De legerbode

751 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1914, 24 Octobre. De legerbode. Accès à 19 octobre 2019, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/6t0gt5fx4s/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

DE LEGERBODE den Dinsd&g, Donderdag en Zaterdag verschijnende * a'-b-j—Il!jjj-iiuiKLmini.jiuj il i !!■ i. i.y.iU-irfm.ji-U ni 'M - i'iimii» Dit blad is VOQK DE SOLDATEN foeStemd ; iedere compagnie, escadron of batterij ontvangt tien Fransche en tien Nederlandsche exemplaren. De laatste strook grands ■ Met welke angst verwachtenwe^mj banne' ■ Hngen, die van verre de heldenfeiten van I onze legers bijwonen, de qfflcieele bericfiten ! I Met welke ontroering, met welke fterheid I lezen wij ze ! )\elhoe ! dat kleine belgische leger is dus I nog- niet vernietigd, noch verpletterd, noch ■ wrdwenen? Het doet nog den germaanschen H reiis terUgdein zen ? Bij gelijke, zelfs m indere I krachten, versïaat het. nog voort die be- ■ roemdebataljons van het bestgeorganizeerde, I het best iiitgeruste leger van de wereld ! I Moeten ze clan /£, 5 of 10 te g en éên staan Mm onze mannen te doen wijken ? M Wij stelden ons voor, wij trieçtige burgers, Hffi'p de pen zwaar valt op dit oogenblik en I me het bitter spijt geen 20 jaren oud meer te Udjn. niet ginder aan de zijde te staan van B/ieft die in de G-esch/edènis zullen genoemd ■ teorden de dapperen onder de dapperen. Wij stelden ons voor dat het Belgisch leger, I m Iwee maanden ononderbroken strijd. dat. Muet na zooveel gevechten, zooveel ontberin-I gen. zooveel beproevi.11gen zich terug zontrek-Wl'en achter de Unie van de Bondgenooten I,)m eindelijk een welverdiende en mogelijk I ook noodige rnst te genieten. I Wat een verrassing toen we vern amen dat M de Belgen zich a eh ter de ï'zer verschanst I hadden. en dat ze weerstonden, en stand be-I hielden, en den verbaasden, ontmoecligden ■ m uitgeputten vijand terugdreven ! I Welhoe ? Kon die weerstand voortduren ? g li as het niet eenvoudiger hulp af te wach- I Maar ne en. ! Ziedaar zooveel dagen dat lDuitsefters le vergeefs pogen door te I Welk verrukkend sehouwspel ons duurbaar ■ leger aan de wereld biedt. Voor de hevig- ■ heid van een bestorming als nooit nalie door-I ■■■■tond, heeft het Luik, Nàmen, Lenven, Ant- ■ Kerpen moeten onlruimen. Maar nooit is het I bovenmate gesehokt geworden. Geheel het I ^Ind' is bezet, verwoesl en verscheurd, behalve H t'en hoek, een plein hoekje. Maar het leger Wdampt zich met een nieuwe kracht aan die. M laatste strook vast. Onze troepen zien de Mfransche en engelsche legers aan hunne ■ «[fde. Hun koning. hun opperbevelhebber Udaat aan hun hoofcl. En ze hebben daarbij W'e koningin, de bewonderenswaardige ko- ■ 'tingin door allai aangebeden. lia ! De JJn/tschcrs dachten met aile ge- ■ door te breken en het afgematte, ont- ■ moedigde belgische leger op de vlncht te M'trijvcn. Ze waanden zich zeker van de I ~egepra,al. Ze gaven concerten op de open-W l'are pleinen te Brugge; hunne dagbladen Wvierden de inname van Antwerpen a/s een I"verwinntng' van het duitsche genie : maar M het was enkel de voor bijgaande triomf van ■ <'m weergalooze schelmerij, welke hun had ■ loegcla / en, zij die hun la gen, aanslag Wworaf beraamd hadden, in 't geheim kanon- ■ >!e7i te vervaardigen waartegen noch af stand ■ ftoe/i béton bestand zou zijn. Ze konden de ■ bondgenooten niet verslagen, ze hadden nu Woeh een overwinning behaald op het Bel-I b<*ch leger en een gouverneur benoemd le ■ Antwerpen. Daarbij. nu dit hun troost was voor 't Wtmdere, hadden ze zich met versche troepen 1 °P marsch gezet om België van de kaart van I Kuropa weg te vagen. Maar het Belgisch ■ leger is eens te meer weer recht gekomen, I f'ft eens te meer heeft de wereld, met bewon-I iering geslagen. uitgeroepen ; I Bravo ! Die Belsrp 'n ! Die kreet heeft dezer dagen over de heele wereld weerklonken : overal waar de menigte samenhoopte voor de vensters waar oorlogs-telegrams aangeplakt waren. Vooruit, linietroepen, karabiniers, grenadiers lYooruit, dappere jagers en heldhaftige lansiers ! Vooruit, g'ulsen en gendarmen, al die moedige, onvermoeibare kerels, al die helden ! De Jaam staal daar en bazuint uwen roem over de wereld heen. Wat er voortaan ook gebeure, en indien zeljs de oorlogskaris u nogmaals ontrouw is, acht u gelukkig en weest fier, mijnwerkers uit het Walenland en landslieden uit f laan-derland, en gij, keure van de jongeling-schap, die edelmoedig het voorbeeld hebt gegeven, al makkers, al broeders, ge zijt de waardige zonen, voor eewig beroemd, van de Branchimonteezen en de vlaamsche ge-meentenaren.Er werd u gevraagd drie weken stand te houden ; ge hebt drie maanden gestreden. En ge wilt de laatste strook van uw geboor-tegrond niet af staan. Met kloeken moed, vooruit dus ! Onze Soldateii toegejuieht te Parijs De Pai'ij sehe dagbladen maken melding van. het geestdriftig onthaal dat zondag laatst, in de statie van Montparnasse te beurt viel aan een groep van lionderd twintig Belgische soldaten, — lansiers, karabiniers, wielrijders, grenadiers, die na keldhaftig te hebben deel genomen aan de verdediging van Antwerpen, zich te Oostende hadden ingescheept. met bestemming voor Frank-rijk.x Na den nacht te Parijs te hebben doorgebracht, hebben onze dapperen den trein genomen om hunne wapenbroeders te gaan vervoegen en in hun rangen den strijd te hervatten. Omringd. van agenten-wielrijders en municipale wachten zijn ze de stad in kolom door-getrokken. Sommige hunner, vertelt ons een confrater, hadden nog enkel roemvolle flarden van uniformen aan het lijf, waarover zij burger-kleedij hadden getrokken. De vervoerde en bewogen volksmenigte heeffc ze geestdriftig toegejuieht. Vrouwen, meisjes hebben aan onze dapperen lekkernijen, tabak, sigaren geschonken. In den namiddag, greep eene andere betooging in dezelfde statie plaats, bij het vertrek van een tweeden groep Belgische soldaten te Le Havre ontscheept en die Parijs enkel waren doorge-trokken. Deze waren met wapens uitgerust. Eindelooze toejuichingen vielen hun van wege de menigte ten deel. Een hunner herkende tusschen de annwezigen zijnen vader, die enkele uren te voren als vluch-teling te Parijs was aangekomen. Zij vielen elkander om den hais. En dit voor-val bracht de diepste ontroering tusschen de ooggetuigen te weeg. DE T0ESTÏÏND Parijs, 24 October. Op den linkervleugel De strijd wordt herig voortgezet, namelijk in de omstreken van Arras, La Bassée en Arraen-tières. De verbondene legers zijn op sommige punten geweken, maar op andere vooruitgetrok-ken.^ ïen noorden van de Aisne, heeft het fransch geschut drie duitsche batterijen vernield. Rusland Ten zuiden der Pilica, zijn de Duitschers nog opde Weichsel,uitgenomen op de lijn Svangorod-Roziemce. die zij ontruimd hebben, vervolgd door de Russen. Al de pogingen der Oostenrijkers om over de San te trekken werden afgeslagen. In deze streek trekken de Russen aanvallend vooruit. ARMZALIGE LEGERTJES .t t ■ De twee « armzalige legertjes > het Engelsche en het Belgische —■ zooals Willem II ze bestem-pelde alvorens ze te kennen — hebben thans hunne onderlinge aansluiting verwezentlijkt en strijden met broeàerlijke eendracht om België te heroveren, liand in hand met het groot Fransch leger, Binnenkort, dank aan het intensieve voorbe-l'eidingswerk waaraan vrijwilligers en milicien» van 1914 worden ondèrwoi-pen, zullen de leemten in de rangen van ons leger aangevuld zijn. Duizenden en duizenden jonge en vurige man-schappen, die er naar haken het spoor hunner voorgangers te volgen.gaan de veteranen vervoegen welken noch kogels, noch granaatkartetsen. noch granaten meer roering veroorzaken. Bij het gering contingent dat in Augustus op het vas-teland aan wal werd gezet, komen van dag tôt dag zich versche troepen voegen, aile aan de oorlog gewend naar aanleiding van verscheidene veldtochten in de lcolonies. Indiërs en Kanadee-zen, keursoldaten, zijn ontscheept. In Frankrijk steken de dépôts vol manschappen. Ditmaal is. er geen gebrek meer aan groote houwitsers en kanonneu met verre dracîrt. Wij strijden nu met gelijke wapens en met gelijk aantal. De uitslag van den strijd is dus niet twijfelachtig. Er is nu geen sprake meer van aftoc-ht. Maar het is naar liet Oosten dat de degen van Albert den Dappere zal worden gericht om den te volgen weg aan te wijzen. Vooruit dus, armzalig Belgisch legertje ! Op de trouwelooze soldaten aangestoi-md die uwe woningen geplunderd, uwe steden en uwe dorpen neergeblaakt, uwe naasten gehoond én uwe ouders neergeschoten hebben. Us îiirip kreet van m Beigi'sehgn soliaat Aan (■ geneh die twijfelen aan den vurigen heldennioed van het Belgisch voik en aan zijne hoop op eene nakende wedervergelding, leggea we den volgenden brief voor, gericht aan luite-nant-kolonel Rousset, brief, welke een kreet is van waar lijden en echte woede, geuit door eea van de soldaten van het leger dat zich heeft laten in stukken hakkon in den strijd tegeh den over* weldiger : « Ze hebben ons ailes geroofd. Ze hebben on» land bemeesterd, ze hebben onze kinderen ver-moord, onze vrpuwen gemarteld in onze woningen . Ze hebben in hunne woede onze historisehe gebouwen en onze kunstwerken vernield, onze boekerijen geplunderd. Ze bezetten Luik, de vurige stede ; ze hebben de eene stad na de andere bezet, Namen, Leuven, Charleroi, Brus-sel, Mechelen, Antwerpen, Oostende... » Ge Aveet wat ze ons ontroofd hebben ; ge weet wat ze ons gedaan hebben. » En dan ? 3) En dan, mijn kolonel, wij weten niet wat w« doen zullen. Maar wat ik weet : nooit zullen we den moed verliezen. Spijts onzen weerstaiid* zijn we verslagen geweest. Maar we geven ons niet ten onder, wij zullen nooit overwonnen zijn. Wij geven ons niet over, mijn kolonel. Onze Koning wil het niet en wij beminnen onzea Koning. » Het uur der wraak zal komen. En allen wachten erop met ongeduld. )> Aanvaat-d, mijn kolonel, de gevoelens mijner eerbiedige hoogachting. » CARI, O. Goebel, Wachtmeester bij het !"• Reg« Gidse*. Een duitsch officier kwam onlangs te Brussel aan, in de Luxemburgstatie. Daar hij zich naar. Brussel-Ouest moest begeven, nam hij het plan, der stad en. na eenigen tijd, vond waar hij zija moest. Om den kortst mogelijken weg te kennen» l'iep hij tôt een « ketje » dat in de nabijheid stond te gapen : « Hier! » en, de kaart aanwij-zend, voegde hij er bij-: « Ouest? s — Ons ketja verstond « Hoe es't ? » en antwoortj,4e $uks e» bedaard : « Goed, en mee aa ?.» 24 06tol>erd014

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De legerbode appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Antwerpen du 1914 au 1940.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Sujets

Périodes