De klok uit België = La cloche de Belgique

950 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1917, 15 Avril. De klok uit België = La cloche de Belgique. Accès à 16 avril 2021, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/v11vd6q95w/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

WEEKBLAD VAN „LE COURRIER DE LA MEUSE' Zondaa. 15 April 1917. le BLAD lste Jaareai r» Mfl 1 De Klok uit België IRedactie Kapoenstraat 14 Administratie Kapoenstraat 16 MAASTRICHT — Teleph. 614. M1JN NAAM IS ROELAND ALS 1K KLEP, IS T STORM ALS IK LUID, IS T ZEGE PRIJS PER NUMMER: 5 Cent. ABONNEMENT : Voor HOlLAND . . . . Fl. 1.00 per Kwartaal Voor Buitenland . . . F!. 1.25 „ „ Vrede. Beloken Paschen! Zondag van den vrede! We willen over vrede spreken nu we ons allen met God verzoend voelen. En toch de woorden willen niet over de lippen! want we hooren oorlogs-geruchten. We hooren kanonnen bul-deren, en we weten dat er bij elken dag jongelingen zullen vallen, — we hooren mijnen ontploffen en weten dai ei" bij elken knal menschen in de diepte verdwijnen, — we hooren gra-naten stukspringen en weten dat elke brok een leven vol hoop en verwach-ting zal vernietigen — Zondag van den vrede! En de roode haan kraaii over de dorpen en steden, — en reu-zentorens storten in gruis. Pax vobis, de vrede met U! — En zielen stijgen uit gapende hartewon-den. — en stervende blikken roepen naar moeder, — en akkervoren zijn gedrenkt met warm bloed! — School en bidplaats, het huis van vrede, veerklinken van huilende' pijn, ker-mende smart, en klagenden dood. Vrede! En in 't land waar melk en honing vloeide kermen de kleinen om brood. Vrede! En in 't land waar de neriogen en gilden, nooit den schedel buigen wilden, worden de mannen in slavernij gebracht, wordt het vrije woord gesmoord, en heldenmoed met dood gestraft. Vrede! En ontelbare scharen treu-ren en kwijnen in de ballingschap, hun oogen zijn bijna blind gekeken in de toekomst of het soms nog niet „daghen zou in het Oosten!" De dood heerscht overal. X X Er was toch een zalige tijd toen de zwarte oorlogswolk onzen gezicht-•einder niet overtrokken had, een tijd dat er naast elke pijn een heelmiddel te vinden was, dat we weenden aan de haardstee waar de tranen niet zoo zilt en de oogen niet zoo brandend heet worden, een tijd dat we leunden op moeders schouder, en moeders lippen de diepe groeven uit het voor-hoofd kusten. Maar toen had het volk, dat „Gott mit uns" op zijne wapenen smeedt, nog niet openlijk met het Evangelie gebroken. Toen kon inen gelooven dat in de paleizen en burchten aan den overkant van den Rhijn de Bergrede van Jésus, den grooten menschen-vriend, ook nog gelezen werd. Dat deze woorden: „zalig zijn de armen van geest, zalig de zachtmoedigen, zalig zij die treuren, zalig die honge-ren en dorsten naar de rechtvaardig-heid, zalig de barmhartigen, zalig de reinen van harte, zalig de vreed-zamen, zalig zij die vervolging lijden" al woorden die den handel en wandel van de volkeren, zooals die van den enkeling moeten beheerschen, hunne beteekenis niet verloren hadden. Toen kon men gelooven dat zij die zich dierven aanstellen als de handhavers van -den wereldvrede, metterdaad te leere gingen bij Hem die eeuwen ge-leden het goddelijk woord sprak: „Ik breng U den vrede!" Helaas ! gedekt met den mantel der schijnvroomheid konden ze onge-stoord hun plannen beramen, — en 't .verlangde uur gesiagen, hebben ze hun masker afgerukt, en de aange-kleefde leer beleden. Zalig de rijken: ze kunnen trotscher en vrijer het hoofd verheffen, want ze hebben voor niemand te bukken. — Zalig de hart-vochtigen: want kindertranen en vrouwengeschrei kan hun opmarsch niet stuiten, bloed maakt hun niet hui-verig, en den weg, die over lijden loopt, zullen we niet vermijden. — Zalig de lachenden: want zij die eeuwig lachen verliezen de gedachte aan den vreeselijken ernst van he/ leven, drinken den vreugdebeker ledig en springen zingend in den afgrond. — Zalig de verzadigden, die geen ge-wetenswroeging meer kennen, en de grootste misdrijven met de koudste onverschilligheid begaan. — Zalig zijn degenen zotider hart: want ze kunnen zonder verpinken de kleinen verdruk-ken, de minderen onder den hiel ver-pletteren, en ze kunnen spotten met al het fijngevoelige en 't zedelijk liooge der menschenzielen. — Zalig degenen die huit en goed en kwaad w-eten te staan: want recht en onrecht zijn eensluidend, en gebod en wet hebben niet langer een beteekenis. — Zalig die de gebalde vuist in de lucht verheffen want door haar worden degenen die een beroep doen op de menschlievendheid op zij gestooten. — Zalig zijn de machtigen want ze hoeven zich om Recht niet te bekom-meren; hun zwaard is hun recht en hij die zich tegen het zwaard durft verzetten, wordt ten bloede gegeeseld, en aan den spot der scherprechters overgeleverd. Zij hebben den vrede vernietigd omdat ze de leer van den Vrede-stichter verloochend hebben! Doch dat ze luisteren naar dit woord: hun zaligheden leiden naar den dood. De rijkdom maakt niet gelukkig, want zij die bezitten buiten het recht weten niet hoe die rijkdommen te ge-bruiken. De hardvochtigen vervor-men het menschengelaat en ze worden het voorwerp der algemeene verachting. De eeuwig lachenden be-houden zelfs geen tranen om hun schande te beweenen en medelijden te verwekken. De immer verzadigden zullen zelfs den klank der vergiffenis-bede verleerd hebben. De harte-loozen sluiten voor eeuwig de harten van den evenmensch en misschien van God. Zij die buiten goed en kwaad willen staan verbeuren hun plaats in de menschelijke samenleving waar zedelijkheid steeds hoog aangeschre-ven staat. Zij die onverzoenbaar zijn, breken den band die hun aan den evennaaste verbond, en zullen bij hun geroep om genade geen gehoor vinden. Zij die de macht als maatstaf van het recht verklaren, zij die het zwaard roekeloos uit de schede ge-trokken hebben, zullen door het zwaard vergaan. X X Er was een zalige tijd, toen de zwarte oorlogswolk onzen gezich-einder niet benevelde. De oorlogswolk zal wegdrijven, als zoovele anderen weggedreven zijn. Maar laat de volkeren dan toch be-grijpen, dat ze ook als volkeren Gods wetten moeten naleven, en dan zal de vredezon niet meer verduisterd worden. Vaderlandsch Gebed Wij weten, Heer, Gij zijt gerechtigheid, 0,ns land dat wreed door lijden ligt gesiagen, Hadt Gij met uw genaden hoog verblijd En met de weldaad van uw welbehagen. En waar Ge ons wenktet met.uw zegen-hand. Trok meni'g van U af langs booze wegen, 1E11 ivloekte U in den voorspoed van het land En had den haat der Liefde liefgekregën. Maar Gij weet ook de deugiden, trouw en sterk Van 't Beligisoh volk, 't rampspoedigst nu der aarde, Hoe, toen gevaar opdaagde voor uw Kerk 'tDan heerlijk strijdend zijn geloof bewaarde; Hoe 't als geen vo.lk ter wereld vurig bad, De mooie kerken die 't U bouwde, vulde, En arm en rijk er naast elkander zat In needrig één-zijn van gebed en hulde; Hoe elke woon U was een heiligdom, Uw naam daar de eerst en laatst gebe,nedijde, Hoe 's werelds wufte weelde en wild gedrom Uw liefde bij de meesten niet ontwijdde; Hoe heerlijk-sclioon 't besef was van zijn plicht In 't onderhouden van de Godsgeboden, Hoe zoet uw juk hem was, uw last hem licht En 't heilig droeg zijn zielesmart en nooden. Tir. hoe 't nu lang gedukUg heeft. geboet — O Gij alleen kent al het wee zijns harten — En. hoe, o Heer, uw volk dat boete doet Den adel niet ontheiligde dier smarten. Hoe 't U bleef minnen in dit wrangste leed En nog uw goedheid looft in onheilstijden; O Heer, die ailes ziet en ailes weet, Weet hoe, in 't snerpen van zijn wreedste lijden, Steeds naar uw Kruis en naar uw Hart gekeerd, — Naar godlijk wee en goddelijk beminnen— Het U in tranen biddend, dankend eert In vrome drang van lijden s-bij s tre zinne. Gedenk hoe 't ligt in ruwe macht geboeid En vrijheid toch hebt Gij tôt recht gewijd, Hoe steeds zijn jongste en schoonste bloed vervloeit, En dit toch is in heilgen, rechten strijd; Hoe om wat brood dat hor*gervolk nu sohreit, En duizend weeën nu zijn harte prangen, Hoe 't dolend omzwerft, overal verspreid, In schaamlen trots van hopen en verlangen. Waarom wij lijden troost ons, geeft ons moed. O, wil geen haat van enklen nog gedenken, Maar om het offer van ons deugd en bloed, Om heilig recht en plicht, den zege ons schenken. Wel weten wij dat Gij eens al vergoedt In eeuwigheid, redhtvaardigheid des Heeren! Maar mogen wij, wat lief ons was en goed, En ruw ons werd ontrukt, niet meer begeeren? Dan prijst U, liefste Heer, vol dankbaarheid Dit volk, mw volk, ten dage der bevrijding. En dichter naar U toe, door smart, geleid, Vergeet 't nooit meer uw louterende leiding. Middelbourg. Arth. COUSSENS. Wekelijksch Overzicht. Westelijk front. Onze aandacht blijft gevestigd op het westelijk oorlogstoneel. Hetgeen daar nu gebeurt schijnt slechts eene voorbereiding te zijn tôt nog grootere operaties. Wij kennen weliswaar de plannen onzer bondgenooten niet, maar een feit is het dat die van den vijand den wil der onzen niet kunnen ontgaan. De tegenstander is onmach-tig tegenover deze superioriteit waar-van wij de duidelijkste bewijzen krijgen. Het offensief in Artois der britsche troepen, die hun aanvalsfront naar het noorden uitbreiden, vormt een niet te ontkennen gevaar voor den rechterflank der duitsche stellingen. De nederlaag van den vijand in die streek wordt nog te ernstiger door het afbrokkelen der verdediging op de rest van het front en ditmaal ten minste kan de vijand niet zeggen dat de terugtocht eene door hem be-raamde beweging is. " Eene gelijkmatige operatie wordt uitgevoerd door de Franschen. ten Noord-Oosten van Soissons. Zij trachten de duitsche linies terug te dringen in de streek van Laffaux en zullen, zoo doende de Duitschers dwingen de omstreken van Reims op te geven. In het centrum zijn de troepen ook niet stil blijven liggen, maar het schijnt dat zij veeleer eene insluiting van St. Quentin beoogen. Laat ons vooral niet denken dat de tegenwordige strijd plaats heeft om het bezit van een of ander stad. Het doel is van veel meer belang. In Mésopotamie. De verbinding tusschen de Russen van uit Perzië oprukkende en de En-gelschen van Bagdad naar het Noord-Oosten is verwezenlijkt. Deze verbinding, al is zij dan nog maar tusschen de voorwachten en verkenningen zal weldra algeheel zijn en tôt eene gezamentlijke operatie leiden, want de groote Russische macht bevindt zich reeds te Kizil Rabat, de Engelsche te Delis Abbas, en de afstand tusschen deze twee steden is nauwelijks 20 km. Vereenigde Staten. De Vereenigde Staten en Duitsch-Iand bevinden zich dus in staat van oorlog. De senaat en de kamer van afgevaardigden hebben opvolgendlijk en met groote meerderheid besloten dat de staat van oorlog met Duitsch-land ingetreden is. Président Wilson heeft dit feit bevestigt in een mani-fest aan zijn volk. Dat de groote amerikaansche republiek zich wil rangschikken onder den bond der Europeesche mogendheden die tegen de barbaarschheid der centralen strij-den, is eene gebeurtenis van het grootste belang. In Duitschland. De „Lokal Anzeiger" zelf beves-tigd dat de gevolgen van het besluit der Vereenigde Staten zeer ernstig zullen zijn. De klachten en kritieken der duitsche niet conservatieve pers komen eene schijnbare voldoening te krijgen door het verzoek van den keizer aan zijnen kanselier om de uibreiding van het stemrecht zoowel in Pruisen als in het keizerrijk te overwegen. Dit is een gevoelige slag voor de duitsche jonkers. Maar, Wilheim II moet wel uitgebreide verslagen over de onte-

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De klok uit België = La cloche de Belgique appartenant à la catégorie Katholieke pers, parue à Maastricht du 1917 au 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes