De katholieke illustratie: zondags-lectuur voor het katholieke Nederlandsche volk

230 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1917, 28 Avril. De katholieke illustratie: zondags-lectuur voor het katholieke Nederlandsche volk. Accès à 23 septembre 2019, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/zp3vt1hq6q/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

GEBROKEN TROTS door H. B. van der SANDE. (Slot) AT de patroon zoo'n nadruk legde op 't verbod om sleu-m tels aan Karel af te geven, was 66k niet in orde... Hij ® v? wilde er maar niet meer over peinzen, maar Karel was '(m ^em noo't sympathiek geweest.... En als Henri er nu eens tusschen uit ging? Dat deed hij vast, alszijnvader niet toegaf en dit laatste scheen 'n onmogelijkheid voor den trotschen koopman van Meurs ... Een treurige geschiedenis was dat... Annie lééd er onder ... Ze hield zich goed, vermeed den omgang met Henri en toonde aan haar vader een opgewekt gezicht, maar de oude man wist wel waarom de blauwe kringen om haar oogeA donkerden ... 't Kon zpo niet blijven. Henri moest maar weggaan en toch zou dit in deze omstandigheden voor de zaak een ramp kunnen zijn... Als Henri ailes wist van het dreigend gevaar zou hij ook niet willen gaan, omdat 't zijn plicht was te blijven ... Henri was een goede zoon ... Zou hij, Frederiks, dan maar weggaan, zijn ontslag aanvragen en met Annie de stad verlaten ?... Och och, wat waren 't toch allemaal moeilijke dingen.. . Bestond er dan geen andere uitweg? Zou 't van Meurs dan zoo in zijn aan-zien schaden, als hij Henri liet trouwen met Annie? Zij was toch 'n lief, braaf meisje en als 't er op aan kwam ook 'n dame.... Toen Frederiks boven kwam, had 't sluitingsuur geslagen en 't ~ personeel verliet de verschillende lokalen. De boekhouder groette zijn menschen terug — hij had nog wat te doen. Er kwam 'n vreemde, naargeestige stilte in 't groote gebouw, die den ouden man beklemde. Eindelijk borg ook hij zijn papieren weg en jijist zou hij de brandkast sluiten, toen er in de gang beneden een snelle voetstap klonk, die zich vastzette op de trap en stilhield voor de deur. 'n Eigenaardige onrust beving plotseling den boekhouder en met 'n slag wierp hij de brandkast dicht. Langzaam werd de deur geopend en Karel van Meurs stond tegenover hem. Frederiks bliktc in zijn wit, koud gelaat en zag de onrust in dïè staalkleurige oogen. „Ah, Frederiks," begon de jongeman, „ik dacht in 't voorbijgaan al: wat sluiten ze laat vanavond, maar u îs er nog alléén. U kunt wel gaan, dunkt me." „Zeker, zeker, meneer, ik ben juist klaar." „Hm, steekt u de sleutels bij u? Zoudt u ze niet liever hier laten •— 't mocht noodig zijn voor 't een of ander — geef ze maar aan mij " „Ik heb van uw vader de opdràcht gekregen ze aan niemand af te staan." Karel lachte ongeloovig.. „Maar aan mij toch wel?" „Ook aan u niet." „Maar dat is toch te gek, Frederiks, dat heeft pa zoo niet bedoeld. Ik wou even de papieren van de Staalmaatschappij nazien." „Onder geen voorwaarde en aan niemand mag ik de sleutels afgeven." Hoog keek Karel op hem neer. „Voel je niet, Frederiks, dat dit 'n beleediging voor mij is? Gij als ondergeschikte weigert mij, je meerdere, te gehoorzamen? Dat kan ik niet van je dulden en 't zou je je betrekking kunnen kosten." „Ik heb uw vader te gehoorzamen." „Heeft hij mijn naam genoemd?" „Ja meneer." 't Gelaat van den jongen man werd vaalbleek en hij smoorde 'n vloek tusschen de tanden. „Frederiks, ik moèt de sleutels hebben!" „Mijnheer, dreig geen ouden man, die zijn plicht doet." Karel van Meurs draaide den sleutel in 't deurslot om en wendde zich schijnbaar kalm tôt den ontstelden boekhouder. ,.Mijn vader zit nu in den trein en mijn broer is hoogstwaarschijnlijk bezig zijn koffer te pakken — zij zullen ons dus niet storen. Weet je, waarom Henri de stad gaat verlaten? Omdat jij zoo trouw je plicht doet, ouwe heer. Wat ben je toch 'n sukkel, Frederiks! In jou plaats had ik dien jongen nog wat opgewarmd en dan zou mijn vader zijn toestemiuing wel hebben moeten geven. Jij waart dan geborgen geweest en behoefde niet meer te bedelen om je pensioen. Gcef mij de sleutels, Frederiks." Doodsbleek, ten prooi aan een verschrfkkelijken angst, leunde de boekhouder tegen de brandkast. Hij verwachtte 't ergste . . . Neen, hij had nooit sympathie gevoeld voor dezen harteloozen jongeman, maar dat hij gewetenloos zou zijn, had hij nooit kunnen denken . . . Met 'n nerveuzen lach om zijn dunne, kleurlooze lippen keek Karel hem aan. „Moet ik je mijn toestand uitleggen, Frederiks? Luister dan. De oude heer heeft ons altijd op 'n schmdelijke manier kort gehouden. 'n Bra\ o jongen als Hendrik kon zich daarin schikken, maar ik niet. Ieder heeft zoo z'n liefhebberij, de mijne was 't spel. Waar-schijnlijk word ik nog eens gelukkiger in de liefde dan mijn broer, want aan de speeltafel had ik altijd pech. Ik ben nu lot 't uiterste gekomen, Frederiks, en ik laat me door niets, door niets, versta'je, weerhouden. Ik heb contanten noodig en ik weet wat er vandaag in de brandkast is." „Wat gaat u doen, mijnheer? Stelen," vroeg bevend de oude. „Dat il ci 1.1 ik van u iiici vciwïaciii! u a^uuiucii iicul, apicc*. uaii met uw papa, hij zal u helpen." „Ik denk er niet aan, want ik weet dat 't vergeefsche moeite zou zijn. Als 't 'n enkele duizend gulden betrof, zou 't nog gaan, maar nu . . . Hij zou me de deur wijzen en . . . krijg ik de sleutels ?" Frederiks sloot de oogen en poogde na te denken ... Wat moest hij doen? Toelaten dat Karel zijn vader bestal? Dat nooit! Maar tegen den forschen jongen man was hij, zwakke grijsaard, niet opge-wassen . . . Zijn bevende vingers omklemden wanhopig de sleutels in zijn zak. „Laat mij er uit," hijgde hij. „Maak geen gekheid, Frederiks, en dwarsboom me niet nutteloos. Voor wien stel je je zoo te weer? Voor iemand, die 'n menschen-leven lang van je beste krach ten heeft geprofiteerd en nu tôt dank je dochter ongelukkig maakt." „Mijnheer, 't is uw vader!" „Oude, je ergert me! Ik wil nog even mijn 'géduld behouden. Jij laat eenvoudig per abuis de sleutels in je lessenaar liggen en als er morgen een som vermist wordt, dan weet je patroon meteen dat zijn zoon er mee tusschen uit getrokken is. Ganz einfach, niet? Zul je naar rede luisteren?" Frederiks maakte snel een beweging naar de deur en trachtte den sleutel om te draaien. Toen voelde hij zich van achter aangegrepen en een geweldige slag kwam pijnlijk neer op z'n hoofd. 't Duizelde voor zijn oogen, zijn armen zwaaiden door de lucht, de grond scheen onder zijn voeten te wijken en hij zonk bewusteloos neer op den vloer . . . 't Was even stil, in 't vertrek. Toen knarste 't slot van de brandkast en ritselden papieren . . . Uit de verte dreunde de slag van een deur die dichtgeworpen werd en voetstappen stommelden op de trap . . . Er werd aan de deur gerammeld en de stem van Van Meurs klonk luid : „Frederiks !" In 't vertrek, snel donkerend door den invallenden avond, bleef 't stil. Met opeengeklemde lippen, zijn adem inhoudend, leunde de dief tegen de brandkast. Hij hoorde nu ook de stem van zijn broer, die op de gang heen en weer liep, er werd van buiten een sleutel gepast en op den drempel stonden twee mannen: Van Meurs en Henri. Met één blik overzag de vader den toestand. Hevige smart brandde yi zijn oogen en hij steunde op zijn jongsten zoon om de aandoening meester te worden. 'n Dof gesteun steeg op uit zijn borst, maar toen kwam hij den slag te boven. De twee mannen traden binnen en Van Meurs sloot de deur achter zich. „Mijn zoon een dief," kreunde hij, „geve God, dat je daarbij geen moordenaar bent. . ." Henri was bij de roerlooze gestalte neergeknield en poogde de levensgeesten van den bewustelooze op te wekken. Gebiedend strekte de koopman zijn hand uit. „Help je broer," beval hij. Bedwcngen door den blik van zijn vader hielp Karel den boekhouder optillen en uitstrekken op 'n tafel . . . Even opende Frederiks de oogen . . . Hij keek in 't deelnemend gezicht van Henri, onderscheidde nog even flauw de sympathieke trekken van den man, die zijn dochter liefhad, lispelde: „Henri, dat is goed," en verloor weer het bewustzijn. „Hij is niet gewond, vader, 't is maar 'n flauwte," stelde Henri gerust. „God zij dank," zuchtte van Meurs. Dan keerde hij zich tôt zijn oudsten zoon. „Jij zult nu wel weten, wat je te doen staat," sprak hij streng. „Je bent meerderjarig. Als je boete wilt doen, kun je in mijn huis blijven : wanneer je geen beterschap belooft, wijs ik je de deur. Je schulden zal ik betalen, voor 't overig^ zal ik mijn maatregelen weten te nemen. Dit wil ik je nog zeggen: je hebt getracht je schandelijk plan te volvoeren op een dag dat ons huis een zware slag getrofïen heeft. Ik dank God nog één zoon te bezitten op wien ik rekenen kan om onzen naam hoog te houden en ons voor een val te bewaren. Op 't uur dat jij me bestal, heeft hij 't uiterste beproefd om de kansen ten goede te keeren. Ga nu" uit mijn oogen en bid God, dat Hij je je schandelijk gedrag vergeve, zooals ik 't doe !" Toen zijn oudste zoon was heengegaan, zonk van Meurs als gebroken in een stoel. „0, Henri, 't is vandaag een harde, harde dag! . . ." 't Was erg stil in de woning van Frederiks. De oude man lag te bed en sliep rustig. Toen de dokter kwam om hem te onderzoeken had Annie's }iart angstig geklopt, doch haar vrees week spoedig toen de geneesheer verklaarde dat 't geval betrekkelijk onschuldig was en weer gauw vergeten zou zijn. De zieke had nu koorts, 't gevolg van overspanning en schrik bij 't „ongeval," dat hem getroffen had ; hij voelde zich erg zwak, hij was trouwens een uitgeputte man, die over 't gelieel rust noodig had, maar dàn ook buiten gevaar was. In 't middaguur ging zacht de bel over en Annie, die opende, stond tegenover Henri van Meurs. Zij had verçvacht dat hij komen zou om haar vâder te bezoeken, mnar nu zij hem — na vele treurige dagen van scheiding — plotseling voor zich zag, ging er een pijn-lijke steek door haar borst en voelde zij, hoe 't bloed uit haar wangen week. Waarom moest 't leven ook zoo wreed zijn ? Zij had het jonge hoofd gebogen onder de slagen, die haar troffen, de handen gevou-wen in ootmoed en gefluisterd: „Heer, uw wil geschiede." Maar zij kon toch niet beletten, dat haar hart bleef verlangen naar 't mooie geluk, eens zoo dicht nabij . . . Henri keek haar lang aan met zijn donkere, ernstige oogen, waaruit bezorgdheid sprak . . . Wat was zij bleek . . . 39Q KATHOLIEKE ILLUSTRATIE ■■ 1 i :i_

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De katholieke illustratie: zondags-lectuur voor het katholieke Nederlandsche volk appartenant à la catégorie Culturele bladen, parue à Haarlem du 1866 au 1967.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes