De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad

726 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1915, 23 Fevrier. De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad. Accès à 18 fevrier 2020, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/k93125rh98/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

I gersie Jaargawg N°. 33 Dinsdag 23 Februari Î915 s cents DE VLAAMSCHE STEM ÂLOBJVIEEN BELQI8CH DAQBLÂD £0/7 volk zal niet ver gaan! Eendracht maakt machtl REDACTIEBUREELe PALEISSTRAAT 31, AMSTERDAM. - TELEFODN No. 9922 Noord. De Vlaamsehe Stem verschijnt te Amsterdam elken dag des morgens op vler bladzljden. Abonnfîmcntïprys fcg voornitbetaling : _ Voor Holland en Bolgiô per jaâr / 12.50 — per kwartaal / 3.50 — per maand /1.25, Voor Engeland en Fr&nkrtjk Frs. 27.60 per jaar — Fr«. V .50 per kwartaal — Frs. 2.75 per maand. Hoofdopstcller t Mr. AL6ERIK DESWARTE Opstdraaii s CYRlEL BUYSSE - RENE DE CLERCQ - Mr. LODEWIJK DOSFEL Mr. m EGGEN. - ANDRE DE RIDDER Voor ABONNEMENTEN wende men zich tôt de Administratie van het blad: PALEISSTRAAT 31, AMSTERDAM. Voor AANKONDIGINGEN wende. men zicli tôt de Firnia J. H DE BUSSY, ROKIN 60, AMSTERDAM. ADVERTENTIES : 25 Cents per regel Korte Inhoud. je blad zij de. De psyché van. don vluehteling. Anarc de Itiddcr. Geef arbeid mij. —- "René dt Cltrcg* Kleine Kroniek. Aangaande Hugo Verriest. — Joh. Vcmaegt. >'og een Protest. — Leo% fie bla dz ij d e : dit het Vaderland. J)o Bisschop van Namen, De thuisgeblevene Belgen. Jantje Verdure. (1) —Stijn Sircuvch,. j}e blads ijde: De Europeesclie oorlog . Telegrammen en Berichteilf. T)e eischen van Japaa. Boekbeoordeeling., Voordracliten. ïebladzijd«: Het Belgisch! Standpunt. — Goblei d'Almclla. Ka den oorlog. — Haveloch Ellisk Brievenbus. Voor de Uitgewekenen. le „Psy£he" van den Vluehteling. n, %r îs geworden ©en vluchtelingen-type... er ù ontstaan eene vluohtelin<gen-ziel... Door liet oppermachtig aanpassingsvermo-gcn dat door het bestaan aan clk mensch yordt gesolionken, dat hem sterkt en staalt in heel zijn zwakheid en hem, krach-tig, toch lenig maakt en pilooibaar genoeg om te buigen voor het geweld der smarte... i door de wondere werking van de natuur die leven eçhept ter plaatse waar ae leven iloodt, en immer nog stijgen doefc haar pit-tig sap en hara warme zeef door de leden, ooï van de meest mocën en meest geknak-(ea... die-redt Trie 2% trofb en zàlft wie ze wondt... door het grootscihe Wonder van het Leven... En met de hulp van de tijds-omstandigheden en de oorlogesuggesties... met de werking van Holland's lucht, zede en cultuur, van Holland's volkskracht... Een.zeer ingewikkeld wezen dus, eene moei-lijk te benaderen ,,psyché"... Op ons Vlaamsch karakter, op onze Bel-gi?ohe mental iteit zal het verblijf in Hol-land van diepen invloed zijn ; — ook het verblijf van zekere onzer landgenooten in Engeland, ofschoon in mindere mate, daar hét verschil van taa-1 als een reusachtige hinderpaal tusschen de twe© temperamenten staat en eene volledige toenadering belet. Rèeds nu merkte ik in de spraakwijze van zekere vluchtelingen eene ,,vernederland-sching" die me aangenaam in de ooren klonk... reeds nu sloeg ik gade hoe zekere : hunner iets van de meest voortreffelijke : Hollandsche eigenechàpjwn hadden overge- i nomen... van de gewoonàte wenschen tôt de ! kunstenaars... Ook de Hollandei-s zullen ons, naar we hopen, be te r hebben leeren kennen... b e t e r in den vollen zih van het woord.... Toch zijn er, naar het schijnt, zekere kon-flicten niet heelema&l kunnen vermeden worden... toch zijn er, naar ik hoor, een paar verkeerde opvattingen over de Ylaam- , sche vluchtelingen in omloop... Laten vre maar bekennen dat een van de soherpate kritieken tegçn onze landgenooten berust op wat men hier hunne ,,veel-eischendheid" noemt.... Bie kritiek m o e s t genit, uit den aard der dingen zelf ; ze kon niet achterwege blijven... Beataat er, in I normale tijden, geen opmerkelijk verschil tusschen de Vlaamsehe volksvoeding, de Vlaamsehe volkakleedij. het VlaRmache ver- : t?cr en plçzier en de eischen welke de Hol-landers desaanga^.nde stellen?... In 't algfi-ween zijn er de loonen. kleiner in Neder-ween zijn en de menschén soberder'en spaar-zieker... Een goede Vlaamsehe werkman ! heeît reoht niet alléén op brood en aardap- i pels, wateren thee, maar zal dat rantsosn, godurende de vette jaren, hcel schraal viii-den... hij heeft zijn stuk vleesch elken dag, zijn pot bier bij het eten. zijne kop sterke koffie..., hij gaat geregeld op ,,c?.fé" of op ^staminee", bezoekfc schouwburg of dans-lokaal, neemt van het leven wat hij er van nemen kan... zijne vrouw en sijne dochter.^ dfagen sierlijke gewaden. hebben meostal eene coquetterie in kleeding die dikwijls ^ier aan wolgestelde vrouwen schiint te ont-breken... Die drang naar uiterlijke w-celde, ^ie verzuchting naar vermaak, die bej ^oefte aan fijner en solieder voedsel hebl>en Vlaming en Waal gemeen met den Franschman... ze zijn in hem vastgegroeid. Men zal begrijpen dat het den vluehteling — al schikt hij zich in de omstandigheden. il beseft hij, dat hij moet matig en be?cliei-'en zijn in zijne eischen, al waardeert hij iet vele dat voor ! n gedaan wordt — !Oms moeilijk moet vallen zich ineens van 'en aangenomen plooi te ontdoen, al zijne jewoonten weg te laten vallen, zijn vroeger €[ven te vergeten... Hij moet het natuur-Û'k.é* hij za 1 het, gedwongen door de hoo-fere kraclit der dingen... maar 't gaat niet Lîtijd even gemakkelijk, even snel, even rol!edig... Kan men zijn aard ineens wijzi-'en, zijn oude levenswijze plotseling oni-^erken, heel zijne opvoeding, zijne oplei-en w*| t>yn4 peji pationala trjdit-ie is, verlooehenen?... Gunt den vluchtelingen cen beetje tijd en toont liun het voorbeeld, dan zal aldra de verandering afdoende blij-ken, de aanpassing kompleet... Dit weza niet gezegd om de werkelijk overdr^ven eischen van zekere vluchtelingen te verschoonen... Misbruiken zijn er geweest en mogen aangeklaagd, door ons Belgen vooral, die hier te gast zijn... De ga6theer kan en mag ons niet vele verwij-ten maken, en daarom mogen we zelf nu en dan wel eens een klein ,,mea culpa" aan al de uitgewekenen opleggen... Daarom wordt het ons tôt plicht al degenen, die met ons door Holland zoo vriendschappelijk onthaald zijn en hier de gulle gastvrijheid van een medelijdend broeaerland genieten, een paar waarheden in het oor te knoopen, al klinken 2e wat hard... Reeds klaagden we de ergerniswekkende levenswijze van enkele rijken aan, die hun fortuin rooke-loos ea egoïstifich-harteloos verspillen... Thans mogen ook de armen een lesje ont-vangen, die soms meor eischen dan ze recht-î matig vragen mogen, die soms meer ver-! wachten dan men hun mogelijkerwijao gun-nen kan, die niet met genoegzaam dank-baarheid het geschenk ontvangen van den Samaritaan, het geschenk dat aîtoos schoon is en mild, al bestond het uit water en brood flechts, en zeker wanneer het uit betere spijzen bestaat... Hier treffen we opnieuw een der meest merkwaardige en verrassendste bestanddee-len aan, van wat ik de ,,vhidhtelingen-psyche" noemde... de overtuiging van men-schen die zeer hard geleden, vaak heel veel verloren hebben en die daarom meenen aanspraak te mogen maken niet alleen op het algemeen toedelijden, maar op de algo-meene vertroeteling... die er op gestemd zijn een beetje ,,l'enfant chéri", de harte-kinderen, te worden, de iets of wat ver-wende, altijd even zacht en rijkelijk behan-delde slachtoffers, die men beklaagt... ge-lijk een kind, dat ziek is plotseling zich heft recht aanmatigt tôt allerlei bizondere zor-gen, zijne nukken ingewilgd wil zien ©n zijne gretige handen steeds gevuld wenscht... en altijd ook beklaagd wil worden... Mieschien hebben ze geen ongelijk die armen en rampzaligen die, onbewust, alleen geleid door de herinnering van hun wee en hun verlies, deze heel nieuwe en supérieure zedeleer prediken: dat het li.jden rechten geeft die men aan de geluklcigen niet -toekent, dat de smarten, welke het lioofd omkraneen met de doornenkroon ook in het bereik van den mensch eene hoogere aanspraak; op liefde îeggen, eindelijk hem ; het voorrecht van ©ene uitzonderlijk gena-dige, toewijdingsvolle behandeling gu'nnen... Maar niet van rcchtcn alléén moet hier spraak zijn, maar ook van plichtm... Met | liefde en ernst wil ik in een volgend stuk desaangaande, op even rechtzinnige manier, , rniine meeningen uitdrukken. ANDRÉ DE RIDDER. Geef arbeid mij. . Geef arbeid mij en kraehten tevens En 'k sta ronr mijne ziele borg. "Wat vult er de ijdelten des levons' Tenzij de strenge, zware zorg? 0 geod te zijn in a! dat slecht is, O trouw te zijn in al dat valsch! De moed te staan wanr 't arme recht is Dat is m;j rijkdom boven all's. De .wil, de trots te durren denlcen, Tot'daad te smeden c*en gcdicht; In srhoonheid heel zijn xiel te schenlcen Aan 't arme volk dat smaclit naar licht! Niet meegedreven voort te vlotten, Maar zelf te s'tuwen in den stroom. Te streven waar de laffen spotten ; O Vrijheid, Vrijheid die ik droom! Van mij, wie leeft van zijne schande! Wien niet de dood zijns broeders treft! Van mij wie niet, in vrijen lande, Zichzelf tôt vrijen man verheft. O Vla-andren, breke uw zon de wolk uit. Zij elle een kracht, een macht, een mensch. Goedhoil! De wereld sluit geen volk uit; Het rijk der braven heeft geen grens. RÊNE DE GLERCQ. Zie onze teiegrammen en Slaatst© Segsrberichien op de derde bladzijde. Kleine Kroniek. Van onzen Koning in koninklijke hoogten. Een koning in Iichtend leven; een held in glorierijke schoonheid van Vader^des Vader-lands, eenvoudig, teruggetrokken-stil. Als een oud lied uit tijden vaai riddonaer en schoono deugden, dat zegt en snikt zijn groote tragedie in d'eenvoudige klankengolving van melodie. Wij woten hoe hij staat in de loopgraven, in het gevaar dat dreigt onheilspellend ; wij weten hoe Hij leidt zijne soldaten en met hçn is, overal, ton allen tijde, en spreekt het zachte wcord van troost en van doodtartenden moed ; wij weten hc»3 Hij zich buigt over het lij-den van zijn arme kinderen, die werden ge-slagen door moordende daad van broederhand. Hij is in ons ha.rto; nooit is Hij uit ons ge-heugen, maar altijd leeft Hij voor onze herin-nering met zijn goede, peinzende oogen, schnch-ter en teer met even een heel droeven blik... Als een kind, vol- rertrouwen dat 'zag het sombere sterven van zijn liefste droomvizioen... Niet tevreden met zijn reeds volbraclite hel-dendaden, dorstend naar lioog^n van rijzend, scheppend licht; willend omhoog in den mach-tigen groei van zijn winnend volk, zelf kind van licht on langend naar het reine van hooge on-metelijkheid, heeft Hij plaats genomeo. op cen vlieigtuig... De dreunende zang der schroef klonk op over de vlakte en stijgend in 't morgenlicht is Hij opgezwoefd, fier en s tout, zegevierend heerlijk in het Evëngelie van den toekomstdag. Niet hervreeed, even kalm en rustig als altijd, heeft Hij van uit den hooge aanschouwd den reuzenstrijd. Zonder aarzelen heeft Hij willen zien de vernielingswerken van den vijand, die staag arbeidt aan zijn somljere taak. En begroet hebben zij Hem met vijandig vu-ren, maaî 't werd Hem een ealvo van eer, den groet, onbewust, en de verheerlijking van zijn manhaftig stijgen. Geen kogel die trof den onkwetsbare; geen vijandig geschut dat raakte den koninklijken vogel in zijn statige vluclit, zoo blank en schoon in 't witte licht van winterzonne... Toen is Hij weer gedaald tôt de broeders, wier hartekloppen bedaarde bij Zijn naderende komst. En bracht hun de blije tijding"uit den hooge met 't simpele woord van ware helden-grootheid. G- O. Hoe Duitsche biaden de waarheid vertellen...... en den haat kweeken. , Een vriend overhandigt ons het ,,Berliner Tageblatt" van 22 November 1914, waarin wij het volgende lezen: ,,De Vlamingen zijn volgens geheel hun aard en wezen Duitschers en deelen onzen haat tegen Engeland. Dit vereenigt ons sterk Deze haat groeit hier steeds meer en meer. In hun liaat tegen Engeland vinden wij ons met h en te zamen, en hun haat verzoent zich met de gedachte dat zij Duitsch zullen worden... Dat zij Duitsch moeten worden, daarvan zijn zij vast overtuigd, en ze beginnen ons te achten, ja, zelf s ons te beminnen; door een gezament-lijken h a a t. (Uittreksel van een veldpost-briêf.)Hoe is het mogelijk in eeuige regels zoo dikwijls den vloek van menschenhaat te uiten ! Droevig, droevig, en noodlottig verkeerd, want diegene die liant kweekt, zal onder den haat der anderen bezwijken. Krijgsgevangencn als mijnwerkers. Ondanks de protesten. van de mijnwerkers en hun organisatie, zegt de ,,Vorwarts'\ worden de krijgsgevangencn toch in de mijnen gebruikt. Bij do mijnen ,,Rhein I/II" te We-hofeu en .,Loliberg" te Dinslaken, worden sinds de vorige. week 200 Fransche gevangenen, wier beroep het waarschijnlijk is, ois mijnwer-kers gebruikt. De Duitsche arbeiders kunnen daâr geen werk krijgen, of zij moeten aan zekere eischen voldoen. Volgens de ,,Kreuzzeitung" worden derge-lijko' rnaatregelen ook in Opper-Silezië overwo-gp.n. Aan cen conferentie van mijneigenaars, die hierover beraadslaagden, werd ook door vertegcnwoordigers van het ,,generaal-com-mando" deelgenomen. De ,,Vorwarts'! merkt dienaangaande op, dat "het laten werken van krijgsgevaugenen ten hohoeve van de industrie,' nog grootore beden-kingen heeft, dan lien voor den hindbouw te gebruiken. Een pare]. In het Duitsche antwoord aan de Vereenigde Staten komt de volgende bewering voor: De Duitsche regeering herhaalfc, dat /.ij bij den tôt dusverre met pijniijke nauwgezetheid door haar in acht genomen eerbied voor de rechten der nçutralen, slechts door den sterlc-sten. dwang van nationaal zelfbehoud tôt de beraamde rnaatregelen heeft bes'.oten. Na do rechten van het onzijdige, vrcdelie-vende België op do snoodste wijze te hebben gec-chonden, durft de Duitsche regeering nog spreken van ,,eerbied voor de rechten dor neu-tralen"....De daad van Liefde. Een le7.eres van vLo Petit Journal" heeft onzen heldhaftigen Koning iets willen schen-ken, om ook hare bewondering en hare liefde vooi Hem uit te zeggen. Zij schreef Hem volgend briefje, ' hetwelk zij teekende met de woorden ,,een eenvoudige boerin uit Indre-et-Loire". Wij laten het hier volgen, omdat het, naast de voorname geluiden van geleerden en kunstenaars, zoo roerend is in al z'n sim-pelhoid.4.1k bid Zijne Majesteit bijgaand neusdoekje van mij aan te nemen als herinnering aan de verschrikkelijke jaren 1914 en 1915. Door het in de loopgraven to dragen, waar de koning aile dagen aan zijn soldaten het voorbeeld van moed geeft, zal hij den wenseh inwilligen eener Fransche vrouw, bowonderaarster yan het Eejgiscbe heldeniclliâ'' Echte voedingsnood en valsche hoop. De ,,Kolnische Zeitung" sehrijft met een soort van galgenhumor : ,,Engeland heeft zich slechts voor handels-doeleinden in den oorlog gemengd. Het za» er nooit in toestemmen, een slechte handelszaak te drijven. Met het 00g daarop, kan iaen gc-looven, dat, in tegenstelling met hetgeen mon soms hoort zeggen, het niet Fraiiisnjk en Rus land zullen zijn, die een afzonderlijken a rode zullen trachten te verkrijgen. Het zal Engeland zijn, zoodra het debet der rekening te groot zal zijn." Er is op dat droombeeld van de „Kôlnische,; maar één ding te zeggen: Albion is niet ge-wend te capituleeren. Wél echter heëft, nu de laatste loodjes het zwaarst wegen, de „Kci-nische" het noodig geaclit, zich een houding to geven 11a een maandenlange campagne van ,,Schwertgeklirr und Wogenprall".... op de zetterij. Cod straîfe Engeland I Men herinnert zich de geestige teekening in de ,,Daily Mirror", voorstellende eerst den Duitschen Keizer, met pathos uitroe-pende: ,,Wij zullen Engeland straffen!", waarop de Krconpnns echoot: Dat zullen wij ! Het tweede deel der' teekening stelde den keizer voor, den kraag van zijn jas op-gezet, de handen in zijn zakken en zeggen-de: ,,God straffe Engeland!" waarop de echo antwoorde: ,,He do so!" Dit ,,God straffe Engeland" — kan het wel anders in een land, waar hoog en laag het woord Gôd ieder oogenblik op de lippen heeft? — heeft in Duitschland opgang gemaakt, ja, is tôt een soort razernij geworden. De nieuw-ste groct werd alras in plaats van: ,,Goe-den morgen, vriend!" ,,God straffe Engeland, mijn vriend!" En de wedergroet luid-de: ,,Dat moge Hij doen!" Maar dit was niet voldoende, neen, er werden briefkaar-ten gedrukt met deze zoo bij uitstek Christe-lijke bede, en deze briefkaarten zond men elkaar toe. Bij briefkaarten bleef het niet, men maakte sluitzegels met dezen liarte-wenseh en vanmorgen vertoonde men ons zelfs een stempelafdruk op brief. Jawel, men laat caoutchouc stempels maken, zooals men ze vroeger liet vervaardigen met zijn firma-naam, en in de plaats daarvan leest men aan 't hoofd van deri brief ,,God straffe Engeland !" Set moet er wel treurig met een volk uit-zien, als men tôt zulke flauwiteiten zich laat verleiden. De gevolgen vzn een stelsel. In België weet men wat' die ,,lustige, vroo-lijke krijg'; beteekent. Wij wenschen hier geen gruwelen aan te ha-len ; de feit-en door de Bol-gische ond-arzoekskornimissâo bekeïid gemaakt s\jn zoo talrijk en zoo nauwkeurig omsohre-ven dat het slechte tôt de laagst© oorlogspoli-tiek behooren kan die zonder meer t© looche-nen.Waren het afzonderlijke fçiten, wij zouden daarop niet eens wyzen ; in den oorlog kunnen de zachtzinnigste menschen tôt bloed-dorstige woestaardsc entaarden, maar wat er in België zocal gebeurde, bewijst dat het hier veel meer nogmaals de toepassing van een stelsel geklt waarvan militaire schrijvtrs de \erantwoordeli>jkheid dragen. Was het Vonder Goltr. niet, die in zijn bock: ,,Das Volk in Waffen" betoogde dat men de paniek onder de bervolking moet zaaien 0111 die ook aan het leger van den vijand mede dec.Vn ? Dat het volstn eenige volzinnen aan te ha-lon uit Duitsche bekcndmakingen in België. Op bevel van de militaire overheid werd den 17 Augustus te Hasselt door den burgemeester een plakbrief onderteekend, waarop gedrukt etond : ..In geval inwoners op soldaten van hefc Duitselio leger zouden schieten, dan zou het derde g e d celte van de mannelijke be-volking gefusiljeerd worden". Den 27 A.ugu3tus schreef generaâl Von Nie-her îian dep burgemeester van Waver naar aanleiding van de opgelegde oorlogsschatting : ,,De stad Waver -zal verbrand tsn vernield worden, indien de betaling niet op den ge-stelden datum geschiodt, en mlks zonder imand te ontzien : da onscliuldigen ru lien 1 -, d éjn met de s e h u I d i g en." Den o Oktober maakte generaal Von der Goltr b>kend, omdat de epoorlijn Lovenjoul— Vort-rijek was vernield geworden : ..Voortaan 7.ullen de gemeenten, het dichtst gelegen bij de plaats, waar denreliike fei-ten gebeuren, zwaar gestraft worden." Heel rechtvaardig. heel menschelijk... een ,,ïvulfcur"-volk waardig. Da laatste „blunder" van den Kronprïnz. ,,Bij het begin van den oorlog", zoo sehrijft de ,,Corrieré délia Sera", ,,beging de Kron-prinz een monumentalen blunder. Met den zi'n voor het onverwachte, dat hem eigen is, ver-zond hij een telegram, waarin hij den gezinnen aanbeval, den soldaten bij voorkeur rhum of arak te zenden. Natuurlijk maakten aile alkoholfabrikanten en -handelaren, steunend op het welzalige telegram, een scliier dolzinnige reclame van hun, produkten. Doch de daardoor ontstane verwarring was zoo, dat een tveede telegram noodig was om uit te leggen, dat de kroonprins bij het aanbe-velen van alkoholverbruik niet aan drank, doch aan medicijn daclit." Duitsche soldaten, • die nlkohol als medicijn zouden beschouwen ! Himmelkreuzdonner- ^ etter ! In Sclimaus und Braus ! Er was toch | .naïveteit in àë krpocprinîen.....» Aangaande Pastor Verriest. Naar de ,,Middelburgsclie Courant" van lô dezer, verneemt uit een schrijven van de ,,N. R. C." zou onze heerlike Vlaamse Pastoi van te lande, Hugo Verriest, het girider te Ingoyghem best kunnen stellen met de daar ingekwartierde Duitschers, zou hij, door zijn voorbeeld, een heel goede verstandhouding hebben doen heersen tussen zijn parochianeii en do indringers. Pastor Verriest zou ook deze woorden uit zijn mond hebben laten ontval-len: „Wij, Westvlamingen, zijn brave lieden, gelijk overigens aile Neder-Duitsers." Dat kan gebeurd zijn, maar staaft zulks de overweging welke het blad dienaangaande maakt en die we hier letterlik overschrijven : , ;Het zou ons overigens niet verwonderen als de -Vlaamsehe Beweging bij de Walen nog erger in het verd...boekje raakt, indien de uitlating van Verriest tôt hen doordringt." Ons, integendeel, zou het hoogst verwonderen, en wij achten het een plicht om wat na-der daarop in te gaan, tevens onze Noordelike taalbroeders naar de eigenlike beteekenis onzer Vlaamse Beweging verwijzend. Laten wij, voor een oogenblik, iets aannemen dat niet is, namelijk dat in Verriest's woorden, zo-als ze hierboven opgegevon staan, wat ligt waar-door onze Beweging zou kunnen verdacht blij-ken. Is het dan bewezen dat hij werkelijk d ) e woorden heeft uitgesproken. „Le ton fait la chanson", zeggen de Fransen. Daarenboven elkeen weet hoe gevaarlilc het is een schrifte-lijk citaat uit zijn verband te schakelen, men k<iii dorwijze heel licht door iemand het om-gekeerde Jaten zeggen van hetgeen zijn bedoe-ling was. Als zulks reeds zo bedenkelik is voor het geschreven ivoord, hoe staat het dan met het gesprokene? 't Diickt ons niet nodig daar verder op aan te dringen. Laat ons nu eens even nagaa-n wie gesproken heeft? • Ts het do flamingant of de pastor? Is het de ' strijder voor zijn taal of de herder zijner dorps^^no-ten. Het antwoord is cpvallend. Verriest hâd tegenover hem niet de vijanden zijner taie, maar wel de vijanden van zijn land. Hij heeft voor deze, zooals elke inwoner, Voor de over-weldigende macht moeten bukkon; moest Iiij, die zo zeer geliefd is te Ingoyghem en op wiens doen en laten al de ogen ginder staren, moest hij de toon geven van barslieid, moest hij tegenover, overigens niet aansprakelike lieden, welke enkel op gebod gokomen zijn en naar aile schijn liever tliuis waren gebleven, zich onbeschaafd en ruw tonen, tegen aile voor-schriffcen van voorzichtigheid in ; wellicht het volk der wijze nog meer ontstemmen jegens den vijand, liet opruien, liet blootstellen aan de wredo wraak, dat nog zo weinig gekultiveerde. zo impulsieve volk van de klein-Vlnanise dorpjes? Is het overigens niet zijn l4eiligste plicht, als Krisfcen, als Pastor, om de naasten-liefde, welke hij steeds zo hartelik gepredikt en zo overheerlik in werking heeft gebraclit. om die naaetenliefde, te doen gelden ook in deze droeve tijden? 't Is tans soms zo moeilik naastenliefde over te houden, rechtvaardig te wezen, 't is zoo gemakkelik, 't is zelfs zo ,,bon ton" een toon van haat en walging aan te slaan, een liele natie to verafschuwen in plaats van die afscliuw te doen gaan tôt >'e enkelingen die de wandaden 'b€ïdreven. We mogen a an nemen dat de Duitser door zijn om-geving, zijn opvoeding, zijn bestuur, buiten zijn weten om, is wat ny is. Niet dat wij hem verdedigen willen, o neen! Dit willen enkel zijn woorden ten beteren verstande. 't Is toch niet de haat die de mensheid zal voorthelpen, maar wel de goedheid. Zoveel waardiger, zo-veel grootser is deze laatste, dan de verbitte-ring en de wrake. Jaa-g de goedheid uit de mens, en ge jaagt de mens uit de mens. Dan blijft 119g over de brute, die, lager dan een dier dat toch steeds enkel zijn aardheid gelijk blijft, wetens en willen het kwade doel. O ! die lierdeliko goedheid van Verriest! Denkt ,ge dat de strijdlust vjui de Vlaming deze hoog-ste deugd in zijn groots mensenliart kon hebben gedoofd? Kan het een ogenblik ingedacht worden dat hij iagèr staan zou dan die held-haftige mail uit het volk, een Waal, c}io voor enige ' weken, een verdrinkende Duiteer te hulp sprong en met deze omkwaiu? Dat hij min edel wezen zou dan die Gentse volksvrou-wen, welke Duitse, naar de oorlog vertrek-kende soldaten opbeuring iiispr'aken, zich ver-ontschuldigende met deze in-zielige Vv-oorden : .,'t zijn toch uuk moeders-kinderen, nie waore, miniro?" We be.grijpen dus best Verriest's houding, 't is deze een apostel der goedheid waardig. Kunnen onz>& Waalse broeders zulks ten kwade duiden, kan dat bij hen de Vlaamse beweging verdacht maken 't Wij denken, noch vrezen het. Ze hebben, juist in deze oorlog, kunnen vaststellen dat de Vlamingen wel voor hun t&fal zijn, doch geenszins heulen met de overweldiger. Is het nog nodig op het gedrag onzor Vlaamse jongens in de oorlog te ,wijzen? Nog nodig te herhalen dat we noch Frans, noch Duits willen wezen — doch enkel Vlaming on Belg? 'Dat nooit. zelfs cle meest stompzinnige Flamingant die de verfoeiliko droom heeft gedroomd van een bondgenoot-schap met Germanie — dat een dergeliko droom, versmelting van Wallonië met Franlc-rijk, wel ontstond in 't ziekelijk brein van eommige frankiljonse heethoofden? Neen, dat lioeft niet langer. Dat werd overigens reeds zo meesterlik l>etoogd in ons blad... We moeten, zolas we hoger schreven, verwijzen naar de ware betekenis der Vlaamse beweging, naar de dracht welke wij Vlamingen er aan geven, en niet naar deze welko vele onzer verkeerd ingelichte Waalse broeders er wanen in te vinden! Laat ons nu, ten slotte, eens even Verriest's woorden zelf wat ontleden. ,,Wij, West-Vlamingen," zou de geesteliko gezegd hebben, ,,zijn brave lieden..." Is zulks niet een behen-dig verwijt jegens de Duitse overrompelaars ? Hij zegt ,,West-Vlamingen", hij laat dus de Oost-Vlamingen, en de andere Viaams-spre-kendo Belgen ter zijdc : bewijs dat hij zicli hier niet als flamingant, doch eerder en vooraj als zielgherdpr fijner. JYeît-Vla miiigcft witte. veraer zou 1113 er aan xoegevoega neoœn: „gelijk overigens aile Neder-Duiteers." Hier stelt hij zich beslist tegenover de Duitsers, welke toch, elkeen weet het, Hoog-Duitsers worden geheten wanneer men, het 00g hou-dencl op de gemcenschappelike stam, mede op de historiese afwijking wijzen wil welke ontstaan is, sinds eeuwen, tussen do Germanen die zich eenerzijds tôt Nederlands en andet-zijds tôt Hoogduits eprekenden hebben ont-wikkeld en twee gans zeifstandigo stammen zijn geworden. Dat het woord je ,,nëerduits" of ,,diets" de beteekenis heeft van ,,VLaams" moet niemand meer ,.diets" gemaakt worden, en allerminst de Nederlanders! Hiermecio denken wij er genoegzaam 00 ge-wezen te hebben, dat de houding van Pastor Verriest niet laakbaar is, zelfs van het nauwst gezet vaderlands standpunt uit en, heel zeker. niet tôt enige gegronde verden-king der Vlaamse Beweging "kan aanleiding geven. JOH. DEMAEGT. Meg een prétest Het betert maar niet in het klein© krin-getjo rijke Belgen, die in de groote steden van Holland goeden .sier inaken, in het openbaar, ©n zich niets aantr©kken van het zware leed dat hun landgenooten drukt. Hollandsche biaden hebben er over gesproken met rechtmatige verontwaardiging en ik herinner mij nog goed d© bij tende cari-catuur, die Louis R-aemaekers hun wijdde in ,,Die Telegraaf". Met moeilijk verkropte spijt, doch met v/aardigheid, hebben Cyriel Buysce eu A. Hans in ,,Dé Telegraaf" hen tôt den plicht teruggeroepen ,daarna André de Ridder in de ,,Viaamsclie Stem". Te oor deelen naar wat wij laatst veriia-men, is liet gedrag van een club je in Den Haag kortweg we©rzinw©kk©nd. Het i3 g©-Jukkig een zeer klein clubje, maar het maàkt^îrabaal voor honderd. En hoe lang-p^ _ hoe meer tasten. zij jaCt'îill.i d'' %"n "de goede faam van onze natie aan. Wij, hun mede-gevlucht© landgenoot©n, hebben wat meer te doen dan ^ns over hun gedrag t© schamen. Wij kunnen niet luide genoeg de stem verheffen om t© verklaren dat wij niet mede verantwoordelijk willen zijn voor hun daden, en dat de Hollanders en de yertegenwoonii.gers van haast aile groote wereld'bladen, die in Den Haag ver-blijven, die zes-à-tien jonge mannen niet moeten beschouwen als de Belgen, die in Holland een veilig en vrij toevluchtoord hebben gezooht. Het is noodig — helaas — dat wij pro-testeeren tegen het gedrag van d© jong© mannen, die beter dan aan den Witten Hoek te fuiven, bij onze jongens aan den Yser zouden staan. Het is onzen plicht.te zeggen, dat Graaf de X., een andere leiding-1 op zich zou moeten nemen dan die van dit dans- en drinikchibje : er is ergens in het Walenland een door den oorlog bekend geworden gemeente, waar de bewoners pijnlijk het bestuur missen van Graaf de X.,' hun burgemeester. Het heeft zijn bélang voor d© reputatie van onze nati© dat wij ail© g©-meensohap looohenen met den jongen hecr S. die berucht geworden is om zijn aan-bellen in de vroege uren aan zijn Hôtel, zelfs zooze©r dat de portier eens, toen een late reiziger om 4 uren aan den ingang schelde, de portier riep : ,,Attendez, Monsieur S., j'arrive de suite!" Wij mogen niet langer zwijgen, als wij; hooren dat drie fijngelcleede heeren uit de groep, ver-leden week, bij 't verlaten van den ,,Rfche'' in de Passage, ta.melijk onzaclit tegen den arm aanliepen van twee deftige dames, omdat, deze het ongeluk hadden Duitsch te spreken onder elkaar. Wij ontzeggen zulken ^heeren" aile recht om, als Belgen en in naam van de Belgen, hun verontwaardiging uit te druk-ken tegen de Dhiitschers — en dan nog op zulke wijze! En wij verzoeken den ITollan-ders en den vreemden, bij het beoordeelen van het Belgisch karakter, niet méér aan-dacht te wijden aan lien als aan zekere in-woonsters van AnWei*pen, di© de Hollandsche regeering goed geacht heeft in een af-zonderlijke afdeeling van het vluchtelin-genoord van Nunspeet t© plaatsen onder strenge bewaking. Wij, Belgen in Holland, yerlangcn méér dan het medelijden voor ons land en onze landgenooten. Het is onze plicht België en de Belgen te doen achten en eerbiedigeiu Dit moeten wij ir. de eerst© plaats berei-ken door ons zelf te doen waardeeren om onze werkelijk beschaafde handelwijze. • In de gegeven on.etandîgheden kan ons gedrag in Holland niet waardig genoeg zijn, en wij moeten ons zelfs in zopvere gereser-veerd houden dat wij onzen afkcor tegen de worgers van onze zelfstandigheid nooit op een onliebbelijke v/ijze uiten, voorai niet in het openbaar. Dit openbaar protest tegen de weinigen, die daaraan te kort komen, — die w©inigen •zijn er nog te veel — mag nog wel eens lienhaald worden : de goede Belgen leven hier stil en van hen merkt men niet veel ;. de enkele anderen lev©n luidruchtig, latèh overal van zich spreken, en zij zijn het die ons, en al onze landgenooten, een slecht© refutatie aan het geven zij 11 de, çpper-vjakkige toeschouwer^ .

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Amsterdam du 1900 au 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes