Onze taal: weekbladje voor de Vlaamschsprekende krijgsgevangenen

477 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1917, 27 Janvrier. Onze taal: weekbladje voor de Vlaamschsprekende krijgsgevangenen. Accès à 03 août 2020, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/1v5bc3tt6f/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

ONZE TAAL Nr. 85. Weekbladje voor de vlaamschsprekende krijgsgevangenen. 27e Januaril9!7 Het Vlaamsche Lied. IL Geen volk heeft zulk een onuitputbaren schat van liederen als wij, Ylamingen. Maar zwaar is dan ook de verantwoordelijkheid die rust op ons volk. Het is een heilige plicht voor iederen mensch de kunst en de kunstenaars lief te hebben. Op ons, Ylamingen, weegt die verplichting nog duizendmaal zwaarder. Want hoe gemakkelijk zou het gaan voor onze toonkunste-naars |hun volk den rug toe te keeren en hun melodie te dichten op Franschen tekst, hoe eenvoudig zou het zijn en hoeveel voordeeliger vooral den roem in den vreemde te gaan oogsten, tezelvertijd als het materiëele voordeel. Is het niet een daad van prachtige solidariteit, een gebaar van grootsche zelfverloochening, wanneer onze Ylaamsche toondichters vrijwillig en in het voile bewustzijn van hun daad afstand doen van aile eer en stoffelijk voordeel, om toch en trots ailes hun schoonheid uit te zingen in hun eigen taal en voor hun eigen volk? Is het dan ook niet de plicht van ons volk dat bewijs van liefde in dank te aanvaarden en zijn bewonderenden eerbied en genegenheid als tolk van diep-gevoelde hulde te brengen? Wât kan een volk inéér liefhebben dan zijne kunstenaars ? Want de kunst is toch het Groote in het leven; zij alleen toch doet het leven zijn voile beteeke-nis en zijn vollen omgang erlangen. En is het dan ook geen edele taak die Schoonheid als een balsem uit te spreiden in de harten der menschen, is het niet nobel de kunstenaars in wijder kring te doen doordringen en hun werk te verspreiden in het volk? Laat ons daarom beginnen met zelfs de kunstenaars te kennen en te eeren. Wanneer we doordrongen zijn van de waarheid, dat ook ons land een toekomst kan hebben, als wij het maar willen; wanneer we de heilige overtuiging in ons voeden, dat ons volk niet reddeloos verloren is, maar nog dagen van rijken bloei kan beleven, kunnen we krachtig medehelpen tôt het opbeuren van onzen stam door middel van ons lied. Maar alleen ons liedr ons Ylaamsche lied kan ons redden. Met de liederen van den verwijfden Massenet of den onbeduidenden Botrel, niet die van den zagerigen Borghése of den onzedelijken Delmet, maar alleen onze eigene Ylaamsche liederen kunnen ons volk opheffen uit de modder van banaliteit en trivialiteit. 0 ja! dat moet ik nog zeggen voor Massenet, den gewiclitigen, voorkomenden Massenet. Allen eerbied voor "Manon" en "Werther". Maar met die twee als de eenige ware poëemen in zijn muzikale voortbrengst, heeft hij het toch stiekem slim aan boord gelegd om zijn dooie miskramen door de kunst (?)-minnende muziek-kenners te doen bewonderen. Samenhoopsels van laffe, verve-lende herhalingen; vulgaire wijn, met ontzettend veel water in: dat is het kunstje van Massenet. Met dwazen lach in hun grijze oogen hebben zijn bewonderaars de wereld vervuld van de geluidjes hunner admiratie voor den Meester. Maar eunu-ken van schoonheid zijn 't, die 'k zou willen brandmerken met het gloei-ijzer van mijn haat. En wij, die omhoog hebben geschouwd en zondvloeden van schoonheid hoorden aanspoelen, wij denken niet meer aan Massenet: dood is hij. Uit bloemende vlakten is in blank hittelicht opgespat de gouden klankenzee van Claude

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Onze taal: weekbladje voor de Vlaamschsprekende krijgsgevangenen appartenant à la catégorie Oorlogspers, parue à Göttingen du 1915 au 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Sujets

Périodes