De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad

1425 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1915, 29 Août. De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad. Accès à 27 janvrier 2021, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/348gf0nt82/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

| rSte jaarg&ng wro. aoi Zonaag, AMgusîws i^&3 S Cem DE VLAAMSCHE STEM ■ ^ volk zal niet vergaan! ALGEMEEN. BEMàlSQH DAGBÛVP Eendracht maakt macht REDACT3E- EN ADIKIINISTRATIEBUREELEN i KALVERSTRAAT 64, bovenhuis, AMSTERDAM, Telefoon No. 9922 Noord. RENE DE C L E R C v, .«air-iDr. A. JACOB. ABOXNEMENTSPKIJS (b\j vooruitbetaUng): Voor Nederland per jaar gld. 6.60 — per Jiwartaal g]d. 1.75 — per maand gld. 0.75. Voor Belgi?, Engeland, Franêrjjk en ander» landen dezelfde prijzeiijimet verhooging van yerzendiugskosteu (2^ eent per nummer), ADVEHTENTIES: 20 Cent ner regel. weetalig. Vlaanderen. (Vervolg van nr. 200.) eicenaarc^ig lichfc op de taaltoestan-^ h°b oude Vlaanderen werpen de fei-3 die dr. Stracke vervolgens aanhaalt. ,11 zijn zij ontleend aan het kerkelijke Ta 1508, na vijf eeuwen Fransche bescha-v- en 130 jaar Bourgondische overheer-^ behelst de bibliotheek van de Rijke •^n alleu patriciërskinderen te Gent Ùtluitend Vlaamsche codices en boeken. 1 Jn 1556 werd het Gezelschap Jezu in de Werlanden „.met voile macht van vaste Painahe ende gcedinghe" aangenomen. î3 jaren die volgden tôt onder Farnese's ' 'viod v:aren voor de-jonge kloosterorde • - -lijke tijden, die haren vooruitgang ten ;:,te' bekrompen. Maar toen de XVIe eindigen ging, waren de Jezuieten, Nederland door, talrijk en machtig. , t daarop in 1611 werd ,,de Provincie nn Nederland, om haere grootte, nae het dimcken van den Archs-hertoghe Al-' ,s in twee ghespleten, ende d'eene van . de Duytsch, d'andere de Walsch-Ne-•-andtsclie (in gevolg van de talen die V Mru'jcki mrd&r) ghenoemt". Daar, ciatrent bemerkt professor Pirenne heel On ne tint compte dans l'établissement' des circonscriptions ni clés divisons : : nistr ati vos, ni même des divisions po-oues. Destinée à agir sur le peuple {hij hd er kunnen bijvoegen: sans oublier pour 'h aucunement la haute noblesse) la Com-Kjnie répartit ses cadres suivant la fron-j.'e linguistique. Wara'de teostand nu in 1611 als in 1913 r:«est; zouden de teenmalige Patres ten r"iQSte de.pclitische landgrenzen niet heb-h geeorbiedigd in de XVII P'rovinciën? faarom gaf tegen ailes in, de taallcwcstie c;n doorslag? Tôt de provincia Flandro-behoorden zelfs streken die nu-ter-: ; buiten de taalgiîens worden geacht. Zoo â> de grens in 1612 van Grevelinge-n over Watten naar Bethune, en Armentières, zij lesloeg ook in Braband nagenoeg heel de trovincie. Da Waalsch-Belgische Provincie ten fciid-Weaten werd in 1640, meer naar het Xoorden teruggedreven door de Fransche Provincie waarbij ze Hesdin, Arras en Ba-Tjume verloor, ze heeft nochtans nooit •nnsch-Vlàa.nderen met de steden: Greve-lingen, Duinkerken, Winocsbergen, Cassel, Me, op onze Vlaamsche Provincie ver-overd.Scdert 1612 nu hebben de Jezuieten heel è streek door gepredikt met den onge-iardsten bij val, zoodat ,,alle kercken schier 3 kleyn waren, uren te voren waren de •lîctsên bezet, tôt op d'autaren stondt het T:ick, ende hongh gelyck klissen aan de ri'.aren". Te Antwerpen werd in het ipaansch en het Vlaamsch, misschien wel os in het Fransch gepredikt, in 't Fransch r.iefc zelden te Brussel. ,,'t Ghetal (echter) van de sermeenen die wy jaerlyks inde Ne-ner-Duytsch.e taele doen, loopt verre boven flevijftien duysent." Ock prof. Pirenne vermeldt die meer dan 15000 sermoenen, maar vergeet er bij te voe-:en dat zij waren ,,inde Neder-Duytsche taele." Yerder schrijft prof. Pirenne: ,,Le fran-î'-is achève de conquérir la noblesse et les fiches. A. Bruxelîes en 1638 les Jésuites prêchent trois fois par semaine en flamand deux fois en français (Waldack)." Hierbij echter maakt dr. Stracke een op-Berking. Iedereen weet, zegt hij, dat Wal-slechts bericht over dit jaar 1638, speciminis causa, en dat men dus- uit *t er voorvalt dit jaar, geen alge-fieene. gevolgtrekkingen kan maken. Trou-vas, Waldack heeft het slechts over Vas-^prceketi. Maar hoe was het buiten den « asten ? Daarnaast bericht Waldack dat des Zondaga acht catechismus-lessen in het flaamsch in de kerk werden gegeven; in de iîpel werd één catechismusles in het i^nsch gegeven. Dit is vermoedelijk de Jtechismusles die juist in 1638 was inge-,,ad instructionem pauperum, eorum praesertim qui Lotharingia extorres, Bruxel--9 fréquentes deguilt" (om te armen te on-ûtrwijzen, in de eerste laats degenen die, i:tgedreven uit Lotharingen, in grooten [Btalê te Brussel verblijven). Mertwaardig zijn de gegovens die Dr. stracke vervolgens ontleent aan het school--"czon der Jezuitenorde in de zeventiendc ^ de àchttiende eeuw. ^ dagscholen der Jezuieten stonden open ;°0r :edoren leergieriigen knaap, rijk of J1®; natuurlijk" echter hadden de adel en '•* hoogore burgerij er de overhand. Heques-bencht, dat er te Antwerpen in 1575, ;!} Wlingen uit de rijkste gezinnen bum °°«pe bezœken. .^omediespelen nu was in die collegee erg ; 2^a-ng ; de rederijkers waren of geschorst 01 aan het kwijnen, en men mag gerust bo-dat de gegoede^tanden haast geen 'er theater kenden dan dat der Jezuieten. elnu, het tooneel der Jeeuieten in de jonde en zeveniiende eeuw was in Zuid-fcf6r n<^ boofdzakelijk Vlaamsch. Hoe dit ^ overeen te brengen is met de bewe-Xl?T 0nze erL burgerij van af de l J eein^ het Fransch ten allerminste als . Nationale taal bezaten (het theater r j een der beste vertolkers van natio-1'^ienden) is mij een raadsel. nergais eon spoor gevonden, dat , ezuieten tegen die zucht naar Fransche frtrotVm^ Zuid-Nederlanden zijn op-echter dat ze zich overal aan bel)}* bâjkomende omstandigbeden U n aangopaet, als de H. Ignatius en oku opvolgers uitdrukkelijk, zonder In /ni.hun inscherpen te doen. vocw.1C ° liistsn stukken door Sommer-^W°T^?eVe'n' noo nierkelijk door ^ ir vemeerderd, en waar- Û0S fl-ndere pnuitgegeven door dr. Stracke werden gevonden, treft men, het i waar, ook zeer vele Latijnsche stukken aan Men moet echter opmerken dat talrijke die stukken niet voor het publiek maar wel voo: de Collegestudenten alleen bestemd waren Dit is ieder keer het geval, als de acteurs ui een of twee der lagere klassen (3e tôt 6e' gekozeoi zijn. De voertaal in 't onderwij; was toen het Latijn, de scholieren sprakei Latijn in de klas, ze speedden dus ook h 't Latijn op de planken. Maar als het een stuk gold dat aan d< ouders als 'n aantrekkelijk schouwspel, oj HaJfvasten, met de Prijsuitdeeling, of bi( andere feestelijkliedd werd ten beste gege< veai dan was dit in verre de meeste gevoiler in 't Vlaamsch. Dus voor den hoogsten ade uit stad en dorp, en de ontwikkelde men schen, die dikwijls 4.000 sterk,, zicli op d< groote speelplaat-een der Collèges of op d< straten verdrongeai, werd gewoonlijk d< m coder ta al getbezigd, als de eenige nationale landstaal, Heel de Dietsche Nederlandei door. De oorkonden waarop wij de volgend< bewijzen gaan stutten zijn helaas cnvolledig maar ailes doet vernioeden dat 'n rijkea inventaris onze résulta ten in hoofdzaak on-gewijzigd zou laten. In de eerste plaats bespreekt dr. Strack< den toestancl in Fransch- Vlaanderen. Het College van Duinkerken in 1612 gestiefot, speelt het eerst in 1628 een Vlaamsch stuk ,,toeglieeygent aan d* Ghemeynta der stede". In 1643, 1661 1662 wordt er nog Vlaamsch gespeeld; d< overige 18 overgeleverde stukken zijn il het Fransch geschreven. Het laatste hier van dagteekent uit 1730. Nu en dan word' nog een tweetalig programma voorgelegd maar van 1670 af voert men hoogstwaar schijnlijk slechts Fransche stukken op (d< stad was door Engeland aan Frankrijk ver kocht voor 5 millicon frank). Het College van Casse 1, in 161' gesticht, vertoont nog opmerkelijker toe-standen. "Van 1617—1725 bezitten wij 2; programmai, waarvan 2 Latijnsche, i Fransche en 21 Vlaamsche. Nog in 1723 nadat Cassel sedert 1678 in Fransche han den was overgegaan, werd opgevoerd ,,Esther, door de Jonckheyt van de scholen der Societeit Jesu". Van het College van Belle (Bail leuil), in 1624 gesticht, bezitten wij eei veertigtal programmai waarvan twee La tijnsche ; de overige zijn allen in lie' Vlaamsch gesteld. Het College van S. Winoxber g e n, in 1600. gesticht, geschorst in 1762; vertoont tôt 1665 Vlaamsche stukken. Eer uitzondering vonnt een Latijnsch stuk ui' 1638 (Voluptas Somnium). Op het einde dei jaren zestig wordt het eerste Fransche stul vermeld. Van 1717 af blijf-t, trots de uil 1678 dagteekenende Fransche overheer-sching, het Vlaamsch in eere met vijf stuk ken; maar na 1725 zijn de acht overgeble ven stukken in het Fransch. S'îotsom : 2! Vlaamsche, 2 Latijinsche, 14 Fransche (dez< laatston bij'na allen later dan 1725). In een volgend artikel zullen wij aan d< liand van Dr. Stracke den toestand ii Vlaamsch-België nagaan. (Wordt vervolgd.) Victor de ia Montagne. (Van onzën gewonen correspondent.) Brussel, 24 Augustus. In een Hollandsch blad vind ik het treu-rige bericht, dat in Havre is overleden de heer Victor de la Moptagne. Sedert eer paar uren leef ik onder den zwaren indruli van dat, ondanks ailes, toch nog onver-wachte nieuws. Droefgeetemd, — wanl met Victor delà Montagne is heengegaai een voortreffelijk Vlaamsch dichter, eer Nederlander vol warme liefde voor onze Ne derlandsche taal, voor hare voortbrengse-len van af haar eerste stamelen, een mai vol bewondering voor de Hollandsche er Vlaamsche schilderschool. En niet • mindei een kenner, een vertrouwd genieter vai het natuurschoon, dat de lage landen aai de zee te begrijpen en te beminnen geven Want tôt in de kleinste, meë6t onbekende hoekjess, had hij Vlaanderen en Hollanc doorreisd. Geen plek zoo afgelegen, of hi; wist bescheiden en f ij n van haar be koorlijkheden te spreken. En vernam hi; toch nog soms, dat ergens één hoekje aan zijn speurzin was ontsnapt, hij had ter dege rust noch duur voor hij ook die streek dat stukje Nederlandsch-sprekend gebiec had in oogenschouw genomen. Het be schouwde, eens genoten scloon droeg hi dan steeds met zich in wereld rr aL een onvervreemdbaren 6chat. Als dichter zweeg hij reed6 sedert lang Nooit had hij trouwens veel of kraclitii gesproken. Hij was een keurig beschrijve] van mooie landsahappen of zichten, een fiji weergever van herberg-tooneeltjes ; en mei lichte aandoening kon hij zingen van eer bare liefde, met iets dat ironiech klonk ir 't met vreugde luisterend oor: met iet gemoedelijk Heiniaansch. Bizonder fraa zijn onder meer de kleine Liedereny di< zich opgenomen in den herdruk van zijn Ge dichten, voor een paar jaren door d< .Maatschappij voor Goecîe en Goedkoopf lectuur te Amsterdam bezorgd. Fijnheic van geest, een buitengewone genioedskiesch heid, samen met uitgebreide, doch nooi' naar voren tredende kennis, kenschet sen 't dichterlijk werk van Victor delà Montagne. In 1875 had hij reeds Vlaamsch gezinde verzen uitgegeven, onder den titc Onze strijd, yaderïandsche poëzie. Maa: een strijder was hij niet. Liefst zat hij il een hoekje, bescheiden en zelfs eenigszin: schucliter, gade te siaan wat voor hean zic] ontwikkelde en afspeelde. Maar eigenliil mede-strijden deed hij nooit, dan in dezei zijn eerstea bundel wverzen2 tlians recd 5 eenigszins in den vergetelhoek geraakt. N Gedichten die, meen ik, eerst in 186 ' zijn verschenen en in de Wereldbibliothee: * weer zijn herdrukt, zweeg hij haast voor . goed. Zijn liefde was gegaan naar de schep j pingen onzer oude dichtere... I Van dieu tijd af liet Delà Montagne zic] ; kennen als een bibliophiel, door weinig an l dere in Nederland overtroffen. Zijn biblio theek is een der mooiste en rijkste gewordei waarop wij bogen kunnen. Talrijk zijn d > Nederlandsche studenten en studentinne] i die er een zeer ruim gebmik van hebben ge maakt. Want hij was buitengewoon gedien stig. Hij verzamelde àl de Nederlandsch werken. Zijn voorliefde, als verzamelaar ging echter naar Antwerpsclje drukken de drukken van Simon Cock vooral. Haas compleet is zijn collectif der Antwerpsch drukwerken. Ook Nederlandsche geschrif ten; in 't buitenland gedi-ukt (in Frankrijl of Duitschland) verzamelde hij bij voor keur. En een zijner vele, maar helaas nie altijd doorgevoerde of tôt venvezenlijkin-j gebrachte droomen, was, een keus te doei en lût te geven uit onze vijftiende en zes tiende eeuwsche kleinere, vergeten tooneel schrijvers. Uit hun werk was allerlei mooi's plezierigs en voortrefielijks te puren, naa hij beweerde, dat ook den modernen leze , groot genoegen en profijt kon brengen. Vel andere plannen had hij nog, aile op dei grooten rijkdom van zijn bibliotheek en oj zijn gansch bijzondere kennis op het gebiec van Nederlandsche drukkunst steunend maar zijn vrienden wisten wel, dat hij zicl telkens weer door een anderen droom zoi laten afleiden van den vorigen. En da^ hi ten slotte niets daarvan verwezenlijken zou Maar als mede-redactéur'van het Tijdschrif voor Boek- en Bibliotheekwezen heeft hi toch reeds vele diensten aan de Nederland sche biblographié bewezen. In de wereld de r boekenliefhebbers en der boeken-verkoopers waar Delà Montagne niets dan vriendei ; telde, zal zijn heengaan een niet zoo spoedii , weer te vullen leegte achterlaten. Dezelfd liefde, die hem vervulde voor 't oude Ne ' derlandsche boek, had hij ook over voor d kleinrneesters onzer Hollandsche en Vlaam sche schilderkunst. Vlijtig verzamelde hi teekeningen- en schilderijen. En van da werk wist hij te genieten in stille vreugd.. Delà Montagne was lid der Koninklijk Vlaamsche Academie. Van dit geleen lichaam is hij bestuurder geweest. Ook vai de Vereeniging van Letterkundigen wa hij een tijd lang voorzitter. Maar gaarne zoi ik hier den ménsch willen roemen. Ik hel Delà Montagne jaren en jaren lang dagelijk gezien, gesproken, met hem om zoo te zeg gen geleefd. Hij was een man van buiten gewone fijnheid, met een hart zoo edel al ik haast nooit heb ontmoet. Zoo kiesch, zo< angstig dat hij iemand leed zou kunnen be rokkenen; ook aan wie hem kwaad deden kon hij niet denken met haat. Eenigi zwakheid zeker ging daarmede gepaarcl Geen man was hij die in een ijzeren tijd me vreugde kon leven. Te fijn van .gevoel, vai gemoed, van geest! Zonder de minste hard heid, ook als hardheid misschien een heil i zamen invloed kon oefenen. Maar, zoo'] pracht van een gevoelsmensch. Zoo'n zuive kunstenaar, zoo'n fijnproever van kunst.. Sedert een paar jaar was hij lijdend. Be minde huisgenooten had hij vroegtijdig ziei ten grave dalen. Toen de oorlog uitbrak de eerste dagen, scheen hij weer opgemon terd, zoo veranderd. Weer de opgewekt sjDraakzame Delà Montagne. Toen de Belgi sche regeering Antwerpen verliet naar Ha vre, volgde hij haar en vertrok mee naa Frankrijk: hij was bestuurder aan het De partement van Justitie. De schokkend gebeurtenissen, na de eerste opwekken de opwinding, zullen hem we^r hebbei neergedrukt, verpletterd en ten grav gebracht, pas een en zestig jaar oud Maar zijn naam zal de Vlaming in eer houden. Zijn 'gedichten zijn tegen den tiji bestand. En zij die hem van naderbij het ben gekend, zullen hem herdenken als ee: type van den fijnen, kunstminnenden Via ming. Als een mensch vol schoone, zeldzam eigenschappen. m Oorlogsgepeinzen (Vervolg van i\rr, 200.) 't Lijkt of de trein met dutterig vroomheid een rozenhoedje bad, prevelen t een verstrooiden soms herhaalden weesge groet bij ieder bolletje,-en met lange ovei wegingspoozen na ieder tientje. Ongetwi' feld de droeve mysteries. En ondertussche zijgt buiten uit effen grauwen, druilerige ; hemel in dunne, loodrechte, lustelooz straaltjes de regen neer over het wij de vlakke land en maakt de koeien nat in d weiden, en het water nat in de slooten, e , de wachthonden, de soldaten nat op d ' bruggen der rivieren en bij de overwege { van 't spoor, en natst van al de ruitjes va den trein, want die drijven en lekken e slaan aan van het vocht, dat ge er nauwe lij.ks doorheen kunt kijken om te zien aa 5 welk station ge nù al weer stop t. En telkcr [ weer, tegen mijri eigen'zin en wil, loop i , uit verveeldheid bij de aansluitingsplaatse de stad in, en sta onder mijn paraplu voo , elken sigarenwinkel de nieuwste tijdingen t s lezen, de bondige, ontmoedigende overwii: ningstelegrammen van kwartiermeester vo Stein en de blufferige, volksmisleidende ■ kregelmakende regeeringstelegrammen uj . België. En dan weer met vuilnatte schoe nen en dampende kleeren terùg naar d . wachtkamer van 't station, waar de kellne [ u met wanhopig-bedrukt gezicht om erbai : ming smeekt, wanneer. ge uw consumpti i met een briefje betaalt, want hij heeft gee ; pasmunt meer, er is geen aankomen aar i elk houdt zijn zilvergeld vast en hij is bc : reid u zonder betalen te laten heengaan. E i dan eindelijk weer den bommeltrein ir 3 waar ik goor de xerandering een gezelscha a tref, overvoorzien van koffers en tasschen 2 en doozen en geld en mooie kleeren, dat i kersversch terugkeert uit Zwitserland en - geestdriftig vertelt van liet Duitsche leger - dat ze hefflben zien vertrekken, van de aar-dige ,,schneidige" officieren waarmee ze i hebben gedronken, van de loopgravenver-sperringen en machinegeweren die ze heb- - ben bewonderd bij Keulen, tôt het toeval-i lig uitkomt, dat een Belg ze beluistert en 3 ze, eerst even-verlegen, hun gesprek gaan i dempen. Eindelijk dan toch in Zwolle, en einde-■ lijk is ook de regen voorbij. Maar 't is daar-3 voor ook avond geworden. Ik ben blij, dat , ik over ben en ik word hartelijk verwel-, komd. Maar de stemming in de stad is niet b opgewekt. Men is nog onder den indruk î van de mobilisatie, die de kermis, al zoo - vroolijk en prachtig op dreef, op eens heeft : verlamd, opgebroken en ontzet door 't - noocîgelui van al de torenklokken en een b jacht van harde, strenge bevelen. Mijn j huisgenooten verhalen van den eentonigen, i diep-ernstigen, neerdinkkenden opmarsch - van duizenden soldaten naar de oostergrens, - van buren die inderhaast hun zilver hebben , begraven, van vriendinnen die huilend om r troost kwamen, wijl men zei, dat 's avonds r de IJselbrug in de lucht zou springen. De î ^ngst voor mogelijke rampen houdt nog i ieder in spanning, de zenuwen zijn nog niet ) gewend aan den oorlog, 't is bij ieder nog l zoeken en tasten naar houvast en evenwicht in de nieuwe omstandigheden. Doch dat i komt wel terecht. De mensch is een taai en i lenig dier. Als 't moet, schikt hij zich in j ailes. V. t j Ik schik me ook en het weer komt mij . ter hulp. De Vader, die de zon laat opgaan : over goeden en kwaden en regent voor , rechtvaardigen en onrechtvaardigen, 1 schenkt een ongestoorde reeks van schoone, r warme zomerdagen. 'tls of de hemel too- 2 lien wou hoe men zich in deze schokkende . gru wel tijden houden moet. Hij zet weken 0 lang zijn blauwste, zonnigste gezicht, gaat . geen enkele maal pruilend schuil achter j stroeve wolken, meesmuilt, traant noch [j toornt, maar, hoe zondig en wreed de men- schen ook te keer gaan, steeds staart hij 3 blij en welgezind op aarde en menschen ne-[ der. 't Is een lust nu om buiten te zijn, en x als ge geen kranten of telegrammen leest en 5 niet let op schildwachten en natroeljes, 1 kunt ge best het wereldleed vergeten. > Ik fiets naar Kampen. 3 De weg is één lange mooie dreef, met en-. kele zachte bochten snijdend door een paar . welvarende boerengehuchten en voorts door 3 niets dan groen slooterig weiland vol rood-5 en zwartbont vee. Kampen zelf is l>eroemd . om zijn ,,uien", evenals Schildburg iù Duitschland en Oolen in de Vlaamsche î Kempen. Ik kan niet schiften wat er ver-dichtdng en wat er waarheid is in al de fa-b belen en boerden welke spotzieke zusterste-! den over hun Kamper buren vertellen. Wel . weet ik, dat Kampen een zeer aardig, ge-. zellig, beminnelijk stadje is, een van de x liefste stad j es die ik in Holland ken, en f waar ik altijd graag weer heenga. Gè komt er in over een fraaie brug over den breeden . IJselstroom, die nu kalm te blinken ligt in ! den schitterenden zonneschijn. De deftige lieerenhuizen, open en vriendelijk met hun . heldere vensters en groene voortuintjes, of 3 blak en bloot met alleen maar keurige kade-. > klinkertjes tusschen lien en de vastgemeer-. de schepen, etaan netjes in 't gelid langs r Sablonnière- en IJselkade, en zijn ken^ie-. lijk blij dat ze in Kampen staan. , En ze hebben sehoon gelijk : want het . ia heerlijk zich daar te staan spiegelen 1 in die mooie rivier, waarop de tjalken 3 zeilen en de sleepbooten zweegen, met het uitzicht op de Buitensoos en 't station aan s de overzij. Ze hebben een hoogen toren op i elken vleugel : op den rechter, dien van de r Groote, de Protestantsche kerk en op i den linker dien van de Roomsche ; en in 't midden, schuin over de brug, rijst nog s de grillige toren der stad met zijn klinkeu-den zingenden beiaard. Doch de torens « staan niet naast de huizen aan den dijk, ze beheerschen de uiteinden en 't. midden van de Oude straat, de slagader, de groote a winkelweg, de wandel- en drentelbaan voor Kampers en vreemdelingen. Gfe kuiert rond. Wat 'n welbewaarde, mooie, oude 3 stadspoorten heeft Kampen nog. En wat ^ 'n leuke, donkere smalle steegjes waar ge ten hoogsten getweeën doorgaan kunt, en waar de hooge gevels van ouderdom en zwakte op malkaar zouden vallen als niet a stevige balken ze op- en gescheiden hielden. 1 En het oude, krulîige stadhuis met zijn ge- 0 heimzinnige beelden in de gevelniesen, i6 dat niet 't bekijken en 't ontraadselen waard^ ^ En als ge moe zijt van 5t kuieren en kijken 1 naar poortjes, geveltjes en lioekjes uit 0 Oud-Hollands grooten tijd, en .als ge der 1 Burgwal zijt langs geloopen, die met zijn 1 water, zijn boogbruggen, zijn boomen en ;1 huizen zoo innig-mooi is als een roemruchte Amsterdam sche gracht, dan kunt ge gaan 1 uitrusten op een zitbank in het loover-: s bloemen- en waterriike stadsplantsoen ii: 5 't gczelschap van kwekkerepde eenden en a stœiende kinderen. Maar dat doe ik dit-r maal niet. Ik koop me voor een dubbeltje e een pond witte pruimen van een fruitkarre-tje aan de Botermarkt en ga die ^itten op-a smullen onder eon breedgekruinden boorr van de Sablonnièrekade. 't Is daar van-1 daag,. evenals overal in Kampen, ongewoor m stil; want aile soldaten zijn weg- en aile e scholen zijn nog met vakantie. En als de pruimen op zijn, fiets ik terug naar huis. J. DE COCK. e (Wordt vervolgd.) ' DE KWADEN Z!EN :: BEMEÈ^ DE TRAM8EN DE LEEUWEN DANSEN p Cezelle. KLEINE KRONIEK Kern. De vrije wijkt voor niemand uit! De gansche wereld is zijn buit! Ei} hoe het noodlot hem ook lioone, De hope draagt een koningskrone. FRITHIOF-SAGA. Hot ,,Comité National de Secours et d'Ali* mentation" te Amsterdam. In antwoord op ons Kroniekje van 25 dezer gewerd ons van do hand van den Secretaris van het Amsterdam$che Comité National enz. een schrijven, waaruit het uitsluitend Fransche karakter van het gelièele organisme van i bedoeld comité ten duidelijkste blijkt. j De door het ,,Comité Exécutif" gekozen j taal, zegt het stuk, is het Fransch. In deze ! taal zijn de officiëele verslagen gesteld en worden zij over de wereld verspreid. Het zou geldverspelling zijn een Nederlandsche vertaler in clienst to nemen. Om zendbrieven en be-• richten echter zijn steeds tweetalig. ,,11 importe peu qu'un appel à la charité soit fait dans l'une ou l'autre langue, néanmoins le Comité, afin de ménager les susceptibilités de chacun, a toujours, et j'insiste sur le mot, rédigé ses circulaires et avis dans les deux ; langues. Je vous dirai cependant que la langue ; choisie par le Comité Exécutif est la langue française et que les rapports officiels envoyés dans le monde entier, sont en langue française. Vous semblez complètement l'ignorer. Si ]o consacre mon temps et mon argent à cette oeuvre éminemment patriotique, je trouve absolument inutile de gaspiller les dons destinés aux néessisteux pour traduire en flamand les c^uelques communiqués qui doivent signaler à mes compatriotes, le produit des Collectes effectuées pour nos frères malheureux restés au pays." Ziedaar dus het standpunt van het ,,Comité Exécutif." Onze opvatting is, dat de organi-satie van Belgische lichamen als dit Comité, van onder tôt boven strikt tweetalig zijn moet. Ook uit het geval, waarover wij liet hadden, blijkt dat bij een opvatting àls die van het ,,Comité" — do gangbaar Belgische opvatting —, het Nederlandsch steeds in de ver-drukking komt. Maar de heeren zijn er natuurlijk diep van overtuigd, dat een Neder-landschetek st — un texte dans cette langue â mâcher des clous — hun verslagen zou ont-sieren en wie geeft er nu geld uit aan af-schnwelijkheden? En de tweetaligbeid van den Belgischen Staat, die op het papier bestaat, moet in het buitenland zoo weinig mogelîjk uit de' Belgisch papieren blij ken. Warschau. Het Poolsche correspcndentiebureau te 's-Gravenhage scliryft : Op deze stad is thans het oog der geheele wereld gericht. Zooeven nog donderde in de nabijheid het kanon en waclitten do inwoners met' schrik af, welk lot hun boven het hoofd liing, hield geheel Polen het hart vast in bange ontzetting, zich ten voile de strekking bewust van dit historisch moment, waarin niet alleen het lot Tan Warschau, doch ook dat van Polen werd beslist. Thans staan wij echter voor het feit, dat de Russen de stad. bijna zonder strijd hebben op-gegeven en naar de Boeg terugtrokken, terwijl liet leger van Prins Leopold van Beieren de Poolsche hoofdstad bezette. Warschau zag de Russen zonder verdriet vertrekken. De toe-nadering van Polen en Russen in den laatsten tijd was van korten duur, omdat te veel te-leurstellingen hieruit waren voortgevloeid. Deze vriendschap had het toppunt bereikt, toen bij het begin van den oorlog grootvoret Nicolaas iijn manifest afkondigde, doch werd gaandeweg zwakker, omdat geen enkele der fraaie beloften vervuld, geen enkel voorrecht toegestaan, niets gedaan werd voor de Polen tijdens heel het bloedjaar. De welwillende woorden van minister Goremykin, die eer i nieuwe bloeiperiode voor Polen schenen in te luiden wekten in Warschau geen geestdrift omdat het kanongebulder hen overstemde. Ter hoogste vonden zij een zwakke echo in het liarl der arme Poolsche vluchtelingen, die, dooi den gruwzamen oorlog van den grond hunnei vaderen verdreven, over geheel Rusland ver spreid waren. De bevrijdende woorden dei Doema kwamep te laat. Gustave Hervé noem de het treurig schouwspel der eerste Doema zitting een ,,Boniie souffrance", een onheil dat tôt innerlijke verbetering en herstel voert ,,Als de Tsaar", zegt hij, ,,dadelijk in .Septem ber onomwonden had ingestaan voor de belof ten door den grootvorst in zijn manifest ge daan, dje de Polen niet geloofden en voor eer militairen veiligheidsmaatregel aanzagen, al: hij toen een Landdag in Polen bijeengeroepei had en het Poolsche leger onder het Poolsclu vaandel had laten oprukken, dan zag het e: nu met het Duitsche leger geheel anders uit...' Tlians echter is het geluid van Goremykin: veelbelovende verklaring afgekaatst tegen dei ijzeren wal van het leger, dat Polen verovert. In Warschau stierf de sympathie voor Rus land. Veel verwachtte men van Frankrijk er Engeland, doch in de Russischo regeering ver loor men elk vertrouwen. Hot denkbeeld var algeheele nationale onafhankelijkheid maàkte dat men den blik niet meer naar ïtuslanc wenddo en dat geheel Warschau de oogen naai het Westen richtte en rustig en gelaten hel noodlot afwachtte. Nog kort te voren leek de stad onverschillij en frivool. Hot gewone leven ging zijn ganc Schouwburg, café en restaurant zaten propvol En toch was dit ailes maar een masker, uiter lijke schijn, waarachter een verborgen inten sieve kracht steeds dieper, steeds , breedei werkzaam was. Talrijke politieke groepen er partijen, tijdens den oorlog ontstaan, bepleit ten de nationale onafhankelijkheid en waren ir geregelde verbinding met do Poolsche partijei aan de andere zijde van het front en bereidder de Warschauers voor op onverwachte gebeur tenissen. De inneming van Warschau is niet alleer van strategische waardo voor de central* mogendheden. Zij zal ook groote politieke ge volgen met zich brengen. \Vant Warschau i: het middelpunt van Polen op kultuurgebied, il economischen, iudustrieelen en socialen zin Feitelijk is het een van de belangrijkste stedei van geheel Europa. Jn de 10e eeuw gesticht, was het tôt he , begin der 16e eeuw hoofdstad van Mazovie ei werd, toen dit gebied aan Polen kwam, danî zij zij a gunstige ligging aan den Weichsel tijdens do regeering van Sigismond III do offi cieele hoofdstad van Polen, de koninklijk residentie en staatkundig middelpunt van he land, waar ook ele Landdag vergaderde. He bezat aile voorwaarden voor een schitterend ontwikkeling. Hier bouwdo de Poolsche ade zij ne met kunstwerken versierdo paleizen Hiier concentreerde zich de handel van Oost e; West, kwamg.n ^opHedep.JQ,,^^ldrijypndei van de geheele aarde bijeen en de stadsbevol-king voer er wel bij. Het lioogtepunt van dien luister bereikt© Warschau onder de regeering van den laatsten Polenkoning Stanislaus Poniatowski, die wel een slecht staatsman was, doch als waarachtig kunstbeschermer niet weinig bijdroeg tôt de artistieke verfraaiing -en de materieele en intellectueele ontwikkeling der stad. Na deze laatste bloeiperiode begon voor Warschau de zware tijd van bloedige offers en wanhopigen strijd. Na het verlies der onafhankelijkheid kende de ongelukkige stad nog 'slechts een oogenblik van hoop : het moment, dat Napoléon de zaak der Polen ter harte nain. Doch na den val van het door hem gesticht hertogdom Warschau viel de donkere naclit der Russische overheersching en slavernij over de stad, een naclit, waarin slechts de bloedige opstanden van 1831 en 1863 de lichtpuntcn naar het streven van vrijheid zijn. Doch men moet niet vergeten, dat aile pa-triotische bewegingen in Warschau begonnen, dat daar het eeuwige vuur van het vrijheids-streven bleef branden en steeds daar.de revo-lutie tegen de tirannie ontstond. In 1768 was het Warschau, dat zich het eerst verzette tegen Repnin, den vertegcnwoordiger der Russischo overheersching en de Confederatie-van-Bai tegenover hem in het leven riep. In Warschau kwam in 1788 de beroemde vierjarige Landdag tezamen, die op 3 Mei een der liberaalsto • grondwetten van geheel Europa tôt stand bracht. In Warschau verhief de gloeiende va-derlander Rejtan zijn protest tegen de ver-raderlijke Confederatie van Targowicz. In Warschau begon de schoenmaker Kilinski een volksbeweging tegen den indringer, die tôt do overwinning van den nationalen heid Kos-kiusko leidde. In Warschau ontbrandde in den nacht van 29 November 1831 de Poolsche op-stand en eveneens was het in Warschau, dat de eerste offers van den opstand van 1863 ge-vallen zijn. Niets bleef de zwaar beproefde stad bespaard. Duizenden en miljoenen van haar kinderen zag zij hun bloed vergieten en nu, ternauwernood de revolutie van 1905 te boven, lijdt zij onder het vreeselijkste van ailes; den broedermoord, want Polen vecliten in aile drio de legers, die om liet bezit der stad .strijden. Thans siddert de geheele wereld, in dezen vreeselijken, bijna onmensclielijken kamp der 20e eeuw wordt eene nieuwe bladzijde in de wereldgeschiedenis omgeslagen en op den drem-pel van het onbekende wacht Warschau, dat de algemeene rechtvaardiglieid de eereplaats in de rij der konînklijke residenties teruggeeft, wacht het op het machtwoord van Europa, waarvan zijn lot afhangt. Met Warschau is geheel Polen in bange af-wachting en vraagt bekommerd, wat Europa zal besluiten en vanwaar de verlossing komen zal. Oe levensmlddelen-voorzienlng van België vçrzekerd. De vrees, welke men in den laatsten tijd voor de levensmiddelen-voorziening van België vaak 'heeft gekoesterd, is gelukkig ongegrond. De regeering heeft vernomen dat het Natio-naal Voedingscomité de formeele verzekering van de Spaansehe en Amerikaansclie gezanten te Brussel heeft ontvangen. dat de Duitschers niet aan den oogst van dit jaar zouden komen, doch deze in 't geheel door de bewoners van België zou blijven. Het Nationaal Comité hteeft nu in overleg met het Amerikaanscho (comité maatregelen getroffen om voor de aan-vulling van levensmiddelen te zorgen, welke do bevollcing bovendien noodig heeft. Wat onderzeeërs niot konden doên. Heeft een Duitscher dezer dagen als zijn meening uitgesproken, dat Duitschland over ■ de successen van den duikboot-oorlog tevreden kan zijn, het „Hlbl." merkt op, dat de onderzeeërs bij al wat zij wel heboen gedaan ook Teel niet hebben kunnen doen. Zij hebben, zegt liet blad, do landing van Engelsche troepen in Frankrijk en in de Dar-danellen, het transport van militairen over zee voor die vastelanden waar de oorlog woedt: Azië, Afrika en Europa, niet alleen niet kunnen verhoeden, maar zelfs .niet kunnen belemmeren. Zoovçr bekend, zijn, op een heel enkele uitzondering na, geen transport-schepen in den grond geboord, en ongestoord, ongehinderd en zonder ernstige gevareri zijn vele honderdduizenden soldaten en al de wa-penen en munitie voor vele legers over' do zee vervoerd. Zii heTîben de Engelsche scheepvaart \ie^ ernstig kunnen belemmeren. Het duikbooten-risico, dat elk Engelsch schip loopt. is zeer gering. De koopwaren zamelen ziôh op de l Engelsche markten in ongekende lioeveelheden » op : er is haast geen plaats meer in de pak-• huizen. En do Engelsche handelsvloot wordt 1 door den duikbootenoorlog zelfs niet in aan-; tal schepen en hoeveelheid tonnenmaat ver-L nvinderd : 'het aantal schepen, dat wordt bij-gebouwd, overtreft nog enkele malen het aan« tal getorpedeerde schepen. Een lange wachtpoos, Toen Henry Labouchère gezantscliaps-atta-ché bij Crampton,. den Engelsohen minister te Washington, was en tijdens diens afwezigheid hem verving, meldde zich' op- zekervn morgen een Amerikaansch burger aan en vroeg den heer Crampton te spreken. — Ik moet den baas zelf spreken, aei hij. • — Dat zal niet gaan, wa-nt hij as afwezig, antwoorde Labouchère, maar u kunt mij spreken, zijn plaatsvervanger. — Met u kan ik Jt niet doen. meende de Amerikaan, ik moet den baas zelf hebben. Ik zal wachten! — Zooals U wilt, zei de attaché kalmpjes, t en ging weer aan zijn ibrief zitten schrijven. t De bezoeker ging zitten en waolitte. langen, t ; langen tijd zonder spreken. Eindelijk wende . hij zich weer tôt den waarnemenden gezant: — Ik zit hier nu nu net twee uren te wachten; t zou do patroon nog nie't gearriveerd zijn? , — Neen, als hij terugkomt kunt u hem door i het raam de binnenplaats op zien rijden. 5 — En hoe lang denkt u, dat het nog duren i zal voor hij komt? . —wNou, "zei Labouchère^ hij ging gisteren i naar Canada," me dunkt met een Idoine aes weken zal hij wel weer hier wezerv. i „Binnen de Wet." - Bij het gezelschap der N.V. ,,Het Toonéel", directeur Willem Royaards is in studie: ' Bayard en Veller's ,,Binnen de Wet" (Within » thé Law), tooneelspel in A bedrijven, (vijf b tafereelen) vertaald door mevrouw G. van b Uildriks. De regie is in handen va^i Willem », Royaards. De eerste voorstelling zal worden 1 gegeven hij de opening van het nieuwe sei- . zoen op Zaterdag 4 September e.k. ia de i schouwburgzaal van het Pa^eif. \oor .JV^olksvlijt i te -V-msteriam. >

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Amsterdam du 1900 au 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes