Antwerpen boven: orgaan der Groeningerwachten van Antwerpen en omstreken

276 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1915, 01 Decembre. Antwerpen boven: orgaan der Groeningerwachten van Antwerpen en omstreken. Accès à 22 octobre 2020, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/n872v2dg9g/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

3de jaargang, Nummer 16. Prijs: 5 Centiemen. December-nummer igi5 (B). ANTWERPEN BOVEN VERSCHIJNT OM DE Orgaan der GROENINGERWACHTEN VEERTIEN DAGEN van Antwerpen en Omstreken Men zegt dat 't Vlaamsch te ncet zal gaan — t En zal ! Ailes voor Vlaanderen Geen rijker kroon Dan eigen schoon. On détruira peu à peu l'élément germanique enBelgique.(Ch.Rogierl834). La Belgique de demain sera latine ou ne sera pas. (Het franskiijonisme in 191! Men zal stilaan het Germaansch element (dit zijn de Vlamingen) in Belgiç uitroeien. Het herstslde België zal Latynsch zijn (d. i. Fransch) of zal niet zijn. ABONNEMENTSPRIJS : men schrijft in op het bureel vah het blad. Aankondigir.gen volgens oyereenkomst. Voor Antwerpen en onmiddellljke omgeving fr. 1,25 per jaar Buree) en Opstelraad : Ongeteekende stukken worden niet opgenomen. Voor 't binnenland (uitgenomen Oost» enWest-Vlaanderen) . . .» 2,50 , , , , c 1.1111 1 Voor Oost- en West-Vlaanderen bijzondere voorwaarden. : t Hof van Keunen, Carnotptaats, 3g — Borgerhout Al wat dit blad betreft moet op ons bureel besteld worden. 1840 VLAANDEREN's HULDE aan HUGO VERRIEST 1915 den rastor van te lande. HUGO VERRIEST. K heb nooit met hem gssproken. Eens, jaren geleden, toen ik Îin eenzaamheid zijn voor- drachten had gelezen, wilde ik ik hem gaan opzoeken te Il H II II , . , 6 , , — Ingooighem, om hem daar te zien te midden van zijn landslie, het simpele volk, aaruit hij optorent als een baak. Maar toen vam weer tôt me door 'n tijdschrift het bericht, it hij bestormd werd door veel mannen « met ïam », en dan bleef ik maar thuis. Want naam ;b ik niet, eh zal er nooit hebben. Laat me srust... Maar tôt mij den eenzaàt, die nooit sprak met erriest, is toch de zindering van zijn woord >orgedrongen ; wel hebben ergens, naast het idje van mijn leven, pedanten gestaan, die met sel gutturale beredeneering me poogden diets te aken, dat Verriest een dilettant was, nog geen Jgslag in't voorbijgaan waard... maar ik heb iet geluisterd naar het vijlengekras van hun ge-laakte klanken ; wel naar de zindering van dat vende en levendmakende woord van den ouden istor omdat ik voelde en zag rondom hoe de udenten, het jonge volk, dat toen bij mij kwam :>biechten, groeide onder het gebaar van zijn ooie handen en den harmonieuzen adem uit jn mond... Een vriend van me, een echt onderwijzer, zei e eens, in ijver ontstoken over zijn heilige ak, zijn « acte » van schoolmeesterschap op : als schoolmeester, zei hij, wil ik leven en srven ». Daarover een half woord. Verriest heeft het eerste « geesteslicht » aan-houwd in 't Seminarie, waar Guido Gezelle, e toen 00k schoolmeester was, hem de schellen .n zijn oogen wegrukte, en de wereld liet zien, sglansd van zon. En hij vond de wereld schoon, ndat God ze schoon had gemaakt, opdat wij ze hoon zouden gebruiken. Hij leerde « zien » en tiooren » en « voelen », wat zoo weinigen nog innen : geen roering in de natuur, geen roep t een menschenhart, gesmacht in den boezem, vastgeklonken in woord of lijn of kleur, bleef im vreemd... Als ik aan hem denk rijst voor me op het beeld n den forschen Renaissancegeleerde en — ïraar, den echten, uit de XVI eeeuw, die den est verstond van de Ouden, en met de gedach-1 der Antieken als met spaden in den geestvan n leerlingen schatten bovendolf van eigen visie eigen werk ;... niet die pieterige humaniora-;raar van de XVIII en de XIX eeuw die nog îl op de groote schaal voortleeft, met zijn ver-ridings- en vervoegingschema's en niets meer, 3 geslacht na geslacht de beste lagen van ons kaangelegd volk heeft verknoeid. Die leiden .s tôt voor de gesloten deur van dit hooge huis, t is het humanisme, en laten ons kijken op ioden gevel ; maar Verriest was een van de îinigen, die voor zijn jongens, zijn discipelen, ; poorten opengooide, en ze voerde in de "engschoone zalen, die zijpelden van't licht... Voor hem was de schoolniet eene plaats buiten leven waarzij, die't hoogste menschelijk den-n vereenzelvigen, de schoonste betrachtingen 1 den wetenshonger onvoldaan laten van hen, e naar hen luisteren ; zij is het voorportaal n 't leven, waar de zaken spreken door zich-lf tôt het jong verstand, waarvan geen vezel of en trilling aan de leidende macht ontsnapt. En naast Oud-Rome en Hellas wees hij hen naar de reuzen uit de naburige landen, naar Shakespeare, waarvoor de knaap Rodenbach met het hoofd « neen » schudde, maar bovenal naar wat zonder geweld en gemaaktheid gedicht en gedeund was in de « eigen, wonderzoete taie ». De Vlaamsche taie is wonderzoet Voor die heur geen geweld en doet »... hoe schoon kan dat Verriest zeggen, dat het van zijn lippen leekt, lijk water van een kristallen bekken... En terwijl hij leeraar was "voor een klasse, groeide hij tôt leeraar van zijn volk. De eerste groote les, die hij ons leerde in dit nieuw ambt, was : Gezelle. Hebt ge hem gehoord, leeraar uit de poësis, met al uw gerammel van « figuren », en zilver-papier van « beautés littéraires » in uw « explications », hebt gij hem gehoord ? De beide Nederlanden waren nu zijn klasse geworden, en allen luisterden, reikhalzend, naar 't wondere woord, dat skoone Westvlaamsch. En uit de eerste ontwikkelde zich langzaam de eenige, de groote les ; die van den heiligen berg. Het volk, zijn volk van verwilderde stumperds, dat daar zieltogend ligt, en waarin hij toch nog i: maar altijd nog schoonheid vindt, zal weer op- >'■ leven ; reeds roeren de vingertoppen van het slapend reuzenkind, reeds schemert wat glans in zijn schoone oogen, reeds verkruipt een zenuw om den sluimerenden mond. Doodhem niet in zijn slaap! zoo zegt hij,werend. Ik waak bij hem als Nisus bij Euryaal ! n Want weet ge wat onze Ziener, mijn meester, }) zegt, die 't was, waarin Vlaanderen zijn schoon- » heid en weerbaarheid heeft gespiegeld ; » De peerdehoeven staan in 't zand, te Leyewaard gedreven ; maar keerwijs om naar 't Zuiderland geen twee, geen een op zeven ; » ter Vlamingvaart zoo wilde elkeen : » Ze gingen al, 't en keerde geen ! " » Dit zegt hij nu, de oude man, waarschuwend, ■> tôt de groote, vechtende reuzen die zich ver- » dringen op Vlaanderens bodem : « Mijn volk, 11 mijn arm kind, slaapt ! Gij, reuzen, wie ge zijt, reuzen van 't Oosten, van 't Zuiden van 't Wes- B ten, trapt het niet dood in zijn zieken slaap ; zieke kinderen doodt men niet... Eens was het gaaf en gezond, en 't heeft u de vrijheid geleerd, en tapijten geschonken voor uw konings- I J Zicht op de pastorij van Ingooighem. I ^ zalen, en beelden voor uw gangen, en goddelij ke schoonheid voor uw paleizen en muzeeën.. Prapt het niet dood, wie ge zijt, want het slaap Dnder de hoede Gods... Het moet weer opfleuren sn sterk worden en schoon... Mijn arm,arm kind !» MetU, oude schoone Man, die zoo flink de /ijf en zeventig dra^gt, zal ik wel nooit spreken, naar een eenzaat wenscht U van verre, dat Gij jetuige moogt zijn van de verrijzenis van uw irm weezenkind. Pastoor Hugo Verriest spreekt. « Het Vlaamsche volk, dat groot, dat edel volk moet wederom onder de zon komen, leven, roeren spreken, werken, in een woord bestaan. — Geen ander volk, geen nieuw volk, dat volk. » Dat volk had vrijheid, als geheel Europa nog in eene soort van dienstbaarheid stond en den dwang op zijnschoudei's en in zijn hert gevoelde ; het Vlaamsche volk alleen mocht van rechten spreken, zijne prinsen en heeren vrij in het gezicht kijken, en zeggen : » Wij willen.... » (Uit de Voordracht : Bond). * * « Uit hf-t verre Vlaanderen ben ik gekomen 1 om hier voor UEd. in zoete Vlaamsche taal, te 1 spreken over mijnen gestorvtn maar onsterfe-1 lijken meester, Dichter Guido Gezelle... » (Uit Verriest's Voordracht over : Guido Gezelle). * * • * « Rodenbach, de twintigjarige student, was in Vlaanderen een licht geworden, een vuur, eene macht, eene hoop, eene toekomst ! » Wat ging hij worden ? » De Dichter, de Ziel, het Hert, de Geest, het Woord van het Herwordend Vlaanderen ! » (Uit Verriest's Voordracht over : Albrecht Rodenbach). * * « Streuvels is een kunstenaar met het woord,— en veel meer nog een kunstenaar in de ziel. » Hij heeft en geeft eene kracht van leven, en wilde ik den vorm van zijn wezen en zijne kunst in één wooord bevatten en uitdrukken, ik zou zeggen : een bloei ! » (Uit Verriest's Voordracht over : Stijn Streuvels). * * * » Er zijn in West-Vlaanderen in de vijftig kostscholen. Zij omvatten daaromtrent geheel het onderwijs en de opvoeding, en moeten van onze Vlaamsche meisjes vlaamsche dochters maken, vlaamsche vrouwen en Vlaamsche moe-ders van leegeren, van middelbaren en 00k van hoogeren stand. Ja Vlaamsche vrouwen en moeders van hoogeren stand. » Wel de ziel van dit onderwijs is fransch. Er valt daar niets aan te loochenen : de ziel is fransch ». (Uit eene Rede van Pastoor Verriest in de Vlaamsche Academie). * * * « Ik verheug mij dat er iets roert in 't beklemde Vlaanderen. Ik ben gebleven een Vlaamsch-voelende, Vlaamsch-denkende, Vlaamsch-wil-lende Vlaming, hou en trouw aan mijn oude levensleus : , Ons Vlaamsche volk moet her-rorden uit de kracht van dit volk zelf ». (Zoo spreekt thans Pastoor Verriest. Zie Vlaamsch Leven, nr 8, Hugo Verriest en de oorlog, door zijn vriend J. Allegaert). Dr Jacob in ons midden. WELKOM ! Rodenbach verheerlijkte in een onsterfelijk îdicht Sneyssens, den Vlaamschen vaandrig die iwrikbaar streed en stierf voor zijn volk. Evenals tôt Sneyssens schreeuwde nu 00k 3t franskiijonisme tôt de Clercq en Jacob : jeeft u over I» en juichend klonk het antwoord: Vlaanderen ! » De Clercq zij nu onze « vaanderik » in Holland, icob onze Sneyssens, hier, een Sneyssens die laanderen ter zege leidt !

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Antwerpen boven: orgaan der Groeningerwachten van Antwerpen en omstreken appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Antwerpen du 1915 au 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes