De Belgische standaard

291 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1915, 15 Avril. De Belgische standaard. Accès à 23 septembre 2019, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/fn10p0xv0q/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Door TaaJ en Volk w Voor God en Haard en Land « DE BELGiSCHE STANDARD » verschijitt 4 maal te week. Abonnementsprijs voor 50 nummers bij vooruitbetaliag. Voor de soldaten : 2,50 fr. Yoor de niet-soldaten — in 't land 3.50 fr. ; buiten 't land 4.50 fr. Indien meer extmplaren van elk nummer werden gevraagd, wordt de abonnements-prtjs minder. BestuurdLer : ILDEFONS PEETERS. VASTE OPSTELLERS : M. E. BELPAIRE, L. DUYKERS, Victor VANGRAMBEREN, Bertrand VAN DER SCHELDEN, Juul FILLIAERT. Voor aile mededeelingen zich wenden tôt : Villa MA COQUILLE, Zeedijk DE PANNE. Aankondigingen : 0.25 fr. de regel. — Reklamen : 0.40 fr. de regel. Vluchtelingen : 3 inlasschingen van 2 regels, 0.50 fr. Ons Eoning-nummer. We mochten ons in een onverhoopt succès van ons Koning-nummer verheugen. De oplage werd uitgevochten. We zien daurin alleenlijk een nieuw be-wijs van de eerbiedige waardeering die onze soldaten en ons volk, ons Doorluahtig Vorstenhuis toedragen. Vanwege zijne Majesteit ontvingen we, om 't verschijnen van dit nummer, onder-staanden brief : De Panne, den 11 April 1915. Mijnheeren, De Koning heeft met aandoening het feestnummer, Hem toegewijd, gelezen. Uit ganscher harte be-dankt Zijne Majesteit U voor deze hulde en voor de vaderlandslievende gevoelens die U bezielen. Het verheugt den Vorst zeer dat onze Vlaamsche soldaten, door Uw zôô flink opgesteld blad, de nieuws-tijdingen van land en oorlog in eigen taal vernemen kunnen. Aanvaardt, Mijnheeren, de betui-ging mijner hoogachting. De Secretaris, J. Ingenbleek. Aan de Ileeren Bestuurder en Opslellers van de « Belgische Standaard » De Panne. Aan den Yzer. Daar liep door Vlaanderens beemden een kleine stille vliet ; zijn naam klonk nooit bij vreemden, half België wist hem niet. Zijn trage waatren stroomden door 't vlakke, vreedzaam land, waar vette weiden zoomden, met hoornvee, te allen kant. Thans is geen land ter wereld waar niet zijn naam weerklinkt ; waar niet zijn naam, ompereld met eeuw'gen luister, blinkt. De Duitscher had geschonden, verraads, ons vrije veld ; noch Maas, aoch Schelde konden weerstaan aan 't woest geweld. Het Duitsche roofheir nadert al moordend wreed en koud, zoo talloos als 't gebiadert in 't stervend najaarswoud. Het Belgisch heir moet wijken voor de al te groote macht ; 't gaat straks zijn grens bereiken 1 Hait ! Vijand afgewacht ! » zoo klinkt 't bevel des Vorsten. En bij dit heldenwoord staan duizend heldenborsten pal langs den Yzerboord... Met tien voor één, zoo komen de drieste Duitschers ai : Rood zie 'k uw waatren stroomen, uw bed wordt Duitschers-graf. Met tien voor één !... Uw boorden weerdreunen van 't gevecht; 't Was razend strijden, moorden : de zege bleef aan 't Recht ! De Duitsche woudos wondde er vergeefs zijn monstermuil ; het Belgisch leger stond er onwrikbaar als een zuil. Zoo vloden weken, maanden in bangeri, grootschen strijd : die zich aimachtig waanden vergaan van machtioos spijt; de reus, door Davids keien getroffen, wankelt al bedwelmd door 't woest rammeien ; straks juicht men om zijn val ! Daar liep door Vlaanderens beemden een kleine, stille vliet ; zijn naam klonk nooit bij vreemden, half België wist hem niet. Thans is geen land ter wereld waar niet zijn naam, ompereld met bloed'gen luister, blinkt ! Arm. Van Veerdeghem, brancardier. Volksfierheid. « "• ~ Met verontwaardiging gevoelen wij nu hot de Duitschers van onze goede trouw misbruii _ mieken, om ons land met de voortbrengseler hunner nijverheid te overstroomen en mei g ons geld de kanonnen en de moordtuigen tf smeden waarmede ze ons volk vernioordden s Gedenken wij steeds de jaren 19x4-1915. S In onze dagbladen, onder onze jongens, bi jj onze vluchtelingen lazen en hoorden wij se-! dert maanden het scherpe zelfverwijt : hot j, dom we waren ! en daarna kwam de vast« . beslissing : nooit meer iets aan de Duitschers koopen ! Men voelt zich fier zoo vastberader cr en besloten te zijn tôt eene eeuwigdurendc I wêerwraak. l> Willen wij daar werkelijk nuttig werk ver-e richten, dan is de zaak zoo eenvoudig niet. e De Duitschers brachten in ons land hunne fijnste bieren, ieder jaar voor millioenen er £ millioenen franken. Denkt u dat onze drinke-Y brôers dat ailes binnenzwolgen om aan de Duitschers plezier te doen ? Een afkeer zal n voortaan iedereen hebben van den Duitsch: veel minder, vrees ik, van het Duitsche bier. En komt op de vreemde ware een Belgisch etiket, dan wordt heel zeker, het geweten ge-rust gesteld en de biermaag voldaan. Ver-kochten de Duitschers niet voor millioenen franken Duitsch bier aan hunne aartsvijan-den de Franschen ? De Duitschers stonden aan 't hoofd der riij-# verheid van scheikundige stoffen. Talrijke medikamenten, elders uitgevonden, vervaar-» digden tsij in den zuiversten vorm. Zoo heeft men bevonden dat scheikundige stoffen in Frankrijk oi Engeland aangegeven en bestu-deerd, doch door Duitsche fabrieken in den handel gebracht, 10 millioen franken, 20 mil-lioen frank,en voor een bepaald medikament 30 millioen frank per jaar, aan de Duitsche fabrikanten opbrachten. Hoe kwamen de Duitschers er toe zulke wereldzaken meester te worden ? De Duitschers dreven een reuzenhandel in aile werktuigen, van de zwaarste en krach-tigste motoren tôt de fijnste ingewikkelste mekanieken. Men vindt het « Made in Germa-ny > op de kachels onzer burgerhuizen, op de machienen onzer landbouwers. 'k Vond het op de geneeskundige inrichting onzer engel-sche verbondenen. En zoo men te Parijs eene luidruchtige reklame ziet voor de "lampe A. E. G.,, dan is dit A. E. G. enkel eene diplo-matische verkorting.om niet te bekennen dat het de lamp is der "Allgemeine Elektrische Gesellschaft !„ Welhoe ! kochten wij dan, kochten de Franschen en Engelschen, kocht de geheele wereld Duitsche waren in overvloed, om aan de Duitschers aangenaam te zijn? Nooit! Maar waarom dan ? | Waarom ? Omdat niet alléén hun land,hen ailes ruimschoots schonk tôt hoogere theori-tische of teknische volksontwikkeling, maar hunne leiders, meer dan in andere beschaaf-de landen.hen 00k tôt een innig gevoel brachten van den plicht te trachten naarbeter.Dat was scheppende volksfierheid. En de schep-pende kracht van dees gevoel bracht hun ar-beid, hunne nijverheid, hunne handel tôt eene overheerschende macht. Niets kan meer de barbaren ontrukken aan de verpletterende straf. Komt nu de vrede, aan de Duitsche nijverheid moet hare reuzenmacht ontnomen worden ! Gaan we daarin lukken met op al de straat-hoeken uit te bazuinen : niets meer aan de Duitschers koopen! Waar! Woorden van d'eerste jaren, daden van d'eerste uren! Zijn de vervaardigde waren van betere hoedanig-heid, van gunstigeren koop, langs een kleine omweg vinden ze toch den zekeren weg tôt het hart ... van 't menschelijk belang. Wij hoorden : andere landen zullen een hardnek-kigen strijd aangaan met de Duitsche nijverheid, wij zullen ze ondersteunen met hun ailes te koopen wat we aan de Duitschers kochten ! Welhoe ! Ware dat de volksfierheid der Belgen ? Nooit ! Wat andere kunnen, kunnen wij 00k! Onze vaderlandsliefde, onze dapper-heid en .... onze martelaars hebben onze we-reldsche burgerrechten gestaafd. " Die sonne daghet in het Oosten !,, De scheppende volksfierheid, bevrijd van aile boeien zal onsgelei-den tôt krachtige zelfstandige ontwikkeling. De strijd tegen de Duitsche nijverheid moet in ons land worden aangegaan door onze werk- en weerkrachten, door onze mannen geworden tôt verstandige werklieden die geene Duitsche m^ostergasten, 00k geen andere, noodig hebben, maar werken en zwoe-oe gen onder hoogere intellektueele leiding van 'k eigen aard en ras. "D Jongens, hoog de volksfierheid ! ? ARBAD. te n. * " Italie en Duitschland. 3ij Snelberichten aan sommige bladen mee- »_ gedeeld, zeggen dat verschillige Duitsche 3e kloostergemeenten te Rome hunne huizen t hebben gesloten en de stad verlaten, in 't vooruitzicht dat oorlog: zou kunnen uit-rs • breken tusschen Italie en Duitschland. în De menigvuldige Duitschers die te Rome ■^c verblijven, maken 00k hun pakje gereed. De groote Duitsche magazijnen beginnen hun ,r_ uitverkoop. De Gazetta del Popolo van 12 April ^ie zegt dat er gg kansen zijn op 100 om 'n den oorlog tusschen Italie en Duitsch-_le land te zien uitbreken. h? ITALIE EN HET DUITSCH VANDALISME. lh r. Uit de "Tribune de Genève :,, :h De vereeniging " Leonardo da Vinci,, te e- Florence heeft een maatregel genomen, om de kunstwerken en musea te beschermen in ,n geval van oorlog. 1- " Als gevolg van de in België en in Frankrijk door de Duitsche troepen gebezigde procédés, stelde men voor de daken en de terras-J' sen ran het Paleis van Schoone Kunsten en :e der monumenten te bedekken met zakken zand. Van dezen maatregel werd nochtans ft afgezien, omdat de commandeur Max Ongaro n verklaarde, dat die gebouwen moeilijk een 1- vermeerdering van gewicht zouden kunnen n verdragen. " De generale directie der Schoone Kun-sten en Antikiteiten heeft verkozen een bij— te zonderen bewakingsdienst in te stellen, om le de branden, veroorzaakt door bommen en an-:r dere ontploffingsmiddelen spoedig te blus-schen. Een personeel, voorzien van bijzonde-re bluschtoestellen zal gestadig de wacht n houden opde daken der voornaamste kunst-gebouwen der stad. Agenten zullen eveneens ;e de musea voor schilderijenen beeldhouwwer-l" ken bewaken. " Voor het oogenblik is men bezig de kiel-ne kunstwerken in veiligheid te brengen. - Wat de andere werken van waarde betreft, e welke moeielijk vervoerbaar zijn, vervaar-e digt men er beschuttende metalen garnituren >. voor, bekleed met asbest.,, it Ge ziet, zegt de "VI. Stem,, van het van-e dalisme der Germaansche overbeschavers is men over den ganschen wereldbol ten innig-Ste overtuigd, in weerwil van de beweringen en protesten der thuisgebleven 93 Duitsche e professoren en artisten. Zou de wakkere Ne-n derlandsche professor Dake, de eerste in Ne-! derland, die zijn stem verhief tegen de Duitsche vandalen te Leuven en tegen de 93 loo-n chenaars-leugenaars, geen plannen willen be-ramen om bijvoorbeeld, zoo noodig — wat overigens de hemel verhoede ! — het Rijks-museum te beschutten tegen gebeurtelijke Germaansche slechtingswellustigheden ? Er zijn wel geen kanonnen in het heerlijke ge-bouw opgesteld, doch dat is van geen belang '* voor de Herrschaften. Un homme averti en vaut deux. e ' ONZE JONGENS. 1 Depost bracht ons dese dagen onderstaan-de bijdrâge van Hoogleeraar Van Puyvelde t'huis. We zijn gelukkig deze bladzyde van een onzer voormannen te mogen publiceeren. HAARLEM 1 April 1915. Tempeliersstraat, 10. Met spanning zie ik uit, elken dag, naar een brief met een Belgischen postzegel erop. In Holland komt het echte nieuws uit België van achter de strijdlinie en uit het onbezette kleine stukje grondgebied dat de moed van Ko- , ning en Soldaten nog vrij gehouden heeft. Wij worden hier, in den laatsten tijd, door d« Hollandsche bladen overdadig begiftigd met brieven uit België, die over of onder den prik-keldraad geraken waarmee de grens afge-spannen is, of waarvan de verhouding met de "Warhheit,, geschat werd door het Argus-00g van een Duitschen Censor, en dan moe-ten wij met even scherpe arendsoogen maar beproeven om enkele oprechte gevoelens en wetenswaardigheden tusschen de regels te le- 1 zen. Niets kan ons gemoed zôôzeer treffen, in deze dagen, niets kan zôô geweldig roeren als een "brief van het front.,, Er klinkt iets 1 Laatste Bericlaten. Westelijk Front. België. — Artilleriegevechten. Frankrijk. — Tusschen Meuse en Moselle hebben wij het veroverd terrein doelmatig kunnen versterken. In de bosschen van Ailly en Le Prêtre hebben we 5 mitraljeuzen en een bommenvverper buitgemaakt. De vijand heeft onze stellingen van Ailly zonder nut gebombardeerd, en deze van Le Prêtre aangevallen. Hij werd teruggeslagen. Wij hebben nog eene loopgracht aldaar veroverd. Te Eparges, in den nacht van 11 tôt 12 April hebben de Duitschers een tegenaanval gedaan om 4.30 uur. Zij zijn teruggeslagen geweest. Een zeppelin heeft in den nacht van 11 tôt 12 dezer, rond 1.30 uur op Nançy zeven bommen geworpen. Een is bij het burgerlijk gasthuis, een andere bij eene school terecht gekomen. De beginnende branden werden seffens uitgedoofd. plechtigs uit de woorden van hen, die met hun ziel de eeuwigheid instaren, en, met vol-' le bewustzijn, de uit^estrektheid omvademen van het offer hunner jongere levens. Die hei-lige ernst krijgt ons telkens te pakken, als e wij de soms wel watbombastige brieven lezen n van "onze jongens.,, Maar juist die bombast, ;1 die ons vreemd was en de gewone burgers nog steeds vreemd schijnt, is de echte gevoels-uiting voor de ruime gemoedsaandoeningen van hen die het hoogste offeren voor de vrij-heid en het welzijn van hun landgenooten. Er gaat een geweldigeovertuigingskrachtvan die brieven uit : Zij zijn hier een heilige op-roep tôt aile jongelingen, die kunnen strijden, tôt aile mannen, die kunnenhelpen, en tevens een scherpe vermaning voor de enkelen, die, in 't bezette gebied, heil zouden verwachten van de overweldigers. Of die brieven 00k ver-tellen over de heldendaden van hun schrij-vers — en dan telkens met een eenvoudige kortbondigheid die wij verwenschen — of met een volkomene luidruchtigheid geestdrif-tigd ophalen over de aanstaande verlossing van ons land, telkens merken wij erin dat de oude ziel van ons volk weer in onze jongens opleeft, en wat G. Gezelle eens geheel alléén zong, als denker en dichter, dat zeggen nu honderdduizenden : 0 Band, om Oost en West te snoeren om Zuid en Noord, om zee en strand ter overwinning heen te voeren, 0 hert - m ziel - en tongenband, vereent mij, lijf en ziele en aderen, met de overeeuwde onvervalschte vaderen en.... leve ons vrije Vlaanderland. " Waar iialen toch onze jongens den noo-digen moed vandaan,om te kunnen weerstaan aan aide ontberingen en afgrijslijkheden vaq den oorlog ,, schrijft gij mij. " Ik die ze van dichtbij zie in al hun miseries, slordig, be-morst, doorweekt, en die weet hoevelen er vallen, ik vraag mij dikwijls af : waar halen zij den moed vandaan, het lichamelijke en moreele weerstandsvermogen ? En vooral, hoe kan eenbeschaafden prikkelbaar mensch die het 't huis zoo rustighad, de helsche af-schuwelijkheden van een slagveld verdragen? want, let, wel, de ontzetting , waar aan de soldaat in dezen oorlog te weerstaan heeft, is zonder weerga, en het ergste is dat de dood elken dag, elken nacht, elk uur u grijpen kan: het is niet moeilijk den dood te trotseeren gedurende een oogenblik, maar onze soldaten kunnen elke minuut gegrepen worden en die minuten loopen in het oneindige: ge beweegt het hoofd, en een kogel treft het ; gij loopt door de loopgraven en een granaat springt stuk boven uw hoofd ; gij stapt over de straat en ploft neer ; gij slaapt in een schuur of een huis, en gij ontwaakt in de eeuwigheid. De dood is een onafwijsbare gezel geworden. En toch draagt gij dien toestand en met moed. Hoe verklaart gij dat ? Hoe het te verklaren ? 't Strijden met de wapens zit de Belgen vol-strekt niet meer in het bloed en is hun 00k niet meer een volkstraditie. Hun bloed is heel wat koeler dan dàt derGurkha'sen derSikh's wien het kampen een onmisbaar bestanddeel in het leven is. Evenmin leeft onder hen een , oorlogsstemming, die een eerbiedwekkende overlevering is als bij 't Duitsche junkertum. 1 och komen er dagelijks staaltjes van onver-saagdheid aan den dag, verricht door jonge Belgen, waarvoor hun landgenooten zelf ver-stomd staan. Men kaa wel veel daarvan verklaren door te wijzen op verschijnselen, die men 00k waarneemt bij andere legers. Men kan spre-ken van het losworstelen van den mannen-moed, die toch elken man ingeboren is en door onze beschaving onderdrukt was. Daar-mee is echter moeilijk het probleem op te lossen hoe die moed tôt onverzettelijke taai-heid overslaat bij de Belgen en blijft aanhou-den te midden van de zwaarste beproevingen. t Ik wil 00k gelooven aan de macht van mee- - sleepende toespraken en geschriften, doch die 1 kunnen geen blijvende, geen aanhoudende - richting en stuwing geven. Ik geloof even-: eens aan de buitengewone kracht van 'tvoor-1 beeld van den koning en van het kameraad-, schappelijk gevoel onder de manschappen, die bereid zijn het gevaarlijkste te wagenom elkaar te redden. Maar ik geloof vooral in de opstuwende kracht van een ideaal, in het gevoel van onoverwinnelijkheid dat gegevea wordt door het stellige bewustzijn van te strijden voor het recht. En ik geloof daaren-boven in de onverzettelijke sterkte van hen, die hun eigen land te heroveren en te wre-ken hebben. Ons leger heeft meer dan de andere legers het bewustzijn van te strijden voor het recht. Dat is een eerste oorzaak van zijn groot weerstandsvermogen. ('£ Vervolgt.) L. VAN PUYVELDE. Oorlogsnieuws. OOSTELIJK FRONT. Van al de oorlogsgebeurtenissen die in de laatste week op het onraetelijk front van de Russen zich voor-deden, trckken hoofdzakelijk en dadelijk de feiten die in de Karpathen plaats grijpen, onze eenige aandacht. Nu gevoelt men, dat het langs daar is, dat de beslissing van den veldslag gelegen is. In Oost - Pruisen, zullen de Russen zich wel wachten aanvallend op te treden, én omdat ze met hunne tegenwoordige stelling de duitsche strijdkrachten in bcdwang houden, én 00k omdat de moeilijke overtocht van het terrein verdedigd wordt door de beste troepen die Duitschland op dit iront be-zit. In het center zal ailes 00k slechts tôt een van weerskanten defensieve houding leiden. t Is dus in de Karpathen dat men zich mag verwachten aan de doorbraak of aan de omsingeling der Oosten-rijksche legers. Hier, inderdaad, hebben de Russen reeds belangrij-ke voordeelen behaald met Lemberg en Przemysl in te nemen en de herhaalde nederlagen, de Oostenrijksche tioepen toegediend, zullen heel wel mogelijk, hun reeds zoo geschokt vertrouwen nog meer aan 't wanke-len hebben gebracht. Daarbij een vooruitrukken langs daar, moet niet alleenlijk de hongaarsche vruchtbare vlakte in de handen der Russen doen vallen, maar den weg naar Budapest open zetten. Het Russisch leger zou alzoo de hulp kunnen krijgea van het Ser-vische leger, dat van aile vijanden zou ontslagen worden en met goed gevolg een weg zou kunnen banen door Zuid-Hongarië. Voeg daarbij, in geval van wel-gelukken dat Rumenië als gtdwongen zal worden bij te springen, wil het niet ailes verliezen wat het begeert. Ook zien we dat de Russische bevelhebber al over de Karpathen zijn doel wil bereiken. Reeds is ten koste van groote verliezen langs Oostenrijksche zijde, den bergketen bijna overschreden. We mogen ons in de eerste dagen nog aan een schrikkelijken veldslag langs daar verwachten, want vooraleer afstand te doen van hun land en de partij als verloren te aanschouwen, zullen de Oostenrijkste troepen ailes in 't werk stellen om in een laatsten tegenstand, de eer van 't leger en de na-tie trachten hoog te houden. Dat men zich nochtans in Weenen aan het onvermij-delijke verwacht, bewijzen de beteekenisvolle artikels die in de toonaangevende Weenersche pers verschijnen. Daarin wordt immers het volk voor oogen gehou. den, dat eennoodlottige Russiache inval in Hongarië tôt het domein de mogelijk-gebeurende oorlogsfeiten dient aanvaard te worden. Dat zulke artikels maar door de censuur doorgelaten worden, laat klaarblijkend aan den dag komen dat de hoogere militaire overheid eene nederlaag als een nabij noodlot aanneemt. Intusschen doen de Russen hunnen kuisch in de K»r-• pathen voort; en het mag wel als een verklarend feit aanzien worden, dat, wijl zij ginds hun oflfensief aan 't uitvoeren zijn, hier ook op 't Westelijk front ons of-fensiet aan 't beginnen is, in 't zuiden. Men voelt dat de ontzagelijke actie van West e« Oost, na rijpberaad, met eendrachtige eensgezindheid, zal worden ten uitvoer gebracht; Duitschland zit alzoo in een toestand van iemand die gesteld wordt in de immer nauwer toegehaalde haken van een nijpt'ang, die de bondgenooten, nu aan 't toenijpen zijn. i8t0 Jaar. — N° 41 Vijf centiemen het nummer Donderdag 15 en Vrijdag 16 April 1915.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De Belgische standaard appartenant à la catégorie Katholieke pers, parue à De Panne du 1915 au 1919.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes