Het tooneel

1123 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1916, 08 Janvrier. Het tooneel. Accès à 09 avril 2020, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/sq8qb9w72c/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

5 Centiem per nummer van minstens zes bladzijcien HET TOONEEL , , VIr „ Beheer en Redactie : Vleminckxstraat, 15, Antwerpen „ , . , I Jaarirang. Nr 8 8 Januari 1916 Annoncenbureel open aile werkdagen van 9 tôt i en van 3 tôt 5 uur (Torenuur) Koninklijke Nederlandsche Schouwburg Een iNieuw Leven = Een Avontuurtje in den Mist Het Meisje van Arles (Foto René Lonthie. Carnotstraat). B. RUYSBROECK als " Schipper Marc " in "Het Meisje van Arles" Zaterdag werd «Een Nieuw Leven», het roerend tou-neelspel van onzen sympathieken stadgenoot Hubert Melis, in zeer goede voorwaarden hernomen. De zaal was wel bezet ; in acht genomfen dat we op Nieuwjaarsdag waren, was er zelfs veel volk. Wat het stuk betreft, denken we niet beter te kunnen doen dan de critiek over te nemen, die Jef Mennekens, nu twaalf jaar geleden, bij de eerste opvoering van «Een Nieuw Leven» in -«Lucifer» verschijnen deed. Deze «première» werd gegeven bij gelegenheid der i viering van het vijftigjarig bestaan der maatschappij | «De Vlamingen» van Brussel, waar Melis, in den too- j neolrrijskamp met zijne comedie den eersten prijs ver- ( worveri had. (10 Januari 1904). «...Veel volk. \\ itgedaste heeren, juryledcn en bekroon-den. Ook' letterkundigen, zelfs uit andere stcden. De opvoering van Melis' fcekroond stuk «Een nieuw Leven» wekt er voor veel sympathie. Men voelt dat de schrijver er naar gestreefd heeft, goed, ernstig werk te leveren. Hij is te velde getrokken tegen de armzieligheid van het kleinsteedsche leven. Terwijl hij schreef, vlotte moderne tooneelliteratuur hem in de hersenen, en men vindt daarvan sporen terug, vooral in het derde bedrijf. «Maar de inhoud zult ge me zeggen. Anna, weduwe Rosering, wil haar dochter Cilia uithuwelijken aan Paul Winger, nijveraar, die een schoone positie in de m.iat-schappij bekleedt, doch gansch opgaat in zijn zaken. Gevoelskwesties blijven buiten den kring van zijn ge-waarwordingen en gedachten. Cilia, die een levenslus-tig, aanminnig meisje is, bemint Paul niet; mtegç-ndeel, zij gevoelt liefde voor Ernest, den zoon van Wegge, mulder en bloemkoopman, maar Anna wil van een ver-loving met hem niet hooren, en heeft van haar onna-denkende dochter verkregen, dat zij de vrouw worden zal van Paul. Een gebeurtenis brengt echter de zaken in de war. Cilia gaat naar een nieuwjaarsbal met haar oom, ziet Ernest, verneemt van verschillende zijden dat haar verloofde een ander meisje, van minderen stand, voor haar heeft verlaten. On der den indruk van dit nieuws en haar opilakkercndo liefde, doci: z.j een te-slissende stap : zij schenkt haar woord aan Ernest en schrijft Paul af. Maar de moeder, de zwaarmoedige, teruggehouden vrouw, die echtelijk lijden nog bitterder heeft geinaakt, zal nimmer toestemmen in een verbinte-nis m-t iemand die nog een positie moet verwerven en, daarenboven, de zoon is van den man, die haar echtgenoot op het pad der cntrouw bracht. Vruchteloos beproeven Anna, Paul en zelfs de grootvader, Cilia op haar besluit te doen terugkomen ; Anna mag haar dochter van zich afstooten en zeggen dat haar wegen voortaan uiteenloopen ; het meisje geeft niet toe, wil het ouderlijke dak verlaten, om bij haar oom te gaan inwonen, die een «moderne» geest is en zijn nicht goedkeurt en beschermt. Zij gaat dan heen, en de moeder, onder den indruk van een tooneel buiten het eigenlijke drama, snikt het uit «niet voor altijd». Dat is. gelooft Cilia, de voorbode \an een nieuw leven. «Ik zeide, onder den indruk van een tocneel buiten het eigenlijke drama, want dit tooneel wordt verwekt door Reefs, een ouden boodschaplooper wiens dochter zich verdronken heeft omdat zij niet trouwen mocht met een jongeling, die, naar hij meende, de geschikte echtgenoot niet was, en dien zij nogthans niet meer laten kon. Reefs is in het stuk een soort «deus ex machina», die een groot gedeelte inneemt van het eerste bedrijf — oorzaak is van een eerste wrijving tusschen het edel gemoed van Cilia e:i de prozaische bevooroordeelde geest van Paul, — in het tweede bedrijf terugkeert en het slot van de comedie bewerkt. Hier staan we dus voor een gebrek aan eenheid dat natuur-lijk aan de harmonie van het geheel schaadt. «Toch vond de schrijver in het ten tooneele voeren I van een persoon, die tôt het werkelijke stuk niet be- j hoort, het middel tôt een paar scenes te gevcn, welke indruk maakten. Lief was ook, in het tweede bedrijf, het zingen van do kinderen buiten, op nieuwjaardag, ofschoon dit bedrijf geen bevrediging schonk, daar wij niet wisten waar Melis ons brengen wou en het door hem bedoelde nieuwe leven niet duidelijk maakte. Het versciiaue naasi iriuuie unigtu, per s>iui van icncmng, sen zekere ontgoocheling na het eerste bedrijf, dat goed was meegevallen. Het derde bedrijf stelde weer veel recht, maar schonk toch niet ailes. » Ja Melis heeft gepoogd degelijk werk te leveren, vrij van oppervlakkigheid, hij heeft een vasten grond, willen leggen aan zijn stuk, dat toch hechter kon staan. De kritiek welke hij levert van zekere toestanden in kleine steden, is met het geheel niet genoeg door-kneed. Als Louis, de oom, een uitval doet tegen de icvoorhistorische kleinzieligheid» der dorpsbewoners,zijn we wel eenigszins voorbereid, maar krijgen we den indruk dat hij aan \ zedepreeken is. Die kleinzieligheid staat voor ons niet overal grijnzend recht. Zoo bemees-teren, ook andere invloeden dan die kleinzieligheid Anna's hart, wanneer zij Cilia's liefde versmachten wil. Dat is de wrok diei\ 't verleden bij haar liet. En Cilia? Wij hebben niet te doen met een vrouw, die, trots vooroordeel en wanbegrip, de inspraak haars harten volgt, versmaad, beschimpt door de kleine zielen rondom liaar ; alleen met een meisje, dat een man welken zij niet liefheeft, en die dan nog door zijn handelwijze tegenover een andere onwaardig blijkt, van zich afwijst en haar eigen liefde gehoor geeft. Vferwondering baart het ook dat Cilia, die in het eerste bedrijf nog zoo kinderlijk is, dadelijk pruilt, snoeplust verraadt, verlangt naar lichtzinnig vermaak, in het derde bedrijf ernstig spreekt van het gémis van zon in haar leven met Paul, en van haar ziel, die men versmachten wil in «de stik-stof der vooroordeelen». Dat ailes komt wel zwaar voor, hoezeer het pogen van Melis anders ook waardeering verdient.» Nu over de vertolking. Mejuffer Bertrijn die voor het eerst de roi van Cilia vervulde heeft ons ten zeerste voldaan ; vooral in het derde bedrijf was zij voortref-felijk ; 't was mooi werk. Mevrouw Dilis Beersmans speelde de weinig sympa-thieke roi van Anna, in de perfectie. Dezelfde lof kan gelden voor Piet Jânssens, die van den ouden Reefs, een treffende creatie maakte. De tiraden van Louis Rosering, — de voorstander der moderne gedachten, — werden door den heer Bertrijn met veel autoriteit voorgedragen en levendig toegejuicht. Heer Ruysbroeck was een zeer gemoedelijke grootvader Rosering en lleer Herreygers een joviale Mulder Wegge. Heer Van de Putte — als Paul Braecke, — kon ons niet bevredigen. Die artist, — die nogthans in het geheel niet onverdienstelijk is, — moet er voor zorgen wat lenrger te spelen. Hij staat altijd op het tooneel alsof hij een bezemstok heeft ingeslikt. Décor en tooneelschikking waren zeer goed verzorgd. «Een Nieuw Leven» werd door het publiek met yeel plezier teruggezien. Na het slottooneel moest er twee, driemaal gehaald worden. *** Daarna werd er van «Een avontuurtje in den Mist» sen zeer opgewekte reprise gegeven. De heeren Bertrijn, Piet Janssens, Cauwenberg. Her reygers en Ruysbroeck, alsook Mevrouwen Bertrijn, Noterman, Ruysbroeck en Van de Velde hebben de zaal in vroolijke stemming gebracht, door hun natuurlijk spel. De bij val was, als bij de vorige vertooningen, heel groot. *** «Het Meisje van Arles», dat Zondag avond en Don-derdag ging, bekwam, een reusachtig succès. Artisten, koor en orkest, waren onberispelijk. Nu we de laatste vertooningen van het prachtige lyrische drama van Daudet en Bizet achter den rug hebben, achten wij het ons als plicht het bestuur hartelijk te feliciteeren om zijn schoone kunstpoging. Wij verheugen ons in het welgelukken er van, en hopen dan ook dat het bij deze eerste proefneming niet blijven zal. In, om en rond den Schouwburg DE MÉESTER DER SMELTOVENS. — Het bestuur, zorg dragende voor de noodige afwisseling in het repertorium, kondigt een viertal opvoeringen aan van de «Meester der Smeltovens», het best gekende werk van G. Ohnet, dat steeds met grooten bijval werd gespeeld. Daar de hoofdrollen thans in handen zijn van de dames M. Dilis-Beersmans, Hel. Bertrijn, M. Bertrijn, Ch. Noterman en M. Vandevelde, en de heeren G. Cauwenberg, Piet Janssens, L. Bertrijn, B. Ruysbroeck, G. Ilereygers, R. Van de Putte, enz., mag men zich weer aan een grooten toeloop verwachten. Men gelieve in aanmerking te nemen, dat, daar de schouwburg Zaterdag niet beschikbaar is, de eerste opvoering van den «Meester der .Smeltovens» zal plaats liebben op Zondag 9 Januari in dagvertooning, ten 3 1/2 lire torenuur. De drie volgende opvoeringen hebben plaats Zondag 9 Januari, Maandag 10 Januari en Don-derdag 13 Januari, telkens ten 8 uren torenuur. Intusschen wordt druk gerepeteerd aan «Spoken», van H. Ibsen, dat Zaterdag 15 Januari wordt gespeeld, en aan »Een Misdadige» van de Tière. Men neme wel in acht dat op Zaterdag 8 Januari door het gezelschap niet wordt gespeeld. Onze Kunstenaars Albert CRAHAY Ik herinner me zijn verschijning nog zoo goed... Er en jongeren, te midden van wie hij eens gestaan had,- zijn al een drietal jaren over heen gegaan, sinds wij als een der jongste herauten. hem zagen voor het laatst, maar nog zie ik helder Ze brachten hem weg, als een te vroeg gevallçn voor me zijn sympathiek, voornaam, ernstig figuur : de striidmakker. fijne, matbleeke trekken met de donkere oogen en Alleen bleef van hem achter zijn werk, talrijk reeds den bruinen baard, het aristokratische hoofd, omkransd voor een jong kunstenaar, schilderijen, pastels, teêke met de sierlijke donkere lokken om de wat ingevallen niiigeii, aquarellen en etsen. Reeds van zijn eerste slapen. Het type van den zuiderling, met niets van. optreden af was Crahay iemand die de aandacht af- de blonde welgedaanheid van den Vlaming. Zijn vader dwong. Men herinnere zich zijn eerste inzending in was een Luiker Waal. «Kunst van Heden», waarbij zijn groot schilderij »Gar- ALBERT CRAHAY = Op het vlakke Strand Hij leefde tusschen ons als de gulle kameraad, lachte graag mee in oogenblikken van jong-dolle uitgelaten-heid, maar zat doorgaans stil te rooken, de prêt der anderen als genietend toeschouwer meemakend. • Hij moest zich stil houden, overigens. De ziekte had hem al eens dreigend te pakken gekregen. En waar <^e anderen zich onbezorgd blootstelden, kwam de drin-gende waarschuwing der vrienden hem in bedwang houden, wanneer ook hij wel eens de aanvechting voelde zijn jeugdige levenslust te laten uitschateren. Maar wanneer het zijn werk gold, kon niets hem tegen-houden. Dan was geen enkele vermoeienis hem te groot, nooit was het weer te slecht om buiten m regen en wind de natuur te gaan bespieden, en dan luisterde hij niet meer naar angstige smeekingen of dringenden raad. In den laatsten tijd was hij stiller nog geworden. Alleen enkele vertrouwden zagen hem nog geregeld, maar hij leefde nu alleen, met zijn jonge vrouw, in het oude Nieuwpoort, in een van die sierlijke, stemmige, antieke huizen. Daar kon hij werken, aan de zee, te midden van de aangrijpende grootschheid der stranden en duinen, bij het eenvoudige, nobele bedrijf van schip-pers en visschers. Of in de stille zomerpracht van zijn bloeienden, ouden tuin, waar de bloemige gratie van zijn gezellin hem ieder uur van den dag tôt een moment van schoonheid maakte. En hij werkte er met een koortsige haast. Het werd een onstuimige drift bijna, en het was alsof het angstige voorgevoel van het nakend einde hem dreef tôt een gestadigen, onverpoosden ijver, om toch maar, vooraleer hem de krachten te kort gingen schieten, nog iets van zijn schoonen, jongen droom te redden. Och... het einde kwam spoediger dan hij gedacht had. En het kwam" ook ons nog verrassen, wij die wisten nochtans dat de ziekte voor hem onverbiddelijk was. Hij had in de laatste jaren tusschen hopen en sterven geleefd. Nu eens leek zijn toestand hopeloos, j dan weer, dank de teedere zorgen, waarmee men herp omringde, knapte hij wat op, werkte weer, haastig, zenuwachtig. Maar toen kwam het, een slag, onverwacht. Na een erbarmelijk lijden, waarbij hij in voile bewustzijn nog dacht aan zijn kunst, aan zijn schilderwerk, aan zijn viool die hij met zulk gevoel te bespelen vermocht. kwam ten slotte de verlossende dood. Hij werd heen-gedragen, op een mooien zomerdag, te midden van de zonneweelde die hem eens zoo gelukkig kon maken, onder een berg geurende bloemen, gelijk hij ze zoo lief had. En ze waren er allen, degenen die de glorie maakten van onze Belgische kunst, Vlamingen en Walen, ouderen naalvisschers». 't Was forschig gebouwd, kloek en onstuimig, heftig en toch harmonisch, breed van lijn, en grootsch van opzet. Het dagelijksch werk van deze nederige visschers was hier opgevOerd tôt een episch gebeuren, aangrijpend, monumentaal. Later veranderde hij eenigszins van vizie, onderging invloeden, o.a. van August Oleffe, voor wiens werk hij een grenzelooze bewondering had. Stil aan kwam zijn personaliteit weer meer tôt uitdrukking, en van dan af ging hij een zeker doel tegemoet. Hij had zijn wegen gevonden. Het leven openbaarde zich aan hem in al zik\ diverse schoonheid en met geestdrift ging hij aan het werk om zijn vreugde-indrukken te bestend?gen. En ik denk, benevens de epische «Garnaalvisschers, aan tragische «Avonden» in de haven van Nieuwpoort, als wanneer de donkere takelwerken der rustende schui-ten tegen een amberkleurigen hemel afsteken en de late zon weerkaatst wordt in het rustelooze water. Ik denk aan vlakke «Stranden», van een waterige frisch-heid, doorschijnend en vol levend licht, waar de lucht van zoutige natheid is, de hemel als van opaal, zich herhalend met parelmoeren weerschijn in den spiegel van het vochte zand, waarvan de schittering slechts even onderbroken wordt door de donkere vlek van een te paard zittenden schelpenvisscher. Ik denk aan zon-begoten tuinen waar op «De blauwe Bank» bij bloeiende rhododendrons tegen een lichtbekletsten gevel, elegante vrouwen in gratievolle loomheid rusten. Ik denk aan vele portretten, prachtig van kleur, voornaam en diep... Het was een zeer verscheiden werk. Na zijn dood was dit ailes, grootendeels ten minste, bij elkaar gebleven in het oude huis te Nieuwpoort, waar de jonge weduwe nu alleen woonde. De oorlog dreef de bewoners van het oude Vlaamsche stedeken op de vlucht. Toen reeds de eerste granaten vielen dacht niemand meer aan wat hij achterliet, alleen begaan om eigen lijfsbehoud. Het werk van Crahay bleef achter in het oude huis; waarom heen de bommen barsten en de mooie antieke gevels, de fschilderachtige straatjes in hoopen puin verandcrden. Ook het huis van den schilder werd getroffen. En een groot gedeelte van het werk, althans aile teckeningen, etsen, aquarellen, werd vernietigd. Alleen de schilderijen konden nog t1 jdig worden gered door Crahay's broer, die met een auto de beschoten stad bereiken kon en de welTfcht reeds gehavende doeken uit de puinhoopen wist te redden.Zoodoende bleef althans iets bewaard van al het schoone dat de jonge schilder in zijn helaas al te kortstondig leven wist te verwezenlijken, en dat hij. achterliet als de schoonste herinnering aan zijn levens-vreugde.Wanneer zullen wij het terugzien?

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Het tooneel appartenant à la catégorie Culturele bladen, parue à Antwerpen du 1915 au 1940.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes