Het tooneel

492377 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1918, 12 Octobre. Het tooneel. Accès à 25 octobre 2020, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/183416ts6v/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Het Tooneel 4e Jaargang Nr 5 — 12 Oktober 1918 Beheer en Redactie : Handelslei, 139, Antwerpen 15 Ceniiem HIPPODROOM | Bestuur: Frans CONDÈS & Victor NEUTGENS Nieuwe Tooneelen ! Laatste week van het groot succès Nieuwe Tooneelen ! T ZAL KERMIS ZIJN ! Hlîe S um Y-U. Zon- S FeesSdaser* v@rto©nifig ©m 3 1/2 I» U. 122 HSËUWË HEWKS van ,J. Pierre & Lynen AntwerpsChe Spektakelrevue in één voorspel en 2 bedrijven door Ed. Casteels. — Muziekbewerking van P. Verhoeven 1F5 mOQlE BMLETTEN ARTHUR VAN THILLO van den Hippodroom, die Zaterdag a.s. als « Monthabor » in «De Dochter van den Tamboer-Maj cor » zal optreden. Vîaamsche Opéra "Prinses Zomieschijn,, Voor vijftien jaar, op 10 October 1903, werd Paul Gilson's sprookj esspel « Prinses Zonnesçhijn » voor de eersto maal opgevoërd door het gezelschap van het Nederlandsch Lyrisch Tooneel in den ouden Stadsschouwburg der Gemeenteplaats. De bijval bij het talrijke en uitgelezen publiek was onge-woon groot. Zangers en orkest hadden gewedijverd om de moeilijke partituur van den jongen meester — Gilson was toen acht-en-dertig jaar — tôt haar recht te doen komenï Het kan eenig historisch be-lang hebben de rolverdeeling van de eerste opvoe- ' ring hier nog eens in lierinnering te brengen. Mevr. Judels-Kamphuyzen,, wier talent zich toen 1 ten voile ontplooid h ad, was «Prinses Zonnesçhijn». Collignon speelde voor Ivoning Ajoboud. Mej uf fer Vliex zong de « Walpra »-rol. De onvergetelijke ar-tiast, die Laurens Swolfs heet, trad op als Tjalda. Zijn creatie werd geroemd al was zijn spel nog niet ' lieelemaal ontdaan van de houterigheid, waaronder in de> eerste jaren zijner tooneelloopbaan zijn op- 1 treden leed. Dognies was de eerste skald,Clauwaert de tweede en Tokkie de derde. Twee jaar later, op 9 September 1905, voerde de Muntschouwburg « Princesse Rayon de Soleil » met een jeven groot succès op. De uitvoering, onder de leiding van den orkestmeester Sylvain Dupuis, werd alom geroemd. Als Prinses Zonnesçhijn oogstte Mej. Frâncès Alva grooten bijval. Wàlpra : werd vertolkt door Mevr. Bressler-Gianoli. De ténor Altchevsky, een Rus, debuteerde dit jaar in «Tjalda». Ilaïobaud was M. Artus. Als skalden traden op: MM. Dognies, François en Crabbé. Paul Gilson, wiens naam als polyphonist reeds gevestigd was door het symphonische poëma « De Zee », veroverde met zijn «Prinses Zonnesçhijn» de eereplaats in de rij onzer Vlaamsche dramati-sche toondichters. Zijn zangspel kan overigens ook glansrijk de vergelijking doorstaan met de goede opérais en lyrische drama's, welke gedurende het laatste kwart-eeuw in andere Europeesche landen < van intens muzikaal leven voor 't voetliclit werden gebracht. Dat Gilson's werk, ondanks zijn onschat- « bare waarde, niet als een volledig meesterstuk ge- 1 roemd werd, schreven de voornaaruste critici, na de eerste opvoeringen, schier uitsluitend toe aan de gebreken van den tekst, die wel prachtige lyrische brokken bevat — door den componist op heer-lijke wijze bewerkt — maar, over 't algemeen, een mangel aan dramatische kracht en concentratie ] vertoont. Banaal als zooveel libretti is het mooie poëma van Pol de Mont in geen enkel opzicht. Een I vergelijking van «Prinses Zonnesçhijn » met de J tallooze, berijmde onziiinigheden, waarrond vele f toondichters h un muziek weven moeten, doet on- 1 middellijk de waarde van De Mont's werk inzien. < Soms echter sleept de liandeling, verloopt in lang- 1 dradigheid, die de vlucht van den toondichter be- i let, hem verplicht tôt het schrijven van "muziek, welke niet onmiddellijk geïnspireerd heetén mag. i Reeds hooger wezen we op het lyrische element, ] dat in het libretto overwegend heeten mag. Hier 1 heeft des dichters kunst weeTklank gevonden in ç 't gemoed van den toondichter. Woord en klank t zijn versmolten tôt eénheid. Weeldig borrelen dan « zijn versmolten tôt eénheid.Weeldrig borrelen dan 1 rijpe, suggestieve instrumentale. Wat zullen we het meest roemen? Het koor der spinmeisjes en dat g der kinderen, het optreden der jagers in het eerste bedrijf, de winterstorm en Walpra's vloek of het optreden der drie Skalden in II ? De ballade der Schoone Slaapster — de kern van het draina — ijedragen door een heerlijke liarpenbegeleiding is s sen.der prachtigste brokken uit het gansche werk; In het derde bedrijf vestigen we de aandacht op -s het koor der boerenmeisjes met hun mutsaarden, c merkwaardig om zijn eenvoud en op de droonje- j rij en van Tjalda. Verrukkelijk is Tjalda's lied, d kvaarin hij aan de ontwaakte Prinses van zijn om-îwervingen verhaalt langs lieide en bosch tôt hij J liaar — de schoone Slaapster — vond. Van onge- v neene lyrische kracht en hooge vlucht is het duo, r vaarin de beide jonge menschen hun liefdewonne I litzingen. Minder gelukkig is het wederoptreden ] fan Ajoboud en Walpra. De moord van Walpra op z Ajoboud en haar zelfmoord, verbreken de Lente- z itemmïng. Misschien achtte de dicliter het inlas- C >chen van dit -bloedig tooneel noodzakelijk ter v •erduidelijking zijner symbolische bedoelingen : d Fjalda — de Liefde — en zijn beminde — de Lente - zullen heerschen nu Haat en Wraak weken met n îet Wintergetij. Een koor, krachtig en klfur, be-iluit het werk met een verheerlijking van de I L/ente, die in 't Land gekomen is. . r Doet de Mont's poëma door enkele bijzonderhe- ]j len al eens denken aan de drama's van Wagner, lit de partituur blijkt, dat Gilson het werk van 0 len meester van Bayreuth met voorliefde heeft be- h ;tudeerd zonder daarom zijn originaliteit prijs te reven, zijn Vlaamsch kunstenaarswezen te verloo- 6( ihenen. Niet een verblind volgeling is Gilspn, ook n il wendt hij het terugkeerend en zich vervormend v hema aan ter werduidelijking van een zielstoe- tand of ter karakteris'eering van een gebeurtenis Q ►f een persoonlijkheid. Het aanwenden dezer mo- ieven (van den tooverslaap — van de wrake — a ^an de hergeboorte enz.) is bij Gilson het gevolg v ran een innerlijken" drang, dus een noodzakelijk- £ >eid, en berust niét uitsluitend op verstandelijke n verwegingen, zooals bij zoo vele epigonen van p Vagner, welke diens theoriën zijn gaan beschou-l'en als onveranderlijke voorschriften,waarvan het .ngstvallig in acht nemen voldoende is, om een vol- iiaakt lyrisch drama te scheppen. Ook de invloed g an Russische meesters als Borodine en Rimsky- n Corsakoff is te bespeuren in de partitmu- van q Prinses Zonnesçhijn », ni. in Walpra's vloek. r( Maar voor ailes is de technisch-verfijnde, va» ngeméene kunde getuigend^ muziek van dit kleu- renweeldrig werk, een over-frissche uiting der Vlaamsche ziel. * * * Ons blijft. nog over enkele x'egels te wijden aan deze wederopvoering ter gelegenheid van de herope-ning der Vlaamsche Opéra. Over 't algemeen kunnen we onze groote voldoe-ning uitspreken over solisten, koren, orkest en regie. Mej. J. Lauwers — de Prinses — is een lieve verschijning. Zij beschikt over een mooie stem, :lie ze met kunde weet te leiden. We meenen haar als een zeer goede. kracht te inogen beschouwen, van wie wij het beste mogen verwachten. De uitbeelding van Walpra door Mej. Montfort «•as aangrijpend. Deze zangeres bezit een sterk ilramatisch temperament. Haar spel verdient alleu lof. Ze beschikt daarbij over een buigzaam rij le mezzo orgaan, dat haar toelaat ook de diepe alt-aoten te bereiken. Heur bijval was groot. De Heer Paul de Blaër was zeer voldoende als Tjalda. Vooral in III leverde hij het bewijs, dat hem mooie stemmiddelen ten dienste staan. Wan-neer hij echter met lialve stem zingt dringt zijn geluid niet door tôt in de zaal. Minder gelukkig was zijn grime. Ook dit laatste was het geval met den Heer Cas-peele — Koning Ajoboud — die wel Avat hoekig van gebàren bleek. De roi, welke hij te vertolken heeft, is niet uitgebreid genoeg om hem naar waarde te schatten. We zullen enkel zeggen, dat Ii i j als zanger voldaan heeft. De ovatie, welke aan 't einde der vertooning deze vier lioofdvertolkers ten deel viel, was ten voile verdiend. De tweede plansrollen waren uitstekend bezet. Heer Marcely zong met klare stem de mooie ballade der Schoone Slaapster in II. De toejuichingen na dit bedrijf golden dan ook evenzeer den heer Marcely als de vertolkers van Tjalda en Walpra. De Heer Van Halewijck heeft heel mooi gezon-jen. Zijn grime was niet geslaagd. De Heer Heir-straete was de derde skald. In den samenxang clonk zijn stem wel mooi. De koren klonken frisch en namen een levendig leel aan d© liandeling. Dat de tooneelschikking allen lof verdient zal niemand, die Fé Derickx kent, verwonderen. J. J. B. Schrey, de knappe, gewetensvolle dirigent, heeft bewezen, dat met een orkest van — naar we konden opmerken — grootendeels jonge srachten, uitstekend werk kan gepresteerd worden. De mooi bezette zaal, waarin het intellectueel îlement zeer sterk ( vertegenwoordigd was, juichte mildelijk toe na elk bedrijf. Ook van officieele zij de werd belangstelling ge~ toond — hetgeen een verheugend feit heeten mag. [n de zaal merkten we den Heer Schepen Ivarel f\"eyler, de HH. Cupérus, Arents, en den Hr stads-secretaris. Ook dichter Pol de Mont woonde de îeropvoering bij van zijn mooi werk. Na het tweede bedrijf werd, achter de schermen, >p intieme wijze het vijf-en-twintigjarig bestaan ran de Opéra lierdacht. Den Heer Fontaine werd ;en door kunstschilder Frans Proost getee'kend di-;loma overhandigd, waarop de liandteekeningen /oorkomen van de stichters, welke thans nog in even zijn. Onze indrukken over deze eerste vertooning iamenvattend, kunnen we zeggen, dat dit nieuwe xxmeeljaar op voortreffelijke wijze werd ingezet m in on6 de beste verwachtingen heeft gewekt. CALIBAN. b en om de Sclîoiswblirgen KON. N ED. SCHOUWBURG. — Op Zaterdag 19, Zondag 20 (dag- en avondvertooning), Maandag U en Donderdag 24 Oktober a.s. opvoering van ( Dolle Hans », Indo-drama in drie bedrijven van ran Fabricius, met de volgende rolverdeeling: Hans Hartmann, 2de lieutenant der Infanterie, 3r L. Bertrijn. — Jolanthe, Mevr. H. Bertrijn. — tfajoor De W'eert, Hr P. Janssens. — Does, zijn :oon, contrôleur, Hr G. Cauwenberg.- — Kees De Aritte, 2de lieutenant der infanterie, Hr Van de ?utte. — Tiemersma, sergeant, Hr E. Gorlé. — 3en commandant, Hr R. Angenot. — Een fuselier, ïr F. Thees. «MADAME SANS-GENE». — De bijval van : Madame Sans-Gêne » gedurende de tweede week vas evèn groot als bij de vorige, en, — wat voor >ns knap gezelschap evenmin te versmaden is, — îet was ook een groot financieel succès. GENRE EN... GENIE. — In de bespfeking van Madame Sans-Gêne schreven we : het genre van >ardou wordt redelijker wijze verdrongen door neer modem werk enz. De zetter doet ons zeggen: îet genie van Sardou enz. Het verschil is nogal nerkelijk. « H EL DAL DES LEVENS». — In het nieuw jlijsjjel van Max Dreyer, dat heden avond voor t eerst wordt opgevoerd, komen verscheidene dan-en voor, o. m. eén Badische landelijke dans, uit e voeren door het koor, een « Menuet » en een : Toscanella », uit te voeren door Mevr. H. Ber-rijn. Al deze dansen zijn geregeld door Hr Mothy, ■an het Instituut Giraudet. «WALSDROOM». — De eerste van «Walsdroom» n de Variétés heeft op Donderdag 17 Oktober >laats. Verder in ons blad vindt men de rolverdee-ing er van. Deze succes-operette zal schitterend emonteerd worden onder de kundige leiding van len hoofdregisseur Hr Alfons Darden, die ons in De Groothertogin van Gé~olstein » reeds de beete •ewijzen van zijn kunnen heeft geleverd. « Walsdroom » 6taat voor twee weken op het peelplan. HET KUNSTCONCERT dat de eerste opvoering an « Walsdroom » zal voorafgaan wordt gegeven oor Mej. Cecile Gaumont, mezzo soprano, Hr lidler, de voortreffelijke ténor, waarvan wij reeds praken, en Hr Georges Villier. « 'T ZAL KERMIS ZIJN!». — De opvoeringen an deze schoone revue loopen ten einde. Donder-ag a.s. 17 Oktober heeft de laatste vertooning >laats, de achterblijvers hoeven zich dus te spoe-en.«DE DOCHTER VAN DEN TAMBOER-MA-00R ». — De eerste vertooning van «De Dochter an den Tamboer-Maj oor » heeft — zooals wij reeds îeldden — Zaterdag a.s. 19 dezer plaats in den [ippodroom en wordt als feestavond geboden aan Lr Arthur Van Thillo, die de roi van Monthabor al vervullen. Wij denken dat het wel overbodig ij zal deze vertooning onzen lezers aan te bevelen. 'ngetwijfeld zal Zaterdag de Hippodroom te klein 'ezen, wat wij dan ook van harte wenschen aan en voortreffelijken artist. « DE ONDERZEEËR m, het aangrijpend drama, aar het Fransch van Arth. Moreux en J. Pérard, ewerkt door Paul Robert, wordt deze week in !den opgevoerd met Hr Louis Belloy in de hoofd-A van Kommandant Venema, die hij met zooveel ijval destijds in de Palatinat creëerde. « DE SOLDAAT VAN MARIE ». — Deze nieuwe perette in drie bedrijven van Léo Ascher, i6 door et gezelschap van Eden in studie genomen. « DE ZWALUWEN » (Les Hirondelles)», een der ;hoonste operetten van het fransch répertoire, luziek van Hirschman, zal daa/rna worden opge-oerd.HET LIEFDADIGHEIDSFEEST op Vrijdag 4 ktober in. Eden gegeven ten bate-van «Léonidas» ten zeerste geslaagd. Het feest was lioofdzakelijk an de uitvoering van dansen gewijd; Mevr. Kind ?rwierf veel succès met haar « Indische dans ». e dansen werden afgewisseld door attractieijum-lers. De dames Pavot en Snoeck en de H.H. L. elloy, Castel, J. Van Pelt en Ch. de Raëve tra-îii opvolgentlijk op met veel bijval. Een tweede ila-dansfeest zal worden ingericht. «HET TOONEEL» TE MECHELEN. — Met *oot succès voerde het gezelschap van heer Ivarel e Heyder « Magda » van Sudermann op. Mevr. reta Haesen verwierf zeer veel bijval in de titel-•1.landolienlessen - Appelmansstraat, 26 In de rlaven III. — « Ik ga terug naar Leçnie », besloot de boots-man...Jimmy zéi niets, ging met zijn ellebogen op de verschansing leunen, tuurde naar dê stad... Een stoomer, die van zee kwain schoof voorbij. Het water klotseldè op in kruivende golving. De ronde schijnsels der patrijspoortjes dansten op de weg-wentenlende baarkens... — « 'n Goole-boot» merkte Edward op.«'t Is toch een triestige dag om thuis te komen», zei hij... «Morgen : Goede Vrijdag... Maar toch liever op een Vrijdag thuislcomen dan vertrekken... En gij Jimmy?...— « Doen we nog een reis samen, black-boy?» vraagde de bootsman nog... Jimmy haalde de scliouders op, spuwde eens in 't water, draaide zich dan om... — « Ik ga zoo gauw niet weg dezen keer... 'k wil zuinig leven en er wat van profiteeren.,. Op meer dan drie jaar tijd nog geen vijf maand aan wal zijn, dat is geen bestaan.» — « En gaat ge nu weer zoo stil zijn gelijk in Valparaiso en in Montevideo!... Ge zult 'n lieilige worden, Jimmy,... de lieilige Jimmy!... 'n lialf-zwarte lieilige ! ! » «Salut... 'k ga nog wat slapen, want binnen een paar uur moet ik weeral te been zijn! » Jimmy wijlde nog wat op het dek. De gesloten lucht, die gedurende den dag, bij poozen de zon versluierd had, loste zich op in een nijdig-neerstroelende vlaag, die in scliuine stralen joeg-langs de nat-glimmende boot, over het water, vertroebelend den glans der havenlichten, verva-gend de omtrekken der schepen langs de kaaien. De regen deed Jimmy naar binnen gaan. Hij sliep naast de kombuis in een eng en duf hok. Onder zijn kooi lagen eetwaren opgestapeld: blikjes gezouten vlee6ch, garst, rijst en beschuiten, waarvoor elders geen plaats meer overbleef. Aan den wand-, naast een vliegenklap, hing zijn banjo, die nog van zijn vader kwam. Dit was schier het eenige, wat hem nog aan zijn ouders herinnerde... de banjo en de oude, versleten plunje-zak, die zijn vader bij toe val achtergelaten had, toen hij zijn laatste reis deed met de «Rose of Ireland» — een Calaoboot —, waarvan men nog vernomen had,dat hij Lizards voorbijgestevend was, en daarna niets meer... Er waren sinds al twintig jaar voorbij ge-gaan.Levendig echter was hem de heugenis aan zijn vader steeds bijgebleven : Hij was een struische, stevige neger yan Cuba, die door de toevalligheden van het zeemansbestaan een. tijd in Antwerpen verbleven had en er gehuwd was met de door drank en nachtwaak verboemelde meid uit een goedkoope slaapsteê, waar vooral timmerlieden van kleine . zeilscliepen en afgemonsterde kolcs hun intrek namen. Het uithangbord: «City of HaVana — Sailors Rest», had Jimmy's vader verlokt en hij had zich in die gore omgeving zoo behagelijk-thuis gevoeld, dat hij de pai'ferige diensten verkozen had boven de dolle maagden die hem met hun fleemende, weeke lokstemmen trachtten te bekoren, wanneer îiij in den avond, langs de lcade of de enge kron-kelstraten van 't havenkwartier slenterde. Jimmy was liet kind dezer liefde. Bruin kleurde zijn gezicht onder het wollig-zwarté haar, waarin nog lcrul zat; doch van li-cliaam en wezenstrekken leek hij meer naar zijn moeder, die klein was en sloom van bewegingen. Om dé donkerheid van zijn gelaat had de Hol-landsche maclunist van de «Swansea», het stoom-schii), waaroi> hij .het eerst als messroomsteward gemonsterd had, hem «sneeuwballeken» geheeten en de captans en matrozen van de zeilers, waar-mee hij in later jaren als kok schier eindelooze reizen ondernam, noemden hem liefst «black-boy» of «black-Jimmy». Ook zijn moeder was nu dood. Maanden lang had zeop een stoel gezeten, door de gezwollenheid heurer beenen en voeten tôt onbe-weeglijkheid verplicht. En al maar klaagde ze, dat, met elken dag, het water steeds hooger klom... Toen Jimmy de vorige maal thuisgekomen was, had hij op de kamers, die zijn moeder sedert jaar en dag betrokken had in de smalle Keistraat, boven de herberg vlak tegenover liet do.nkere magazijn met den smeurig-rooden gevel in verweerden bak-' 6teen, een andere, magere, vrouw aangetroffen in gezelschap van een knokkeligen Maleier... Van de mofferige bazin uit het voddenhuis naast-aan, had hij vernomen, hoe zijn moeder al vele weken dood was... — « 't Water aan 't liart, Jimmy... 't water aan 't hart... Dàt pardonneert niet...» had de dikke vrouw steeds meewarig herliaald... De kroegbaas van beneden had de meubeltjes der oude vrouw verkocht, daar ze bij hem nog in 't krijt stond... — « Ja, ja, de drank... de drank, jongen-lief, en dan niet eten !», zuclitte de uitdraagster, voegde er dan smieg-onverschillig bij: «Ik heb het boeltje maar genomen... 'k Ben er eigenlijk nog aan bedro-gen geweest!...» De drank... Jimmy wist het wel. Toen hij nog een kind was, dat naar school ging bij de nonne-kens, had hij vaak mef zijn moeder bij valavond door 't Schipperskwartier gedoold en gin of whisky geproefd in de kroegen, waar zij, wanneer heur man naar zee was, uit verveling de loom-verglij-dende uren sleet. Dikwijls moest hij, vooraleer zijn slokje te krijgen een step-dance trappelen.Dan glimlachte zijn moeder gelukkig, want zij was fier over zijn jeugdige bedrevenheid. Heur mondhoe-ken spitsten dieper in de bolle rondheid heur wan-gen en kleiner werd de gleuf tusschen haar berim-pelde oogleden, terwijl korte, hooge geluid j es op-klakken uit haar vette keel. Telkens, wanneer Jimmy aan zijn moeder Jacht, was het dit goed vertrouwde jeugdbeeld, dat hij zich het scherpst. herinneren kon. Het bericht van den dood der oude vrouw had hem toen danig geschokt. Een plots-opkomend be-seffen zijner eenzaamheid groeide allengskens tôt een grootè pijn. Gedurende éen oogenblik had hij vagelijk het voorgevoel van de doelloosheid der le-vensdingen in de komende dagen. Om niet meer te voelen de leegte om hem lieen, was Jimmy denzelf-den avond nog, met Edward, dien hij in een «Tem-perance Home» bij een glas thee aangetroffen had, aan 't rollen gegaan tôt zijn laatste cent verteerd bleek. Een groot deel der advance-note, hem bij de aanmonstering voor de «Jane Woodside» uit-betaald, had hij nog moeten opofferen om zijn schulden en die van Edward in het Sailors home ; van Mistress Cook op de Blauwverversrui, te ver-effenen. Met de rest van het geld waren ze dan 6amen naar Gent gereisd, waar de driemast-bark uitgeklaard werd. En nu deze laatste reis zoo ellendig was geweest, wegens het stormige weer en de hardheid der stuurlui, had Jimmy besloten zuinig te leven, niet meer aan de boes te gaan om zoo lang mogelijk te genieten van het rustig leven. aan wal. Alleen zou hij blijven, vooral trachten zich den bootsman van 't lijf te liouden, wijl die zoo erg graag op de kos-ten van anderen teerde en niet rustte voor den laatsten farthing opgesmeerd wa6... — «Jimmy!... Jimmy!» — Het was Edward, welke riep. — «Jimmy!... Tliea for the captan, quickly ! » In een oogwenk was Jimmy te been... Het anker bleek reeds opgehaald en de bark dreef af naar 't midden van den stroom. Het regende niet meer. De wind had toegenomen in felheid en zoefde door liet touwwerk. Over het donkere water klonk het luide roepen der schippers op de uitgaande binnenschepen, die tegen elkaar aandrumniend, in een langen trein uit de smalle geul der zeesluis kwamen aanschuiven. Een sleep-boot toeterde geweldig en lang. Een aak kwam langsheen de «Jane Woodside» gedreven. Een maat liep liaastig met een kûrkenzak langs het smalle gangboord om de flanken van 't schip te bescliermen. De wand kraakte even en het ver-luidde als en zacht gekreun... De schipper vloekte naar zijn vrouw, die met in den wind opbollende rokken bij het roer stond, stak dan zijn enterhaak tegen der eeling van den driemaster en duwde zijn scliip langzaam af. Wanneer de vaargeul tôt het sas eindelijk vrij was, nam een toogboot de « Jane Woodside » op sleeptouw. De kabel stond gespannen. Er klonk een schril gefluit. De 6leeper toeterde schor en zeulde de bark behoedzaam voort. Jimmy hielp, liep langs de verschansing en liet den kurkzak langsheen den wand van het schip zakken om te beletten, dat de uitgesleten steenen van den sluisdam den kiel zouden indeuken. De dokloods op de achterplecht schreeuwde hee6clie bevelen naar den toogbaas op den liijgend voortstbomenden sleeper. De «Jane Woodside» voer door de kom, het dok in, dat voor haar open lag in gladde effenheid van water, waarover streep-ten de lichtlijnen der lantaarns aan' de kade. Nijdiger schrilde thans herhaaldelijk het schel-rollende geluid van het seinfluitje, waarmede de dokloods zijn bevelen aankondigde, en beide han-den als een roephoorn aan den mond, liet hij zijn heeschë stem weerklinken over de onbewogenheid van het stille water vlak der binnenhaven. Ha-rd schorde het blaffen van een waakliond aan bood van een schuit. Reuzig steeg op uit het don-lcer-spiegelende water de hooge boeg van een gelost transatlantieker, welke wachtte om het droge dok in te varen. Weer toeterde de toogboot en kraakten de bevelen van den loods door de stilte. Zacht dreef de zeiler langsheen de opengedraaide brug het Hout-dok in, liield het open vaarwater tusschen de talrijke lichters samengeschoold langsheen de stoo-mers aan' de kaai. Weer moesten Jimmy en de anderen met de kurkzakken langsheen de reeling loopen bij 't voorbij varen eener opengedraaide brug. De wachter op de kaai riep enkele onver-staanbare woorden tôt den ouwe, die zich over de verschansing heenboog en ook de dokloods mengde zich in 't korte gesprek met zijn heesche keelge-luiden.Reeds klaarde een flauwe schemering aan de lucht, wanneer de matrozen de lijnen, waaraan de meertouw*en bevestigd waren, op de kaai slinger-den. Langzaam dreef de « Jane Woodside » dichter naar den wal. De zwart-gapende waterstrook tusschen dam en schip werd smaller en smaller. Er, ontstond een brobbeling, welke het bovendrij vende vuil een jDooze deed rondwervelen en daarna liep er weer over het water een égalé deining, — rustige en nauw-zichtbare heffing van een vredig-ademen-de borst. Een vaal schijnsel glom nu op de kabbeling en daarin kleurden blauwige krinkel-strepen van drij-vende oliedeeltjes. De kadelantaarns verduisterden eén voor eén en in de hooge masten verbleekten als verschietende sterren, de twinkelendè seinlich-ten in de koude helderheid van den naderenden dag. lîet blaffen der waakhonden op de schepen klonk rauwer. In de verte ratelde een kraanketting en deiulerden ijzeren balken in het ruim van een ladenden stoomer. Een trein floot schel en hard en rommelend rolde een reeks waggons over de nabi je brug. Eer verluidden stemmen op de 6che-jien. Een schipper wrikkelde zijn roeiboot naar de kaai. Werklieden uit den polder togen zwaar-stap-pend voorbij in gelaten groepen om het vroege dag-werk aan de natie te beginnen. Van uit de verte keltterde reeds het gebikker der bedriivig-klin-lcende hamers op de' scheepsrompen in de droge dokken. De morgenklaarte lag blauwig weerspiegeld in het kalme water van het dok. Enkele wolkskens met omkrullende flanken zeilden door de ijle lucht, liclit welvénd boven de stilaan ontwakende haven... Het paviljoen der «Jaiie Woodside» werd opgehaald.— « Half mast», riep de captan... « Good Fri-day », zei-hij nog tôt den bootsman naast hem, als om zijn bevel te verklaren. Vlag na vlag werd gehesclien aan boord van de schepen. Met lange rukken stegen ze naar 't licht. Half-top, ten teeken van rouw, wapperden ze klak-lcend in den koelen morgenwind. De bonté vèr-scheidenheid hunner verwen kleurde hel-op in den jongen zonnesçhijn. LODE MONTEYNE. LOUIS JÀCOBS geschillen r^°nfnéraden" L(j8 lÉÉatt, 20 è, Burccl open van 1 loi 4 uur (T.U.) â Middeleeewsche Moziek EERSTE UITVOERING. Geen massa, maar éen uitgelezen mooi publiek, wa6 voor de eerste uitvoering opgekomen. De geest, die de inrichters bezielde en die in voile duidelijk-heid uit de samenstelling van het programma straalde, liet blijken, dat zij zich niet ten doel hadden gesteld, om met grootscheepsche propagan-da vol klatergoudachtige beloften van gemakkelijk verteerbaren kost voor een massa-opkomst te zor-gen, maar integendeel op kalm begtudeerde, we-tenschappelijke wijze met devotievolle liefde on6 volk te helpen teruggeven een stuk van zijn eigen-dommelijkheid. En daarin ligt misschien wel een tegenstyijdigheid, want om dat te bereiken mag de belangstelling niet beperkt blijven bij enkele, zich interesseerende middens of personen, maar moet de 6pijs met wat uiterlijke mooiïgheid worden besuikerd zonder daarom in bombast of opge-blazen rethoriek te vervallen. Want al kunnen die op een kritisch oogenblik wonderen verrichten, de diep bezielende kracht van ons volk ligt grootendeels in zijn verleden, in zijn geschiedenissen, m zijn kunst, en deze laatste, draagster van zijn geest en van zijn genie, is bij die heropwekking een onmisbare faktor, omdat het volk er zijn iiel in térugvindt. Dat werd dikwijls uit het oog ver-loren, en daarom is een onderneming als deze, die een vak van ons kunstverleden, dat tôt hiertoe slechts door ingewijden was gekend, naar voor wil halen, a priori te loven,, en hoeven de inrichters gelukgewenscht met hun kranig genomen initia-tief.Daar de leider, hr Van Praag, hier reeds een artikel 6chreef, dat best kan gelden als verslag i over de inleidende lessen, die hij hield met de medewerking van lir R. Veremans, mogen we ons hier bepalen bij de uitvoering. Deze zou dus loopen over het volkslied en zijn bewerkingen. Een gedetailleerde bespreking van ieder nummer zou ons natuurlijk te ver leiden, en we zullen ons dus houden bij het weergeven van een paar opgedane totaalindrukken. Met de samenstelling van het programma stemmen we graag in. Om met een twintigtal nummers een duidelijke koneeptie te geven van wat eigenlijk het micldeleeuwsche volkslied is, was een moeilijke taak, want onze schat gaat hier niet de hon-ddrden maar de duizenden in ; en daar het heel natuurlijk is dat dan tevens wordt getracht naar prestatie van het allerbe6te, baart het geen ver-wondering, dat de groote figuur van Clemens non papa meermaals opduikt. Doch die schijnbare een-zijdigheid is dan wat we vooral bij de uitvoering hoopten te liooren en mochten ei6chen, dat het tôt zijn recht zou komen, omdat het hier ging om het essentiëele van de middeleeuwsche muziek-kunst, dat is de naieve, arkaïeke geest, die als op heel teere wieken de ziel van het yolk en van den tijd komt aanbrengen, sprekend rechtstreeks tôt liart en gemoed, hangend in de lucht, ons be-dwelmend evenals onvatbaren bloemengeur. Dat beteekent daarom niet, dat die liederen zoo een-voudig van faktuur zijn; wel integendeel. De zwaar ingewikkelde kontrapuntische bewerkingen vragen vooir de uitvoering een maximum van tech-nische vaardigheid... en van geduld, vreemd als die zij n aan ons gevoel en aan de struktuur van meer, ons-gewoon, moderne kompositie6. Wat ber-gen van moeilijkheden bij éen instudeering moesten overwonnen worden, mochten we ondervin-den tijdens een paar herhalingen, die we bij toe-val hebben bijgewoond. En als we dan de prachtige eenheid, het zelden verstoord blokgevoel konden bewondeten, dan bekennen wé graag, dat we in den hr Van Praag een kranig, gewetensvol leider hebben gezien. Maar dan was er 'natuurlijk een kaap om te zeilftii. en dat is hem precies niet altijd gelukt. Te veel werd soms de stoere drilhand van den leider gevoeld; meermaals was te veel aandacht besteed aan het puntig technische uitvoeren en daaraali alleen, zoodat de teer-naieve ziel, waarvan we hooger spraken, in verschillende tliema's is ver-loren gegaan, omdat te veel zorgvuldige bestudee-ring en te weinig heusche bezieling werd gevoeld. Nochtans vermelden we graag «Het wasser te nacht» — «Als ick riep» en «Het dagliet in den Oosten». Maar naast dit euvel drukken we graag onze groote voldoening uit voor zoo'n avond van innig, stemmig kunstgenot en onze bewondering voor de toewijding, waarmee koor en solisten aan 't weirk zijn gegaan. Deze laatsten hadden voorwaar geen dankbàre taak te vervullen. Om liun stem tôt voile uiting te laten komen was hier geen gelegenheid, gezien den veelal ingehouden stamelenden toon, waarin de voordraclit moest geschieden. Mej. Nora Rijc^coord nochtans kon vooral in «Den winter comt aen» met haar rijk gestoffeerde stem vol hairmonieuze schalceeringen een glansrijk hoogtepunt bereiken. Welverdiend werd ze met bloemen bedacht. De hr Edm. Borgers, met zijn mooi ,innig,warm getemberd orgaan is geslaagd het meest zich te brengen en heeft blijken gegeven van bijzonder fraaie ahtistieke voordrachtkunst in «Jan Broeder vrijt» en «le quam tôt enen danse». Het orkest is wel eens uit den band gesprongen, en we zijn overtuigd, dat harmonium begeleiding heel wat stemmiger had ingewerkt. Bij het ^inde van de uitvoering viel uitvoerders, solisten en leider een prachtig applaus ten deel, en we liopen, dat de inrichters zich door niets .zul len laten afsch'rikken 0111 de aangevangen taak met glans te volbrengen. Met nieuwsgieriglieicl en lioopvolle verwachting zien we de Volgende uitvoering tegemoet. WILLY. Volslagen gebrek aan plaats belet ons, tôt ons groot spijt, het 2de overzicht over de «Middeleeuw sche Muziek» op te nemen. * * * Spel wij zer voor de uitvoering van Dinsdag 15 October 1918 in hoofdzaak gewijd aan de wereld-lijke en geestelijke kom positions der middeleeuw sche Meesters. 1. a) Osanna, Johan Okeghem, uit de «Missa Cu-jusvis toni»; b) Sanctus, P. Van der Straetén (De la Rue) uit de mis «Tous les Regrès», voor vier-stemmig koor. 2. Stabat Mater, Josken-Van der Weijden (Jos-quin De Près), mej. G. De Leeuw, Nora Rijck-00rd, M. De Wieuw, de heeren Edm. Borgers en G. Dils. 3. Osanna, H. Brumel, uit de «Missa festival e», voor vierstemmig koor.. 4. a) Seine lier den wij 11, b) Ick hoorde dees dagen, oude volksliederen, door hr Edm. Borgers. 5. a) Min liertze en can verbliden niet ; b) Schoon lief, hoe ligt gij hier en slaapt, beurtzang: oude volksliederen, mej. Nora Rijckoord en hr G. Dils. 6. Psalmus VI, J. Van der Weijden, voor vierstemmig koor. 7. Drie liederen, Orlandus Lassus (Roland de Latre), Boer, boer..., Ik arme vrouw..., Ik weet er een meisje, door mejuffers G. De Leeuw en Nora Rijckoord en h.h. Edm. Borgers en G. Dils . 8. Ave Maria, J.Arcadelt, voor vierstemmig koor. WV GROOTE AFSLAG OP HET GOUD 1 O °/0 vermindering op de geteekende prijzen. Inkoop OCCASIE JUWEELEN Verkoop Frans Van Kerckhoven GOUDSMID - HORLOGIEMAKER - DIAMANTZETTER ... 1, Anncessensstraat, I, Antwerpen ... INKOOP van aile Juweelen, Diamant, enz. aan de hoogste prijzen Vlaamsche Opéra «PRINSES ZONNESÇHIJN». Zaterdag 12 October, Zondag 13 October, telkens om 8 T.TJ., «Prinses Zonnesçhijn», sprook j esspel in 4 bedrijven. Gedicht van Pol de Mont. Muziek va.n Paul Gilson. Dirigent J. M. Schrey. Regisseur Fé Derickx. VERDEELING : Prinses Zonnesçhijn Mej. J. Lauwers Ivoning Ajoboud, haar vader Hr H. Caspeele Walpra, geliefde van Ivoning Hagen, Abojoud's broeder Mej. J. Montfort Tjalda, haar zoon Hr Paul De Blaër Eerste skald .-.? » Marcely Tweede skald » Van Haelewyck Derde 6kald » J. Heirstrate Spin- en naaimeisjes, jagers, dienaars. hoorn-blazers, 6childknapen, houtraapsters, kinderen. Land van bergen en wouden. Germaansche voor-tijd.* * * Korte inhoud. — I.: In een ouden germaanschen burg leeft de broedermoorder Ajoboud met zijn dochter Zonnesçhijn. Niet verre van daar, buiten zijn wete, schuilt Walpra, de vrouw van den ver-moorde, die wraakzucht koestert, met haar zoontje Tjalda, dat zij in een wild hert heeft omgetoo-verd. De koning 6cliiet dit hert en laat het in zijn paleis brengen. Walpra- verscliijnt en werpt, met liare toover-macht, den 6laap over heel het slot. '6 Konings dochter zal alleen uit dien slaap opgetfekt worden door de man die het tooverwoord uitspreken zal dat zij, Walpra, alleen kent. II.: Walpra maakt haar zoon terug mensch. Zij wil den zachten jongeling oproepen tôt de wraak, en veropenbaart hem den moord op zijn vader. 1 Doch Tjalda heeft het geheim van de prinses vernomen en besluit den betooverden burg op te zoe-ken.III.: In het derde bedrijf zien wij Tjalda en zijn vrienden op den top van een dichtbewassen heuvel. Terwijl zijn vrienden in diepen 6laap verzinken, verdiept hij zich in bespiegelingen over het ailes beheerschend gevoel. Zoekende naai* het woord dat hem het tooverslot zal doen zien, spreekt hij, op eens, de woorden uit : « Dood verzoene, wat min niet kan verzoenen ! » En zie, daar sclieurt het bosch open en verrijst, blakend in de lentezon, met toren en tinneai, de sluimerburg. Juichend, zingend snelt hij er heen... IV.: In het vierde bedrijf zien wij Tjalda ge-volgd door zijn makkers, de ingesluimerde prinses opwekken na het uitspreken van het geheim tooverwoord.*** « MARTHA». Donderdag a.s. 17 Oktober, eerste opvoering van « Martha », opéra van Flotow, met de volgende rolverdeeling : Martha: Mej. Mia Sylva; Nancy: Mej. Chris-tiane; Lionel: Hr Dognies; Plumkett : Hr Bo-gaerts; Lord Littleton : Hr Bernard; De Rechter: Hir Fé Derickx junior. Institut Giraudet Tolstraat, 69 ... Gewoonten - Gebruiken. Tebejjinnen met Woensdaj? 2 Oktober 1918 IWT Herneming der Winterleergangen Prospektus op aanvraa^r. GASPARD VAN DEN HOECK van ^1p Snnla Kon. Ned. Schouwburg Zaterdag 12, Zondag 13 (dag- en avondvertooning';, Maandag 14 en Donderdag 17 Oktobee, «Het Dal des Levens », historisch blijspel in 4 bedrijven van Max Dreyer. Vlaamsche bewerking, inscenee- ' ring en régie van L. Ivrinkels. VERDEELING : De Markgraaf Hr P. Janssens De Markgravin ...:, Mevr. II. Bertrijn Mevrouw von Prillewitz... » Ch. Noterman /von Grunzenau, geestelijk raadsheer Hr. B. Ruj'sbroeck von Raden, kamerheer. » Van Gool von Roden, » » W. Cauwenberg von Geldern, » » Ludik.huyzen Blaftius, hofpoëet » Gheubens Flitzinger, lijfarts » R, Van de Putte Pastoor Saat » Ed. Gorlé Hans Stork » L. Bertrijn De oude Stork - » J. Schmitz Liesbeth Leibel Mevr. Dilis De oude Leibel Hr René De oude Leibelin Mevr. L. liens Putz, een vedelaay Hr Angenot De vroedvrouw Mevr. Puysbroeck Eer sergeant Hr F. Thees De kasteleinsvrouw Mevr. F. Thees Hansje, haar ôjarig zoontje Jonge juffer Van Gool Een kamerdienaar ^Hr Mathieu Een lcamenier Mej. J. Janssens Een snlrlnnf TTt T n,.^,>^i<- Soldaten, boerenjongens en meisjes. — Speelt in een klein Duitsch vorstendom rond 1770. Dansen geregeld door liet Instituut Giraudet. Korte inhoud: De Markgraaf van een klein laiulje is een,vijf-tiger, die getrouwd is met een twintigjarig vrouw-tje. Hij heeft veel geleefd'en is niet meer de kfc-ach-tige man van vroeger. Te vergeefs bad hij den hemel om een erfgenaam, zijn echt bleef kinder-loos. Dit verdriet liem, maakt hem lastig. In zijn landje is een dorpje, in een dal gelegen en waarvan de inwoners belcencl staan om hun leven'slust, hun krachtig gezond gestel. Het is van daar dat de dames van het hof en de rijke stadslieden de voed--strt-s halen voor hun ne kinderen. Voor de meisjes van het Dal des Levens is het voedster worden een middel om den bruidschat te winnen, die heur dan is staat stelt te trouwen met den vader hunner kinderen. Van oudsher bezat het dorp het privilégié de «memmen» in een gild te vereenigen, dat zijn eigen koning heeft.Deze koning is Hans Stork, de minnaar van Liesbeth Leibel, die hèm een zqon schonk, op een Zondag geboren. Het booze humeur van den Markgiraaf brengt onlieil over het dorp. De gebieder beveelt dat geen enkel buitenechtelijk kind nog mag geboren worden, zoolang hij zelf kinderloos blijft. Overtreding van dit bevel zal met den dood worden gestraft. Als raadsheer Grunzenau dit bevel komt brengen ontstaat e-r herrie: Hans Stork, de memmen-koning, wordt gevangen genomen en naar de re6i-dentie gevoerd. De tusschenkomst van Pastoor Saat en de smee-kingen van Liesbeth mogen niet baten. De Markgraaf beveelt dat. de oproerling onder zij ne solda-ten, allemaal oude ijzervreters, zal worden gesto-ken. Hij wordt gelast de wacht te houden voor de vertrekken der Markgravin. Dan gaat de Markgraaf eene gezondheidskuur doen, om zijn levens-geesten wat op te wekken. De jonge Markgravin, hoogst nieuwsgierig, doet Hans Stork bij haar komen; de jonge krachtige man bevalt haar; zij zal hem onder hare bescher-ming nemen ; hij is ook horlogiemaker en wordt gelast met het nazien en ondeHiouden van al de horlogiën op het kasteel. Maar Hans Stork, verlangend naar zijn dorp. deserteert. Hij komt terug, negen maanden na zij-ne kennismaking met de Markrgavin, juist op het oogenblik dat men de geboorte viert van een jongen zoon waarov«r de Markgraaf zich zoo ver-heugt, dat hij aile vroegere besluiten herroept, en bij de meisjes in het Dal des Levens eene voedster gaat zoeken. Hij 6cllenkt in zij ne vadervreug-de genade aan Hans Stork, en neemt deel aan den dans met de meisjes, die geen van allen -zijn toe-lating hebben afgewacht om voor jonge staatsbur-gers te zorgen. * * * Het orkest, onder leiding «van toondichter Karel Candael, zal uitvoeren: Voor het eerste bedrijf: « Gavotte » van Rameaux. — Voor het tweede bedrijf: a) « Adante Cantabile» van Tartini, cello solo : Hr II. Eve'raerts ; b) « Minneklacht van Chérubin » uit « Figaro's Bruiloft » van Mozart, viool 60I0: Hr V. Van Heuvel. — Voor het derde bedrijf: « Rondo air ongharese » van Haydn, 3de deel Kla-viermuziek. Solist: Hr Van Schoor. — Voor het vierde bedrijf: « Bolieemsche Dans» van Clem. Meyer, voor Viole d'Amour. Solist: Hr Nap. Dis-telmans.Variétés - Schouwburg «DE GROOTHERTOGIN VAN GEROLSTEIN». De Variétés Schouwburg heeft onmiddellijk bur-gerrecht verkregen tusschen onze meest bezochte schouwburgen ; dit zal niemand verwonderen want de opvoeringen in dit theater zijn in de puntjes verzorgd. Mooie décors, frissche ^costumen, een flink afgericht ko»r en wat wel het bijzonderste is, een goed homogeen gezelschap dat er immer naar streeft de beste resultaten te bereiken. Bij de tweede Donderdagvertooning bestond het, concertgedeelte uit « Stille Zee », orkeststuk van Mendelsohn, dat door de zeer bekwame scliaar mu-zikanten van Hr Alf. Cluj'tens met veel brio werd gespeeld. Mej. Helena Ivrinkels verwierf welge-meend applaus met h et'schoone aria « Jean de Nivelles » van Léo Délibes, terwijl Hr Bestuurder Georges Villier met veel emotie de schoone legende uit «Le Jongleur de Notre-Dame» van Jules Mas-

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Het tooneel appartenant à la catégorie Culturele bladen, parue à Antwerpen du 1915 au 1940.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes