Het Vlaamsche nieuws

758 0
close

Why do you want to report this item?

Remarks

Send
s.n. 1915, 15 March. Het Vlaamsche nieuws. Seen on 23 November 2020, on https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/en/pid/kd1qf8m43p/
Show text

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Maandag 15 Maart 19:15. Berste jaarg. Ni 6it iiwmiiiaii hhihiiiiiih wmm\wêjmêêmmmmmmêtmmemsammkmêêêm\i < iinm Prîis : 5 Centiemen door $reheeî Beîgïë *Mm »&naJ^naw nJL* Vlaamsche Nieuws Hat ha*t IngelicHt m% wmrmvn^ui Nia^iwi&biîkri' van B<aigptfc> - V ^ 7 rr&mal pisr w^-eek IABONNEMÊNTSPRIJZEN : " I BESTUUR ! BUREELENÎ AANKONDIGINGEN : Per week. . 0.36 j Per 3 îoaandeci 4.»» Himfdftnstfiller • Allons BAFYFNS : ftoodestraat 44 ANTWERPEN iweede bladz., per regel . 2.60 1 \ierdc bladz., per regel . i.28 i'et^nd I.H P«t 6 maandes 7.W i, T f ^ Allons B AE YK N S , Retrait J^ANIWKRFBW Derde blad*., id. .1.90 o* Tolgen. overeenkom.t. Per . . 54.99 | Beheerde* : Ant. VA& OPSTRAE1 T«ieioo« 1990 Dood.bericht . . . . . i.es - inin-aiMiiinwiMii m i» miiéi m n «mi — i.i'iL im.m mu mini mm ■■ rriiiyriTTin-n^7riWft-MTinrrTOn^wlTFiri-bbmimmwrf--rn-ïïr--" mi m ii m inn—nainnm iimMMUi+iwhi i> mi * m ni ■■«■hmwmijjtntj^jim VADERLANDERS! JA MAAR MENSCHEN BOVENAL Den 12n juni 1918, vôôr dat iema ! le ontzettende gebeurtenissen, die h< Ëuropa. in vlam en vuur zouden zett en ook zoo fel ons land zouden teis een, kon voorzien, sprak ik de volgen woorden uit in den Senaat, waar 1 nieuw ontwerp op de militie aanhanf -vas : Laten wij vaderlandschgezind uezt tfijne Heeren, maar laat ons, vàâr ail wnschelijk zijn. Die woorden komen mij terug, in d geest, nu ik mij met moeite kon ov fuigen dat al de verschrikkingen die i beleven werkelijkheid zijn en dat ik n het slachtoffer ben van een nachtmerr Zeven maand en half is nu de afgi selijke menschenslachting aan gang, geen glimp van hoop bestaat er dat 1 indigen zal indien al de betrokken 1s den zich uitsluitend blijven beroepen vaderlandsliefdc en de stem der ;;ti schelijkheid toi zwijgèn doemen. Het wee en de schade zijn reeds onl rekenbaar. Ailes moet plooien voor 1 oorlogsgeweld. Niets telt voor nieman steden noch dorpen, handel noch nijv heid, landbouw noch scheepvaart ! , les wordt zonder genade vernietigd w; het oorlogsbelang spreekt, en dit verr lingswerk zelf kost milliarden en r inilliarden. — Duizenden en duizenden worc uitgemoord of verminkt. — Duizenden en duizenden als we< wen en weezen aan een wanhopig prijsgegeven. — Duizenden en duizenden ontvluc ten hun haardsteden, ailes achterlatei ailes verliezend. — Duizenden worden door de ellex aangegrijnst, vooral in Polen en Gali< om eigen en reeds veel gelenigd v niet te melden. — Duizenden, die de veerkracht zich niet bezitten om dit ailes te bo\ te komen, worden in hun geestven -gens getroffen en door een ontijdig cfood neergeveld. En die storm van rampen wordt o de wereld ontketend onder de schoor volkeren, op het oogenblik dat de schaving, de geleerdheid, de wet schap, de menschelijke gevoelens hoogste ontwikkeling scheuen te bei ken. Welk noodlot heeft de volkeren dien kolk van jammer en ellende stort ! Laten wij het bekennen : de vad iandsliefde aller volkeren heeft hoo] gesproken dan aile belang, dan aile voel, dan aile theorieën en verzucht gen, dan aile droomen van geluk vrede. Niet het minst sprak die stem in I gië en in de voortaan historische al. raeene vergadering der Wetgevende I mers van den 4n Oogst 1914 bekende dat de vaderlandsche plicht de eei iller plichten is. En toch na al die maanden van oc nenbaar wee zou ik mijn woorden \ 1913 willen herhalen en al de volkei kunnen toeroepen : Vaderlanders, ja, maar mens c h en vénal ! Van den plicht vaderlandsîiefde h ben v/ich aile volkeren ten voile geki ten, maar de verhevene wet der m< schelijkheid moet nu weer haar rech' herkrijgen. 't Is een epos geweest van heldhaft heid. doch nu is de vraae of de mensc ad lijke gevoelens niet aân ht-t woord mo-;el gen komen. en Toch eenmaal, vroèg oî laat, goed-te- schiks of kwaadschiks, moet dit oogen-de blik aanbreken. let Ware het dan niet beter dat van nu ar, ;ig iu 't belang van de heele wert-ld tôt de edele beweging van een ■wapenstilstand a, werd overgegaan, een wa]x;nstilstand die es, dan het begin zou wezen van een duur- zamen vrede? en Wij hooren îangj. aile kanten de stem-er- men der regeeringen opgaan : Geen sen-vij timentaliteit ! geen vrede ! Doorvechten iet tôt het bittere einde ! Tôt de verplette-ie. ring der tegenpartij ! ij- Maar de soldaten aan het front, in den en grimmigen en eindeloozen veldslag die iet nu maanden onverpoosd aanhoudt ; de m- dappere, heldhaftige jongens in de loop-op graven, die dagelijks leven met den dood voor oogen en in de korte poozen van rust weemoedig terugdenken aan den îe- haard, aan het vaderland, aan ouders, iet vrouwen en kinderen, de millioenen jcn-d : gens hebben in het diepste van hun hart er- slechts een wensch : dat het eindigen VI- zou ! iar De haat slinkt weg; ondanks ailes is ie- er teenadering onder de strijders. Kre-°8 gen wij daar geen bewijzen genoeg van met Kerstmis, toen de geest van dit 'en Vredefeest vaardig werd over de gemoe-deren?-u- De strijdende legerscharen staan even-lot wichtig over elkaar, 't is macht tegen macht die niet tôt besliasende zegepraal ht- leidt, maar tôt het bankroet van den oor-1C*> log en de heerschappij van het pacifisme.'rï.e De -wapens neêr! zoo luidt de titel van ;ië, het boek der diepbetreurde Oostenrijk-^ sche schrijfster, barones Bertha ven Siittner, waarmede zij den Nobelprijs 111 verwierf. en De ivapens neêr! moet de leus zijn, ■en van mon^ tot mon^ overgebracht tôt ze ' 1 heel de wereld overklinkt, doordringt in ver vorste^jke paleizen, in ministeries en ste kanselarijen en dat zij al.de andere kre- ten machtig overstemt. en. De wapens neêr! En dat bet kanoit-de gebulder, dat land en zee en lucht ver--e;_ vult, tot zwijgen worde gebracht. De wapens neêr! en dat millioenen le-in vens er door gered worden en dat de çe- huiselijke haard, waar het geluk nog niet onherroepelijk verweest is, weer in er- den vriendelijken schijn van den vrede jer moge opleven, tôt heil van ieders va-ge- derland, tôt heil van de algemeene be-in- schaving en van heel het menschdom ! eo Hoe ging mijn hart open toen ik het lied las, dat een Amerikaansch volks-lied werd, met geestdrift overal ontvan-|e" gen, en dat ik in aile landen zou willen ^a" hooren, het lied van de moeders : ik Ste Niet voor soldaat bracfct ik mijn jongeil groot, Maar tot mijn trots heb ik hem zoo bemind. af- Hii grijpt niet naar 't geweer en schiet niet ran [dood •en Den braven zoon, een ander moederskind. Eeli landgeschil zij vreedzaam nu geslecht ho- Het is geen eeuw dat men nog nioordt en 't Was nu geen oorlogslijden [vecht, ïb- Als al de moeders zeiden : ve- a Niet voor soldaat bracht ik mijn jonçen ;n- [groot.» :en LEON VAN PEËORGH, Lid der Interparlementaire Unie. ie- Vau Invaliedenhuizen Onlangs las een onzer konfraters ii een Hollandsch dagblad, dat men ii i Frankrijk aanstalten maakte om invalie denhuizen op te richten. Hij vond da een prachtig idee en daar hij voor he oogenblik niets profijtelijkers te doex had, werkte hij het uitheemsche nieuws I ie om tot een eigen gedacht, — en be | ?on te ijveren voor een invaliedenhuis Heel veel beredeneering was daaraai niet verkwist ; die werd vervangen doo: veel woorden, ronkende en snorkend< zinnen, op tranerig sentimenteele voo: gezongen. En zes man, plus eenen peer denkop, plus de baas uit de herberg waar onze konfrater soms wel eens eei pintje snoept, vonden het gedacht z«k heerlijk prachtig, dat ze onmiddeîlijt een komiteit oprichtten, om hetzelve ii daadzaak om te zetten. Voor onberedeneerden onzin vind ®en steeds meer gehoor dan voor ver standige uiteenzettingen. Wij toonden ons van eerstaf sceptiek we heetten het gedacht van onzen konfrater edelmoedige onzin, hetgeen ons '•'jn hevigen toorn op den hais heeft ge-Haald, want als hij ons ontmoet beziei hiî ons met kwade blikken. En dat laa' °ns koud. Nu is echter den konfrater een avon-î;UUr overkomen dat eigenlijk onaange ûaaœ îs Texnand die zijn blad geregelc leest, heeft hem een brief geschreven. waarin hem precies betzelfde wordt her-haald wat wij hem zegden, daags nadat hij het nieuwsje uit het Hollandsch blad met eigen warmte had uitgebroeid. Kleine partikuliere bijdragen kunnen nooit samenbrengen de millioenen, wel-ke tot verwezenlijking en onderhoud der invaliedenhuizen noodig zijn. Tevens is het dwaas de menschen in gestichten op te sluiten, en verders moet men de taak van den Staat niet overneinen, als men niet de sterke schouders heeft die er noodig zijn om dien last te dragen. Juist wat wij gezegd hebben : met aile sympathie voor den grond der zaak, wordt het noodelooze, machtelooze ge-doe van kleine menschjes tegenover het reuzenwerk afgekeurd. Onze konfrater, die anders babbelziek is gelijk een ouwe ekster, heeft die boon nog niet kunnen verteeren: hij heeft den brief van zijn lezer opgenomen, zich voorbehoudende daarop te ant woorden. ■ Reeds verscheidene dagen verliepen, en daar kwam niets : we veronderstellen dat ; onze konfrater eerst zijn komiteit moet ■ raadplegen ; het antwoord zal stcllig i meer gewicht hebben als de toekomstige ■ concierge, de toekomstige ekonoom en : de toekomstige bestuurder van het Tnva-: liedenhuis, hun verstand samenbrengen, om de ongeloovigen en de spotters drij-maal te verfoeien... Wij kunnen niet nalaten een weinig ' den draak te 3teken met onze» konfra ter, zonder daarcm het gedacht te min-achten, dat hij in een Hollandsche krant heeft gevonden. Wij willen nog eens wijzen dat het niet onzen pHcht is, de kapitalisten en de goevernementen welke deze ten dien-ste staan, te ojitlapten van de taak de' s'iachtoffers hunner bloedige twisten te helpen in hunuen nood. Wij hebben zoovele werken te steu-nen, van onmiddellijk belang, smarten te lenigtn, ellende bij te staan, die ook wel onrechtstreeks voortspruii uit de huidige maatschappelijke wanoi'de, maar waarvoor we allerlei verontschnldigm-gen vinden. Wij herhalen : wat zal er van deze geworden, als men de slachtoffers van den oorlog, in al hunne gedaanten, nog op den hais schuift van de private lief-dadigheid? Zij zullen onvermijdelijk hunne bron van inkomsten zien vennin-deren, zooniet geheel zien verdwijnen, — en allen kunnen niet doen wat zekere « îiefdadige kringen » doen, die eenvou-dig de lmlp inroepen, zelf, voor eigen rekening, van het Bureel van Weldadig-heid ! Laten wij de ellende door den oorlog over de wereld gebracht lenigen, waar wij het kunnen, binnen het bereik onzer middelen : dat is oftzen plicht jegens ons tvennaaste ; doch maken wij daarvan geen stelsel, verlichten wij niet de taak, de plicht der regeeringen en dergenen, welke belang hebben bij den oorlog. Het medelijden met de slachtoffers mag ons niet aanzetten om de boete van de mis-dadigers kleiner te maken ! Alek. in het Buiische l«gar De oorlogskorrespondent van het «Ber-liner 1 ageoiatt » on het Oosten houdt een beschouwing over de vrijneid, die de Duitsche soldaat zich thans ten opzichte van zijn unilorm mag verorloven, terwijl vroeger zoo uiterst streng op het eerbie-digen van de voorschrilten werd toege-zien. De soldaat te velde ziet er heel anders uit dan de oificieren en manschap-pen, die nu nog in velduniform door de straten van de garnizoensteden wand-e-len. Het groen-grijze laken blijkt al te zeer aan de aardsche vergankelijkheid onderworpen, is nu eens parelgrijs, dan weer muis-grijs, dan weer leemkieurig, soms is het naast groen geworden en de op zich zelf zoo weinig aantrekkelijke kleur toont in het veld variaties, die het oog van den schilder zouden verheugen. loch is men zeer tevreden over het laken, zijne kleur heeft reeds duizenden het leven gered en de schrijver heeft zelf ge-zien hoe manschappen, die uit de loop-graven te voorschijn kropen en op vijttig, zestig meter afstand zonder dekkmg plat op het veld lagen in een niet eens bijzon-der donkeren nacht niet meer te onder-scheiden waren. De officieren laten hun glinsterende schouderstukken liefst thuis. De sporen, die de jonge luitenants zoo gaarne laten kletteren, heeft men reeds lang afgelegd. In de loopgraven hinderden ze slechts. De sabel wordt nauwelijks meer gedra-gen. Buiten dienst zeker niet. De officier gespt haar meestal aan zijn zadel vast. VVie zijn degen of sabel in den slag verloren heeft, en dit komt vaker voor dan men zou denken, wapent zich met een Russische sabel, waaraan geen ge-brek is. Hooge schoenen ziet men zeer zelden. Zwarte bijna nooit. In plaats van de lederen slobkous ziet men nu veel beenomwikkeling van wollen stof, die zeer praktisch is, en zooals in het En-gelsche leger gedragen wordt. Om zich vooir de scherpschutters van den vijand onherkenbaar te maken dragen de officieren in het gevecht meestal gewone soldatenjassen. De Russen hebben echter goede kijkers. Ondanks sol-datenjas of schapenvracht herkenden zij de offiecieren aan hun kaarten-tasschen. Deze zijn nu ook verdwenen. Men ziet de merkwaardigdigste model-len van jassen. En hoe kouder het wordt des te zonderlinger hun vorm. Niemand wil, ter wille van de voorschriften een ziekte op zijn hais halen. Men ziet de grappigste combinaties van uniform en burgerkleeding. Zoo zag men een officier van den staf, in een lange bontjas van een burger loopen. En daarover heen, om er als soldaat uit te zien, een grijze ruitermantel. Onlangs ontmoette de korrespondent een dragonderluite-nant, die in een korte, donker grijze pels-jas liep op de wijze van de Poolsche jassen. Zeer in trek is de imheemsche jas van schapenbont. Vaak met het zwart geverfde leer naar buiten. Bij de soldaten ziet men dergelijke vrije uniformen veel minder. Opmerkelijk is echter het groote aantal Russische jassen bij de colonnen. Deze moeten zeer waterdicht zijn. De korrespondent heeft een onderofficier van de artillerie gesproken, die een gewone soldatenjas droeg en daar op tressen gemaakt had van laimpen katoen. Een officier, die het tot eersten luitenant gebracht had, kon aan de Bzura geen sterren krijgen. Hij nara daarom een paar glimmende spijkertjes uit een lederen stoel eti zoo werd zijn nieuwe waardigheid kenbaar In een Duikboot In de Duitsche pers geeft Otto von Gottberg een sebildermg van het uit-varen van een duikboot. De « U 47 « gereed maken voor de langst mogelijke vaart ! Zoo luidt het bevel, dat de kapitein van de duikboot ontvangt, als hij 's morgens om zeven uur op de werf koint. Van de oude kor-ven, die de bemanning der duikbooten na hun vermoeie,nde tochten tot een aan-gename kazerne dient, ziet de kapitein-luitenant zijn manschappen aankomen. De troep houdt stil op het steenen hoofd, waaraan het slanke grijze vaar-tuig met het zwarte nummer 47 gemeerd lig,t, Uit de boot komen er nog man-nen bij. Eindelijk dus ! zoo begint de kapitein. Over dertig gezichten gaat een glimlach. De boot had tot nu toe slechts proef-tochten gedaan en was op de werf nog eens voor de vuurproef nagezien. De uren voor het ver trek zijn kostbaar. Men moet zooveel voorraad inladen voor machines en menschen als het schip bergen kan. De kommandant gaat met zijn beide officieren aan boord. Ken ma-troos geeft hun een pak werk, waarmee men in een duikboot altijd rondloopt, oindat men na iedere aanraking van de van olie druipende wanden, deuren en trappen de vmgers moèt afdrogen. De deuren zijn nauwe, ronde gaten, Door een gat op het achterschip klimt de kapitein langs een smalle loodrechte ijzeren ladder in de diepte, die elektrisch verlicht is. De lucht is door de olie zoo zwaar en dik, dat zij landratten op de longen drukt, ofschoon het luik open staat. Aan boord ademt men die in als zuivere ozon. Ook als aile spleten ge-slotei^ zijn, doet hier achter in de ma-chinekamer een groep haar dienst met inspanning van aile zenuwen, omdat de mannen weten, dat slaperigheid of een misgreep dertig menschen het leven kan kosten. Voortdurend door hen aange-stooten slaapt in de hangmatten een gelijk aantal matrozen, die zich niet laten storen door het geraas van de machines, iedere ploeg werkt vier uur. De ruimte is ongeveer drie meter lang en is zoo i srnal, dat een man van middelmatigé ; lengte met beide handen de zij wanden raakt, als hij zijn armen slechts half uitstrekt. Een net van geleidingsdraden, een warwinkel van hefboomen, hand-vatten en instrumenten draagt het holle dekblad van de grijze sigaar. De kapitein onderzoekt ailes en wringt zich door het gat in den voorwand van de kommandantsplaats. Onder de vaart doet de leidende ingenieur een veelzijdigen dienst. Met weinig perso-neel moet hij buitengewoon ingewikkel-de machines bedienen en vaak herstel-lingen doen, waarvan het bestaan van schip en bemanning afhangen. In den toren laat nu de kapitein weer zijn onderzoekende vingers over aile hefboomen en handvatten gaan. Het op en neer gaan van de periskoop wordt beproefd. Door het torenluik, waarvan het deksel bij het duiken het laatst ge-sloten wordt, komt de kapitein op de kleine brug, en driehoek, die onderweg hem, den wachthebbenden officier eu den man aan het roer plaats biedt. Twee nachten lang kan de bemanning nog langer dan gewoonlijk slapen. Dan wordt de kapitein-luitenant bij den flotillechei ontboden en krijgt hij bevel den vol-genden morgen uit te loopen. Den volgenden morgen om zeven uur komt hij aan boord. Zijn stem roept dertig man bij een. Zijn oppasser geeft hem jas en broek van zwart leer met wol gevoerd. Kort daarna worden de touwen los gegooid. DeN matrozen verdwijnen onder dek. Ook de drie mannen op de brug gaan voor een poosje in den toren, die nu bespoeld wordt door het water van de buitenhaven. De kapitein laat zijn eend voor de laatste inaal als proef duiken. Hij voelt, dat hij haar volkomen in zijn macht heeft, en klimt dan weer op de brug. De zeegang neemt toe. Stampend gaat de «U 47 » het vuurschip voorbij. Nu wordt het oppassen voor de officieren. Al dtiurt de tocht ook twee of drie dagen, zonder van kleeren te verwisselen en zonder slaap moeten zij op hun post blijven en zich desnoods aan de brug laten vast binden als de zee onstuimig wordt. Voor den kommandant bestaat er geen aflossing. Hun eten krijgen zij op de brug. Over flauwe soep hebben zij zich zelden te beklagen, oindat de Noordzee met het hartige schuim van haar golven er in spat. De kommandant tracht juist zijn bord recht te houden, als de man van de wacht bakboord vooruit een rookwolk rapporteert. Het bord vliegt uit de hand. Een bevel van den kapitein en de si-gnaalklokken gaan binnen in het schip, waar de manschappen in haastige beweging komen. Het werk van de handen daar beneden laat klokkend het zee-water in de ballast-tanks stroomen. Snel gaan de drie mannen op de brug in den toren, die in het water wegzinkt en slechts de periskoop steekt boven de golven uit. Door de periskoop zoekt de kapitein den horkont af, die nu nauwer dan te DAGELIJKSCH NIEUWS ONS HOOFDARTIKEL VAN HE-DEN. — Wij vestigen de aandacht van onze lezers op het prachtig hoofdarti-kel dat wij heden mededeelen en dat van de hand is van den heer Léon Van Peborgh, senator voor Antwerpen en lid van de Interparlementaire Unie. % Is een kreet uit het hart, 't is de stem van een denkend en diepvoelend mensch. Die stem zou verder moeten klinken dan binnen de omheining van Antwerpen ; het artikel zou thuis hooren in de groote wereldbladen, met overwegenden invloed, en daarom wenschen wij dat het overal vertaald en opgenomen zou mogen worden. Elke zin, elk woord schier dragen in zich een betoogende kracht, en een mee-deelzame overtuiging. Ook elders gaan zulke stemmen op van denkers, schrijvers en staatslieden. Graaf Witte, in Rusland — wiens af- 2 sterven ons gisteren zoo onverwacht toe-kwam —; Romain Rolland, in Frankrijk ; Haase, het invloedrijk lid van den Duitschen Rijksdag; Bernard Shaw, en zooveel anderen in Engeland, pleiten voor het sluiten van een onmiddellijken vrede. De wensch naar vrede ligt, zooals onze medewerker heer senator Léon Van Peborgh zegt, in aller harten. ZONDAG. — Het regent een weinig, van morgen, een zoele motregen. De zachte lentedagen zijn aanstaande. 't ls de Lente nog niet, maar de voorbode van hare komst. Ik eindigde, daareven, de lezing van Tolstoï's « Kreutzersonate » en 't was me waarlijk eene ontgooeheling, dat boek. Er zijn boeken die men niet meer herlezen mag. De liefde, zoo besluit de groote Rus, is iets armzaligs, iets on-reins, iets waarover men alleen met walg en met schaamte spreken kan. En zoo gaat het rekwisitorium voort. Het zijn alom de ongehoordste dwalin-gen van een néo-christène, van een man die in het Evangelie alleen de negatie van het leven ziet en dan ook het geluk vindt in den dood, in het niet-geboren worden. Tolstoï heeft, als Christène, de oogen uitsluitend op den gekruisigden Chris-tus gericht, op den man van de smart. Hij ziet niets anders meer. Hij vergeet dat het Christendom, daarnevens, een schooner symbool op zijn altaars laat prijken, namelijk het beeld van de ge-lukkige, vruchtbare moeder die, wellus-tig, het kleine kind, den pasgeboren God de borst geeft. Neen, de woorden van Tolstoï zijn de woorden van zieken, eunkken of suf-fragetten. 't Zijn alleen dergelijke schepsels, en ook enkele jonge of vroeg-tijdige ouderlingen, die zich schamen over eene daad waarmede de laagste der mannen zich waardig toont om den geest der menschheid te bestendigen. En nu de Lente komend is, ailes her-nieuwend, en weldra de schaduwrijke, geurende avonden, ons hun vreemd mys-terie zullen brengen, die uren die tus-schen de Lente en den Zomer zijn, ge- i lijk Claudel zegt, nu voelen wij ook de 1 macht van de eeuwige Kypris, den wel- , lust van Goden en menschen. Zij, de -, begenadigde godin, zegeviert op de ge-slachten die gaan en komen, niettegen-staande de beweringen van Tolstoï en 1 o r» r? inrior/» crriîcoarrlc • \ BRIEFJES, — Nooit-waren er meer >ankbriefjes in omloop dan thans. j. îriefjes van allerlei waarden. De armste i dopper » kan zich nu de weelde ver-lorloven bankpapier te laten wisselen. Die weelde werd ons geprofeteerd, in len tweeden « Faust » van Gœthe. De lichter voert een keizer ten tooneele, viens schatkist jammerlijk ledig is. Vaarop Méphistophélès hem papieren ;eld aan de hand doet, dat iedereen te-/reden stelt.,. voch beurs, noch buidel zal ons verder [plagen.. îen blaadje is op' den boezem licht te dragen : ,let niinnebriefjes paart het niaklijk hier. )e priester draagt het vroom in zijn brevier, îu de soldaat, om vlugger zich te weere'n, ;al gauw den inhoud van zijn tesch verteeren. ' Er is toch niets nieuws onder de ;on !... GODSVREDE. — In lang vervlogen ijden twistten de geloovigen in Enge-and onder malkaar. De eenen gelootden lan heiligen, de andere niet. Een jonge scholier die verloren ge-oopen was vrœg aan een voorbijganger îaar tsint-^rmesiaan ; waarop hij uitge-naakt werd voor vervloekte paap en onge Roomsche pest, en gevraagd waar vijien Arme heilig gemaakt was. Een weinig verder vroeg den jongen waar \rmeslaan te vinden was, waarop hij werd toegesnouwd als gemeene hond en schurftig heilebroedsel, en hem gezegd lat Arme heilig was vôor zijne geboor-te, en het nog zou wezen, lang nadat lu j aan de galg zou zijn gerot... Het vragen naar den weg is ons poli-tiek gekitioel; met naar den weg vragen, heet men nu: Godsvrede... OVER DE PRIJZEN DER LE-VENSMIDDELEN. — Eenieder zal met genoegen bestatigd hebben dat van bevoegde zijde maatregelen genomen werden om het soms overdreven winst-bejag op de levensmiddeien tegen te ij werken, door maximumprijzen te bepa len. In de praktijk nochtans worden deze bepalingen ettenaf met nageleetd. Zoo waren er landbouwers die, toen ze vernamen dat de prijs der aardappe-len op 9 franks gesteld was, zonder ver-wijl naar huis reden. In verschillende winkels worden deze van 14 tot 16 centiemen de kilo verkocht. Voor wat de ajuin aangaat, is dit des te erger. De maximumprijs is gesteld op 25 tranks de 100 kilos en voor den klein-handel op 27 1/2 centiemen per kilo. Welnu, gewoonlijk vraagt men 35 en ook wel 40 centiemen per kilo. Er zou een weinig meer toezicht moeten gehouden worden over die zaken. Alzoo zouden vele misbruiken voorko-men worden. VERVOER VA?< BELGISCHE VLUCHTELINGEN. — Om aan de te Heelmoud verblijvende vluchtelingen » jelegenheid te verschaffen zich naar het /luchtelingenkamp te Eede te begeven, ijden extratreinen van Heelmond naar ïede, plaats biedende voor 250 vluchte-ingen. Ook van uit verschillende andere )laatsen zullen in den loop dezer week 7Pkr«5T,hi trpinpti -ri irl^n voren om zijn scheepje ligt. Hij moet het schip afwachten, want men mag zich niet verraden. De vreemdeling, kon een vijandelijk of een neutraal schip zijn en in beide gevallen misschien draadloos mededeeling doen van zijn ontmoeting met een Duitschen duikboot. Dan zouden aile vijandelijke schepen uit den weg gaan. Onder het wachten opent de kapitein het stalen luik van een toreu-venster. Als een lichte smaragd glin-stert het dikke glas. Groenig blauw dringt er licht in den toren, zooals men in menige druipsteengrot ziet. Door het venster ziet hij een Gods-aquarium. Ronde kwallen, plat als een bord, anders als een vingerhoed gebogen slepen lange draden op en neer. Visschen klein en groot, slank en plomp, glijden voorbij, schieten in een vlugge wending verschrikt terzijde of staren dom en bru-taal met open verbaasden bek uit groote oogen in het venster van het langzaam en zonder schommelen varende scheepje. Het schip, rapporteert de man op de wacht, is een Hollander. De kapitein kijkt door de periskoop. Een draadloos toestel heeft de vreemdeling niet en hij is op weg naar het vasteland. De «U 47» kan dus weer voor den dag komen. Boven water is door de grootere snelheid ook zijn opératiegebied grooter. Het on-derduiken vertraagt de vaart en ver-bruikt elektrische kracht. Deze dient echter vooral voor den strijd. Daarom zijn de Duitsche duikbooten er zoo zui-nig mogelijk dee. De bemanning lijdt kou om de elektrische kachels niet te gebruiken. De ledematen zijn stijf en de tanden klapperen, maar het kacheltje mag geen elektriciteit gebruiken. Twee en een halven dag eA twee nachten duurt de vaart. Een drijvende mijn wordt ontdekt en ter wille van de vreed-zame scheepvaart met een machinege-weer onschadelijk gemaakt. Dan wordt j. het weer avond. De kommandant is vermoeid. De ballast-tanks worden ge-vuld en het schip legt zich in een zan-dige vvieg, om uit te slapen. Ook de manschappen hebben het noodig na den harden dienst, ofschoon er de hand aan gehouden wordt, dat de helft, die vrij van wacht is, zich in de kooi te slapen legt. Een slapend mensch gebruikt minder zuurstof dan als hij wakker is. De behoefte aan afleiding doet echter ook zijn rechten gelden. De gramofoon knarst, misschien maakt zelfs het orkest aan boord muziek. Instrumenten zijn er van allerlei soort. Want tusschen de lippen van een matroos wordt een oude haarkam en een blad closet-papier tot een bruikbare mondharmonika. Tegenwoordig geeft men van tijd tot tijd de bemanning gelegenheid om door de periskoop te zien. Vooral als men een schip getroffen heeft. De kommandant van een der duikbooten had namelijk een matroos, die naar de reserve over ging, gevraagd C hij nog iets wenschte op zijn laatste dagvaart. De matroos had toen den wensch uitgesproken voor hij het schip verliet eens een enkele maal door de periskoop de oppefvlakte van het water te zien. Toen dit geval bekend werd, nam menig kapitein zich dit ter liarte, zoodat de matrozen nu niet meer steeds blind onder water blijven.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software. 

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
This item is a publication of the title Het Vlaamsche nieuws belonging to the category Gecensureerde pers, published in Antwerpen from 1915 to 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Add to collection

Location

Periods