De stem uit België

901 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1916, 17 Novembre. De stem uit België. Accès à 15 octobre 2019, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/1g0ht2gz2b/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

(1185) 3 DE STEM UÎT BELGIE. De groote(n) oorlog in den " Poesje." Kent ge den Poesjenellentheater van Ant-werpen, kortheidshalve den Poesje genoemd? Zeker, ge hebt er van gelezen in Con-science's " Avondstonden," en zijt ge van Antwerpen, dan natuurlijk weet ge ervan, want de poesje was voor den oorlog nog zoo in 't leven als ten tijde van Conscience. Voor die hem niet zouden kennen, of er maar half den aard van begrijpen een enkel woordje uitleg. Onze Antwerpesche poesje tiert op de geestigheid en tongslagveerdigheid van het Antwerpsche volkskwartier. Volksjongens, ongeschoolde, stellen zelf stukken op, en dragen die voor van achter 't gordijn, de personaadjes door poppen vervangende. Noch min, noch meer, dat is de poesje. Maar de geestigheid, de goedgemeende jolig-heid die onze jongens weten te leggen in hun "stuk" geeft de instelling haar leven en baar populariteit. Hoe komen de "stukken" tôt stand? Er zijn er enkele die bij mondelingsche traditie tôt het repertorium behooren en waarvoor de "acteurs" achter 't gordijn, die van van-daag of die van morgen, zelf s geen tekst-schrift meer gebruiken. Zoo vermeld ik b.v. : "De drij diserteurs," eene Antwerpsche volkslegende in de folkloristische tijdschriften (o.a. in "Ons Volksleven ") geboekt. Natuurlijk is niet eene opvoering identiek gelijk aan een andere. Uit het geheugen weergegeven, laat de acteur zich leiden door de ingeving van het oogenblik, en dat brengt soins de grappigste verrassingen mee. Andere stukken zijn parodies van groote theaterdraken die bijval genieten op den Vlaamschen schouwburg. Zoo heb ik in den tijd van Bouwmeester's omreis " Othello, of de zwarte moor van Venetie" weten geboren 'worden ; Othello wordt er door den Dog aangesteld tôt kapitein van zijn Sintannekes-booten. Later, na Rooiaards bezoek, kregen we "Adam in ballingschap of een appel-historié," enz. Aan onbeschaafde uitdrukkingen ontbreekt het natuurlijk niet : onze volksjongens spreken hun volksmond voluit, en wie geen grove woorden lijden kan, blijve weg uit den poesjç. Toch, als er deftiger publiek een vertooning vraagt, zijn ze gereed er wat op te letten. Zij klasseeren zelf hunne wijze van voordragen in "vet" en "mager" en "doorregen." Wanneer ge "mager" bestelt betaalt ge het meeste, want dat is een teeken dat ge deftig volk met centen zijt en van den anderen kant, dat is het lastigste voor de artisten. Ook gebeurt het wel dat op een magere voorstelling, een van de artisten zich vergeet en ruw wordt, waarop ge zijn kameraad hem hoort verwittigen : " Schee 's uit mee die verdoemekes! 't Is mager zulle ! " Kenschetsend voor dit soort volkskunst is nog dat in aile stukken dezelfde helden voor-komen : de Neus is er altijd bij. Oorspronke-lijk moge dat voortkomen uit het gebruik van dezelfde poppen ; naderhand evenwel gebeurt het opzettelijk, ook al had men de rijkste poppenverzameling. * * * In de " Legerbode " van 4 November en twee volgende dagen, geeft Fritz Francken " Schetsen en indrukken van het front" en vertelt daar in van een poesjevoorstelling waarvan hij ons den tekst geeft. De poesjetrant zit er in, en wij meenen onze lezers plezier te doen, met het hier mee te deelen. * * * 't Duurde dan ook niet lang of de " Poesje " zou zijn vertooningen aanvangen. Wannes had het programma opgesteld en in 't kan-tonnement aangeplakt. 't Papier was vvel een meter lang en maar een hand breed. De jongens kwamen er nieuwsgierig op gapen, spelden de woorden van het op te voeren epos met onwillige lippen en bekeurden de namen der rolverdeellng. En 't ging er van : —Schouwburg "De Pces je "— DE ZWANEZANG DER PINHELMEN ( Het stnk speelt in deze tijden) Drama in drij schuifkens en één hangslot. Schermen van het huis Rik Weustewinkel. Kostuimen van het huis Tietz en Co. I.—De slag van Luik. II.—De val van Antwerpen. III.—De slag van den Yser. IV.—In de loopgraven. Rolverdeeling : HH. Paat-Vandetta Gen. Bietebauw ,, De Leeren Neus Schildwacht. Kromme Neel Kanonnier. ,, Scheele Van der Linden Von Emmich. ,, Vallenkrist Snelbode. ,, De Mottige Majoor Kop-af. ,, Flupke De kerel van Vlaanderen. „ Jan Breydel Opperbevelhebber van Antwerpen. „ 't Koliek Oorlogvrijwilliger. ,, Judas Een spioen. Soldaten, burgers, paarden, rijtuigen, muilezels, .een burgerwacht, zeppelins, enz., van hout, uitgesneden bordpapier en ge--vonden speelgoed. N.B.—Tijdens de poozen zal het "kwartet- kapel van II/2 de stilte opluisteren. « * * En eindelijk was—gelijk men in iederen nieuwjaarsbrief zegt—de gelukkige dag ver-schenen. Van zoo gauw de oefeningen geëin-digd waren, stoven de jongens rlaar den aan-geduiden kelder. Als haringenjin een ben zaten ze opeengestouwd, omhuld van snijdens-dikke rookwalmen. La Pomme, Van Braekel, 't Stropke en de Topchinees vertegenwoordigen 't orkest. Ze begonnen ia»t een mar»ch te spelen die ophef maakte en de kerels aan 't brullen zette. Klokslag vijg uur rolde de gordijn over de houten bobintjes en vôôr de oogen der toeschouwers, kwam in het voetlicht van drij tranende roetkaarsjes, een panorama van de stad Luik te voorschijn, met dichterbij het fort van Loncin. De Rik deed de harlekijnen spelen door middel van touwtjes en deklameerde, met afwisselend stemgeluid, de roi van iederen akteur. * * * Groote stilte onder 't publiek. Een toe-schouwer van de achterste banken roept : Neerzitten, van voor ! We zien hier geen mieter ! " Op het tooneel : De Schildwacht (Hij wandelt weg en weer, op de vestingswallen. Bijwijlen brengt hij de hand aan 't voorhoofd en peilt den horizon).—Niemand te zien ! En toch ze zijn op komst... Een boer heeft me verteld dat er vier uhlanen met de kaarten zaten te spelen in Welkenraedt. Laat ze maar komen. Van vier ben ik niet bang. Ik heb nog maar pas een emmerke mosselen binnengespeeld. (Men hoort een geweldig gerucht achter de schermen.) Ha! de kanonnen zijn daar al. (Boem ! Boern !... Pom-pom !) Ze schieten (zich omdraaiende). He ! mannen "Aux armes ! " ze schieten ! (Soldaten komen buiten geloopen.) Gen. Bietebauw.—Kalmte, jongens. We gaan ons leven offeren voor 't vaderland. De Schildwacht.—Generaal, ik zou toch liever in de Preekheren gaan offeren, dan hier, zulle... Gen. Bietebauw.—Zwijgt, Lêeren Neus. Opgepast jongens, ginder stormen ze aan. De kanonniers aan hun stukken. Schiet roos ! Kanonnier.—We zullen er frikadellen van maken, generaal ! (Men hoort het geklapper der mitrailleuzen. Tak-tak, tak-tak-tak-tak...) DeL eeren Neus.—'k Geloof dat ze naaimachienen bij hebben, Kromme ! Kromme Neel van aan zijn 7Ser.—Dat is voor de geblesseerden terug aaneen te naaien... (Op hetzelfde oogenblik valt een obus nabij zijn kanon en ontploft. De Lêeren Neus tuimelt in 't water der vesting, en schreeuwt : "Ik kan niet zwemmen!" Eindelijk toch geraakt hij aan kant. Doch zijn geweer is blijven liggen. Hij ziet een kanonwisscher, raapt hem ijlings op. De eerste vijanden kruipen nu door de versper-ringen en tieren : "Duitschland iiber ailes!" De Leeren Neus, met zijn kanonwisscher zwaaiend.—Mot ! l'état ! Veeg ! Oester ! Mossel ! Steamp ! Troef! (De vijand wordt letterlijk weggekegeld. Maar ze komen met hoe langer hoe meer volk aangebold. Ook von Emmich verschijnt, op een paard ge-zeten.Von Emmich.—Geeft u over ! Gen. Bietebauw.—Liever te sterven... (En pas heeft hij die woorden uitgesproken of hij doet het fort springen. Dit verwekt groote opschudding onder- 't publiek. Schermen en gordijn, ailes dondert neer. Daarna wordt de gordijn weer opgetrokken en de voor-naamste akteurs komen groeten. Doch op 't zelfde oogenblik da tvon Emmich buigt, spettert er een malsch-gekauwde tabakspruim op zijnen poppenkop open, en hoort men de stem van den Rik dreigen : " Geene flouwe kul he ! of we stoppen ! " 't Eerste schuifke is uit... * t * 't Orkest speelt een walsje. De jongens fluiten mee... En na een kwartier gaat het doek weer op. Het tooneel verbeeldt de Scheldekaaien. Gilden- en Hansahuizen, met in moorschen en oudvlaamschen stijl opgetrokken trapge-velkens en dakkoepels. Rechts, O.-L.-V. toren als de piek van een kerkkandelaber. In 't midden, een brug over de Schelde, Links, het Steen. Op 't voorplan de vlotbrug. Een peloton burgerwacht bivakeert er. Ook eenige infanteriesoldaten. De avond valt. Majoor Kop-af, tôt een groepje van de burgerwacht.—Vrienden, reeds dikwijls heeft het vaderland op uwe diensvaardigheid rnogen rekenen. Nu 't vaderland over-rompeld is door een bende baanstroopers, hebt ge niet geaarzeld om uw wijt in den steek te laten en het zwaard aan te gorden. Een stem.—Ik heb maar 'nen slakken-steker.Andere stem.—Ik 'nen petatschelder. Vele âtemmen.—Stilte! Stilte! Majoor Kop-af.—Een maand zijn we slechts in oorlog. En uwe geschiedenis telt reeds menige glorierijke bladzijden. Gij hebt de snotneuzen naar huis gejaagd die de Duitsche kavitjes plunderden in 't Schip-perskwarties ; gij verdedigt dagelijks den ingang der openbare gebouwen en vrijwaart de gazettenleurders tegen de overcompeling van 't gepeupel. Getrouw aan onze leuze, "Liever gaan loopen dan bang te zijn," zullen wij de wijze krijgstaktiek van onze confraters uit L... en D... T... en G... volgen, die slechts tôt den aftocht overgegaan zijn, als ze wel overtuigd waren dat er drii uhlanen en 'nen peerdekop op komst waren om heu onmeedoogend aan te vallen. En daarom, zoo ge niet sterven wilt, gaat loopen. Nooit zullen wij ons overgeven. (Men hoort het gerucht van een motor.) Een stem.—Ne Zeppelin. (Boem!... boem!... Men hoort bommen ontploffen.) Majoor Kop-af (van benauwenis een kruiske slaande).—O ! Lieve Heer, sta me bij. (In stijgenden waanzin.) 't Is eender welke heilige, verlos ons van den kwade. Amen! Mannen, chargeert !... Springt in 't Scheld ! (Hij gaat plat op zijn buik liggen en vuurt blindelings zijn revolver af.) Och ! wat zal mijn vrouwke zeggen, als ze haren mottige geràdbraakt thuis brengen, in twee handdoeken geknoopt. (Het gerucht ver-wijdert zich, Stouter dan.) Wat, ik zou beven ! (Rechtstaande.) voiia^luer ben ik, aan 't hoofd van mijn mannen, op de eere-plaats van 't slagveld. (Hij kijkt rond, doch ziet niemand van zijn rnanSchappen meer.) Watte ! Alleman is dood... It ben de laatste... Daar zullen ze thuis niet weinig fier over zijn, als ik hun die heldendaad vertel. (Wil zich verwijderen Hulpgeroep.) He... Wat zitti gijliên nu in 't Scheld te doen? Een stem.—Wij zwemmen. Andere stem.—Ge hebt ons bevolen in 't water te springen, majoor. Wij hebben niet gelabbekakt. (Al de mannen komen aan kant, nat als poedels.) Majoor Kop-af.—Dat is prachtig, jongens. Daar gaan we een vatje bier op leeg pompen. Vele stemmen.—Leve majoor Kop-af ! (Einieder volgt den majoor. Deze vertelt). —Ik loste drij schoten uit mijn Browning en 'k zag den Zeppelin duikelen... Ik moet hem zekers en vast geraakt hebben... (Al sprekend verwijdert hij zich met zijn trawanten. Het tooneel blijft een oogenblik ledig. Onder 't publiek komt woeling. Iemand roept) : —Dat is 'm nog al, he mannen ! —Wie datte? —Wel, die majoor. ~Ja? • , , —Die heeft het warm water uitgevonden ! (Gelach. Geklap. Gehoest. Gostommel van voeten. De Rik schreeuwt van achter zijn poppenkast.—Stilence, hier zijn ze met 't lijk ! (Op 't zelfde oogenblik hoort men geweldige strijdkreten door de lucht slingeren. Obussen klakken open, vlam-mekens wêerlichten ; zevenslagers en kat-tenstaartjes, bengaalsch vuur en brandend papier. Een geluid als een val van gebroken porselein. Een man komt verschrikt op 't tooneel gesprongen.) De Leeren Neus (buiten adem, hakkelt). —Is me dat loopen ! 'k Ben zeker dat de wereldkampioen zoo nijg niet heeft geloopen in den prijskamj als ik vandaag. We hebben nu al duizenden van die platkoppen, die lore-jassen neêrgeschoten, en altijd voort komen ze af ! Is er één gekwetst, die gaat zijn maatjes roepen en dan krijgt ge heel zijn familie op uwen nek. Dat is niet meer serieus, he ! (Men gilt : Sauve qui peut !) Watte bleu ! Ik 'nen bleu ! Awel foert ! Ik speel niet meer mee ! (Hij werpt geweer en ransel weg.) Als er 'nen Mof op vijf kilo-meters van mijn lijf durft naderen, geef ik hem een taluwatie, dat hij heel 't firmoment vôôr zijn oogen ziet wemelen en voor een maand of twee in 't gasthuis mag blijven. (Een ordelooze kolom voetvolk en ruiterij borrelt aan.) De Leeren Neus (tôt een kanonnier op zijn stuk bijna ingedompeld).—He ! Kromme, waar trekt gij lien naar toe? Kromme Neel.—Naar den hemel ! De Leeren Neus.—Wacht een beetje, dan ga ik mee. (Hij springt nevens zijn maat en verdwijnt in de voorbijvliegende menigte. Een generaal te paard stormt in 't midden der vlotbrug met getrokken sabel.) Jan Breydel.—Hait! Demi-tour à gauche! Droite ! En avant sur les Boches ! De eerste prijs is een pijp ! (Alleman maakt rechtsomkeer. Jan Breydel blijft alleen op het tooneel.) Ha ! de hardloopers ! Ik ben Jan Breydel ! Ik zal eens laten zien dat de grootvader van mijn overgrootvader niet moet blozen over zijnen XX-eeuschen telg. Ze moeten niet denken dat ze met 'nen spruitentuimeleer te doen hebben, hoor ! Dan hebben ze 't mis. (Achter de schermen hoort men den aanval blazeu : Geroep en zegeschreeuwen klieven door de spannende stilte. Obussen ontploffen met hoe meer lawijd hoe liever.) Brava ! Daar zijn de piitten van 't achtste. Geeft ze 't, mannen. Niet bang. Achter de vijand stand de petatten. Er door gemaaid. 50,000 man links en 50,000 rechts ! Een Snelbode, groetend.—Generaal we hebben er al 100,000 doodgeschoten en 40,000 gevangen genomen. Wat moeten we er mee doen? Jan Breydel.—Zeg dta ze van de dooden "Plata" maken en met de krijgsgevangenen een brug over 't Scheld. Snelbode.—Opperbest, generaal! (Af.) Jan Breydel (zijn hengst de sporen gevend).—En nu, trek ik naar "Den Lêeren Emmer " om 'nen peerdenbifstek ! (Af.) (Het tweede schuifke eindigt met de over-gave der stad Antwerpen. Doch daar een der geachte heeren van 't nobele publiek met een ouden schoen, in 't kuipje water, hetwelk de Schelde voorstelde, gesmeten had, men het kwalijk gevolg dat de Rik bijna den ge-heelen inhoud over zijn romp kreeg, kapituleerde deze eerder dan hij het volgens 't handschrift wel van plan was.) De muzikanten geven katoen op hun speeltuig. Ondertusschen worden de schermen voor het derde bedrijf in gereedheid ge-bracht.* * * (Als het doek opgaat, zien de toeschouwers de Yserstreek ; in de verte Keyem. Een regi-ment piotten komt aangestapt.) Jan Breydel (aan 't hoofd zijner troepen). —Hait ! A gauche par quatre ! Repos ! Twee maunen van goeien wil om op patroelje te gaan? Flupke.—Persent ! 't Koliek.—Ook présent ! (N.a eenige onderrichtingen verwijderen zij zich behoedzaam in de richting van den vijand. Nu een poosje keeren ze weer met een oud, gebocheld ventje, dat luidop jam-mert.)Jan Breydf.l.—Wie is dat? Flupke.—Nen spioen, generaal ! Jan Breydel.—Ha ! leeglooper (tôt 't Koliek). Waar hebt ge hem gevonden? 't Kolif.k.—Onder 'nen hoop mastetoppen, generaal ! Tan Breydel (tôt den Spioen).—Ge zult u door den kop laten schieten, hebt ge me be grepen? De Spioen (weeklagend).—'t Is niet waar generaal. Flupke.—Hij liegt, generaal. Jan Breydf.l.—Awel, dan zullen we hen nog vijf jaar boven zijn leven geven ! Tiej piotten en 'nen korporaal om 't vonnis ti voltrekken, marsch ! (Al snikkend wordt de beschuldigde heen geleid. Kort daarop hoort men een salvt weerklinken en keert Flupke weer.) Flupke.—Generaal, 't is volbracht. Maa: die kerel heeft onderwegen een stuk van mijr oor gebeten. Jan Breydel (woedend).—Waarom? Flupke.—'k Denk dat het van den grooter honger is, generaal. Jan Breydel.—Troost u, jongen. Uw ooren zijn nog ruim groot genoeg. Daaren boven zal ik u doen dekoreeren. En nu maak u gereed. We gaan een aanval doer op de Mofkens. Maar ge moet zien dat uw schoenen blinken, zulle, dat we ginder niei voor de pinnen komen, lijk 'nen hoop vage> bonden. (IClaroenen schallen, Bevelen helmen Wapens klikklikken. Daarna stormt heel ' régiment vooruit, gillend : "Vive le Roi!' Boven 't gedruiscii van den stormloop hoor men de stem van Jan Breydel galmen : "Voor iederen Duitsch die ge dood schiet moet ge 'nen knoop in uw sakhoek leggen zulle!") Het doek valt. * * * Achter de schermen ging het druk. Biete bauw, von Emmich, Jan Breydel, majoo: Kop-af lagen thoop gezwingeld. De Ril dopte 't zweet van zijn voorhoofd met d< ' inouw van zijn vest. De Voddetromp be schikte over de batterijen en 't vuurwerk ei stond daar, als een ter aarde gedoolde Jupiter bliksemschichten te slingeren en donders ti smeden. Potten en pannen, glazen bikkel: in gleieren kommekens, houten kastagnettei werden beurtelings gebezigd om 't hoe vengeklep der paarden, 't geklapper de. Maxim's en Rohl's, den op- of aftocht vai voetvolk na te bootsen. Opeens zei de Rik, verschrikt : —Voddetromp, 'k hen 't slot verloren ! —'Welk slot? —'t Slot van ons stuk. En 'k moet he hebben. Anders gaan ze zeggen dat er nocl kop noch steert is aan "De Zwanezang de Pinhelmen." —'Wel, zegt dat ge er de steert afgekap hebt, omdat 't slot nog wat zou groeien. —Hoort eens ! Ze beginnen al te stampei van ongeduld. Inderdaad, in de zaal begon het publie! ong'eduidig te worden. Men stampte ei raasde en floot op de vingers. Een riep er : —Awoert ! Een andere vroeg : —Is 't voor vandaag? —'k Zal ik de vertooning eindigen, besloo de Voddetromp en rolde de gordijn op. * * * (Zelfde tooneel als 't voorgaande. Flupki treedt op. Slilte onder de toeschouwers.) Flupke.-«-Geachte Heeren. We zullen di vertooning moeten stoppen, want al de akteurs zijn spoorloos verdwenen. Ze warei pas afbetaald en ze zijn er van door getrokkei met 'nen omnibus ! Maar om u kontent ti stellen, zal ik een lieken zingen. (Hij hoes eens, terwijl het publiek hem een ovatii brengt met troodkorsten en petatbollen Daarna zingt hij) : Van 's morgens vroeg, nog in het bed, Hoort men den horen blazen, Dan komt 't foerierke met zijn brood Dat weegt zoo zwaar als lood, Met stampen krijgt ge 't niet vaneen, Het is zoo hard als eene steen^ En slaat het een uur Al tegen den muur, Het blijft nog even zuur ! Nog vôôr de zanger het refrein aanhief vie! heel de bende al in : Schept maar couragie ! Schept maar couragie ! Schept kloeken moed En bij 't achtste is 't zoo goed... En zijn wij kwijt Onze schoone liberteit, Drij jaar! ,Dat is geen eeuwigheid... t Publiek zweeg. En daar er op 't toonee ook geen muispe piepte, riep iemand : —Awel, mottigaard. Kent g'et niet meer dè? Maar de heldentenor antwoordde snugger —'k Ga eerst 'ne keer drinken. En hi trapte er van door, terwijl de gordijn lang zaam naar beneden rolde. Toen kwam de Voddetromp te voorschijn rood, zweetend van inspanning en zei oj bondige wijze : —Mannen, 't is er mee gnepen. Tôt 11 den pruimentijd ! En zonder verdere komplimenten stormdei de jongens buiten en trokken met volli muziek het dorp in, blijde weer in de vrij< open lucht de zotte belle te mogen binden. O KODAKKIEKJES. 4.—Nurse and So'.dier. In een Londensch gasthuis lag een boy gewond, die de nurse te zeemzoet van manieren vond. Dies, op zekren morgen schreef hij op de lei 'n enklen zin,—en wond zich diep weer in de sprei. 't Oog half boven 't deksel zag hij nurse's wee, daar zij las: "To ill for to be nursed to-day." ullesptege^.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De stem uit België appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Londen du 1914 au 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Sujets

Périodes