Polder en Kempen: wekelijksch nieuws- en aankondigingsblad

245 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1914, 01 Mars. Polder en Kempen: wekelijksch nieuws- en aankondigingsblad. Accès à 25 octobre 2020, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/rj48p5wh08/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Zondag 1 Meert 1914 Prjjs per Dr 5 centiemen 10* Jaar, Nr9 POLDER EN KEMPEN Wekelijksch Nieuws- en Aankondigingsblad Insch.rijving-sprijs s I 25 Centiemen per maand. I Voor den vreemde de verzendingskosten erbij. H Men schrijft in bij den uitgever, bij de briefdragers en ' 0p al de postkantoren. Drukker-Uitgever : A. DE BLEVRE BBASSOHAAT Aankondigingen : Volgens iarief. Brieven, palcken, enz., franco toesturen. Het recht annoscen en artikel» te weig«ren is voorbahoudes Tweede Blad Het Fransch ■in onze Lagere Scholen ■ In het belangrijk artikel dat de heer L. Roevens, onder den titcl « Lessen en Hîeschouwingen » in het laatste nummer | .van Polder en Kempen aan de Schoolwet !"%ijdt, komen beweringen voor, die wij niet Snbeantwoord mogen laten. ■ « Onze Vlaamsche menschen, schrijft «de heer Roevens, verstaan heel goed >| dat de verschillende vakken als aard-)1 rijkskunde, enz. in de moedertaal moe-)i ten aangeleerd worden, maar zij begrij- iBpen niet dat men er belang aan hecht * »den ouderdom te bepalen warrop een H kind mag beginnen fransch te leeren... j Daarom ware het beter geweest enkel H van de moedertaal-voertaal te spreken I i (in de Vlaamsche amendementen) en ■ het overige te laten vallen. Ik zie daar ^■weinig kwaad in. » I Welnu in het te vroeg aanleeren van pet Fransch ligt juist de grootste kwaal Ii ons onderwijs in Vlaanderen teistert het is onze plicht de Vlaamsche massa ; daarvan geheel onbewust is, op die jnde te wijzen. Aile gezaghebbende op-edkundigen, die zich met dit vraagstuk bben bezig gehouden, o. a. Mgr. Du-nloup in Frankrijk, de groote pedagoog . Rein in Duitschland, om maar twee r voornaamste te noemen, zijn het jver eens, dat het aanleeren eenei 'eede taal noodlottig is in de eerste jaren, zij gaan nog veel verder en verklaren t een vreemde taal niet te huis hoort i het programma der lagere school. De geleerde Gentsche hoogleeraar, Prof. Ceuleneer, schreef in Le Bien Public : De ondervinding leert dat het volkskind laraan men in de lagere school twee len onderwijst, noch de eene noch d( dere goed zal kennen. Nergens, in geen kel land van de wereld, onderwijsl sn eene tweede taal in de lagere school nzij met verderfelijken uitslag. » Ook de overheid van het aartsbisdorr echelen heeft zich gekant tegen he1 vroeg aanleeren van het Fransch ; en het algemeeen schoolreglement en pro-amma voor de aangenomen, ondersteun- ue { .. t6 de en vrije lagere scholen, lezen wij op blz. 19 : « Het model-programma van » den Staat veronderstelt dat de tweede » taal reeds in den lageren graad aange- > » leerd wordt. Wij blijven bij het gedacht, » dat het, in het algemeen, voordeeliger ^ » ware te wachten tôt het vierde jaar, en » zelfs tôt in den hoogeren graad, eer men . î » die lessen begint : dan heeft het kind ~ ; » leeren zien en onderscheiden; in zij ne » moedertaal leeren denken, verstaan Ne » spreken en schrijven ; zijn verstand en » zijn geheugen zijn ontwikkeld ; daarom ^ » zal het in korten tijd grooten vooruit-» gang maken in de nieuwe taak en den, » in den schijn verloren tijd, inwinnen.)î(i) Wij die in de praktijk zijn, ondervinden zulks dagelijks en telkens zien we dat ml leerlingen die uit goede gemeentescholen komen waar zij weinig of geen Fransch ™ geleerd hebben, maar integendeel in en door hunne taal, helder hebben leeren denken, dat die de tweetalige stadskinde- » I ren allemaal den baard afdoen. Dit zijn » 1 ! feiten en niemand kan ze loochenen. » 1 ' Wij moeten ons volk, dat door de heer- » 1 schende verfransching op een dwaalspoor » < is gebracht en de redding ziet in de twee- » : taligheid, die waarheden voortdurend » voorhouden, zelfs al zouden « de min of » meer franschgezinde volksvertegenwoor- » digers daarvan gebruik maken, om de Vlamingen in de doeken te doen. » * Wij zullen die verfranschers ontmaske-ren en aan de massa bewijzen dat de toe- " komst voor Vlaanderen ligt in de grondige " kennis van ééne taal, die als hefboom 8 moet dienen om het volk omhoog te til- " len ! Wetenschap moet men onder het » (i) Hoe jammer dat men met die wijze " voorschriften van het aartsbisdom hier " : in onze gemeente Merxem zoo weinig " rekening houdt. Zoo moet mijn zoontje " van 6 jaar zijn gebeden reeds in 't Fransch " leeren, bij de Eerw. Zusters ! Hoe treurig toch. En dat gesticht is nog bijlange » van de slechtste niet in Vlaamsch opzicht. te Hoe moet het elders dan gesteld zijn ? » Eerwaarde Zusters, waarom laat gij onze » kinderen niet, wat God ze geschapen » heeft : Vlaamsch ! » k verspreiden, vakkennis vooral en moeten er voortdurend op wijzen hoe Duitschers en de Engelschen hier beste plaatsen komen wegkapen in nijverheid, zonder nochtans Fransch kennen, (zooals de heer Roevens het i te recht deed opmerken in zijn artikel î i Februari over de « Ontwikkeling î 't Vlaamsche Volk».) Dat de rijken, Vlaanderen, de taal spreken van den ideren man, gelijk dat gebeurt in al landen waar de toestanden gezond zijn : begoede lieden hebben den tijd en de egenheid om twee en meer talen te ren, zij kunnen jarenlang studeeren, a hen mag men dus eischen dat ze derlandsch en Fransch kennen, maar is onrechtvaardig en 't strijdt tegen de ristelijke liefde dat zij eene tweede taal dringen aan den werkman, den land-uwer en den kleinen burger. j Ik voeg hierbij nog eene aanhaling : het onwederlegbaar « Antwoord van Van de Perre op de redevoering door nister Poullet uitgesproken om de ' aamsche amendementen te bekampen : j « Ons volk heeft meer behoefte aan grondige kennissen dan aan deze eener weede taal ! Een voorbeeld zal het. dui-lelijk maken.In de Kempen geboren, îeb ik mijn eerste broeken versleten op le banken der volksschool. In de hoog->te klas waren wij, laat me zeggen zestig eerlingen. Onder dezen waren er twee lie het middelbaar onderwijs zouden volgen en gevolgd hebben. » Welnu in de hoogste klas gaf men ons 4 à 5 uren Fransche les in de week. » Wat is het gevolg geweest ? Men heeft aan de 58 jongens 4 uur te week gesto-len ten nadeele hunner algemeene ontwikkeling en ten voordeele der twee burgersjongens. » Ten voordeele ? de jongens uit de scholen waar men geen Fransch leerde die ons kw? men vervoegen in het middelbaar onderwijs, kenden beter de grondvakken en waren op korten tijd zoo vergevorderd voor het Fransch als wij, burgersjongens. » De 58 andere jongens hadden noch de gelegenheid noch de behoefte Fransch : spreken en zijr het ook totaal vergeten, hetgeen niet te verwonderen is. Had men dan niet beter gedaan, Fransch te leeren, zooals in Ho'land, buiten de schooluren, aan dezen die het verlang- 1 » den of het later noodig hadden, om een » kostelijken schooltijd te gebruiken voor ! ». het annleeren van nuttiger wetenschap- , » pen? Mij dunkt, dat ik, bevoorrechte, j » aan mijn medegezellen nog terug te ; » geven heb wat hun dan toch met de » bedoeling om mij te bevoordeëligen, ; » werd ontnomen. » De heer Borginon had gelijk : ons » verfranscht onderwijsstelsel offert het » onderwijs der volkskinderen, aan dit » der betere standen op. » In de amendementen voorgesteld door de katholieke Vlaamsche groep, waren dan ook de bepalingen voorzien om de nadeelige gevolgen van het onderwijs der tweede taal tegen te gaan. Het noodlottig tegenvoorstel Nobels heeft ons daar-in volkomen verslagen en laat de deur wagenwijd open voor aile misbruiken. Dat zal de groote schuld zijn, die op den volksvertegenwoordiger van St Ni-kolaas blijft wegen. Nu is het onze taak, door het volk in te lichten, het kwaad zoo-veel mogelijk te keer te gaan en daarom heb ik het als mijn plicht aangezien, de lezers van Polder en Kempen, het zoo ver-dienstelijk weekblad, deze enkele beschou-wingen mede te deelen, over een onder-werp dat men in al zij ne uitgebreidheid slechts in een lijvig boek zou kunnen behandelen, Dr Aug. BORMS. POLDER 8* KEMPEN BRASSCH AAT ! Pensioenkas St Antoniusgilde. — Verslag. — Sinds het ontstaan der gilde, in Januari 1910, hebben door bemidde-ling dezer maatschappij 376 personen hunne stortingen gedaan. Tusschen dezen hebben 82 personen 18 fr. gestort tôt het bekomen van het ouderdomspensioen van 65 fr. Van dezen zijn er reeds 78 in het genot hunner rent getreden, 10 personen genieten de rent hunner eigen stortingen, daar zij niet in de voorwaarden verkeeren om de 65 fr. 's jaars te verkrij-gen.De persoonlijke stortingen voor 1912 j beliepen 2580 fr. î 105 fr. werden geschonken door Mevr. Osterrieth voor hare werklieden, die deel ; maken der mutualiteit. 75 fr. werden door de maatschappij als | toelage gegeven. 1 322 fr. ontvingen wij van den Staat, ~ zijnde 2 fr. per boekje. In de kas bleef een boni van 87,59 fr-Behalve de 322 fr. door den Staat geschonken voor de boekjes, beliepen de Staatstoelagen voor de gestorte gelden 1860,60 fr., dus dat de gezamentlijke hulpgelden, die allen met afgestaan kapi-taal zijn geplaatst, op circa 200 fr. na, de gezamentlijke som der stortingen berei-ken. Het zijn deze laatste sommen, die het meest bijdragen tôt de vorming der rent. In 1913 hadden wij 213 leden, 2 minder dan in 1912 ; het zijn 97 mannen, 97 vrouwen en 19 kinderen; 29 nieuwe leden werden aangeworven en 28 personen werden in het bezit hunner rent gesteld ; 2 overleden of verhuisden naar een andere gemeente. Binst den loop van dit jaar werden 2392 fr. gestort door persoonlijke bijdragenj 476 fr. van verschillende toelagen, waar-onder 99 fr. vanwege Mevr. Osterrieth, | voor hare werklieden en familiën. De ; huidige toestand der kas teekent zich j op de volgende wijze af : Boni van 1912. fr. 87,59 Bijdragen der leden fr. 2398,00 Toelagen, giften, interest fr. 567,67 fr. 3053,26 Uitgaven : Gestort op de Lijfrentkas fr. 2874 Bestuur- en propagandakosten fr. 13 fr. 2887 Balans : Ontvangsten fr. 3053,26 Uitgaven fr. 2887,00 Bezit of boni op einde 1913 fr. 166,26 De Staatstoelagen komen toe tijdens den loop van 1914. Wij zien uit bovengenoemde cijfers dat wij in 1913 2 leden minder tellen dan in het vorige jaar ; maar wij moeten ook in aanmerking nemen dat er in den loop des jaars 28 personen hun pensioen hebben verkregen, en wij 2 overlijdens of verandering van woonst hebben aan te stippen, dus dat er in waarheid geen achteruitgang, maar integendeel vooruit-gang is. Dit nochtans zoo zijnde, kunnen wij ons toch niet tevreden heeten met den huidigen tostand onzer maatschappij. Met leede oogen zien wij, in den lijst der mutualiteiten onzer provincie, door ge-meenten van geringe bevolking, zelfs van gehuchten, op het terrein van spaar- ■FeuilleTON VAN Polder en Kempen. ■Het Kind met I 't Gouden Halssnoer DOOR I Lodewljk Heeren ■eene overgroote wildernis is verdwaald gjfl Kingson sukkelde maar immer en ^Bmmer voort. I Eindelijk voelt hij dat ditmaal zijne ■krachten voor goed bezwijken. Het begon ■te schemeren voor zijne oogen, hij voelde ■de grond onder zijne voeten wegschuiven ■en langzaam zeeg hij neer op den bevrozen I Hij had zijne tegenwoordigheid van ^■geest juist lang genoeg behouden om het ■kind niet te laten vallen en zijne laatste ■krachtinspanning was geweest om zijn ■duurbare last in de armen gekneld te Het geween van het kind, dat door den ■al was wakker geschoten, drong hem nog ■n de ooren, doch, dan hoorde.dan voelde ■"J ®ets meer... De arme Kingson was ■wider de vermoeienis bezweken. ■ Op dat oogenblik had de baronnes ^B^athilde, die in haren zetel was in slaap JH ^erboden natdruk. geraakt, een zonderlinge droom. Zij zag haar kind van tallooze engelen omringd die zegekransen droegen en als in stoet eene overschoone, heerlijke laan opwandelden. Toen zij eenigen tijd samen hadden gewandeld, traden zij op een man toe, die in een gouden zetel zat te rusten. Eerst haar lief kindje en dan opvolgent-lijk al de engelen gingen tôt voor den zittenden man, aan wien zij hunne zegekransen kwamen bieden. In die man, had de baronnes den détective Kingson herkend. Dan zag zij, hoe de man, haar kind en de engelen als door eene wolk werden omringd en langzaam voor hare oogen verdwenen. De baronnes werd wakker. — Wat zonderlinge droom toch ! mur-melde zij in zichzelve. En misschien reeds voor de twintigste maal liet ze Félix aan de andere bedienden vragen of de hovenier nog niet was thuis gekomen. ♦ * * Laat ons nu tôt onze arme verdwaalden terugkeeren en zien wat er van hun is [ geworden. Zooals wij reeds hebben gezien, het kind was beginnen weenen, op het oogenblik dat Kingson onder de vermoeienis en de afmatting bezweek. -. ■ * Twaa——a—■ea—c De plaats waar Kingson uitgleed, was dicht bij eene kruisstraat. Op den weg, die dwars over het pad liep waarop de twee verdwaalden zich bevonden, kwam een ledige verhuis-wagen, die van Maaseik naar Hasselt terugkeerde. De voerman en zijn gezel hadden op den zij weg, het geween van het kind ge-hoord.Zij maakten den lantaarn van onder den wagen los en gingen naar dien kant op zoek uit. Weldra vonden zij Kingson en" het kind, die beiden in den verhuiswagen werden gedragen en op het strooi en de dekens, die voor de inpakking der meubelen dienen, werden neergelegd. Een der twee mannen was bij de twee verdwaalden in den wagen gebleven . Hij trachtte van het kind te vernemen om welke reden zij zich in zulken toestand zoo laat op weg bevonden en waar ze naar-toe gingen, doch de kleine kon hem na-tuurlijk geen inlichtingen daarover geven. Eindelijk was de bezwijming van Kingson geweken en na eerst in de grootste verwondering in den wagen rondgekeken te hebben en met groote vreugde te hebben gezien dat de kleine Irma in zijne nabijheid opnieuw was in slaap geraakt, vroeg hij aan den man, die over hem waak-te, waar de wagen naartoe reed. Na vernomen te hebben dat men na een korten tijd te Hasselt zou toekomen, liet hij aan den voerman vragen hun te willen brengen tôt aan 't huis van Mevr. C..., de tante der baronnes Mathilde. Daar gekomen, schonk hij een mild drinkgeld aan de twee mannen, die hun zoo goed hadden verzorgd. Hij nam de kleine opnieuw op de armen, na aan 't rijke huis, waar de wagen had stil gehouden, te hebben aangebeld. De deur werd geopend en Kingson vroeg om mevrouw te mogen spreken over een zeer belangrijke zaak. De bediende aarzelde mevrouw op dit late uur te gaan storen, te meer daar zijne meesteres sedert eenige dagen een weinig onpasselijk was. Kingson drong echter zoo sterk aan, dat de bediende be-loofde mevrouw te gaan verwittigen. Hij voegde er echter bij, verzekerd te zijn dat zij hem heden avond niet meer zou ont-vangen.—•' Jawel, vriend, zei Kingson lachend, gij zult eens zien. Zeg enkel aan mevrouw dat er iemand aan de deur staat die het kind met 't gouden halssnoer op de armen draagt. De bediende bezag Kingson wantrou-wend ; hij dacht met een zinnelooze te doen te hebben. Evenwel, hij ging aan mevrouw de woorden van den late be-zoeker overbrengen. Wie zal de verwondering van den bediende beschrijven toen hij mevrouw C..., 1 ondanks hare onpasselijkheid, uit hatr zetel zag opspringen en in elle haast de aangemelden te gemoet liep. Hier moeten wij thans zeggen, dat de barones Mathilde, toen ze zoo wanhopend uit Antwerpen was terug gekeerd, bij hare tante te Hasselt was afgestapt en haar al het voorgevallene had verteld. Sedert dien had de barones hare tante van elles op de hoogte gehouden. Mevrouw C..., zooals wij in den loop van ons verhaal reeds gezegd hebben, beminde de kleine Irma met eene waar-lijk moederlijke liefde. Men kan zich voorstellen met welke vreugde, met welke uitgelatene blijd-schap zij de kleine lieveling uit de armen van Kingson nam en tegen haar hart ?ls te pletten drukte. Zij overlaadde het kind met liefkozin-gen en kussen en lachte en weende te gelijk van aandoening en geluk. De goede vrouw werd niet moede hare omhelzingen honderde malen te herhalen en te jube-len en het uit te galmen van geluk en prêt. De kleine had haar aanstonds herkend en het lieve kind klemde zich vast aan de goede tante, alsof het vreesde dat men het nogmaals van daar zou verwijderen. Kingson, die op eenigen afstand wat opknapte bij het vuur, jubelde in zijn hart mede met de goede dame. Als de eerste ontroering van het weer-zien bij de tante was verminderd, dan

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Polder en Kempen: wekelijksch nieuws- en aankondigingsblad appartenant à la catégorie Katholieke pers, parue à Brasschaat du 1905 au 1942.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes