Polder en Kempen: wekelijksch nieuws- en aankondigingsblad

271 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1914, 12 Juillet. Polder en Kempen: wekelijksch nieuws- en aankondigingsblad. Accès à 15 septembre 2019, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/df6k06z08r/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Zonda# 12 Juli 1914 Prijs per nr S cenliemen 10" Jaar, Nr 28 Byvoegsel aan POLDER EN KEMPEN Wekelijksch Nieuws- en Aankondigingsblad Inschrijvingfsprijs : 3,io fr. per jaar. Voor den vreemde de verzendingskosten erbij. Men schrijft in bij den uitgever, bij de briefdragers en p al de postkantoren. Drukker-Uitgever : A. DE BIEVRE Aankondigin^en : Volgens taxief. Brieven, pakken, enz , franco toesturen. Het recht annoncen en artikels te weigeren îs voorbehoudcn Ieder nummer van POLDER EN KEMPEN bestaat ten minste uit 8 BLJLIDZIJ-IDIElsr VRIJE TRI BU U N Breede Wegen Mijnheer de Hoofdopsteller, Ditmaal heeft Mr L. Roevens in zijn antwoord van 5 Juli 1.1. blijk gegeven, toch iets méér te weten over « Onteigening en Verbreeding » dan hij aanvankelijk in zijn artikel van 14 Juni 11. deed vermoeden. M. R. antwoordt wel is waar niet direkt op mijn artikel waarin er in hoofdzaak spraak was over de « verregaande ver-breedingszucht die van uit de stad perio-diek over den buiten waait » en die, perk noch paal kennende — niets ontziet en grenst aan eene vemielingszucht die veel meer kwaad sticht dan goed... M. R. antwoordt evenmin op het tweede gedeelte van mijn artikel waarin ik de verbreeding van zekere steenwegen van groot verkeer die van de stad uitstralen naar den buiten, zeer noodzakelijk acht omdat die steenwegen de levensaders zijn waardoor stede- en dorpelingen hunne nering zien aangroeien en aldus goed bij varen... M. R. antwoordt ten slotte 00k niet op het derde en laatste gedeelte waarin ik aandring op het neerslaan der ongezonde vvoningen in stegen en gangen — echte broeinesten van ziekten en miserie — krochten waar dood en ellende hunnen schepter zwaaien, en het oprichten van gezonde en vlijtige kwartieren voor den arbeider... M. R. vindt deze problemas — die in nauw verband staan tôt de verbreedingen — wellicht van al te ondergeschikt belang om er op in te gaan en oordeelt het wijse-lijker mij eene les, eenen raad, en eenen troost te geven ! ! De les gaat over de wet op de ont-eigeningen, die ik volgens M. R. geheel verwar. Wààr en hoe ik die wet verwar, wordt niet gezegd !! Gesteld dat er waar-lijk verwarring bestond, dan werd hier M. R. een unieke gelegenheid geboden mij met mijne verwarde teksten onder zijne alwetende rechtskennis te verplette-ren. Dat hij deze, voor hem zoo prachtige gelegenheid, liet voorbijgaan, bewijst mij alleen, alsdat ze nooit anders dan in de verbeelding van mijn tegenstrever heeft bestaan ! Hij heeft wellicht zijn droom voor waarheid genomen ! Dit gezegd zijnde zal ieder onbevoor-oordeelde lezer me toegeven dat het artikel van M. R. nôch in hoofdzaak nôch in geen enkel zijner onderdeelen een antwoord bracht op mijn voorgaand schrijven en hij mij nog minder heeft terechtgewezen. Il fuit, zooals de Fransch-man zegt, par la tangente, en ik voeg er bij et pour cause ! Ik kan dus zijne les, zijnen raad en vooral zijnen troost met den besten wil der wereld, niet aannemen. Alleen wil ik mij veroorloven hem er op attent te maken — dat hij een zeer voor-naam « distinguo » uit het 00g verliest waar hij één en dezelfde rechtspleging toepast op nieuwe zoowel als op oude straten ! ! Volgens M. R. hebben de bezitters van huizen en gronden in oude straten toe-hoorende aan de gemeente, niet meer pero-gatieven dan b. v. b. de rijke grondbezit-ter die de opening vraagt van een nieuwe straat door zijn privaat domein te trekken en waarin de Gemeente, tôt dan toe, niets te zien had. In het eerste geval hebben de boordeige-naars van bestaande huizen, voorhofjes of stoepen bij onteigening volgens het stelsel Roevens ailes te verliezen, en in het tweede geval heeft de rijke grondbezitter ailes te winnen ! Ik geloof dat M. R. hier begint te ver-warren want mij werd altoos geleerd, dat de eersten gewoonlijk eene tamelijke vergoeding kregen, dewijl de laatste voor een groot gedeelte zelf de kosten moet dragen — wat trouwens niet meer dan billijk is, aangezien zijn eigendom, een-maal verkaveld, hoog in waarde stijgt. En nu het beruchte « taks-reglement » waarmee sommige Gemeentebesturen steeds schermen blijft — zelfs al wordt er tamelijk vergoed — steeds een. dwinge-landsch règlement, dat tôt de grootste misbruiken kan aanleiding geven, aangezien door haar, deze besturen zich het recht aanmatigen eenieders eigendom in feite zonder vergoeding naar willekeur te schenden, zelfs 00k daar waar het « Al-gemeen nut » hoegenaamd niet bewezen is, zooals b. v. te Hoogboom. Als M. Roevens zegt dat de Gemeentebesturen almachtig zijn in het heffen van lasten en taksen ter bestrijding der kosten harer verbreedingsplannen dan heeft hij volkomen gelijk, doch hij vergeet het hoofdzakelijkste en dat is : dat er voor- afgaandelijk in datze:fde Gemeentebestuur eene meerderheid onder de Raadsleden moet getroffen worden, die deze verbreedingen goedkeurt en volmacht geeft aan het College van door te werken ; ten tweede, dat als eenrtiaal de zaak zôô ver staat, er nog moet beslist worden of de verbreedingskosten, te doen voor het Algemeen Belang (Utilité publique) alléén gedragen moeten worden door de enkele boordeigenaars, of wel door de geheele bevolking der Gemeente. En daar zit de knoop. D. DE YOS-VAN KLEEF. # * * BREEDE WEGEN Daar de verschillende partijen nu alzijdig hun zienswijze hebben kunnen verdedigen, verklaren wij het débat be-trekkelijk de breede wegen gesloten. 't Was een belangiijke polemiek welke door onze lezers met veel genoegen gevolgd werd. De Redactie. prinsen-fy^oord De indruk, gemaakt door de gruwzame moord op den erfprins van Oostenrijk en zijne echtge-noote, is op verre na nog niet uitgewischt. Niet alleen Enropa maar de geheek wereld is vervuld met diep medelijden voor de slacht-offers en den 85-jarigen keizer ' Franz-Jozef van Oostenrijk ; — met verachting voor de laffe moor-denaars en degenen die hen, mis-schien zonder dat zij het bevroed-den, tôt den moord gedreven hebben en met onzekerheid voor wat de toekomst betreft. Zeker is het dat deze misdaad den politieken toestand in het Zuid-Oosten van Europa zeer wankelbaar zal maken. Reeds waren de betrekkingen tusschen Servi ë en Oostenrij k-Hon-garië ten zeerste gespannen, want Oostenrijk wist en voelde dat de onruststokerij in het Zuiden zijner Staten haren oorsprong in Servie vond. Servie staat niet in goeden geur in Europa. Over een twaalftal jaren, werd de toenmalige koning Alexander met zijne vrouw in hun paleis of konak te Belgrado overvallen door eene samenzwering van officieren en beiden vermoord. De huidige koning Peter Kara-georgewitch kwam tengevolge van dezen moord op den troon ; het vermoorde Koningspaar liet geene wettige afstammelingen na. De koningsmoorders werden niet gestraft. Sedertdien is de hoofd-stad van Servie een toevluchtsoord geworden voor aile soort van anar-chisten en revolutionnairen die weten daar in een midden te zijn waar de konscientie zeer rekbaar is. De Serviërs hebben in den laat-sten tijd 00k veel geïeverd om het koninkrijk Servië meer uit te breiden : het doel was aile Serviërs onder den scepter van koning Peter te vereenigen. Het was dan 00k met een slecht 00g dat Servië heeft gezien dat Oostenrijk Bosnië en Herzégovine heeft ingelijfd na gedurende dertig jaren het beschermschap ervan te hebben waargenomen. Dat doende handelde Oostenrijk in strijd met het verdrag van Berlijn, volgens hetwelk Bosnië en Herzegowina na 30 jaar aan Tur-kije moesten weergegeven worden. Die weergave had moeten ge-beuren in 1908. Ware ze gedaan . geweest, dan zouden Bosnië en Herzegowina mee gestreden hebben in den Balkanoorlog tegen Turkije en lioogst waarschijnlijk zouden zij na den oorlog bij Servië gevoegd geworden zijn. Daar ze in bezit waren genomen door Oostenrijk had Servië aile hoop verloren ze bij zijn grondge-bied te voegen. Van daar groote haat van Servië tegen Oostenrijk. Voor Bosnië en Herzegowina is het een geluk geweest door Oostenrijk ingelijfd te zijn ; ze zijn alzoo van de gruwelen van den oorlog in de Balkanstaten bevrijd geble-ven ; 00k heeft het Oostenrij ksch bestuur er veel meer hervormingen gedaan dan Turkije of Servië er hadden kunnen doen. Ook zijn de Bosniërs Oostenrijk zeer genegen, — uitgenomen, na-tuurlijk, degenen die van Servi-schen oorsprong zijn en tegen welke vijandige betoogingen hebben plaats gehad. De haat van Servië is bijzonder-lijk overgegaan op den aartshertog Frans-Ferdinand omdat deze be-kend stond als een man van karakter en bekwaamheid, die het vertrouwen en de genegenheid had verworven van den keizer, zijnen 00m, het leger en het volk. De Vrijmetselarij van haren kant liaatte aartshertog Frans-Ferdi-nand omdat deze een overtuigd katholiek was, die openbaar zijnen Godsdienst beleed. Dat zij het hare heeft bijgebracht om den aartshertog te doen ver-dwijnen, blijkt uit hetgeen gezegd is geworden op een Vrijmetselaars-kongres te Geneve, over twee jaren gehouden, door een voornaam vrijmetselaar, namelijk : Frans-Ferdinand is een waardig man, spijtig voor hem ; hij is veroor-deeld, hij zal nooit den troon beklimmen. Men verstaat nu wat die woor-den beteekenden. Men heeft altijd gevreesd dat bij den dood van Frans-Jozef, de huidige keizer, het Oostenrij ksche Vorstendom zou verbrokkeld worden. De aartshertog Frans-Ferdinand was de man om ze bijeen te hou den. Servië en anderen hoopten bij de verbrokkeling te winnen ; de aartshertog stond hun dus groote-lijks in den weg. De veronderstelling is dus niet gewaagd dat de aartshertog niet gevallen is als slachtoffer van den eenen of anderen afzonderlijken anarchist, maar wel van een poli-tiek komplot door hoogerstaande mannen en de Vrijmetselarij be-raamd, en wellicht uitgevoerd door kerels die zelven niet wisten voor wiens rekening zij handelden. Intusschen is de internationale gezichteinder meer dan ooit, duis-ter en betrokken. In Oostenrijk is men opgewonden tegen Servië, maar moest Oostenrijk er de wapens tegen opnemen, heel zeker is het dat Rusland Servië zou ter hulp komen, En dan staan we wellicht voor eenen Europeeschen oorlog. FEUILLETON VAN Polder en Ketnfen. IN HOOGER KRING 4 « We zullen die originaliteit hier toch niet te genieten krijgen, hoop ik », zeide Julia Hangeler. « Misschien », riep gravin Starnberg, « mevrouw Ballinger is de vorige week aan mevrouw Steube voorgesteld, , de dames hebben elkaars kaartjes gewisseld en ik heb haar, mevrouw Ballinger, den goeden raad gegeven, vandaag bij de goede burgemeestersvrouw op de receptie te komen. « Ach, stel me dan ook eens voor aan uw beschermelinge » zeide de generaals-vrouw spottend. « Ik zal 't niet vergeten, Margot », lachte de gravin. Daar trad advocaat Siemers naar voren om de dames te groeten. « Waart u ook op de bruiloft Ballinger-% Everdorp », vroeg de barones van Hangeler \ « Zeker, mevrouw. Gustaaf Ballinger \ is een oud-schoolkameraad van me ». De geineraalsvrouw informeerde : « Is hij werkelijik zoo'n alledaagsch, gewoon mensch ? » « Inteeendeef ». « Hoe zoo » ? « Hij is een zeer ongewoon mensch ». « Zei ik het niet » ? triomfeerde de gravin. « Maar waarom ongewoon » ? vroeg mevrouw van der Leeman. « Omdat hij ailes anders doet dan gewone menschen. Ik herinner me bij-voorbeeld een geval van 't gymnasium, wat, geloof ik, in de vijfde klas gebeurde. We moesten een Hollandsch opstel maken over het onderwerp : « Een vergelijking van de letterkundige schoonheid van Homerus, Ilias en Vergilius, Aeneis ». En ik zal u eens gaan vertellen, hoe Ballinger dat opstel begon : « In de 20° eeuw de schoonheden van Homerus en Virgilius met elkaar te willen vergelijken, is vermetelheid, want niemand van ons verstaat voldoende Grieksch en Latijn om zulk een taak naar behooren te kunnen volbrengen ». Natuurlijk k'reeg Guussie Ballinger de slechtste noot. Onze professor las het opstel in gloeiende verontwaardiging voor, tôt ons grootste pleizier natuurlijk. Ballinger begreep niets van den toorn van den professor. Ik moet toegeven dat ik in m'n later leven nog dikwijls aan Guussie's opstel teruggedacht heb. Het opstel was lang niet onverstandig. Nog een ander voorbeeld. Toen ik Ballinger na den dood van zijn eerste vrouw in een langen brief condoleerde, schreef hij mij terug : « Nu ik op mijn besten mannelijken leeftijd een geliefde gade, die ik teer bemind heb, door den onverbiddelijken dood heb verloren, staat het te bezien, of ik ooit nog aan een tweede liefde denken zal ». Mij kwetsten die woorden toenmaals. Vandaag begrijp ik ze beter. Vandaag begrijp ik ze beter. Ballinger is een mensch die altijd over verleden, heden en toekomst nadenkt — terwijl de meeste andere menschen over deze dingen slechts bazelen kunnen. » « Gravin Starnberg stelt veel belang in onzen vriend Ballinger », schertste barones Hangeler. « Als men Ballinger kent, kan de be-langstelling voor hem niet uitblijven » merkte de rechtsgeleerde op. Barones Hangeler meende, terwijl zij een roomtaartje pakte : « Ik zal nooit iets voor hem gaan voelen ». De generaalsvrouw vroeg : « Meent u, dat met dit huwelijk met freule van Everdorp van werkelijke genegenheid sprake kan zijn » ? « Mijn vriend Ballinger is zeker uit ware liefde getrouwd ». « Maar die arme Cecilia Everdorp ». « Moet hem maar leeren liefhebben, beste mevrouw ». « Moet ? Moet » ? antwoordde mevrouw van der Leeman spottend. « Ja — moet » ! zeide de gravin. De generaalsvrouw wilde nog wat ant-woorden, maar daar verscheen de gast-vrouw en leidde een tamelijk bejaarde, kogelronde dame binnen. Daarna begon zij, valsch-vriendelijk lachend : « Ik weet niet, of de dames elkaar al lcennen : ik breng u hier mevrouw Ballinger, de moeder van onzen lieven vriend, den consul — mevrouw generaal-majoor van der Leeman — Barones Hangeler — gravin Starnberg, een nicht van de lieve Cecilia, de jonge mevrouw Ballinger — advocaat Siemers. De gravin maakte op de sofa plaats en zeide : « We kennen elkaar reeds, lieve mevrouw Ballinger, zet u hier naast mij. Heeft u reeds van het jonge paar gehoord ? Waar zijn de jonggehuwden op 't oogen-blik. ? » Mevrouw Ballinger, die door de barones nauwkeurig gefixeerd werd, pakte haar élégant zwart-zijden japon met beide handen vast en plompte zich welbehagelijk reer op de aangeboden plaats. Daarna hijgde zij diep en begon : « Die trap... ik ben een beetje asthma- tiek... u moet me niet kwalijk nemen ». « Asthmatiek, die is heel goed ! » fluis-terde de generaalsvrouw den advocaat in 't oor. Deze sloeg er echter geen acht op en ging recht op de oude dame af. « Kent u mij niet meer, mevrouw g » « 0, heeremetijd ! — mijnheer Siemers. Natuurlijk ken ik u. Maar vroeger zei u tôt mij « juffrouw Ballinger ». Laat u dat mevrouw maar weg. Wat mijn nieuwe schoondochter betreft, die is mevrouw — hahaha » ! De bediende bood thee en koekjes aan. Mevrouw Ballinger nam vier klontjes suiker in haar kopje. « Anders is ze me te sterk ! » verklaarde ze. Toen Andréas ook een klein servetje aanbood, merkte ze op : « Nee, dank u — dat goed je met franjes niet. Dat blijft altijd vasthaken — en ik heb zoo veel « passemanie » aan mijn lichaam ». « Wàt hebt u » ? vroeg de barones. « Passementerie » ! verbeterde gravin Starnberg snel, « maar, lieve mevrouw Ballinger, u hebt ons nog niet gezegd, waar het jonge paar op 't oogenblik vertoeft ». ('< Vervolgt).

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Polder en Kempen: wekelijksch nieuws- en aankondigingsblad appartenant à la catégorie Katholieke pers, parue à Brasschaat du 1905 au 1942.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes