De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad

2338 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1915, 08 Juin. De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad. Accès à 22 janvrier 2022, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/qr4nk37b8r/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

■ rarste Jaargan | N°. 13S FHmscmsk » JtïSîI I91S 3 Cents IREOACTIEBUREEL: KAUERSTRAAT 64r AMSTERDAM. -». ■ TELEFOON No. 9922 Noord. De Vlaamsohe Stem verschijnt te Amsterdam: elken dag des morgens 0n lier bladzijden, Abounementspr\j£ "by vooruifcbetaling : _*"■ Voor Hollancï elT Belgitî per jaar / 6.50 —: per kwartaal f 1.75. — per maand / 0.75. Vocr Faigeland, Frankrijk en buitenland dezelfde prijzen, met ver-hooging van verzendingskosten (2^4 cent per nummer). HoofeiopsteSSen : Mr. ALBERiK DESWARTE Opstelfaad : CYRSEL BUYSSE — RENE DE CLERCQ — ANDRE DE R1DDER Voor ABONNEMENTEN wende men zich tôt de Administratie van hef blad. KALVERSTRAAT 64, AMSTERDAM. - Tel. N. 9922. Yoor AANKONDIGINGEN wende men zich tôt de Administratie van de VLAAMSCHE STEM, Kalverstraat 64, Amsterdam. — Tel. N. 9922. A DVER.TENTIES : 20 Cents per regel. ™_ B1|- korte inhûud jste Blacl zijide'î Een raad van State ? J. Uoste Jrr • Weg met liet Vlaamsch?. Kleine Kroniek. letterkimdige Kroniek".. André de Ridder geBladzij de: ' Tit het Yaderland. .Mevrouw Carton de [Wiarfc. Léonce du Cas tillon. Van en aan 't Front.-De ondergang van Yperen. Bclgisch Koode Kruis*. l'it het Staatsblad. Lente. (Slot.) Cyriet Buysse, Je B1 a d z ij d e : De Europeescîie Oorlog. Telefframmen en Berichten. Haagschè Kroniek. Léonce du Castillon Het gouden boek van ons leger. 4e B1 a d z ij d e: Asylreclit. Iuschrijvingslijst.. Voor de h'itgewekenen. • Voor onze Krijgsgevangenen, Weekhladen. Voordrachten en Feesten. l'it de Kampen. ûfficieele lijst van Belgisclie soldaten, krijgs gevangen in Duitschlànd. (10). ■ rfl ■ g «"■' Een Raad van State? tWij hechten niet meer belang dan het a te dikwijls .voor oorlogstijdingen betaam S aan de geruchten, die voigens een briefwis îeling uit Le Havre' aan ,,De Tijd" in oui loop ziju over een gebeuriijke samenstellin | van een Belgiscli zaken-ministerie. Wij wenschen ons in elk geval op lie glibberig pad van de politiek niet. te bege ven, en beklagen onze landgenooten, di zich onder de liuidige omstandigheden doo politieke bekommeringen laten beïnvloeden Zij, die thans aan partij-politiek doen, kun nen slechts de gemeenschappelijke belange: van het vaderland in het gedrang brengen Werd door den toestand de samenstellin [ van een ministerie gevergd, waarin verte l genwoordigers van de verschillende partije: zouden zitting nemen, dan staan het- beleî [ van den Koning en de vaderlandsliefde va: ! de hnidige ministers borg voor de noodig oplossing, zonder dat er daarover in de per veel moet gesclireven worden. AVij zouden het zelfs ongepasfc achten die kwestie thans te behandelen, daarge | laten dat wij ons den bijzonderen toestan i tteeten indenken, waarin onze Koning e ( de regeering zich bevinden ten gevolge va: 1 Q9 onmogelijkheid waarin men verkeer om het Parlement bijeen te roepen. Daar die kwestie zooals het uit de briei wisseling van ,,De Tijd" blijkt, opgewoi Fen wordt, wenschen wij nochtans ook n eeu gedackte vooruit te zetten, waarvoo Vlj in vredestijd geijverd liebben. Waarom zou in deze benarde omstandig taden geen Belgische Raad van State ing€ steld worden ? Waarom zouden. onze Koning en de R* geering San geen zestal gezaghebbende lanc genooten het lidmaatschap opdragen va ^ raad, die nevens de ministers en d staatsministers, de gebeurtenissen zou vo. ceu, en die'de heiligste lioop van ganse België nog zou helpen bevestigen door d z^erheid dat mannen, die tôt de mees uiteenloopende gedachten behooren, i broederlijke eensgezindheid het heil van ht vaderland betrachten. Deze zes eerste leden van den Raad va ùtate zouden gekozen worden derwijze de zij de twee bestanddeelen, die België ui' maken — de Waalsche en Vlaamsche b( volking —, alsmede de verschillende pol tieke partijen zouden vertegenwoordigen. De Raad van State zou dan later, bij c bevrijding van België, noodzakelijk aang< ^ld worden door zes landgenooten, d pliclit in liet bezette gebied deden. ken dergelijk voorstel zou door onze R< geering zonder eenig bezwaar kunnen bi getredeu worden; zij zou zich'daardoor il erdaad gerugsteund vinden in al wat z ^der leiding van den Koning tôt heil va land besluit, zonder dat Jiare keus oi ,er Ivamerleden en Senators zou moete eperkt blijven, wat tôt gevolg zou hebbe ,at ^Jvoorbeeld een man als Em. Waxwe v i ^ ^eu ^aad van State geen deel zc uitmaken. 8 . Wij geven overweginc v'ttr vervvezenlijkt worden zonder gront ^ telijke bezwaren ; zij is niet van aai •m po^tieke geschillen aan té vuren; oc ^j overtuigd dat âlwie zonder vooroo tfeden ^°estand nagaat haar* kan bi ^es':e verstandelijke krachten va gle înoeten ten dienste gesteld wordt U ^beproçfde vaderland. - ( J. HO§TE WegmethetVIaamscli? In ons nummer van 22 Met l.l. décidai wij een ingezonden schrijven van onzen ge-achten medewerker Edward Peeters mede, • waàriii %ij onze lezers berichtte, dat hij zich gericht hcid naar den heer dr._ Perrière, met het verzoek te yrotestccren tegen het feit, dat een der leden van het Internatio-naal Komiteit van het lloode Kruis, agent-schap der krijgsgevangenen, op een Vlaamsch schrijven in 't Fransch ant-woorddej tcrwijl hij er een hoogst beïeedi-gend homme ntaar voor de Vlamingen bijvoegde. De heer Edward Peeters mocht vit Genève — data 29 Met — volgend ajitwoord van Dr. Perrière, lid van het Int. Com. van het Roode Kruis ontvangen, dat wij met ; zeer veel genoegen en in danJc oynemen. Mijnheer, 'Mijn zoon, Dr. Ad. Ferrière, voorzitter voor het Romaansclie Zwitserland van Uw Internatioliaal Bureel, overhandigfc mij Uwe bi'iefkaart van Ï9 -dezer. Als lid van het Internatioi-aal Comiteit van het Roode Rruis en hoofd der bureelen voor . de ,,burgers" van het agentschap der krijgs-gevangèné^,, ben ik in staat U te- antwoor-1 den, des v.o- meer daar ik vernioedde, vol-t gen3 de h iginleitters die U aang^efb, dat - een onzer oude toevallige medewerkers de - schrijver- is yan liet- beneden aile kritiek l staande aiftwoord, dat gij op uwe briefkaart oversclirijft. Moet ik, als lid van het Inter-k notionaal Comiteit van het Roode Kruis ' en als Zwitser, U waarlijk zeggen, Mijnheer, 3 dat het Agentschap der krijgsgevangenen r volstrekt zulke misplaatste praatjes openlijk • afkeurt ; het eenige beginsel dat aan gansch onze menschlievende werkaaamheid ten 1 grondslag ligt, is het lenigen der smarten • van den oorlog, welke natie het ook zij. d Op het Agentschap kennen wij nocli sym-" pathieën, noch antipathieën. En daar de 1 onzinnige opmerking die gij aanliaalt iiit ^ ons Agentschap — gelukkig uit geen Zwit- 1 sersclie pen — kwam, verzoek ik u den per- 2 soon, die den bescliuldigden brief ontving, s ons oprecht leedwezen uit te drukkeii voor deze kwetsende ongepastheid, die wij ' krachtdadig afkeuren. Dit gezegd, veroorloof mij in een paar 1 woorden over ons agentschap te spreken: 1 deze, zuiver menschlievende instelling was, 1 verleden Herfst, op twee maanden tijds — de briefwisseling werd reusachtig en bevatte tôt twintigduizend brieven per dag en meer. ' — verplicht het getal harer medewerkers " van 20, die zij in 't begin waren, op onge- I veer 1500 te brengen. Gij zult begrijper r dat men op zeker oogenblik verplicht was al dé krachten van, goeden wil aan nemen, ja zelfs er dringend om te vragen. en dat, ondanks de gegeven onderrichting; het toezicht op de 20 tôt 2o.000 brieven die aile dagen van de Agentie vertrokken. onmogelijk werd. Stilaan hebben wij maat- II regelen genomen om de vergissingen en 6 de onjuistheden tôt liun minimum te'bren-j gen en wij hebben enkele niet wenschelijkt medewerkers afgedankt. Ik geloof eclitei t te mogen bevestigen :— en als Zwitser ber ik fier het te mogen doen — dat d( > onnauwkeurigheden als die welke U mi_ mededeelt, ondanks de enkele millioener n brieven die tôt hiertoe door ons Agent f. schap verzonden werden, tôt do zeldzann uitzoïideringen behooren. Vele honderder ^ dames en juffrouwen, prof essors, doctors geleerden, personen van allen rang en all< L" middens, die al hun krachten en al liur tijd geven en zoo trachten zicli lvuttig t( maken voor de slaolitoffers van dezeT vreeselijken oorlog, komen sinds maanden dag vo(Dr dag, werken op het Agentschap Deze uitleg, Mijnheer, als antwoord o\ : dezen jin van Uwe briefkaart aan miji t_ zoon:' •: ,,Een Vlaming die zich in 't Vlaamscl j'J tôt dit agentschap richtte, ontving eei Fransch antwoord, hetgeen, alhoewel nie n als 't hoort, toch een weinig aannemeUjl n kan zij n, alliiewel dit agentschap die talei •_ moet kennen der volkeren, die in strijd^zijn u indien het goed werk wil verrichten".. . Uit hetgeen vooraf gaat, Mijnheer, zul .. u begrepen hebben, dat het werk tôt het j' welk het Agentschap van het lntej:natio c| naal Comiteit van het Roode Kruis gedwon k gen is zich te beperken, ligt in het voort r_ zetten van liaar menschlievend en onbaat • zuchtig werk, met al haar krach t, met a de middelen waarover zij beschikt ; zij be n treurtJ hefc niet te min dat zij niet kan ant n woorden in hun taal aan enkele harer brief wisselaars. Aanvaard, Mijnheer, de betuiginjr mij ne L-ware. hpogacliting» Kleine Kroniek. Qeneraal Pau. In de ,,Annales politiques & littéraires" van 16 Novembcr 1913 vinden wij volgend ver-liaaltje, dat de tegenwoordige omstandigheden in de actualiteit terug brengen : Generaal Pau lieeft het militaire eere-teeken ontvangen. Men weet dat dezen moedigen soldaat, in 1870 ten gevolge van eene wond, de rechter-hand werd afgezet. Het is ecliter minder bekend dat deze ge-brekkigheid hem, 20 jaren nadien, een comisch avontuurtje deed opioopen. Ue tegenwoordige generaal Pau was toen-maals luitenant-colonel bij liet 17e infanterie-regiment, dat in garnizoen lag te Argentau. Zijn .glorievol 1 icli a am sgèb r e k oefende ccn levendigen indruk uit op de soldaten van zijn regiment, die liem met bewondering de teugeli»' van zijn paard tussclien de tanden zagen ne-nemen, en met zijn ééne overblijvende liand den degen uittrekken. Zekeren dag nu over-kwam hem volgend avondtuurtje. Een sergeant gaf aan zijn mannen les in ,,theorie", en deed zijn best om uit te leggen welke de kenteekens zijn vari do verschillende officieren. Beurtelings werden de... leerlingçn ondervraagd, en zoo kwam liij er toe de vraâg te stellen : — ,,Waarr.an herkent men nu den liiitenalit-colonelDe aangesproken soldaafc scheen een oogeh-blik lia te denken, doch gewaar wordende dit zijn gelieugen hem onttrouw was, antwoorae hij flink weg : — ,,Dezen herkent men hieraan, dat liij eeim liand minder heeft". Het voorval werd aan den generaal Pau verteld, en, naar men zegt, scheen hij er diep door ontroerd. Mevrouw Vandeveld© in Frankrijk. Na de propagandatoclit die Mevrouw Yan-derveld© in Amerika gemaakt heeft ten voor-deele van de Belgisclie zaak, treedt zij nu te zamen met Mr. Brieux op in Frankrijk om daar liaar edel werk voort te zetten. Uit een verslag van Le Journal over de toe-spraken, dio geliouden werden in den schouw-burg Réjane te Parijs vertalen wij de volgendo roerende uittreksels: Mr. Brieux heeft in verlieven woorden gezegd welko de heerlijke grootheid Aan liet naxionale Belgisclie offer was. ,,Tusschen de ramp en de eer, heeft het niet geaarzekl! Het is aan het gevoel dat het had van de eerlijkheid der naties, van den eerbied voor het gegeven woord, dat wij niet het won-der, maar do overwinning van de Marne ver-schuldigd zijn! Wij zijn het verschuldigd dat Parijs de walgende aanraking der barbaren, de bezoedeling der Duitsclie woestelingen ont-liep. Gisteren was het rijk ; nu is liet groot. Buigen wij ons er ons zeer diep voor neder." Mevrouw Vandervelde, met gansch hare ont-roerde fijngevoeligheid, heeft gesproken over de lange Belgische marteling, waarvan zij de werkzame getuige was. De aankomst der ge-kwetsten te Brussel, de geestdi'ift der soldaten, de vernieling van Luik, het vertrek uit Brussel, dan uit Antwerpen, gansch de smart-volle gang der overweldiging. Zij luistert haar verhaal op met anekejoten, over den kalmen heldenmoed der Belgische troepen of de wreedheid der vijandelijke horden. Dan spreekt zij van al de hoop van België, dat weet dat zijne rechtvaardige zaak moet winnen en eindigt met een ontroerend beroep ten voordeele der lieldhaftige soldaten, ge-* sclieiden van hunne families en die strijden, ' voet naast voet met de onzen om met lien de reclitvaardigheid en het recht te doen zege-, vieren. : Geestdriftige bijvalsbetuigingen dankten Mevr. Vandervelde voor hare heerlijke dapper-heid".Ook de socialisten wilien den oorlog tôt het uiterste. ^ ! Geen twijfel bestaat er, dat de bondgenTîo-l ten den oorlog zlillen dorvoeren tôt het niter-! ste. Het imperialistische Duitschland- moet er L zal worden vernietigd! Ziehier Avat de Belgische Staatsministei ' Emile Vandervelde des aangaands verklaardc in eene rede, welke hij op 30 Mei hield in hel ' Trocadero te Parijs: i ,,Geene toenadering is mogelijk," zegde hij En na herinnerd te hebben dat de 100e ver-i jaardag van den slag te Waterloo nakende û t voegde hij er aan toe : , ,,Napoléon stond aan het hoofd zijner légers ^ met het burgerlijk wetboek in de hand, al-het testament der omwenteling Avaarmede hi 1 de wereld wilde bevrijden. Willem de 2de komi , acliter zijne soldaten en ziet enkel het boek ir van plundering en moordj al droomende va: [j overheersching ! De meest vredelievenden zijn thans ver pliclit den oorlog te prediken. Een Duitscl socialist, die ons bedrogen heeft, dien wij zelf: te Parijs hebben gevierd, Scheidemann, d< onder-voorzitter van de Reichstag. heeft mi - uitgedaagd den oorlog voor de werklieden t< 1 gaan aanprediken. Hier ben ik, roepende ui al mijne krachten: ,,Leve do oorlog tôt lie uiterste!". „Volk van Parij9, volgt gij mij?!' En duizenden monden riepen: ?,Ja, jal Levi de oorlog!" Laten de Duitschers nu maar denken da r de verbondenen het zullen opgeven vooralèe uit-sjçh.land^^yolledig zal ^ zijn^yerpletterd j' Koning Albert. Georges Batault, de "bekende Zwitsersche schrijver, heeft een reisje langs het Belgische front gemaakt. Er is bijna geen soldaat, zegt liij, of kent den koning van aangezicht tôt aangezicht, daar hij dikwijls hun een bezoek brengt in de loopgraven. Natuurlijk vindfc men liet een eer en een zeer greote aanmoediging den vorst naast zich te zien verschijnen, doch aan deze aangename gewaarwording, paart zich een andere, ni. die van ongerustlieid. Men neemt het, en <lit is te begrijpen, den Koning eenigszins kwalijk, dat hij zijn leven zoo waagt. A\anneer een soldaat wordt doodgeschoten, een officier of een kapitein, dan vallen zij als slachtoffer van hun pliclit, maar.... zo zijn te vervangen, hoe diep'-treurig liun dood ook is. Wio zal ecliter koning Albert vervangen, als een vijandelijke kogel hem mocht treffen ? Hij is de incarnatie, de vleeschwording, .de ver-persoonlijking van het leed en de glorio der Belgen, zei een officier, en wat liij in woorden bracht, denken en vcelen allen^ De Fransche sîrijdmaciît. De getalsterkte van de Fransclie troepen, die zich op het oogenblik aan liet front bevinden, wordt door een militairèn medewerker van de ,,Matin" geschat op xuim 2,500,0CC man. Hun effectief is .dus' een vijfdo grootei dan de strijdkrachten, welko bij liet begin van den oorlog werden gemobiliseerd. Aile afdeelingen zijn op oorlogssterkte ge-braclit. Bij de infanterie in het bijzondei zijn de ••compaghiéen uit minstens 200 man sa-niengestekl. In ^eer veel regimenten berei-ken zij het getal yan 250 man, of gaan dit nog te bôven. Bij allô andere wapenen is de getai-sterkte gelijk of supérieur aan het voorge-schrovcn effectief. Het Fransche oppercommando heeft slechtf een beperkt aantal nieuwe eenheden gevorme en alleen v.anneer liet zeker er van was, dai het, zonder nadecl voor de a-anviilling der bc-staande eenheden, de nieuwe zoowel in hel liedeh als in de toekomst ruini van kader er manschappën kon voorzien. Terzelfdertijd heeft het commando er voort-durend voor gezorgd, de eenheden aan hel front op oorlogssterkte te liouden. Het be k-hikto daartoe over de elf klassen van d< reserve, w-aarbij de jongste lichtingen van hel territoirale leger kwamen, en eindelijk van d< licliting Â914. Door, al naar behoefte, "va.n dit strijdkrachten gebruik te maken, lieeft hei legerbestuur het effectief kunnen handhaven Men moet verder rekening liouden met lie" feit, dat.een groot aantal soldaten, dio in d< eersto gevechten gewond werden, na hun ge nezing zich bij de versterkingen liebben aan gesloten, die naar het front gezonden worden Do tegenwoordige liulpmiddelen van onzi dépôts, g-aat de correspondent voort, staai gelijk met nagenoeg de helft van de man schappen aan- het front. Bovendien voegen zicl nieuwe liulptrcepen bij de thans aan.wezige, ei dat in een mate, die aile verwachting over treft. De licliting van 1915 lieeft reeds eei aanwinst gebracht, die naar scliatting mee dan een vijfde bedraagt. De licliting 1916 be vindt zich in uitmuntenden toestand, bete. zelfs, naar gezegd wordt ,dan de klasse vaj 1915. Ten slotte heeft men' nog de reserve de licliting 1917. Bij deze contingenten moet mei de vrijwillige verbintenissen voegen, die zee talrijk blijven. Op een totaal van vijf millioen mobilis'eer bare manschappën, in ronde cijfers, moet mei thans op meer dan 4 millioen het effectie Schatten, dat in de verschillende afdeelingei onder de wapens geroepen is. Nog een dankwoord, ,,Neerlandia" bevat de. volgende ,,dankbe tuiging" aan het hoofdbestuur van het Alge meèn Nederlandsch Yerbond, Tak Antwerpen Hooggeachte Heeren. De Antwerpsche Tak van liet Algemec Nederlandsch verbond had het plan opgeva ter gelegenheid van den ver jaardag van H. K H. Prinscs Juliana een Dankdag aan Neder land op touw te zetten te Antwerpen. Doo verschillende omstandigheden waçen wij er to verplicht er van af te zien. Wij kunnen echter de gelegenheid met lo ten voorbijgaan om bij monde van ons bestuu en in naam van het Vlaamsche Antwerpen ' aan het volk van Nederland verpersoonlijk in zijn doorluclitig Yorstenliuis, hulde te brer gen en tevens onze diepgevoelde dankbaarhei to betuigen voor al lietgène ten bato van d I Belgen, die in dezo rampvolle dagen de wij ' naar uw gastvrij ' land namen. gedaan werd e noff steeds gedaan wordt. Welke hoogo blijke van gastvrijheid, liefde en liulpvaardiglieic | het echte kenmerk van onzen stam 1 Hoe kui nen wij dat ooit vergeten! Heil liet Yorstenhuis van Nederland! He ^ het Nederlandsche volk 1 • i __ Mogen wij u verzoeken. Hooggeachte Hec 1-en. dit schrijveu in î-uimeren kring bekend l , maken? Met de meeste hoogacliting en nogmaals or ; zen diep en innig gevoelden ckmk. Wit of zwart? Do plaatsvervangend generaal-opperb'eve i hebber van het Ville Armeekorps to Munste niaakt thans de namen en woonplaatsen beken ) van eenige inwoners uit Munster en Bochun dio aan krijgsgevangenen vriendelijke attenti( : hebben bewezen en wegens hun ,,eerloozo haï : delwijze" yeroordeeld ziju tôt 1 .dag gevang< ' ^isstrafa Letterkyiidige imi De Bevrijders, door P. H. van Moerkerken. » (P. N. van Kampen & Zoonf Amsterdam} uitgevers.) Dit is een eerste klas historische roman. En Van Moerkerken mag gerust ^îién lof als een lieel bizondere eerbetuiging aan-vaarden. In een literatuur gelijk de onze, die sedert veertig jaar ongeveer, bijna hee-lemaal zonder gcschiedkundigo romans blijven moest. mogen we daarom het verschijnen van De Bevrijders een gelukkige gebeurtenis heeten. En hoe verheugen we ons dat Van Moerkerken niet bij de beroeps-historici behoort ! Zijne romans hebben niet6 wog van het ge-leeTde ; het stof der oude da-gen heeft in die werken het leven nie£ vercjrijscl, niet ver-doft. Men voelt gelukkiglïjk overal in zijn werk, den nog levenden adem van de rneii-schen uit vroegere tijden, en zijne schepse-len zijn niet dood, worden niet als mumies tôt ons gebracht, als bioscoop-marionetten, maar ons eigen leven vergroot en verdiept, vertakt zich van het huidige naar het verleden en voelt het levende zijn van onzo voorgangers intiem en' warm aanleunen tegen het onze. Toch is er per6pectief in Van Mcerkerken's werken, iets van den weemoed dier noodlottig maar schoon, de vergaue tijd over de dingeii weeft... iets van een verzachten klank, een vei-stilde kleur, eeai vervreedzaamde liartstochtelijkheid. In Van Moerkerken komen vele facetten van schrijverstalent tôt hun recht: de sclioone, scherpe en kleuriige vizie van den plasticus, de doordringende en innige psychologie van den menschen-kenner,. de glimlacliende maar rake aanklacht van den satirist. Waar Ary Prins, Cou per us, Adriaan van Oordt, Arthur van Schendel bij voorkeur het beeldende van de.voorbije tijden doen herleven, het dekoratieve van dm gen en menschen lief hebben, de lijn en het kolo-rieb van het verleden, de sierlijkheid van midden en kostuum, de _ weelde van straat en binnenhuis, de vroeling van do menigte, feest en optocht en wat toen-malig eigen vorm en kleur liad, neemt bij Van Moerkerken de beschrijving van de omgeving en van de u ite r 1 i j khe den van het tijcfperk heel wat miilHer plaats in ; het décor is maar even aangeduid, niet in détail beschreven door een auteur clie méér scliil-der dan novellist is, maar wèl wordt door hem de tijdsatmosfeer zelf, wat de geest en de zede, de bezioling van eene eeuw uit-maakte, eamengevat en in voile licht gezet. Zoo v/erd in vorige werken van P. H. van Moerkerken de middeleeuwsche^ ,,voeling" benaderd — in Doodendans eh in De Dam des levens bijv. — en zoo leeft in De Bevrijders het Holland van 1813, het Holland van den Napoleon-tijd. Dr. Van Moerkerken lieeft met De Bevrijders de feesten ter herdenking der weder-gewonneu Hollandsche onafhankelijklieid op \ k u liste naarsw ij ze en voigens eene voort ref-! telijke literaire traditie, herdacht. De kun-stenaar moet deel nemen in de'vreugde en het leed van zijn volk. Maar 'tôt gelegen-heidswerk ontaardt zijn proza gelukkiglïjk " niet. En 't getuigt van de eerlijkheid dee : schrijvers dat dit feestboek geen_ gemakke-: lijk-iyrische patrie tten-declamatie is go-! worden, geen fanfaren-muziek van be-fc dwelmende vaderlandsliefde, maar -—* on-willekeurig, meen ik — eene zacktzinnige: - liefdevolle satire op de kleinzieligheid er L' op de zelfzucht van zijne landgenooten. Ze 3 leefden in den schaduw • van den grooter Keizer, in een roemrijken tijd — in eer p tijd dat de oorlog misschien nog een zeken schoonheid bezat, een zekfere heldhaftig-t heid, een zeker décorum, zoo ten minete d< - brcedermoord ooit eenige schoonheid h-eef' 1 bezeten — ze mochten Napoléon van aan e scliijn tôt aanscliijn aanschouwen, hun levei ^ opende naar nieuwe verten van glorie ei l avontuurlijkheid, en tegenover dat gewel dige wereldleven en de groot© gedachter - van den tijd, stonden ze koel en onverschil lig, vitterig en kibbelziek, burgerlijk-kleii 1 en' laf en cgoïstiscli, grootsprakerig maa dikliuidig, ongeschokt bijna, ongeroerd waanwijs en zelfvoldaan, met snf onbegri] 0 en met een schriel e.-i arm levensgevoel. Mis schien beeldt de menscli van 2015 zicl hetzelfde in omtrent onze tijdgenooten vai 1915 als wij omtrent onze voorgangers vai 1815. Het avontureuse van den Napoléon i- oorlog, het groote van den tijd, het epische r ontbreekt echter aan onze loopgraven-ge d vechten, artillerieduels, gassen-moordaan '' slagen, onderzeeërs-misdaden enz.- El * toch zullen er later dichters met roman tischen aanleg gevonden worden, on ^ook hier van, do ^schoonheid ^ en ^ d^ ^ zee " 7 .. eigendommelijke grootheid van dezen tijd tôt vers of roman te herschapen, Van Moerkerken, echter, heeft zijn Holland, zijn groot-Nederlandsch Holland van 1813. met zeer kritischen blik geschat, en ook deze niet verweekte, door chauvinisme niet opgeschroefde, door eenzijdige historische voorliefde niet overglansde vizie doet welda-dig- aan... Van Moerkerken ziet fret verleden dus zeer modem, omdat kritisch, want gemeen-lijk ontbreekt aan den medclevende van een tijd, het perspectief dat den nakomer ver-rijkt. Zijne vizie is ook bezonder schep-pingsgaaf, omdat satirisch',want do niet met klare ironie onderlegiden gèest wordt gemak-kelijk ingewiegd door wat men d«n ,,toover van het verleden" heeft genoemd, en geeft dus allïcht van dat verleden een beeld <lat misschien zeer decorat-ief en stemmingsvol en kleurrîjk kan zijn, maar dat niet de echt-heid heeft, de volheid van leven, de docu-mentatie en . menschelijke waarde tevens van een boek gelijk De Bevrijders; de na-maak-romantiek van J. van Lennep heeft ons vroeger een smaakje gegeven van wat de historische pasteibakkeriji kan opdisschen. Romanticus is Van Moerkerken niet. Hij bewijst een s te meer dat het realisme, het opreohte, klare levensiuzicht, het direktô teekenen van man en vrouw, het onver- ! valscht, ongesminkt afbeelden van de le-vensgebeurtenis, even goed kan worden ; tcegepast op de werkelijklieid van vroeger als op de werkelijklieid van lieden, zoo de kunstenaar maar een zekere weten-schappelijke kennis en veel eenvoud en openhartigheid bezit, die hij als ondergrond onder zijn subjectieve .uitbeelding, onder zijn min of meer gefantaseerde vizie kan vesti-gen. Zijn geest moet ruim zijn, zijn levensgevoel zuiver, zijn àanpassîngvermogen buigzaam, zijn liefde voor het beschrevene groot, en dan van zelf zal hij het verleden beelden, niet àls een oud arcliivaris, maar als een levend mensch, die het verleden be-grijpt met innigheid en hartelijkheid, met ontroering maar onder dweepzieken cultus, zonder maniakkerigheid, als een mensch die het contact van mensch tôt mensch heeft gezocht en kan geven. Het ,,eeuwig-men-schelijke" dient ons als sleutel om de poort , te o.penen, die ons eigen bestaan van al het voorbije, al het vergane, het vroeger door-voelde, doorstane, geschapene scheidt, en als critérium om een liistorisch boek te me ten... De liefdevolle 6temming van Van Moerkerken blijkt uit de paar prachtige typen welke hij naast de hopeloos-kleine en to- . recht-bespotte figuren van den tijd creëert — naast den grootsprakerigen Van Wyck, bijv. gewetenloos en beJiendig spéculant, die zioli ten slotte ten koste zijner landgeiioo-ten verrijkt en met bange zorg zooveel mo-i gelijk de sucoesheibbende politiek van dén dag aankleeft, al is - t de Keizerlijke, maar toch zi'ch een Hollandsch patriot noemt —• naast zijn zoon, die nooae den strijd tofc vrijmaking deelt, uit h& gevecht loopen gaat, maar met overmaat van glorie als krijgsheld in de trotsche familie terugkeert — naast den verwaanden rijmelaar Tobias Soelens, lie den pompeuzen Bilderdijk en den huilerigen Helmers achterna buldert en onder dichterslivrei een heel gemeenen ploert blijkt te zijn. Met innig behagen heeft schrijver, naast deze povere wezentjes, be-lachelijk of beklagenswaardig tevens, ge-droomd figuren van waarachtiger, dieper en gloedvoller menschelijkheid en wijder geest: een officier van Na.poleon's garde, Yan Wijck's schoonbroeder, avonturier en gelet^ terde, die in de Ameterdarnsclie atmos-feer stikt, walgt van den stank der zielen rond hem... eene jonge, Fransche actrice, die zijne minnares is, zich liecht met on-stuimige passie en onvermoeibare trouw; aan zijn zwerverslot... eene adellijke, droo-merige freule, die zich in een ver landgoed verdiept in dichtkunst, muziek en natuur, en voor den keizerlijkeii officier eene heel hooge maar schuwe liefde opvat, die na den dood van den officier te Waterloo in droomherinnering, spijt en weeanoed voort-; duurt... Over deze drie vrije, emstige, eor-lijke mensolien warmt de gloed van Yan Moerkerken's sympathie; ze geven de mo-s reele beteekenis van zijn meer dan anecdo-tisch-geschiedkundigen roman aan. En hier stijgt en groeit boven de kritiek van den on-tevreden passeïst, de liefde voor al liet edele, het hartstochtelijke, liet diep-menschelijke.-Nog is Van Moerkerken's passie niet zeer geweldig, zijn scheppend gebaar nog scliucli-ter en zijn toon lichtelijk koel, maar ik be-trouw dat hij elken dag dichter en dichter het leven tegemoet zal komen, en dat do ,,mensch'' in hem, in den meest absoîuten zin, het méér en méér zal winnen op den gesohiedkunddge, den g^letterde en deii artist. En dan zal liij; ons heel groote histo« rie sçhenken... ^DRE.DE, RIDDER. ~~ '■

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Amsterdam du 1900 au 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes