Geïllustreerde zondagsgazet: familieblad

826 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1916, 23 Avril. Geïllustreerde zondagsgazet: familieblad. Accès à 14 decembre 2019, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/2z12n50c11/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Van 17 tôt 23 April 1916 fO CIEJIfcTTIIEri^LSîsr Tweede Jaargang Nr 23 QEILLUSTREERDE ZONDAGSGAZET Bureel : HOPLAND 30, Antwerpen, Abonnement : 5.00 fr. feet jaar F AMILIEELAD A siiikoziclig-iiiQ-eii : Laatsta bladz.,âen regel 0.30 Rubriek OVER ALLES d. reg.1.00 Finaacieele aank » 1.00 Vergaderiogen, Handelsmaat-Begrafenisberioht 5.0© schappysn den regel 0.50 DADEH EU ZAKEN i. Onze... ongenoodigde medewerkers- Aile weken ontvangen wij eenige brieven van personen die ona proza zenden om in ons blad op-genomen te worden. De meesten dezer brieven bevatten... klachten, andere... vragen; de derde reeks behelst... aanbe-velingen.Van deze laatsten wordt meer dan eens gebruik gemaakt, wanneer zij onderteekend zijn! maar van de twee andere sériés komen de meesten in de scheurmand teiepht : 1) omdat zij niet onderteekend zijn; 2) om den weinigen ernst van den in-lioud.Klachten met de vleet over het personeel der ma-gazijnen en verkooplokalen van de «Bevoorrading» of van het « Voedingskomiteit ». Er zijn menschen die meenen dat in de huidige omstandigheden mag verlangd worden dat ailes zoo ponctueel geschiede als in normalen tijd. Daar het zoo niet gebeurt (omdat het niet gebeuren kan) worden de personen, die deze diensten regelen, uit-gemaakt voor... dommeriken, onveratandigen, soms erger, indien men ze nog niet van » vet-vin-geren » beticht. Dadelijk wordt naar de pen gegrepen en geschre-ven aan de « Zonc^igsgazet » om de reden van hun klacht in een proza van wel vier bladzijden te ver-tellen en aldus over te maken'aan het publiek, enz. Dat in zulke diensten riiet ailes in den haak is, dat stipte regelmatigheid soms ontbreekt, dat ook een der bedienden al cens onbeleefd of misschien grimmig is, och God, moet zulks beschwfeven of aan-gekiaagd worden? Wie van ons is vrij te pleiten van zulke feiten, wanneer hij, zooals het voile het zoo leuk zegt, «met het linkerbeen het eerst uit het bed is gestapt»? In Gods naam, laat ons toch verstandige menschen blijven, en alvorens te klagen eens naden-ken hoe moeilijk het is een dienst te regelen waar-bij de voeding van een paar honderd duizend menschen moet geregeld worden. Ware het niet beter, wanneer men overtuigd is reden te hebben tôt klagen, zijne meening over te maken aan wien het aangaat? Wij willen daaroin niet zeggen dat, wanneer er aanhoudelijk iets gebeurt dat niet zijn mag, er niet mag tegen ingegaan of geklaagd worden. Maar dan schrijve men aan het bestuur en men onderteekene met naam en adres. Aldus voor ailes wat den dienst betreft van het Voedingskomiteit (Relief for Belgium) (gele kuart), moet' men schrijven aan het « Nationaal Komiteit voor Hulp en Voeding », afdeeling Antwerpâi, Graanmarkt; voor den « Dienst van bevoorrading» (grijze kaart), aan het Stadsbestuur, ofwel voor beide diensten : aan de hoofdbureelen, u Queen's Hôtel », Van Dijekkaai. II. Het Mutualistisch Leven. Het Algemeen Verbond der Vlaamsche Mutualis-Viiche Vereenigingen van België heeft bij omzena-irief aan aile Vereenigingen en Verbonden van Pensioen- en Ziekenkassen, welke te bereiken zijn, een verslag doen toekomen over den toestand van het Mutualistisch Leven te Antwerpen, Lier, Leu-ven, Mechelen, Turnhout. De inlichtingen uit de provinciën Brabant en Limburg waren bij het ver-zenden van den omzendbrief nog niet toegekomen, doch er kan reeds vastgesteld worden dat de bewe-ging van onderlingen bijstand en van voorzienig-heid daar ook wakker geworden en werkzaam is. Zelfs het Walenland, waar de leden dezer broe-derlijke Vereenigingen door den krijg uiteengesla-gen werden, is stilaan meer voeling gekomen en heeft de mutualiteit in verschillende gemeenten hare werkzaamheden hervat. De meening van het Algemeen Verbond der Mu-tualiteiten was, zoo wij goed ingelicht zijn, op Paaschdag — even als in normalen tijd — de afge-vaardigden den Zieken- en Pensioenkassen in kon-gres bijeen te roepen om uit de onderlinge bespre-king te hooren wat er gedaan was en inlichtingen te verschaffen over de maatregelen die kunnen ge-troffen worden om de normale werkzaamheden der mutualiteiten te doen hernemen. Doch van het kongres kan geen spraak zijn, daar het moeilijk is met de mutualistische Vereenigingen uit Vlaanderen in betrekking te komen. Er is dan ook aan een middel gedacht om de zoo noodige voeling tusschen deze Vereenigingen en de hoofdleiding te kunnen wakker houden: op Paaschdag n.l. zullen de heeren Willem Schepmans en Alfred Van de Putte, voorzitter en schrijver van het Algemeen Verbond, zetelen in « Het Groot Gulden Kasteel », Ste-Kathelijnestraat, 28, te Brussel, ten lOuur voormiddag, om de afgevaardigden der Vereenigingen te ontvangen en met hen den toestand hunner maatschappijen na te gaan, en hun aile inlichtingen te verschaffen. Het is dus, zooals wij over eenige weken schre-ven, nogmaals bewezen dat de mutualisten onver-moeide werkers zijn, op wier medewerking tôt op-beuring van ons volk aile openbare besturen kunnen steunen. Hier zij bijgevoegd dat ni wie nadere inlichtingen verlangt voor Antwerpen en omstreken, zich altijd kan wenden tôt de heeren Willem Schepmans,voorzitter van het « Bureel der Mutualistische Vereenigingen », Waterloostraat, 37, en Willem Verelst, algemeen bestuurder van de Federatie der Zieken-en Pensioenkassen van het arrondissement Antwerpen, bureel Vleminckveld. L. M. GEMEENTERAÂD ZITTING VAN MAANDAG 17 APRIL 1916 Voorzitterschap van den heer Jan De Vos, bur-gemeester.De zitting werd ten 4 ure namiddag geopend. Waren aanwezig : heeren De Vos, burgemeester; Albrecht, Cools, Desguin, Franck en Strauss, sche-penen; Arents, Baelde, Bongers, Colbert, De Guel-dre, Delannoy, Goetschalck, Hazendonckx, Hen-drickx, Langhor, Randaxhe, Royers, Soeten, Ste-ger, Van Peborgh, Verrept, Weyler en Wouters, raadsleden; Melis, secretaris. M: Hubert Melis, stadssecretaris, las het verslag der vorige zitting, hetwelk werd goedgekeurd. Na lezing der ingezonden stukken ging de Raad dadelijk over tôt de dagorde. 1. Gemeenterekening over het dienstjaar 1014.— De boekhoudingen dezer rekening, welke voor ont-vangsten en uitgaven eene merkelijke verminde-™g vaststelt — voor de eersten door de slechts ge-aeeltelijke inning der taksen en den stilstand van ons ' ivenbedrijf; voor de tweeden, door de bespa-J'ingen die konden verwezentlijkt worden op de uit-oatingsdiensten en in de afschaffing van het mee-■■ffldeel der vrijwillige uitgaven — worden juist bevonden. — Goedgekeurd. 2. Credietopening ter Nationale Bank. — De Stad heeft in 1914 voor 2 jaar overeenkomsten ver-nieuwd, welke in 1908 werden aangegaan met de Burgerlijke Godshuizen voor een bedrag van 3 mil-lioen frank, en met het Weldadigheidsbureel voor een bedrag van 1,800,000 fr., betrekkelijk de neer-legging ter Nationale Bank van titels Belgische Rent, moetende dienen als waarborg voor de loo-pende rekening aan de Stad geopend door de Nationale Bank. Het Schepencollege stelt voor deze overeenkomsten te hernieuwen. — Aângenomen. 3. Leening op kort termijn. — Het Schepencollege stelt voor de in Mei 1915 voor den duur van één jaar aangegane leening van 200,000 fr., welke op 25 Mei vervalt, te hernieuwen voor één jaar. — Goedgekeurd. • . * 4. Kon. Vlaamsch Conservatorium. — De gewij-zigde rekening van dit gesticht over het jaar 1914 wordt goedgekeurd. 5. Verhuring van stadseigendommen aan de ha-ven. — 4 verhuringen van bebouwde eigendommen en 13 van gronden der Stad, gelegen aan de haven, worden goedgekeurd. 6. Godshuizen en WeldadigheidsbUTeel. — Erf-gijten. — Mev. Wed. van Veitbovan heeft aan ieder der drie instellingen : gesticht J.-L. Somers, Wol-straat; St-Julianusgasthuis, en het Gesticht voor Verlaten Kinderen, eene som van 1,000 fr. ver-maakt, met last eeuwigdurend haren grafzerk en dien van haren echtgenoot te onderhouden.— Goedgekeurd.7. Godshuizen; verhooping van hout. •— De ver-koopingen van boomen, hak- en schaarhout op de goederen van de Bestiering der Burgerlijke Godshuizen, te Schooten en te Wuestwezel, werden goedgekeurd. M. Baelde verklaart zich te hebben willen ont-houden bij de stemming over dit punt der ilagorae, daar hij vreesde dat het hier het omhalen van boomen betrof, zooals in 't Peersbosch gedaan werd, waar prachtige boomen onder de bijl vielen. Doch vernomen hebbende dat thans zulks de bedoeling niet is, zal hij eene goedkeurende stemming uit-brengen.8 en 9. Berg van Barmhartigheid. — De rekening van 1915 en de begrooting van 1916 worden goedgekeurd.10. Gemeentescholen. Inschrijvingslijsten. — De Iijst der leerlingen, die in de kostelooze gemeentescholen ingeschreven werden van 1 tôt 15 Oktober 1915, en recht hebben op kostelooze verschaffing van schoolgerief, telt 16,681 jongens en meisjes, en wordt goedgekeurd. 11 en 12. Kerkjabrieken. — De rekeningen over 1914 en begrootingen over 1915 van de Katholieke, Anglikaansche, Protestantsche en IsiaSlitische kerken worden goedgekeurd. 13. Talcs op de kubiekmaat der nieuwe bouwin-gen. — De Raad stemt de volgende bijzondere be-schikkingen toepasselijk op de eigendommen door den oorlog vernield of zwaar beschadigd : « De taks berekend volgens voorgaande bepalin-gen zal de herbouwing van onroerende goederen treffen door den oorlog vernield; zij zal echter ge-schorst blijven tôt op den dag waarop de geteister-de eigenaars eene vergoeding zullen ontvangen, van welk bedrag deze ook weze, hoofdens het ver-lies van hunnen eigendom. « Om van het voordeel dezer besehikking te kunnen genieten wordt er vereischt ; « 1) Dat de herbouwing op kosten geschiede van den eigenaar zelve of dezes"erfg«namen in recht-streeksche lijn; « 2) Dat de plannen goedgekeurd worden door het Gemeentebestuur, hetwelk den bouwtrant der ge-vels zal mogen qpleggen. « Het voordeel dezer besehikking zal slechts toepasselijk zijn op dat gedeelte van den eigendom welk zal herbouwd worden binnen de oppervlakte van den vernielden eigendom. Voor de meerder bebouwde oppervlakte zal de taks onmiddellijk eisch-baar zijn. « De taks zal insgelijks dadelijk eischbaar zijn in de volgende gevallen : « 1) Indien de eigendom, tijdelijk ontslagen inge-volge voorgaande beschikkingen, aan een derde verkocht wordt binnen de twee jaar, te rekenen van den dag waarop de belasting in gewone omstandigheden eischbaar wordt bij toepassing van art. 5 der verordening dd. 20 Deeember 1900. « 2) Indien de tijdelijk ontslagen eigendom over-gedragen wordt aan een derde ingevolge eene gift ofwel door nalatenschap anders dan in rechtstreek-sche lijn. » 14. Vergunningen van begraajplaatsen. — Er worden 10 vergunningen voor begraafplaatsen ver-leend.15. Uitvoering tan werken van openbaar nut. — Heer Steger ondervraagt het Schepencollege over hetgeen er van Stadswege gedaan is en wat nog zou kunnen gedaan worden om de werkeloosheid tekeer.te gaan waartoe de arbeidersbevolking ge-dwongen is door den krijg. Het achtbaar raadslid brengt hulde aan het College voor ailes wat het reeds doen uitvoeren heeft en somt eenige ontwer-pen van werken van openbaar nut op, welke thans zouden kunnen begonnen worden : verbreeding der Leopoldstraat, overwelving der Herenthalsche vaart op Zurenborg, bouwen eener school om die der Indischestraat te vervangen, voortgaan met het plaveien der voetpaden, enz., enz. De heer Dr De Gueldre ondersteunt den heer Steger en raadt den beer Schepen van Openbare Wer-kn aan, bij de werken der verbreeding van de Leopoldstraat, eene houten bevloering voor te schrijven, om te beletten dat de zieken, die in Sint-Elisa-bethgasthuis verpleegd worden, niet meer in hunne rust gestoord zouden worden door het zwaar ge-dommel der wag'ens. De heer Strauss, schepen van Openbare Werken, somt op wat reeds gedaan werd aan werken van openbaar nut om arbeid te verleenen aan ons werk-volk. Het College zal op dien weg voortgaan en weldra voorstellen doen tôt uitvoering van openbare werken. De heer Bongers verklaart dat hij in eene vorige Eitting gezegd had dat te Gent van stadswege le-vensmiddelen gekocht worden, welke aan de win-keliers gegeven worden. Hij heeft thans vernomen dat die koopwaren niet door het Stadsbestuur aan-gekocht waren, maar door M. Anseele, schepen, persoonlijk, die ze aan de cooperatieve winkels ter verkooping gaf. De heer Franck, schepen, bevestigt deze verkla-ring.De zitting wordt ten 6 ure geheven. WILSKRâCflî De hoofdzaak voor aile bezielde wezens is : leven. Vanaf het eerste oogenblik huns ontstaaiis klam pen mensehen, dieren, ja zelfa de planten, zich mei wanhoop aan hét leven vast. Voor den mensch echter is het niet genoeg ts leven op de wijze der dieren en der planten, die slechts gehoorzamen aan duistere drijl'veerer waarvan zij niet eens in staat zijn zich rekenschaj te geven. Voor den mensch, wiens geboorte niets anders ,ia dan het begin eener langdurige en moei-lijke zell'ontwikkeling, komt het er op aan goed te leven. Wat heeft hij hiertoe noodig? De Fransche schrijver Charles Wagner leert het ona : wilskracht. Laat iemand rijkelijk met aardsche goederen ge-zegend zijn; laat hem verstand en geleerdheid be-zitten; laat hem nauwkeurig het goede van het kwade kunnen onderscheiden — zonder wilslcrachl is hij slechts een speelbal van het lot of van zijne omgeving, zijne wetenschap blijft onvruchtbaar, hij wijkt terug voor den strijd tegen de boozen, tegen het onrecht. Integerideel, wees arm, vriend- en vreugdeloos, heb slechts weinig geleerdheid, onvolledige begrip-pen over deugd en ondeugd — door wilskracht zult ge deze kwalen in voordeelen, deze ontberingen in hulpmiddelen herscheppen, uw gebrekkig onder-richt uitbreiden, een kampioen voor het goede worden.De wilskracht is de koningin der wereld.De goed-heid zelfs, de liefde, de bevalligheid, al wat betoo-verend of voortreffelijk is, heeft slechts waarde door dp wilskracht. Immers, wat is bevalligheid mét weekheid, goedheid met zwakheid gepaardî Een gebrek in plaats van eene deugd. De wilskracht is de op^erste macht. Men kan haar vergelijken aan het Geweld, dat zoogezegd voor het Becht gaat. Wifckracht is zelfs sterker, immers, wat vermag geweld alleen? Kan de os met zijne horens het vernuft beletten zijne vlucht te ne-men? Kunnen leeuwentander> de waarheid verbrij-zelen? Klinkt da stern van het kanon luider dan die der openbare meening of der waarheid? Neen. Wel-nu, evenzoo is geen stoffelijke rnacht meester over zedelijke macht. Een moedig hart, »ene ziel vol wilskracht, is een oninneembare sterkte. 't Is nacht op den Oceaan. Het tempeest buldert, de golven w'oelen en schuimen, de bliksem flitst. 't Is een ontzettende baaierd, een afgrijaelijke bot-sing van elementen... Wat kan er grootsither eh majesteitvoller uitgedacht worden? Zie ! Te midden van orkaan en duisternis, op een broos vaartuig dat elk oogenblik in den afgrond kan verzwolgen worden, staat een man aan het roer. Onverachrokken blijft hij op zijn post, hel doodsgevaar trotseerend. Die man is grooter dan de zee en het tempeest. Ginder gaat eene arme cnderlinge, die in hare jeugd schoon, rijk, vermogènd en gelukkig was. Zij werd gekoesterd, geliefd, bewonderd, gevleid. Doch het noodlot ontiukie naar ailes. Nu is zij behoeftig, verstooten, vergeten. En nochtans, hare inborst is door den tegenspoed niet verbitterd geworden. Zij tracht niet door, het gedurig verhalen harer ongelukken het medelijden harer omgeving op te wekken. Zij ia gelaten, verduldig, en vindt nog de kracht om anderen, ellendiger dan zij zelve, te troosten. Hare oogen, hare taal, haar handr druk spreken van loutere goedheid des harten. Die vrouw ia sterk, sterker nog dan de stuurman op zijn ontredderd schip te midden van den etorm, want er is meer wilskracht noodig om tegen zedelijke dan tegen stoffelijke onheilen 'te kampen. Doch in welken graad en in welke omstandigheden zij zich ook voordoe, eene daad van zedelijke kracht overtreft ailes. En Goddank I het gevoel van zedelijke grootheid is onder het menschdom nog niet gansch uitgestorven. Nog blijft zij het voor-werp onzer bewondering. Helaas ! waarom mengt zich zooveel bittere apijt onder die bewondering ? Wij zien naar zedelijke grootheid op als een zieke naar de gezondheid, als een banneling naar het vaderland; 't is te zeggen, als naar iets da/t verre buiten ons bereik ligt. Wat ons ontbreekt —■ vooral in dezen benarden tijd, nru wij zooveel wilskracht noodig hebben om onze harten hoog te houden — is : geestesklaarheid en karaktervastheid. Wij zien niet helder in ons eigen gemoed, wij hebben over de gewichtigste vraagpunten geen stellige meening, ons handelen en streven hebben geen bepaald doel. Wij laten ons beïnvloederi door onze omgeving, wij onderscheiden het ware niet van het valsche, het echte niet van het onechte. Wij drijven op de levenszee naar den gril der winden, zonder stuurroer, zonder kom-pas, den schipbreukeling gelijk die, aan een brooze plank vastgeklampt, hopeloos rondzwalpt... Welaan, 't is tijd ons te hervalten ! Herinneren wij ons dat wij menschen zijn, met oordeel en verstand bsgaafd, geschapen met een hooger doel dan ons door het noodlot te laten beheerschen. Laat ons, integendeel, naar het voorbeeld van zooveel duizenden, den strijd tegen het noodlot aanbinden, werken aan onze verstandelijTce ontwikkeling, onze zedelijke waarde verhoogen, in ons gerust ge-weten en in onze zieèegrootheid de noodige sterkte putten om de gebeurtenissen, hoe zwaar en ge-wichtig zij ook mogen wezen, steeds met lcalmte te gemoet te zien. Zoo zullen wij wilskracht toonen. H. HIT BûHeEiiilûtJY Ei zoo na of we hadden eene foor in onze ge-meente !... Eene foor? Voor twintig maanden nog zou dat niets buitengewoons geweest zijn, integendeel,men was het beu gezien en gehoord, men geeuwde op voorhand als men er aan dacht, men ging eene straat om ten einde buiten al dat gewoel en lawijd te blijven. En nu? Och, men verlangde er nu ook juist niet naar, maar vermits het dan toch ongevraagd gmg komen, was men in den grond wel een beetje nieuwsgierig om vast te stellen hoe zoo'n vreemd-soortig ding, overblijfsel van verdwenen tijden, er zou uitzien. In onzen geest zweefde nog wel een onduidelijke herinnering aan rondgaloppeerende paarden, leeuwen en zwijnen, aan wildzwierende toutors, aan circussen met hansworsten, kunsten-makers, koordendansers, aan barakken met won-dermenschen en -dieren, aan kramen met speel-goed, suiker, gebak, enz. — dat ailes omhuld van ie oorverdoovendste geluiden en de tegenstrijdig-ste geuren... Tusschen herinnering en wezenlijk-fieid blijft echter een groote kloof. Die kloof ging gedempt worden, we gingen nog sens 'n echte foor krijgen, 't is waar maar een klei-ne, een oorlogsfoor. Maar toch was er de gansche week een drukke beweging op het Carnotplein ge-sveest; molens, kramen, touters, ja zelfs een ska-ling-rink waren als uit den grond opgerezen. Groote plakbrieven hadden heinde en verre den volke konel gedaan dat het van 9 tôt 19 April zoo verma-kelijk zou zijn in Borgerhout. Ailes waa gereed om het feest te beginnen. Doch de foorkramers wik-ken, de overheid beschikt. Op den vooravond zelf van de opening der foor zagen de verbijsterde Bor-gerhoutenaara de zoo apoedig opgerezen barakken, draaimolens an kramen even spoedig van het too-neel verdwijnen !... Zeggen dat deze uitbrander veel menschen teleur-gesteld heeft, zou wel bezijden de waarheid wezen. Eigenlijk zal de foor slechts door eenige kleine en groote kinderen en door de foorlieden zelven be-treurd worden. Voor deze laatsten is het ongetwij-feld een droevig bestaan tegenwoordig, doch wie lijdt er niet door de geweldige levenserisis welke wij ondergaan en naar wier einde iedereen snakt ! X X X Wat de Borgerhoutenaar bij den terugkeer van gewone tijden met meer genoegeyi in eer zal her-steld zien dan de jaarlijksche foor is de Ommegang der Beuzen. De Reuzen ! Ziedaar iets oorspronke-lijks, iets Borgerhoutsch, iets dat geheel en uitslui-telijk van ons is, dat niemand ons ontrukken, dat geen andere gemeente evenaren kan, iets waarop wij dan ook met recht en reden fier zijn. Àrrhtt Reuzen ! Juist stonden zij gereed om hun jaarlijkschen zegetocht te doen als in 1914 de ramp-spoedige wereldkrijg uïlbrak. Daarttjj konden de oudste burgers van Borgerhout zich ook niet on-verschillig houden en daarom nam'en zij het prij-zenswaardig besluit binnen hunne cel te blijven tôt weer betere tijden zouden aanbreken. Dat de tallooze vereerders en vereersters der belangwekkende Reuzenfamilie zich gerupt stellen: naar ik uit goede bron vernomen heb, maken de vrijwillig opgeslotenen het zoo goed als in de huidige omstandigheden maar eenigzins mogelijk is. Zeker lijden zij een weinig door de kille waersge-steldheid en het gebrek aan versche lucht, doch hun stevige gezondheid laat hun toe deze beproe-ving zonder ernstige hindernis te doorstaan. Dat rnaar in Augustus aanstaande de lieve vrede-zon schijne en op een mooien namiddag zult ge Reus, Reuzin, Dolfijn en Kinnebaba in feestgewaad door Borgerhout's atraten zien wandelen, van tijd tôt tijd een atatig menuet dansende of een vroolij-ken flikker alaande, tôt meerder leute van het groot en klein publiek, dat evenals vroeger op de geken-de wijs zal meezingen : Moeder, tap van 't beste bier, De Reus is hier ! De Reus is hier ! In een volgend hoofdatuk vertel ik wel eens wat meer over onze Borgerhoutsch» beroemdheden. ARNO. — .-«sszrcsH ... 'M&t levea t© Hf"aas@l De Eerste-Kommunie ! Vde kinderen, helaas, be-leefden dien « schoonsten dag van hun leven » in afwezigheid van h*n vadertje. En dat was de droe-ve zij de van dien anders zoo blijden dag van alge-meene vreugde. Maar er was ook een plezante zijde aan de ge-beurtenis, zooals aile jaren overigens, en dat was de aankomst in de hoofdstad van de buitenmen-schen met hunne kommuniekanten. Want de leutige kant van 't Eerste-Kommunio-feeat in Brussel is 't verschil tusschen de feestvier-ders van den buiten en diegenen der stad. Ik heb verieden jaar zoo'n gezelsohap rondgeleid, en ik zag ook dit jaar dergelijke groepjes buitenmen-schen door Brussel's straten wandelen. En daar 't altijd hetzelfde is wil ik dat grapje — want 'n grapje was het — hier eens vertellen. Ze waren gedrieën : Wannes, Neele, Giele, drie kameraden van Steenockerzeele, en aile drie hadden ze 'nen Eerste-Communiekant. 's Zondags was ik reeds voor de Hoogmia bij Wannes, onze inelk-boer, die mij uitgenoodigd had oj 't feeat. Moeder Wannes had hare beste muts opgezet «n haar trouwkleed voor de gelegenlieid nog eens uit het overgroote koffer gelangd. Ze waren nog maar sedert 22 jaar getrouwd, en 't kon dus nog heel goed meegaan, dacht ze. Na de Hoogmis werd er een groote taart opengesneden, met eene laag deeg onder van twee vingers dik en een laagje'pruimen-spijs waarvan ge niets proefdet; alleman vond het heerlijk lekker, ook ik — alhoewel ik er bijna van verstikte, zoo droog als dat goedje was. Daarna gingen we eens 't dorp in, hier en daar een kappertje drinken; 't was toen Wannes die met « den kleine » meeging, want moeder moest voor 't middageten zorgen. Aldra wàs vader in gesprek geraakt, in eene herberg, met Neele en Giele die daar ook waren, en ze rammelden zonder ophou-den over de patatten di« moesten geplant worden, over den ajuin die reeds uitkwam, maar van de hooge prijzen der boter en der melk spraken ze niet — misschien wel omdat ik er bij waa. Ala z'er aliea van geeegd hadden begonnen ze te kaarten, ik was de vierde man. En zoo vergaten onze boeren dat zij met hunne jongens op weg waren. Toen de middagklok begon te luiden sprong Wannes eensklaps recht, en riep aan de deur op zijn Suske dat heel de buurt ervan daverde. En Suske kwam af, heel vorlegen zich verbergend ach-ter zijn twee kameraden : waar de bengels hadden ingezeten weet ik niet, maar hunne nieuwe klee-ren zagen er uit als hadden zij er drie nachten mee geslapen. Hemel, wat 'n herrie ! Wannes, Neele, Giele, Ze begonnen aile drie met hun mouw te wrijuen en te strijken, sakkerend en tierend tegen de bengels die vol alijk en witsel waren. — Ik krijg verdraaid 'n pot naar mijn kop van uw moeder, stomme bengel ! riep Wannes tôt zijn jongen, terwijl hij hem heen en weer schudde. — 'k En durve u allegelik azuu ni laote thus gaon, zei Giele, aaw moedere kreeg er entwijle 'n geroktheid van, oh gi potulle ! Neele gaf voor te beginnen z'n bengel een kwab-bernoot, en mompelde onder 't wrijven : « 't Zal thuis weer wat zijn, 'n gezaag voor heel de week. Maar 'k trek morgen naar Brusael ! » Dat waa 'n gedacht ! Ze kwamen dadelijk over-een naar Brusael te gaan, 's Maandags, om van hun vrouw's gezaag af te zijn, en zouden de jongens meenemeh, anders mochten zij zelven niet naar de stad. En zoo, lezer, kwam het dat ik dien keer ook zoo'n groepje buitenlieden mocht rondlei-den zooals ik er dit jaar weer heel wat zag. _Maar dat karweitje vergbet ik nooit meer ! Met de stoomtram kwamen ze aan, met hunne drie Eerste-Communiekanten elk met zijn diploma onder den arm, hunne half-lange gespannen broek en hunne bespottelijke hoedjes op; mij scheen het ook dat hun achoenen zoo groot waren voor zoo'n bengels, maar Giele legde mij uit dat ze « op den groei » gekocht waren, omdat ze nog jaren moes ten meegaan... Wannes had z'n kiel aangetrokksn en zijn zijden muts op, doch hij scheen me ver-schrikkelijk geplaagd met het halabooidje dat z'n wijf hem had aangeknoopt na ohgelooflijke înspan--ning, en waaraan hij gedurig trok en wrong, zoo-dat het aldra de kleur had van zijn zwart-zijden muts; we gingen de eene herberg in, de andere uit, en telkens bleef Wannes staan, bukte zich voor zijn ze)ontje en vroeg hem : « Suske, is mijn strika-ken niet scheef? » Soma bleef hij zich zelfs staan oewonderen in de vitrien eener uilstalling, tôt groote leute der voorbijgangers. Neele en Giele waren insgelijks cip hun best, net zooals Wannes afgeborsteld, behalve dat Giele een iioedje had opgezet waarvan de vorm getuigde dat het reede jaren geleden dienst deed, en dat een ketje deed uitroepen : « Àwel, zie nekie wa chikken type ! » Met die zes specimens van de boerenmod'a moest ik de stad in; midden de boulevards liepen ze, ke-ken links en rechts, omhoog en omlaag, voor en achter zich, zonder zich te storen aan de Brusse-laars die hen lachend nastaarden; de drie bengels bleven gedurig achteraan, nu eens slarend met open mond naar 'n uitstalling van een goudsmid, dan weer gapend gewonnen verloren naar 'n pas-teibalâkersvitrien; op zeker oogenblik kwarri er een juffertje aangestapt, naarr de laatste mode uitge-dosl; en eer ze ons nog voorbij was riep Giele luid-op : u Janverdorie, Wannes, mo kijk nekier hiere, wa 'n raor mamezel ! » Ze bleven aile drie staan gapen, gebukt lachend, met de handen op da knieën, het uitproestend van lachen wijl ze mekaar de hooge hielen der juffer aanwezen. En ik waa niet weinig verlegen toen ik de wandelaars eerdefc* kwaadwillig de eenvtradige menschen met hun boe-renmanieren zag aanschouwen. Op zeker o.ogenbiik bemerkterîk dat de drie Com-muniekariten achter gebleven waren, en wij terug; we vonden de drie boerenkinkels een weinig achteraan, te midden een groepje menschen; de zo®n vqn Wannes deed weenend zijn best om zijn breed, plat hoedje weer op zijn plooien te krijgen; die van Giele stond met z'n schoen in zijn hand voor een Brusselsch ketje, vechtens gereed; terwijl Neele's bengel zijn Eerste-Communjîdiploma gaa'f en glad streek en er met de mouw van zijn splinternieuw kostuum de modder afveegde. Wat er gebeurd was? Een Brusselsch ketje wa» de drie jongens aan 't plagen geweest ; had aan Suske gezegd dat hij geluk had zoo'n lange ooren te hebben daar anders zijn hoed tôt aan zijn nek zou vallen; de bengel had 'n klop gegeven op den hoed II van Gugusse uit de Cirk » terwijl hij met geweld a daa plakkoet » wilde zien « woemee da-nen boer onder zaanen èrrem luptege » ! Eh zoo waren z'aan 't vechten geg&an, en had ik aile moei-te der wereld om de vaders te beletten op de om-atanders los te gaan met hun miapeiaren stokken ! 'k Had daar wat aan mijn been... En heel den dag zou ik er mee geplaagd blijven. Reeds hadden zij in eene herberg hun hoopje boterharnm^ri opge-geten w^irmee ze onder den arm liepen sedert 's morgens; toen vvilden zij n pei force » eens een extra doen ter gelegenheid der Eerste-Commume, en we gingen... mosselen en patatfrit eten; ze aien ieder vijf «complets», tôt groote verbauwereering van den «garçon», en beweerden toen nog nonyer te hebben; de drie bengels kregen ook hryi portie, ûocti de eerste rnossel die hij wilde binnenslikken viel op Suske's lijn hemd, wat hem een klinkende oorveeg van Wannes besorgde; Giele's zoantje had vergeten zijn handschoenen uit te trekken en greep zoo de veltige patatfritten maar uit zijn teljoor ; terwijl de derde heurtelings de mosselen en patatfritten met zijn linkerhand greep en ze met dëtfi wijsvinger zijner rechterhand verder in den mond duwde. Vandaar trokken we naar d£ Groute Markt,w*ar Giele absoluut naar 't Straatje van één Mensch wilde; ik trok hern echter verder, en in de Violet-tenstraat kreeg Neele een tabakswinkel in 't oog, vroeg koeveel die kleine sigaren kostten. « Drie voor 'n cent », zei de madam. « Hebt g'er geen goedkooper? » vroeg Wannes. « Bijlarige niet ! » u Goei er maj dan voor twee tenten f.» En een oogenblik nadien hadden de zea boerenkinkels sen cigaar «-in heule kop ». En ze pal'ten, de jonge ben-geia, ze paften als 'n l'abriekschouw ! We gingen door de Hoogstraat, bekeken er d« uitstallingen, liepen langs de cinemaa, want daa»-van kostte de ingang te duur om er binnen te gaan. « G'hebt daarvoor 'n portie mosselen », meends Giele. En zoo liep ik met die zes rnen3Chen heel 'nen dag rond, straat in, straat uit; in een herberg moesten de Eerste-Communiekanten een borrel gene-ver drinken. « 't Zijn nu menschen, berdjik », zei Nele die een stuk in zijn kraag had gekregen, en op zeker oogenblik langs de» straatkant wilde ... f Dat inoogt ge toch bij ons 1 » zei-hi, ala iït hem beduidde dat zulks niet mocht. Ik had getracht ze naar een orchestuion te doen luisteren, maar dat vonden ze flauw; maar voorbij eene herberg waar een vent harmonilca apeelde, kreeg ik ze niet verder. Dat moesten ze hooren, dat waa ieta buitengewoona; nog nooit gehoord, berdjik, zei Nele ! Ik begon er eindelijk genoeg van te krijgen, en kreeg het in mijn hoofd hun te zeggen dat het meer dan tijd was voor den tram. Maar toen zag ik — en deed ik mede — een koera met hindernissen zooals ik nog slechts in cinémas mocht bijwonen : zondôr omkijken naar hond noch beest... noch kommuni-kanten liepen de drie boeren d« Trapstraat af, de Groote Markt over, en lange de Nieuwstraat naar de Noordstatie, met hun dri« hijgende ©n kuchende bengels achter han, omverloopend d« voorbijgangers, trappend op de hielen der wandelaars, roe-pend op rnekaar dat ze zich zouden haasten, zoodat heel de Nieuwstraat door het volk bleef atilstaan en zich afvroeg wat er gebeurde; terwijl vonden de bengela onder het loopen nog middel om hun tong uit te ateken naar de Brusselaars; Wannes liep bijna onder een rijtuig, Giele wierp een gardevil om-ver die zijn beenen bijeen scharreMe en tevergeefs acbte*' Nele liep; Suske trok een oude heer bij den slipjas, een dame werd den hoekl scheef gesleurd, een schoothondje kreeg 'nen trap dat het jankend ineenkroop en zijn meesteres bijna in'onmaeht viel; en intusschen ^tormden de drie Eerste-Communiekanten giggelend verder, als een wervelwind door de menigte dringend. Zoo kwam het zestal aan d» tramlualt, drie kwart uurs voor het vertrek. Ik duwde de boeren en hun kroost in een rijtuig, en... wat 'n geluk, ik was er vanaf. Wat 'n Communie-feest, lieve hemel ! Later beweerde Suake mij dat hij zich koloaaaal vermaakt had met de Bruaselaars die hem allen aangaapten... oemdat hi ollegelik toch aztu schuun was ! 'k Geloof u graag, Suske I Ik dacht aan al die wederwaardigheden terug toen ik deze week de buitenmenschen als verloren zielen door Brussel's straten zag alenteren met de Communiekanten. En 'k laiïhte nog eens hartelijk om den eenvoud van die mensehen die ook in de stad hun dorpsopzicht blijven houden en geen acht

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Geïllustreerde zondagsgazet: familieblad appartenant à la catégorie Gent, parue à Antwerpen du 1914 au 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Sujets

Périodes