Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad

1016 0
close

Why do you want to report this item?

Remarks

Send
s.n. 1917, 25 August. Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad. Seen on 22 May 2022, on https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/en/pid/696zw19m60/
Show text

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

25 Augusti 1917 Nr 34 40e Jaargang HET VLAAMSCH HEELAL Yrij en Onafhankeiijk Katholîek volksgezind weekblad voor Vlaamsche en Algemeene Belangen • IN8CHRIJVIIV G8PRIJ8 Voor een jaar fr. 5.— Voor 6 maanden » 2.75 Voor 3 maanden » 1.50 Voor Nederland » 5.50 Voor 't Groot Hertogdom Luxemburg. . » 5.50 Voor andere landen » 7-00 Dit blad verschijnt dan Zaturdag morgend.— Men teehent in bij den Uïtgever en in aile postbureelen, alsook bij de briefdragtrs. Hoofdopstellkr : JOHAN LEEMANS Deo Juvante Vincam ! Aile artikelen en mededeelingen moeten vàér Donderdag avond ten bureele besteld zijn, alsook de aankondigingen. Àfzonderlijka nummers van dit blad zijn te bekomen ten onzen bureele, Carnotplaats 65. — 10 centiamen h»t nummer. AANKONDIGINGEN Den regel fr. 0.20 Kleine aankondiging » 0.50 Begrafenisbenoht » 5.00 Groote aankondigingen bij overeenkomst. Voor aankondigingen buiten de provincie, wende men zich tôt de Agencle HA.VA.S, Martelarenplaats 8, Brussel, en Beurs-plaats 8, te Parijs. Voor aile andere aankondigingen ten bureele Camotplaat* (Laar) 6S, Borgerhont-Antwerpea HUIS- EN VOLRSLEVEN Er is reeds dikwijls gewezen op de erbarmelijke huisvesting van vele arme lieden en op den slechten invloed dien deze levenswijze moet uitoefenen op de beschaving en de zedelijkheid, twee onmisbare steunpilaren der volksont-wikkeling en der volksveredeling. Die toestand was vroeger enkel gekend door eenige personen, die zich het lot der arme lieden aantro-kken of die door hun ambt in onmiddellijke betrekking met hen waren. « * » Dit weten is thans zeer uitgebreid door de oorlogstoestanden. Een aantal lieden die vroeger nooit in betrekking kwamen met arme lieden, of althans hunne armzalige woningen niet bezoch--ten, zijn thans in nauwere kennis-making met lien gekomen en hebben gehuiverd bij de verschrikkelijke wan-toestanden, waarin vele huisgezinnen verkeeren. Gebrek aan plaats en aan scheiding der geslachten leverde hun het bewijs, dat er voor de gezondheid, voor de beschaving en voor de zedelijkheid in dit midden nog veel te doen is. * * ■¥ Wanneer wij spreken van arme lieden, dan bedoelen wij daarmede niet uitsluitelijk de zoogezegde armen die meer van aalmoezen dan van arbeid leven, maar in 't bijzonder den geringen maar deftigen werkman, die voor zijn kroost het noodige niet kan vinden om het in eer en deugd te bewaren. Zijne huisvesting laat doorgaans veel te wenschen, omdat hij de middelen niet heeft of de gelegenheid niet vindt om eene woning te betrekken, volgens de vereiscbten van gezondheid en zedelijkheid, zoomin als onder opzicht van mensch waardigheid. T De gevallen zijn immers niet zelden, dat huisgezinnen van zes, acht of tien personen slechts over eene of twee kamers beschikken. Die kamers zijn doorgaans dan nog enge en ongezonde vertrekken, waarin al de werkzaam-heden van het huishouden moeten gebeuren. Deuitwasemingen vankeuken en wasch brengen het hunne bij, om de woning nog ongezonder en afzichte-lijker te maken. * * * Het idéaal of droombeeld zou zijn, dat elk huisgezin eene afzonderlijke woning bezate. Enkelen hebben dit geluk of dit voorrecht, maar niet zeker één op de tien. De groote meerderheid leeft in een nadeeligen toestand. In vroeger tijden was die verhouding zoo groot niet. Er waren toen meer werk- manswoningen dan thans. * * * De uitbreiding der steden en groote gemeenten, gepaard met de zucht naar pracht en openbare gezondheid, heeft duizenden werkmanshuizen daarvoor opgeofferd, en wat de openbare besturen in 't belang der openbare gezondheid meenden te bereiken door breede straten en groote huizen, ging verloren in de enge kamers die de arme lieden moesten betrekken in vervanging van hun voor-malig huisje. ¥■ * ¥ De openbare besturen vergaten op dit gebied, dat men zijne oude schoenen niet mag wegwerpen, vooraleer er nieuwe te hebben. Zij braken heele straten af, en de arme drommels moesten maar zien dat zij elders onder dak konden geraken. Enkele openbare besturen, zooals het Weldadigheids-bureel van Antwerpen, wilden dit te gemoed komen door het bouwen van werkmanshuizen, eene zeer loffelijke daad, maar het was slechts een druppel | in de zee. * * * Bij het laatste ontwerp voor de ver-grooting van Antwerpen, was het bouwen van werkmanswoningen niet uit het oog verloren, maar intusschen ging het oude stelsel voort, en bij elke oude of smalle straat die uit het stads-of gemeenteleven verdween, moesten de weggejaagde bewoners hun heil zoeken in groote huizen, door het volk « kazernen » genoemd, waar het nadeel der huisvesting nog nadeeliger was dan de eene of twee kamers in de vorige woning. * * * Toelating tôt onteigenen en afbreken van oude werkmanswoningen zou daarom niet meer mogen gegeven worden, zonder eerst voor nieuwe woningen te doen zorgen die de oude zouden vervangen. Op die wijze zou een dubbel goed werk kunnen gedaan worden in 't belang der openbare gezondheid, der zedelijkheid en beschaving. Enkel afbreken en niet opbouwen is een eenzijdig en afkeurenswaardig werk. * * * Nu velen, misschien duizenden, beter bekend zijn geraakt met de toe-standen en behoeften der volkshuisves-ting, is het te hopen dat in de toekomst voor die volks- en beschavingsnood-wendigheid beter zal gezorgd worden. Aile andere beschouwingen moeten daarvoor wijken. Dit eischt de mensch-lievendheid, het goede recht en het algemeen belang. J. L. DE TOESTAND HIER EN ELDERS NEDERLAND. — De oorlogskosten klimmen in Nederland tôt hooge sommen. Op eenen Legerdag te Leeuwarden verklaarde de Minis-ter van Oorlog, dat de begrooting voor lands-verdediging, die vroeger dertig miljoen gulden beliep, voortaan ten minste zestig miljoen gulden zal bedragen, dus ruitn het dubbel. In dezen oogenblik nu Nederland zijn leger op oorlogsvoet moet houden, zullen de kosten nog wel hooger zijn, want de voorgespiegelde zestig miljoen betreffen een leger in vredestijd, wanneer slechts een vierde der manschappen onder de wapens is. Op dit kapittel alleen moeten de uitgaven nu buitengewoon hoog zijn. Wat de Minister bedoeld heeft, zijn slechts de gewone uitgaven, maar de buitengewone voor de verbetering der bewapening, voor de ver-grooting der vloot en van het luchtleger, zullen eveneens de eerste jaren na den oorlog een eerbiedwaardig maar tevens schrikbarend cijfer bereiken, indien het einde van den wereld-oorlog niet tôt eene algemeene ontwapening leidt. Dit laatste zou de beste oplossing wezen, om aile landen die door den oorlog geleden hebben, op hun verhaal te doen komen. Zonder j dit, zou de geldelijke last voor de bevolkingen ! wel te zwaar kunnen zyn. De vernietigde | rijkdommen, de ondergang van handels- en nijverheidszaken zullen een beletsel zijn voor uitgaven die geenen intrest opleveren. —o— OOSTENRIJK. — Graaf Moritz Esterhjlzy, eerste Minister, heeft zijn ambt neergelegd en is vervangen door Dr Weckerlé, oud Minister in J906. De groote moeielijkheid blijkt eene nieuwe kieswet te zijn, die niet aile partijeu kan te vreden stellen. Indien het Ministerie er niet in gelukt, zullen er algemeene kiezingen bevolen worden. —o— ENGELAND. — De twist over de conferentie te Stockholm zou aanleiding kunnen geven tôt eene ontbinding der Kamer en tôt algemeene kiezingen. De tegenstanders dier conferentie beweren, dat eene enkele partij, hoe machtig zij ook weze, haren wil aan de Regeering niet j mag voorschrjjven of opleggen ; dat heel bet ' land, geheel het volk recht tôt spreken heeft en dit enkel kan geschieden bij en door eene algemeene kiezing. En dat heeft in Engeland nog al wat te zeggen, want kiezingen kosten daar schrikkelijk duur. ROME. — De Paus heeft eene vrede-bood-schap aan de oorlogvoerende landen gezonden. De inhoud is tôt heden niet volledig gekend. Zij is met eerbied onthaald, maar uit de eerste opmerkingen van Staatslieden en dagbladen blijkt, dat zij niemand schijnt te bevredigen. Dit gebeurt nog al meer. Wanneer iemand als vredestichter in een geschil of strijd komt, verwekt zijne tusschenkomst doorgaans onge-noegen en wantrouwen, en beide partijen vallen er op. De voorstellen van den Paus zullen natuuriijk niet zonder verandering, ne varielur, moeten aangenomen worden. Zij zullen enkel een grondslag vormen, om tôt eene bespreking van « nemen en geven » over te gaan. Intusschen daagt er nog geen licht en wordt het strijden en kampen hardnekkig voortgezet, tôt ongeluk en ondergang van duizenden. —o— SPANJE. — De algemeene werkstaking der ijzerenwegbedienden is niet doorgegaan. Te Madrid wierden oproerige bewegingen dadelijk met geweld onderdrukt. In Catalonië is het erger, want negen tienden der bevolking nemen deel aan de beweging. Deze schijnt van politie-ken en republikeinschen aard te zijn, steunende op binnenlandsche en buitenlandsche moeielijk-heden. De bewering dat de Franschen of andere buitenlanders daarin de hand zouden hebben, wordt onwaar geheeten. Pax UIT DE GAZETTENWERELD De papiernood wordt in aile landen uitgebreid, zelfs in deze die in hunne nijverheid niet belemmerd zijn door oorlogstoestanden. Het gevolg is dat vele bladen voortdurend hunne prijzen moeten verhoogen en eenige bladen zelfs« hurfhe uitgaven moeten staken. Dit beteekent werkeloosheid voor duizenden, want de uitgaven van dagbladen vergen een groot personeel. Tezelfdertijd lijden daardoor vele leveraars van andere benoodigde grond- stoffen of voorwerpen die onmisbaar zijn. * * * Buiten die moeielijkheden hebben de dagbladen tegenwoordig heel wat te verduren. Zij hebben algauw den naam dat zij aan deze of gene oorlogvoerende partij verkocht zijn. De kwaadsprekerij kan zich thans ongestraft bot vieren. Zij eerbiedigt niets en geeft entel gehoor aan hare kwade neigingen. Hildebrand Voor Denkende Menschen III. Beschouwingen over Vegetarische ot Vleeschdervende Opvoeding Ik meen dat de opvoeding tôt vleeschderving niet heel zielkundig opgevat is. Men versta me wel : de opvoeding tôt vegetarisme of vleeschderving. En ik meen dat ik onder dit opzicht wel eens mijne stem mag laten hooren, daar ik, hoezeer ik ook met de strekking genoegen heb, toch geheel en al buiten de Beweging sta, en geen beginselvast vegetariër of vleescbderver en ook geen vegetariër-uit-grondbeginsel ben. Door opvoeding tôt vleeschderving versta ik hier de opvoeding der volwassenen, niet der kinderen van vegetariërs of vleeschdervers. Want dit laatste is reeds door Félix Ortt in zyne heerlijke reeks : Van Kleine Kmder-tjes, in zijn maandschrift De Vrije Mensch, uitgewerkt. Kinderen van vègetariërs tôt vegetarisme opleiden is betrekkelijk licht, hoewel het zoo-even vermelde opstel van Ortt ons toch menige moeilijkheden toont die overwonnen moeten worden. Maar het vegetarische denkbeeld aan volwassenen doen kennen, waardeeren en in praktijk stellen, levert ernstige bezwaren op, die de volbloed-vegetariër niet altijd naar hun voile waarda schat. Hij heeft voor zich zelven een hooger zedelijk standpunt bereikt, en zou het heel natuuriijk vinden dat iedereen deed als hij. Hij is steeds bereid om zyne geliefkoosde denkbeelden te verdedigen... indien men wel naar hem wil luisteren ; de voortreffelijkheid der vegetarische of vleeschdervende voedings-wijze klaar, duidelijk en met flinke bescheeden te doen uitschijnen... indien men wel zijne betoogen wil lezen , propaganda- en studie-materiaal ter beschikking van iedereen te stellen... indien men er maar belang in stelt. Mijns inziens wordt er echter te veel over het hoofd gezien hoe men de menschen aan het luisteren kan brengen, hoe men hen vegetarische betoogen kan doen, in een woord hoe men hen belangstelling kan inboezemen voor het denkbeeld. Voor zooveel ik in de vegetarische wereld thuis ben, ken ik geen betoog dat aan de gestelde vereischten voldoet, namelyk : de opvoeding tôt vegetarisme op echt-zielkundige wijze aanvatten. De meeste uitgaven zijn dan ook voor bekeerden, of toch ùoofdzakelijk voor belangstellenden geschreven. * * * Wanneer men zich een hooger ideaal voor-stelt, is het natuuriijk dat men zich beijvert om het aan anderen mede te deelen. Maar dan diant men ook met kennis van zaken op te treden, en te werk te gaan op eene wijze die ingang vindt. Met geestverwanten over de vraagstukken handelen, de grond-beginselen dieper ingaan, bewijsredenen opzoe-ken ten voordeele der geopperde stelliugen, dat ailes is voorzeker heel nuttig en zelfs nood-zakelijk om den « heiligen geest » wakker te houden, maar mijns inziens is het niet vol-doende om het vegetarische inzicht meer te verspreiden. Indien het vegetarisme geen ruimer arbeids-kring verworven heeft, indien het, in België bijvoorbeeld, zoo goed als geen ingang gevon-den heeft, is dit enkel te wijten aan het àl te verstandig spreken in de propaganda-werkjes. Een boer ging eens naar een woekeraar om eenig geld van hem te leenen. De woekeraar ging juist ter kerk. De boer gaat met hem mede ; na de preek zou men de zaak afdoen. De . preek handelt nu toevallig over den woeker, ea het was eene heftige preek. De kerk gaat uit, en de boer, denkende dat de woekeraar na zulk een leerrede zijn beroep voor goed heeft afgezworen, neemt afscheid. De andere roept hem terug, doch hij aarzelt. « Wat is er dan toch ? » zeide de woekeraar. De boer zet groote oogen op. « Wel, die preek !» — « Kom, kom ! » zegt de andere, « de pastoor heeft gedaan wat zijn beroep hem voorschrijft ; waaroni zou ik niet doen, wat het mijne medebrengt ! » Deze scberts, die ik zoo even in een werkje aantref, verlucht op prachtige wijze het « te verstandig spreken » in de propaganda-werkjes. Na de lezing ervan zal menigeen wel zeggen : « De schrijver heeft gedaan wat zijn vegetarisch of vleeschloos ideaal hem voorschrijft ; nu ga ik doen wat myn vleesch-etende levenswijze medebrengt. » Met het verstand en de beredeneering, hoe logisch deze ook zij, wordt men nog daarom geen vegetariër, anders ware ik het reeds sedert een aantal jaren geworden ! * * * Laat ons eens even den toestand beschouwen, zooals hij zich in België voordoet ; dat zal wellicht eenige klaarte werpen op het vraag-stuk.In mijn gewone omgeving is er eigenlijk niets dat me aan vegetarisme doet denken ; opzettelijk moet ik er mijn gedachten op vestigen, wat niet altijd mogelijk is, nocù gepast in een zoo drukken werkkring als den mijne. Van den anderen kant wordt over het algemeen het vegetarisme aanzien als iets abnormaals, £ls een dwaze handelwijze van enkele zonderlingen. Wie, bijvoorbeeld, in mijne gewone omgeving van vegetarisme zou spreken zonder het in de maal te nemen, zou voorzeker aanzien worden als in de hersens gekrenkt. In Nederland heeft men hier en daar vegetarische gasthoven die mijns inziens véél meer nut afwerpen voor de verspreiding van het vegetarische inzicht, dan — men duide mij deze openhartigheid niet ten kwade — de verschillende jaargangen Vegetarische Bode en àl de propagandaschriften door den « Neder-landschen Bond » uitgegeven. Het vegetarisme bleef voor mij iets ziekelijks... tôt mijn verblijf in de Amsterdamscbe Pomona me het tegen-deel bewees. Maar in België ken ik geen vegetarische gasthoven, tenzij, misschien een enkel in Brussel, waar ik echter niets af weet. In Nederland is het vegetarisme in de zeden gedrongen en verbaast het geen verstandig mensch meer ; in België daarentegen druischt het tegen de zeden en gewoonten in, en zelfs de verstandigste menschen aanzien het als een soort onschuldige waanzin. In een woord, België ligt nog zoo goed als braak voor het vegetarische ideaal, en dat zulks onvermijdelijk invloed moet uitoefenen op de handelwijzen, zoo niet van de vegeta-risch-gezioden, dan toch van de huisvrouw die het toezicht over de keuken houdt, behoeft, meen ik, geen verder betoog. In zulk een midden kunnen Bode en propngaudasehriften wel eens prettige lezing zijn — al ware het maar omdat deze of gene vriend dit opstel of

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
This item is a publication of the title Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad belonging to the category Katholieke pers, published in Borgerhout from 1878 to 1930.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Add to collection

Location

Periods