsche bewerin-gen van Dr Doyen. Hij komt zeggen dat de wonden met erg waren, en hij heeft ze met eens gezien. Heeren gezworenen, ik roep uwe aandacht op de getuigenis van professor Delbet, een der beroemd-ste heelmeesters van Frankrijk. Men wil on s hier doen doorgaan aïs onwetenden. ik kan u verzekeren, dat niemand ge-neest van zulke erge wonden, ala die welke den heer Calmette bekomen heeft. Mr Labon. Ik heb geene lessen te ontvangen van de geneesheeren, die Cal-, mette verzorgd hebben. Zij verzorgert zooals zij kunnen, dat is hunne zaak. Maar dat ze mij ten minste mijne kliënto anvnam i» >iii«—..«h 11 Feuilleton der Gazette van Gent. Verzegelde Lippen Roman van R. ORTMAN. — Ik logeer in het Strandhotel, en ik sta natuurlijk altoos te uwer beschikking. Maar indien gij bij geval, naar aanlei-dmg van mijne mededeeling, een besluit imocht willen nemen, dan bid ik u drin-gend, mets te overliaasten. Ik kan er mets tegen mbrengen, dat gij tegenover Herbert mij aanwyst als de bron uit welke de onthulling gekomen is. Indien gij het wenscht, dan zal ik onverwijld hem daarvan op de hoogte stellen. Kj ~.Neen' neen» dat is niet noodig", weer-de zij af. Het gaat hier toch nog om heel andere dingen, dan gij vermoedt. Maar dat is eene aangelegenheid, die slechts tusschen Heribert en mij kan worden af-gedaan. Misschien zult gij later daarvan hooren. En nu moet ik werkelijk weg.. Vaarwel, mijnheer Von Rinckleben! En no-gmaals — mijn dank ! Het leek hem opeens onmogelijk haar 2oo te laten heengaan.Terwi.jl hij met een warmen druk de hand vastiliield, die zij hem tôt afscheid had gereikt, vroeg hij, al zijne vooroordeelen tegen haar geheel *ergetend : , boos op mij, iuf- rouw ïlolnstein? Gij haat mij toch niet, 1 ..en verstoorder van uw geluk? Ail schudde haar hoofd ; maar tegelijk toch bevnjdde zij met eene schier heftige beweging hare hand. ^et' r'ie gehik hebt ord. het toe val zich van u als ^erktuig Sbediende, dat is niet uwe schuld. En zonder nog eens om te zien, verwij-derde zij zich. Aan een der tafeltjes in de groote gla-zen véranda, die een vergezicht bood over Istrand en ziee, Izaten op ditzelfde uur twee jonge mannen van ongeveer gelijken leeftijd. De een breedgeschouderd en rij-zig, een beeld vàn bloeiende kracht, — de ander lang opgeschoten en smal, met een bleek, verlept gezicht en fletse, uit-puilende oogen, die onwillekeurig aan de oogen van een visch deden denken. — Dat is dus uw laatste woord, Cordes? Gij kunt mij feitelijk in deze ont-zettende klem laten zitten ? Ondanks de spanning, die duidelijk ge-noeg in de woorden van het jongmensch getrild had, bewaarde de aangesprokene zijne flegmatische kalmte. — Het spijt mij erg, beste Paul — maar ik kan u met den besten wil niet helpen. Gij hadt te voren moeten bedenken, dat gij niet in staat zoudt zijn zulk eene speelschuld te voldoen. Bovendien heb ik u gewaarschuwd. — Spaar mij uwe zedepreeken ! Daarvan ben ik niet gediend ; want zooveel verstand als gij hebt, heb ik zelf ook nog wel. De vraag is eenvoudig: Waar ter wereld moet ik dat geld vandaan halen, als gij weigert het mij te geven ? Meester Cordes haalde de schouders °P- — Ik kan u waarachtig niet raden, roijn •svaarde. Overigens weiger ik u niets. Dat is niet het ware woord. Over acht dagen stel ik u het bedrag gaarne ter beschikking. Maar vroeger is het mij onmogelijk ; en het dient tôt niets, daarover verder nog te redeneeren. Maar gij kondt toch aan uw va der telegrafeeren. Ik weet dat hij u zonder moeite nog veel grootere sommen dan deze ellendige zes duizend mark ter beschikking stellen zou. — Wel mogelijk. Maar ik zal mij wel wachten, hem er om te vragen.Mijn oude heer kent mij als een solied mensch, aan wiens handen hij mettertijd gerust de leiding van zijn zaken kan toevertrou-wen. En bij al onze vriend schap kunt gij niet van mij vergen, dat ik buiten de dringendste noodzakelijkheid dezai faam op het spel zet. — En als ik nu het hachje er bij in-schiet? Kan u ook dat niet tôt medelijden bewegen? — Zoo erg zal het wel niet loopen : Ik heb geen goed oog op die snuiters. Zonder twijfel zijn het spelers van beroep. Maar juist daarom is het in hun eigen belang, niet terstond eene zaak tôt het uiterste te drijven. Voor een paar weken zal die mijnheer Holnstien u wel uitstel willen geven. — Dat heb ik natuurlijk beproefd.Maar de man, gisteren nog zoo minzaam en voorkomend, was heden omgekeerd als een blad aan een boom. Hij is door den een of ander omtrent mijne positie heel nauwkeurig ingelicht, en hij weet blijk-baar wat het voor mij zeggen wil, als hij mij bedreigt zich tôt mijn vader te zullen wenden. Dat ik van dien kant geen hulp meer te verwachten heb, behoef ik u niet nog eens te zeggen. — Maar, als gij zoo zeker er van zijt, dat uw vader u zou laten vallen, waar wilt gij dan, met uw verlof, het geld vandaan halen, om later mij of uwe andere schuldeischers te betalen 1 — Gij weet, ik ben niet al te angstvallig, en het is al een aardig sommetje, waarvoor gij bij mij in het krijt staat. Maar éénmaal toch moet er een stokje bij gestoken worden. Gij werkt uzelf voortdurend al dieper er in! — Ik raak nooit meer eene kaart aan — dat heb ik bij mijzelf vannacht gezwo-ren !... Overigens staat het met mijne schulden heel niet zoo erg. A1b ik maar voor het oogenblik uit den brand gehol-pen was, dan zou zich ailes wel schikken. Zoodra mijne verloving met mijne nicht Martha publiek wordt, heb ik weer onbe-perkt crediet ! —- Waarom hebt gij dat ook dien heer Holnstein niet aan het verstand gebracht? —• Zeg hem toch dat hij zijn geld totaal verbeuren zal, als hij u nu het mes op de keel zet. Dan zal hij wel een toon-tje lager zingen. — Ik zeg u toch dat ik al het mogelijke heb aangewend. Maar de vent is onver-biddelijk. Als ik niet vanmiddag om vier ure betaald heb, dan wil hij zich tôt mijn vader wenden. En dan is ailes naar de maan — mijne loopbaan zoowel aïs mijne hoop op de hand van mijn nichtje. Mijn vader heeft mij de laatste maal plechtig verklaard dat hij zijne hand van mij af-trekt, — en ik ken hem genoeg om te weten dat hij zijn woord houdt. — Leelijk voor u, man ! Tracht ten min-! ste een uitstel van acht dagen te verkrij- gen, — dan stel ik u het geld ter beschikking .Dat is ailes wat ik doen kan. — Blijf dan tegenover dien Holnstein borg voor mijne schuld. Misschien zal hij daarmede genoegen nemen. — Neen ! Dat doe ik uit grondbeginsel niet! — En ik waarschuw u, mocht gij het hart hebben om u bij hem op mij te beroepen, dan trek ik onmiddeli.jk mijne belofte in. 1 Het was alsof de ander nog iets op het hart had. Hij staarde een paar seconden in het gezicht van zijn vriend ; maar wat hij daar las, benam hem wel den moed om uit te spreken wat hem op het hart lag. Hij stond plotseling op en greep naar zijne klak. — Over eene week dus 1 Kan ik daarop rekenen ? — Men kan altoos rekenen op hetgeen ik beloof, antwoordde meester Cordes. Zorg nu maar, dat gij van die fielten af-komt, en laat het u voor het vervolg tôt eene les zijn. Want niet altijd zoudt gij nog iemand vinden, die u uït den brand helpt. Het bleeke jonge mensch achtte het on-1 noodig, op deze welgemeende vermaning nog iets te antwoorden. Hij verliet de véranda en slenterde langzaam het dorp in. Een paar minuten na zijn verdwijnen, trad de dikke consul Liiders met een stralend gezicht naar do tafel, aan welke de heer Cordes nog was blijven zitten. — Goeden morgend, waarde heer ! riep hij joviaal. Mag ik vragen hoe u den avond van gisteren bekomen is ? — Bekomen? De avond van gisteren? — Nu, zoo stilletjes. Niet goed en ook niet kwaad. Ik ben hem, eerlijk gezegd, haast al vergeten. — Dat is niet complimenteus voor iemand die het genoegen had u gezel-schap te houden, lachte de consul... Wat ik vragen wilde : was het niet de referen-daris Keilig, dien ik daareven in het voorbijgaan hier aan uwe tafel zag zitten ? Meester Cordes knikte zwijgend. Maar de consul, zonder zich door deze weinig tegemoetkomende houding te laten af schrikken, voer in zijnen kwansuis ge-moedehjken trant voort: b,ekIaaS eigenlijk dien jongen man Als hij uw vriend is, zooals ik ver-moed, dan moest gij hem eens waar-scnuwen tegen den speelduivel. Hij ziet ei uit alsof die hartstocht hem vroeger ot later geheel ten gronde richten zai. — Daarin kunt gij wel gelijk hebben. Maar het is niet mijne gewoonte, den mentor te spelen over menschen, die oud genoeg zijn om op zich zelf te passen. — Het is ook het best, zich er niet mede te bemoeien, Ik zou het enkel maar be-treuren, wanneer hij door al te lichtzin- ondersteuning in zijn zwak nog ge-stijfd wordt. Ik hoorde daareven van Holnstein zoo iets over een wissel van eene speelschuld van u, dien de referen-dans Keilig hem tôt dekking van eene speelschuld wilde brengen ; en hoewél ik mij zelf niet geroepen mag oordeelen, u een raad te geven — — ■ Die raad zou inderdaad totaal over-bodig zijn, mijnheer de consul. Ik maak nooit anders dan strikt commercieele wissels op, en mijn vriend Keilig zou zeker de laatste zijn, dien ik op deze wijze zou bij springen. Dat kon ik mij ook wel denken. Een zoo stipt en nauwgezet man van zaken, als gij ; . Als gij het goed vindt, laten wij dan s van dit thema afstappen. Het is mij on-aangenaam, mij over de aangelegenheden of verlegenheden van mijne vrienden uit te laten. (Wordt voortgpret.)

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Add to collection