De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad

352427 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1915, 28 Août. De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad. Accès à 25 novembre 2020, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/gb1xd0rz78/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

I rafste Jaargang NO. 2GO Zaterdag, 28 Augustus 191S S Cens DE VLAANISCHE STEM tfju volk zal niet vergaanl ALGEMEEN BELGISCH DAGBLAD Eendracht maakt macht REDACTIE- EN ADMINISTRATIEBUREELEHt KALVERSTRAAT 64, bovsnfiuis, AMSTERDAM. Telefoon No. 9922 Noord. Onder leiding van •' RENE DE CLERCQ en Dr. A. JACOB. ABONNEMENTbPKIJS (by vooruitbetaling): Voor Nederltmd per jaar gld. 6.50 — per kwartaal gld. 1.75 — per maand gld. 0.75. Voor België, Engeland, Fnmkruk en andere landen dezelfde pr|jzen, met verhooging van verzendingskosten (2W «eut per nummer), A D VEKTENTIES : 20 Cent per regel. liMtijig Vluidirei. « ùirenstanders van het Vlaamsclie Ln brengen ter verdediging van hun «ndpunt vaak.het aan de geschiédems rrfeende argument naar voren, dat Vlaan-1 van af de middeleeuwen reeds een i:L]i<r land wà's. Hierbij steunen zij ; '■ op de historische werken van prof. •Jth, .uit Luik, en prof. Pirenne, uit Een diepgaande en veelzijdige kritiek deze stelling is door de Vlamingen tôt : r toe niet geleverd. Wel legde de ge-e°rde jezuïét dr. D. A. Stracke de snltaten van zijn onderzoek van dit j Lstuk 'neer in een merkwaardige bro- , BIJ' ,Was Vlaanderen altijd tweetalig aïs £ Maar een wetenscliappelijke studie, e bewijaôn plaatst tegenover bewijzen en . «nneu tegenover bronnen, bezitten wij Ltef Stracke begint zijn studie met te j «h op de eenzijdigheid waannede de Bel- éo bistorici het vraagstuk zijn genaderd: ] Jet vil mij voorstaan", schrijft hij, ,,dat ze treschiedkundigen tôt het oplossen dier ] àtaae vraag al te zeer de oorkondelijke , îrijzen, of de officieele en quasi-officieele sien'van het vroegere leven in Tlaan- ren, zijn te rade gegaan. Is dat niet ver- < srd'lMoest men nu nog.zoo handelen, men ivçorzeker van den taaltoestand in Zuid- derland een karikatuur, volstrekt geerr j M, ont-werpen. Dit zich vergissen is wel- ; lit nog meer te duchten, als het de mid- < eeuwen geldt, eenvoudig, omdat toen het - •cieele.lèven 'niet zoo diep ingreep in het ] i^lijke, en. het huiselijke meer wars bleek i het bestuurlijke. Het eene kon Fransch. . i, het private doorvlaamsch, en alhoewel ; laatste, gedeeltelijk bij rnachte was çm -, noodigo, opgelegde, openbare uitingen in { ; Fransch zijn zaken te beredderen, eens } âch zelven teruggekeerd, kon het door £ tuurlijke zwaartekracht zijn aloùd ka- iter ongeschonden bewaren. < Daarenboven, het geval en den toestand \ ! enkele personen en zaken door de ge- t liedenis geboekt, op de groote massa, die « a geschiedenis heeft, als toepasséîijk be- < «en, is, inzonderheid voor de middel- < iwen en in deze kwestie, een niet te wet- i en overgang. • < iVare het wetenschappelijk, en tegenover -, ke verdienstvolle geleerden geene oneer- ( digheid, &an zou men wel eens op de ver- -, king ingaan om volgende omzetting van ] une gegevens te wagen. 1 tfeem eenvoudig als thesis het tegenover- < telde standpunt: Vlaanderen was niet ] $talig als nu; voer als bewijzen aan de < ten door h,un als bez war&i, (maar be- iren die wel te verklaren zijn) erkend, y er eenige andere, of vele aan toe, die < verzwegen of niet k end en, vat hurme be- ( m als bezxvartn op die ge ook wel ver- : art, en... Wie de hier bèdoelde hoofd- j ikeu uit prof. Pirenne's boek met aan- it heeft gelezen weet dat dit procédé er \ t z^o dom zou uitzien, vermits 'n oplet-de lezer er meer dan één onopgelost raa^d-in vond, of wel eens op 'n tegenstrijdig-d Wam te stooten. Eén voorbeeld: de ^gere adel had sedert de XlI-XIIIe eeuw ; Fransch als tweede, welhaast als over- . L'cnde, ja als nitslui'telijke omgangstaal kozen, en in de XVI-XVIIe stuurt die-fde adel nog altijd zijn kinderon naar ankrijk of Wallonië om er Fransch te lee- i. Geen spitsvondigheden a. u. b. ! maar, ^ , heeft die uitwijkingn w no-g reden van ^ !aan in Vlaanderen ? Waarom toen wel ? ^ 3aarom geloof ik, dat men eerst en voor al letterkimdige béscheiden had moeten ? lervragen om 'n juisten kijk op den toe- L nd te hebben. Dâârin spreekt het huise- | :leven, het echte leven, het geest- en har- '~en zich uit en zet het zijn wezenstrek- ^ i in 't licht. Hoe ovértiiigend ook de ge- ^ eus schijnen die de politische geschiede-^orschers hebben aangebracht, toch zal ereen inzien dat, komen ze te staan tegen- G r andere bescheiden van doorslaander ge- ^ kt, men naar 'n andere verklaring voor «erste moet uitzien. . _ ^ h ecbter zal de literatuurgeschiedenis, eerst en voor al beschavingsgeschiedenis ° ^ wel halen kunnén'bij andere bewij- i als er '11 taalkwestie wordt besproken. v ^arom juist valt het te betreuren, dat v studie onzer middeleeuwsche letteren in- ^ derheid erg achterlijk is gebleven; wij l&6n nog altijd geen omvattende studie c 1 dicht en proza, als spiegel van de vroeg- 0 ontwikkeling der lage landen bij de zee. 8 ■ût. hoe verdienstelijk de werken van d '-ff en Te "Winkel ook wezen, niemand zal ° ^nnen dat ze van uit 'n Noordneder- g ^h standpunt geschreven, menif/e 11 eeva voorstelling bepleiten, en in d 6 chronologie en bronnenstudie blijven de ^ ^ewichtdgste vragen voor de XII©— $ lie ^uw onopgelost (ik erken gereedelijk z 1 ^ ingewikkeld zijn, en eenige althans k 'plosbaar misschien), of op Jonkbloedt's t re van toereikend gezag overgeleverd. v die geschiedenis, hoe gebrekkig a l5°s reeds enkele resultaten aan de hand 0 radicale stelling: in Vlaanderen heb- g 1 de ontwikkelde standen van af de XHIe z n nationale talen bezeten^, cp zijn s' ^ gesproken, een gevoeligen knak z * ; °!e van deze. puntem worden vervol- 0 X °°r ^en schrijver naar voren gebracht : v t e r s t e: Hoe komt lp.et dan, dat v dier ontwikkelde mensohen z nrJranschsprekende, geen of bij n^, k Uanisch kennende heerschers, met 1 * e,riand voor ^un gewrochten den hoo- t ii ^ f^er€in adel, de rijkgeworden bur- c i V i i ?roo^s^e deel der g^eetelijkheid) 11 1 i n^wnand dier ontwikkel- v lat^ ge\raagd heeft om in het s k hôâTfT werk te scheppen, I W a^id in ^anden liet yan a anderrassige menschen? Daartegenover: Uendrik van V«ldeke, Hadewych van Ant-werpen, Willem bastaard der Berthouts, Clnes van Haerlem, zijn namen van adelige leibterkundigen uit de XlIIe eeuw; en is de lijst daarmee ten einde 1 Eén ding had iie verfranschte adel toch niet vergeten, dat was, te bidden in het Diet-scli, als hon-ierden gotijdenboekeai ons l^feren uit de XIVe eeuw. Ten tweede; Heel onze geeste-.ijke literatuur: epische, lyrische en iidactieohe i6 Vlaamsoh, buiten en ^innen het klooster; kltiostei-s ecliter wa-:en vol van jonkers en juffers: Inzonderheid moet het bevreemdeii dat 4e adelige dames van dien tijd, na dus voorzeker eon ver-ranschte opVoeding te hebben genoten, zoo-Jra ze aan godsvrucht vôor zich of voor tandverwanten gaan doen, naar het Dietsch jrijpen om in heerlijke taal hun h art en âel uit te zingen. Ten d e r d e: Onze didactische wereld-;che let'terkunde die zieh toch niet richten con van af de XlIIe eeuiw tôt handwerkera }f boeren, althans niet hoofdzakelijk, is Dietsch, en de kostbare lijvige handschrif->en waren t-och wel tehuis in steenen van )atriciers. Heeffc men vele Frœn.sche hand-ichriften ontdekt, die aan Vlaamsche edel-ieden der XlIIe'of XIVe eeuw toeibehoor-ien, of Aisschien toch in Vlaanderen ge-icihreven zijn? Ten vierd œ Onze epische ridder-^oezie is grootendeels door menestreelen geschreven in de Xlle en de eerste helft der £IIIe eeuw, en (altlians volgens zekere, of le meeste geleerden) gedeeltelijk, slaafs >ijca, indien niet altijd, naar geschrevene rransche, bronnen bçwerkt. • Voor wien? ^oor den adel. Voor den l'ageren adel illeen ? Wie zal dat beweren? Jau van ïeelu op het einde der XlIIe œuw vereeu-vigt in 't Dietsch voor heel den Brabant-chen adel en zijn lauwerrijken hertog, de leldenfedten te Woeringen onder Vlaamsche trijdkreten bêdreven. De Keltische romans inzonderheid .had-ien voor de gemeentenaren weinig aantrek-:elijks, en in de beste Dietsche epische dich-en wordt er van wege spreker en hoorder, olirijver of. lezer, liefdevol iaileven van rid-lerschap en ridderidealen ondersteld. Dus le oudste en beàte on2?er ridderromans wa-en feitelijk voor den adel alleen. Hoe kon-Len nu die franschtalende ridders^ in hun valsche omgeving, onder hun walschgezinde >raven, bojioefte of lust hebben naar de rerdietsoliing van fransche gediohten, die naar voor 't grijpen lagen, en door den »and veel hooger stoiiden dan de Vlaam-ohe? Hoe konden zij ziohzelf tevreden stel-en met vertalingen die van fransch-onkun-ligheid vaak genoeg getuigen? En zoo veel meer... Dit is maar 'n greep lit de menigte letterkundige vragen die >nze historici over het hoofd zagen of ver-lonkeremaanden, vragen wier getal voor-eker aangroeien moet naarmate v/ij meer if weten over de XlIe-XIIIe eeuw. Maar beter, zegt Pater Stracke, nevens de ragen staan feiten. (•Wordt vervolgd.) ..in 1 s* « Oe csiiscfiptie-siiiatii in Engeland. (Van onzen eigen bericlitgever.) Londen, 22 Aug. Meer. dan ooit wordt de laatste «lagen de onscriptie-quaestie op den voorgrond ge-^hoven ; de pers houdt er zich druk mede ezig ; in politieke en niet-politieke krin- ; en wordt er veel over gesproken en de zaak j 5 van belang geu^eg om mij aanleiding te even er nogmaals op terug te komen. Dat e meer, omdat men gerust voorspellen kan, at er, zoodra het Parlement zijn zittingen eeft hervat, in het Lagerhuis over gespro-en zal worden. Het zijn de conservatieve bladen .vooral ie altijd maar op hetzelfde aanbéeld blij-en hameren en beweren, dat de regeering lians den grooten s'ap behoorb te doen en lie weerbare mannen onder de wapenen ient te roepen, opu ' eindelijk de groote ffensieve beweging der troepen-massa's aian et Belgische en Fransche front tegen den ijand zal kunnen beginnen. Diaarentegen ril men in liber aie kringen van cen ge-wongen militairen dienst niemendal weten. n die kringen beweert men, dat het, werd ^nscriptie ingevoerd, met de vrijlieid, waar-p de Engelschman steeds zoo trotsch is eweest, gedaan zou wezen. De tegensta.n-ers van gedwongen militairen dienst zijn eslist overtuigd, dat men in een vrijwilii-ers-leger de beste soldaten heeft; dat dit lannen zijn, die uit voile overtuiging in eze ernstige tijden vocr hun land onder e wapenen gaan en veel beter zijn dan de >ldaten in die landen, die zeker voor een îer groot gedeelte den wapenrok aantrek-on omdat zij wel moèten. Zij zijn over-nigd, dat de goed-bezoldigde Engelsche rijwilligers, zoowel van het staande leger ls die, welke sedert het uitbraken van den orlog aan Kitchener's roepstem gehoor aven, wetende dat de staat voor hun ge-innen zorgt, zoo lang zij onder de wapenen >aan en voor deze zal blijven zqrgen, zoo .] het leven in den strijd mochten laten, DD^ler zorg over hun achter-blijvenden ten orlog gaan en daardoor met meer oipge-ektheid en wilskraclit den plioht voor hun aderland doen, dan het geval zou kunnen ijn als zij gedwongen wérden, gezin en za-en in den steek te laten. Van militair standpunt bekeken, is onge-wijfeld over de vraag wai. beter is, een onscriptie- of een vrijwilligers-leger, met. ame wat betreft dit eilaiyien-rijk, hee'l '■at te zeggen. Dien kant van het vraag-iuk zal ik hier buiten besohouwing laten. k wensch slechts over de quaestie een en nder te zeggen in ■v.ej.'ba'nd met den toe- stand van het oogen.blik en hetgeen er de laatste dagen in en buiten de pers over te doen is. Het is zéér de vraag of de legers aan het west-Europeesche front dadelijk meer zouden kunnen doen, gesteld zij door een paar millioen conscriptie-troepen vej*-sterkt konden worden, morgen aan den dâg. Het is nu wel duidelijk gebleken, dat de geallieerden in de eerste piaats gebrek hebr ben aan ammunitie en dat de bevelvoeren de generaals .geen nuttelooze pogingen van offensief optreden willen deen voor zij de zekerheid hebben, dat ammunitie-voorraden voor het grij]>en liggen. Dat er aan mannen gebrek' zou zijn, is niet aan te nemen. Wie in en om Londen rond-kijkt, ziet dat er hier nog duizenden soldaten en officieren beschikbaar zijn. Dagelijks zien we hier groote detachementen mannen in khaki voorbij ons marcheeren; dagelijks zien wij ook nog telkens troepen jonge mannen gaan naar en van de recruteering3-bureaux en over het geheele land worden nog steeds belangrijke contingenten in de kampen marschvaardig gemaakt. / De pers, die maar steeds op comscriptie hamert, beweert dat die troepenmassa's lang niet voldoende zijn. Men mag vragen: hoe weet zij dat? Nog geen enkele maal heeft de regeering precies gezegd hoeveel vrijwilli- i gers sedert Augustus van het vorig jaar zijn 1 opgekomen. Men slaat er wel een slag naar; men beweert wel, dat dit cijfer drie millioen j bedraagt, doch niemand weet of het te hoog j dan wel te laag geraamd wordt en Lord ' Kitchener zal zijn gfcgronde redenen wel 1 hebben om het juiste getal zijner nieuwe troepen niet te noemen, en zoo lang hij niet : te kennen heeft gegeven, dat hij door vrij- ; willige aanmelding zijn mannen niet krijgt en dwang noodig zal wezen, moet men aan- I nemen — indien ni. het Engelsche volk zijn i regeering en zijn Minister van Oorlog ver- | trouwt — dat hij over de recruteering tevre- 1 den is. • ,,Wié vraagt er om conscriptie, intrigeert er voor?" vraagt deze week ,,The Nation", . die tegen die conscriptie-beweging heftig optreedt, ,,Lord Kitchener, die de organisa-tie onzer legers beheerscht? Neen. Sir John : French, die ze te velde commandeert? j Neen. De heer Asquith, de meest geëerbie- i digde en krachtigste van onze staatslieden ? Neen. Sir Edward Grey, de man, die het meest noodig is voor de oplossing van deze ; internationale worsteling? Neen. De heer Balfour, de bekwaamste onder onze Conser- i vatieven van het oogenblik? Neen. De heer Iîenderson, de eenige vertegenwoordiger j van de arbeids-partij in het Kabinet? Neen. : De meest op den voorgrond tredende leiders van het trade-unionisme, de grootste geor-ganiseerde macht in onze démocratie? Be-slist, neen." En dan iets verder: ,,Het Parlement heeft niet om conscriptie gevraagd, en vertegenwoordigt het Parlement het volk niet? Onze Bondgenooten, die conscriptie-hebbende naties zijn, hebben' bij ons niet op deze opofferiug voor den oorlog aangedron-gen. Waarom niet? Omdat zij weten, dat de ' hulp, die wij tlians voor de gemeenschappe- j lijke zaak geven/ het uiterste van ons vor- j dert en dat wij, gingen wij aan den eenen kant versterken, aan den anderen kant in kracht zouden moeteri verminderen." Tegen dié redeneering van ,,The Nation" is zeker thans weinig in te brengen, vooral ten aanzien van het laatst genoemde argument. Gesteld morgen aan den dag werd conscriptie ingevoerd, dan zouden duizenden 'mannen, die nu hoognoodig zijn'in de steen-kolen-mijnen, in de ammunitie-werkplaat-sen, in. de dokken, bij de spoorwegen, en waar zij zeker niet kunnen worden gemist en niet vervaugen zouden kunnen worden, onder de wapenen moeten komen. Stellig zou men er hier dan in menig opzicht zéér ernstig voor komen te staan, en velen, die in beghisel voor verplichten militairen dienst zijn, heb ik dan ook reeds hooren zeggen dat', indien het ooit tôt concriptie zou moeten komen, ongetwijfeld daarvan vrjj gesteld zouden moeten worden zij, die in steenkolenmijnen, eoiz. voor den Staat even hoog noodig zijn als soldaten. Maar ging men dit doen, dan zou men zeker al dadelijk voor groote moeilijkheden komen te staan . Bovendien is het zéér de vraag of het mo-gelijk zou wezen, gelijk ik vroeger over deze quaestie reed6 opmerkte, die onder conscriptie opgeroepen mannen behoorlijk onder dak te brengen, te oefenen, uit te rusten. Maar nevens dit ailes is de laatste dagen nog de vraag gerezen of het Engelsche volk, gesteld de conscriptie kwam, dezen dwang eenvoudig zou goedkeuren. Beweerd werd, dat de werklieden-massa's er zich beslist tegen zouden ver zet ten en dat men dus met machtige vakvereenigingen tôt groote moei-.eden zou komen.. • Die bewering is bevestigd door een dei meest bokende en tevens een der meest in-vloedrijke en bezadigde leaders eener groote vakvereeniging, het Parlementslid Thomas, die een der hoofdmannen is van den ,,Na-tionalen Bond van Spoorweg-arbeiders". Hij gaf beslist als zijn meening te kennen, dat de spoorw.egmannen en,de mijnwerkers zich krachtig tegen militairen dwang zouden verzetten en dat men hoogst gevaarlijk spel zou spelen, bijaldien men tôt een zoodanigen dwang zou willen overgaan. Ontegenzeggeiijk moet met een dergelijke uitspraak van zulk een in de arbeidswereld invloedrijk man rekening worden gehouden. Gedurende den oorlog heeft het reeds moeite gekost om ernstige conflicten tusschen werk-gevers en machtige vakvereenigingen te voorkomen en de regeering zal zich zeker wel tweemaal bedenken voor zij door con-scriptie-dwang de twee grootste categorieën van arbeiders, de Staat thans meer dan ooit noodig heeft, tegen zich in het harnas zou jagen. De agitatie tlians in een deel der pers gevoerd om de regeering tôt het invoeren van gedwongen militairen dienst te nopen ; het plotseliu£ optreden van ^Natioi^al Service League" met het V reeds bekende manifest, wordt dan ook vân verschillende kanten als gevaarlijk, en hoogst ontactisch, ten sterkste afgekeurd. Waartoe dat op dit oogenblik dienen moet, is niet recht duidelijk ; het kan niet anders dàn de regeering, wier Caak al moeilijk genoeg is, nog moedlij-ker maken. En is het den drijvers der agitatie er om te doen — gelijk men ook hoort beweren — om het den Eersten Minister * onmogelijk te maken zijn taak voort te zet-ten, dan speelt men ongetwijféld een zéér gevaarlijk spel. mtm Q~+ *'i» 1 ■ ' ■■ Oorlogsgepeinzsn. IV. °Ik dobber-op een zee van besluiteloosheid. W at moet ik doen ? Zal ik terugkeeren naar mijn land? Ik kan het nog, als ik wil. Niet meer over Lanaeken en HasseLt, die lijn is •onveilig, maar door Noord-Brabant over Antwerpen. Doch wat heb ik er aan naar België terug te gaan? Wat zal ik daar ver- • richten. Ik heb daar voorshands geen werk: 't is vakantie. Een stem spreekt in mij : Word aalmoe-zenier in 't leger of meld u aan bij' 't Roode I£ruis. Mijn ha-rt wordt warm bij die edel-moedige ingeving en ik voel me gepraamd 0^1 den roep te volgen. Doch onmiddellijk ontwaakt het koti ver stand en de nuchtere zelfkennis en oppert zijn bezwaren. Het leven te veîde is geen spe'iemeien en mijn lichaam is niet sterk. Trouwens, de oorlog is al verscheiden dagen aan dén gang, en jongeren en sterkeren dan ik zuilen aile posten wel reeds hebben bezet. Dan, al was ik sterk genoeg, ben ik overigens wel geschikt ? Uit het Seminarie rechtstreeks naar de Hpogesohool gesituurd, eu van stù-de'nt op slag prof essor ge worden, zijn k an-sel en biechtstoel me vreemd gebleven, heb ik nooit kunnen ingroeieu in 't zuiverpries-. terlijk werk. De omstandigheden hebben mij op een kamer gebannen, eenzaam te midden van boeken, hebben allengs'.van mij gemaakt een ingekeerd bespiegelend mensch, wars van het ruchtig gedrang daarbuiten, onhandig, onredzaarn en weerloos in dé harde werkelijkheid van 't. leven. Hoe zou ik mijn diensten durven aanbieden aan 't I^oode Kruis, ik die, zoover"ik mij hérinner, nooit een ernstige wond heb gézien, laat staan er eene verpleegd ? Wat is een boekenworm een stakkerd in oorlogstijd. Ik vraag me af wat er van mij worden moest, indien de Voorzienigheid niet zichtbaar over me waakte. Immers, niet alleen is mijn hotelvrouw bereid om mijn gastvrouw te worden voor den duur van den oorlog — God loone haar voor haàr vriendelijk aanbod — maar ik weet, dat in Zwolle oude, beproefde vrienden me wach-ten, die me herbergen zuilen. Maar gesteld dat dit lyet was, v/at moest ik aanvangen om den kost te verdienen? Een timmerman kan timmeren, een metselaar kan metselen en een kleermaker kan kleeren* maken ten allen tijde en in elk land waar hij zich be-vindt. Want altijd en overal moet er ge-timmerd, gemetseld- en gekleed worden. Maar in welke dagelijksche behoefte voor-ziet een boekenworm? Wie geeft er in tijden van levensnood een cent voor een boek ? Een boek is een misbaar weelde-artikel, en een boekenworm een nutteloos schepsel, een lastige bedelaar. Dat meest te denken ge-ven aan aile opvoeders, die de jeugd vol-stoppen met Grieksch en Latijn, twee mors-doode talen, die niemand spreekt, terwijl ze verzuimen hun een ambacht of beroep te leeren, waarmee ze desnoods hun honger kunnen bestrijden en zich in aile omstandigheden door 't leven slaan. Ik krijg eer-bied en ontzag voor de eeuwenoude bedrij-ven van den akkerman, den vissçher, den 1 herder, den spinner, den wever, den potte-bakker, den smid, den koopman, de bedrij- 1 ven die al tierden voor den zondvloed en die bloeien zuilen tôt het einde der wereld. En ik wenschte maar dat ik een Van die , bedrijven grondig kende. Ondertusscheu grijp ik dankbaar de hand . die de Voorzienigheid mij reikt en ik besluifc naar Zwolle te reizen,- heimelijk de hoop koesterend — ,,deskundigen" betoogen immers dat een moderne oorlog niet lang kàn duren — dat de storm weldra zal overgaan en dat ik in Oktober in peis en vrede mîjn Leuvenschen arbeid zal .kunnen hervatten. Ik vertrek als laatste gast, in gezelschap van meneer B.., gepensionneerd generaal. De reis, die 's morgens onder motregen be- ' gint, is geen pleizierreis, ze is langdurig en bezwaarlijk, en herimiert weèsprekend aan ; den overgrootvaderlijken tijd van postpaar- ! den en diligences, 't Is bommelen den god-ganschen dag. Ik vind anders bommelen nog wel eens aardig, namelijk als ik veel tijd heb, als 't mooi weer is en als 't "maar een uurtje duurt. Dan kijk ik vermaalit en welgevallig naar het gezellige gedrang aan f de stations en stopplaatsen, naar het ge-wichtig gedoe van den chef en naar het ge- < draaf of getreuzel van allerlei bediendeu. 1 Er stapt nieuw, wellicht aardig gezelschap 1 in uw wagen of een nurksch, ijsberig of f snibbig medereiziger stapt er uit. Het geeft ^ afwisseling, af leiding en levên. Ge bel eeft , het op- en aftreden van verschillende spre- < kersgroepen op het tooneel en, als ge er -trek in hebt, spreekt en vertoont ge zelf i mee. Ge hoort wat, ge kletst wat, ge zit 3 prettig aan den oever des levens. Maar vandaag is 't bommelen, bommelen, bommelen zonder eind van de eene stopplaats naar de andere, iiren, uren lang. En hier en daar een paar uur wachten op aanslui-ting,JOZEF DE COCK. (Wordt vervolgd.} KLEINE KRONIEK Kern. Cuwaert, Cuwaert, lioed u voor den Leliaert. ,,Ook gekwetstr» Gust, de zoon van den smid, zat met de bloote voeten onder de dijen ingetrokken en leun^nd op den rechterarm op den grond juist op den rand van den steenweg, aan dezen uit-kant van de stad X Zijn maat zat nevens hem neergeliurkt en getweeèn koutten zij in het avondschemer over de winst yan den dag: zij leurden met choco-lade en cirgaretten in de Engelsche kantonne-menten.In de rij huizen voor lien was er eene door howitsers getroffen, waarvan na ontruiming nog juist de voorgevel en den achtermuur, met de openingen van deuren en vensters was blijven staan. Dwars door het huis zagen zij kunnen grooten schepershond in het verlatene liofken spelen; deze was ook een vluchteling, die ze niet verliet omdat hij van hen soldaten-biskwieten en soldatenvleesch kreeg. Gust en zijn maat waren nog nooit zoo vrij, boo onafhankelijk, zoo gelukkig geweest. Niemand zag naar hen om. Vader werkte 's nachts in de loopgfachten, moeder had haar handen vol met koffie te schenken, boterhammen te snijden en eetwaren te verkoopen aan de soldaten die op aile uren van den dag binnen kwamen om wat uit te rusten. De jongens mochten aile dagen hunne vuile kleeren aan-doen, kregen van moeder een deel van de R-inst op hunne verkoopen, en bedelden van de soldaten af al wat ze maar konden verlangen. Do zomer ging zoo voorbij zonder verande-ring, tenzij de angstvolle uren die zij door-brachten wanneer de howitsers de batterij zocht bachten de rij huizen aan den overkant van ien steenweg, en dat ontploffingen de ruiten ?n het" huis deden daveren. Maar dit waren de onvermijdelijke onaangenaamheden van hun rerblijf op geen vijf duizend meters van de ruurlijn, en de menschen herhaalden nu dat ze het gevaar gewend waren : ,,Er is zooveel piaats nevens ons hier, waarom zou hij juist Dp ons vallen". En toch ging geen dag voorbij ;>f de groote grijze autowagen van het Engelsche Roode Kruis kwam een gekwetsten gebuur wegvoeren. Gust zijn maat was ook meegegaan met den luto; voor eene lichte kwetsuur en hij had ver-teld hoe zacht men daarin reed, en in welk goed bed hij geslapen had in het gasthuis en hoe rriendelijk de ziekenoppasters waren, en hoeveel lijkernijen hij daar gekregen had. Gust zat dus op den steenweg half op de kal-seide, half op de velobaan. Wanneer een fiet-ser van het Engelsche leger voorbij reed, riep hij hem een Engelsch schiinpwoord toe dat hij 's morgens in de kantonnementen had afgeluis-terd, en hij schoot in eene lach wanneer de soldaat zich beleedigd achtte. Een officier te paard gevolg door zij ne ordonnantie reed op liem toe, maar hij verroerde geen zier en de bwee paarden waren verplicht uit hunne rich-ting te gaan om hem op het lijf te loopen. Een ammunitiewagen kwam op stap langs den steenweg en het as der wielen reikten zijne rest. Hij lachte nog van de prêt yan zijnen durf toen al met eens hij de scliuifeling hoorde van eenen obus en vooraleer hij eene beweging had kunnen doen, lag hij plat ten gronde in hij hoorde slechts een dof gekraak en een ^ekletter van ruiten die in sclierven rondom fiem vlogen. Een oogenblik daarna verdween hij in een wolk van stof. Toen hij zichzelven sveer bewust werd, richtte hij zich op, maar de rechterarm neep geweldig van de pijn. Soldaten lagen nog plat ten gronde tegen d'huizen, îchuw voor de vlaag scherven ; kinderen liepen 3ver straat om in huis te vluchten, de ammunitiewagen hobbelde in de verte over den steenweg en sprong van redits naar links acli-ter de paarden in vollen draf. Gust Hep. naar moeder, gevolgd door zijn maat en vond ze op ?.enen stoel in d'achterkamer in het halfdon-*er omdat de blinden gesloten waren. Toen de jonge binnenstoof boog zij het hoofd en den •ug bij het schuifelen van eenen tweeden ho-ivitser juist boven het dak van de woning. De mtploffing gebeurde op twee honderd meters t-an daar en het jongste kind op haren schoot berhaalde heel bedaard en verwonderd naar moeder kijkend': ,,Boum!"- ,,Och GodV, iriep de moeder, na eenen >ogslag op Gust geworpen te hebben, ,,ge zijt ^ekwetst, zeere om den Doctoor!" — ,,Ik kan Sr zelf wel naartoe gaan", antwoordde Gust, 3n hij verhief zijne hand alwaar het bloed uit le mouw kwam gèdropen. Hij trok de vest nit jn moeder bond algauw een handdoek rond den irm om het bloed te stelpen. Daar de besclne-iing scheen op tehouden vertrolî Gust naar len post van het Roode Kruis met de vest over le schouders en den bebloeden handdoek rond len arm, vergezeld door zijn maat en door mnen hond. De menschen en 6oldaten keken net medelijden naar hem; Gust was fier van leze belangstelling en neep op zijn lippen 0111 liet te laten zien dat de wonde hem hevig pijn leed ; hij dacht aan den auto dié hem zou weg-»-oeren, aan het goed bed in een gasthuis, aan le ziekenoppasters in het wit/ aan de lekker- 3jjen en wie weet of de Koningin hem liet zou komen bezoeken. Gust werd in den post van het Roode Kruis jinnengeleid door zijnen maat, terwijl de hond îaar het warme bloed aan de rechterhand moof ; Gust hier zijnen arm naar den Doktoor m sprak triomphantelijk : ,,Mijnheer, zie ik )en ook gekwetst". . , (De Stem uit Belgi'c.) im -fransvaal. Een arbeiderscwrngres, j.l. Maandag te rohannesburg gehouden, heeft met ôl tegen 22 temmen de volgende resolutie aangenomen : . "Wanneer de v ijand zal zijn verdreven uit, if'vrijwil^ig ontruimd zal hebben, al het ge-)ied buiten zijn eigen grenzen, dient de regee-incr der Zuid-Afrikaa-osche Unie aan do Brit-che regeering den wenschelijkheid te betuigen, >en verklaring af te leggen, welke vredesvoor-vaarden voor de bondgenooten _ aannemelijk lullen zijn. In beginsel dienen die voorwaar-len te bestaan uit: algemeene vermindering "an bewapeningen, het onderwerpen van nternationale geschillen aan arbitrage, en het ■echt der naties om haar eigen regeeringsvorm ^ast te stellen." 1 ' De Golf van Ri>^. Russïsche en Engelsche bladen komen nog net nadere bijzonderheden aan omtrent het roorgevallene in de Golf van Riga. Het ,,No-[\oje Wrenija" meldt er dit van: Drie groote transportschepen met troepen nadeidea de kust, bij ggrsgfrerngu), ozdej dekking van een Duitsch eskader. De Russ^n lieten de transportschepen tôt dicht bij land komen en ogenden er vervolgens een verwoed geschut^mur op. De Duitschers antwoordden en het gevecht hield twee uur aan. Toen was het laatste transportschip in den grond geboord en er waren alleen nog maar enkele voile sloepen overgebTeven. Ook deze werden weldra door het Russisclie vuur aan splinters gescho-ten. Het Duitsche eskader was niet bij machte ^ Pernof te naderen, doch wist een aantal huizen met zijn verdragende stukken te ver-nielen. Onderwijl de 'landingspoging te Pernof in gang was, poogden de Duitschers ook troepen te landen te Hainasj in Lijf land. Twee lichters met troepen naderden de kust, doch werden door do Russisclie artillerie in den grond geboord. De St. Pe'tersburgsche correspondent van de ,,Daily Chronicle" geeft een. nogal vaag ver-haal, waaraan het volgende is ontleend: Het Duitsche eskader had twee oogmerken, ten eerste de Russische oorlogsschepen uit de golf van Riga te verdrijven en ten tweede de landing van troepen te dekken. Het mijnveeg-werk konden de Duitschers tijdens de mist uit-voeren, maar ze verloren er verscheidene tor-pedobooten bij, mitsgaders een kruiser, die zonk of beschadigd werd. Het Russische slagschip ,,Slawa" trachtte den vijand te verhinderen zijn oogmerken ten uitvoer te brengen en twee torpedojagers werden in den avond van 17 Agustus uitgezonden om de ,,Slawa" aan te vallen. Zij ontmoetten de ,,SIawa" niet, wel' de Norvik, die binnen twee minuten den schoorsteen van een der j a gers wegsclioot en hem op verscheidene andere plaatsen trof. Beide schepen keerden terug en kort daarna is, naar men gelooft, er één gezonken. Dezelfde correspondent seint dat blijkens nadere berichten 3 Duitsche kruisers en min-stens 8 torpedobooten zijn gezonken. Surrogaten in Duitschland. De ,,Times" geeft sedert eenigen tijd een reeks artikelen-van een ,,neutrale", die, vol-gens het blad in de laatste 12 maanden de volgende landen heeft bezocht: België, Duitsch-land, Frankrijk, Nederland, Italie, Grieken-land, Oostenrijk en Hongarije, Rusland, Zwe-den en Noorwegen, Roemenië, Bulgarije, Ser-vië en Groot-Brittannië. Het vijfde artikel van dezen veelbereisden schrijver is %ewijd aan de manier, waarop men in • Duitschland de producten, die door den oorlogstoestand niet kunnen worden geïmpor-teerd, door surrogaten weet te vervangen. Reeds voor den oorlog, zoo schrijft liij, was het gebruik van surrogaten in Duitschland algemeen verbreid. îentoonstellingen van levensmiddelen, in verschillende Duitsche ste-den en voôrnamelijk in Berlijn, waarbij allerlei surrogaten te zien waren, ter vërvanging van koffie, eieren, boter, olijfolie enz. hebben daartoe. veel bijgedragen. De zg. ,,Kneipp-koffie", uit mout bereid, is algemeen bekend, terwijl onder het volk sinds lang de geroosterdo eikels als surrogaat voor koffie werden gebruikt. Aan vele kindçren uit arme gezinnen werd reeds sedert lang door de politie vergunning 'verleend om in de openbare parken en plantsoeïien eikels te zoeken voor de bereiding van koffie-surrogaat. Het Duitsche oorlogsbrood, uit aardappel-meel bereid, is algemeen bekend. En hoewel j niemand zal beweren, dat dit brood bijzonder ! smakelijk is, zijn toch do klachten, die in den beginno over zijn oneetbaarheid werd gehoord, verstomd, nu de bakkers meer ervaring heb-» ben gekregen in de bereiding er van. Olijfolie tracht men thans te vervangen door j een olie-achtige vloeistof, getrokken uit de pitten van kersen en andere vruchten. In de behoefte aah goédkoop vleescli wordt zooveel mogelijk tegemoet gekomen door het steyiliseeren van.-liet vleesch van dieren, die aan eenige ziekte hebben geleden, en da< dus eigenlijk voor het gebruik moet worden afgekeurd. Zulk vleesch wordt met stoom en andere middelen zoodanig behandeld, dat het voor de gezo'ndheid gelieel onschadelijk wordt. Natuurlijk heeft aldus geprepareerd vleesch een deel van zijn voedingswaarde verloren. Maar niettemin blijft het nog een voor min-vermogenden zeer begeerenswaardig gerecht. Reeds voor den oorlog werd dit vleesch ver-kocht in van gehioentewege opengestelde ver-' kooplokalen. Bij zulk een lokaal ..Freibank" genoemd, verdrongen zich steeds geheele scha-j ren van liuismoeders, die të?Tpn zerr r-'-'vrr^n prijs, een stuk vleesch trachéen machtig te j worden. Sedert het begin van cten.(Wi.;0 »cr-sçhijnen in de ,,Freibank" mcnSch'on uit kringen, die er anders verre van bleven. De stikstofhoudende stoffen, welke in ge-wone tijden uit Chili en elders werden ingevoerd, worden thans vervangen door prépara-ten, waarvan men de stikstof beréidt uit de lucht volgens een in Noonvegen in zwang zijnd sy'steem. Door aile deze surrogaten zijn de prîjzen der artikelen die door de' surrogaten worden vervangen, veel lager gebleven, dan men algemeen had kunnen verwachten. Magnetisme. Het Carnegie-instituut te "Washington orga-niseerde een expeditie die ten doel heeft het aardmagnetisme in verschillende werelddeelen te onderzoeken. Daarvoor is een schip gebouwd, dat den naarn ,,Carnegie" draagt, bij welks uitrusting met liet 60g op de magnetisclie inwerking geen ijzer of staal mocht gebezigd worden. Als metaal ïs uitsluitend gee'l koper gebruikt ; ook voor de stookplaats in de scheeps-keuken en de kachels in de liutten. Ook de 300 P.K. sterke benzinemotor, waarvan het overigens als zeilsohip ingerichte vaartuig is voorzien, is van gcel koper. Op het dek zijn twee observatiehutten, met zoo gevoelige in-strumenten, dat zij reeds aanwijzen wanneer iemand in de nabijheid komt die een mes, of ander ijzeren voorwei*p in den zak dr&agt. De bemanning bestaat uit 22 personen, waaronder behalve kapitein en drie stuurlie-den, twee observatoren voor do magnetische onderzoekingen en een scheepsdokte?. Eerst gaat de tocht door het Panamakanaal naar de Beringzee, waar de kompasafwijkingen zuilen worden onderzoclit, vervolgens naar Nieuw-Zeeland en de zuidelijke IJszeé. "De du^r der expeditie is op twee jaar bérekend. — DE KWADEN Z!EN BENElN PÉ TRANSEN DE LEEUWEN DANSENI Sê8>Ll<b

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Amsterdam du 1900 au 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection