De Scheldegalm: gazette van Audenaerde

2085 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1914, 29 Mars. De Scheldegalm: gazette van Audenaerde. Accès à 20 mai 2022, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/jh3cz33n42/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Nr 3281. Zondag 29 Maart 1914 56e Taar. DE SCHEDEGALM HET BLAD VERSCHUNT WEKELIJKS DEN ZATERDAG. — Men schrijft in bij de Uitgevers BEVERNAEGE GEBROEDERS, Krekelput, "15, en in aile POSTKANTOREN. — De prijs der inschrijving per jaar, voorafbetaalbaar is voor BELGIE 3 fr. 75 ; voor FRANKRIJK en aile BUITENLANDEN 7 fr. 50; voor ÀUDENAARDE 3 fr.—Alleartikelen en mededeelingen betreffende deredactie moeten vrachtvrij toegezonden worden. Men isverzochtdeAnnoncen den VRIJDAG middag te laten geworden;depriisis 20c. perrege). Reclamen en rechterlijke aankondigingen 50 centimen per drukregel. — De inschrijvers die hun blad niet wekelijks en op behoo-renden tijd per post ontvangen, worden vriendelijk verzocht ons er seftens kennis van te geven. Om dit te voorkoinen is ook het beste middel het abonnement in het postbureel of aan den briefdrager te vragen, aan wie men niet meer dan de gemelde prijzen moet betalen. Aile tcegezondene of terhandgesteide gescbriften die wij in ons blad niet kunnen opnemen worden niet teruggegeven. ENGELAN D De beroering: in Ierland. — Achttie honderd ulstersche vrijwilligers zijn onder d wapens geroepeu omde womngen vandebijzor derste leiders der anti-iersche beweging i Ulster, te bewaken. Vrijdag namiddag werden de schildwachte van het oijzonderste kamp van Ierland verdufc beld. Er zijn twee honderd soldaten van h< landleger onverwaeht te Dublyn aangekomeii waar twee oorlogschepen in de baven geanker liggen. Sir Eduard Carson heeft eene proklamati uitgevaardigd waarbij hij zijne partijgenoote aanmaant kalm en vredelievend te blijven. De nationalisten,'t is te zeggen de iersch vaderlanders en tegenstrevers van de ulstersch protestantschen kondigen eene grooie wapen schouwing hunner vrijwilligers aan; deze zal t Londonderry plaats hebben, waar de politiek driften spoedig opwellen. Men heeft ook vernomen dat er wapens ui de kazerne van New-Bridge verdwenen zijn. T Dublyn neemt de spanning van de gemoederei op onrustwekkende wijzetoe. In de militaire kringen van Dublyn hecrseh eene groote bedrijvigheid en het schijnt zeke dat de troepenbewegingen in Ulster het gevolj zijn van een overeengekomen plan. .Vrijdag avond vl .zijnafdeelingenofficiers ei soldaten van een regiment voetvolk van Yorks hire, te Dublyn ingescheept, aan boord van di twee oorlogschepen, en voor eene onbekendi bestemming verirokken. Eene uur later kwan een torpedoweerder in de baai van Dublyn of anker liggen. Men verzekert dat de troepen die op di oogenblik in het Ulsterland verblijven doorregi-menten van Curraghof anderenzullenvervangei worden. Verscheidene officiers van-het garnizoen var Curragb hebben hun ontslag aan den ministei van oorlog gezonden. Vrijdag avond werden de ministers bij hoogdringendheid bijeengeroepen, in het ministerie van oorlog, te Londcn. De raad duurde van 8 tôt 11 ure. M. Redmond, leider van de katholieke Ieren, heeft de ontwerpers der betooging te Londonderry verzocht van hun ontwerp af te zien, ir: 't belang der nationale zaak. De nationalisten schijnen naar dezen raacJ niet te willen luisteren en door hunne betooging te bewijzen dat zij voor de zoo lang gedroomde zelfstandigheid van Ierland desnoods hun goed en bloed veil hebben. DUITSCHLAND De tweegevechten in het leger. — Op de ondervragingen van het centrum over het tweegevecht te Metz, tusschen twee officieren, van wie de één werd doodgeschoten, antwoordde de minister van oorlog : Had de beleedigde de uitspraak van den eere-raad afgewacht dan zou het tweegevecht voor-komen zijn. In 1913 kwamen bij 75.000, actieve en reserve-officieren, slechts 16 tweege-vechten voor. Het verbod van militaire tweege-vechten zou slechts het aantal gevallen van ongerechtvaardigd eigen-rechter-spelen doen toenemen. Het zou bovendien op burgerlijke kringen niet van toepassing zijn. Een formeele dwaling om in tweegevecht te gaan bestaat in het. leger niet. Het tweegevecht is even ondeug-delijk ter bestraffing van schuldigen, als eene wraakoefening. Zulke beweegredenen zijn dar ook meestal niet voor de tweegevechten meer ir het een streven om zijn moed aan de wereld t( toonen. Zulk een moed is echter meer physiel dan moreel, — maar het is toch moed, en du: een voorwaarde voor het recht van bestaan dei militairen. Het uitroeien van de opvatting van eer, dit tôt tweegevechten aanleiding geven, zou geei rampzijn. Die opvattingen zijn ook niet de oor zaak van tweegevechten ; veel meer de eerkren kende opvattingen, met verbod daartegen ieti te ondernemen. Meer verwacht de minister doo de opvoeding van de officieren, die zelf voor t veibgheid van hun eer moeten zorgen, tôt wai n ridderlijkheid en zedelijke opvattingen. e Op weg naar Corfou.— De keizer van Duitscl ~ land is zondag ait Berlyn naar Weenen vertrol n ken, waar hij maandag voormiddag aangekc men is en ontvangen werd door keizer Frans n Jozef. Na eene ontvangst in het kasteel va " Schoenbrunn is de duitsche keizer ten S u. 4 1 's avonds naar Venetië vertrokken. Woensda ; werd een ontbijt ter eere van Wilhelm II, geg< ven in 't koninkliik kasteel van Venetie, en de avonds heeft de keizer den koning en de konir gin van Italie aan boord van zijn prachtig schi ontvangen. De koninklijke familie van Griekenland i ^ donderdag uit Athenen naar Corfou vertrokken B om den keizer van Duitschland te ontvangen ~ Waarschijnlijk zal de grieksche koning de * monai k uitnoodigen een bezoek aan de hoofd " stad Athenen te brengen. t —Strafuitvoering van een monster.—Maan 5 dag morgend, ten 7 ure, werd te Berlyn d [ vergiftiger Hopf, uit Frankfurt, gehalsrecht Volgens de pruisische wet werd de misdadige t 12 uren vour de strafuitvoering, dus zonda| [. avond, ten 6 ure, verwittigd dat de keizer ziji verzoek om genade verworpen had. Zonder d< ' minste ontroering hoorde hij het besluit aflezen 1 en toen men hem van zijne boeien verlostte vroeg hij om sigaretten. Men gaf er hem eenigi , en van den ganschen dag hield hij niet meer o[ j te rooken. Hopf heeft den bijstand van den prie i ster geweigerd. Tôt op het laatste oogenblik toe i bleef de moordenaar zeer kalm en bedaard Maandag morgend stond hij op ten 6 u., kleeddi zich aan en nutte zeer smakelijk zijn ontbijt Ten 7 ure leidde men hem naar den koer var het gevang, waar de strafuitvoering moest plaat! hebben. Volgens het gebruik las de procureui hem daar nogmaals het vonnis af, en brak dar . een rieten stoksken in twee. Op 't zelfde oogen blik werd de veroordeelde vastgegrepen, op der kapblok vastgebonden, en in één slag hakte df beul hem het hoofd af. Daar niemand het lijk opgeëischt heeft, werd het aanstonds naar df snijzaal der hoogeschool te Merburg gezonden, — Eene merkwaardige tentoonstelling — Te Aken gaatmen in 1915 de honderdjarigeveree-niging van het Rhynland met Pruisen vieren, met eene groote historische tentoonstelling. Men wil er bijeenbrengen aile schilderijen met voor-stellingen van kroningen van Duitsche keizers en koningen en aile monumenten en documen-ten, die betrekking hebben op de verkiezing en kroning van Duitsche vorsten. Voor de eerste maal zal men eene volledige reeks van portret-ten van aile Duitsche vorsten, te beginnen mei Karel den Groote, te zien krijgen. Naast deze zuiverhistorischeafdeelingkomtdezoogenaamde kunsthistorische afdeeling, waar waardevollc kunstvoorwerpen, uit het bezit of uit stichtingen van Duitsche keizers zullen komen ; kostbare miniaturen, goud- en zilverwerken, versierde wapens en harnassen. Behalve deze hoofdten-toonstellingen zullen er nog een aantal bijten-toonstellingengehouden worden; verzamelingen van keizers- en koningsoorkonden, zegels en munten, plannen, afbeeldingen en modellen van keizerspaleizen, hervoorbrengingen van de plaatsen waar Duitsche vorsten gekozen, ge-kroond en begraven zijn en van hunne grafmo-numen.en. De tentoonstelling zal gehouden worden in het oude koningshuis, het tegenwoor-dige raadbuis. De kroningszaal vanditgebouw is van menige kroningsplechtigheid getuige geweest FRANKRIJK i Moord in een trein. — Uit Auxerre wordi • bericht dat, in een trein der spoorweglijr Parys-Auxerre, een man vermoord en door hel i portel geworpen werd tusschcn Auxerre en Augv. i Dinsdag morgend werd het lijk ontdekt. He: is dit van den heer Guimard, paardenkoopman wonende te Surgy. ; Zaterdag laatst had hij. verscheidene paarder ■ naar Parys gebraeht om ze te verkoopen. le Maandag avond nam hij den trein om buis-•e waarts te keeren. Diefte is natuurlijk de drijfeer der misdaad. Eene aanzienlijke som is ver-dwenen.Zonderling samentreffen : het is in denzelf-den trein dat op 9 ociober 1908, de pachter Leutheau vermoord en bestolen werd. n — g Politieke moord te Parys. s De lijkplechtigheden van den heer Calmette. Vrijdag voormiddag hebben te Parys, onder P een overgrooten volkstoeloop, de lijkplechtigheden plaats gehad van den beer Gaston Cal-s mette. Van aan de woning van het slachtoffer . tôt aan de kerk van St-Franciscus van Sales werd de ordedienst gedaan door eene sterke i politiewacht. Op gansch den doortocht van den - Jijkstoet, krioelde het van volk. De lijkwagen was overdekt met prachtige rouwkronen. De rouw werd geleid door de twee zonen en den broeder van den heer Calmette. Eene overtalrijke menigteofficieelepersonnagies, afgevaardigden, vrienden en kennissen volgden den lijkwagen tôt in de kerk, die welhaast proppensvol was. Na den lijkdienst werd 't stofîelijk overschot van den heer Calmette op het kerkhof der Batignolles ter aarde besteld. Erge wanorders. Na de begrafenis trok eene sterke groep be-toogers de stad in, huilende : « Weg met Gail-laux ! Moordenaar l ». Nabij de avenue de Clicby vieJen de betoogers een man aan, dien men beweerde een tegenbetooger of een agent in burger te zijn. Die persoon werd omringd en tegen een muur geduwd, waar de stokslagen duchtig op hem vielen. Hij trok zijn revolver en loste een schot in de groep betoogers. Opdit oogenblik ksvam eene afdeeling agenten toege-sneld. Deze werden overrompeld en moesten met den blanken sabel chargeeren. Verscheidene personen werden gekwetst en moesten in apotheken verzorgd werden. Het lawaai was oorverdoovend. De betoogers waren zeer opge-wonden en het ging tôt een bloedig gevecht met de politie komen, toen de leiders der betoogers langs verscheidene kanten een ordewoord rie-pen, waarop ailes wat rustig werd. De bende rukte dan op naar de place de Clicby, waar zij op eene afdeeling agenten botste. De politiomannen werden overrompeld en al huilende : « Weg met Caillaux ! » trok de groep verder de stad in. Er werden verscheidene aanhoudingen gedaan. Vôôr en in het gevang. Zondag morgend heerschte er, voor het gevang, de grootste kalmte. Mevr. Caillaux, die gansch den avond van hoofdpijn geklaagd had en eerst maar om 2 ure 's morgends in siaap gevallen was, stond om 8 ure op, terwijl de andere opgeslotenen om 5 1/2 ure uit het bed moesten. Na eene mis bijgewoond te hebben, voor haar en enkele nonnen gelezen, liep zij hare brief-wisseling door en schreef eenige brieven. Mevr. Caillaux voor den onderzoeksrechter. Zaterdag namiddag werd mevr. Caillaux voor de eerste maal sedert hare aanhouding onder-vraagd in het kabinet van den onderzoeksrechter. Zij werd per auto van het gevang naar het justitiepaleis overgevoerd. Een zeer strenge ordedienst was ingericht om aile betoogingen te beletten. De overbrenging van mevrouw Caillaux naar het j ustitiepaleis is onopgemerkt voorbijgegaan. In het paleis werd zij onmiddellijk in het kabinet van den heer onderzoeksrechter geleid. Aile toegang tôt het kabinet werd door de gen-darmen afgesloten. —- — . 2 belg-en vermoord in Noord-Frankrijk. Een genaamde Pieter Opsomer, 35 jaar oud, heeft donderdag vl. te Rouvroy-Noumea, 2 bel-gen doodgeschoten. Opsomer, een onverbeter- II] ... lijkedronkaard, werdkortsnadienaangehoudei Overgelaten. Vrouw Opsomer was donderdag voorl. naj St-Omer gegaan om te getuigen in een proce dat voor het Assisenhot opgeroepen werd. Haa man maakte van die gelegenheid gebruik oi eenen opkooper te ontbieden en dezen al zijn meubels over te laten voor 150 fr. Een belg Henri Huque, geboren te Passchendael den 2 september 1880, ging den opkooper opzoeke en bood hem 200 fr. Zulks werd op staande: voet toegestaan en Huque nam aanstonds zijne: intrek in de herberg. Opsomer vertrok dan me een belgischen mijnwerker, Alidor Tant, naa Henin-Liétai d en kocht er twee revolvers ei twee doozen kardoezen. Doodshedreiginge n. Na den namiddag in de overgelaten herberi doorgebracht te hebben, trok Opsomer'savond naar de stalie om zijne echtgenoote af te halen Tant vergezelde hem nog. Onderweg verklaardi hij aan dezen dat hij zijne vrouw ging doodei en vervolgens al de personen die hij in zijni herberg zou aantreflen De trein stoomdeweldr; de statie binnen en Opsomer en zijne echtge noote sloegen den weg in naar de herberg. Onderweg begon hij met zijne wederhelft t< twisten. « Gij zijt nu naar St-Omer gewees voor eenen andere, zegde Opsomer op zekei oogenblik, rnaar nu zult ge ook eens voor mi, mogen gaan. » De vrouw begreep de bedreiging van haren man en hield zich op hare hoede Toen zij dezen twee revolvers zaguitbalen, liep zij ijlings weg en verdween weldra. In de herberg. Opsomer was misnoegd omdat zijne vrouw ontsnapt was en kwam weldra mompelend voot de herberg aan. Deze was gesloten Nadat Opsomer geklopt had, kwam Henri Huque open doen. Mad. Verhelst, die zich met haren echt-genoot en de genaamden Theophiel Hughe en Amaye nog in de herberg bevond, hielddelamp. Theophiel Hughe en Amaye volgden, terwijl Verhelst in de keuken bleef. Nauwelijks was de deur geopend of Opsomer sprong binnen mel een revolver in elke hand en vuurde de twee wapens af Hughe stortte doodelijk gewond ten gronde. Henri Huque bekwam slechts eene lichte wonde en de twee ander bleven ongedeerd. Een moordtooneel. Opsomer, die na zijne wapens afgevuurd te hebben, gevluctu was, hield zieb op eenige swppen- van de herberg, herlaadde er zijne wapens en keerde vervolgens naar het drank-huis terug. Hij riehtte zijn wapen op Henri Huque die wegvluchtte. Opsomer zette hem achterna en schoot hem neer: Daarna loste hij rakelings vier scholen op den stervende. De gendarmerie werd verwittigd en kwam weldra ter plaats. Het lijk van Henri Huque werd opgenomen en naar de herberg gebraeht, waar men bestatigde dat Theophiel Hughe ook reeds opgehouden had te leven. De moordenaar werd eenige uren nadien te Henin-Liétard aangehouden. - —»■—ni Verslag over het Muziek-conservatorium van Audenaarde HOOFDSTUK IV. Van den Secretaris-Schatbemaarder. Art. 16. — De secretaris-schatbewaardei schrijft de leerlingen in, levert aannemings-kaarten af en houdt een stamboek, waarin al de inlichtingen, de leerlingen betreffende, inge-schreven staan. Hij waakt over de archieven ir het bewaren van 't mobilier, der speeltuigen er al het materieel der school. Hij maakt den in-ventaris van 't materieel op, HOOFDSTUK V. Van de Leeraars. Art. 17.—De gemeenteraad benoemd d( professors op voorstel van de Besturende Commissie. i. Art. 18. — De leeraars staan in voor de orde in hunne klas. Zij mogen slechts de leerlingen aanvaarden die voorzien zijn van een r aannemingskaart, door den bestuurder getee-s kend Zij zijn met het bewaken gelast en zijn r verantwoordelijk voor het materieel hunner 11 klas. e Art. 19. — Elke professoris gehouden me-de te helpen aan de repetitie's en de openbare of inwendige oefeningen der school. HOOFDSTUK VI. Van de Leerlingen. Art. 20. — Om als leerling der muziekschool aangenomen te worden, moet men kunnen lezen en schrijven, ten minste zeven jaar oud zijn en met de lichamelijke hoedanigheden begaafd zijn, noodig tôt de soort studien, waarop men zich wil toeleggen. ' Art 21. — De tuchtstraffen voor de leerlin-> gen zijn : het wegzenden uit de klas, de ver-wittiging, de openbare berisping en het uit-! sluiten worden uitgesproken : 1 1) Het uitsluiten voor eene les, door de ! leeraars, die onmiddellijk den bestuurder ver-1 wittigen moeten. 2) De verwittiging, de upenbare berisping en het uitsluiten voor een maximum van veertien ! dagen door den bestuurder. ; 3) Het bepaald uitsluiten, door de Besturen-de Commissie, na den leerling gehooid te hebben. HOOFDSTUK VII. Van de Prijskampen. Art. 22 — Openbare prijskampen hebben onder de leerlingen plaats, op het einde van het schooljaar. De klassen en de leerlingen, tôt het kampen toegelaten, worden aangeduid tengevolge van een algemeen onderzoek, door den bestuurder gedaan. Art. 23. — De jury's worden aangeduid door de Besturende Commissie, de bestuurder zit voor. Het bewaken der prijskampen behoort aan den voorzitter. Art. 24. — De beslissingen der jury worden genomen bij vclstrekte meerderheid "der aan-wezige leden. In geval van gelijkheid van stem-men, weegt de stem van den voorzitter door. Art. 25. —■ De werkzaamheden der jury worden vastgesteld door een proees-verbaal, op 't einde van iedere zitting door al de aanwe-zige leden geteekend. Art 26. — De prijzen bestaan uit werken, muzlrkinstrumenten of medalien. Art. 27. —Dé leerling, diè eene onderschei-ding krijgt, ontvangt een getuigschrift dat zulks vermeldt, alsook deklas tôt dewelke de leerling behoort, alsmede den datumvanden prijskamp. Het getuigschrift is geteekend door den voorzitter der Besturende Commissie on den be-stuurd' r. Art. 28. — De prijsuitdeeling gaat gepaard met een concert, waarin de leerlingen, met eene onderscheiding mogen aangenomen worden, om zich als solisten te laten hooren. Art. 29. —■ Bij gebrek aan prijskampen, zal de sebool ja'arlijks een openbaar onderzoek doen. De bestuurder zal de leerlingen aandui-den die er mogen deel aan nemen. Art. 30. — Als bijvoegsel aan de examens waarvan in het voorgaande artikel spraak is, zal er een uitgangsexamen plaats hebben voor de leerlingen die met vrucht de leergangen der school bijgewoond hebben gedurende drij jaar. Er wordt een diploma afgeleverd, aanduiden-de of de examens afgelegd werden met vrucht, met onderscheiding of met groote onderscheiding.HOOFDSTUK VIII. Van de Vacantiën en de Verloven. Art. 31. — Elk jaar is het vacantie van den 1 augustus tôt den 15 september. Op de godsdienstige-, nationale- en gemeen-tefeestdagen wordt er geen les gegeven. . HOOFDSTUK IX. : Van de Rekenschap. Art. 32. — De Besturende Commissie maakt tuiixieii upneuieii wurueu mui itjruggegeveu. elk jaar, vôôr 1 september, de begrooting der school op. Deze begrooting wordt aan de goedkeuring van den gemeenteraad, van de bestendige depu-tatie en den minister van Binnenlandsche Zaken onderworpen. Zij bevat : A. — In ontvangsten : 1e Desgevallend, het overschot van ontvangsten van 't vorig jaar. 2' De verschillige opbrengsten. 3" De toelage der stad. 4e De toelage der provincie. 5° De toelage van den Staat. B. — In uitgaven ? Ie De jaarwedden. 2e De sommen, noodig tôt den aankoop van muziek, het onderhoud en de verbetering van het materieel voor 't onderricht, van de speeltuigen en de verzamelingen van muziek. 3e De kosten voor verwarmingenverlichting. 4e De kleine uitgaven, de bestuurskosten en die der prijsuitdeeling. Art. 33. — De rekeningen moeten in den zelfden vorm opgemaakt worden als de begroo-tingen en met de verrechtvaardigende stuks, in den loop van het volgende jaar, onderworpen worden aan de goedkeuring van den gemeenteraad, de Bestendige Depuiatie en den minister van Binnenlandsche Zaken. * * Dees règlement werd door den gemeenteraad in zitting van 2 december daaropvolgende goedgekeurd ; dien dag zond M. Paul Raep-saet, secretaris der muziekschool, eene kopij aan M. Gevaert, voorzitter van den verbeterings-raad, met den volgenden zendbrief erbij : Audenaarde, 2 December 1882. Mijnbeer Gevaert, Ik verlaat daar zooeven de zitting van den gemeenteraad, die het règlement onzer muziekschool, in overeenstemming gebraeht met de grondbeginselen, vastgesteld door den verbete-ringsraad, goedgekeurd en gestemd heeft. Ik verhaast mtj u er eene kopij van te zenden om te voldoen aan uwe begéerte mij uitgedrukt op het zoo welwillend en vleiend verhoor, dat gij mij te Brussel verleendet. Om beter in staat te zijn udendroeven finan-cieelen toestand onzer muziekschool voor oogen te leggen, laat ik mij toe hierbij te voegen : 1e Mijn verslag over den toestand van het dienstjaar 1881-1882. 2e De samenvatting van het voorval Beyer, van 1876 dagieekenende, dat van wege "den Staat de afschaffing van aile toelage mede-bracht, ten gevolge van het verdwijnen van den leergang voor viool van dezen professor. 3e Onze financieele toestand van 1877 tôt 1881. 4e De rekening van 1881. 5° De begrooting voor 1885, onmisbaar, om ons toe te laten de school te hervormen, gelijk-vormig aan de voorschriften van den verbete-ringsraad. Wij drukken den wensch uit dat het gouvernement, rekening houdende van onzen goeden wil in het herinrichten van ons eonser-vatorium, de goedheid hebbe ons eene buiten-gewone toelage toe te kennen, opdat wij het deficiet van 1877 tôt 1882 dekken kunnen. Is het mogelijk ? Vertrouwende in uwe groote verkleefdheid aan de verspreiding van de muziekkunst, stel-len wij de grootstehoop in uwenonbetwistbaren invloed, om den onmisbaren steun, voor den tegenwoordigen toestand te verkrijgen, tôt het welgelukken onzer onderneming, bestaande in het volledig hervormen onzer muziekschool. U nogmaals bedankende voor de welwillende ontvangst waarmede gij mij vereerdet, bid ik u, Mijnheer Gevaert, de uitdrukking mijner hoogachting te aanvaarden. (Geteekend) Paul Raepsaet. Wordt voortgezet. P. DE RUYCK. Eiland-Prinses (27e Vervolg.) Wij praatten nog wat over de kaart, die hij daarna opvouwde en bij zich stak. Vervolgens gingen wij uil de schuur een watervat halen en brachten dit naar de kreek. Ik wenschte hem zooveel mogelijk uit het huis en op een atstand van mijne vrouw te houden. Wij vulden het vat en vonden het dicht. Om echter de duigen nog meer te doen samentrekken, hielden wij het gevuld en plaatsten het in de schaduw, waar het hout behoorlijk zwellen kon. Ik hield hem uit thuis tôt de stand van de zon ons deed weten dat het tijd voor het avondeten werd. "ulaiie had rijkelijk opgedischt, maar kwam zelf'ntet aan taf'el. Ik riep haar niet en Cotton vroeg ook niet naar haar. Hij sprak met verwoede heftigheid over den kapitein van de brik, die hem op het eiland had afgezet, en hij zwoer al vloekend dat hij dien kerel nog de keel zou afsnijden, al zou hij er voor moeten hangen. — Wel, zegde hij, nadat hij zich vol ge-geten en zijne pijp aangestoken had, — ik heb een taaie mee voor het mes, en de duivel weet waar ik nog belanden zal — op een schoon eiland, of in den buik van een haai, maar in elk geval, en hoe het ook loope, ik hoop dat ge me niet voor een schurk zult houden, als ik niet kan terugkomen om u en uwe vrouw weg te halen, na de hulp en de gastvrijheid die gij mij bewezen hebt. Dit was goed gesproken en ikantwoordde met eene buiging. Maar mijne overtuiging stond vastdaterin dezen maneen booswicht stak, en dat ik geen veilig uur meer zou hebben, zoolang hij onder mijn dak ver-toefde.Eulalie kwam eerst 's avonds te voorschijn Wij zaten nog een uurtje buiten in den ma-neschijn en luisterden metweerzien naar de snorkende verhalen van den man, die hij met allerlei ruwe en hevige uitdrukkingen en zeker met de noodige pochhanzerij ver-telde. Iloe meer ik den heer Silas Cotton leerde kennen, des te onaangenamer werd hij mij. Eulalie was blijkbaar griezelig van hem. Toen het slapenstijdwerd.brachtik Cotton naar de ledigstaande kamer, waar ik hem zijne legerstede wees : eene maat en een hoofdkussen. Ik gat hem een olielampje, wenschte hem goeden nacht, en ging naar mijn eigen slaapvertrek, waar Eulalie reeds was. 1k voelde mij te onrustig om mij te ontkleeden ente gaan liggen. Ik stak Eulalie's ponjaard bij mij en zette mij op den rand van onze slaapstede. Zoo praatten wij al fluisterend. Wij waren in het donker, maar in de eetkamer bleefaltijd de olielamp bran-den, en de kamers waren, zooals ik gezegd heb, slechts door matten schermen van el-kaar gescheiden. Indien men mij gevraagd had wat ik eigen-lijk vreesde, dan zou ik het niet hebben kunnen zeggen. Ik had geen bepaalde reden om den man van booze bedoelingen te ver-denken. Maar zijne gelaaisuitdrukking had voor mij zoo iets argwaanwekkends, dat ik mij op ailes voorbereid meende te moeten houden. Hier moest een oog in 'tzeil ge houden worden. Ik maande Eulalie aan om tôt middernacht te slapen. Dar. zou ik haar wekken,omop mijne beurtte traehten eenige uren rust te nemen. XVIII. Ik zegde dat ik zelf in mijne slaapkamer in het donker zat, terwijl er een olielamp-ken brandde in de aangrenzende eetkamer, die slechts door eene doorzichtige mat van de onze gescheiden was. Eensklaps nu zag ik, al wakend, door die mat heen eene schaduw zich bewegen. Ik sloop naar eene opening en bespeurde duidelijk de ftguur van Cotton. Hij liep zoo onhoorbaar als oene kat, ging naar de kist in welke Eulalie's geld en het zakje diamanten geborgen waren en lichtte het deksel op. De kist was niet afgesloten ; want voor dieven op het eiland behoef'den wij niet te vreezen. Nu zou ik eene gelegenheid en eene aanleiding hebben gehad om den man te over-vallen en te dooden. Maar mijn afkeer van bloedvergieten, gepaard aan nieuwsgierig-heid naar hetgeen hij nu verder zou doen, weerhield mij. Roerloos zag ik toe. Hij nam het zakje diamanten, bracht het hij het licht, en ik hoorde het zachte gerinkel der steenen toen hij ze in de palmen zijner hand goot om ze te bekijken. Na dit te hebben gedaan, deed hij de diamanten weer in het zakje, legde dit weer in de kist, sloot het deksel, en sloop weg als eene schaduw, evenals hij gekomen was. Wat was zijne bedoeling geweest ? Roof ? Of had hij vermoed dat er in de kist waarde geborgen was, en had hij zich daarvan willen vergewissen, om later, wanneer hij ons van het eiland kwam halen, aanspraak te maken op een deel van ons bezit ? Hoe dan ook, ik besloot hem niets van hetgeen ik gezien had te laten merken, maar hem tôt op het oogenblik van zijn vertrek in het oog te houden. 1k bleef op mijn leger zitten tôt Eulalie ontwaakte, legde mij toen op mijne beurt een poosje neer, maar kon van onrust en spanning niet slapen. Zoo brak de morgend aan. Wij stonden op, kleedden ons, en M. Silas Cotton ver-scheen aan het ontbijt en wenschte ons goeden morgend, met hetgelaat van een man, die goed heeft geslapen en van den prins geen kvvaad weet. Ik, van mijne zijde, speelde ook comedie. Ailes was mij er aan gelegen, dat de man zoo spoedig mogelijk zou vertrekken, en daarom deed ik mijn best om hem van mijnen angst en mijne achter-doclit niets te laten blijken. Dien ganschen dag waren wij bezig met het provianneeren en gereedmaken van de barkas. Daarmee hadden wij de handen vol genoeg. Het watervat werd gevuld en in de boot gelegd, en daarbij eene hoeveelheid broodvrucht, bananen, cocosnoot en ander ooft, genoeg wel voor drie weke;i. Cotton vroeg mij ook om wat taDak en ik weigerde hem niets, want ik trilde letterlijk van ver-langen omden man maar te zien vertrekken, Een tweeden nacht als den vorige, wenschte ik niet te dooi leven. Ik wilde het bloed van dien man niet aan mijne handen hebben maar een ding stond vast : dat er voor hem en onssainen geen plaats op het eiland was. De zon neeg ten ondergang en de boot was zeilklaar. Gelukkig ook blies er een gunstige wind uit het zuid-oosten. — Vijf knoopen, minstens, loop ik met dit briesje, zegde Cotton en morgen voor zonsopgang, ben ikal dertig mijlenvan hier, hoe laat is het nu ? — Het moet zes ure zijn, antwoordde ik. — Dan ga ik er van door riep hij. Zonde en jammer zou 'twezen, zoo'n prachtige zeilgelegenheid te versmaden. Waar is de dame, dat ik afscheid van haar nemen kan ? Ik riep Eulalie. Zij kwam en samen ge-leidden wij onzen gast naar de kreek. — Mevrouw de la Touche, zegde hij, den hoed afnemende en met eene theatrale buiging, ik wensch u vaarwel. — Ik hoop dat ge eene voorspoedige reis zult hebben zegde Eulalie. — Gij zult niet lang meer op dit eiland gebakken zitten, voor zooveer het aan mij liggen zal, riep hij, M. de la Touche, tôt weerziens ! Hij reikte mij de hand ; schudde ze en wenschte hem goede reis. Daarop sprong hij in de barkas, heesch het zeil, greep den roerstang en het ranke vaartuigje gleed op dartele golfjes de kreek uit. Lang nog tuur-denwij het na, bij dengloed der ondergaan-de zon tôt het witte stipje aan den horizon verdwenen was. Toen nam ik Eulalie bij de hand en wij keerden [huiswaarts. —■ Zijt ge niet blij dat hij weg is ? vroeg mijne vrouw. — Ja, antwoordde ik hartgrondig. Het is nog genadig afgeloopen. Ik was op het punt hem aan uw ponjaard te rijgen, toen ik hem dezen nacht aan de kist bezig zag. Goddank dat ik mijzelf heb ingehouden ! Nu zijn wij weer veilig — en die veiligheid is met de boot niet te duur betaald. Misschien ook houdt hij woord en komt uns met een sebip athalen. Dit is te waarschijnlijker nog, nu hij weet dat wij hem de kosten van de vaart kunnen loonen. En, om u de waarheid te zeggen, Lil, ik heb van dit eenzaam eiland zoo door en door genoeg, dat ik geen los-geld te hoog zou rekenen. Met een verlicht hart genoten wij ons avondmaal en daarna zaten wij nog wat in den maneschijn, pratende over al wat ons in de laatste vier en twintig uren geschokt en verontrust had. Het bleef den ganschen avond frisch uit het zuid-westen blazen. Ik sliep goed. Maar toen ikmidden in den nacht even ontwaakte, vond ik Eulalie wakker. Zij zegde mij dat zij niet kon nalaten nog altijd te luisteren en te waken. Ik vermaande haar hare oogen te sluiten, daar er nu toch niets meer te vreezen was. — Gisteren nacht, zegde ik, lag Cotton daar achter die mat. Maar nu scheidt ons de wijde zee van hem. Eu hoor eens hoe de wmd nu blaast door de boomen ! Elk uur drijft den man eenige mijlen verder. Slaap dusgerust. Den volgenden dag gebeurde er niets. Al-leen vond ik Eulalie sliller dan gewoonlijk. Zij had iets in zichzelf gekeerds, was ook minder spraakzaam en vroolijk dan anders. Ik schreef dit toe aan 't verlies der boot, dat toch in zekeren zin weer eene verande-ring had gebraeht in onzen toestand. Voor het overige sloeg ik er niet veel acht op. Vrouwen immers hebben zoo hare stem-mingen.Op den tweeden morgen na het vertrek van Cotton ging ik visschen aan de rotsen bij de kreek. Ik was zoo gewoon de boot in de kreek te vinden, dat het mij toch nog een steek door het hart gaf, haar nu te mi'ssen. Terwijl ik zoo zat te visschen, keek ik toe-vallig naar het noord-oosten en zag daar iets wat zoozeer geleek op het schemeren van een zeil, dat ik opsprong en uit aile macht begon te staren. Mijn standpunt was laag, en mijne oogen bedrogen mij misschien. Ik liep naar huis en haalde een kijker. Ja ! dat witte stipje aan de kim was ontegenzeggelijk een zijl. Maar van een schip of mast rees niets boven den geziohteinder en binnen een kwartier was het witte stipje weggesmolten. Wordt Voortgeze1',

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De Scheldegalm: gazette van Audenaerde appartenant à la catégorie Katholieke pers, parue à Oudenaarde du 1858 au 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes