De diamantbewerker: orgaan van de Algemeene Diamantbewerkersbond van België

282 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1914, 18 Juillet. De diamantbewerker: orgaan van de Algemeene Diamantbewerkersbond van België. Accès à 20 septembre 2020, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/j96057dp1t/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

WEEKBLAD VAN DEN A.D.B. Redakteur : L. VAN BERCKELAER Bureelen : Plantijnlei West, 66-68, Antwerpen Telephoonnummer : 2527 Telegramadres : ADEB. Abonnement : 5.— fr. per jaar VERGADERINGEN Wij vestigen de aandacht der leden van den À.D.B. op de hiervolgende pagegepubliceerdevergaderingen. Verslagen van vergaderingen vindt men op de laatste bladzijde. L. V. B. De Vrouw en de Organisatie Het Bureel van het Wereldvefbond vanDiamantbewerkers, had zich on-langs uit te spreken over het organiseeren der vrouwen en de aanneming van meisjes leerlingen in de diamant-nijverheid.Naar aanleiding hiervan veroorloof ik mij, u de redenen op te sommen die mij deden besluiten een gunstig oor-deel ten voordeele der aanneming uit te brengen. De kwestie « het organiseeren der vrouw » is overigens dringend genoeg om ons te doen besluiten onze inzich-ten er over uiteen te zetten in een ar-beidersblad en vooral in een blad welk toehoort aan eene organisatie als de uwe, die reeds meermalen besloot gee-ne meisjesleerlingen of clandestien ge-leerde meisjes en vrouwen in de organisatie toe te la ten. Zulke besluiten moeten onvermij-delijk verwondering baren, aangezien de redenen die er U deden toe over-gaan, ons toeschijnen geene groote waarde te bezitten. Welke zijn deze redenen inderdaad? Zij zijn van socialen en van vakor-ganisatorischen aard. Laats ons beginnen met de oude stelling : « De vrouw moet buiten de industrieele voortbrengst gehouden worden, hare plaats geheel aangewe-zen zijnde in het huisgezin. » Zonder voorafgaandelijke berede-neering schijnt deze stelling logiek. Het was zelfs logiek aldus te rede-neeren, toen de productie minder was dan de huidige, toen de handwerkman nog werkte voor eigen rekening, zich de voile opbrengst van zijnen arbeid kon toeeigenen en aldus genoegzaam verdiende om zijn gezin van het noo-dige te voorzien. Doch de handswerkman is verdwe-nen, of op het punt geheel te vejrdwij-nen.anderzijdsch is het verbruik enorm gestegen waaruit voortgevloeid is.eene grootere voortbrengst en eene grootere vraag naar handenarbeid. Doch dit ailes zou nog de noodzake-lijkheid niet bewijzen, dat de vrouw in industrieele ondernemingen moet ge-bezigd worden. Het mécanisme gelijken tred hou-dend, met de opwaartschen marsch van den vooruitgang, zou desnoods de noodige voortbrengst kunnen ver-zekeren en aldus zou de vrouw in het huisgezin kunnen blijven. Doch er is eene andere oorzaak die onweerstaanbaar de vrouw in de ver-schillige vakken drijft. Het is de ka~ pitalistische uitbating. 1k heb reeds hooger gezegd, dat de voor eigen rekening werkende handswerkman verdwijnt, ik voeg er bij : om plaats te maken voor de groot-indus-trie. Men moet op onze dagen over groote kapitalen kunnen beschikken om met kans op succès een of ander in-dustrieel bedrijf uit te baten. De groot-ondernemers nu, willen de grootst mo-gelijke winsten maken en ten einde hunne uitgaven in te krimpen, maken zij gebruik van de vrouwelijke arbeids-krachten die zij minder betalen dan de mannelijke. Deze wijze van handelen is niet nieuw meer en het is vrij laat om er zich nog tegen te willen verzetten; be-ter, zij vertoont de onmiskenbare nei-ging zich nog meer en verder uit te breiden daar het loon der huisvaders niet meer voldoende is voor het onder-houd van het gezin. Wanneer, wel te verstaan in aile landen de heerschers en wetgevers de belangen der vrouw ter harte namen, dan zou deze toestand niet bestaan, doch in eene kapitalistische maat-schappij kan de toewijding, het behar-tigen der belangen van de arbeider-klasse bij de bourgeoisie niet bestaan en valt er dus niet op te rekenen. En wanneer dit zoo is voor de ge-huwde vrouw, hoe zou het anders kunnen zijn voor hen — weduwen of meisjes die geheel op eigen krachten moeten steunen? Zal de tegenwoordige maatschappij hen ter hulp komen, is zij in staat hen de middelen van bestaan te verzeke-ren,1k geloof niet, dat één arbeider dit ernstig veronderstellen wil, alhoewel het inderdaad aldus zou behooren te zijn. Doch, mij ne vrienden, wij zullen dit slechts kunnen tôt stand brengen wanneer het proletariaat zij ne macht zal kennen en er gebruik zal weten van te maken, om eene betere maatschappij te scheppen waarin de arbeid niet meer geknecht zal zijn. Wij hebben geloof in die betere tij-den, doch wij zijn er nog niet en moeten ons stellen naar de huidige wer-kelijkheid.Wij mogen aan de vrouw het recht van bestaan niet betwisten. Dit voor de sociale aard der kwestie. Op gebied van vakorganisatie weten wij dat de argumentatie is : « Het is juist om te voorkomen dat de vrouw den man concurreeren zal, dat wij haar niet willen toelaten op de werk-plaatsen ». Dit argument achten wij op verkeerden grondslag te berusten omdat ondanks het verzet, de vrouw toch op de werkplaatsen zal komen, wanneer de organisatie niet machtig genoeg is om er wet te stellen aan de patroons; als echter deze macht aan-wezig is en aangewend wordt om de vrouw uit de Bondsfabrieken en ateliers te houden, dan zullen de vrouwen op clandestiene ateliers werk en bezigheid zoeken en vinden. En dan? Wat zal zich dan voordoen in aile industries? Dit. De vrouw zal de mannelijke vakgenoot aanzien als een vijand, er zal steeds een geest van vijandschap heerschen tusschen de twee sekten waaruit de patroons hun voordeel zullen putten. Deze zullen zich veeleischend toonen tegenover de vrouwelijke werksters. Zij zullen hen lage loonen aanbieden, die deze ge-dwongen zullen zijn te aanvaarden, aangezien zij zonder steun zullen zijn çji dus weerloos overgeleverd aan de baatzucht der patroons. Het gevolg van dit ailes zal zijn, dat de loonen der mannelijke arbeiders eveneens de laagte zullen ingaan, ailes ten voordeele der patroons. Dit zijn geene veronderstellingen, wij steunen deze uitspraak op dege-lijke ondervindingen. Nemen wij als voorbeeld, de druk-nijverheid in Frankjrifc. Omtrent 25 jaren geleden, deden de vrouwen hun eerste intrede in deze industrie. Zij werden er door de man-nen slecht ontvangen, die onhandig hen als vijanden behandelden en daar-door zelf de oorzaak waren dat zij aan de helft der toenmalig heerschende loonen aan het werk gezet werden. De vijandschap van het begin nam steeds in hevigheid toe, daar de man-nen bleven weigeren de vrouwen in hunne organisatie op te nemen. Het gevolg daarvan was, dat op den duur ook de loonen der mannen daal-den en dat zij in den strijd die zij aan-gingen om het verloren terrein terug te winnen met het vrouwelijk element hadden af te rekenen. Toch zijn de vrouwen in steeds grooter getal in de druknijverheid ge-komen ondanks het verzet der mannen, of beter gezegd : juist door dit verzet. Ten huidigen dage schijnt deze vijandschap tusschen de twee sekten op te klaren omdat de drukkersgezel-len hun verkeerd gedrag zijn gaan er-kennen.Zij zien nu in, dat er slechts één middel is om niet door de vrouwen geconcurreerd te worden. Dit middel is hen als de gelijke en gélijkwaardige te behandelen, haar op gelijken leest te schoeien met den man. Het meest onbegrijpelijke in deze kwestie is, dat arbeiders als drukkers en diamantbewerkers, gekend als staande op een hoog peil van ontwik-keling deze eenvoudige stelling niet begrepen hebben. Als de vrouw in de vakorganisatie treedt, zal zij verplicht zijn de besluiten na te leven genomen in het belang der algemeenheid en zal zij niet een gewillig werktuig zijn in de handen der patroons doch een strijdbaar element tegen hunne willekeur. Vreest men dat de vrouw niet voor hare taak opgewassen is, dat het haar op het beslissende oogenblik aan ener-gie ontbreken zal? Dit beweren zou bewijzen zijn, dat men de geschiedenis der arbeidersbe-weging niet kent. Ziet slechts naar de hoedenmakers die in hunne vakvereenigingen 60 per honderd vrouwen tellen; hebben zij niettemin niet prachtige strijden gele-verd, Hébben zij geene eervolle plaats veroverd in de arbeiderswreld ? Ziet nog naar de vel- en lederbewerkers van Fougères in Normandie die vier maanden lang den strijd volhielden en voldoening bekwamen niet alleen zonder dat men een enkel geval van af-valligheid van de zijde der vrouwen kon aanstippen, doch zelfs dank zij de hulp van het vrouwelijk element. Hooveel gevallen van dezen aard, te lang echter om te melden zou ik nog kunnen aanhalen. In onze diamantindustrie zelfs, iri Holland, Frankrijk en Zwitserland i9 daar de vrouw een hinderpaal voor onze eischen? Neen niet waar? Waarom zou he! dan in België wel zijn? Wij denken integendeel dat de vrouw een ernstig élément is.over zoo-veel, ja zelfs over meer energie be-schikkend als de man, eens dat zij de noodzakelijkheid begrepen heeft van zich te organiseeren en voor hare rech-i ten op te komen. In plaats van haar uit onze organisatie te houden, laten wij ailes in het werk stellen om haar eene degélijke opleiding in de arbeidersbeweging deelachtig te maken. Dan zullen wij in plaats van haar op onzen weg te vinden als een hinderpaal, haar ne-vens en met ons hebben als een be-langrijk en strijdbaar element. De concurrence die op het oogenblik de georganiseerde Belgische vak-genooten aangedaan wordt, zal ver- dwijnen wanneer zij klaarziende genoeg zullen zijn om niet in de fout n van het verleden te blijven volharden. Denkt hieraan mij ne vrienden. Le Guery, Bestendig secretaris der ((Union Franco-Suisse» Werklieden Diamantbewerkers, weest op nwe hoede i. Het is de Gazet van Antwerpen, en nog een deel, in hoofdzaak katholieke, bladen welke nu de laatste tijden plotselings zulke groote liefde voor de diamantbewerkers in zich voelen opkomen en dezen dan ook zoo dringend waarschuwen. Er was een tijd dat men in die bladen niets dan misprijzen en gai over had aan ons adres ; dat was den tijd toen de diamantbewerkers zich, door stevige organisatie, regeling van den leerlingtoevoer, van loonen en werktijd, onafhankelijk hadden gemaakt en de Gazet van Antwerpen enz. aile hoop moesten opgeven die vrije, van elk onafhankelijke werklieden, te doen buk-ken onder de steeds samenwerkende mach-ten van patroon en priester. De tijden zijn nu veranderd. Een deel onzer heeft zelve de bijl geslagen aan onze onafhankelijkheid en goed bestaan. Zij ver-nietigden onze leerlingregeling, verkrachtten weer onzen werktijd en goede werkvoor-waarden en hulden zoodoende de toekomst onzer nijverheid weer opnieuw in eene don-kere wolk — even donker voor hen zelve, voor de schuldigen, aïs voor de onschul-digen ; voor hunne eigene kinderen ; even als voor hunne eigene vakgenooten welke wel en steeds voor aller welzijn bleven strijden. Door het forceeren der leerlingregeling werden nu binnen en buiten de stad eene massa jongens in ons vak gebracht welke nog niet, in jaren van organisatiestrijd en triomf, hadden geleerd : dat een georgani-seerd arbeider zich kan doen gelden tegenover den patroon en tegenover wie ook. De overwegende meerderheid dier nieuwe elementen zat nog volgepropt met het idée : dat de patroon de meester is en hij alleen loonen en werktijd te regelen heeft. Die elementen gaven de Gazet van Antwerpen en al wat met deze voor taak heeft de arbeiders in knechtschap te houden, de gelegenheid om eindelijk ook in ons vak binnen te dringen. In de stad ging dit nog steeds niet en zal het denkelijk wel nooit gaan. Zelfs bij de ongeorganiseerde diamantbewerkers hier kan het er nog niet goed in dat zij, in stiel-zaken, onder de absolute leiding van pries-ters zouden moeten staan, die met het vak niets te maken hebben en er ook niet het minste benul van hebben. Op den buiten echter denken velen daar nog anders over. Het heerschende begrip huist daar namelijk nog in de meeste hoof-den dat de pastoor zich met ailes, zelfs met iemands bij'zondere zaken en ook werkaan-gelegenheden, bemoeien mag, dat hij zelfs iemand in zijn eigen huis orders mag komen geven. Dat onder met zulke begrippen bezielde arbeiders er wel eenige te vinden waren om zich tôt het doel te leenen door patroons en priesters nagejaagd moet men zich niet over verwonderen. De jongens hoorden nooit anders en weten niet beters dan dat zij zich aan de bevelen van die menschen te onder-werpen hebben. En velen van hen die het niet goedschiks deden moesten zwichten voor de bedreiging van huisbaas of patroon. Alzoo werden er dan ook eenige christe-lijke bondjes gesticht, die echter van een vakbond enkel de naam hebben en wier hoofdorgaan zelfs « De Gids op Sociaal Gebied » door priesters opgesteld is. En van die groepjes is het nu dat ook de Gazet van Antwerpen en haars gelijken het orgaan?! zijn geworden. Of liever en veel juister gezegd : die groepjes geven hun de gelegenheid zich in de zaken van ons vak te mengen, want de geschreven artikels worden meestendeels niet in de christelijke bondjes maar in de redactiebureelen der Gazet van Antwerpen enz. gefrabikeerd. Die bladen waarschuwen nu de diamantbewerkers, zij zeggen hen : « wees op uwe hoede ». Volgens hen moeten de diamantbewerkers echter niet op hunne hoede zijn voor over-bevolking van het vak met de daaruitvoort-vloeiende lage loonen, langen werktijd, groote werkeloosheid en armoede. Neen daartegen waarschuwen die bladen niet. Voor hen is de vijand : de over de gansche wereld verspreide organisatie der diamantbewerkers.Zij noemen die organisatie rood. Zij zeggen de menschen dat rood slecht is, zonder dat te bewijzen en probeeren hen, tegen dat rood, blindelings in te jagen, zooals men dat met een stier doet, om hem dan des te gemakkelijker te kunnen vangen of kelen. De toon van het liedje dat die bladen vroeger zongen, is nu gewijzigd. De diamantbewerkers zijn nu niet meer allen goddelooze liederlijke kerels ; enkel de geor-ganiseerden in het « Wereldverbond » zijn dit nog. De klasseering tusschen de diamantbewerkers wordt echter ook weer niet gemaakt op grond dat de eenen aan de verheffing de anderen aan het verval van het vak werken. Aan het loon of onder het loon. Een korten werktijd of nacht en dag. De klasseering wordt enkel gedaan vol-gens men in het gareel wil loopen ja of neen der burgerlijke bladen, priesters, enz., enz. Of men zich wel of niet wil laten gebruiken door de burgerij om tegen de eigen kame-raden, tegen de eigen werkmakkers, tegen de eigen belangen te gaan vechten en zoo het meesterschap van den patroon te be-stendigen.Wie nu wel in het gareel wil loopen dat zijn de goeden, onafgezien of zij voor een paar franken twaalf of vijîtien uren per dag werken, hunne vakgenooten onderkruipen en bevechten en hun vak naar den kelder helpen. Wie niet in het gareel wil loopen, wie trachten wil zich door stevige organisatie zooveel mogelijk tôt een vrij en onafhankelijk arbeider te verheffen, medezeggenschap te krijgen in de regeling der werkvoorwaar-den en een redelijk bestaan voor zich en zijn gezin — dat.... zijn de vijanden: dat zijn de rooden. Zij zijn rood, hunne organisatie is rood, de leiders zijn rood en rood is slecht. Een snijer van Bart Van Dijck, te Turn-hout, welke zich »>oor zestig uren werk, negen franken in de handen laat stoppen, een versteller aldaar welke men eenige mo-lens geeft en 's Zaterdags met een stuk van vijf franken wandelen zendt, slijpers die al niet veel beter zijn, dat zijn de goede brave jongens, die wij als voorbeeld op onze banieren moeten stellen volgens de Gazet van Antwerpen, De Volksmacht, van Vil-voorden en hoe die dingen zich ook verder noemen. Verstellers, snijers en slijpers die hier voor 48 uren werken van het vijf tôt tien-voudige verdienen, dat zijn slechte kerels en hunne organisatie is nog slechter want zij zijn rood. En rood is slecht. Zijn zij nu rood en zijn zij nu slecht ? Wij zullen dit in het volgende nummer eens nagaan. L. V. B. Officieele Mededeelingen van den A. D. B. De klovers die voor de heeren Polak en Jacq. De Vries werken of aanbod krijgen om te werken, zijn verzocht zich bij het bestuur aan te melden. Slaliing SvvîiH' ou I>e Vries Wij verwittigen onze leden dat voor bovenge-noemde firma eene staking is uitgeroepen om reden zij van den toestand gebruik wilden maken om op ergerlijke wijze de loonen te vermlnderen. Onze leden kennen hunnen plicht. Jflai'verslag Wij vestigen er de aandacht onzer leden op dat het diagram in het Jaarverslag betreffende de werkeloosheid het getal werkeloozen opgeeft over eene heele maand te samen getrokken. De Kas-Kommissie. Bondscontrool Wij verzoeken onzo leden, dat zij mede eens uitzien waar er iemand mocht beginnen te w"erken, om onmiddellijk het bondsboekje te vragen en zoo men het niet kan toonen, het bestuur daarvan in kennis te stellen. De kontroolkommissiën berichlen ons dat zij op Vrijdag 24 Juli, de boekjes zullen kontrolieeeren op de fabriek VAN 'M1ERLO, Kievitstraat. De aldaar werkende leden worden vriendelijk verzocht de kontroolkommissiën in hun nuttig werk behulpzaam te zijn. Voor het Dagelijksch Bestuur : h. VAN DOESELABR. Nummer 5 Zaterdag 18 Juli 1914

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De diamantbewerker: orgaan van de Algemeene Diamantbewerkersbond van België appartenant à la catégorie Vakbondspers, parue à Antwerpen du 1914 au 1941.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Sujets

Périodes