t Volk van Ronsse: Vlaamsch katholiek weekblad voor Ronse en het arrondissement Audenaarde

2495 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1914, 12 Juillet. t Volk van Ronsse: Vlaamsch katholiek weekblad voor Ronse en het arrondissement Audenaarde. Accès à 15 juillet 2024, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/wd3pv6fp00/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Inschrijvingsprijs. j <E| °^jj| Aankondigingen. §Eï t Vclk van i\oiîsse as ïeadingsliosteQ erbu te _ _ _ Katholiek-,Volks- en VlaamsGhgezind Weekbiad -2r;=— -SJTWSraa TAAL. GODSDIENST. ALLES VOOR VLAANDEREN, ^SteSSSSSS HUISGEZIN en EIGENDOM Drukén Uitgaaf der Drukkerij GOEBEERT, Spilgremstraat, 121, Ronsse VLAANDEREN VOOR CHRISTUS ! «s mandent",*. 't Vclk vab Ronsse De Nachtronde \ — « Waarheen leidt de tocht ? » vroeg de groote Vaandrig — « Naar Antwerpen », antwoordde iemand ; en op dog matizeerenden toon voegde hij erbij : « Eere wien eere toe komt ». Het was Jacob van Maerlant, en hij sprak op zij: Dietsch. Seffens daarna staken vier herauten hun ellenlange the baansche bazuinen schuins naar omhoog en bliezen he praeludium van Van Hoofs « Groeninghe »... « Vlaenderen die Leu ! » riep de Schildknaap die bij va: Maerlant wachtte, en de stoet toog vooruit... Ze reden door den nacht, hoog in de lucht : vooraan d groote Vaandrig met Vlaanderens standaard ; dan op éé rij de vier herauten met hun zilverwitte lange bazuinen dan Jacob van Maerlant en na hem twee en twee het schitte rendste gevolg dat eeuwen ooit baarden « de Orde der Rid ders van Vlaanderen >'. Hij zelf sloeg ze ridder een voor eer omdat zij eere deden aan het Vlaamsche volk ; en nu waren z allen gekomen, zij die hun Noordzeestrand voor eeuwig be zongen, zij die hun Klauwaartsbloed, genoeg voor verschei dene levens, vergoten, zij die hun volk in hoog-idealizeerend harmonieën vervoerden, zij die de ruwe Kerels met mystiek geschilderde visioenen in hun afzonderlijke kapellen samen riepen : Heel Vlaanderens heerlijk verleden was daar in di rijdende Ridders verpersoonlijkt ! En rond hen, om hen t dienen, ontelbare schildknapen met vaandels en banieren e pennoenen en wimpels... De maan was opgekomen, eenige sterren blonken ; witt watten wolkjes dreven zachtjes voort. Rodenbach, die, al een der jongste ridders, van de laatsten reed, zag ze, en zij dichtersgemoed kwam vol « en onbewust elk wolkje na drijft zachtjes een fantasia ». herdichtte hij, als binst zijn Ieven ; want zoo een rit, dàt wa fantasia. Op hun vurige luchthorsen vlogen de ridders door de lucht en verre na hen waaiden hun breede mantels. Ieder droeg d kleedij welke hij op aarde eens droeg, maar daarboven hing d zwierige mantel van Ridder van Vlaanderen ; hij was van vore vast lijk een koorkap ; 't geweefsel was goud-geel en op hu linkerschouder, lijk bij de Tempeliers, was een pik-zwart fluweelen leeuw gespeld, een kleur-contrast van Spaansch juweelen .De leeuw knelde een wit kruis in zijn klauwer want *t meestedeel der ridders waren zeer christelijk, en Jaco van Maerlant, Grootmeester van hun Orde, hield aan d zinnebeeld. Ook overal, op den standaard van den groote Vaandrig, op de wapenrokken der vier herauten, op hun bon en op hun rug, op pennoenen en banieren, blonk de zwart fluweelen leeuw met het blanke kruis op het goud-gele veld. Statig als Indiaansche opperhoofden renden de riddei voort ; ze reden voorbij enkele sterren, ze reden voorbij d maan en zoo dik was de stof van hun mantels dat de strale der maan ze niet konnen doorboren, en verre op de witt< wolkjes wierpen hun vlottende mantels zwarte schaduwen. Ze naderderw Antwerpen. Van omhoog scheen de toren va Onze-Lieve-Vrouw lijk een kerktorèn op den boord der woes tijn, lijk een hooge steile rots op de kusten der zee, zoo eer zaam scheen hij daar te staan. « Ach ! mijn Antwerpen ! » riep Conscience. Zij hielde stil boven op de groote gothieke kerk ; de maan blekte op d breede venstervlakken der zijbeuken. Van Maerlant verhit zijn stem : « Heeft Antwerpen den avond van 1 Iden Juli ge vierd ? » En de Winden antwoordden : « Op ons vleugele droegen wij blijde beiaardtonen en wij zongen mede « Dan z; de Beiaard spelen » en « De Beiaard speelt zoo schoon h kan » en andere liederen van Vlaanderen ». — « En moi gen ? » vroeg de grootmeester ; de Winden zwegen, zij wiste het niet. Maar Ledeganck trad vooruit : « 0 koningin der Schelde, wat overschoone dag toen ik u laatstmaal zag ! 0 Brugge's erfgename ! » Gij zijt wel groot, maar gij waart dubbel groot wanneer g gansch u tooidet in Vlaamsche kleedij ! » Rubens knikt< hij dacht op 't Middeleeuwsch spreekwoord : « De werel is een ring, en daarvan is Antwerpen de diamant ». — « Ir dien ik eens nog op aarde mocht leven », opperde Conscienc weemoedig, « ik schreef een boek De Haven van Vlaanderei Wie weet ? Misschien wierd Antwerpen de eerste werelc stad ». De Schildknaap die bij van Maerlant wachtte riep plol seling « Vlaanderen die Leu ! Vooruit naar Leuven ! » -« Ja, naar Leuven », herhaalde Rodenbach met innig geno< gen, « bij de studenten ». Onderweg reed Conscience, m< zijn haar op den eenen kant van zijn hoofd platgestrekei tôt bij van Maerlant. — « Waarom gaan wij niet naar Bru: sel ? » vroeg hij. — « Dit jaar niet », was het antwoort « maar toekomende jaar, als 't groot Vlaamsch dagblad z; verschenen zijn, dan gaan wij, als 't God belieft, den hoofe artikel van den 11 den Juli voor den Standaard afgeven Maerlant sprak kalm en plechtig.; hij droeg geen teeken di hem onderscheidde van de andere ridders, talent en grool cerbiedweerdigheid onderscheidden hem. De groote Vaandrig, die voorop reed, zag nu en dan toovei heksen die, schrijlings op hun bezemstok gezeten, voor galoppeerden ; zij gingen in afgelegen streken den Sabb; dansen, immers 's anderdaags, 1 Iden Juli, was het een Zor dag. Ook zag hij wilde Walkyriëri in geweldig rijden voorbi vliegen, als meteoren... Toen kwam de prachtige stoet in Leuven ; en het was < volop feest. — « Geen tijd verliezen », gebood van Maerlan « naar Met Tijd en Vlijt ». En daar, in de Minderbroederstraa stond Vlaanderens grootheid te luisteren buiten aan de vei sters der groote zaal. De hoofdman van *t Vlaamsch Verbon met zijn vloeren pet en zijn breed lint over zijn borst, spn als in extase : « Wij groeten u allen, gij schoone, heerlijl Krachten van Vlaanderen! Gij in 't bijzonder Jacob van Mae lant den dichter hoghe »... Luidruchtige toejuichingen onde braken zijn zieners-rede... « Gij, Breidel en De Coninc dapper onder de dapperen... Gij, Jacob van Artevelde, wi onder de wijzen... Gij, Guido Gezelle, den roem der Vlaan sche priesters... en gij, Rodenbach, ons oorbeeld van on Vlaamsche studenten... » De golvende zee van toejuichinge na ieder naam was stormachtig geworden... Een kreet welke ook binnen de studenten hoorden volgc op die toejuichingen : « Vlaenderen die Leu ! » en weg ware de heerlijke Krachten van Vlaanderen.'t Was de Schildkwaa die bij van Maerlant wachtte, die geroepen had. Pas buiten Leuven kon Rodenbach niet nalaten zijn gi dachten te uiten : « Zoolang er een Vlaamsche student ae de hoogeschool studeert, zal II de Juli in Leuven met bloi men en vlaggen en redevoeringen gevierd worden ». an 10-11 Juli 1914. Gezelle, die naast hem reed, was als in gepeinzen verslon- - » den. « Wij gaan naar Vlaanderen », sprak hij al meteens vo - ontroering. i Nu gaf de groote Vaandrig zijn paard van de spore. Hi snakte naar Gent : Sneyssens was zijn naam. Hij had de eei - verkregen den reuzenstandaard te dragen door toedoen var t Rodenbach ; want toen in openbare vergadering van de Orde de laatste schikkingen voor den nakenden nachttocht geno-i men werden, had de jonge dichter zijn bloedig-schoon ge-dichte « Geeft u over », schreeuwt men. « Gent ! » juicht i hij en splijt een ruiter... enz ; op Sneyssens gemaakt, voorgelezen : terstond was de keus ge- - daan geweest. Ook Jacob van Artevelde reikhalsde over de manen var , zijn luchtpeerd. j « Gent ! » roept de groote Vaandrig. Allen, dalen nedei - midden oude torens die daar stonden lijk menhirs uit Bre-e tanje, groote « zinbeelden van 't verleden ».In 't Belfort hins - Klokke Roeland te zuchten vermoeid, maar toch verheugd - « haar bronzen stemme had over de stede » geroepen lijl e vroeger. Men had gevierd, en den dag die aanbrak ging zi e nog eens mogen roepn ver over de stede tôt diep in de Vlaam-i sche velden. Nochtans treurde van Artevelde : « Hoe toch was Gent zoe e klein geworden ? En waarom staken er zoo weinig vlaggen uii s in de stfaten ? En waarom kwamen de gilden niet aangeto-n gen ? Het was niet meer gelijk weleer de trotsche wereldstad die koningen deed beven.. s Gent ! dat ik wou leiden den troon der volkren op en Gent zou zeetlen ; voor eeuwig daar, waar 't recht op heeft, als hoofdstac e van 't wereldrijk des volks en der gemeenten ». e En Artevelde snikte, en Sneyssens evenzoo. En onder he n heengaan, kreunde Jacob als op d'ure van zijn dood : « Volk !.. n Gent !... Vlaanderen !... » e De gemantelde troep toog naar Brugge. Doch eerst, ui e eerbied voor hun Grootmeester,reden de Ridders naar Damme i, onder dé kreten van « Vlaenderen die Leu ! » en « Wapen< b Martijn ! » legden zij, kruiselings over malkaar, twee groot< t Vlaamsche banieren voor 't standbeeld van van Maerlant. n t Zij kwamen dicht bij Brugge ; bij hun aankomst vlodei e veel schimmen haastig naar hun graf ; 't waren Walen, ver .. momd tijdens de Brugsche Metten, die vreesden voor eei s nieuw « Schild en Vriend ». Langs het Minnewater weg redei e de Ridders door de stad. Zij zagen het Belfort ver boven d< n Halle uitsteken als een Oostersch minaret boven zijn moskee Bij het standbeeld van Breidel en De Coninck stapten di .. twee helden op het voetstuk ; ze namen de plaats in der bron zen beelden en in levende vleesche, fier naar omhoog blik n kende, legden de twee dekens hun hand op hetzelfde zweerd - Breidel hield de leeuwenvaan. Luide toejuichingen barsttei - los onder de Ridders van Vlaanderen. Maar ach ! achter dei rug der nu-levende-beelden stonden twee opschriften n « Deutsches Bierhaus »— « Café de la Civière », en toch zo< e weinig Vlaamsch ! 't Was hier, hier in Brugge, de bakerma :f van Breidel en De Coninck, dat Vlaanderen diepst gevallei - was : n « Wie ooit een doode maged zag... » il Een ridder, die eens Hanzegraaf was, — want de Londen ij sche Hanze duldde niet dan Bruggelingen als graaf — dach - droef aan zijn Venetie van het Noorden, en aan de dagen da n Frankrijks koningin binnen de Brugsche wallen « een stoe van koninginnen vond veel schooner dan zij zelf... » Groot treurnis heerschte onder de Ridders. Dien ncaht bezochten zij nog verschillende steden en dor pen van Vlaanderen. Veel blauwvoeten die van de zee ove ij *t land vlogen kwamen ze tegen, en te Roesselare kon de uit ;, gestoken hand van Rodenbach nauwelijks zijn blauwvoet hou d den die aan 't klapwieken ging... Langs de bane was de jonge ridder zoo intiem aan 't koutei e met Gezelle ; en hij vertelde van een verg'àring waar koningen î. prinsen en Vlaamsche afgezanten waren, waar de Vlaamsch afgezanten geen kussens gekregen hadden, en die zelfde mantsls, die kosten als goud, daar lieten liggen - Hij sprak ook over rijke bankiers uit Vlaanderen, die schuld - brieven van millioenen verbrandden in 't bijzijn van de: koning, hun gast en daareven nog hun schuldenaar. En h: :t sprak ook over zijn eigen, wat hij nog al zou gedaan hebben î, hadde hij mogen voortleven... Intusschentijd waren zij Kortrijk genaderd. De manestrale: 1, werden bleek ; de sterren waren reeds verdwenen, geen wolkj il was er meer : 't begon uit te klaren. Gezelle, met zijn diep i- gerimpeld voorhoofd, dacht luidop : ». « Jordane van mijn hart, it en aderslag mijns levens ; :e o Leie ! o vrije Vlaamsche stroom lijk Vlaanderen onbekend ». Peter Benoit rilde, want zijn Harlebeke, waar zijn wieg een stond, wordt in haar vloed weerspiegeld. it In de stad schoof Gezelle langs de slaapplaats van Sint i- Amandscollege ; voor het warme weder stonden de venster j- open en duidelijk hoorde hij een studentje van de zesde droc men van « Roo-enbach » en Groeninghe en van een over grooten zwarten Leeuw. :r 't Groeningherplein ! Zij waren er ! De Maagd van Vlaan t, deren, in goud getooid, groette minzaam en heette den Rid t, ders welkom ; haar leeuw kwispelsteerde. i- De betooging was kort, maar indrukwekkend grootsch d De groote Vaandrig was met zijn breed-ontplooiden star k daard achter den leeuw gaan staan. De Schildkwaap, die b :e van Maerlant wachtte, riep « Vlaanderen die Leu ! » en ganse r- het vernuftige, het strijdende, het zegepralende Vlaandere r- van voorheen, daar, bij 't wapperen van ontelbare pennoene <, en banieren en wimpels, door de Orde der Ridders va js en banieren en wimpels, door de Orde der Ridders van Vlaar î- deren vertegenwoordigd, boog, in een bijno-goddelijke vei s, eering, den knie voor 't machtig gedenkteeken, symbool va n hun strevende Vlaamsche volk... Ginds trokken de Vlaarr sche vrouwen den weg op ter bedevaart, als voor 600 jarer le naar O. L.Vrouw van Groeninghe... n « 't Daghet in het Oosten ! » riep prophetisch van Maerlant :>, een zonnestraal glimmerde op 't gouden voorhoofd de Maagd, en eensklaps, als bij tooverslag, verzwonden e î- Grootmeester, en Ridders, en de groote Vaandrig, en d n Schildkwaap, en bazuinen, en pennoenen... Het Groeninghei beeld hernam zijn dreigende houdmg... De 11 Juli 1914 wa: als een zonnebloem, fluweel-zwart op goud-geel, ontloken. Gezelle*s Schildknaap. De Priester. (Vervolg) In het artikeltje van de voorgaande week zagen we duidelijk de zending van den Priester en de overweging zijner zending doet ons klaar ook de moeilijkheid zijner taak zien. Als Middelaar tusschen God en de menschen moet hij in den naam van God tôt de menschen, en in den naam der menschen tôt God spreken. Boven hem, de driemaal heilige Almacht, wiens onwrikbaar woord hij moet prediken. Onder hem, het nietig kranke menschdom, naar wiens verwaande alwetendheid hij vaak zou moeten plooien. Als mensch heeft de Priester, zooals wij, den Duivel, de Wereld en het Vleesch te bestrijden. En als Priester erft hij ineens al de vijanden van Jezus-Christus. Negentien eeuwen bevestigen Jezus* voorzegging : « De leerling is niet beter dan de Meester... de gezant is niet meer-der dan die hem gezonden heeft ». Het lot van den Priester is dat van Christus. Door de reine en nederige zielen werd de Goddelijke Zalig-: maker geëerd en bemind. Dezelfde eeren en beminnen nu ook : den Priester. ! Schijnheilige Farizeeërs en vrijzinnige Publicanen vervolg-, den en beknibbelden Hem overal. Dezelfde misachten en las- teren zijne Priesters. , « Godsdienst moet er zijn, riepen de Farizeeërs, doch Jezus van Nazareth bedient er zich van om het volk te misleiden ! » Spreken de gemaskerde profeten nu anders over Christus' j opvolgers ? Jezus onderwees, zalfde en gênas overal : buiten, op de straten, op de openbare plaatsen. Met gemaakte verontwaar-diging snauwden toen zijne vijanden Hem toc : « In wiens naam spreekt gij hier en verdrijft ge de duivelen ? » Voeren onze hedendaagsche Farizeeërs dezelfde taal met [ ten opzichte der Priesters ? Zeggen en schrijven zij ook niet : « Buiten de kerk mag de Priester noch ondeugd noch dwaal-: leer bekampen ». 1 Alsof het gezag van vader den dorpel der ouderlijke woning niet overschreed ? ; Alsof de wereldlijke macht ep gemeente- of stadhuis ge-; boeid lag ? ; Alsof Koningen en Keizers buiten hun paleis gewone ster-; velingen waren ? Neen, neen ! het gezag van den Priester wordt miskend ; zijn taak is moeilijk omdat zij die van Christus is. t Wij kunnen misschien zeggen : « Ik heb geene bijzondere . vijanden ». De Priester vermag zulks niet. Hoogmoed en ! ontucht volgen hem op de hielen. Leugen en laster bespieden ! zijn doen en zijn laten. Sluit hij zich in de afzondering op, ; dan betitelt men hem als nietsdoener. Komt hij onder de menschen, dan roepen dezelfde mannen : « De pastoor in de i kerk ! » Blijft hij in de kerk, dan komen ze tôt aan de deur . en schreeuwen tôt het volk : « De priester is een uitbuiter . en bedriegt de geloovigen ! » Dan lezen diezelfde onweten-; den hem de les over hetgeen er op den predikstoel en in den ! biechtstoel moet geleerd en onderwezen worden. i Volgens die verdwaalden, ja, is de Priester die ééne fout • begaat, een monster, maar de Priester die zijn H. Recht en 5 zijne H. Plichten gedurende jaren met de voeten treedt, t die wordt een held van licht en van ontslaving. ! Volgens diezelfden mag de Priester « Herder » zijn op voor-waarde dat hij de « wolven » vrij spel late. Hij mag « apostel » zijn, op voorwaarde dat hij « Judas » „ volge. O, neen, zoo mogen wij de zending van den Priester t niet verstaen. 1 Christus zegde : « Ik ben de Waarheid » en op dit woord t scheurde Caïphas zijn rechterskleed en riep : « Blasphemie ! » 2 Herodes- grinnikte spottend en greep naar 't kleed der zinneloozen ! Pilatus vroeg : « Wat is de Waarheid ? » en Hij wees naar . het Kruis ! En om die « Waarheid », die ondeugd en dwaal-r leer in voile borst trof, stierf Christus. Uit den mond van den stervenden Meester, vingen zijne _ discipelen die « Waarheid » op ; en om diezelfde « Waarheid » vergoten zij hun bloed. Om diezelfde «/Waarheid » werden 1 hunne opvolgers vervolgd, worden de Priesters nu nog ver-volgd en zullen zij altijd vervolgd worden, want : Sacerdos 2 est alter Christus — de Priester is een andere Christus. Bloedt soms het hart van den Priester, dan is het als hij ziet hoe brave menschen zich over zijne zending misgrijpen. _ Als leidsman door God op den Weg van 't eeuwig Leven ge-i steld, moet hij de stem verheffen wanneer hij eenvoudige j menschen een verderfelijken zij weg ziet inslaan. De « Waarheid » immers kent geene zijwegen. Onbewust voor het ge-vaar, zien die menschen de sluipmoordenaars niet die in de ^ duistere verte hunne dolken scherpen. De Priester nochtans e heeft het gevaar gezien, zijn scherp en peilend oog heeft de „ giftige slangen ontdekt die onder het grolne loover schuilen. Dikwijls, helaas, wordt zijne vermaning op een afkeurend gemor onthaald. Zijn inzichten worden verdraaid, zijn recht van tusschenkomst betwist. Halsstarrig gaat men vooruit. Maar ach, het duurt niet lang of de giftige adder heeft de roe-keloozen aan het hart gewond. En dit hart, vroeger zoo kalm s en vreedzaam, woelt nu en buist en brengt schuim op de lip-pen. De geest benevelt, en het katholiek bloed verbastert. _ Zedelijkerwijze ontzenuwd, vallen zij in eene beklagenswaar-s dige onverschilligheid. De godsvrucht verdwijnt en ware de _ Hel er niet, men zou hen in de H. Mis niet meer zien. Maar „ wacht ! De kinderen, die 't giftig bloed in de aderen voelen, springen hunne ouders voorbij. Minachtend zien zij op vader . en moeder die achterblijven neer, en weinigen tijd nadien „ vallen zij reddeloos verloren in het kamp der goddeloozen. En na vaders en moeders lijkdienst breken zij af met Gods-l dienst, Kerk en Sakramenten. Helaas, de Priester had het voorzien ; hij heeft de ouders jj verwittigd en dus zijn plicht gekweten. O ! ongelukkige ver-h dwaalde kinderen, wie maakte van u apostaten ? n Gij, vader, die door valsche vrienden gesteund, hardnek-n kig de zending van den Priester enkel met 's menschenoog n aanschouwdet. Gij, die de menschelijke gebreken van den _ Priester enkel langs het goddeloos vergrootglas bekeekt en _ die tegen uw geweten in, Christus badt, ja, maar zijne Pries-ters versmaaddet. O, gij vaders en moeders, vreest en let wel op, opdat dit , smartend verwijt uw rust in 't stille graf niet store ! Een woordje nog om dit artikel te sluiten. . Wilt gij over de zending van den Priester een onvervalschte r gedachte bewaren, prent u dan de volgende wooVden diep in n uwen geest : De Priester is een andere Christus. e Christus zond hem. Luistert naar zijn woord. Christus schonk hem de macht. Weigert zijn hulp niet. ; Christus gaf hem de waardigheid. Eerbiedigt hem. Zijn taak is moeilijk, doch heilig. Staat hem kloekmot ter zijde. Bij den Priester is de waarheid. Bij de waarheid de vr< Bij den vrede het geluk. Ronssenaren, verlaat uwe Priesters niet. Zij, ze wijzen i den Hemel en ontsteken in uwen blik den straal der za hoop. Vlucht hunne vijanden, die uw hoofd ten gronde di ken en uwe hoop in 't graf versmachten. Ouders, wilt ge dat uw kinderen u nu eeren en liefhebbc Wilt ge dat ze uw nagedachtenis zegenen en op uw graf dankbare bede storten ? Stelt ze onder de hoede van Priester ! Ouderlingen ! de « avond » valt ; hebt moed, bij den Pi ter schittert de « Dageraad ». Jongelingen ! van onder bloemen en loover ondervraag bekommerd de toekomst en 't leven ? Ziet, de Priester wenkt u ; luistert naar den Leidsmi de weg is smal, de rozen hebben doornen. Ronssenaren, wilt ge weten wat de toekomst uw geli< geboortestad voorbewaart ? Wilt ge weten of uw nakomelingen u eens roemen of < men ? Verneemt dan hoe uw hart en uio geest over den Priester s ken. Ronsse. Br. G. K « Renaix-ville St-Hermès. » TWEEDE LIJST M. Ridder Behaghel Fr. M. en Mevr. G. Dopchie-Velghe Jufvr. Cécile Dupont Z. E. H. L. Ackerman M. en Mevr. Mathys Naamloos M. Jules Gheyssens Jufvr. Adolfina Delfosse Jufvr. Rachelle Febvrier Jufvr. Van Baten Jufvr. Delbar Z. E. H. Callewaert, pastoor te Schendelbeke Naamloos M. Jules Hellin Naamloos Naamloos M. Désiré Puissant Naamloos - Kloosterzuster Voor de welvaart van mijn huisgezin M lArnnm 1 rlRnmKpl-f> Belangrijke redevoering van on «en hoofdminister te Turnhout ter gelegenheid eener algemeene vergadering va, kiesvereeniging, aangevraagd door de katholis, Vlaamscligezinden van het arrondissement■ j Op Zondag 5 Juli, voormiddag, vergaderden te Turn ! de afgevaardigden van de Grondwettelijke Katholieke I1 vereeniging in algemesne vergadering. 't Is eene hoogst , langrijke vergadering geweest. De hoofdminister de Bro ville heeft het politieke programma der regeering en katholieke volksvertegenwoordiging, gedurende rui m een ! in bresde en klare woorden uiteengedaan en uitgewijd , zijne politiek in zake legerwet en schoolwet. LEGERWET Over de legerwet sprekende, zegde de heer minister ■ Pas drie maanden na de zegepralende kiezingen van i j werd ons land bedreigd door een gevaar, zooals het er s< , 1830 geen meer gekend had. Nu de angst bedaard is, kui I wij een hoekje oplichten van den sluier, welke dit staa 1 heim bedekte en zeggen dat de vrees voor bloedige int« | tionale verwikkelingen ons vreezen deed voor het bel ; onzer onafhankelijkheid of ten minste voor de schen i onzer onzijdigheid. j Het waren angstige oogenblikken, maar het gouverne] | wist dat de roemrijke parti j, waarop het steunt, steeds , de veiligheid van het land de opofferingen heeft gedaan noodig waren en zoodra ze noodig waren. 't Is daarom dat het gouvernement niet geaarzeld heef ! beroep te doen op het vaderlandsch gevoel der natie en de middelen in .manschappen en geld vroeg, die onontl lijk waren voor de verdediging van het grondgebied. : De Kamers volbrachten moedig hun plicht, en, danl< hun wij s beleid, zijn wij nu zeker Belgen te blijven en grondgebied ongeschonden te bewaren. i De legerhervorming kon niet tôt stand komen zo , groote uitgaven ; zij alleen was de oorzaak der nieuwe la • En de minister verklaart hu, dat de krijgslasten ni. zwaar om dragen zijn en, in aile geval, minder zwaar dan c de liberale regeering. SCHOOLWET ! De schoolwet, die nu gestemd is, werd gevraagd doc katholieke meerderheid en door het katholieke land. Hij was persoonlijk gekant tegen de verplichting var tôt 13 à 14 jaar schoolbezoek, doch hij heeft zich aanges bij de meerderheid zijner vrienden. Overigens, de overgang zal geleidelijk en op gema wijze geschieden en aile strafbepalingen, die de verp ting hatelijk hadden gemaakt en die door de liber en socialisten waren voorgesteld, werden verwor DE VLAAMSCHE VOLKSRECHTEN In zake legerwet en schoolwet, verklaarde de hoof nister overtuigd te zijn de rechten der Vlamingen te he voorgestaan in den geest van gelijkheid en rechtvaardig ten goede van de éénheid van het vaderland. Geen enkel» punt onzer Vlaamsche eischen en bela heeft het achtbaar kabinetshoofd onbeantwoord gelatei De velerlei beleedigingen en verdachtmakingen, die van aile kanten zijn toegeslingerd geweest, voor wat aai zijne houding tegenover de Walen en zijn woorden het tweetalig treinboek, laten hem volledig onverscl Nooit is bij tiem de gedachte opgekomen zich te verz ! i 1 1 I t l 1 t ] f i t i i i :] l [ 1 \ i t I t [ t [ ; 1 E I: \ V'i ii ]( Yc is ii- 1 IC it es £ n Fc 0< >Ti l( l( K l( l( l( i c e 0 1€ b U d 11 >v )i le n ;o "n 01 Ii ie 'O c e "le Qi a 0 id te t ic 1 Dt !ê ic il >e In ,b ie »g M g' 11 tt g , tegen het tweetalig treinboek en altijd heeft hij het verdedigd bij vrienden en regeering, als rechtvaardig en billijk. :. Als hoofdminister is hij verplicht allen, zoo Walen als Vlamingen, dezelfde dienstvaardigheid te betoonen, en allen, r zonder onderscheid, ter wille van het vaderland, te ontvan-e gen,.wanneer het hunne wenschen en hunne rechten geldt. Met verontwaardiging en klem bestempelde hij als een groot nationaal gevaar de bestuurlijke scheiding. Elkeeii, ? zoo Vlaming als Waal, dient zijn recht te hebben en hand in n hand dienen zij samen te gaan en te werken tôt de grootheid n van het vaderland. DE VLAAMSCHE HOOGESCHOOL e Het Vlaamsche volk heeft recht op een hooger onderwijs en zal, omdat zulks rechtvaardig en billijk is, zijne Vlaamsche : Hoogeschool bekomen. Te samen met het onderzoek naar lotsverbetering voor de e kleine burgerij, zal het brandende vraagstuk der hoogeschool de werkzaamheid der Kamers voor dit jaar uitmaken. r- « Op i Januari 1915, zoo zegde hij, zal voor het Vlaamsche volk te Gent een volledig Vlaamsch hooger onder-?" wijs worden ingericht ». BESPREKING Na de redevoering werd er eene bespreking gehouden, die al zoo belangrijk is in Vlaamsch opzicht als de redevoering van den minister zelf. In de bespreking werd het woord gevraagd door den heer Benoit Versteylen, voorzitter van den Vlaamschen Katholie-ken Arrondissementsbond van Turnhout. ^ Onbewimpeld verklaarde hij de bittere waarheden : dat onze gekozenen niet altijd, noch in legerwet, noch in school-q wet, hun plicht hebben gedaan ; dat het uit moet zijn met kies-q beloften en schoone woorden ; dat de Vlamingen daden willen en als eerste daad nu de vervlaamsching der Gentsche Hooge- ' ^ school. Dan alleen is het bestaan der katholieke partij verze- kerd en voor de toekomst schitterend. q Heer Karel Claesen, voorzitter van het Davidsfonds, q nam daarna het woord. 0 Kalm en beredeneerd wees hij eerst op de taaltoestanden, !q die in landsbestuur, leger en onderwijs geheerscht hebben en |q nog blijven heerschen, eischte voor de Vlamingen gelijke Iq rechten en rechtvaardige wetten, en geraakte in vuur rond den Iq strijd der vervlaamsching van de Gentsche Hoogeschool. q En toen kwam het er uit... « ik meen goed begrepen te heb-q ben, en met mij al de afgevaardigden, Heer Hoofdminister, q dat ge de Vlamingen geven zult de vervlaamsching der Gent-2 sche Hoogeschool. Is 't niet zoo, Heer Hoofdminister ? » 2 De heer de Broqueville deed een grootsch ja-knikkend ge-, baar, waarop de heer Claesen antwoordde : « We danken u, le ut s-e-e-erir, er 2, :rt în e-a-îdig nt or lie m ar :r- in ns er n. te er neer mmister ». O—: LANDBOUW. WERKZAAMHEDEN IN JULI 1. Tijdens deze maand worden gerst en rogge ingeschuui'd, en onmiddellijk volgt daarop het zaaien.van rapen. Daar deze 's Winters om zoo te zeggen het een ge groen voeder uitmaken waarover de landbouwer beschikt, zal hij niet nalaten er de beste zorgen aan te besteden. Ten andere, rapen, met verstand gevoederd, zijn een uitmuntend voedsel voor melkkoeien. Om loonende opbrengsten te bekomen is het noodig, voor de ontstoppeling, 400 kgr. superfosfaat, 200 kgr. chloorpotasch en 150 kgr. zwavelzuur ammoniak per hectare te strooien. 2. Aardappels en voederbeeten hebben, tijdens de maand Mei, tamelijk fel aan koude geleden, zoodat de groei eenigs-zins gestuit werd. Ten einde deze planten weer op te beuren kunnen wij enkel het gebruik van 100 tôt 150 kgr. zwavelzure ammoniak per hectaie aanbevelen. Deze stikstofmest zal de planten na korten tijd voile levenskracht bijzetten. 3. Eene voederplant die na korten tijd eene goede opbrengst geeft is de witte mostaard. Men zaait ze gewoonlijk in roof-bouw, in den loop dezer maand, ofschoon men ze zelfs den ganschen Zomer door kweekt. Witte mostaard wordt gretig door de dieren geëten, en schijnt zelfs zeer voordeelig te werken op de afscheiding der melk. Om te gelukken denken wij, per hectare, de volgende schei-kundige meststoffen te moeten aanbevelen : 300 kgr. superfosfaat, 100 tôt 150 kgr. zwavelzure potasch en 200 kgr. zwavelzure ammoniak. Deze meststoffen worden door eene middelmatige omploe-ging, voor het zaaien, ingewerkt. 4. Zoo het weder min of meer vochtig is, zal men niet nalaten het besproeien der aardappelen met Bordeleesche pap voort te zetten. 5. Eene voederplant die ook zeer aanbevelenswaardig is, omdat zij als tusschenplant kan gekweekt worden, is de in-karnaatklaver of roode top. Deze klaversoort is zeer gevoelig aan de koude : het komt er dus op aan, vroeg en dicht te zaaien ; op die manier zal zij voor den Winter goed ontwikkeld zijn, en beter aan het gure weder kunnen weerstaan. Als bemesting gebruikt men 400 kgr. superfosfaat en 200 kgr. chloorpotasch; deze meststoffen worden ondergeploegd. Voor het zaaien egt de let en de lienn. lienid, en :m îat 'er «g- en men nog n kgr. zwavelzuur ammoniak per hectare m. Willy. — O— Van tak op tak, : Nieuw geld. ÊJîDe eerste nickelstukken met gaten zijn uit de Fransche Munt gekomen. Het publiek zal voorzeker tevreden zijn. Van nu af zullen geen bronzen munten meer geslagen worden; enkel nickel-geld. Het zegelrecht op de titels. Tal van bladen van aile gezindheden bestrijden levendig het behoud van het zegelrecht op de titels. Naar men verzekert wordt er in het Ministerie van Finan-ciën ernstig een ontwerp bestudeerd, belangnjîe wijzigingenX ciën ernstig een ontwerp bestudeerd, belangrijke wijzigingen brengende aan de wet op het stempelen der titels. Aangename reisgenoot. Zondag avond stapte een man in den trein, die van Bergen naar Frameries moesl njden. 'Hij legde zijne pakken op de I Zonelag 12 Juli 1914. 0,05 fr. per Nuramer 16e Jaa/rgaiig, Nr 33

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre t Volk van Ronsse: Vlaamsch katholiek weekblad voor Ronse en het arrondissement Audenaarde appartenant à la catégorie Katholieke pers, parue à Ronse du 1898 au 1936.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes