Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad

338 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1917, 11 Août. Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad. Accès à 14 decembre 2019, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/kk94747x4n/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

11 Augusti 1917 Nr 32 40e Jaargang HET VLAAMSCH HEELAL Vrij en Onafhankelijk Katholiek volksgezind weekblad voor Vlaamsche en Algemeene Belangen IN8CHRIJVIIWG8PRIJS Voor een jaar fr. 5.— Voor 6 maanden » 2.75 Voor 3 maanden » 1.50 Voor Nederland » 5.50 Voor 't Groot Hertogdom Luxemburg. . » 5.50 Voor andere landen » 7.00 Dit blad verschijnt den Zaturdag morgend.— Men teekent in bij den Uitgever en in aile postbureelen, alsook bij de briefdragers. Hoofdopsteller : JOHAN LEEMANS Deo Juvante Vincam ! Aile artikelen en mededeelingen moeten vààr Donderdag avond ten bureele besteld zijn, alsook de aankondigingen. Afzonderlijke nummers van dit blad zijn te bekoman ten onzen bureele, Carnotplaats 65. — 10 centiemen het nummer. • AANKONDIGIIWGEIW Den regel fr. 0.20 Kleine aankondiging » 0.50 Begrafenisbericht » 5.00 Groote aankondigingen bij overeenkomst. Voor aankondigingen buiten de provincie, wende men zich tôt de Agencte HA.VAS, Martelarenplaats 8, Brussel, en Beurs-plaats 8, te Parijs. Voor aile andere aankondigingen ten bureele Carnotplaats (Laar) 6S, Borgerhout-Antwerpen Stand en Plaats Het is eene oude waarheid door beproefde ondervinding en wijsheid ingegeven, dat ieder in zijnen stand moet blijven, althans dat dit het beste middel tegen misrekeningen en ont-goochelingen is. Die waarheid wordt weergegeven door verschillende spreek-woorden die eene uiting zijn der volks-wijsheid, vervat in het gezegde : plaats voor eenieder maar iecler op zijne plaats. * * * Bij huwelijken en aanvaarding van andere standen of staten wordt aan die algemeene waarheid herinnerd, maar dikwijls wordt zij in den wind geslagen, omdat nevens de beproefde wijsheid eene « alwijsheid * opkomt, enkel gesteund op onwetendheid en oner-varenheid. Vooral bij huwelijken, willen de kinderen doorgaans meer verstand hebben dan de ouders. En zoo gebeurt het ook voor andere standen. * * * 't Is in die kortzichtigheid met alwijsheid gepaard, dat deze laatste jaren in 't openbaar leven vele mistoestanden zijn ontstaan, die ten nadeele van den vrede en van 't algemeen welzijn uit-vielen. Het wierd in vele omstandig-heden een geharrewar zonder einde, van de hoogste rangen der Samenleving tôt de laagste, omdat er te veel waren die niet op hunne plaats wilden blijven en bevelen wilden geven waar zij enkel te gehoorzamen hadden aan de bevelen van anderen. * * Die verkeerde toestanden trachtte men goed'te maken door het invoeren van gelijke rechten. Maar de bevoegd-heden, de bekwaamheden, het vooruit-zicht, de ervaring, en meer andere menschelijke gaven zullen nooit een recht kunnen uitmaken. Zij zijn natuyr-lijke en geene gemaakte eigenschappen, die in 't openbaar leven moeten in acht genomen worden om aile mistoestanden te voorkomen. * * * In verschillende instellingen deze twee laatste jaren tôt stand gekomen om in den nood der bevolking te voor-zien, is hetzelfde verkeerde stelsel waar te nemen. Vele lieden die daar een woord, of zelfs het hooge woord te voeren hebben, toonen door "hunne daden en handelingen niet altijd op de hoogte hunner zending te zijn. Zij zijn daar niet op hunne plaats en onder-mijnen door hunne onwetendheid of misplaatste overheersching het bestaan van instellingen, die geroepen waren ook in de toekomst goede diensten te bewijzen aan het volk en aan de algemeenheid. * * * Vele lieden die deze instellingen genegen waren en deze zelfs in vredes-tijd aanbevolen en gedeeltelijk tôt stand wilden brengen, hebben er nu genoeg van en verlangen niet beter dan dat deze aldra zouden verdwijnen. De mis-bruiken eh slechte regelingen zijn al te groot, om nog eenig vertrouwen in die instellingen te toonen, of om hun voort- bestaan te wenschen. # * * In plaats van misbruiken uit te roeien, hebben zij er een aantal in leven geroepen, die wel voordeelig kunnen zijn voor enkelen, maar niet voor de algemeenheid. Ook zouden die instellingen reeds lang verdwenen zijn, indien zij niet tijdelijk en met dwang over den alleenhandel konden beschikken. Dit ailes leert ten overvloede, dat er * j niets zoo slecht of onzinnig is de rege-ling van zaken aan onbevoegden toe te vertrouwen, zoowel in openbare aïs in bijzondere besturen. Hier bijzonder komt de machtspreuk : « plaats voor eenieder, maar ieder op zijne plaats, » tôt zijn voile recht. Want buiten de gewone misnoegdheden en miscijferin-gen daardoor te weeg gebracht, weegt het nadeelig slot zeer zwaar op de bevolking. * * * Het is nu de tijd om menige ondervinding op dit gebied op te doen en de bestaande gebreken uit te roeien. Gebeurt dit niet, dan zal het ten nadeele uitvallen van menige instellingen, die nogtans geroepen waren vele diensten te bewijzen. Nu zullen zij verdwijnen als ongewenschte dwangmiddelen, die meer schade dan voordeel aan de bevolking opleverden. * * * Ieder moet in zijnen stand en op zijne plaats blijven, wil men niet tôt eenen warboel geraken en het wederzijdsch vertrouwen dooden. Dit is eene waarheid voor al de standen der Samenleving. Eenheid en welvaart moet de g'rondslag en het gevolg zijn dier opvatting. J. L. DE TOESTAND HIER EN ELDEBS NEDERLAND. — De onveiligheid op zee als gevolg van den duikbootenoorlog, is niet min-der groot door rampen die kunnen voorkomen door dryvende mijnen. Aldus is de Neder-landsche stoomer Noordam op eene mijn geloopen en door het scheepsvolk en de reizigers moeten verlaten worden. Gelukkiglijk zijn deze, ten getalle van 237, allen gered. Het scheepsvolk is terug aan boord gegaan wanneer de Noordam bleef drijven eo deze is aan den Nieuwen Waterweg van Rotterdam ten anker gegaan. Het is een stoomschip van 12,531 ton en zal kunnen hersteld worden. Zulke gevallen zijn nog te vreezen, zelfs na deu oorlog, gelijk dit meermaals is voorgekomen na den oorlog van Rusland en Japan. — Het rantsoeneeren wordt in Nederland zoo druk uitgeoefend als in oorlogvoerende landen, zelfs voor zekere artikelen nog stren-ger. Sinds Amerika het vertrek van eenige Nederlandsche schepen belet, wordt de nood grooter, of althans wordt er uitgespaard om het langer te kunnen uitbouden. Het Ministerie heeft er zijne handen meê vol, en dit is wel de moeielijkste toestand in het Staatsbedryf. —o— RUSLAND. — Er hebben nog voortdurend veranderingen plaats in 't Ministerie en in de legerleiding. Kerenski, eerste Minister, gaf zijn ontslag, maar dit is niet aangenomen. De opperbevelhebber Broesiloff, die reeds twee-maal den algemeenen aanval leidde, is ver-vangen door generaal Korniloff. Aldus weg en weer geschommeld, kan de Republiek en het volksbestuur nog niet op een vast bestaan rekenen. De partijen hebben geen besef van den hachelyken toestand van het Vaderland en stellen hunne kleingeestige politieke berekenin-gen op den voorgrond. rt CHINA. — In China schijnt de Republiek nu weer steviger gevestigd te zijn. De laatste poging der Keizersgezinden om het Keizerrijk te herstellen, blijkt gebeel mislukt te zijn, indien wij de nieuwstijdingen mogen gelooven uit dit hemelsch land herkomstig. Maar bij de Zonen des Hemels speelt de duivel van het volksoproer dikwijls eene voorname roi, gelijk ten tijde der Boxers, die de tusschenkomst van de Europeesche Mogendheden noodzakelijk maakte. —o— FRANKRIJK. — Het gebrek aan handen-arbeid in den landbouw doet zich voortdurend gevoelen. In vredestijd liet dit reeds te wenschen, maar toen konden de Belgen, meest Vlamingen, een handje toesteken. Nu is het moeielijk en bijna onmogelijk vreemde werk-lieden te bekomen, zoo<îat de landbouw en de oogst er moeten door lyden. —o— ZWEDEN. — De Conferentie door de Socialisten van verscheidene landen te Stockholm bijeen geroepen, om zich boven aile Staatslieden te stellen en den vrede op eigen ! hand uit te roepen, heeft niet veel bij val. De i gedachten over het einddoel van den oorlog zijn ook bij die vredemannen te veel verdeeld, om tôt een ernstig afdoende besluit te komen. Om die reden is de Conferentie uitgesteld tôt 9 September. Van nu tôt dan kan er nog veel water naar de zee loopen en menige gebeurte-nissen kunnen plaats hebben, die wat meer invloed op den gang der zaken kunnen hebben dan eene Conferentie van redenaars. DUITSCHLAND. — De vervanging uan den Rijkskanselier yon Bethmann-Hollweg door Michaëlis, is gevolgd door eene bijna vol-ledige Ministerieele verandering. Alleen Helf-ferich, algemeen vertegenwoordiger van den Rijkskanselier, blijft in zijn ambt gehand-haafd. De benoeming van M. Kuhlmann als Staatssecretaris voor Buitenlandsche Zaken, wordt in 't algemeen opgevat als eene bevorde-ring voor den vrede. Pax UIT DE GAZETTENWERELD Na den oorlog zullen verschillende nieuwe dagbladen ontstaan, volgens de berichten en gezegden die er nu reeds worden over gegeven. Gelijk in aile bedryven, zullen er nieuwe mid-delen aangewend worden om de dagbladen de nieuwe richtingen te doen volgen. Er wordt ecbter over de stichting van een dagblad nog al lichtvaardig gehandeld, alhoewel het eene groote en gevaarlijke onderneming is. Zonder voorbereiding en zonder kennis van zaken, loopt zulk eene onderneming gewoonlijk op eene mislukking uit. Kort vôôr den oorlog verscheen er een werk, uitgegeven door een oud-dagbladschrijver, getiteld : De kunst oui een dagblad op te stellen, te besturen en te druhhen. Hij deed daarin uitschijnen dat het niet voldoende is een dagblad op te stellen, maar wel het te doen leven. En het leven en welgelukken zit bijzonder in 't beheer en in den goeden zakenoverleg. Ware dit door velen eerst goed begrepen geweest, vele groote kapitalen zouden niet zijn verloren gegaan, gelijk dit eenige jaren vôôr den oorlog maar al te dikwijls het geval is geweest. Het stichten van een dagblad met onpersoon-lijk kapitaal, moet door strenge eerlijkheid ingegeven zijn. Tegenover de aandeelbouders bestaat de strenge verplichting, hun geleend kapitaal te vrijwaren tegen aile mogelijke verliezen. Lichtzinnigheid in 't beheeren dier gelden, valt dus af te keuren. Men moet bijna op voorhand verzekerd zijn dat de onderneming zal gelukken, anders ware het enkel waaghal-zerij. Tegenslag en mislukking is dan nog niet uitgesloten, maar men zal ten minste de vol-doening smaken eerlijk te hebben gebandeld. Hildebrand SCHRIJVERS EN BOEKEN XVII REMIER SlilEDEItS Ik heb over het algemeen, in mijn jeugd, nog al veel in Renier Snieders gevonden, en, hoewel zyn naam minder luide in de Vlaamsche letterkunde weerklonk dan dien van zyn jon-geren broeder August, toch liever hem dan dezen laatsten gelezen... — gedurende eenigen tijd althans — wat niet wegneemt dat sommige zijner werken Al te veel van de zenuwen en van het goed geloof zyner lezers vergen. Eigenlijk is Renier Snieders slechts een vertellcr, maar een verteller met een soms wonderlijke gemoedeiykheid en soms ook van eene aantrekkelijke frischheid. Hij hield beslist niet van lange inleidingen noch fijne natuur-beschryvingen.maar trad aanstonds ex abrupto het onderwerp van zijn verhaal in, gewoonljjk met een gesprek dat ons de handelende per-sonen en de toestanden zonder meer doet kennen. Ook herinner ik me beel goed dat het me steeds onmogelijk was m'n lezing te ein-digen, eens dat ik me aan een werk van Renier Snieders gezet had. Maar dat schoone liedje duurde niet byster lang. Heel mooi — ik schrijf hier uitsluitend uit mijn geheugen, daar het lange, lange jaren geleden is dat ik nog een werk van hem ter handen nam, of beter, dat er mij nog een onder de handen kwam — zjjn voorzeker Het Kind met den Helm en De Hut van W art je Nulph, erg gemoedelijk Een Wraahroepende Zonde en Narda, hoewel hij toch ook in het euvel ver valt dat ik vroeger bij een ander schrijver reeds hekelde, namelijk het overdrijven van bet goede en van het kwade in de personen die hij ten tooneele voert. (1) Eigenlijke karakters vindt men niet in zijn werken : 't zijn al ofwel doodbrave, bijna snullige menschen, ofwel deugnieten en scburken van de ergste soort. 't Is alsof hij de personen, die hij in zijn ver-beelding deed leven, spreken en bandelen, met een vergrootglas in de gemoedsuitingen keek. Zijn broeder August was onder dit opzicht veel meer bedreven, natuurlijker en gevolg-matiger : men ga slechts even zijn Adelbert Bronveld na in De Nachtraven, door den nachtraventijd en door het tijdperk van den stoker Bert Bron, en bemerke hoe die twee levenstijdperken gevolgmatig het eene uit het andere voortvloeien bij een karakter als dat van Adelbert Bronveld. Men leze eens die beslist niet fijne klucht Doctor Marcus met de wel wat onnoozele zinspelingen op het verschil tusschen de hooge-scholen van Leuven en Luik, en men zal met mij moeten bekennen dat zoo iets wel eens « leuk » kan zijn, zooals de Hollanders zeggen, maar dat er toch geen letterkundige verdiensten in te vinden zijn. 't Is waar, 7,66 dacht ik er in mijn jeugd niet over... En zijn zedelijke strekking is er ook een « van den groven borstel ». Van den anderen kant kan men honderdmaal zijn Lelie van het Gehucht lezen, en de smokkelpartyen van Arie van de Schans bijwonen, zonder in het minst zich een gedacht te kunnen maken van wat eigenlijk smokkelen is, wat leven die menschen leiden, — maar ook onder dit opzicht liet Conscience te wenschen : in dezes Bella Stock, dat geheel en al in de duinstreek afspeelt, krijgt men geen gedacht van wat duinen en omgeving zijn... en toen ik de eerste maal die streek bezocht... vond ik dat Conscience daarin aile schrijverstalent gemist had. Om echter nog even op het smokkelen terug te komen : later heb ik uit een boek geleerd wat voor een leven de smokkelaars leiden ; en 't was in een der verhalen van een derde rangschrijver : Jul. Leroy, destijds onderpastoor te Staden. Wat erg onaangenaam opvalt, is de « politiek » die in menige zijner werken een schrillen toon geeft, b. v. in HetWonder van Sint-Hubert, en vooral in het wel wat àl te potsierlyke De Goochelaar, waarin bij « den duivel der hel » als « liberaal » en « hun aller meester » in levenden lijve ten tooneele voert. Dat werk noem ik « potsierlijk » — met allen eerbied voor 't Davidsfonds, die 't in zijn uit-gaven opnam — ; om dit te bewijzen moet ik enkel den lezer verzoeken eens even het hoofd-stuk te overlezen waarin de goochelaar — die, wel te verstaan, de duivel in levenden lijve is, — zijn twee vrienden onder een sneltrein doet verpletteren. 't Is belachelijk van onnoozelheid ! Eveneens in de twee deelen De Scheerslijper, waaraan hij de oude legende van den man die zijn ziel aan den duivel verkocht heeft, in den tegenwoordigen tijd doet herleven. Legenden zijn heel mooi, maar dan moeten het legenden blijven, en niet, zooals hier, het hoofdbestand-deel uitmaken van een hedendaagsch verhaal ...waarmede men de kinderen schrik kan aan-jagen. Ik herinner me heel wel, hoe ik, knaap zijnde, altijd rilde en beefde bij 't tooneel van den duivel — natuurlijk steeds in levenden lijve — bij het sterfbed van den knecht die hem zijn ziel had verkocht. Al dat uitgekraamde Latyn boezemde mij veel eerbied in en toch gelukte ik er nimmer in de laatste woorden van den priester, zijn Vade rétro, Satanas ! in den geest te prenten, hoe gaarne ik ze zou van buiten gekend hebben om ...in voorkomend geval! ! !... ze te kunnen van pas brengen ! Zoolang Renier Snieders bij zijn Kempische boeren bleef, was hy heel frisch en gemoede-lijk, maar wanneer hij hen verliet, of eens tendenzer wilde zyn, viel hij verbazend af. Want vooral voor dit laatste was hij niet in de wieg gelegd : daarvoor had hy een te onvol-doenden zielkundigen kijk op de dingen, daarvoor dikte hij te graag deugden en gebreken aan. Het laatste werk dat ik van hem las — ik weet echter niet of 't zijn laatste was, en ik bekommer me er ook weinig om : de lezer zal aanstonds zien waarom — was Zonder God. Ik was rond dien tijd zoo'n vijftien ofzestien jaar oud en zat in de «Rhetorica» — in gewoon Vlaamsch, in de hoogste klas —, waar we dikwijls heel ontwikkelde gesprekken mochten voeren met den betreurden Hendrik Sermon en den nog meer betreurden P. A. De Vos als leeraars. Bij de verscbijning van Zonder God werd dit ook besproken, want meerderen onder ons hielden zich tamelijk wel op de hoogte der toenmaligs Vlaamsche letteren, toen ik de wondere stelling verdedigde dat dit nieuwe werk van Renier Snieders beslist niet oor-spronkelyk was, maar dat het om zoo te zeggen een verzameling was van te voren in zijn andere werken besproken en behandelde toestanden en personen — die hier echter een anderen naam droegen, natuurlijk —, en ik hield zulks staande met de proeven op de som. Ik deel dit hier enkel mede als herinneriog — die stelling thans bewijzen, voor zooveel ze te bewijzen valt, zou me noodzaken ailes te herlezen wat ik op mijn zestiende jaar van Renier Snieders las, dus vry wel ailes wat hij schreef ...en het zal den lezer niet verwonderen

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad appartenant à la catégorie Katholieke pers, parue à Borgerhout du 1878 au 1930.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes