Het tooneel

342675 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1916, 22 Avril. Het tooneel. Accès à 18 octobre 2019, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/cf9j38mg13/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

HET TOONEEL lite Jaargang. Nr 23 Beheer en Redactie : Vleminckxstraat, i5, Antwerpen Annoncenburee! open aile werkdagen van 9 tôt 1 en van 3 tôt 5 uur (Torenuur) 22 April 1916 MAURITS SABBE Een Vlaamsche Opéra in de S8e Eeuw Dat er sedert cîe oprichting van do Vlaamsche Opéra te Antwerpen, bij ons weten a\-thans, nooit eens gewag gemaakt werd van ' eene ernstige poging tôt verspreiding van het zangtooneel in onze moedertaal, die in de tweede helft der lbe eeuw in -Vlaanderen werd doorgevoerd, doet ons verondcrstellen, dat de geschiedenis van deze onderneming slechts in zeer beperkten kring bekend is. Het lag toch wel voor dç hand het streven der Antwerpsche ijveraars voor het tôt stand brengen eener nationale opéra even te verge-lijken met het werk hunn *r Vlaamsche voor-gangers en aldus in de geschiedenis onzer nationale muziekontwikkeling beide inrichtin-gen, bij zoover zulks doenbaar is, aaneen te schakelen. Dat zulks nog niet gebeurde, geeft ons bijna de verzekering, dat wij geen water naar de zee brengen, zoo wi.j hier de voor-naamste lotgevallen van die achttiende-eeuw-sche Vlaamsche Opéra even ophalen. De populariteit der Italiaansche en vooral der Fransche Opera's was destijds zoo groot, dat ook hier te lande de drang gevoeld werd om ze, in het Vlaamsch vertaald, door Vlaamsche tooneelspelers te laten vertolken. Niet al-leenlijk in de .toenmalige rederijkerskamers drongen eenige der gemakkelijkste Fransche zangspelen door, maar er werden regelmatige troepen ingericht om het repertorium van het Fransche zangtooneel -voor onze voorouders in het Vlaamsch op te voeren. Te Brussel werd o. a. door Jan Frans Cam-maerts (1699—1780) en Ignatius Vitz Humb of Witzthumb, kapelmeester aan het hof van Ka-rel van Lorreinen, een bestendig gezelschap tôt stand gebracht, dat de zangspelen, die toen in de mode waren, in onze taal opvoerde op regelmatig vastgestelde dagen. Dit gezelschap ging ook vertooningen geven in de provintie. S.C.A. Willems vertelt onder andere van een grappig avontuur, dat de Vlaamsche operazangers te Mechelen beleef-.den. (1) Ze vertoonden Het Roosefeest of de Rooscmaegd van Salency. In het eerste bedrijf van deze opéra rijst de maan aan den hemel. De Brusselsche tooneelspelers hadden dit destijds betrekkelijk nieuwe tooneeleffekt goed verzorgd en rekenden er dan ook op daarmee bij val te oogsten. Het viel echter verkeerd uit. De Mechelaars zagen in deze maanverschij-ning een beleedigende zinspeling op hun be-kende maanblusscherij en maakten een helsch kabaal tegen de acteurs, die ze met stoelen en banlten op het tooneel gingen bestormen en in de onmogelijkheid stelden verder te spelen. De politie moest er tusschenkomen om de ver-woede Mechelaars te beletten Witzthumb's tent in brand te steken. Van twee der zangspelen, door dit gezelschap opgevoerd, mochten wij de Vlaamsche vertaling lezen, namelijk van N mette in het Hof ofte de Verliefde Eygensinnigheyt 2e druk, te 's Gravenhage bij H. Constapel) én Den Waersegger van het dorp, tusschen-spel in sangen (te Brussel bij J. J. Boucherie in de Keyserstraat, 1762; ook te be-komen te 's Hage bij H. Constapel). (2). J. F. Cammaert geeft deze zangspelen op als vertaald uit het Fransch zonder verdere aandui-ding. Het eerste is het bekende Ninelle à la Cour, tekst van Favart, muziek van Duni, het andere Le devin au village van J. J. Rousseau. Uit het feit, dat de tekstboekjes van Cammaert ook in Holland gedrukt en verkrijgbaar (1) S. C. A. Willems: Heintje Mees en de, Brusselsche Schouwburg ten tijde van prins Karel van Lorreinen (Nederduitsch Maandschrift, I, 20). (2) Bibliotheek der Hoogeschool te (Jènt. gesteld werden, kunnen wij gerust afleiden, dat die vertalingen er ook gezongen werden, misschien wel door de Brusselsche zangers, die de grenzen van tijd tôt tijd overstaken. De taal vari Cammaert werd over den Moerdijk evenwel als een half vreemde taal behandeld. Zoo lezen wij achteraan Den Waersegger van het Dorp de volgende typische nota: «Neder-duytsche vertaling van het lied Quand on sçait aimer et plaire zooals op p. 8 (eigenlijk p. 11) in 'Z Vlaams. Om de aardigheid geef ik hier de «Vlaamsche» vertaling van Cammaert en de «Nederduytsche» van den onbekenden Hollander. , Cammaert zingt: Als men kan behaëgen en minne ,Heeft men noodig andef goed? Geeft m' uw hert, mijn herderinne. Colin geeft u 't syn met spoed. In mijn fluyt en stak ik sette Alleen aile mijn gewin: Mijn cieraad is mijn Colette, Mijnen schat is haere min* En nu het Nederduitsch: Als men mint en kan beliagen, Is er grooter vreugd op aard, 'k Heb mijn hert u opgedragen. En gij syt het mij wel waart, Uwe gunsten syn myn schatten, Gij alleen maakt al mijn pragt. Ach dat gij eens wou bevatten Dat ge alleen myn smert versagt Uit "Zonriig Leven " door Frans Verschoren Kankatuur-Ceeiicnàiig van Jules Fonteyn ■ 1 — ———— 't Verschil zit hem hier natuurlijk in het taaleigen niet. Cammaert's overzetting is alleen zwakker van metriek en wat slordiger ( en naiever van uitdrukking. Een veel belangrijker poging dan die van Cammaert en Witzthumb was die van den Bruggeling Jacob Toussaint Neyts (1727—1794) die een Vlaamsch operagezelschap oprichtte# waarmede hij niet alleen te Brugge, maar in de voornaamste steden van Vlaanderen en Braband, te Brussel voor het hof en een tijd-| lang te Amsterdam met lytbundigen bijval be-' kroonde vertooningen gaf. ; Deze Neyts is een aantrekkelijke figuur in ; onze tooneelgeschiedenis. Zijn familienaam was eigenlijk Cary, want hij was de zoon van twee onbemiddelde Brugsche poorters, An-toon Cary en Maria Du Chesne, doch geduren-de zijn collegejaren werd hij met zijn broer, Frans Dominicus aangenomen door de kinder-looze echtgenooten Neyts, bezitters van de ^ heerlijkheden van Kleynen en Welcourt. Ka-: rel VI schonk aan den Heer Neyts het recht ' om die lpeide kinderen als wettige zoons te erkennen en hun zijn naam te laten dragen. ^ Na den dood van haren man verspjlde vrouwe Neyts in einclelooze processen tegen den baron van Maie al nare bezittingen, zoodat de twee jonge Neytsen nu niet rijker waren dan toen - ze Cary hee.tten en moesten werken om in hun dagelijksch brood te voorzien. Jacob Neyts had een regelmatig burgersle- ven kunnen leiden, ware de tooneeldaemon hem niet komen kwellen. Hij werd in 1753 pyocureur te Brugge, doch liet die plaats wel-dra varen. Hij was bevriend met een zekeren Coucke, schoolmeester en hartstocht-elijk rederijker. Briden dweepten met poezie en muziek. Coucke had een school opgericht om jonge lieden van beide geslachten voor het tooneel op te leiden. Jacob Neyts sloot zich bij Coucke aan en orderscheidde zich weldra door de zwierig-heid, die zijne opvoeding als jong edelman hem gegeven had, en door de sierlijkheid zij-n; r voordracht, als een der beste krachten van het tooneelgezelschap, dat Coucke had tôt stand gebracht. Neyts zonderde zich welclra van Coucke af en stichtte een eigen tooneel, waar hij als aantrekkelijke nieuwigheid de Fransche opera's opvoerde. Zijn broeder, Dominicus, een goed m.j^icus, was hem hierin behulpzaam. De beste zijner zangeressen was Isabella Stassinon, een Brugsch meisje uit de lagere voiksklas, dat hij zelf had leeren zingen en da\ door haren natuurlijken tooneelaanleg een der bijzonderste aantrekkelijkheden van Nfj ts' gezelschap werd. Later is Neyts — naar ht ! voorbeeld van Molière en Béjart! — met de ><star» van zijn gezelschap in het huwelijk geireden. De eerste vertooning van Neyts' gezelschap greep plaats in 1756. De bijval van het nieuwe tooneel was zeer groot. Te Brugge werden talrijke en druk bijgewoonde vertooningen gegeven, te Gent, te Mechelen te Brussel en filders nog werd Neyts' gezelschap geestdriftig onthaald. Gedurende ruim zestien jarenmocht Neyts' opéra zich in aile Vlaamsche steden en sedert 1768 ook te Amsterdam in den grootsten bir7al verheugen. > * In 1772 trof hem ongelukkiglijk te Amsterdam een ramp, die hij niet meer te boven kwam. Op Zaterdag 9 Mei 1772 begon Neyts, nft de sluiting van het gewone speelseizoen, in den Amsterdamschen Schouwburg, weer eene reeks operavertooningen. 's Maandags voerde hij De Deserteur, groote opéra in drie deelen van Monsini (Monsigny) op, voorafgegaan door De Qualyk bewaarde Dogter, opéra in een deel, muziek van Duni. In het tweede bedrijf van De Deserteur wordt eene gevangenis vertoond. Om genoeg-zame duisternis te verkrijgen had men de smeerkokers tusschen de schermen met gewone blikken schuiven bedekt. Neyts had om in het eerste bedrijf door sterker licht het spel gunstiger te doen uitkomen, in de lichtbakken tweemaal zooveel kaarsen laten aansteken als men gewoonlijk deed. Door de groote hitte was het kaarssmeer gesmolten en optbrand en had het de schermen vuur doen va'tten. Even na half negen begon de brand te woe-den en binnen weinige uren was de heele schouwburg vernietigd. 18 dooden bleven in de ramp, waaronder ook de kleermaker van Neyt's troep. (1). Na dit ongeluk was het voor Neyts en de (1) C. N. Ulybrands: Het Amsterdamsche Tooneel p. 207.8. zijnen te Amsterdam niet meer veilig. Nog in het midden der 19e eeuw was de wrevel der Amsterdammers tegen den Vlaming, die gansch onvrijwillig hunnen historiéchen schouwburg had in brand gestoken, nog niet heel gestild,want,volgens vader Hendrickx ons verzekerde, werd er, bij een poging van V. Driessens om te Amsterdam een bestendig tooneel op te richten, door een Amsterdamsch blad nog aan herinnerd, dat het een landge-noot van Driessens was, die vroèger den schouwburgbrand veroorzaakt had. Met die Vlamen hoefde men dan maar heel voorzich-tig te zijn! Na den Amsterdamschen schouwburgbrand geraakte Neyts' tooneel in het sukkelstraatje. Hij vond de gunst van het publiek niet meer terug en na menigen tegenslag zegde hij vaar-wel aan het tooneel en kwam zich in 1779 te Mechelen vestigen als koopman in wijnen en brandhout. Mechelen had de Neytsen al vroeger aan-getrokken. Reeds in 1767 kwamen zij er vertooningen geven, zooals blijkt uit het volgende bescheid, medegedeeld door V. Hermans in zijn studie Ancienne Maison échevinale ou Vieux Palais: (1). «1767. 1s door den Heere Schouteth voor-gedragen, dat de Brughsche comedianten, ver- , thoonende van tydt tôt tydt hunne opéra co-medique op den theater binnen het Out. Pal-leys alhier, versochte eenighe plancken van stadtswegen, om den grondt namentlyck voor d'eerste gedistingueerde plaetsen te beleggen, om des spectateurs voeten tegens de voechtige killigheyt van het actueel saisoen te bevryden. Is geresolveert dat de Heeren Trésoriers te dien fine souden laten volgen eenige quade plancken ofte schaelen dier uyt de stadtshalle. (2) In 1768 reeds vroegen de Neytsen aan de ma- gistraten dezer stad de toelating om eenen schouwburg te bouwen. Hun rekwest is on-derteekend door Frans, die zich daar «directeur van de Vlaemsche Opéra» noemt. De toelating werd hem geschonken doch hij maakte er geen gebruik van. De «Vlaemsche Opéra» vroeg niettemin her-haaldelijk om te Mechelen vertooningen te geven, o. a. nog in 1770, twee jaar voor den brand van den Amsterdamschen schouwburg. (Slot in volgrnd nummer) (1) Bull, du Cercle Archéologique de Malines, XII, 1902, blz. p. 33-66. (2) Bésol. S. I. No 19, 311 V. C. IJdele Beschouwingen Over tuchteloôsheid! 't Regent onverdroten en de lucht wil niet blauwen in dit voorjaar... Er ligt een afstand tusschen ons verlangen en de werkelijkheid! De Minister van binnenlandsche zaken in Nederland heeft,na overleg met de vereeniging Tucht-Unie, een rondschrijven gezonden aan de schoolopzieners: «Van verschillende zijden is er in de laatste jaren op aangedrongen, dat de regeering haar 10 Cenliiem «

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Het tooneel appartenant à la catégorie Culturele bladen, parue à Antwerpen du 1915 au 1940.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes