De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad

365 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1915, 01 Juillet. De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad. Accès à 18 septembre 2019, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/s756d5qm87/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

.efste aaBPgang ro.'-igo JDOt^ercmfi, S *FMlï SOIS £5 Cent DE VLAAMSCHE STEM ^ volk zal met vergmn f ALGEMEEN BELGISCH DAGBLAD dsidracht maakt mac ht! ■ REDACTIE- EN ADRlBfliSTBATIEBUREELEM: KALVERSTRAAT 64, bovenhuis, AMSTERDAM. Telafoon No. 9922 Noord. Hoofdopsteller: Mr. ALBERIK DESWARTE. telraad: CYRIEL BUYSSE — RENÉ DE CLERCQ - Dr. A. JACOB — ANDRE DE RiDDER. 7^ (bii vooru"bet,a1ling)= Voor Nederlànd per jaar Kld. 6.50 — per kwartaal gld. 1.7o — per maand_gld. 0.75. Voor Bèlfeie, Engeland, Frankriik per nhmmer) ®r»"n' met «■*<***» van verzSèngskosteî (2y2 Zut ADVERTENTIES: 20 Cent per regel. ;#§i Mtolai. M het in ons artikel van gisterer. idmitklel) aangekonditjde stuk, op 31 101k jcpuhliceerd ondcv den titc.i rii/te Hcheidingl" door ,&oog" Algemeen Wcckblad voor. Ontwikkelda '•kè Vlamingen,". maûr één weg iangs waar m en er toe ;an, aan die ergerlijke en ontuitstaan-'bruikeii een einde te stellen : een door-middel is er noodig om de persoonlijke van den belgischen bwrger, in het \ qcdceltc van het land, te doen over-nen met het maatschappelijk belang vlaamsche volk. liddel is gekend. Men heeft er in den tijd veel van gesproken en zijne vol-aanpassing doen uitschijnen op de :e samenstelling vaji het belgische j ongewettigde vrees welke het noe-i die nieuwigheid bij sommigen ver: joiifc reeds op zich zelf dat de aanwen-van mogelijk is. Aile edelgeaarde, de liedcn zouden, uit eerbied voor • uit zorg voor den inwendigen v'rede 'il yan België, aan liet invoeren ervan îunne goeokeuring verleenen. Bij de »n hoeft noch betaamt hieromtrent Irucktigè bedreiging, maar eene na leg, vastberaden ibeslissjng. Dat mid-Bestuurlijke Scheiding, is alléén bij m de kennis van liet vlaamsch tôt eene uaken van algemeen belang in V-laan-i te verhoeden dat hier nog langer ge-aangekweekt worden waar neven el-iet verstaan. Door haar eigen belang 1 de burgerij tôt het vlaamsch ge-jrden, evenals zij thans daardoor tôt ich wordt vervoerd. Het rechtmatig ildus aan de taal van de meerderheid en verschaft, zal onvermijdelijk, op , ook aan de vlaniingen in het Walen-atigd ten goede komen. Onder het ■r Bestuurlijke Scheiding zal men ons, otternij, op het voorbeeld van Neder-aen wijzen waar het aanleeren eener ial aangeœoedigd wordt; want ook nen alsdan het aanleeren der tweede îen beguiistigen, zonder dat dit voor eekene uitbuiting en verdrukking. rut hier de tweede taal veel minder iddel tôt nut van den Vlaming voor, ils een middel tôt bestendiging van îcht van den vlaamsclionkundige. a voorstel van Scheiding in vlaamsch ienon op een gunstig onthaal? ijfeld meer dan zulke voorstellen die3 huidige bestuursinrichting, de be-van het fransch onderVijs beoogen. ijdc kringon der burgerij in vlaamsch dikwijls veribittering waar te nemen , ricli klachten hooren, door do gevol- . le bestaande inrichting, in zake van , jen, uitgelokt; het voorspiegelen van md waarin de Vlaming oindelijJs en zal besohermd zijn tegen het schaam- j ringen van vlaamsch-onlrundige amb-lie veel meer weg hebben van vreem-t«rs dan van dienaren van het pu-bij de slechts oppervlakkig ver-een oprechten bij val ontmoeten. Van ggèlijke menigte van het Vlaamsdio en wij niet spreken. Laat onze voor-in bestuurlijke zaken onderwezen, een goed doordacht en duidelijk om-opstellen, — do vôorarbeid daartoe :n lialve door do Walen verricht, — plan in vlugschriften en niemvsbla-an op kleine en groote volksvergade-iet de noodige toelichtingen en be-en te voorschijn komen : een even treding zal het vinden al s de Vlaam-;eschool, omdat het volk in de Be-Sclieiding even als in de Vlaamsche ol een uitweg zal zien naar boven. udt gij wel denken ? Zou de Vlaming ig blijven bij het vooruitzicht, dat zal verwezenlijkt worden: dat hij, >r, zijn natuurlijk recht zou bekrach-om met zijn eigen taal als eerste ;ijn eigen land, tôt aile openbare worden toegelaten ? om van de kwel-lichting ontslagen te zijn Fransch te nnen voor de minste bediening, tôt emak van Walen die zijne taal niet ren? om op gelijken voet met de rgers zijn aandeel te hebben aan het aatschappelijk goed, evenals hij op >et zijn deel draagt van den gemee- onzer vrienden die zouden beducht al te grooten tegenstander in. Bornions, mogen in elk geval niet nala->lgende te bedenken. De Walen die ngsbeweging in gang gebracht heb-n ofwel met o115 meegaan, en dan aak af op wielkens ; ofwel zich ach-vken en aldus hot bewijs geven dat vaai gemaakt spél was en ijdelè be-en dan nemen wij hun dit wapen veinig ook, het ware toch iets ge-)e regeerende machten zouden dat îl, om de rechtmatigste eischefi der af te wijzen, voor goed kwijt zijn. Sclieiding door te voeren hebben de czinden overigens een middel aan waardoor zij, desnoods, wanneer de mdelen zal gekomen zijn, in korten 1er slag of Bloot, tôt 'hun doeleinde raken. Hoe de scheidi n gegezinde zouden aan boord leggen om zonder er Vlamingen, en zonder geweld, te ijft ons een raadsel. Maar datgene loor men den Vlaming tôt dienst-geschikt achtte, wordt, als hij het îddend wapen in zijn hand. De Vla-'j wel Fransch; maar de Waal kent nsch. Laat het volk eenige vlaamsch-3 meer naar de Kamer zenden om op wijze de noodzakelijkheid der Schei-'en uitschijnen, hoe lang zou dat wei le Bestuurlijke Scheiding zal België toegerust zijn om zijn bestemming, nde en de eenige reden van bestaan volmaakte burgerlijke maatschappij, -n; dat is: om de geestelijke ontwik-beschaving, evengoed als de stof-vaart onder het volk te bevorderen. al het niet meer noodig zijn aan den ■"J® ^ maken dat hij het belgische • woei beminnen; het zal hem im J* zijn dat van zelf en natuurlijk «onaer 4rlaanderen- te-r-verloochemen. i ieî Imaerialisme van het Recht. Een man werd onschuldig veroordeeld ; in de gevangenis onde-rgaat hij een onver-diende straf. Eindelijk wordt bewezen, dat die man het slachtoffer is van een rechterlijke dwa-ling, welke voorkomt uit een gebrek, waar-aan de gewone rechtspleging mank gaat. Het geval wordt aan de openbare mee-ning bekend gemaakt. Iedereen beseft niet alleen het onrecht, dat den veroordeelde ge-troffen lieeft, maar is ook yerontwaardigd over de rechtspleging zelve, welke tôt die treurige gevolgen aanleiding gaf. Na de herziening van het procès komt de man vrij, maar er gebeurt nog meer : ook de verouderde rechtspleging wordt door een nieuwe wet verbeterd, welke onder den drang van de openbare meening «aangeno-men wordt. Het lijdeii van één man werd dus de rechtstreeksche aanleiding tôt een verbete-ring, die aan al de burgers van den be-trokken staat en het recht in het algemeen ten goede komt. -Waarom zou het onrechti, dat deze oorlog over België bracht, ook den eersten stoot niet geven tôt het bekomen van meer recht in de internationale verhoudingen ? Waarom zou de schending van de Belgische neutraliteit geen feit zijn, waardoor het geweten van de beschaafde wereld er eindelijk toe gebracht wordt naar doelma-tige middelen uit te zien, opdat ook onder staten de eerbied voor het recht zou be-krachtigd worden? Want, ofschoon men er zou kunnen aan twijfelen, is er in de wereld nog een geweten.De Duitsche Rijkskanselier verklaarde, dat Duitschland onrecht deed, toen het de onzijdigheid van België en het Groot-her-togdom Luxemburg schond ; hij beweerde dat zulks geschiedde wegens -strategische be-langen, om Frankrijk en Engeland voor te zijn. Wij zullen die bewering niet eens te meer weerleggen ; wij stellen enkel en alleen vast, dat ook de heer von Bethmann-Holl-weg bij het aanvoeren van die ,,verschoo-ning" slechts gehoorzaamde aan zijn geweten, dat hem niet met rust liet. Maar er zijn Duitschers, die zelfs die schijn-verontschuldiging van hun Kanselier niet aangenomen hebben, en die thans zeg-gen : de schending van de Belgische neutraliteit heeft niet alleen over dàt land ram-pen gebracht : gansch Duitschland moet daarvoor zwaa* booten, omdat het vooral , door die wandaad de sympathie van na^e- ' noeg gansch de wereld verbeurde. Welnu, wat wij in dezen oorlog, ook uit verkleefdheid aan ons land, hoofdzakelijk te betrachten hebben, is den eerbied voor het recht; daaraan is het immers dat wij ailes opgeofferd hebben, omdat wij wisten, dat de ons opgelegde neutraliteit evenzeer als eigenwaardiglieid ons niet toelieten me-deplichtig te worden aan den veldtocht tegen een bevriende natie als Frankrijk ge-voerd.Had Frankrijk over ons gebied tegen Duitschland willen oprukken, zoo hadden wij op dezelfde wijze gehandeld en Frankrijk bestreden. Een andere houding ware on-denkbaar.België kan aan de mensdhheid den groot-sten ddenst bewijzen, wanneer het aan de roeping trouw blijft, die de treurige om-standigheden aan het kleine land hebben opgedragen. Die roeping js den strijd voor het zelfbe-staan van België te doen gepaard gaan met' het streven naar de grootste weldaad, die eenmaal aan de beproefde menschheid moet te beurfc vallen : goede trouw en wederkee-rige eerbied voor het recht onder aile beschaafde volkeren. Wij veroordeelen en bekampen het im-periaiisme, dat uit sommige Duitsche ge-schriften spreekt, maar wij bestrijden het eene impérialisme niet om het ooit door een ander impérialisme te vervangen. Het eenigo impérialisme, dat Europa dul-den kan, is het impérialisme van het recht, of om de woorden te herhalen, welke Sir Edward Grey den 22en Maart te Londen uitgesproken heeft „Wij wenschen, dat de volkeren van Europa zouden vrij zijn om ongedwongen hun eigen levenswijze te voeren, dat zij, elk voor zich zelf, den eigen regeeringsvorm en de eigen volksontwikkeling zouden bepalen, in voile vrijheid, dat zij groote of kleine staten zijn. Ziedaar ons idea^l". Deze oorlog kan inderdaad wat meer op-leveren dan de herinnering aan een reus-achtige menschenslachting en de kiemen van nieuwe Europeesche verwikkelingen. Dat werd insgelijks over andere oorlogen gezegd, maar ditmaal heeft de menschheid het recht en den plicht het niet bij woorden te laten. In dat opzicht kunnen wij slechts de lezing aanbevelen van het boek, bezorgd door den Haagschen uitgever, Martinus Nijhoff : ,,War obviated by an international police" (De oorlog vermeden door een internationale politiemacht). De leus van dit befaamd Nederlandsch uitgevershuis is de oude spreuk : ,,Ailes komt te recht". Nietsv kan ook onze overtuiging verzwak-ken, dat zulks het geval zal zijn, zoowel met de vrijheid van België als met de eind-zegepraal van het recht op internationaal gebied. J. HOSTE Jr. ■ O ■ Zie onze ielegrammen . en Saatste legerberschten op de derde bladzijde K-IJEIISTE Kern. Die: Staten .pooght op vasten voet te vesten Neem ernstig waer der volkren aerd en sêen Jeremias de Decker, (1609—1666) De Belgische rogeerlng en het recht der Vlamingen. De grootsche strijd voor het recht op bestaan van do kleine volkeren die door België wordt gevoerd, opont een nieuwe periode ook in de geschiedenis van de Vlaamsthe Beweging. Een herstel van België op den ouden grond-slag — de verdrukking van de nationaliteit der Vlamingen — is onmogelijk. Hierover kan hij geen enkel Vlaming niet de geringste twijfel bestaan. Het liandhaven toch van het vroegere stelsel-van-verdrukking zou openlijlc ■ in etrivi zijn met h^t fiere beginsel wtaarom bloedig wordt gekampt door ons dapper leger onder de leiding van onzen geëerbiedigden Vorst. Voor België zou het beteekenen een zedelijke en reëelo zelrmoord en een smadelijke ondergang. Het is de plicht van de Vlaamsche pers onze landgenooten — en in de eerste plaats degenen onder hen die het scliip van statè sturen — T<i wijzen op het organisch verband tusschen de Belgische kwestie en de Vlaamsche za&k. Om dreigend misverstand te voorkomen, om klare toestanden te scheppen is ,,sprekon plicht" — maar niet alleen voor ons. Mogo ook de regeering haar groote ver-antwoordelijkheid in deze ernstige ure besef-fen ; moge zij mannelijk en onbevangen de con-sequenties aandui-ven die, met het oog op Vl&anderen, logisch voortvloeien uit' den Boi-gischen strijd. Uit de Ceschledenls van de Vlaamsche Beweging. Nu de Vlaamsche Beweging voor een keer-punt staat, is het meer dan ooit noodzakelijk dat wij de wegen kennen die uit het verleden komen. De Geschiedenis van de Vlaamsche Beweging belielst menige les die wij ons ook voor de toe-komst ten nutte kunnen maken. Met-de publi-catie van een aantal l>eLangrijke bladzijden uit deze geschiedenis maken wij heden een begin. Leerzaam zijn de eerste iaren na de vestiging van het Belgische Koninlu'ijk : kern-gezondc Vlaamsche geest treedt met robuste kracht en vernietigende kritiek naar voren ; aan welge-méende waarschuwingen ontbreekt het den_re-geerders niet ; het is' niet twijfelachtig wie de verantwoordelijkheid draagt voor de verwar-ring, die een opgedrongen verfransching in hot Vlaamscho land en den Bedgischen staat op noodlottige wijze stichten gaàt. Het is goed dat in deze dagen het levendige besef wordt wakker gehouden van deze aan-sprakelijkheid.Dat het Verleden den geest verlichte van onze Vlaamsche broeders; dat de hartslag der Vaderen kloppe in hun bloed ! Dat, aan den anderen kant, de stem des voiles gehoord worde en het rijk der hoorendo dooven en ziende blinden, tôt welzijn van het algemeen spoedig een einde neeml Hendrik Conscience over Walen en Vlamingen. Aan de voorrede van Conscienoe's beroemdon roman ,,De Leeuw van Vlaanderen'J ontlee-nen wij de volgende merkwaardige, beschouwin-gen over de verhouding van Vlamingen en Walen in België. Deze woorden dagteekenen uit 1838, uit de jaren dus die onmiddellijk volgen op de Belgische omwenteling; zij behel-zen een waardig en pra-chtig protest tegen de door de jonge Belgische regeering op touw gezette verfransching van de VJaansche ge-westen en voeren ons tôt de eerste jaren van den Vlaamsclien strijd terug. Sedert deze bescliouwingen werden geschre-ven, zijn zeven en zeventig jaar heengegaan. Maâr ook thans nog ds de raad door Conscienoe aan de tœnmalige regeering gegeven een gul-den raad. De woorden die wij hier cursiveeren zijn ook thans — en thans vooral 1 — van kracht. Wij laten de spelling van het stuk ongewij-zigd, zooals wij telkens met documenten uit dezen tijd, doen zullen, waar ze door ons .worden aangehaald. Aan het eenigszins vreem- 1 de van deze oude spelling, die van 1844 tôt 1 ,18<>4 in België de officieele was, zullen onze i lezers wel spoedig wennen. De bewuste plaats luidt : ,,Het is- voor een Staetsbestuer lastig twee onderscheidene volken onder eenen scepter met dezelfde wetton, dezelfde voordeelen te ver-schaffen. Elke mael dat er iets in het belang van een der verschillende deel en gedaen wordt, baer.t dit opspraek in het andere gedeolte ; wy hebben dit ten tyde van koning Willem zien gebeuren en dit heeft zich onder het tegen--woordig Ryk reeds menigmael op gedaen... Dit weet het Staetsbestuer wel, en diensvolgens poogt het dit verschil tusschen de twee deelen onzes lands te niet te doen... ,,Indien het Staetsbestuer eene smelting wil poogen, dat men dan de meerderheid der Natie ten grondslag neme. of dat men elk het zijne Iate, en dat ds billyk en rechtveerdig ; de Walen, welke in ons Vlaemsche Land geene ambten bezitten, zullen dit niet ontkennen... ,,Voor de welvaert myns Vaderîands, voor den bloei des koophandels en der nyverheid is my niets duerbarer dan de staetkundige rust; daerom heb ik het op my genomen, voor zoo-veel het in myne macht is, de oogen van het Staetsbestuer to openen over de onmogelyk-•heid van het willekeurig doel dat het zich voorstelt te bereiken, ik heb willen bewyzen dat het veel beter ware dit zaed van oneenig-heid en van haet onder het volk niet te stor-ten, opdat het tegenwoordig Bestuer zich de verantwoordelykjaoid van eene kwaedvoorspel-lende toekom6t niet op den hais haie. Het is nog iyd om, recht te doen aen wie het■ behoort; later wordt toegeving., zwakheid en vrees; men weet by ondervinding hoc snel de- gramschap des volks groeit en wat gevo g en dezelve altyd heeft. „Mcn merke hier aen dat ik door Staetsbestuer geenszins den doorvluchtigen persoon Zyner Majesteit, den Koning, versta, reeds menigmaal heeft onze Vorst betoond dat het hem meer behaegt over een Volk dat zich eer-biedigt, dan over eene weifelende Natie te heerschen. Terzelfder tyd wete wnea dat ik de Walen, als volksgedeelte beschouwd, niet wil te na spreken; zy hebben hunne weerdo als wy en zyn onze staetkundige broeders, rnaer mogen in geen geval onze beheersdiers worden. Dit recht hebbei^^v-:-nooit 'g§hadien ^znllen,-het; :n<ioit; Niet anders formuleeren wij in 1915 het intégrale Vlaamsche Beginsel. Sancta Caritas. Min uw naaste, gij christenziel, Trap hem niet met ijzeren hiel Waar hij ligt ter aarde! Al wat leeft beheerscht do macht Van der liefde herscheppingskracht Die zich openbaarde. Aan deze bekende verzen van Bjornstjernc Bjornson denken wij, waar wij in een onlangs verschenen artikel ,,De Oorlog, de Wetenschap en het Vaderland", van de hand van den Noor-schen hoogleeraar Gerhard Gran, de volgende mooie zinsneden lezen. Na gewezen te hebben op het gruwelijko van den oorlog, zegt de schrijver : ,,Gelukkig vernemen wij ook andere verha-len. Allen hebben wij stellig de geschiedenis gehoord van den gewonden Duitscher, die in een Fransche leeraarsfamilie werd opgenomen. Hij schrèef een briefje aan zijn verloofde en de dochter des huizes verzocht hem, eenige woorden te mogen insluiten. Toen schreef zij: ,,Wij, vrouwen, zijn allen 'zusters in ons hart en daarom ook zend ik u mijn beste groeten. Uw verloofde verplegen wij met zooveel zorg als gij, daarvau lioud ik mij overtuigd, mijn verloofde zoudt verplegen, indien hij gewond in uw woning was..." Als wij deze woorden lezen, kunnen wij niet anders dan ontroerd zijn. Maar eigenlijk is dit niet iets om ontroerd te wezen. Er zal wel geen enkel normaal mensçh te vinden zijn, die niet voelt op dezelfde wijze als deze Fransche dame. Wij mogen er ook ver-zekerd van zijn, dat tussenen de vijandelijke landen duizenden zulke brieven gewisseld worden. Dit is natuurlijk niet anders dan normaal, en wellicht worden er banden door gelegd, die een hoogst noodzakelijk tegenwicht kunnen vormen tegen al den haat, die uit den oorlog voortspruit". Vlaggen In Denemarken. Uit een opstel van déni Deenschen schrijver Valdemar Rordam, ,,0nze Vlag en wij", deze aardige aanhef: „Wij hebben een mooie vlag. De Dannebrog. En graag liijschen we ze. Daar zijn bierkelders en carrousels, "waar ze dag en nacht wappert. Per Jensen is jarig ; de koopman heeft vreemde gasten: do vlag uit! Zondags wordt door de meesten gevlagd. Met Paschen, met Pinksteren flikkcrt het had in letterlijken zin van de wit-roode vlaggen. Wij zijn het meest vlaggende volk in de wereld." De bevolking der oorlogvoerende mogendheden. In de Berliner Bijrsen Courier leest men : Van de ongeveer 440 millioen inwoners van Europa zijn er 376 millioen met elkaar in oorlog. En ook van do overige bevolking der aarde meer dan de helft, terwijl de reusachtige bo-volking van China met 4o0 millioen de hoofd-massa van de in vrede levende volkeren vormt. Van de Europeesche volkeren staan aan den eenen kant 68 millioen Duitschers, 53 millioen Oostenrijkers en Hongaren en ongeveer 4 millioen inwoners vna Europeesch Turkije, te za-men ongeveer 125 millioen. De tegenpartij heeft uit Europeesch Rusland met Polen en Fmland tezamen ongeveer 115 millioen men-schen, uit Frankr'jk 39,9 millioen en uit België 7,8 millioen. Groot Brittannië en Ierland Ixî-nevens do andere Britsche bezittingen in Europa hebben 47,5 millioen inwoners, Servië en Monténégro 5,5 en Italië 35,5 millioen. Togen-over de 125 millioen van de centrale mogendheden staan er dus ongeveer 251 millioen Europeesche vijanden. Verhouding dus van 1 tôt 2. Deze wordt echter nog belangrijk ongunsti-ger als men er de niet Europeesche bevolking •van beide groepen bij voert, wat noodig is, daar de vijand uit aile werelddeelen troepen komen er aan niet-Europeesche b«volking laat komen. Voor de centrale mogendheden slechts ongeveer 15 millioen Aziatischo Turken | en ongeveer 12 millioen menschen uit de Duitsche koloniën bij. Zoodat de geheele bevolking aan dezen kant 152 millioen bedraagt. Bij de tegenpartij komen er dan ,ten eerste nog bij Japan met Korea en Formosa. Te zamen ongeveer 68 millioen. Dan do bewoners van Kaukasië, Russisch-Azië en Siberië met ongeveer 27 millioen. Engelsch-Indië en de ver-dere Engelsche bezittingen in 'Azië en Australie met 330 millioen, do bevolking van Tonkin en de andere Aziatische bezittingen van Frankrijk moet men op niet minder dan 20 millioen schatten. In Afrika komen Egypte met 12,8 millioen en de andero Engelsche bezittingen met ongeveer 23 millioen. De Fransche en Italiaansche koloniën met ten minste 25 millioen en ten slotte nog de Congo-staat met naar schatting 15 millioen inwoners. Ten slotte komen nog Engelsche koloniën in Amerika met ruim 10 millioen inwoners in aan-•merking. Onder deze steunt Canada, de be-langrijkste kolonie, het moederland in belang-rijke mate. In het gelieel staan dus tegenover de 152' millioen onderdanen der centrale mogendheden 780 millioen vijandelijke onderdanen. Het ' woord een wereld van vijanden is dus geen over-drijving.1 De bevrijding van Polen. Men lierinnert zich, dat grootvorst Nikolaas, de opperbevelhebber van het Russische leger, omtrcnt het midden van Augustus in een manifest aan do Polen de hereeniging van de geschciden deelen van het Koninkrijk Polen be-loofde. Volgens een bericlit uit St. Petersburg zal daartoe een commissie van twaalf leden worden ingesteld, de helft Russen ■en de helft Polen, onder voorzitterschap van Goremykin. West-Viaamsche Lachetfingen. Narden Slameur en Seven Blootackere van den Duinhoek, zaten Zondag, achter de Ves-•pers, in ,,'t Fortuin.tje", een stil -pintje to drinken en een gezapig pijpje te smooron, al klappen van den oorlog. Eh, ja! van wat zou een mensch-nu al klappen, als hij uitverteld is over zwijns, Icalvers on de vruchtên te wege, of tenzij van den oorlog. — Maar, ja, zegt Seven al met eens, 'k en kan mij daar niet aan verstaan. 'k Heb daar in de 'gazette gelezen dat ze waohten van voort to doen, ginder al den liant van Turkye, tôt dat ze al hulder volk bijeen hebben. Zé" spreken wel van een hond'erd duizend man ! en kan niet begrijpen hoe dat-ze-zoovele volk zoûn . vandoen hebben, om een handvol vrouwmen- ! schen tcpakken.^. — Ehwel, ja, zei -Seven, 't heb mij tocK al-tijd 1 aten » gezeggen, 't. dunk t - m ij dat de . Dar- ■; ■•danellerL, dut dat, Jt ,vr<^Wivolkr^was.;ya'n «ten , Gruwelenrapporten. Wij lezen in de Nieuwe Courant van 21 dezer, " 2e avondblad onder deze titel: Prof. mr. J. baron d'Aulnis de Bourouil te Utrecht schrijft ons d.d. 19 Juni: In uw blad van hedenochtend lees ik een verhaal uit het verslag der Belgische gruwelen-commissie te Iiâvre. Hoe onvertrouwbaar der-gelijlve verhalen soms zijn ,bleek mij uit het volgende : In de te Parijs verschijnende en in Nederlànd op ruime schaal verspreid ,,Revue hebdomadaire" is, in het numraer van 29 Mei j.l. als uitkomst eener Engelsche enquête b.a. bericlit dat Wandre, een plaatsje bij Luik, op .-(j Aug. gelieel verwoest. Een zakboekje van een Duitsch soldaat, Eitel Anders, zou dit hobben aan het licht gebracht: ,,Nous ar rivâmes alors à la ville de Wandre. Les maisons furent épargnées mais tout fut visité. A la fin nous sortîmes, de la ville et tout fut réduit en ruines." Daar bij het begin des oorlogs in Nederland-sche bladen gunstige berichten omtrent den toestand te Wandre waren openbaar gemaakt en ik aldaar relatiën bezit, besloot ik thans het gebeurde te onderzoeken. Een bezitter van een mijnonderneming ginds, bericht mij giste-ren dat er in 't gelieel 2 huizen verwoest zijn, behoorende tôt een arbeiderscolonio ,en wel om dat uit die huizen was gesclioten. Van het zoogenaamd dagboek van Eitel Anders mag nu ieder het zijne denken. Onlangs heeft men, om de oorlogsgruwelen te doen vaststellen ,gepoogd uit onzijdige landen een internationale conimissie in 't leven te Toe-pen. Een moeilijk werk, en de eenige weg tôt kennis der waarheid. Zal men echter ooit hier-toe geraken? De gruwelenrapporten, ook de officieele, die-nen inderdaad met groot voorbehoud te worden gelezen. Wat speciaal hert 16e verslag van de Belgische commissie betreft, waarvan in ons ochtendbiad van Zaterdag een overzicht werd gegeven, moeten wij eèhter de aandacht er op vestigen, dat de heer Fléchet, burgemeester van Warsage en oud Kamerlid, verscheidene maanden in den Haag verblijf heeft gehouden (wellicht nog alhier vertœft) gelijkluidende mededeelingen aan die welke thans in het rapport zijn neergelegd, aan velen heeft gedaan en dat hij door degenën die hem kennen als een zeer achtenswaardig en betrouwbaar man wordt gekenschetst." Het gaat niet aan, zooals de Nieuwe Courant j het doet, een particulier verhaal te plaatsen I tegenover een officieel verslag om den indruk daarvan te verminderen. Het lijdt geen twijfel, dat men meer betroo-wen mag hebben in do verslagen eener commissie van bekende rechtsgeleerden die aile fei-ten eerst wil onderzoeken alvorens, deze ken-baar te maken, dan in een tijdsohrift artikel. Te meer heeft men nog maar getracht-dit artikel . te weerleggen door een enkel uittreksel van eenen enkelen Duitschen soldaat. Welke wcerlegging dus nog! Speciaal wat betreft het 16e officieel verslag der commissie van onderzoek, zegt de Nieuwe Ooruant zelf, de aandacht erop to moeten vestigen dat dé heer Fléchet gelijkluidende mededeelingen in den Haag heeft gedaan. Welnu mijnheer Fléchet verblijft thans nog in deze stad en wij hebben er dus prijs op gesteld hem over deze zaken zelf eens te.gaan spreken. Niemand zal voorzeker de1 woorden in twijfel trekken van dezen eerbiedwaardigen grijzen man, die gedurende meer dan 25 jaar, zijn arrondissement ter kamer van volksver-tegenwoordigers met eere heeft vertegenwoor-digd. Daarom achtcn wij het van belang zijne verklaring letterlijk weer te geven. ,,Wat betreft do feiten die worden aangehaald in het verslag der onderzoekingscommis-sie, het zijn werkelijke gebeurtenissen verhaaJd door personen die er of wet getuigen of wel zelf het slachtoffer van waren on die meest allen hunne getuigenissen hebben .ondertee-kend.Zulks is ook het geval met mij. Ik geef enkel hot omstandig verhaal der feiten on verklaar dus enkel wat. ik zelf lieb gezien, gehoord en bestatigd, niets min en ook niets meer. De nanien der slachtoffers zijn in het verslag vermeld. Ik vrees geen contrôle, integendeel. Sinds mijn verslag werd neergelegd. heeft men nog het lijk ontdekt van mijnheer Michel Pous-set van Mouland, een der drie grijsaards waar van ik gesproken heb." Hoeven wij hier nog te herhalen dat wat betreft het samenstellen eener internationale commissie ,waarvoor prof. J. baron d'Aulnis do -Bourouil gewaagt dat het geenszins de Belgen zijn die er het stichten van hebben belet. Laat) ons maar eens even herinneren aan de voorstellen van Z. E. Kardinaal Mercier, van Sena-tor Magnette, Groot Meester der Belgische Loge, van de Leuvensche notabiliteiten en lasb not -least aan het officieel voorstel door de Belgische regeering van den beginne af gedaan. — US! d© Kampen. Tentocnstelling der voorwerpen vervaardigd door de gelnterneerde soldaten In Holland te Tilburg. De Belgisolie verbroedering te Tilburg zal va.n 17 tôt 25 Juli toekomende, in de lokalen der Liefdetafel, Souvenir des montagnards, eene tentoonstelling openen van de voorwerpen vervaardigd door de Belgische soldaten, ge-interneerd in de Hollandsche kampen. Deze liefdadigheidstentoonstelling zal geschieden ten voordeelo der volgende menschlievende werken : I. Voor de soldaten aan het front, (werk der breistersafdeeling van de Belgische verbroede-ring).II. Het voedingswerk in België. ITT. De hulp aan de Belgische vluchtelingen in Holland. IV. De armen van Tilburg. De voorwerpen vervaardigd door de soldaten, « zullen ten hunne profijte en hunner vrouwen ! en kinderen verkocht worden. Het programma der openingsplechtigheid, der conferentiën en concerten zal eerstdaags ! aangekondigd worden. ] Waar ligt de knGcp? , Voor een tiontal dagen drukte ,,De Vlaam- < sclie Stem" dat het kosteloos postverkeer mej: België aan de geïnterneerden opnieuw was toe- < gestaan. Ongefrankeerdo briefkaarten uit België komen regehnatig toe. Antwoorden de geïnterneerden echter met ongefrankeerde briefkaarten, clan worden deze even regelmatig door de .Nederlandsche Post aan de. afzonderé terug ge- ( .stuurd. Wat mag dit wel te beteekenen heb- i beU? ïAanf'het«^mtsch ; bestuur i& antwoorden... \ Ter Introductie. Met ingaiig van heden treedt tôt de Re-dactie toe onze vroegere medewerker Dr A Jacob. De heer Jacob promoveerde in 1911 aan do Rijiksiinivei-Biteit te Gent tôt doctor in. de •ettoron op oan proefsehrift getiteld : „De lettertaindige beweging in Zuid-Nederland onder Wid-lein I". In 1913 verscheen van zijn hand het eerste deel van de „Briefwis-seling van, met en over Hendrik Conscience mt do jaren 1837—1851" (uitgiaaf van de ivomnJdrjke Vlaamsche Académie), waarvan het 2de deel ter perse is. Itl zijn studententijd nam d©: heer Jacob deal aan ^ de Groot-Nederlandsche Studen-tenbeweging al_s ab-actie van de Gentsche Minerva-redactie. In 1915 behoorde hij tôt de oprichters van do Antwerpsche. ,„"Vêr-co'jïig-ijig- voor Beschaafde Nederlandsche XJitspraak", waarvan hij voorzitter is; liij. maaitt deel nit van de redaotie. van het tijdschriffc („Mededeelingen") van deze-ver-eeniging.Achtereenvolgens was de heer Jacob werkzaam als ambtenaar aan de BiHiotheek van 's Rijks Hoogesohooi te Gent en aJs leeraar in het Nederlandsch' biji het-Staats-middelbc—r Qnderwijs in Waalsch-België. In de Februari-aflevering van het, tijd-schrift ,,De Beweging" verscheen van hem een bijdrage over de V'iaafinsohe Beweging en de Belgische zaak. Otp dewsn grondslag die met die der Ylaamscihe Stem overeon-komt, zal door hetm in dit blad met ons verrier gebouwd worden. De Redactie der. Vlaamsche Stem. Voor deHitgeweke&îen. De Belgische school van Amsterdam. Aïs aanvulling van hetgeen over de Belgische school ^ van Amsterdam in ons nummer van 20 Juni modeged'eeld werd in het V er slag over liet Belgische onderwys in Nederlànd, publicee-ren wij de volgende uittrekeels uit het Officieel Verslag dier school don 15 F ebruari op gesteld.Het is mr. Alberik Deswarte, dio voorna-mf ji? mde cer draaet Vi»n liet oprichten der school. Ternauwernood hier aangekomen, na de Belgische hoofdstad verlaten te hebben, lieeft hv] liet idee gehad in Amsterdam eene betalende school op te richten voor do Belgische kinderen. Een oproep, geheel vrijwillig door do Am-stordamsche dagbladen opgenomen, werd tôt al de hier verblijvendo Belgen gericht, om dit plan te verwezenlîjken. Een comiteit, onder voorzitterschap van mr. Deswarte, werd saroen-gesteld, on na. slechts acht dagen waren aile moeiliikheden opgelost, een voldoende onder-wijzend personeel gevonden, een. school der stad Amsterdam ter beschikkmg van het Comiteit gesteld en aile noodige maatregelen genomen. Op 23 November 1914 worden do eerste inschrijvingen ontvangen in het schoolgebouw van de Van Ostadestraat 103. Wij lezen nog in het verslag dat twee Nederlandsche vrienden, do heeren Benjamin M. Keezer en H. van der Meulen onmiddellijk hunne diensten aan heb Comiteit aangeboden hebben uit liefde voor de Belgische-za-ak, en er het ambt aangenomen hebben resp. van pen-ningmeester en van secretaris. Hunne groote toewijding is des te prijzenswaardiger dat deze heeren niet het minste persoonlijk belang hebben in het werk. ^ Tusschen de leerkrachten hebben zich., ook Nederlandsche leeraren en leeraressen' aangeboden, n.m. de heer Th. J. Hamers, voor het beekenonderwijs en doctoresse S. A. Kri]n «voor de Nederlandsche taal, beiden van Amsterdam. Het geneeskundige toezicht geschiedt ook door een Nederlander, dr. Charles Deyll, ge-meentearts te Amsterdam, welke geheel belang-loos zijn ambt vervult Het getal leerlingen is thans een honderd van 6 tôt 19 jaar, allen verdeeld over lager, middelbaar en atheneumonderwijs. / Crediet-Vereeniging voor Belgen. De veertiendaagsche bijeenkomst van den Raad van Commissarissen van de Crediet-Vereeniging voor Belgen, welke Vrijdag j.l. in de bureaux der Maatschappij 57 Jan van Nassaji straat te 5 s-Hage plaats had, werd vereerd met do tegenwoordigheid van den heer Poul-let, minister van Kunsten en Wetenschappen ; baron Fallon, gzant van België; luitenant-generaal Dossin, den Prins de Ligne, raads-heer bij de Belgische legatie en commandant Maraet. Nadat de président Graaf de Baillet Latour de hooge gasten had welkom geheeten, legden de drie directeuren achtereenvolgens de verschillende onderdeelen der instelling bloot en overlegden zij den raad de leeningsaanvragen, waaromtrent deze week moet worden beslist. Minister Poullet nam vervolgens het woord, ook mede namons Baron Fallon. Hij drukte- de levendige voldoening der regeering trit over liet welslagen van deze moeielijke- onderneming, welke een philantropisch doel heeft en een fi-□ancieelen vorm en welke te gemoet dientte-komen in de behoefte van die tallooze Belgen der mkldenklasse, wellco naar Holland uitgeweken zijn. De goede geest en de geheele belangeloos-lieid van commissarissen, directeuren en ledèn 1er plaatselijke lcomiteiten evenals van de an-iere medewerkers, valt niet genoeg te prijzen, svaar zij hun tijd en krachten-ten offer brengen. De heer Poullet legt ook veel nadruk op do çewaardeerde medewerking van de twee Hol-.andsche commissarissen, de heeren mr. C. H. jriiépin uit Amsterdam en den Bankier Ernest Daane te Bergen op Zoom. Hij wenscht zich ten slotte ook geluk met de belangrijlce inschrijvingen der voornaamste banken, zooveel als van ial van particulieren in Nederlànd, welke-deze inderneming moreel en financieel hun niet ge-loeg te waardeeren hulp verleenen. Voor de opening der vergadoring waren de rerschillende afdeelings-chefs aan minister Poulet voorgesteld. Hij bedankte bijzonder in hun îoedanigheid van Nederlander, den heer K'orijn, vissel-agent gevestigd te Brussel en belast met le afdeeling effecten enz. on den heer Ypey, ;onsul der Nedcrlanden, expert bij de recht-sank, die wel de functie van inspecteur der îomptabiliteit van de vereenîging op zich wilde ien:en. Vertrek van vluchtelingen. Met hot -stoomschip „Copenhagen"- zijnvDon-lerdagavond 392 Belgische vluchtelingen, man-ten,. vronwen en kinderen, .yaEL hiçr naai; Engeland vertrp^ei^'' ^~ ' -

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Amsterdam du 1900 au 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes