Het Vlaamsche land: Vlaamsch orgaan voor België en Nederland

540 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1915, 16 Octobre. Het Vlaamsche land: Vlaamsch orgaan voor België en Nederland. Accès à 12 novembre 2019, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/bk16m34c61/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Nummer 34. Rotterdam, 16 October 1915. 1s,e Jaargang. HET VLAAMSCHE LAND VLAAMSCH :ORGAAN: ^voorBelqië enMederlarvd.^ Weekblad onder Hoofdredactie van Dr. JOZEP CRBTS. Redactie en Administratie : ORANJESTRAAT 4—6, Rotterdam, T Voor Vlaanderen! ABONNEMENTSPKIJS : ===== AD VERTENTIÊN : Per 3 maanden, franco per post . / 0.75. Per regel 15 cent. Per jaar ,3.—. Voor meer d«n 50 regels 20 */» rabat Enkele nummers 5 cents. Voor meer dan 100 regels 10 cent per regel. Voor Nederland'. PUINHOOPEN! 0% De oorlog spaart niets! Noch kerken, noch heiligdommen, noch monumenten, noch kunstgewroch-ten, noch huizen, noch paleizen! De oorlog^ verwoest, vernielt ailes, en waar Ûj.doorging laat hij alleen brokken hout, scherven glas en verwrongen ijzer over. Vôôr zijn komst, lagen steden en dorpen te blozen in vreugd en weelde; de zon rees er ieder dag boven een plek waar, naast elkaar, kleine en grootere huizen en gebou-wen vredig stonden te blaken onder hare blinkende stralenbundelsterwijl, over de bonté schakeering van kleuren en tinten, als een waas lag van stil genot, en waar te midden van recht en dwarsloopende straten, de toren der gemeente fier en slank zich verhief als het natuurlijke cen-trumpunt waarrond, en onder zijne hoede, heel een bevolking wemelt en leeft. Vôôr zijn komst, blonk de vreugde, de onbezorgde vreugde op aller aangezichten, en gingen er onophou-dend uit die duizenden gebouwen, van hooge fabriekschouwen voor-zien waaruit bleekrosse rookkolora-men stegen, gemengde geruchten van machines, van raderen en men-schenstemmen op. Overal, waar de nijverheid haar rijk vestigde, was leven en beweging, overal heerschte welvaart en overvloed. Yôôr zijn komst, kon ongestoord het zaad ontkiemen, de oogst rijpen, ■ konden de planten groeien, de tui-nen blozen. Heerlijke boomen, in wier groene kruinen de vogels nestelden, gaven aan het lachende tierende landschap een uitzicht van jeugd en poëzie; de weiden zagen bonté koeienzwermen grazen op haar malsche boezems en de don-zige, lommerige dijken lagen te genieten bij het zacht bonsend ge-ruisch van de zingende stroomen. Toen, zonden de klokken hun galmende tonen, dan jubelend dan klagend, over de wemelende vlakte en, van uit de openstaande schuren, klonken de lustige refreinen der zwoegende boeren. Hoe heerlijk zagen toen onze dorpen er niet uit, en hoe prachtvol onze steden? Geen armoede kende on s volk omdat het een groot, een arbeid-zaam volk was. Yoortvarend en ondernemend, was het Belgische Volk tevens een blij een levens-lustig Volk. Zijn steden droegen, immers, het kenmerk dier eigen- schappen en, voor ieder vreemde-ling die haar bezocht, vertoonden zij zich zôô. Onze steden zagen er steeds voor elk onbevooroor-deeld oog uit als vrouwen die, zonder onderscheid van zon- of werkdag, haar mooiste kleeren dragen. Geen stap van het stations-gebouw kon men zich verwijderen, inderdaad, of dââr verschijnt voor des bezoekers blik, als bij tooverslag een stad van bloemen, springfon-teinen, standbeelden, wandelparken, groote breede straten en lanen waar de menschen u vriendelijk toelachen en waar een onbedwongen leven heerscht vol vlijt en werkzaamheid. Mooie statige gebouwen, schouw-burgen en concertzalen treffen het oog en, daarnaast, kerken van zuiveren stijl met hoog opschietende torens, oude hallen, stadhuizen, musea en belforten, eerbiedwaardige getuigen der grootheid van vervlo-gen tijden en die nu, door het dankbaar nageslacht, in een kader van groen en bloemen werden ge-tooverd.De oorlog is gekomen en al dat schoone, dat fiere, dat bewonde-renswaardige werd ongenadig neer-geschoten, platgelegd, door het vuur verteerd ! En de Belgen weenen nu op hunne puinhoopen, zonder huis, zonder dak, ontroostbaar ! De zonen der Kunst zagen de vruchten van levenslangen arbeid, onder de sabel-houwen van woeste barbaren aan stukken gereten of aan flarden ge-scheurd ! En zij weenen en zij bezwijken want het leven van hun leven werd gesmoord! De geleerden werden woest uit de tempels der Wetenschap verdre-ven en hunne verzamelingen boeken, archieven en geschriften gingen in de vlammen op. De Adel zag het statige erfgoed der vaderen, snood vernield, ineen-storten en vergaan; de berger zag het pand waar voor hij lange lange jaren had geslaafd en gespaard neergeslagen of voor zijn oogen ten gronde gaan! Niets bleef heel! Niets ontkwam aan de verwoesting! Stelselmatig, ordelijk, harteloos, ongenadig ging de beeldstormer, de brandstichter, de verdelger te werk! En, van het rijke, prachtige Belgie dat eens, als een wonderkostbaar kleinood te schitteren lag aan de nijvere boor-den van Maas en Schelde, bleef nog slechts een schreiendso puinhoop over, waar alleen nog versch ge-dolven graven treuren en ruïnen van vroegeren welstand en vroegere heerlijkheid ! 0 Duitschland, wat was de mis-daad onverantwoordelijk, die gij op Belgie pleegdet, en wat zal u de toekomst om die daad bitter en gruwelijk zijn! Want, uit de puinen die gij opgehoopt hebt, zullen 's nachts de huilende, verwijtende stemmen rijzen uwer lafhartig ver-moorde slachtoffers, en de zielen dier ongelukkigen zullen als spook-lichten dwalen tusschen de afge-brokkelde muren en ruige steenen-massas als om wraak te zoeken voor de door u gepleegde euveldaden. Ha! De puinhoopen door u ge-sticht zullen, moeten, hier en daar waar uwe redelooze, hartelooze huurlingen voorbijtrokken, ten toon-beeld der wereld, eeuwig blijven liggen waar gij ze hebt opgestapeld ! En waarom niet? Waarom zouden wij niet enkele stalen bewaren der snoode daden van dât volk, hetwelk prôtest durft aan te teekenen wanneer men het Barbaren noemt en, spijts zijn duidelijk bewezen plichtigheid, tegenover het bezwarende rekwisitorium 't welk door de rechtbank van het Open-baar Geweten er tegen met recht wordt uitgesproken, uitdagend zijn rechters durft aan te kijken! Waarom zouden wij, tôt stichting van het nageslacht, en om ten eeuwigen dage in onze nakomelingen den weldoenden haat warm te hou-den die ieder ware Belg voor de moordenaars zijner vaders, moeders, kinderen en geliefden voelen en steeds voeden moet, waarom zou Belgie er niet toe besluiten, al was het maar één plek uit te kiezen, waarop de overweldiger van het vaderland den stempel zijner barbaarschheid drukte, en die plaats in haar ellendige puinen ongeschonden te laten voort-schreieh over de rampen die Belgie voor de Vrijheid en het Recht zoo heldhaftig wist te doorstaan? Zou zulk een plaats geen bede-vaartplaats worden voor aile la-tere geslachten, een oord van hartversterkend gebed, een heilig-dom, waar de Belg, op den in puin geschoten grond waar eens de vaderen vochten en stierven, moed en kracht zou putten om trouw te waken over het zoo kostbaar Erf dat aan zijn liefde is toevertrouwd, en om het te bewaren ten koste van bloed en leven tegen elken aanslag van waar hij ook moge komen ? Wij denken van wel en zijn er, ten stelligste, van overtuigd. Daarom kan „Het Vlaamsche Land" zich niet geheel aansluiten bij het verslag dat wij hieronder laten volgen van Z.Exc. den heer Minister van Land-bouw en Openbare Werken aan Zijne Majesteit Koning Albert. * * * Sire, na den heldenmoed onzer soldaten, is er niets dat een krachtiger blijfc geeft van den ontembaren wil om te overwinnen en te herleven waarmede gansch het volk bezield is, dan den vurigen ijver met den-welken de burgerlijike bevolking zich van nu af inspant en zulks, onder de oogen van den vernieler, om opnieuw op te richten wat deze verwoest heeft. Vooraleer vrijheid en veiligheid aan de personen worden teruggeschonken, terwijl de ge-zinnen nog verspreid zijn en hun leven gevaar loopt, Worden aanstalten gemaakt om steden en dorpen weer op te bouwen om opnieuw een volledig Vaderland in het leven te roepen. Het is de plicht van de regeering, dien edelen spoed te onder-steunen.Ongetwijfeld kan er geen sprafce van zijn, de over het land verspreide puinhoopen aanstonds te herstellen. Dit zou een roekeloos, onoverlegd, en helaas! wel-licht een nutteloos werk zijn. Nog lieeft de vijand zijn vernielingswoede niet ten voile gekoeld. De gebeurtenissen in het deel van het land, dat de dapperheid1 van ons leger tegen zijn aanvallen beschermd heeft, geven er ons dagelijks het bewijs van. Geen verschil bestaat er voor hem tusschen versterkte steden, verdedigde steden, opem steden en de nederigste dorpen. 't Is een vernielingsoorlog dien hij voert en, als onze gadenkteekenen onder zijn slagen gevallen zijn, werpt hiji zich nog hardnekkig op hun overblijfselen. Wat zal hij doen, zoo hij eenmaal ondex de nederlaag, welke door ailes voorspeld wordt, uit het land gedreven wordt? Zal hij niet trachten zich te wreken door dat-gene, wat er ons nog overblijft te ver-nielen? Zal de terugtocht zijn gruwelen niet komen voegen bij die van den inval? Niemand zou in 't begin van den oorlog hebben kunnen veronderstellen dat een rijk, dat zich beschaafd noemt en dat zich de wereldheerschappij had durven voor-' stellen, zich zou schuldig gemaakt hebben aan de gtruweldaden, waarvan wij ge-tîiige zijn geweest. Niemand zou thans durven hopen, dat de eenmaal mensche-lijk geworden vijand aan zijn wreede handeïwiij'ze zal varzaken. Er moet dus ge-wacht worden totdat hij1 verdwenen is, vooraleer er aan het heroprichten onzer gebouwen en onzer woningen kan gedacht worden, zoo niet zou men een faut be-drijven, welke des te grooter is, omdat zij onverschoonbaar is. Door middel van voorloopige werken moet men voorzien in de oogenblikkelijke noodwendigheid en onze ongelukkige bevolking onder dak brengien. Op talrijke plaatsen heeft men de hand aan het werk geslagen met een ijver, welke niet genoeg kan geprezen worden. Dooh, aanstonds na het heroveren der vrijheid, zullen er midde-len moeten bedacht worden om hier erop te bouwen, wat door de Duitsche woeslheid /ernield werd. Dit zal onverwijld moeten jedaan worden naar gelang der be-vrijding van het land. In het overweldigd gedeelte heeft men er reeds een begin mede gemaakt, en zijn studies aangevangen. Zelfs in het buitenland, in Frankrijk in Nederland en vooral in Engeland, heeft men, op levendige en edelmoedige wijze, belang gesteld in de vraagstukken, be-treffende den „heropbo-uw van België". Het zou mij ojnmogelijk zijn de hulp te ver-zwijgen, welke het „Belgian Town Planning Commitee", te Londen, aan de Belgische bouwkundigen biedt om hen in staat te stellen de veelvuldige vraagstukken te be-studeeren, welke weldra zullen moeten op-gelost worden. Zoo heeft de samenwerking, welke op het slagveld tôt stand kwam ter verdediging van recht vrijheid en bescha-ving, zich nog uitgebreider getoond, wanneer het er om gaat ons land tôt nieuw leven, nieuwen bloei en schoonheid te doen herboren worden. Sommige hebben voorgesteld onze ver-woeste gedenkteefcanen, onze vernielde plaatsen in hun tegenwoordigen toestand te behouden en ze elders te herbouwen. Het schijnt ec'hter niet mogelijk, dit denk-beeld te verwiezenlijfeen, behalve in eenigé zeldzame uitzondeiingsgevallen. België be-hoeft zijn puinhoopen niet te bewaren, om zich zijn ongelukfcen te herinneren. Uit fierheid wil het zijn aanvankelijke onge-schondenheid opnieuw veroveren. Op iedere plaats een gedenkteakien met de namen der soldaten, welke voor het vaderland gestorven zijîn, en met de namen der ver-moorde inwoners ; een gedenksteen op elke woning, op elk heropgericht gebouw, zijn voldoende om ons aan het verleden te herinneren. Ze zullen het nakomelingschap leeren, dat men geen geloof meer ma,g hechten aan het woord van hen die, nadat zij plechtig ingestaan hadden voor onze onafhankelijkheid, de verdragen verscheur-den waarop hunne handteekening stond, ons grondgebied overweldigden, ons land te vuur en te zwaard verwoesten, de weer-looze bevolking uitmoordden. Ze zullen ons handhaven in ons besluit, nooit af te wijken van onze aloude getrouiwheid, welke het Belgische volk tôt eer strekt, doch steeds bereid te zijn om iederen aanval tegen de onafhankelâjlkiheid van het vaderland af te weren. Met het oog op den toestand welke door den oorlog is in het leven geroepen, zal de behoefte, om de wetten te wijzigein, volgens dewelk'e de inrichting en de uit-breidin,g der steden geregeld worden, aanstonds na het eindigen der vdjandelijk-heden een der emstigste bezorgdheden van den wetgever zijn. In afwachting is dit wetsbesluit, dat ik de eer heb iaan de onderteek'ening van uwe Majesteit te onder-werpen, bestemd om de wetgeving te doen overeenstemmen met de onmiddellijke be-hoeften, om ' de regeering in staat te stellen de hulp en leiding, welke van haar verwacht worden, ten voile doelmatig te maken. Dr. JOZEF CRETS. Leest den zeer belangrijken soldatenbrief van onzen aan het front strijdenden medewerker, CONSTANT HODISTER.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Het Vlaamsche land: Vlaamsch orgaan voor België en Nederland appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Rotterdam du 1915 au 1917.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes