Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad

1694 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1917, 06 Octobre. Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad. Accès à 13 juillet 2024, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/s46h12wd8d/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

6 October 1917 Np 40 40* Jaargang HET VLAAMSCH HEELAL Vrij en Onafhankelijk Katholiek volksgezînd weekbiad voor Vlaamsche en Algemeene Belangen IWRCHRMVlIVeaPRIJH Voor «en jaar / fr. 5.— Yoor 6 raaandea » 2.75 Voor 3 maanden » 1.50 Voor Nederland ' » 5.50 Voor 't Groot Hertogdom Luxemburg. . » 5.50 Voor andare landen » 7.00 Dit blad verschijnt den Zaturdag morgsad.— Men teekent in bij lien Uitgeetr *n in allt postbùrtelen, alsook bij de briefdragtrs. Hoofdopsteller : JOHAN LEEMANS Deo Juvante Vincam ! Aile artikelen en mededeelingen moeten véér Donderdag avond ten bureele besteld zijn, alsook de aankondigingen. Afzondurlijkc summers van dit blad zijfl ta bakomen ten onzsn bureel», Camotplaats 65. — 1 O centiemen hat nummer. AANKONDI6INGE1V Da* régal fr. 0.20 Kleise aankcudiging » 0.50 Begrafenisbencht . . . » 5,00 Groote aankondiginge.a bij overeaakomst. Voor aankondigingen buiten de provincie, weude mea zich tet <ia Agenct® HA VAS, Martelaranplaats 8, Brussel, aa Bsurs-plaats 8, te Parijs. Voor alla andera aankondigingea tes bureel® Carnutplaats (Laar) 6S, Born;erhi>iit-Antwei'pei) OMGAAN EN KENNEN Er is een spreekwoord, door de wijs-heid der ondervinding ingegeven, dat te allen tijde en in aile standen te pas komt : zeg mij met toien gij omgaat of verkeert, en ik zal zeg g en wie gij zijt. Gewoonlijk is dit toepasselijk in slech-ten zin, want 't is juist wanneer iemand iets misdreven heeft dat algemeene opspraak verwekt, dat dit spreekwoord herinnerd wordt. * * ♦ Het is" niet uitsluitend toepasselijk op enkele afzonderlijke gevallen, maar ook op de algemeenheid. Nu er zoo zeer geklaagd wordt over de ruwheid en onbeschaafdheid van zeker volk, een mistoestand tusschen de hoog-opgehemelde beschaving, komt die waarheid op den voorgrond. Vele menschen wisten niet dat er zulk een volk bestond, omdat zij nooit in dit midden verbleven. Nu is die toestand eene heele veropenbaring, alhoewel het geene nieuwigheid is. * * * In de opleiding van kinderen en jongelingen moet zulks in acht genomen worden. 't Is in dien leeftijd bijzonder, het meest blootgesteld en geschikt voor slechte indrukken, dat het omgaan met slechte gezellen tôt groote droefheid en tôt oneer der ouders en familie aan-leiding geeft. Er kan dus niet genoeg op gewaakt worden, meer door het eigen goede voorbeeld dan door streng-heid en misplaatst wantrouwen. Tegen-over dit groot gevaar staat maar al te dikwijls het loszinnig gezegde : dat de jonkheid de wereld moet leeren kennen t * * * Zij moet de wereld leeren kennen, dat is onbetwistbaar en onvermijdelijk. Maar zij moet die niet leeren kennen op eigen hand, vermits zij niet bestand of geharnast is tegen allerhande gevaren. Het woord « leeren » alleen zegt reeds genoeg, dat zij in die leering moet geleid en beschermd worden, juist door hen die er het meest belang bij hebben en er ook de grootste verant-woordelijkheid voor dragen, namelijk de ouders en aile gezaghebbende personen. * * * "Wanneer dit niet gebeurt, wanneer de ouders zelven niet al te kieskeurig zijn in hunne eigen levenswijze, dan is er van hunne afstammelingen, die dit slechte voorbeeld zien, niet veel goeds te verwachten. Wanneer het kwade en de slechte invloeden buiten den huis-kring reeds zoo gevaarlijk zijn voor de jonkheid, wat moet het dan niet wezen wanneer de huiskring zelf het slechte pad aanwijst ? * * * Deze laatste tijden, vooral tijdens den oorlog, zijn er vele afwijkingen waar-genomen van de eerlijke en beschaafde levensbaan. In aile standen zijn ver-grijpen geweest, vooral door hebzucht, misleiding, slechte raadgeving en afstootelijk voorbeeld ingegeven. Het schijnt alsof eene nieuwe zedenleer in wording is, die ailes verschoont en goed maakt wat anders de meeste veront-waardiging en de strengste afkeuring zou uitgelokt hebben. » * # Waar moet dit heen ? Er moge nu j eene nieuwe verbasterde levens- en [ zedenleer ontstaan, eerlijkheid en waarheid zullen immer hun recht behouden, want zij zijn eeuwig. En het inleidende s A | spreekwoord van dit artikel : « zeg mij met wien gij omgaat of verkeert, en ik zal zeggen wie gij zijt », — zal ook immer waarheid blyven. * * * Gelukkig zij die in en aan dit ailes hunne handen niet bevuilen. Een gerust geweten en een onbesproken eerlijkheid is meer waard en bijblij vender dan een vluchtig gewonnen of gestolen fortuin, dat soms even vlug verdwijnt of vernietigd wordt. Ouderen van dagen die treuren over dezen toestand, hebben in hunnen levensloop vele fortuinen zien te niet gaan die niet eerlijk gewonnen waren. Zij weten dus bij ondervinding dat « onrechtvaardig goed niet gebenedijdt. » * * * Maar buiten dit stofïelijke, is het zedelijk verval van velen niet min ingrijpend. En dit is des te meer te betreuren, wanneer de jonkheid, de zoogezegde hoop der toekomst, er het slachtofler van is. Zij is de grondzuil van geheel de Samenleving en wanneer zij bedorven is en ondermijnd wordt, kan de Samenleving op geene herleving of verbetering rekenen. Zij moet mede ten gronde. * * ♦ Er dient dus, met het oog op de toekomst, eene sterke en algemeene tegen-werking te ontstaan, om aile slechte voorbeelden en nadeelige invloeden te keer te gaan. Op die wijze is er nog iets goeds te verhopen tôt waarborg der jonkheid en der toekomst, tôt hand-having van zedelijkheid en eerlijkheid, de twee stevigste steunpilaren van eene welgeordende Maatschappij. In aile standen is dit nu noodzakelijk, opdat eenieder op zijne plaats blijve en nooit vergete dat : met wien men verkeert, wordt men geëerd. J. L. DE TOESTAND HIER EN ELDERS NEDERLAND. — De rantsoeneering neemt hier groote afmatiogen aan. Wij hebben reeds gemeld dat het Staatsbestuur, om een einde aan den woeker in eeiwaren te stellen. geheel den oogst heeft in beslag genomen en de landbou-wers slechts datgene mogen behouden wat zjj noodig hebben voor hun eigen onderhoud en voor de uitoefening van hun bedrijf, namelijk voor 't bewinnen van hun land an voor 't onderhoud van hunnen veestapel. Het Staatsbestuur oefent tevens een streng toezicht uit over de komiteiten, met de verdeeling der ! levensmiddelen belast. Aangestelde personen, die dienaangaande op bedrog betrapt wierden, zjjn zwaar gestraft. Opkooperij geeft daar ook aanleiding tôt prijsopjaging. Vroeger, zegt een blad, kwamen de reizigers hunne waren aanbieden bij de winkeliers, maar nu komen zij de waren die er nog zijn, bij de winkeliers opkoopen. Dit is dus weer de verkeerde wereld, maar voort-durend in slechten zin. De prijs der stekskeus of lucifers is insgelijks ' zoo opgedreven, dat er een maximum is moeten f voor bepaald worden. ROME. — Er was gemeld dat Z. H. de Paus s nieuwa vredespogingen zou aanwenden, maar j dit is niet waarschijnlijk. Ten andere, al de ; oorlogvoerende landen hebben nog niet op zijne j eerste voorstellen geantwoord, zoodat het voor 't oogenblik feitelijk onmogelijk is nieuwe voorstellen ta doea. ITALIE. — De omwentelaars die naar eene Republiek streven, hebben reeds vele oproeren verwekt om tôt hun doel te geraken. Verschei-dene staden en provincies zyn om die reden in staat van beleg verklaard. Meest aile oorlogvoerende landen hebben met f zulke oproerige élementen te doen, die onder > allerhande voorwendsels tôt hun doel willen ' geraken. Zij raaken thans gebruik van de ? moeielijke toestanden waarin de Staatsregee-ringen zich bevinden om eenen slag te wagen. Het welgelukken der omwenteling in Rusland is aanstekelyk en werkt op de zenuwen van hen, die in aile landen aan 't hoofd van den i Staat willen geraken, meer tôt eigen profljt en eigan welbehagen, dan tôt nut van 't algamaen. > RUSLaND. — Uit Rusland komen nog immer tegenstrijdige berichten. Nu heet het dat Kerenski heel en al meester is van den toestand ; dan weer dat Kornilof veel aanhang heeft en zijne zaak boven die van Kerenski zou kunnen gesteld worden. Intusschen lijdt het volk veel en 't Ieger vormt geen machtig geheel meer. Op enkele fronten doet het zijn best, maar elders trekt het op eigen hand achteruit zonder naar de bevelen der oversttn te luistaren. De kleine volkeren maken er gebruik van om zich te bevrijden en onafhan-kelijke staten te vormen. Paé UIT DE GAZETTENWERELD De dagbladen in 't algemeen doen hun best om het opjagen der prijzen van voedings- en andere waren tegea te gaan en den woeker aan den schandpaal te spijkeren. Maar 't is niet veel gekort omdat het volk en de komiteiten niet aan hatzelfde zeel trekken. Om aard-appelen of andere voedingswaren te bekomeû, worden er, ongevraagd, zotte prijzen geboden. Wanneer boer of handelaar slechts een frank of minder den kilo zou vragen, bieden de opkoopers eensklaps fr. 1.25 tôt 2 fr. toe. Met aangeitelden van komiteiten is het nog erger : die krijgen tôt bevel aile» op te koopen aan welken prijs ook ! Dat is in strjjd met aile begrip van handels-zaken en daaraan ziet men in welke handen sommige komiteiten zijn. De tusschenpersonen of makelaars, die in gewone zaken juist dienen om den kooper op -voorhand niet te doen kennen en aldus de noodige waren aan den minst mogelijken prijs te bekomen, handelen hier juist anders ; zij zeggen door welke gemeente of door welk komiteit zij aangesteld zijn, en de verkooper maakt er gebruik van om de hoogste prijzen te vragen. Meest aile komiteiten weten hunne aankoo-pen niet verstandig te regelen en betalen ailes te duur. Wanneer zal dat eens eindigen ? Er moesten aan 't hoofd dier komiteiten heel bevoegde personen staan, bekend met handel en gebruiken, en niet de eerstan de besten, die van dit ailes niets kennen. De kleine burgerij, die op eigen kosten moet leven, is het slachtofler van al die verkeerde handelingen. Hildebrand Voor Deiikende Menschen V. Opvoeder en Kind Vervolg We wanen ons zoo zeer verheven boven onze kleinen, dat we ze... niet meer begrijpen. Dàt is het noodzakelijk gevolg van het ver-waarloozen van ons eigen kinderleven, en nargens blijkt dit wellicht zoo klaar uit dan in het godsdienstondarricht, dat, jammer genoeg, niet altijd godsdienstige opvoeding is. (1) Er wordt, onder godsdienstig opzicht, den kinderen véél geleerd... maar zonder baat voor den godsdienstigen geest, die zich in geen formulen laat samenvatten. Bij de bespreking van een onderzoek over dit vraagstuk, vindt I. Kooistra. het « opvallend » dat zoo weinig kinderen over Gods liefde spreken. Ik vind dat echter héél natuurlijk. Liefde wordt niet van buiten geleerd, is geen geheugenstof : het is een invloed, een gevoel, maar ook het aller-voornaamste gevoel in godsdienstzaken. Eigen-lyk is godsdienst zuivere liefde. Niemand heeft dat m. i. beter begrepen dan de Roomsch Katholieke rector W. van den Hengel, (2). wanneer hij in zijn Gedachten de Roomsche kinderen leert bidden. Bidden, d. i. gehoor geven aan den liefdedrang. De Nederlandsche toestanden — men voege er vrij de Belgische bij, — zijn niet zeer roos-kleurig onder dit opzicht. Waaraan is dat te wijten ? I. Koostra, met haar scherpen kijk op de dingen en haar innig gevoel voor de behoef-ten van het kind, zal het ons zeggen. « Bij het godsdienstonderwijs heeft men vaak veel te weinig aan de behoeften der kinderen gedacht. Het godsdienstonderwijs wil veel te vaak leeran, wat de kinderen nog niet kunnen begrijpen en waar ze geen belang in stellen. Het schijnt te vaak gericht op het opleiden, van kinderen tôt een bepaald kerkgenootschap, waardoor vanzelf de leer van dat kerkgenootschap, in vergelijking dan ook met die van I andersdenkenden (verkeerd denkenden natuur- [ lijk !) op den voorgrond treedt. Het godsdienst- j onderwijs wil vaak te veel leeren, te weinig stemmen. » Dat is de geheele zaak : te veel leeren, te "• weinig stemmen. Wantde Roomsch-Katholieke schrijver dezer regelen is het daarin volkomen « ife : esns met de Protestantsche opvoedkundige Mej. Kooistra. Er wordt te vroeg veel te groot verschil gelegd tusschen de onderscheidene geloofsbelijdenissen, en "men vergeet maar al te ras dat b. v. Mej. Kooistra evenzeer overtuigd is van de hoogste waarde van haar geloof, als ik persoonlijk van 't mijne. Dit punt zou wel een diepere bespreking vergen, waartoe het echter hier de plaats niet is. Laat ons daarom blijven bij het begrijpen der kinderen. De «pjedologie» is daartoe geroepen, meenen enkele geleerden. Ocb, antwoordt I. Kooistra daarop, « wij moeten niet denken, dat wij, door naar ta bestudeeren, kinderen kunnen begrijpen... De liefhebbende, verstandige moeder begrjjpt vaak haar kind, zonder iets te weten van Preyer, Stanley, Hall, Sully, en andere kinderzielkundigen. » Maar, zal ik er bijvoegen, zij zal haar kind beter begrijpen na het lezen van gevoelsopvoedkundigen, die het er niet op aan leggen geleerd te zijn noch geleerd te schijnen, maar die van hart tôt hart spreken, «n wier kinderzielkunde haar hechtsten steun vindt in het doorleefde en door-voelde leven. * * * 't Is echter in het vierde deel van dit heer-lijke werk dat ik, van mijn Roomsch-Katholiek standpunt, eenige ongewenschte regels vindt, die ik als dusdanig aanstreepte, n.l. de twee laatste alinea's van bl. 99, waar de schrijfster het over de persoonlijkheid van Jezus heeft. Nu verzoek ik echter de aandachtige lezers wel te willen in aanmerking nemen dat die twee alinea's eenigszins als hors d'œuvre kunnen opgevat worden, en dat, zoo ze uit-uitgelaten waren, ik geheel en al zou onder-schrjjven wat in dit mooie boek behandeld en gezegd wordt. Zelfs in dit vierde deel, dat zuiver godsdienst-^onderwijs beoogt. B.v. dit : « Ik moest terug denken aan mijn jeugd, waarin ook ik mij zoo koud en leeg had gevoeld, als daar van een hooge en heilige plaats op andersdenkenden was geschimpt. Och, die andersdenkenden mochten, wat ons betrof, ànders denken. Net zooals ze wilden. Als wij maar bevrediging vonden voor onze ziel. » Indien de schrijfsier, in plaats van een denkbeeld der jeugd, een van den rijperen leeftijd neergeboekt had in die woorden, dan zou ze, vôôrdat onze eigene bevrediging ter sprake kwam, wel ingevoegd hebben : <> Indien zij (die andersdenkenden) maar bevrediging vonden voor hun ziel. » En zoo zy die woorden niet nederschrijft, denkt zij ze toch, want men kan ze overal tusschen de regels lezen. Geheel dit vierde hoofdstuk ademt een verheven geest uit, een geest van eerbied voor elke zielsverheffende overtuiging, een geest dien men zoo zelden in den loop van het leven ontmoet. Maar daarom is hij van des te meer waarde, nu wij hem hier vinden in de uitingen van iemand, die zoo talrijke opvoedsters gevormd heeft (3), welke — dat is mijn overtuiging — van denzelfden geest zullen door-drongen zijn. Nog een der talrijke aanteekeningen, die ik in den loop dezer lezing maakte, wil ik hier aanhalen. « Laat uw moraal niet zoet zijn ! Wees dus ook in de vertellingen niet zoet. Deugd wordt zoo vaak vereenzelvigd met zoet-heid, liefde met lievigheid. En deze is dan met mannelijkheid, met kracht niet te vereenigen. Maar de deugd van Jezus was ailes behalve zoet en zijn liefde ailes behalve zoetsappig. . Hooge zedelijkheid onderstelt in de eerste plaats liefde, — maar een liefde, waar kracht, waar mevg in zit. De liefde kan zich openbaren in streelende woorden, vriendelijke daden, zachte aanraking, — maar kan ook liggen in het diep snijdende mes van den heelmeester. » Heerlijk gedacht ! Een dier gezogden, waaraan het werk zoo rijk is, die verdienen in een gouden lijst voor de oogen der ouders en der opvoeders te prijken, ter gedurige herinnering ! Vervolgt Yours fl) Men leze mijn Gedachten over de Qodsdienstigc Opvoeding, ter bevestiging van dit gezegde. (2) Zie mijn Over Godsdienstige Opvoeding in Nederland. (3) Mej. Kooistra is de oud-bestuurster der kweek-sohool voor onderwijzeressen van Apeldoorn. OVER BLOEMEN EN PLANTEN XCII ilex Brasileosig. — De hout-nijverheid is bjjzonder belangryk te Port-Alègre. Tusschen de voortbrengselen der woestijn is er een dat meer bijzonder de aandacht waard is, omdat het een bron van aanzienlijke opbrengst is voor Rio Grande en een aanvulling voor zijn uitvoer naar den vreemde. Wij willen spreken van de herva matté, of thee van llex Brasilensis, boom die in het wilde voorkomt, in de wouden van Parana, Santa-Catharina, Paraguay en van Rio Grande!

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad appartenant à la catégorie Katholieke pers, parue à Borgerhout du 1878 au 1930.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes