Het Vlaamsche nieuws

243 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1915, 20 Octobre. Het Vlaamsche nieuws. Accès à 11 juillet 2020, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/t14th8d935/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Woensdag 20 Oktober 1915. Eerste Jaarg. Nr 278 Prijs : 5 Centiemen door geheel België WWWWSll' W1.IU > I lwaWBg8j«MBgw»BW|iW«ittM^3»i:^m^jgiM»r7^,-^fci ag -■ ■■■ Het Vlaamsche Nieuws •MB mm mulm « mmmt wmmgmM NI<mswÊMa4 tan BelgJ& • %adMN 7 sum) p«f mwÊtè ABONNEMENTSPRÏJZEN ?ar wesk 0.35 Per 3 maanden 4.— Per rnaand 1.60 Per 6 maanden 7.50 AFUJsVAAKilllrDK^i VAJS DM» QF8ISLRAAB ; B£ Ang, B08MS — Atfcert YAN $EN ÊRAND'B BUREELENï RGODESTRAAT. 44, AKTWESFSF, Tel. 1§S§ AAa IVU« L»1U11N lililN Twe«de bladz., per regel 2.50 i Vierde bladz., par régal.. 0.50 Derde blad., id. 1.— j Doodsbariaht 5.—» T7 -11 - j _î _ i_ r» /~vr\T\ a a m * * •" "" —*'ll""' '- 1 Après la guerre, Ln'en parlera plus!.. ■De oorlog bracht den genadeslag ai «Vlaamsch en aan de flamingante ■ toch spraken en schreveir onze t Hstrevers, zoo zingen zij op aile t ■ i, en reeds lachen ze in hnn vuist i 'Brheffen den kop, vol zegevieren* 3®jheid de flaminganten uit de hoog 'Hkijkend met dreigende blikken. Vo 'iBfusiljeeren, ge weet... ■Het ergste van al dat gezeever is ai Hjunige lieden overkomen, Vlaamsc Hzinden, die bij die bedreiging en d ■zwets, van angst bijna iets in hi ïHoek deden en gauw, gauw, eene ma :lHttenlijst lieten rondgaan om te ku teekenen dat zij niets gedaan ha Ho, 0ok voor 't fusiljeeren, later, zi r®!Dat is het eenige effekt geweest vî H: franskiljons gezeever. jHl'ant gezeever was het maar, en < Byvijzen hoopen- zich op, dag aan d£ ^■rijker en doorslaander, dat nog noc ,l< Vlamingen zooveel werkzaamhe H den dag legden als heden, en i Hiust mogen zeggen dat, ondanks al ^■tdachtmakingen, aile laster en kuip Hi> hun werk beloond wordt en hun i: ^■linR-en nooit zulken hoogen bloe-i b jHktên, in de hoofdstad, als ten huid rHn dage. Weest maar gerust, lieer< Hnskiljons, na den oorlog zal men t Hier nog van spreken, van ons Dietsc] iHmeer dan ooit zag men nu klaar « jHjidelijk dat de franskiljons en de hee Hoiden der Wallonisanten-bewegir 'Hs leugens trachtten op de raouw Hetcn wanueer ze vertellen dat de W Ha SOT Vlaamsch willen leeren. Hpe hebben onlangs gemeld, volgei Hti Brusselsch blad, dat overal in h Halenland de Waalsche arbeiders i iHkte drommen naar de avondschole ^Bken waar Vlaamsch wordt geleert ,H klaar en duidelijk bewijst dat c ^■alsche werklui nog zoo ant Kainsch niet zijn als men het oi e te ma^en- BHËetzelfde verschijnsel doet zich in c j^Bfdstad voor ; onze lezers weten d; gH Willeins-Fonds, evenals in vroe^ Hn, ook nu weer den leergang va ^^■amsche taal inrichtte en heropende Hp leergangen worden gegeven in c m der Rollebeekstraat voor de mai H in de school der Stroostraat voc Hvrouwen ; welnu, in de Rollebeel H%t volgen 150 leerlingen den lee: »'o' van 't Willems-Fonds, cijfer d: ^Hroeger jaren nooit bereikt werd ; e H beeft een dertigtal ingesclireve jjHtlmgen moeten weigeren bij gebre S'laats ! Voor de vromven is de toi ^H^Precies dezelfde, en men ziet zic |^B>eide scholen voor de vraag geplaafc iaHtat niet dringend is de leergange Hwtdubbelen. H-lim, al deze leerlingen zijn Walei j^BErusselaars, bedienden bij bankei ^j^P^eringen en... ministerie, Walei _Hrv™ Destrée eens zei dat ze gee I^Banisch willen leeren omdat het hu H<«ii nut kan zijn ; en al deze lee: zitten daar aandachtig, volge H ®oed en ijver de lessen en doe uiterste best om dat veracht «rasch te leeren. Zel'fs zei een de H^en, een hoog beambte eene ^P'tekinrichting, ons deze week nog ls «en echt schandaal dat ik, Brus ®H?p van geboorte, die al de klasse '^■. 'l^lschc scholen heb gedaan, m: ^■Wagjarigîen ouderdom nog verplicl 3 ■ ;!:ifmsch te leeren omdat men i Ve^wholen het Vlaamsch niet ondei ^H|®|™^°P degelijke manier. » Of-1 ^eer^nsen van 't WT a»;011ds is ook een dagbladsehrijvei ■'H" ':1' aan een Fransch blad verbor H1 'lL' °°k al het nuttige van de ker *nz<;y. ,taal heeft ingezien. Maar wa 0^Ke°0"1^t schijnt, en, helaas! maa ■ ftaar is, er zijn onderwijzers de «e*he gemeentescholen die he de Vlaainsche leergange: h 1 wi] verwijten hun zulks niet 'H - daar; integendeel, zij bewij ■M'' r 'nz^c-'lt te hebben in dei H. ?ei1 toestand van het onderwij , H, ,a®uische taal te Brussel ; zij ont ï ^eene moeite om zich dat to Hji-i" ^at hun in de Normaalschoc M :J te weinig gegeven werd on Uldige iegens hunn te ^unnen vervullen ; zij vet ?3rv<î?r a^en lof, zelfs ondank ■fchrijven!kh dS"' beàienden lie B|erfiveW]'st zaa^je niet aan welk Ht»a,nende leerkrachten wij hie: Hi>, S °n?e kinderen moeten toever j^H; en ls het niet klaar en duide ^H^iii ft,°eiaa,rs met hoopen te vindei 1 B*'» * scholen, die niet opge I ln v°oï de taak de Vlaamsch- wwwbi—^piîïi— kinderen een natuurlijk en pedagogisch onderwij s te geven? Ook te Sint-Gillis werden Vlaamsche ' « leergangen ingericht, en het gemeente- j bestuur,één franskiljonsch boeltje.dacht ■ in zeker dat die leergangen niet den min- j Q sten bij val beschoren was; er werd dan ! ook maar één leeraar aangesteld. Welnu, deze leeraar kreeg noch min noch meer dan 200 leerlingen in zijn les, meest je allen Walen, en men zag, zich verplicht te hem nog een helper bij te zetten. E,n dit zal natuurlijk nog verre van voldoende °r zijn! m Te Aucl€rghem heeft de Vlaamsche cursus, door de gemeente ingericht, een onverwachten en buitengevyonen bij val gehad, en de meeste leerlingen, schier allen bedienden, zijn Walen. r" Als men nu bedenkt dat al deze leer-lingen uit vrije keus de Vlaamsche les-" sen volgen ; dat al deze Walen de nood-et zakelijkheid ondervonden Vlaamsch te in kennen, en zij met veel ijver onze taal bestudeeren, dan staat het vast dat de ' Walen in deze zaak niet koppig zijn, lS geen haat voelen voor de taal hunner Belgische broeders, maar dat zij belet LC; worden, door heethoofden en belhamels, die taal aan te leeren ; dan blijkt het ook le dat de Brusselsche school niet voldoet e- aan de eischen welke men haar mag stel-3- len, vermits hare leerlingen in het latere e- leven de oindervinding opdoen, tôt hun i- schade, dat de koppige haat voor 't n Vlaamsch, van een bende franskiljons ix die dank aan politieke knoeierijen hier i, de wet stelt, er schuld aan heeft dat zij n de tweede landstaal niet kennen en er t- zich nu zoo moeten voor inspannen. g On n'en parlera plus, du flamand!... -e Eu al deze Walen doen nu al wat ze i- kunnen, juist om onze taal later wèl te spreken ! Arme franskiljons, wat hebtge is u deerlijk bedrogen ! it Geen Vlaamsch meer? Maar het volk n roept en schreeuwt om Vlaamsch, alleen n giûg'cn hoort het niet... De Vlaamsche 1, en Hollandsche kranten worden met dui-l€ zenden en nog duizenden in Brussel ge-i- lezen. Fene nieuwe uitgave, een ge'illus-îs treerd weekblad, wordt overal goed ver-kocht.[e Geen Vlaamsch, jongens? En dra it wordt er hier een Vlaamsche boekhandel ;e gesticht^. waarvan de noodzakelijkheid n '-ich ten zeerste doet gevoelen. . Geen Vlaamsch? En waar we vroeger é één Vlaamsche schouwburg hadden j_ bloeien er nu twee, en weigeren zij volk. )r En een verbluffend nieuws staat de franskiljons te wachten, op schouwburg-gebied, een nieuws dat hun een « indi-lt gestie » gaat bezorgen, kijk ! n Ah, geen Vlaamsch ! En een leergang n voor zuivere uitspraak wordt opgericht ; k zoo zal er niet alleen Vlaamsch, maar beter Vlaamsch gesproken worden. En k als ge wilt zien, beste jongens, hoe ons 5t volk om Vlaamsch vraagt, gaat dan I ^ maar eens eventjes naar Clauwaert's Eiederavond, waar iedere Woensdag vijf t honderd menschen vergaderen om onze" ' liederen te leeren. Wat, de Brusselaars L' zouden geen Vlaamsch meer spreken? ^ Wel, ze zingen het, jongens, ze zingen n het dat het u m de ooren tuit, zooals later, als onze Vlaamsche soldaten zul-^ len terugkeeren, en gij uw vuig^werk tegen onze taal zult durven voortzetten, n het u in de ooren zal tuiten : « Wij, die e ginder waren, wij zijn hier ook een r beetje thuis, zulle ! » r -A : Jef HERREMANS. j ONZE LETTERKUNDIGE a PRIJSKAMP 1 Alfred Hepnsoheidt ; 1S66 Iemand vroeg aan Hegenscheidt bij- ] zonderheden over zijn levensloop en , over zijn werk. j Hij kreeg het lapidarisch antwoord : — Noch bio- noch bibliografie. 1 Bibliografie spoedig gedaan : enkele j gedichten, een stuk over rhytmus en dat , ' groote, dat voldoende voor een schrij- , ver : Starkadd. 1 Geen biografische bijzonderheden? Nochtans is hij geboren, en wel te ; . Sint-Jans-Molenbeek, in een Vlaamsch ( ï midden van het in den grond altijd , x Vlaamsch geblevene Brussel. ! » Hegenscheidt is een bescheiden en ] . zeer geleerde jongen. Hij laat gerust i s schrijven dat hij eenvoudig onderwijzer i . is. Hij verwierf nochtans den akademi- , schen tite] van doctor en is thans hoog- ] , leeraar in physische aardrijkskunde aan i r de Brusselsche Universiteit. < Zijn vrienden kenden hem destijds 1 - slechts als een brave, verstandige, ui- ( i terst spezellige jongen, die veel wist, wel - een» gepast een woord zei ,doch lief#t j i t de anderen liet praten. ' 1 Op zekeren keer verdween hij uit den vriendenkring, Hij was ziek, ernstig ziek : de tering. De geneesheeren stuur-den hem naar Davos en hij kwam, na maanden, terug, niet als de zieke jonge-ling, doch door overvoeding in de berg-lucht tôt een dik baasje gedijd, dat we-, levenslust te koop had. Omdat hij er zoo goed uitzag en ze zooveel van hem hiel-den, noemden zijn vrienden hem van toen af gemoedelijk Menonkel. Zeer wel, doch Menonkel was van Davos nog met iets anders teruggekèerd dan niet een opfleurende gezondheid hij schreef er Starkadd. Ja^met dat ziek gestel ;schreef hij dat kerngezonde ster-ke werk Starkadd. 't Was een verrassing.een openbaring, een gebeurtenis. Vermeylen, Hugo Verriest en Em, de Bom, drie bevoegde stemmen en van 't besie dat we hebben, schreven over het drama. Vooral de beoordeeling der twee laatsten is merkwaardig en wij willen die morgen mededeelen. Hegenscheidt is een vereerder van Goethe en van Vondel, van Beethoven en Wagner, Als er Wagner-voorstellin-gen waren te Brussel gebeurde het wel eens dat hij ze aile bijwoonde, zonder er één over te slaan. Hij is ook doorvoed met de Duitsche wijsbegeerte. Van Kant en Deibnitz houdt hij 't meest. En even als de Franschen Pierre Boudin, Emile Combes, Joseph Reinach — zie Het Vlaamsche Nieuws van gisteren — weet hij dat de groote lijn van het denken van de 19de eeuw het sterkst in Duitsch-land werd uitgesproken. Hoe hij over Vondel spreekt is wel de moeite waard om er naar te luisteren. Duisteren wij dan : « De groote dichter zal dus een hoog ontwikkeld eenvoudig mensch zijn. Ik wil dadelijk een voorbeeld noemen uit dezen tijd. Het geslacht van 80 in Ne-derland heeft zulk een dichter voortge-)racht : Willem Ivloos ; hij js niet een dichter van eersten rang — en indien ik fat zeg, staan in mijn geest boven hem Jante, Shakespeare, Vondel, Goethe — omdat hij niet, zooals zij, het gansche leven omarmd heeft en in zich opgelost tôt energie, maar slechts een deel van het leven, maar dit dan ook zoo volledig dat zijn lyrisra in zi'jn gansche volheid blijft klinkeii nevens de stem dier allergrootsten. Ik zeg dit omdat ik ge-Inkkig ben het te zeggen, omdat Kloos' verzen mij eeu genot verschaft hebben als zeer weinig andere. Bij eenige dichters is de bewustwor-ding van de beweging door hun gedicht zoo intens dat ze schier tôt innerlijke hallucinaties van de hoogste weelde op-voeren kan. Geen dichter heeft mij dien inclruk zoo sterk gegeven als Vondel. Ik lees « De Kruisberg ». Heilig wordt het mij te moede. 't Is heel stil in mij. Recht uit het hart welt eene lijn met zachte regelmatige deiningen ; zij gaat gindsch ver naar Golgotha waar ik reeds in mijn vroegste jeugd Jezus aan 't kruis zag ge-klonken en dat nu hoog en zwart at-steekt tegen het laatste avonrood. Drie-tnaal kronkelt zij om den voet van het kruis en nadert altijd meer Magdalena die daar knielt, het kruis aan haar borst klemmend, rijst dan op naar Jezus, Magdalena zacht streelend, en verdwijnt in den hemel als een gebed van vroeger. Eene beweging van gansch anderen aard sleept mij mee in « Lucifer ». Ik word opgeslingerd ten hemel in een al-machtigen orkaan. Een oogenblik blijf ik daar zweven op den top van eene berghooge baar en 'k juich luid op om tiet geweldige van de beweging, om eene weelde die ik vroeger nooit gekend had. Dan1 stort ik weer in den af grond, maar ik vrees niets, want straks zal ik weer laarboven hangen en weer mogen jube-en bij 't zien van dien oceaan van ko-ossale golven rond mij, en bij 't hooren .'an 't rollen en 't ratelen uit duizend Dazuinen en 't geloei als van tienduizend stemmen. Ailes in mij is grootsch en nachtig. De storm is overgegaan. Ik sta weer ian,'t stand en 'k ga weilig en opgetogen le wereld in, want de wereld is mij ne noeder en ik haar geliefkoosd kind, en die menschen zijn mijne broeders. Dat is de Vondel in mijn hart. Dat is le beweging in Vondel. En daarom heb k een hekel aan de « Inleiding tôt Von-lel » van Verwey. Dat is enkel gepraat, jekapt stroo rond Vondel. Als men eene (vnthesis van Vondels werk leveren wil, îeeft men dan wel het recht te spreken /an « blanke en roode, koele en ronde voorden», mag men Vondel wel een ( fijnproever » noemen? Als ik dat lees îeb ik het gevoel van eene heiligschen-îis. Het woord van Vondel heeft slechts :en karakteristiek : de onmiddellijkheid; îet is de stempel van het beeld in Von-lel,Vondel is de Nederlandsche Bach, en il® over mij zijn machtige polyphoni# îeenruischt, als zijne oratorios en zîjne motetten mij meesleuren in hun duizlige draaikolken van menschelijkheid, dan wil ik niet door Verwey's xylophoon tôt zijn artistiek wereldje teruggeroepen worden, en daarom lees ik liever Vondel zonder Verwey's kommentariên en ge-cursiveerde verzen. Want al wat hij zegt van verstand, verbeelding en geluid bij Vondel, dat is Vondel niet. Vondel is de beweging die ik voel en die het volk voelt en vooral voelen zal. Vondel is de rbythmus van Vondetden-Mensch, en dat alleen is de geuwige Vondel. » Dit brok geeft ons een inzicht in de artistenziel en tevens in de onderlegd-heid en verstandelijkheid van den dichter van Starkadd. Morgen dus, over zijn werk. De Mobiiisatie ici Griekeniaod Wij geven hierover een stemmig stuk-je ontleend aan een briefwisseling uit Athene aan een Hollandsch blad. Met opzet laten wij datgene weg wat betrekking heeft op de houding van Griekenland ten opzichte van het nieuwe Balkan-konflikt, - omdat sedert het schrijven van den korrespondent de ge-beurtenissen in Griekenland zich in on-verwachte richting hebben afgespeeld. Wij bedoelen het aftreden van Venizelos en dè neutraliteitspolitiek van het nieu-v^e ministerie. De beschrij ving herinnert ons aan 'roeger dagen : «De stad Athene heeft in een paar dagen een geheel ander aanzien gekregen. Van een vroolijk-le vende zuidelijke stad, wereldsch druk en den laatsten iijd een beetje kosmopolitisch, is ze als een vesting geworden, een stad vol soldaten. Soldaten, ge ziet ze in aile stra-fen, op aile uren van den dag. 't Is of ze uit den grond opgekomen zijn. Als men 's morgens vroeg opstaat en uit het raam kijkt, ziet men er al, en 's avonds laat zijn ze er nog. Zij gaan in aile richtingen, krioelen door ellcaar. Sominigen hebben het zeer druk, loopen zoo snel zij maar kunnen. Anderen hebben voorloopig niets te doen. Zij slen-teren maar wat heen en weer, met el-kaar pratend en cigaretten rookend, of ze gaan in een koffiehuis zitten, waar zij zich urenlang met één kopje Turk-sche koffie tevreden stellen. Duizenden soldaten zijn er in de stad Athene, de drukste straten zijn geel van de khaki, er zijn er soms haast meer dan gewone burgers. En wat het wonderlijkste is, er komen er steeds meer. Heel goed kan men de gedaanteverwisseling volgen waardoor een gewone heer of een gewo-nè boer een krijgsman wordt.De magazij-nen, _waar de onderscheiden militaire ldeedingstukken uitgedeeld worden, schijnen ver van elkaar te liggen, de mannen moeten door de stad loopen, om ailes te krijgen. Sommigen beginnen van onderen, anderen van boven met hun gedaanteverwisseling. De eersten ziet men met een militaire broek en sol-datenlaarzen loopen, terwijl ze van boven hun dagelijksch pakje dragen ; de tweede kategorie zet eerst de khakipet op met het kleine oranje kroontje, dat doet denken aan een strikje,. dat men in Holland met Koninginsverjaardag draagt. Lachend komen ze soms vrienden tegen. « Ja, ik ben er ook bij », zeggen ze dan. Zij doen natuurlijk allen hun best geheel zorgeloos te schijnen en laten niet merken, wat zij al voor het vaderland hebben opgeofferd. In de stad Athene heerscht een onge-kende levendigheid. Uit Attica, uit den Feleponsus, van de eilanden verzamelen zich hier de jonge mannen, die opgeroe-pen zijn. Met hun pakje op den rug kwamen ze. aan, stoere, gebruinde boe-ren jongens meest, met stroohoeden, pelsmutsen, jockeypetten, of doekjes op het hoofd. De meesten weten heel goed, waar ze zich aan te melden hebben. 't Is de eerste maal niet, dat zij van hun dorp komen, om soldaat te worden. Zij hebben 't na hun diensitijd al een heer meesremaakt. Ailes gaat daardoor va,n-zelf geregeld. De meesten weten Ook wat een oorlog beteekent. Op hun borst dragen zij de herinneringsmedailles van twee veldtochten, Hoe kort zijn die pas geleden ! Al de ontberingen, die een winterveldtocht met zich meebrengt, kennen ze, aile gevaren en ongemakken van den krijg hebben ze nauwkeurig ge-meten. Een overwinning kost veel bloed en tranen, zij scheppen zich geen illu-sies. Ailes herinneren zij zich, het was of 't fisteren gebeurd is. Hoe heerliik was 't echter na de zegepraal weer te-huis te komen, zich weer te mo?en wii-den aan de gewone bezigheden, de moei-lijke, dikwijls eentonige taak. t —*— ' ' Er is indertijd herhaaldelijk gewezen t op het verschil tusschen de mobiiisatie- 1: stemming van 1912 met die van 1897. c In het laatstgenoemde, ongelukkige jaar i: juichten de Grieken al over de overwin- L ning voor die bevochten was. In 1912 b daarentegen waren ze kalm, ernstig, 'i waardig en vastberaden. Nu is het, of n die menschen nog bedaarder en mc-er in n .dchzelf gekeerd geworden zijn. Er heeft 1 zich nooit een volk minder oorlogszuch- tig ten strijde voorbereid, dan de Grie- C ken in 1915. Men o,nthoudt zich opzet- j< elijke van elke lawaaierige, vaderlands-evencle betooging. De ernst van het ogenblik drukt zwaar, elke hoerastem-îing is den menschen vreemd. Een oor-Dg is geen pretje, hebben ze pijnlijk ge-: -rd, maar ean bittere noodzakelijkheid. "och morren ze niet. Zij zullen, als 't loet, hun heiligèn plicht vervullen, îaar dat dan vooral zonder onnoodige rukte en snerpend krijgsgeschreeuw. » Zou de naargeestige stemming der rîieksche bevolkifig thans niet een beet-; opEfelicht zijn? Dagelijksch Nieuws OPïIELDERING. — Wij geven van tijcl tôt tijd uittreksels van Engelsche bladen, vooral van die bladen welke be-hooren tôt de Nortcliffe-pers, ijverend voor algemeene weerplicht in Engeland. Die stukken zijn soms nogal kras, bijzoo-verre dat een onbevoegd lezer zich we,l eens de vraag moet stellen : is dat nu door een Eng-elschman of door een Duit-scher geschreven. Zoo bevatte o. a. een der laatste artikels uit de « Times » over het offensief tegen Servië een onbesuis-den aanval tegen de Engelsche regee-ring, welke ervan beschuldigd werd niet de voile waarheid te zeggen, terwijl vele Duitsche bladen zelfs de officieele mede-deelingen der geallieerden opnemen. Zoo zegt bijv. de « Times » in de vertaling van de « N. R. C. » : « Voor de geheel indere handelwijze van de entente-mo-■^endheden — met name van Engeland — =s maar een verklaring mogelijk : een ;lecht geweten. » Dat zijn letterlijk de wcorden die de jarlementaire medewçrker van de « Ti-nes » gebruikt. Het blad beschuldigt zijn îigen bondgenooten wel van gebrek aan breedgezindheid, maar treft dit verwijt ook de Engelsche censuur? Men herleze het heele stuk in ons nummer 275. VOOR DE VERFRAAIING DER BELGISCHE STEDEN. — De kommis-sie voor Gebouwen en Natuurschoon heeft een vôor-ontwerp bestudeerd met het doel de formaliteiten te regelen welke inzake het bouwen van nieuwe en de verbetering van oude wijken in steden en dorpen te vervullen zijn. Deze studie werd gemaakt met het 00g op den voor-uitgang van de hygiëne en het schoon heidsgevoel alsook het drukker verkeer, welke de eenmaking en het verbeteren van eenige voorafgaandelijke formaliteiten vergen met betrekking tôt het op-richten van nieuwe wijken of tôt het ope-nen van nieuwe verkeerswegen. Krach-tens het ontwerp moeten de gemeente-besturen, die van plan zijn verbeterings-of gezondmakingswerken in een oude wijk uit te voeren, of een nieuwe wijk-op te richten en nieuwe verkeerswegen aan te leggen, zich tôt een bijzondere kommissie wenden, die den maKer van het vôdr-ontwerp zal hooren en ook leder andere persoon, wiens advies zij her nut-tig zal oordeelen om in te wmnen. Zij zal haar advies over net nut en het ontwerp der werken geven, met inachtneming van : i° het verkeer van voetgangers en van allerlei voertuigen ; 2° de voorsenriften der esthetiek van steden en dorpen; 30 de bewaring en het tôt hunne waarde doen komen van monumenten ; 40 de aansluiting der nieuwe met de oude wegen zoowel in de gemeenten in kwestie als op de terreinen der aangren-zende gemeenten ; 50 de diensten welke van al de ontwor-pen en bestaande wegen verwacht worden na uitvoering van het algemeen plan der tegenwoordige en toekomende ver-grootingen der in aanmerking komende gemeentegroep. Het advies van de bijzondere kommissie, bevattende de eventueele wijzigm-gen, welke haar noodig of nuttig zullen voorkomen om in het voorbereidend ontwerp aan te brengen, zal aan de kommissie der Gebouwen en Natuurschoon op-gezonden en door deze laatste aan ce wederzijdsche gemeentebesturen over-gemaakt worden. Na kennis genomen te hebben van de adviezen der spéciale kommissie en van de kommissie voor Gebouwen en Natuurschoon zal het gemeentebestuur defini-tieve plannen der voorgenomen werken doen opmaken. De onteigeningsformaliteiten «ullen dan overeenkomstig de wettelijke voor-schriften voorgenomen worden. Ziedaar het ontwerp dat aangenomen is en welks toepassing in een ware leemte zal voorzien. GOEDENDAG. — 't Is het orgaan van «Jong Vlaanderen», de flinke kring van studenten uit het middelbaar onder-wijs, die« we voor de» oorlo» bij i dan één gelegenhelid aan het werk hebben gezien. Opnieuw steken deze kra-nige Vlaamschgezinden de handen uit de mouwen, omdat ze begrijpen dat thans meer dan ooit voor taalbelangen moet geijverd worden en we mogen dus het hefVerschijnen van hun maand-schrift « Goede,ndag » aankondigen. Het eerste nummer zal waarschijnlijk tegen begin November gereed zijn. We verwachten er veel goeds van ! PRISCHTINA, DE NIEUWE ZE-TEL DER SERVISCHE REGEE-RING. — Dat de Servische regeering voor den opmarsch der centralen eenige vrees koestert, bewijst het vertrek van de overheden van Nisch naar Prischtina. Prischtina ligt in een gansch verlaten streek, ten Zuidwesten van het vroeger dikwijls aangehaalde Sandjak Novi-Ba-zar. De stad telt nog geen 20.000 inwo-ners en bezit niets dat bezienswaard is, buiten de vroegere burcht van den Ser-vischen koning Milutin, die in het Turk-sche tijdperk als regeeringsgebouw gebruikt werd, verder een overouden toren en een twaalftal moskeeën. De bevolking bevatte tijdens de verovering door de Serviërs in 1913, 14.000 Mahomedaan-sche en slechts 2000 christene Serviërs, 1500 Turken, 600 Zigeuners, 400 Alba-neezen en evenveel Joden, 200 Tcherkes-sen en zoo Zingaren. De stad is onge-veer 11 km. verwijderd van het station van den spoorweg Mitrowitza-Saloniki, e nligt op den beroemden Kossiowopolje, waar in 138g het Servische keizerrijk voor de Osmanen zwichtte. De herinne-ring daaraan wordt door een «Turbé» Igrafdenkmaal) van Sultan Murad ver-eeuwigd. Dit gedenkteeken bevindt zich 8 km. ten Noordwesten van de stad op den weg naar Wutschitrn en juist op de plaats waar de sultan door den Servi-schen held Milosch Obilitsch gedood werd. Deze heeft gelcofd daardoor de overwining te verzekeren ; maar zijn offer was te vergeefs, want de stervende sultan had nog den tijd orn niet alleen de vernietiging van het Servische leger me-de te aanschouwen, maar ook nog het bevel te geven dat de gevangen genomen Servische keizer Lasar terechtgesteld zou worden. Geheel het omliggende van Prischtina is overigens troostloos eenzaam, en op den spoorweg reed onder Turksch be-stuur slechts één trein aile twefe dagen ! Wel was de vlakte vruchtbaar, maar de bevolking is er te gering. ZULLEN WIJ EEN STRENGEN WINTER HEBBEN? — Een Parijsch blad, afgaande op zekere waarnemingen van een ouden landman, dacht een zeer kouden winter te kunnen voorspellen. Het schijnt echter dat het een weinig voorbarig is geweest want de directeur van het centraal meteorologisch bureel te Parijs heef duidelijk aan een interviewer verklaard, dat : « Er hoegenaamd geen betrekking bestaat noch in de 00-volging der maanden noch in die jaar-der jaargetijden. Op het oorenblik, zegt hij, kan men onmogelijk veertien dagen vooruit zeggen hoe het weer zal wezen. De ondervinding heeft ons ge-toond dat warme en koude winters zich rearelen naar het toeval. Dezelfde tem-peratuurafwijkingen voor dezelfde maanden worden eveneens nauwkeurig door de wet der toevallige wijzigingen bestuurd, dat is zij zijn zooals 't rood en het zwart op de roulette. Januari was in 1914 zeer koud met een gemiddelde temperatuur beneden zéro. Februari was zeer warm met een gemiddelde tempera-tuur van 6°, In 1895 was Januari eveneens zeer koud met gemiddeld 0,2" beneden zéro. Februari. welke volgde, was een der koudste met een gemiddelde tempera tuur van 5/10° beneden het vriespunt. Laten wij ons tôt de mogelijke voor-spellingen beperken, besluit hij, en die overschrijden zelden de 48 uur, wat ons echter niet belet om vijftig tegen hon-< derd te wedden dat wij «en kouden of ee« warmwi winter feuruiea h«bbe«.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Het Vlaamsche nieuws appartenant à la catégorie Gecensureerde pers, parue à Antwerpen du 1915 au 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes