De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad

755 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1915, 21 Fevrier. De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad. Accès à 22 fevrier 2020, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/3775t3gz8b/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

I gerste daaréattg N°. 21 ssoadaà 21 FebFftarï 1915 s cents DE VLAAMSCHE STEM ALGEMEEN BELGISCH DAGBLAD I Een volk zal niet vergaan ! Eendracht maakt machtl BEDACTIEBUREELi amsterdam _ TELEF00H No. 9922 Noord. De Vlaamsche Stem verschijnl te Amsterdam slken dag des morgens op vier bladzljden, Aboniïementsprys bfl vooraifcbetalmg : voor Holland eu Belm§ lier iaar / 12.50 — per kwartaal / 3.50 — per maand fi.'a. Vocr Engeland en Frankrijk Frs. 27.50 per jaar — Frs. 7.50 per îiirartaal — Frs. 2.75 per mMid. . Hoofdopsteller : Mr. AlBERIK DESWARTE Opstelnaad s CYRIEL BUYSSE - RENE DE CLERCQ - Mr. LODEWIJK DOSFEl, Mr. JAM ESGEN. - ANDRE DE RIDDER Voor ABONNEMENTBN wende men zich tôt de Administratie van ket blad: PALEISSTRAAT 31, AMSTERDAM. Voor AAXKONDIGINGEN wende men zich toi de Firma J, H DE BUSSY, ROKIH 60, AMSTERDAM. A DVEKTENTIES : 25 Cents per regel Kcrte Inhoud. le 1)1 ad zij de: .. * De vliegende Maandag. — Stijn Strcuvel». Klein© Kroniek» 9e bladzijdo: Uit het> Vaderland. De inneming van Antwerpen. Brief nit Antwerpen. Grens-kroniek. . René de Clercq (3) — Gabriel Opdcbiek, 3e bladz ij de: Da Europeeseh© Oorlog. Brieven uit Duitsehland. Telegrammen en berichten. Ingezonden Stukken. bla dz ijde: Het goede recht van Belgiè (3) —Alauwaart, Een .man van goeden wil (S). — BlaALWVOctt Onze geïnterneerden vra-gen. Se Yliegesét lisndig. Oit het Qor&ogsdagboek va» STUN STREUVELS. Zaterdag 2i Augustes. Een fatals dag! 's Morgens zouden da gewone bezigheden hervat worden ware 't niet dat een ongewoon gerucht de aandacht irekt. Ginder benedn den Kluisberg, over lieel de lijn van de Sehelde, gatt et eene itnhoudende rommeling als van sw»ar rotonde voertuigen, maar het houdt aan zon-der onderbreken, altijd even sterk. Met den verrekijkôr merk ik op den steenweg te Avalghem eene drukke beweging, iets dat traag voortsçhuift, zonder einde of begm. Gauw op de fiets en, niettegenstaande aile iraarsehuwing, gaan zien .wat er gaanaô is. Met de eerste klaarte van den dag zijn de troepen die te Avelghem overnacht hebben, reeds vertrokken, maar nu komen er in eéu en denzelfden optocht, altijd maar auaere et nieuwe troepen voorbij i Euiterij, voet-volk, artillerie, ambnlantie en zware motoi-wagens mot allerhande vrachtgoed. Heel die menigte in 't zolfde eentonig grijs, zonder een stipje kleur of flikkering van gouden versiersel. Het doet aan als eene torde stnj-dcrs uit barba arsche tijçlen; met niets van het romantisch-decoratieve waarin men zich een leger voorstelt — wapperende vanen, schitterende kleur en, blanke wapenen en gouden epauletten ! Men krijgt den mdruk dat aile opsmuk en parade hier opzettelijk vcrmeden werd om alleen met wetenschappe-lijke nauwkeuriglieid, datgene aan te wen-den wat voordeelig i» om met modernen zm, het vernielingswerk te gaan oefenen. Pe op-trekkende aoldaten zien er vermoeid uit maar zij zingen op stapmaat liederen met ongewone keelkl&nken. De burgers staan er verpaft op te kijken, getroffen door hefc schouwspel van die ontzaglijke macht uelke vooruitstuwt als een stroom. De kanonneu doen den grond daveren'en de ijzereri ^ais" sons maken een oorverdoovend gedruisch op de kasseien. De optocht duurt aanhouaend voort van 6 ure tôt 11 ure. En men vertelt dat over al de gelijkloopende banen m de zelfde richting, van'weerkanten de Schelde, er e\^enveel ma-nschappen voorbijtrekken. Nadat de laatate soldaat van de gemeente verdwenen is, blijft er onder de bewoners iets als eene bange ontzetting. een gruw, men heeffc er nu eerst eenig besef van wat een leger moet zijn en in 't stille stelt mien de vraag: wat zal er met ons gebeuren als dàt langs hier terugkeert ? ! De stilte van den namiddag vormfc een sfcerk contrast met de drukte en de beroe-rin^ die ik te morgen heb bijgewoond. Ik îât nier voor mijn breed raam dees regelen neer te pennen en overal wa^r ik heen-schouw, vind ik niets dat me eraan herin-nert of eenig teeken heeft achtergelaten. Men moet zich geweld aandoen om te geloo-yen dat hier in de streek een leger voorbij is getrokken of nog kan voorbijtrekken. De ambachtslieden die erop uit zijn Maandag te vieren en overal eene gelegenheid zien om van hun werk af te blijven, betreuren het dat er in den namiddag niets te beki^ken vajt. Ik ben de dingen nog aan 't bemijme-ren als mijne aandacht gewekt wordt door eenige menschen die ginder ver, den berg te Tiegnem beneden komen gestormd. Even-gauw komen er nog andere, langs aile wegen en wegeltjes die den berg neerloopen, uit de richting van Avelghem en Waermaerde, die ook vluchten, voorbij, in westelijke richting. Er moet ginder iets gaande zijn. Op de velden zie ik de landlieden stan 't werk die in der haast een woord vernemen van de vluchtelingen, hun gereedscha^) neer-werpen en ook aan 't loopen gaan. Er moet voorzeker iets gebeurd zijn ! ik kom buiten en roep op een meisje die ook het werk heeft laten steken en naar huis loopt. Zonder in te houden schreeuwt ze zoo hard als 't maar kan: ,,A1 de mannen van 18 tôt 50 jaar worden opgepakt en moeten me» gaan vech-ten met de Duitschers ! ' ' Mijn eerste gevoel is om hartelijk te lachen; wie mag er die formidabele klucht uitgevonden hebbenîl Ik kûer, je-eer bij mijQ venster ien zie: de boevers laten paarden en ploeg in den brand en' loopen barvoets over stukken en velden 't land af. Altijd nieuwe vluchters komen uit de zelfde richting en verdwijnen west-waards. Ik spoed mij naar''t dorp om er meer van te vernemen. Hier echter is 't al op zijn ergst! Ik zie niets dan huilende vrouwen die hun man aanzetten om gauw te vluchten en het eenbaarlijk gekerm met de herhaalde klacht: „Ze nemen iedereen meê!" Ik tracht om van iemand juist be-scheid te krijgen, ik lach hen uit, maar het pakt niet en men bekijkt mij alsof ik zot was en op ongelegen stond met kluchten af-kom. Er wordt geld gegeven en eten inge-pakt, haastig afscheid genomen en het hui-len en jammerklagen herneemt. Soinmige jonggehuwde vrouwen vallen in bezv/ijming; mannen bij wie de schrik in de beenen zinkt en niet weg kunnen, sfeoppen zich in bed en gebaren zich ziek en stervende ! Kom, dat moet ophouden of er zullen on-gelukken gebeuren ! Ik vermoed dat eenige dronkaards te Eugge, misschien iets ver-keerds gedaan hebben en dat de soldaten om zich te wreken, er een aantal hebben méegenomen ? Eene algemeene lichting van mannen tusschen 18 en 50 jaar 't is onmo-gelijk en te zot om te gelooven ! En toch krijg ik iets als een schok in 't gemoed — als het toch waar-was?! kon men iets gru-welijker uitdenken dan ons, weerlooze meu-schen, gebouden meê te nemen om op ons eigen volk te gaan schieten ? ! Men gelooft het niefc en tocli staat men er verpaft en ver-gruwd bij. Zoolang het maar ,,gezegd" werd, slaat het niet in, maar 't ,,zien" van heel de bevolking die op de vlucht gaat, maakt een verschrikkelijken indruk. Ik spreek nog altijd mijn twijfel uit om me-zelf en de omstaanders te overtuigen dat 't strijdt tegen het volkenrecht, dat 't onuit-voerbaar is... enz. Maar de menschen gelooven niet ^ :eer aan 't- geen rerht of^on-recht heet — ze hebben gehoorcî dat allés mogelijk en ailes toegelaten is. De pâstor, de burgemeester, de dokter, aï de notabelen staan om 't even verslagen en besluiteloos — gereed ook om maatrege-len te nemen en zich niet te laten pakken ! Ge moet de wezens zien van de anders on-verroerbare kalme menschen ! Dat het nù juist gebeurt als te morgen dat leger voorbij is gegaan, versterkt bij sommigen nog de waarschijnlijkheid van het akelige nieuws Langs de straat ontmoet ik eene vrouw met twee Idnderen die van Avelghem komt — zij moet et dus ailes van weten, want van ginder uit is de vlucht begonnen! — ,,Zie, mijnheer,M zegt ze kermend, ,,ik moet het niet erger maken dan het is — maar, de vader van dien kna-ap hier, is uit de handen der soldaten gevlucht, ze wilden de jongens ook meenemen, en ik ben er mee weggeloo-pen ! Twee mannen zijn reeds voor den kop geschoten omdat ze niet mee wilden en waar de mannen weggevlucht zijn, vermoor-den ze wijf en kinderen!" Ja, dan zijn we er voorzeker allemaal aan ! Een andere komt bij en vertelt dat men benden mannen ge-zien heeft aaneengebonden met ketenen! ,,Vlucht, vlucht !" wordt er langs aile kan-ten geroepen. Ik neem een besluit; er is niets anders te doen dan haastig naar Kort-rijk te rijden om inlichtingen. We zitten hier in een verlaten hoek waar de wereld vergaan kan zonder wij er iets van te weten komen. Daar zal ik de waarheid vernemen en desnoods de overheid verwittigen dat ze maatregelen voorschrijve. In een uur ben ik terug om den menschen gerust te stellen. Is er waarlijk gevaar, ik ben in elk geval uit de greep. Ik zet uit en al wie nog geble-ven is ,meent nu dat het ernstig wordt en gaat ook aan :t loopen. Enkele jonge kerels verstoutten zich om met hun fiets tusschen de beenen, op den steenweg te wachten... tôt ze de Duitschers zien afkomen. De groo-tc menigte is echter sedert lang verdwenen. Overal waar ik voorbij kom, zie ik over 't blakke land, kerels aan 't loopen en peerden die alleen gelaten, op het veld staan. Ik vind langs den steenweg een groepje vrou-vren aan 't praten, die me waarschuwen. Aan. 't barreel van den ijzerenweg die dwars over de straat .loopt, staan twee Tjlah-nonr de eene te peerd, de andere te voet. Eene vrouw beweert dat ze daar waoht houden en niemand doorlaten, -— dat de eene in Vichte zijn peerd van onder zich werd doodgeschoten en hij daar staat om een fiets te bemachtigen. Ik voel weinig lust om hem don mijne. af te leveren; liet te wagen daar door te komen ware gevaarlijk — dan maar de reis naar Kortrijk opgeven en afwachten wat er van komt. Teruggkeerd zie ik mets dan ontstelde vrouwen, geen enkele weerbare man is nog op 't dorp, er zijn nog geen Duitschers geweest om iemand te pakken ! Eene vrouw beweert dat het leger in Doornijk en ^ Mons terugge-slagen is en dat ze om zich te wreken, al het volk hier meenemen om vooraan in hunne rangen te plaatsen. De nieuwsbladen hebben inderdaad meor van zulke handeling gesproken... en het kanon buldert inderdaad in de aangewezen richting! Men mag zich dus aan het ergste verwachten, en die weg-gevlucht zijn, hebben misschien geen onge-lijk ! ? Er volgen drie voile uren van onzeker-heid en bange afwachting. Ik mag zeggen dat het de ergste waren die ik ooit beleefd heb! Elken voorbijganger (die zeldzaam werden als. een wonder) werd aangesproken eu »itgeyraeig4 altijd luiden de berich' ten tegenstrijdig — 't zijn allen menschen die beweren het gevaar te ontvluchten. Langs den steenweg is er nog altijd niets te bespeuren. Terwijl ik thuiszit, wordt er echter op I de dorpsplaats verteld dat de soldaten bij ! mij opzoekingen doen om mij te vangen! : Drie heeren in burgerkleedij komen aange- | stapt; een van de drie houdt een wit ding j in de hand — 't geen aanzien wordt als eene lijst om de namen op te nemen. Het zijn beambten ! Het blijken echter ook vluchtelingen te zijn en het witte ding is een ; zakdoek, waarmede de heer zijn zweet af-droogt! Eindelijk, tegen den avond, komt een kerel die opzettelijk is gaan zien naar Avelghem om bescheid. — jjZie, mijnheer," zegt hij, ,,ik waagde er niet veel bij en wilde weten of 't waar was 't geen men overal vertelt — en er is niets van ! De soldaten zitten er zelf verlegen mede dat iedereen alzoo op de vlucht gaat. Ze roepen en wenken de menschen terug, maar dan loopen ze nog veel harder. Er is absoluut niemand mee-genomen met 't leger, tenzij drie dronken steenbakkers die de soldaten bespot had-den. Ze hebben ze aile drie gebouden en doen voorop gaan, eenige uren ver, tôt ze nuchter geworden waren. Maar overal waar men die mannen heeft zien opstappen is er schrik ingekomen en 't nieuws heeft zich alzoo verspreid." Er valt mij een zwaren last van 't gemoed en we halen diep adem om den angst wevg te blazen. Eindelijk hebben we zekerheid en we gaan naar 't dorp om 't nieuws te ver-kondigen en er 't uitwerksel van te^ zien. Van aile kanten komen er mannen te voor-schijn — als mollen uit den grond beginnen ze op te duiken ! Gelukkiglijk is 't reeds zoo-ver donker dat men hunne vrees en schaam-te niet meer merken kan. Nu reeds wil niemand geweten hebben of bekennen dat hij battg is geweest. Velen beproeven het ù. loochenen dat ze gevlucht zijn ! Nood en vreugde zijn twee dingen die menschen samen brengen; men moet zijn gemoed lucht geven, zij ne aandoeningen me-dedeelen. Tôt laat in den avond was er ver- fadering voor de deur vau /t gemeeiitehuis. 'arochianen die anders no'oit uitkijken als er op straat iets gebeurt, komen nu ook bij. Er is eene algemeene ontspanning onder de menigte. Het tragische is geweken en het comische komt in de plaats. Langs aile kanten worden boden uitgezonden om de vluchters te roepen en de boden komen terug met de mare: dat 't meerendeel zich gescholen houdt in de bosschen zonder 't goede nieuws te willen gelooven. 5)Gij zijfc een jonge guit", hadden ze gezegd,. ,,ge wilt ons vasthebben; de notaris is een gedaagde man en die is nog verderop!" Anderen die terugkeeren, vertellen de gekste gebeurte-nissen. In de aardappelvelden, in de beeten, in de grachten overal, maar bijzonderlijk in de bosschen krielt het van menschen ! En men hoort er geen takje ritselen, zoo stil houden zij zich! Anderen hebben eene schuilplaats gezocht in de koornschooven op 't veld en zullen daar den nacht overbren-gen. 't Slechtst staat het met dezen die per fiets weggevlucht zijn — men kan ze niet in-halen en de vrees loopt dat er wel zijn die zich in hunnen angst bij 't Fransche leger zullen aangemeld hebben als vrijwilliger ! Altijd nieuwe voorvallen komen aan den dag en men heeft er een wreed behagen in de stoffers en stouteriks te beschamen. Veld-wachters, schoolmeesters, pastors en kosters — al wie 't voorbeeld moeten geven van be-daardheid, hebben zich laten vangen door vrees. Men noemt ze bij naam dezen die zich in den aalkelder hebben gestopt, in waterlei-dingen waar de ratten over hun wezen lie-pen zonder dat men zich roeren kon ! Men vertelt van iemand die zich in eene kast heeft laten nagelen; anderen zijn op den loop gegaan met eene hesp en een brood aan den hais. Een boerenzoon heeft den koffer ingestampt om aan geld te kunnen. Een boer heeft zich in een bussel stroo doen bin-den en omdat hij zich nog onveilig waande, zoo aaii 't loopen gegaan! Een voorname heer van 't dorp heeft zich onder een asch-hoop begraven, denkende dat niemand het wist... en nu heeft zijn meid het uitge-bracht! Het is zonder einde en lang nog weerklinkt het onbedaarlijk lachen onder de aanwezigen. En toch blijft er, diep in 't gemoed iets over van den gruw; men voelt zich alsof men lang en zenuwachtig geweeud heeft, — geschokt vanbinnen. Men mag wel gerustgesteld zijn, er blijft toch een akelig gevoel. Ons gemoed is als een watervlak, als er een steen in geworpen werd, moet het zijn tijd duren eer de rimpeling is uitge-krinkeld en 't oppervlak weer rustig wordt. De slaap zal nu wel ailes in orde brengen. 25 Augustus. Er is geen speur van beroering meer in de lucht en de nieuwe dag is vol zonnesçhijn. Enkele vluchtelingen die in de bosschen of op 't veld vernacnt hebben, komen stil en ! beteuterd naar huis, bang dat iemand hen ' zien zal. Zoo komt onzen bejaarde notaris terug, steekt zijn hoofd achter 't hoekje, dwarst in drie schréden de straat en wipt binnén. En toch heeft het iemand gezien ! Kwâtongeu die met hem gevlucht zijn, vertellen verder bovendien, dat hij op zijn tocht aangesproken iwerd door ©en§ jvroiiw die haar verwondering wilde betuigen. ,,Maar I meneer toch, aan uwen ouderdom is 't im- j mers niet noodig te vluchten ?" Waarop hij | zou geantwoord hebben : 't En staat op mijn aangezicht niet geschreven !" Als hij aan het uitemde van een bosch gekomen, weer in 't open veld stond, zuchtte hij, keek rond en zegde: ,,En waar nù naartoe?!" Dat woord zal historisch blijven op de gemeente ! 't Is 't moment nu om op nieuws uit te gaan en te vernemen wat er op de omliggen-de gemeenten is gebeurd! Bij nader onder-zoek echter, schijnt het geval ontzettende afmetingen genomen te hebben. 't Gerucht is ontstaan, men weet nog niet goed op welke plaats en het loopt nu nog, als eene vuur-streep voort, altijd voort! Waar er tien vluchtelingen aankomen, drijven zij er hon-derd mede en het breidt zich altijd uit. Hier ' i op de streek heeft men zich bijzonder ver-i scholen in de bosschen van Worteghem en Wareghem.Hoe spijtig dat ik dien nacht niet heb kunnen meemaken onder de tronken — daar moet iets te vernemen geweest zijn ! Velen ook hebben in de schooven geslapen en in de beetvelden. De drang naar.behoud uitte zich juist gelijk bij eene schipbreuk. Er zijn gevallen waar men gevochten heeft om éene schuilplaats en wel om die schuilplaats voor zich alleen te behouden ! Of het lielpen zou met zich te verduiken, daar dacht niemand aan; men gaf enlcel toe aan de spontané vrees en zocht zich onvindbaar te maken. Op jgroote gemeenten, waar er geen kwestie was van vluchten, heeft men zich bij benden in de beek gaan verduiken en lisch en riet over 't hoofd getrokken ! In beirput-ten, onder mest, houtmijten en stroo; de duikers en waterleiding zaten opgepropt zoo-dat er geen enkele meer bij kon. In de fa-'briekschouwen zaten menschen de een bo-ven de anderen, en, — o wonder ! — op rang en stand werd geen acht meer gegeven; heeren en bazen betwistten te vergëefs eene goede schuilplaats met hun eigen werk volk. t Wordt, uit de hoogte beschouwd, eene ge-beurtenis van belang en de Vlaming, die voor ailes gauw een naam weet, heet het: de Vliegende Maandag. Wat een prachtig on-derwerp, voor een Breughel om zooiets, met al zijn bijzonderheden uit te voeren in een weidsch panorama ! Wij zullen er in aile gevallen nog langen tijd over hooren. In den namiddag zitten wij, met eenige geburen, op onzen observatiepost. Dat is eene verheven-heid hierover 't huis, waar wij heel de streek overschouwen, tôt boven Doornijk en waar men nu heel goed, in die richting, de kanon-slagen hoort. Het leger dat we hebben zien optrekken, is er reeds aan 't vechten. Die zware slagen wekken nu een vreemd gevoel van ontzetting. Omdafc wij echter nooit kanonschoten hoorden tenzij bij feestelijk-heden moeten wij ons geweld aandoen om die verbinding van gedachten los te krij-gen en er het tragische voor in de plaats stellen. 't Gevaar van oorlog voor deze streek hier, schijnt geweken en de menschen beginnen weer vrij te ademen. 26 Augustus. Vandaag reeds worden wij uitwerksels ge-waarvan 'tgeen erin 'tZuiden aan gangis. Heele benden vluchtelingen komen naar onze streek over. Nu zijn 't geen mannen gedre-ven door een valsch gerucht, 't zijn heele huisgezinnen — vrouwen met kinderen, zwaar beladen met al hun gerief. Wagentjes, sjezen, rijtuigen, karren, van ailes. Ik heb een man aangesproken die van Blandin komt, uit de Walenstreek, met eene drie-wielkar waar twee koetjes aan gespannen zijn en waarop zijn vrouw en kinderen zitten met heel hun huisraad. 't Gelijkt eene van die bonté op toch ten gelijk wij er afgebeeld gezien hebben— zichten uit den Balkanoorlog. Om 't geVoel nog el-lendiger te maken, is 't weder omgeslagen en begint het te regenen. Ik krijg lust om naar Kortrijk te gaan zien wat daar gebeurt. Onderweg word ik gewaar, door plakbrie-ven die overal uithangen, dat het op doods-gevaar verboden is zich per fiets langs de baan te begeven! Ba ! zou 't wel zoo erg gemeend zijn? Ik rijd maar door en merk inderdaad dat de menschen mij overal vreemd bezien. ,,'t Is een Duitsch!" hoor ik achter den rug. Geen enkele fietser te zien ! Ik rijd toch door; ontmoet geen soldaten; niets dan lijnvisschers langs de vaart. Kortrijk is doodsch en verlaten; alhoewel hier nog geen Duitschers in de stad kwamen, schijnen de menschen bevreesd en ongerust alsof er iets ophanden ware. Ik spreek enk&le vrien-den, schaf mij de dagbladen aan die er te krijgen zijn en waag den terugtocht... op gevaar van omver geschoten te wordën ! Het regenweer wékt een treurig gevoel met de vrees voor een winter vol rampen en ellende. De beroering begint van haar romantisme te verliezen. Over 't geval van den Vliegendeu Maandag komen nog altijd nieuwe bijzonderheden. Nu weet men stellig te verzekeren dat 't gerucht ontstaan is te Denderleeuw, waar inderdaad enkele mannen door Duit-sche troepen werden medegenomen. Vandaar heeft de paniek zich langs hier uitgebreid en gister nog, was men aan 't loopen langs de streek van Dottignies, St. Leger, Her-seaux! Vluchtelingen zijn aangekomen te Avelghem waar zij vernemen konden: dat de rampmare haren ringloop genomen had en l eip(Jigen kwam bij 't begin.î Kleine Kroniek. Belgisohe Oorlogsgeest. Een van onze vrienden vertelt ons zijne ontmoeting met een Duitsch soldaat in een koffiehuis.., De soldaat sprak een onberis-pelijk Eran'sch... ,,Quoiqu'il arrive, Monsieur, nous gagnons la guerre...'' De Ant-werpenaar verwonderd: ,,Gelooft u dan niet aan de mogelijkheid van de overwinning der verbondenen?".^ ,,Ja, wel... maar 't geeft niet... we winnen den oorlog toch... want ik ben Alsacien.», winnen de Fransche, dan wint ons vroeger vaderland —ons liefst-e — winnen de Duitschers, dan wint ons tegen-woordig valerland... en dan moeten we maar berusten...}\ Maar hij voegde er aan toe: „Is se garderont bien de nous en-, voyer au front contre la France, car ils savent que nous ficherons le camp..." Het schijnt dat een groot gedeelte van 3iet rus-tend garnizoen van Antwerpen thans uit Lorreinsche en Elzasiaansche troepen be-staat...,Een paar andere Fransche woordspelin-gen, die ie Brussel van mond tôt mond gaan. Dit is de eei*ste, in omioop sedert de Duitschers het standbeeld van Ferrer van het vœtstuk vei^vijderden : ,,Ils ont Ferrer, mais pas l'User".... Een vraag : ,,Welk is het verschil tusschen Zeebrugge en eene Duitsche vrouw?" Het antwoord luidt (heel bizonder vinden we het nu niet...) : ,,C'est que Zeebrugge est un port de mer et une Allemand© une mère de porc...'' In Antwerpen gaan de jonge straatben-gels voort met, in stille straatjes, wanneer er geene Duitschers in 't verschiet zijn, te zingen : ,,Nog Iie\rer dood dan Duitsch...'' Op het getoeter van de auto-fluiten hebben de burgers een refreintje gemaakt: .^Paris—Berlin, Paris—Berlin, pas pour longtemps, pas pour toujours... enz.", waarvan tekst en muziek ons eerlang zullen geworden.De Sinjoren vertellen eindelijk, in ver-trouwen, dat de Duitsche soldaten geene TJzeren kruisen meer dragen, maar het kruis van de User.... De lijst blijft open... Wie kent meer ver-haaltjes ? Toutoonsche Oorlogsoverpeinzingen. Gek, dat onze oorîogsbrooddronkenheid ons eigen volk meer verontrust dan de andere naties ! Onze groote geleerden, die nooit aan geestes-nitputting lijden, zoeken volijveiig naar de mid-delen om van de kwestie van het oorlogsbrood een oorlogsbroodwinning te maken. Wij moeten maatregelen treffen om, in ver-band met de digestieve uitvrerking van ons oorlogsbrood, ons een geregelden toevoer van wonderolie te verzekeren. Zelfkennis. Het Berlijnsche orgaan ,,Die Wahrheit" — welk een verwaten titel, niet? — raast als volgt : ,,Alwie de mogelijkheid zou durven opwer-pen om Engeland te vergeven wat het gedaan heeft, moet beschouwd worden als een verrader en als zoodanig worden behandeld. Een staat en een volk, nan wio hun politiek van geweld de vermetelheid geeft om het recht van souve-reiniteit over de aarde op te eischen, behooren niet tôt degenen, met wie men kan discussiee-ren. De eenige argumenten, die zij begrijpen, zijn die van de kracht en het geweld." Ei, ei ! ziet. ,,Die Wahrheit" weleens haar spiegelbeeld ? Eon neutraal oordeel over het Wolff-bureau. De ,,N. Ct." in zijne algemeene beschou-wingen over den oorlog, is het niet geheel en al cens met de inlichtingen door Wolff verstrekt : Wij hebben pas ervaren, dat men ook met Wolff voorzichtig moet zijn: het berichtje van dit agentschap, dat de schepen van de Harwich-lijn, alias van de Great Eastern, met Nederlandsche kleuren zouden worden overschilderd, eu dat door het Wolff-bureau als komende uit betrouwbare bron, in de Duit-sche pers wordt verspreid, bleek, al-thans voor zoover de te Rotterdam liggende schepen dier Engelsch-Nederlandsche stoom-vaartmaatscbappij betreffc, onwaar. Over het algemeen toont het Reuter-bureau wat meer handigheid ; zoo b.v. heeft dit de Duitsche zwaar gewonden die geruild zouden worden, voor hun vertrek uit Engeland gepolst over de behandeling, welke zij in Engeland hadden ondervonden, waarover zij zeer tevreden waren. Wolff verzuimde dit ten aanzien van de Engelsche gewonden."Minister Poullet, De te 's-Gravonhage vortoevende Belgische Minister van ondorwijs en van sekoone kun-sten Poullet, heeft gisteren een bezoek afge-legd bij Minister Cort van der Linden, in diens kbmet. Do Belgische gezant, baron Fa-lon, stêlde den heer. Poullet aan den Minister jjoor. Vroeger en nu. In de Dcutscher imûrier, een blad uit Berljjn, lezen wij ànummer van 2 Februari) het volgen-de over de verhouding van de Duitsche kolonie iu ouze stad in voeger tijd tegenover de Ylaani-sche bevolking van Antwerpen : ..De betrekkingen tusschen Vlamingen eu Duitschers, zelfs te Antwerpen, waar eene tal-rijke en rijke Duitsche kolonie bestond, waren niet enkel nul, maar zelfs stonden zij bijna vijandig tegenover elkaar ; de rijke Duitôche kooplieden verkeerden in hun ^ezelligen om-gang slechts tôt de franschgezindo hoogere bur-gerij, die de Vlaamsche taal enkel goed achtte voor hunne koetsiers en andere dienstbodeu, voor groenseliei-s en dokwerkers, zelfs ontzagen sommigen het zich niet, een Fransche theater, dat geslaolit werd om in Antwerpen den Fran-schen invloed te bevorderen en den Duitschen invloed te bevorderen en den Duitschen invioed te bestrijden, met aanzienlijke soramen geld te ondersteunen." De Duitsche scîiool, die van liet ministerie van buitenlandsche zaken afhangt besteedde destijds in de vijfde ldas wél twee uren in do week aan de Nederlandsche taal en letterkunde". Volgens de bekentenis van dife Berlijner blad .stonden dus de voorname Duitschers en de Vlamingen alhier voor den oorlog bijna vijandig tegenover elkaar ; in aile geval, volslagen onvriendelijk. Het is bijgevolg onzinnig te beweren dat voor den oorlog, buiten een paar uitzonderingen, die men op de vingers vaii ééne hand kan tel-len, er hier aan pangermanism werd gedaan ; immers, er was nooit voeling, nooit oSigang van de Vlamingen met de Duitschers. Het hooger genoemde blad hoopt nu wel dat dit ailes uit zal zijn, dat men rekening zal houden met liet ontwaken van het Vlaamsche volk en dat men, om te beginnen, al de wetten voor het gerecht, voor het onderwijs, voor het be-stuur, enz., zal toepassen. Maar het ziet er niet uit, alsof die lioop op een rote gebouwd is. Inderdaad, hoe para-doxaal het ook schijne, onder oogpunt van eev-biediging der rechten van het Vlaamsche volk, heeft de bezettiiig niets \eranderd aan den toestand, waarover wij vroeaer te klagen had» den. Of kregen de staatsambtena»en onlangs geen Duitecli-Fransche-formuIen te ondertec-kenen, waarop 't Vlaamsch gebannen was? Gelukkig uaren er hier in onze stad nog Vlamingen, die stambewustzijn genoeg bezaten, om deze stukken niet te willen onderteekenen, dan nadat ook de rechten van hun moedertaal waren erkend. Eene andere miskenning, die de Vlamingen moet krenken, kan men thans openbaar lezen op een aanplakkingsbiljet tegenover het pro-vinciaal paleis, in den vorni van een bericht, dat het postverkeer met Duitschland en Luxemburg regelt. De briefwisseling moet in het Duitsch of in 't Fransch geschieden! Onze taal, die eens door Grimm en Hoffmaiir von Fallersieben zoo hoog gepre^en werd, de taal Tan 4{- millioen Vlamingen, wordt dus een-voudig uitgesloten. Ge ziet, zooals het vroeger was vôor den oorlog, zoo is het nu onder de bezetting; maar dat zal geen enkel van die heeren VJaamschlia-ters aan de Amstel, aan de Theems of waar ook beletten van achter onzen rug, geheim en be- dektelijk, rond te loopen om te zeggen dat de flaminganten aanspannen met de Duitschers ! ! ! Wat ons volk betrert, het moet vooral reke-nen op zich zelf, zooals overigens Van over eeuwen onze voorouders dit reeds inzagen, ge-» tuige hunne letis : Help u Zelf ! Gelukkig zijn de Vlamingen meer dan ooit besloten een zelfstandig volk te blijven, dat is met eigen taal en eigen beschaving te leveu, zonder iemand last aan te doen, maar ook van niemand last te dulden. Nu noch nimrner zal het iemand ^lukken het kloeke ras te vernietigen waarïiîî Rubens en Van Dijck en zoo veel groote mannen zijn ge-sproten.En, zoo gansch onze Vlaamsche Lccuw klinkt als een profecij. nergens klinkt dat meer, dan daar waar het luidt ; De tijd verslindt de stcdcn, Grxn tronen blijven staan. De legerbanden sneven; Een volk zal nooit vergaan! Het K-brood maakt ziek! De ..Berliner Lokalanzeiger" schrijft: ,,Duitschland is plotseling1 een land gewoi^ den, waarvan een groot aantal inwoners lijden aan spijsverterings- en zenuwziekten. Met andere woôrden: die lieden vragen aan hun ge-neesheeren, hun recepten te willen afgeven, waarin hun aanbevolen wordt, wit brood te eten. Zij handelen zoo om het weinig smakelijke oorlogsbrood te vermijden, en nien begrijpt, dat die handelwijze niet wordt goedgekeurd door de hooge overheid." Het valt ons wel een beetje tegen, dat bij sommige Germanen do maag een rem iè voor do vaderlandsliefde. Wij dachten ons de ,,Kul-tus''-menschen onstoffelijker. Ook in dit opzicht is het echter ,,Wahn, Wahn, Wabn!' Zie onze telegrammen en laatste legerberiehien op de derde bladzijde.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Amsterdam du 1900 au 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes