Carolus: het weekblad van de Vlamingen

321954 0
01 janvrier 1914
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1914, 01 Janvrier. Carolus: het weekblad van de Vlamingen. Accès à 28 janvrier 2020, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/s17sn02x9r/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

CAROLUS HET WEEKBLAD VAN DE VLAMINGEN PRIJS PER JAAR : voor België fr. 2.5C voor Nederland . . . . f 2.— voor andere landen . . . fr. 5.— 4e Jaargang, Nr 1 — Donderdag 1 Januari 1914 Bureelen van het Beheer : — Bureelen van den Opstelraad : 8, OFFERANDESTRAAT, 8 - ANTWERPEN - TELEFOON 2178 PRIJS PER NUMMER : 5 Centiemen Aile brieven en mededeelingen dienen ten laatste Dinsdagavond ingezonden. Aan al onze lezers een gelukkig en voorspoedig Nieuwjaar ! "Carolus" AAN ONZE LEZERS Dat we met dit nummer onzen vierden jaar-gcing intreden, is wel het bewijs dat "Carolus" er noodig en de richting die we volgen de goede is. Wars van aile kliekskens- en kapellekens-geest die zoozeer de Vlaamsche beweging on-dermijnt en de beste en schoonste zaken doei schipbreuk lijden— mocht "Carolus", het Week-blad van de Vlamingen, eenerzijds op de mede-werking beoogen van de besten onder de Vlamingen, anderzijds rekenen op den steun en de aanmoediging van het Vlaamsch publiek dat ons immer irouw ter zijde stond. Aan allen die ons het leven licht en de lasten draaglijk maakten, onzen hartelijken dank ! CAROLUS. SCHELPEN Zooals in schelpen zee-geruisch kan klinken, Dat in haar wanden heim-vol is gevangen Voel 'k in mijn ziele zachte zangen zinken, Uit wereld-woon in wijde lucht gehangen. Daar hoor 'k het zuchten van de levensbangen, Die schuchter hunne keiken wijn indrinken. En druischend vragen van een luid verlangen, Waarvan de koren mijnen geest doorklinken. En lijk we schulpen dicht aan d'ooren drukken, Om bruisch-geruisch van breede zee te hooren En streelend-gonzen van haar klanken-koren, Die snoode hand niet uit haar wand kan rukken, Zoo kan g een ruw beroer mijn schoon ontsmukken, Wijl 't is gevangen in ivoren toren... Den Haag. JOHAN SCHWENCKE. OSCAR SIX \ Neen, heusch niet, we zijn wijliên nog i jongste boek niet vergeten, hoor, die "Len van Schoonheid" met haar vijf idyllische verti lingen. Altijd nog bijst de herinnering erat ergens in een zonnig hoekje van onze dankba ziel, en vaak —als de avond rijp vanstemmin. lijk louter gond uit d'heemlen pluist—gaater ons geheugen een zinneken aan 't dodeinen, zo tekens als 't nagalmen van een schoon, ma simpel refereintje... Want, vol Lente steekt d boekje en vol schoonheid ook. De Lentewind. joech jachen over iedere bladzij, met een geur v< jong en bottend groen. leder deelken brengt e versche verrassing...01 die verliefde sotternije dat gewuif van bolle kruinen druipend van buitelend geschuifel der meerlen, 'tspeieren dier gulden zon, 't ontspruiten dier bloeiende jeugd,'t feestelijk gesproedel dier klinkklare regendrop-pelkens en dan 't open-luchtsleven, het àl door-ademend, frisch, gezond en barens-daadvaardig. En het 'k en-weet-niet-waar in den op-wierooken-den avond, het koozend giechelen van aanvallige paarkens, maar zoo ijl en verre, als 't zilveren van kattebellekens.... En weer ligt nu ter pers een nieuw en schoon boek van dezen beminne-lijken West- Vlaamschen schrijver."Carolus", het éénige weekblad van Vlaanderen dat oorspronke-lijke Nederlandsche werken publieert, geniet thans weer de eer zijne lezers een trejfelijk en onuitgegeven verhaal op te disschen, waar ze - heel wat genoegen aan zullen hebben.. "Carolus" luidt ! Ik zwengel 't klokzeel en met des te meer ijver daar het hier geldt, een onzer beste proza-schrijvers voor te stellen. Fritz Francken. VERZEN O ! in den gaard mijns eeuwgen herten, bloeit nu zacht, mijne gepeinzen, bloeit nu zacht en blank in 't barre landl... het lag zoo droej en dor, en dood in dien alleenen nacht. Er is nu licht ! spreidt er uw bloemen heen, droom-blanke keiken met een gouden hart... en, in de lent van dier zachte oogen licht, ontluikt om liefde in dat land van smart, Weest nu een droom van smetteloos geluk. Ik weet : wel scherp en diep was uw ellende, maar was er éen zoo goed voor uwen nood ? zoo trouw en lief, van die uw zwakheid kenden ? Komt al, mijn kindren, en weest bloemen nu, weest bloemen voor mijn lief s twee zachte handen ; ze was zoo goed voor mijn verlaten hert dat 'k al haar leven wel wou bloem-omranden. ^ Antwerpen. Jos. maville. 0 Mijn Nieuwjaar l 'k Zou heur Nieuwjaar wenschen... Ze zat in 't pronksalon ; ? Het waren rijke menschen, En d'oude zaag begon : , 'k Brodeerde lang op 't weder, 1 Op 's levens leed en lief... Ze lonkte guitig-teeder, ^ En frommelde eenen brief. , Want Mâ die stond te loeren, t En Pâ las in zijn blad ; 1 Ik mocht geen vintje roeren, 1 Daar ik 't "entrée" nog niet had.., * | « Mevrouw, Meneer ! »... ik scheidde, l I «'k Zal thuis uw boodschap doen ! » Zij deed mij uitgeleide, , En gaf m'een flinken zoen /... t Tongeren. Jules Frère. 1 ——— Internationale Peperbollen Het rommelde laatst op den zolder van mijn denkwoning. Het leek of het donderde. Ik klom den trap op,die in sierlijke wentelingen omhoog gaat, door mijn brein en hooger, hooger nog tôt daaf waar je geweten welft over herinnering, en over herinnering, vastenwarm, schoolken-nis en denkervaring sluit. Kap op kap omsluit het 't menschenhoofd als toebereid voor een fellen winterdag. Ik klom omhoog om de ratten te jagen, die daar rumoer als van den donder maakten. Eerst later bleek, dat het levend ontuig dat daar rond-rammeide boven op den donkeren zolder woor-den waren uit den regel van George Hermann : "...Onrustige gedachten, die blaîfen in den nacht als honden, nog lang nadat de voetstap van den wandelaar, die hun boosheid verwekte, weggestorven is..." Het was een rumoerige spoortrein in 't heelal van mijn denken, zonder passagiers en ramen waarachter geen licht scheen. Maar vôôrdat ik dat wist, en tastend rondliep op den zolder, stootte mijn voet tegen iets aan... tegen een vod, een gebroken stuk speelgoed. 't Was het "standpunt van den klassenstrijd". Ik kende het niet meer, zooals zooveel speelgoed uit mijn kinderjaren. Dit wilde ik laten vooraf gaan voor dat ik het onderstaande vertel. Er is in Holland, onder Groningen, een trein-ongeluk gebeurd, en heel den Kerstdag dien ik reizende doorbracht, spraken de arbeiders en de arbeidersvrouwen over het wonder, dattoen die slag van 't noodlot zoo geweldig viel, geen arbeidershoofd hoefde te bukken. Het bloed van werkers werd niet vergoten bij Groningen. Waart gij wel eens in den mooien Meinacht op een dorp ? Ieder praat er dan over den nachtegaal, dien niemand ziet. Zoo praatten dien Kerstdag aile armen over dat andere wonder : er wordt geweend, gewanhoopt en stille Mengelwerk van "Carolus" 1 MIJN WONNIG LAND door OSCAR SIX I De Avondstar I Als ik aan mijn dorpken peinze, dat ginder ver, te rusten ligt midden de weelderige beemden van mijn land ; en als ik de kinderjaren herdenke die ik er zorgeloos beleefde, en kan ik de ge-dachte van dien zoo geliefden grond niet scheiden van de vele eigenaardige wezens die ik er hebbe gekend, en van de veropenbaringen en boeiende ver-schijnsels die ik er heb opgedaan en gretig in mijn oogen heb gedragen. En tusschen de rare menschen, zacht-moedige en tevens ondoordringelijke karakters die ik er hebbe gevonden, blijven zeker wel de figuren van Charel Verhulle en Merten de Leugenare als de meest onafscheidbare Breugel-typen van mijn land. Ik zie ze nog voor me gaan in leven-den lijve langs de witte, kronkelende strate,daar de regen vaste klevend zand had overgespoeld, en waar de plassen op menige plaatse de groote witte wol- ( ken weerkaatsten die langzaam door 1 den hemel dreven. Ik zie de vlasschaard geluw en groene, 1 met blauwe blommen getooid ; ik zie het < koorn wiegen met groote papavers er \ door, ik bewonder de klaver en de i vitsen — àl in 't bonté gehuld en ik j hoore de leeuwerik hoog boven mijn 1 hoofd in de ruimte. 1 Zie, en daar staan ze nog de twee oudelindeboomen, met hetOnze-Lieve- 1 Vrouwke dat ik zoo ootmoedig be- 1 groette, en de kleine takjes die aan i splinternieuw-geverwde roode penne- 1 stokken leken, groeien er nog om en ' rond de stammen als van ouds. En voor me, vlak voor me gaan ze, ; gebogen een beetje wel is waar, maar : toch ook zoo drentelend fier nog als ; toen. | En ik zie Charel met zijne mande, : z'n wishouten pander, met garen en \ lint, met rekkers en nestels, met knop-pen, naalden, zeep en kousebanden gevuld. En ik ontware nog Merten er nevens « in zijn rooden baai, met zijne kleine : speurende oogjes, met zijn ruwen stop- : pelbaard en zijn tabakspruime in den 1 mond. 1 Ik zie hem spuwen en zotte gebaren : maken ; — ik hoor hem vertellen en... liegen. i Ja, liegen, jongen ! Geen mensch in : >ns land die als Merten de Leugenare con liegen ! En Charel luisterde, horkte, en scheen îet toch maar halvelings te gelooven, ;n daar hij vele grooter was dan zijn rezel, moest hij zijn magere gestalte îaâr hem buigen en ik zie hem alzoo gebogen nog voor me gaan. Ik ont-vare zijn zwarte snor nog en zijn achende donkere oogen. En ook Charel was een aardig man, 4ij kreeg alhier een frak, aldaar een Droek, at pap aan den heerd en ver-lachtte in de schuren, daar hij dikwijls /eel te verre toog om nog bijtijds huize-waarts te keeren. En Charel had som-ijds 'nen ouden hoogen hoed op die î'hem gaven in de stad, 'nen frak met jlippen, daaronder een bruine trui, een aaar verfrommelde manchetten met ?lazen knoppen waar twee honden-5moeltjes uit loerden, en aan de voeten groote oude schoenen van 'nen boer. Merten liep het land af om slunsen, <onijnenvellen en honden te koopen. Soms had hij zijn karretje bij met îen jankend getrek bespannen, en twee îwinkelende wielen die een kronkelend spoor lieten op de straat. En achter lem liepen zijn honden ; groote boeren-ionden om in 't karnewiel te loopen, soms oude straatloeders met schuwe olikken en grijnzenden muil, jachthon-ien buiten dienst die de reuke en de jpeuring waren verloren, zwarte mol- lenvangers, finetjes, verbasterde doggen en magere uitgehongerde schavuiten. Het heele boemelaars-volk, de ver-afschuwde bende van doolaars, beenen-en vellendieven, de straatloopers, de schooiers van het hondengebroed, de miserabelste wezens van het rijk der keffers en der teekes liepen hem na, en 't grolde en 't baste en 't vocht bijtijds dat 't bloed hen langs de neuzen en de oorendroop, en dat Merten zijn zwaren, gekrulden mispelare, die hij met een leerke om de pois had vast gemaakt vloekend moest over hunne knoken beuken. Dan hinkten ze al jankend uit-een, dan trokken ze den staart in de pooten, Maar onderdanig liepen ze hem na, grolden nog wel af en toe en bekeken hun meester met waterige oogen. Merten gingvoort met liegen ; Charel lachte medeen en : — Als ik overlaatst aan de Kapperij was — vervolgde de hondenkoopman van beroep — en waren er schier geene zaken te doen. Ik loog en ik loog zoo schandalig dat ze me ten langen laatste een paar vellen hadden verkocht, en een zwezerik van een zwijntje hadden gegeven, maar 't had moeite gekost ver-dorie, en om de leute was ik dan een stapke verder gegaan, ik had een dreu-peltje of twee gedronken en ik riep in eens, de armen omhooge slaande « wel hewel, hewel menschen wat een vuur ! ,

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Carolus: het weekblad van de Vlamingen appartenant à la catégorie Vlaamsgezinde pers, parue à Antwerpen du 1911 au 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes