Geïllustreerde zondagsgazet: familieblad

631 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1916, 09 Avril. Geïllustreerde zondagsgazet: familieblad. Accès à 15 decembre 2019, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/bc3st7fr1p/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Van 3 tôt 9 April 1916 ÏQ CENTIEMES Tweede JaâPffanc NT 21 fiFILUJSTBRRRDE ZONDAGSGAZET Bureel : HQPLAND 30, Antwerpen, Abonnement : 5.00 fr. het jaar :EP-&.:L£I3LiIebl-A-:D jh. ®.ia.ls:ori.cLigri:n.g-eia. : Laatste bl*ëa.,«t9n regel 0.30 Rubriek OVER ALLES (i.rsg.l.OO Financieele aa»k. » 1.00 V#rgaderragen, Handslsmaat-Begraïenisberiebt 5.00 schappijen den i«gel 0.50 Dit nummer bestast uil ACHT BLADZIJDEW DADEM ES ZJIKEM I. Korps der Kaaiagenten 0p 1 April 1889 werd te Antwerpen het Korps der Kaaiagenten ingericht. De bewaking der goederen welke op de kaaien der Scheldê en dokken gestapeld worden, voor tiet lossen en laden der schepen, was tôt dan altijd toe-vertrouwd geweest aan het gewoon politiekorps, en wel aan de manschappen der le, 4e, 7e en 8e wijken, waarin de haven en dokken onderscheide-lijk gelegen zijn. Het was met het oog op de talrijke en aanhou-dende diefstallen welke in onze haveninrichtingen dag op dag en nacht op nacht gepleegd werden, da-t door den handel de inrichting van een bijzonder be-wakingskorps gevraagd werd, waai'toe het Sche-pencollege, met toestemming van den Gemeenie-raad, dan ook overging. De inrichting zoowel als het bestuur van het nieuwe korps werd gesteld onder het toezicht van den havenmeester, den heer Ledoux. De dienst kwam in de bevoegdheid van den heer schepen van Handel en Seheepvaart. Het korps, dat thans zulke groote uiïbrèiding ge-aomen heeft, telde bij het begin (1899) : 1 hool'dkaai-agent en 6 kaaiagenten van le klas. Korts daarna werd het vermeerderd en gebracht op 2 hoofdkaai-agenten en 38 agenten. In 1896 werd aan dit korps ook de meetdienst der goederen toegevoegd, zoodat het een nieuwe ver-deeling en vermeerdering van manschappen ver-eischte, van-2 hoofdkaaiagenten, 6 kaaiagenten van le klas en 42 kaaiagenten van 2e klas. In 1904 werd er een 8e hoofdagent benoemd. Doch het is eerst in 1911, op initiatief van den heer schepen Albreclit, dat dit korps eene ernsti^e [ en groote uitbreiding bekwam. De steeds toenemen-I de vermeerdering van schepen die in onze haven kwamen, de verlenging der Scheldekaaien en het vermeerderen der dokken, braclil mede da" het pt,-litietoezicht der haven op stevisje grondvesten in-' gericht werd. Vooreerst werd een nieuw ambt van hoofdopzie-: ner, en 4 van hoofdtoezichters ingericht, met 63 kaaiagenten-toezichters en 192 kaaiagenten, zoodat het korps 2C0 man telde. Van toen af deden de kaaiagenten dienst onder de afdaken. De politiedienst werd van de haven en dokken afgescheiden,om aan de kaaiagenten alleen opgedragen te worden. Er werd toen aan gedacht, gezien de uitbreiding , welke de dienst nam, het gansch onafhankelijk van den politiedienst te maken, en het een zelfstandig heheer te geven. Vooreerst werd het afgescheiden van het beheer van den havendienst, en de heer Jan Bruylants, de gekende letterkundige, die in den bestuurlijken dienst der Stad voldoende bewijs geleverd had van de noodige kennissen om dit gewichtig ambt te ver-vullen, werd als ho»fd van den dienst aangesteld. Zulks geschiedde in de maand Juni 1912. Nevens hem werd de heer Bout, een man van praktijk, ge-plaatst, wiens ervaring veel bijdraagt tôt de dege-lijke werking van het korps. Ware de wereldkrijg niet uilgebrolcen, dan zou dit korps nu, door de uitgestrektheid van zijn dienstterrein, alsook door de bewaking der kaaien en dokken, wel 500 man tellen. Doch niet minder dan 72 zijner leden werden onder de wapens geroepen, waarvan Terscheidcne sneuvelden op het veld van eer. Op dit oogenblik zijn 40 kaaiagenten-toezichters en minderen, ingedeeld bij andere diensten en feu-reelen, zûoais het gerecht, het Justiciepaleis, enz. 14 kaaiagenten-toezichters zijn gehecht aan het Plaatselijk Voedingskomiteit, met 3ëïï heer P. Mi-chiels als overste. Dit ailes bewijst-dat de Stad Antwerpen een goed ingericht korps bezit, hetwelk bij de herneming der handels- en scheepvaartbeweging, dadelijk gereed zat zijn om aan de gewichtige lactoren van ons be-staan, wederom bsscherming en waakzaamheid te II. Spijtig ! Wij willen terugkomen op het zoo spijtige als diep-ontmoedigende feit, hetwelk in een vorig num-mer van ons blad vermeld werd : namelijk dat te Brussel, bij gebrek aan leerlingen, de leergangen voor werkloozen moesten gesloten worden. De onverschiligheid van een groot gedeelte der arbeiders, zelfs wanneer het hunne innigste belan-gen betreft, is gekend. Laat gaan wat gaat, is voor hen meestal de leus. Toch waren wij zoo naief geweest te denken dat de gansch uitzonderlijke omstandigheden waarin wij verkeeren, aan velen de oogen zouden hebben geopend, velen het ongerijmde, ja, het misdadige hunner vroegere onverschilligheid zouden hebben doen inzien. Helaas ! 't is niet het geval geweest. Wij herhalen trt dat zulks zeer spijtig en sterk te betreuren ils. Het was vanwege de inrichters een heerlijk gedacht geweest b#doelde leergangen in te richten. Men gaf immers niet alleen den werkloozen aidus gelegenheid, zooniet tôt stoffelijke, dan toch tôt ze-delijke bezigheid, en hun werd daarbij nog de groote kans gegeven zich in hun vak te volmaken, nieuwe kennissen op te doen, al de geheimen van hun ambacht te doorgronden. Zij kregen alzoo het middel om zonder groote moeite en zonder kosten, zich gereed te maken en met welgelukken den economischen slrijd aan te vatten die, zonder twijfel, na den oorlog zal worden geleverd. Voor het uitbreken van den oorlog, toen ons lan-deken nog al de genoegens en weldaden van den zoeten vrede kende, bestonden er reeds voor vele stielen, vakleergangen. Maar vraagt nan hen die zich met deze inrichting bezig hielden,die er al Iranien tijd en al hunne moeite aan besteedden, waagt hen of zij ooit op een druk en geregeld be-zoek dier leergangen mochten roemen. Er kunnen uitzonderingen zijn geweest, doch zij waren zoo bitter klein in aantal, dat wij ze niet in aanmer- ing dienen te nemen. Toen echter hadden de arbeiders — waron het dan al geene doorslaande en afdoende — toch ecnigszins aanneembare verontschuldigingen : ailes ging immers goed, ze verdienden hun brood; ze konden ieder het zijne geven en hun huishouden OWMBiMWtaPPBMBaiBHMMgSlICMMBBMMI MBM1H T3 had niets te kort ! En dan, zoo redeneerden ze ve 1er, als men een ganschen dag heeft gewroet, ma Tien 's avonds wel wat rusten en kan men zijne geest niet mear in scholen of leergangen gaan a beulen ! Maar dan is de oorlog gekomen, aile groote e kleine werkhuizen zijn gesloten, duizenden zijn t< nietsdoen veroordeeld en wie weet of îater, op a beidsgebied, nog in dezelfde voorwaarâen zal wo den gestreden. 't Is niet waarschijnlijk. Was er dan wel ooit een prachtiger gelegenhéii îene gelukkigere kans om nieuwe kennissen aan ' werven, om versche en moeilijker arbeidswaper ;e leeren hanteeren? Hoe konden de huidige lijden van gedwonge iverkeloosheid beter worden gebruilA? Dat hebben de gemeentebestuurders van An .verpen, Brussel en andere groote steden gedach 3n daarom richtten zij leergangen in voor de a aeidloozen, leergangen welke door ervaren val nannen werden gegeven, die zich wisten te schii ten naar het begripsvermogen hunner leerhngei In 't begin ging ailes goed, doch lang h«eft hi liet geduurd. De eene leergang na den andei moest sluiten, bij gebrek aan... leerlingen ! Zulks is een droevig vers'chijnsel en — laat or le moed hebben het vlakweg te zeggen — het strel îen groot gedeelte der werkende klas niet tôt ee: Denken die onverstandigen, die niet-vooruitziei len dat, eens de vrede geteekend, ailes weer zij zal zooals Troeger? Meenen zij dat ze zoo mat ladelijk aan 't werk zullen gaa» en den toestan ïan voor den oorlog terugvinden? Beelden zij zic n dat de herneming onzer nationale bedrijvighei ïoo dadelijk opnieuw zal gebeuren en algemee ïijn? Meenen zij zulks? Dan dwalen zij en het is hoog* loodig dat zij die dwaling inzien. Zij wezen erva jvertuigd : de herneming van het werk zal ol ka soo maar niet aanstonds algemeen zijn en zic over aile stielen en ambachten uitbreiden. W; rolgt daarait? Dat de werkgevers eerst en voor; le bekwaamsten zullen àanvaarden en nieman r.al hun daarin ongelijk geven. De leergangen voor werkloozen gaven de geli jjenheid die bekwaamheid te verwerven, om lats jok spoediger en met aansprank op een llipk, d< gelijk dagloon, aan den arbeid te gaan. En toch hebben duizenden die gelegenhekl nii willen te baat nemen. Zij hebben die belangloo2 reddende hand, die hen zoo edelmBedig en berei< svillig werd toegestoken, afgewezen ! Zij zullen hi laler betreuren en dan luide jammeren ! Het zi îchter te laat' zijn ! Te Antwerpen is ook beproefd wat in de hoofi stad en elders gedaan werd; de uitslag was even. schitterend (?). Spijtig, temeer daar wij hier m< sene zeer talrijke n vlottende « bevolking hebbe if te rekenen. Het redmiddel? Wij kennen er geen, vermits hi îenige afdoende door de belanghebbenden ze .vordt van de hand gewezen... Wij schreven deze eenige régelen sleehts om o ien betreurenswaardigen toestand te wijzen. Wij durven nochtans hopen ctat zij tevens, te minstg aan eenige onzer anders zoo vlijtige e brave werklieden zullen doen inzien wat hunn sigenwaarde en de goed begrepen vaderlandsliefc va» hen vergen. III. Intercommunale steun voor den onderlingen bijstand Wij hebben reeds meer dan eens gewezen op de geldelijken en zedelijken steun welke de openbai machten verleenen aan de Vereenigingen van Oi derlingen Bijstand en aan de Pensioenkassen. W zegden het, pas een paar weken geleden, dat c Staat, de Provincies, de steden en gemeenten, c ook zekere Weldadigheidsbureelen, jaariijks med lielpen om de werkzamheden der mutualiteiten e pensioenkassen te steunen en aan te moedigen, a dus het reeds zeo machtig léger vooruitziende mei schen te vergroo-ten. Dat op dit terrein nog veel te doen en ook ne veel te verbeteren is aan wat bestaat en voortgezi wordt, blijkt uit hetgeen te Brussel en aanpalenc gemeenten tôt stand gekomen is. Het is te begrijpen dat groote steden zooals An werpen, Bergen, Brugge, Brussel, Gent, Luik, rv men, enz., breeder kunnen zijn in de verleenir van geldelijke hulp aan de maatschappijen v"an m: tualiteit en vooruitzicht, dan wel de kleine gemee: ten, wier inkomsten het niet toelaten te geven ti dit doel zooals de groote steden. Daaruit volgt een toestand voor de mutualiste der gemeenten, welke voor hen nadeelig is. De groote mutualiteiten van Antwerpen : n He U Zelve », ci Vrede's », « Liberale Ziekenbond « Ondersteunt Elkander », enz., tellen tusschf hunne leden het grootste aantal dat de stad b woont, doch ook een aanzienlijk aantal inwone: van Austruweel, Berchem, Borgerhout, Deurn Merxem of Mortsel. De reden daarvan is niet verre te zoeken : di zenden inwoners van voornoemde gemeenten we ken in de Scheldestad, leven en teren er, zood men zeggen kan dat hun bedrijvig leven in de sti is. Wanneer, zooals thans gebeurt, de stad Antwe pen en het Weldadigheidsbureel voordeelen verle nen voor de leden der mutualistische Vereenigi gen, wier zetel in de stad is, dan genielren al i leden die in de stad gehuisvest zijn van die voo deelen, en hunne medeleden die in de aanpalem gemeenten wonen, krijgen er niets van. Dat zulke toestand in strijd is met het groot pri ciep der mutualiteit : «Eén voor allen, en allen v» één»,Js onwederlegbaar. De gelijkheid voor alk in ailes is de basis der broederlijkheid. Men zal kunnen opwerpen dat de besturen d gemeenten het voorbeeld der Stad zouden moet< volgen en hunne mutualisten verleenen wat i Stad hun als tegemoetkoming geeft. Elk verstandig mensch weet dat zulks niet mog lijk is, en, zooals wij hooger zegden, is de.bekror pen geldelijke toestand van de kleine gemeenten i d» oorzaak van. Gelukkig is thans te Brussel het middel gevondi om daaraan te verhelpen. De stad Brussel heeft een type-reglement ontwo pen ter inrichting van een intercommunale kas t steun der mutualistische maatschappijen, waar elke gemeeiïle jaarlijks haar deel stort, bereker op het getal harer inwoners, en waardoor de m tualisten der omliggende gemeenten, evenals d der stad, evenveel recht hebben op al de voordaqii die er verleend worden. Het is ons niet mogelijk die overeenkomst in hare punten hier aan te halen, nog minder te b handelen. Ons doel was enkel de overeenkomst, Brussel getroffen, kenbaar te maken, opdat zij lu en elders navolging vinde. L. M. UIT J1 Het « Antwerpsch Tooneelgezelscliap » gaat ne-gelmatig voort dramas en tooneelspelen op te voe-ren in het Kattenhoj; het « \ laamsch Tooneel » " doet h'ètzelfde in den Vluamschai Leeuw; in de ci-'' nema Olympia krijgt m«n kluchten en operetten te smaken. Er is dus wel degelijk laven op tooneelge-bied in Borgerhout. i De keus der stukken? Hu, zie, daar is het juist '' dat ik wou op neerkomen. Ik weet en besef dat het ,e er in oorlogstijd meer om te doen is groote ont-3 vangsten te maken, en alzoo den spelers en spael-sters eene broodwinmng te bezorgen, dan IjtJibe-n schaafde tooneelkunde voor het voetlicht te £>ren-gen. Maar of het daarom gerechtvaardigd is zoo-Ç \ eel « draken » op te voeren als men in sommige '• lokalen doet, ziedaar îets wat ik sterk betwijfel. Zoo iemand mij moest tegenwerpen dat tooneel-stukken van degelijker gehalte niet genoeg in den ■" smaak vallen van ons pabliek, zou ik hem wijzen op het voorbeeld van den Koninklijken Nederland-schen Schouwburg te Antwerpen, waar men dezen e gunschen Winter, voor een talrijke en aandachtige inenigte, voorstellingen heeft gegeven van het beste ° dat op tooneelgebied werd voortgebracht. En zoo _ men dierf beweren dat zoo iets goed is voor het ■ bescliaafd Antwerpsch publiek, maar dat mèn in 1_ Borgerhout gewoon is wat lager te zweven, dan n zou ik antwoorden dat men onze medeburgers be-J leedigt met hun minder kennis en goeden smaak , in tooneeliaken te veronderstellen dan men hunnen , geburen der Scheldestad toekent. Overigens, men vergeté niet dat onder de bezoekers dotr Antwerp-11 sche schouwburgen de Borgerhoutenaars een voor-naam bestanddeel uitmaken. Terécht mag ik dus 11 denken — neen, voor zeleer aarmemen — dat men-n schen die in een naburige stad goede schouwspelen " gaan genieten en toejuichen, ook in hun eigen ge-'' meente iets beters zouden willen praeven dan tra-i nerige draken. Zeker, ik heb er niets tegen dat men Weezen, Duistere Geheimen, Gebeden van Schipbreukelin-gen, Onbekende Vrouwen, Mottige Janussen, enz., opvoert, omdat dergelijke stukken nu eenmaal de r min ontwiklsplde massa naar de tooneelzalen doen stroomen en het hoofddoel tegenwoordig is — zooals ik hooger zegde—groote ontvangsten te maken. Doch tusschendoor zou er moeten gezorgd worden e voor beteren kost ten behoeve der besehaafdere klasse, die ook — en misschien zelfs m ruimere mate — het hare bijdraagt om de edele tooneel-kunst in Borgerhout te doen gedijen. Wie 't schoen-tje past, trekke 't aan. p. S. — Dit ailes was reeds geschreven toen ik • vernam dat het « Antwerpsch Tooneelgezelschap » *' zijn speelseizoen komt te sluiten. Ook de vertoo-n ningen van andere gezelschappen loopen ten eiade. Mijne opmerkingen gelden dus yoor later, bij her-neming der opvoeringen. p Wie in de laatste dagen naar de Turnhoutsche n Poort opgewandeld en door de Appel-, Godts-, Beu-n ken-, Raap- en andere straten gekomen is, zal on-e getwijfeld talrijke mannen, vrouwen, ja ook kinde-e ren oiitmoet hebben, dragende gevulde zakken, manden of netten, en schier allen tevreden glimla-chende.Wat was er gebeurd? Van waar die algemeene opgeruimdheid? Was er afslag op de eetwaren aan-gekondigd? Was er wit brood bij de bakkers? Of was de oorlog... maar neen, dat zou te ongelooflijk wezen. Kort en goed, de lang vermiste aardappelen n waren eindelijk in het gemeente-magazijn aange-® komen !... Welke vreugde in de huisgezinnen! Wel-lt ke ontlasting voor moeder ! Want in het huishou-'i den van den volksman spelen de patatten naast c het brood inderddad de voornaamste roi. n Ik heb mij de moeite getroost een oogenblïk te 3" vertoeven bij de aflevering der knollen in het ma-n gazijn der Raapstraat. Allés gaat er ordelijk toe. Daar men dagelijks sleehts een bepaald getal per-sonen bedient en elkeen op voorhand zijn rantsoen kent, gaat het werktuig vooruit en is er een einde S gesteld aan het lang en rervelsnd aanschuiven, het ^ eindeloos wachtren, dat vroeger de menschen wan-le hopig maakte. De prijs is 18 centiemen per kilogram; 't is duur, ^ maar wat wil men er aan doen? Beter dure patat-ten dan geene. Gave God dat de aprdappelkrisis S eindelijk voor goed bezworen ware ! De Borgerhoiitsche behoeftigen zijn begonnen met de gronden te bewerken hun in bruikleen afge-■>' staan door de gemeenteoverheid. Zooals ik in een vorige kronijfc schreef zal de aldus bebouwde op-:n pervlakte meer dan het dubbel bedragen van ver-leden jaar. Geen enkele leege plek gronds zal onbe-P werkt blijven ligge». "i Wet genoegen heb ik gezien dat het gewezen kerkhof nabij de Drijhoekstraat insgelijks in atker-e~ grond gaat herschapen worden. Deze plaats — de "s drie vierden des jaars een vuile slijkpoel — bood e' tôt nu toe een weinig verlokkelijk uitzicht aan. Om-gespit en beplant zal zij ten min9te een zindelijk voorkomen hebben. r" ilen weet dat de verdwijning van het kerkhof nabij de Drijhoekstraat een gevolg geweest is van Ld de aanlegging der nieuwe versterkingen rond Antwerpen in 1800. Deze kwestie bracht deskijds hesl T" wat beroering en protestatiôn teweeg, aooals de be^ e" jaarde Borgerhoutenaars zich zullen herinneren. Vooral het netelachtig punt der ontgravingen gaf 'e aanleiding tôt gehaspel tu»§phen ons gemeentebe-r" stuur en het ministerie van Oorlog. HeT bijzonder 'e belang moest echter, als immer, voor het algemeen belang wijken. Een nieuw kerkhof werd gereed ge-ri" maakt te Silsburg en het werk der ontgravingen )r werd op taktvolle wijze verrieht-door soldaten. Het gemeentelijk kerkhof nabij de Drijhoekstraat in 1843 ingericht zijnde, heeft dus sleehts een kort-;r wijlig bestaan gehad. ARNO. in e- Met leveis. te Brassai Deze week werd door een onzer bijzandere Wer-ken van Liefdadigheid besloten, voortaan kontrool ,n uit te oefenen bij al de feesten te zijneti voordeele gegeven door Kringen, Vereenigingen of gezelschap-r. pen. Het schijnt dat de onkosten over 't algemeen te hoog loopen en niet in verhouding staan met de n ofttvangsten. Trouwens, door de Conferentie der Burgemeesters zullen weldra maatregelen getrof-fen worden opdat in al de gemeenten van Groot ;e Brussel nog sleehts dan toelating worde gegeven ,n tôt het geven van wëTdadigheidsfeesten, als de onkosten niet hooger loopen dan 5 p. h. der ontvang-3j sten. Wel een bewijs dat er heel wat misbruiken e. werden vastgesteld. Ie Toen ik zulks vernam heb ik er het fijne willen !r van weten, en ik 'heb mij tôt een mijner kennissen gewend, een Brusselaar die zich dag in dag uit bezig houdt met hst inrichten van liefdadigheidsfees-_ te», «a die bijzëtidsrUjk tooneelfeesten g»eft met eenige zijner vrienden. De man, een echte type va «kiekenfretter»,, heeft reeds heel wat naam vei worven bij de menschen uit zijne buurt, en iederee. zal u vertellen dat mijnheer Luppe « 'ne charitoe bele mensch » is. — Awel, Luppe, zei ik toen ik hem ontmoette wat heb ik gehoord? 't Schijnt dat ge niet genoe. meer in kas, en te veel in... rekening brengt voo uwe zoogezegde » charité-representoesses »? Wa is er daarvan nu waar? — Da's en formedoebel leuge ! zei Luppe. Wi hebben ook vernomen dat zulks u achter ons gat verteld wordt, en dat er in zeker « kometate » hee ren zijn die beweren dat we te veel onkosten heb ben. En we gaven aan diezelfde beknibbelaars no: 154 frank, gisteren, als winst van ons laatste op voering van « De Trûfiest van Bernotcjhe ». Ewel — Ja, ziet ge, Luppe, die menschen willen dat a de ontvangst in hunne kas zou komen, vermits he feest ten lrannen voordeele wordt gegeven,.en da de menschen enlael naar uwe fsesten komen on zoodoende hun Werk te steunen. — Nu, dan kennen die heeren er niets van ! El ii al daa beurregemisters » nog ve»l minder. D menschen komen niet naar onze vertooningen voo hun Werk, maar omdat ze bij ons kunst te genie ten krijgen, kunstwerk opgevoerd door liefhebber: zooals ik en mij h kameraden, die voor niets achtei uit staan, en zelfs zouden durven spelen tegen d< artiSten « van de Vlomse », en iiog veel gemakke lijker tegen i< daa van den Alhambra », want da zijn geen artisten maar kruideniers, die beter zou den doen specerijen te verkoopen; terwijl wij altiji een kolossalen bijval genieten van het publiek, da komt omdat « wij » spelen, maar niet omdat er voo. dit of dat Werk gespeeld wordt. — Ja, aan uw « artistiek sentiment » twijfel il niet, Luppe, dat weet ge; maar ze zeggen dat he voorlaatste feest door u ingericht niets heeft opge bracht, maar... dat gij en de vriendjes drie dagei nadien een mosselfeest gegeven hebt waar de fari als een beek vloeide. Is dat waar, Luppe? Arra ! Neen, we zouden wij zeker geen mossel feest meer mogen geven onder « pretekst » dat w n ve» d'alimentoesse » spelen? — Neen, dat niet, maar enfin, ze z«ggen dat d mosselen en de faro betaald werden met de op brengst van de « fête de charité ». — Da's 'n formidoebel leuge ! zei Luppe nog eens Dat n soepeeke » werd betaald met de onkosten vai het feest, en dut gaat niemand aan, he? — Dat begrijp ik niet? Met de onkosten? Wat be doelt ge, Luppe? — Wel, wij leggen de onkosten die we trekkei bijeerf en houden dan een fcestje onder ons. Wi zijn / lemaal werkjongens, he? Ehwël, denkt gi dat het niets is zoo heele rollen van buiten te leerei als ge dat met gewoon zij,t en van 's morgens to 's avonds te zitten blokken, en aile « kiere en nuu stuk par cœur » te moeten kennen? Da's werk zulle, mijnheer, en daar aile werk moet betaal worden rekenen wij vijf frank per speler voor he aanleeren d«r îollen. — Dat vind ik nogal liras, zulle, Luppe! Ik daclï dat uwe medewerking kosteloos was? — Kosteloos! Da ziedche van liie... Werken d heeren van de komiteiten « veu miks »? Neen, he Awel, wijlen uuk ni. Daarbij, dat is nog ailes niel Me dunkt dat w'ons al genoeg « sacrifiaere »; eers hebt ge de voorlezing van 't stuk en de rolverdee ling, want bij «ns is ailes geregeld « just lakas il 'ne gruuten theoeter »; da's al ôônen avond verlo ren, zonder 't verteer te rekenen; dan hebben w wel twintig repetities, « da moktch tchwintche: oevende ». Ehwel, mijnheer, we rekenen voor iede l'en avond maar één frank per man,. da's toch nie overdreven, zou ik meenen. Ge moet toch niet ver geten dat wij maar werkjongens r.ijn, en dat er aai de inrichting van zulk feest heel wat verteer voo ons vërbonden is. Zie maar eens, gisteren avoni was 't repetitie, 'ne mensch doet zooveel inspan ning, ge kunt u dan zoo in 't zweet stellen dat g. gedurig dorst hebt; wel, enkel op die éône repetiti van gisteren moest ik 17 glazen faro in rekeninj brengen. Nu zoudt ge toch niet willen dat ik àl da bier uit mijnen zak betaalde, want de andere spe lers moeten ook vergoed worden omûal zij door he opzeggen hunner roi droge kelen, dus dorst kre gen. — Zeg eens, Luppe, zei ik, zoo'n farorekeuiu moet nogal oploopen na zoo'n veertiental repenties — Dat is niet zoo erg, mijnheer; voor de répété ties van 'I laatste feest waren er maar 482 faros t betalen; maar de lambik voor de tooneelspeelsters die kost naluurlijk veel meer ! En dan zoudeti di heeren durven beweren dat er geen onkosten zijn En we doen nochtans ailes zoo prol'ijtelijk moge lijk : plakkaarten doen we drukken bij een onze vrienden, zoo kan die man ook wat verdienen. Voo de kontrool hebben wij « dïe heerea » niet noodif want ik heb, in « rnaan kalletaat van prezedent twee werklooze kennissen aangenornen voor d kùntrool, en die krijgen daarvoor niet meer dan ze frank per avond. En om aile groote onkosten t vermijden hebben we — sinds lang al, zulle ! -d gedecideed » aan de damen enkel bloemruiker af te geven van niet meer dan 15 fr. Zoudt gij beterkoop kunnen doen, mijnheer? — Ik weet niet, Luppe. Zoudt ge bijvoorbeel niets kunnen uitsparen op den drank tijdens d herhàlingen? Me dunkt, 17 faros op 'nen avond... — Da's 'n goei ! Dat zijn d® 17 faros welke ik i rekening heb gebracht; maar ik heb er ten minsl zooveel uit mijn zak nog betaald; en dan is 't £ wel, geloof ik, he? — Inderdaad, Luppe, 17 en 17, ja, da's al we dat vind ik ook... — Dan hebben we nog de twee Zondagen voor d « representoesse »; we moeten dan de kaarten vei koopen, de vrienden afloopen, 'n pot langs hier b< talen en een langs ginder,en dat kost allemaal gelc niet waar? We gaan gewoonlijk gezessen, en iede onzer brengt 4 fr. in rekening voor verteer. Dat i toch niet te veel, want daarmee doet ge 't niet. Da moeten we nog de plakkaarten naar de herberge gaan dragen; ge moet natuurlijk overal een gla drinken of ge zijt niet « wellekoem »; en er zijn zo maar 200 affiehen ! Maar dat doen we ook gezesser zulle, anders zoudt ge 't niet volhouden ! Daarvoc worden ook 4 fr. per man iw rekening gebracht. 1 dat allemaal overdreven, mijnheer? — Ik weet niet, Luppe, maar ik vraag me af lio< veel gij wel moet ontvangen om 154 fr. over t houden, zooals bij de laatste vertooning ! — Wel, mijnheer, toen hadden wij bij de 600 f; « recet ». We hebben dan ook na de vertoonin dadelijk de rekening gemaakt, zoo ongeveer 'lij ik u daar heb uitgelegd, en iedereen dadelijk zij onkosten betaald. En r»et dat geld hebben wij or mosselfeest gehouden, begrijpt ge 't nu? — Of ik u begrijp, Luppe ! — Ik heb u nog vergeten te zeggen, zei Luppi dat ieder «pelend lid vijf frank per «representoesse trekt, en dat we toch ook den Champagne moete betalen die op het succès gedronken wordt, na hi feest, door de damen speleressen en het ksmitsi 1 En toch hielden we nog 154 fr. over. Is dat geen _ prachtige uitslag? Ik vraag mjj af wat n daa broeb-1 beleers te lullen hebben, met heule kontrol » ! 't I« . triestig, aolle, doe dan al goed voor de menschen ! Ik heb aan Luppe niets méér gewaagd; maar fk dacht aan de 482 faros, betastfd voor één l'eest; aan î de 34 glazen bièr die Luppe u in zaa kaske » goot r op één repetitie en waarvan « hij » de helft beta*l-^ de; ik dacht na over de vele pinten der kaartenver-koopers, der aanplalckers; aan de bloemruikers aan ; 15 fr.; aan ds Champagne, aan de ontvangst van ,, bij de êOO fr. en aan de gestorte 154 fr... en toen, j», toen begreep ik waarem het hoogergenogmde Werk kontrool gaat uitoefenen over die zoogezegde lief-, dadigheidsfeesten; 't is om te beletten dat er mos-' selfeesien zouden gehouden worden op den rug der } liefdadigheid door menschen die 34 faros op éénen \ avond drinken. Die kontrool is noodig, maar ge [ zult zien dat vele « liefdadige feesten-inrichters » [ de pijp aan Marten zullen geven en het voortaan j zullen verneuken nog « representoesses » jp te rich- f.pn • hpf. vp.t. 7nl Ar immp.ra '/.iin t .7 T t EëËiâiô IV. s Dinsdags van Vastenav®nd heeft te Tliienen eene jaiarmurkt plaats w»lke tusschen de yoor" naamste van België gerekend wordt. Naar bet oor-deel van mijn bejaarden gastheer kan ik geene be-tere gelegenheid treffen om een bezoek te brengen aan het stadje. « Wel zal de markt, voegt hij erbij, ter oorzake van den oorlog natuurlijk veel van haar belang verloren hebben; dit neemt echter niet weg dat het de rnoetip waard zal zijn er eens naar te gaan zien. Zoo zult ge u in Thienen ten minste niet vervelen, terwijl zulks op een anderen dag wèl het geval zou zijn. » En daar spreker zich ber*d ver-klaart mij te vergezellen, wordt er aidra tôt de reis besloten. Het weder zî»t er niet gunstig uit; naar welken kant wij ook staren, overçal vertoont zieh dezelfd# donkergrauwe lucht. De dag zal niet voorbijgaan zonder sneeuw; reeds valt er een soort van ijzel. Gelukkig is de grond hard en droog; de koude lucht zet de longen uit en jaagt het bloed sneller door de aderen. Zoolang onze tocht duurt zien wij vo®r ons m achter ons groepen menschen, die eveneens in de richting van Thienen opstappen. 't Zijn dorpelin-gen op hun Zondags uitgedoscht, die naar aloude gewoonte de jaarmarkt gaan bezoeken. De vrouwen hebben meest allen korfjes in de armen en drage* op het hoofd zwartzijderi sjalen, die tôt op 1 de schouders"STdalen en onder de kin worden vast-\ geknoopt. Deze dracht is algemeen in het Hageland. J De mannen zijn gewapend met den mispelaren 1 wandelstok, hun gewonen gezel op hunne uitstap-: j«s. 1 Onderweg zie ik een troep kooien door eene weide ' dwalen, welke ternauwernood haar dorre grijze | Winterkleur heeft afgelegd,en waarvan het schaar-^ sche gras zeker nog geen halven duim lengte heeft. Beklagencwaardige dieren, die zoomin bifiten als ' binnen den stal hunnen honger verzadigen kunnen! Maar wie stoort aich wel aan de ellende der bee»s-J ten, nu de menschen zelven gebrek lijden? 't Is acht uren, dus nog tamelijk vroeg als wij op • onze bestemmingsplaats aankomen. Er is nog niet ' veel volk op de markt, toch hebben verscheidene taooplieden en koopvrouwen hunne kramen al op-1 geslagen of hunne standpLafttsen ingenomen. Uit tijdverdrijf hooren wij eens naar de prijzen van 3 kiekens en konijnen, doch de buitengewone eischen ' der verkoopers doen ons tôt zelfs de nutteloosheid van een fatsoenlijk aanbod inzien. Doter en eieren staan hier al zoo hoog « gekwoteerd » als te Antwerpen, en daar de uitstallingen van versche groen-] ten, fruit, ellegoederen, schoenen, peperkoek, zeep-poeders, pakjes vanillesuiker en zelfrijzende bloem 1 onze aaridacht niet vermogen te boeien, zoo beslui-ten wij de ronde d/sr stad te doen in afwachting dat î het op de markt wat drukker worde. ' Als men Thienen per spoortrein of buurttram ge-J naakt en van eene hoogte op de stad neerblikt, dan t levert deze met haar talrijke witte huizen wel een ; aangenaam uitzicht op. Schrijvers hebben haar al-^ éens « de Blanke Stad » geheeten. VancTaag «HîhUr, van onder onze geopende regenschermen — want malsche sneeuwvlokken beginnen neer te dwarre-' len — en in een somberen Maartnevel aanschouwd, • heeft de plaats geen vroolijk karakter. Toch heeft " de Groote Markt, welke haren naam ten voile waar-J dig is, want zij is zeer uitgestrekt, wel een goed ' voortvomen, waartoe de aanzienlijke woningon, -J winkels en koffiehuizen, welke haar begrenzeii,veel • bijdragen. Eveneens bevalt mij een gedenkteeken — van meester Lambeaux, zegt men mij — opge- r richt in 1905 bij de vijf-en-zeventigste verjaring der r Belgische onaffoankeiijkheid. Op een steenen voet-' stuk staat een bronzen krijger in fiere houding, en " aan zijne voeten rust een bronzen leeuw, die den e klauw dreigend-beschermend boven de vaderland-s sche vlag uitgestrekt houdt. Ook het O.-L.-Vrouw-e kerksken met zijn kunstig uitgesteken figuren rond de ingangsdeur en rond de vensterramen trekt mijn ^ oog tôt zich. Binnen bewonder ik het mooie, ver- • sierde koor, aan eenen bloemenhof gelijk,de smaak-vol gebeeldh®uwde biechtstoelen en het machtig J orgel. e De bestrating van het Hagelandsch stedekgn heeft geen gelijken tred gehouden met den heden-1 daagschen vooruitgang. De wandeling over de hob-e belige voetpaden is een ware martSing. Ook de aanleg der riolen laat, mij dunkt, nogal te wen-schen. Toch heeft men zich beijverd den omtrek te ' verfrofûien met de oude stadswallen in wandelwe-gen te herscheppen, welke men met don ronkenden e naam van boulevards heeft gedoopt. De breede Leuvensche steenweg, van weerszijden met boo-j" men beplant, heeft, in tegenstelling met veel «nde-re ouderwetsch geblev«n straten, een modem uit- s ^ <7Îr>Vit R. S i OVER MLLES 0 — Op 2 April 1879 stemde de gemeenteraad van '' Antwerpen, op voorstel van wijlen den heer Alle-r waert, schepen van Onderwijs, het bouwen van de s drij eerste Frcebelscholen : op de Kipdorpvest, in de Belegstraat en op het Kiel. Een krediet v»n 130,000 frank werd daartoe gestemd. — Ilet Komiteit van het Rood J^ruis voor Neder-' landsch-Indié, heeft aan dat voor Belgiê onder an-g dere belangrijka giften drie aut®s-ambulantierijtui-k gen geschonken voor het spoedig vervoeren der ge-11 kwetsten. — Het aanM uiilte broodan van Hofland welke door onze bevolking ingeschreven werden voor de î eerste week beliep 146,034 ! Voor de lste wijk 9,617; » voor de 2e, 15,309; voor de 3e, 8,014; voor de 4e, n 17,063; voor de 5e, 20,214; voor de 6o, 10,648; voor de ■t 7e, 7,843; voor de 8e, 31,133; voor de fle, 9,570; Toor 1 de tf», 20,028.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes