Vooruit: socialistisch dagblad

375 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1915, 24 Novembre. Vooruit: socialistisch dagblad. Accès à 19 novembre 2019, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/862b854m4v/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

DrateHp'-UltgeefMtr Fafflî Maatschippij H ET LOT bestutarder » P, DE VSSCH. Le<2<sb£rg-Q«nt . . REDACTïE . . ADMSNISTRATIB HCOOPOORT. 2§, CENT w ^ Jw |[ \ ADONNEMENTSPRIJ3 BELOIE Drle tna&ndeo. . » , . fr. 3-2S; Zes tnaandca » * « , . fr. 6.50 Een jaar. fr. 1^50 Men abonneert x)c!i op a!!e postborette» DEN VREEMDg Drie maanden tdageiijk» ven&nden). . . . « . te 6.73 Orgaan der Behjisûhe Werkh'edenpapîij. — fersohjjtiende aile dagen. fCCtfEXJ' ^iiwiiiwww Bekendmakmg Etappen Inspektie 4 Gent, 20 Nov. 1815. De fabriekwerker Jodocus van der Elst in Aalst hee£t in weerwil van de verorde-ning A. 0 K. 3-5-15, vier levende postdui ven onrechtmatig terujr gehouden. Deze overtreding is onbemerkt gebleven, omdat de gemeente-politie g een huiszoa-ldng naar postduiven bij van der Elst ge-daan heeft. De door dsn burgemeester met de opzoe-king gelast geweest zijnde politie-baambte heeft beweerd dat boveng«noemde niet be-kend geweest is als duiven-bezitter, maar van der Elst is in de duivenlijst welke de burgemeester in handen heeft, genoemd aïs bezitter van negen postduiven. Er is dus hier eene bestatiging van een schuldig gedrag der gemeentelijke over-heid. Derhalve is op vervoeging van het leger-opperkommando aan de stad Aalst een boete opgelegd van 3000 Mark. Dit brengt ter openbare kennis. de Chef van het burgierlijk beheer von KEUDELL regeeringsraad ËT VERVAL DER AMBACHTEN IX De meer voortbrengst van het machien vergeleken bij het handwerk, wordt door treffende voorbeelden bewezen. Aldus kan eene naarstige vrouw drie knoopsgaten maken in twaalf minuten tijd; het machien die ze geheel alleen af-werkt, besteedt daar geheel juist vecrtien seconden tijd aan, onder 't bestuur van een kind ; het overige van den minuut la-Jesid voor de andere handelingcn. Dat is zeker breed gerekend. De vraag om te wcten wie het zal win-nen, het machien of de hand, rijst drin-gender dan ooit op. En voor wie de uitbreiding kent der groote confectiehuizen der Vcreenigde Staten van Amerika kan het antwoord niet twijfelachtig zijn. M en heeft altijd beweerd, dat de ver-jeheidenheid der lichaamsvorining bij de personen, het werk op maat en bijgevolg het behoud van het ambacht noodiakelijk maakte. De Staathuishoudkundige Aftaîion i tegt terecht dat wij lichamelijk zoo onge-lijk niet zijn, opdat er geen enkele fabri-katic op voorhand mogelijk zou zijn. In de Vereenigde Staten maakt men in de groote magazijnen kostumen op voorhand voor alîe vormen en grootte. Een fransch nijveraar, M. Seltiez, die deel maakte van eene onderzoekscommù -sie naar Amerika, zegt daaromtrcnt : Treedt binnen hetzij bij Brohaw, bij Browing King, bij Brooks en veel anderen te New-York, wat ook uwe vorming of uwe houding weze, gij zult er buiten treden met een klee-dingstuk dat u goed gaat, naar de laatste mode geinaakt en dat zeer duur kost. In België is men nu getuige van het verschijnen eener nieuwe organisatie. Een huis heéft zich beslist geworpen op de fabrikatie in 't, groot van vrouwen-kleederen.Dit is enkel sedert eenige jaren en zijn Yooruitgang blijkt onbetwistbaar. In de witgoedmakerij of lingerie is men nog dicht bij het huiswerk, maar er komt ook atelierwerk bij, dat wel de kiem in zich bevat van het fabriek en heel zeker <Van eene meer samengetrokken voortbrengst. Het keurslijf of corset is een fabriek3-artikel geworden. Dank aan een zeer volledig gereed-schap, is men er in gelukt het hoofd te bieden aan de oneindige veranderlijkheid der behoeften van het verbruik Men beschikt over 4000 maten en mo-deîlen.Als er eene moeilijke en verfijnde dame is, die nog een keurslijf met de hand ge-maakt wil, dan aarzelt de te huiswerkster dikwijls niet, eens de dame weg, 't werk aan het fabriek toe te vertrouwen. Men heeft geheel dikwijls beweerd dat de bouwvakken altijd ambachten zouden blijven. 't Is valsch en wij hebben Duitschland als voorbeeld. Ondememingen van metselwerk gaan samen met stecnbakkerijen en met ciment fabriekeri. Anderen organiseeren hunne eigene fa-brirken van deuren, vensters, enz. De optelling van 1896 in België ver-toont ons hetzelfde verschijnsel, namelijk een metsersondernemiiîg samenwerkend met eene houtzagerij en eene schrijnwer-kerij, een marmerwerkhuis verbonden aan eene schrijnwerkerij, enz. enz. Deze groote gestichten veroorzaken overal den ondergang der kleine am-bachtslieden.Het publiek verkiest zich te wenden tôt groote ondernemers die geheel het werk afmaken, dan tôt ambachtslieden die elk maar een deel van 't werk ver-richten.Ziehier wat de Vereeniging der pa-troons metaalbewerkers van Mechelen daarover zegt : Vroeger gaf het maken van een bouw werk aan verscheidene pa-troons en werklieden der stad. Nu bevordert men een enkelen al-gemeenen ondernemer,, die de wer- Ilii® van leven bij piantso m diersn u Toordracht gehonden op dinsdog 9 Novem-ber door K. L. G. DE TOS, ia «Ons Huis». Geachte to&hoordera ! Ieder levend wezen, 't zij dier of plant, «tamt af van een ander levend w©xon : Oaine vivum ex vivo. Ailes wat leeft, is hot kind van eeu lange rij voorouders, w&arvaoi het getal in een snelle reekg klirnt. Laat &ns t-ot voorbeeld nem&n den Hiensch. De tweeda l hter on a lipgende generatie, "ie der grootouders, bastaat uit vier personen, de vijfde (die der over-over-over grootouders) telt reeds 32 voorvaderen ; de 10e generatie omvat 1024 dirakte voorouderg (1 varmenigvuldigd 10 maal door sricheelf). Ervaring en ondenoek leeren ons, dat de kinderen de eigen&chappen der oudr.rs ov»r-sryeti, en dut zelfs invloeden van zeer ver-wijderde generaties op de nakomeling&n kunnen werken. Zoo ontïtaat d® oneindig groote verscheidenheid in do kombinatie der karakters van vroegere goneraties, overga-wtd door de nakomelingen. het *taat echter tegonwoordig, ont«gen-eprekelijk vast, dat niet alleen de oigen-schappen der ouderg ©n voorouders overge-wor<^eDl> en 100 °P oen «tandvAsta wijzc 1 behouden worden in de sistammiag, zolfs, in 'r- bet oneindige verschillige variatie* en mengelingen der overg«ërf<Ie eigen&chap-Pen; maar ook dat het nieuwe organisme 1 Plastisch is, in staat xich ze.lf te veraude-Kn: 200 ontstaat de versoheidenheid der in-«îviduën bij een îelfde soort. Aa8 die indiYip,»«,els iel' pen de invloeden van het omringende; de gtaat van dan inwendigen bouw van het individu. Door die uit- of inwendige invloeden krijgt een individu soins nieuwe eigen-schappen die de ouders en voorouders niet bezaten, en het komt zeer dikwijls voor dat een individu niet meer te verkennen is van esn verwijeterde voorouder, door het feit dat de nit- of inwendige faktoren (1) een ster-kere werking gehad hebben in de evolutie van een goort. Het is heel natuurlijk dat in d© studie der evolutie der soorten, de studie der erfe-lijkheid on der uit- of inwendige invloeden de groote roi speelt. Het uitgangspunt van het bestaan aller levende wezens, 't zij dieren of planten, is één enkele cel. Door in- of uitwendige invloeden, werkende op den bouw der cel, heeft zich die cel vervormt; door de verme-nigvuldiging van dit nieuwe individu is er een heele reeks nieuwe individuen ont-ataan, eene 'nieuwe soort. De evolutieleer toont ons, dat de hoogere dier- of plantsoorten tôt dien ingewikkel-den lichaamsbouw gekomen zijn, door onop-houdende veranderingen door do individuen ondergaan. Zoo legt men het feit uit, dat een mensch bvb. zijn oorsprong vindt in een levend wezen dat eencellig was en dat leef-de in het water der zeeoù voor miljoenon jaren. Mijn roordracht nu, zal niet zijn een uit-©enzetting van de evolutieleer, maar eer ©en bespreking van enkele gevallen van ver-menigvuldiging bij planten en dieren, uit-gaande van de stelling: de eerste phasis ▼an d© lichamelijke ontwikkeling van een levend -wezen is één enkele cel, die men ge-woonlijk noemt: de kiem. De voortpianting van levende wezens kan (1) Erfelijùe faJctoor : Elke zichtbar© ei-genachap is het voortbrengsel van een reak-tie, onder den invloed van uitwendige en van inwendige oorzakon, gonoemd erfeiiiko • ken doet uitvoeren door zijne jasten en al zijne leveringen, zoo*ls ankers, hekkens, sloten, koper- en zinkwerk van de groote fabrieken doet komen. Dit heeft voor gevolg dat deze gebouwen maar weinig arbeid ver-schaffen aan de werklieden onzer stad. Te Herenthaïs is het voor de smeden schier o'nmogelijk van deel te nemen aan de aanbestedingen, omdat al de onder-nemingen in blok toegestaan worden. Schilders van Leuven, een loodgieter van Waver, een smid van Elsene, allen deden voor de Nationale Commissie der-Kleine Burgerij dergelijke klachten hoo-ren.Om een beetje werk te hebben moet de tegenwoordige ambachtsman in onder-handeling treden met de algemeene on dernemers in plaats van met de eigenaars. Op 100 plafoneerders te Brussel schat de Syndikale Kamer van Brussel dat er tachtig werken voor algemeene ondernemers ; deze nemen vooraf 10 per honderd winst op al de werken die uitgevoerd worden. De onder-aannemers werken aan zeer lage prijzen en altijd aan schadelijke voorwaarden. Te Leuven is de smid geheel en al af-hankelijk van den ondernemer, die hem het deel der ondernerning aanduidt die hij hem wil toevertrouwen en den prijs vaststelt. Een kleine patroon getuigde het vol-gende : Men ontmoet dan ook menschen die werken als slaven voor het genoegen dier brave ondernemers. De kleine patroon gaat niet meer voor-uit, hij is soms verwonderd op het einde van het jaar dat hij minder bezit dan een jaar vroeger en dit hij stilaan in schul-den dompelt. F. H. BOERENKRAKEEL " 11 Sint-Truiden (Limburg), 13-11-15. De meeste groota booren zijn gôiagvoer ders op hun dorp. De meesie in V.aaiuich Haspengouw zijn klerikaal, met hier en daar een d'A eep^iekeu gevaarlijken vlegei daartusschen. in VVaalsch iiaspengouw zijn de meeste liberaal. Allen zijn ze haidnekkig behoudsgezind, wat jjist bewijst dat ze in een geruaten en voorspoedigen toestand leven. Ook de mesWwijnen zijn gehoudsge-zind Ze krijgen twee 'aaal meer snobbteng dan een big^enzeug, ilie nocliîjms reçût heeft op veel. We zegden : zijn gezagvoerders. Men vsr-sta, zijn afgevaard;gd&n van de niet aan-wezige bestuurders van de openbare gestichten, wier gr.cnd die boeren pachten, en ook van de groote grondeigonaars, die al-zoo, zonder zelfs het dorp t© kennen, over-tuigd zijn dat d© geest hunne r politick het volk 2 Al overvleugelô^,-* braaf > zal hou-don.Hoe staat het met den kleinen landman 1 Deze kijkt naar den machtigen boer op met schuchteren en ontzagvollen bhk zooals voor een keizerlijke hoogtijd. D© kleine boer is zelf werkman geweest, ofwel is hij de zoon van een werkman. Want de tijd is nog niet laug voorbij, wa&rin er geen kieine boeren bestonden en het dorp mets telde dan ©enige groote en middelmatige boerderijen en hutten, waarin de boerderijwerkman leefde als een beest, slaafde als een trekos, at als een hond. De boeken uit 't jaar 1830 b. v. spreken maar van « winningen » ©n huttsn. De moedigste en *sterkst© arbeiders hebben zich al spoedig zoo onafhankelijk getoond, dat ze er toekwamen zich geweldig in te spannen, om hun woning t© verbets-ren, een zwijntje, heel wat later een rund-beestje te koopen, dan ergens, op een openbare verpachting, een stukje grond vast te krijgen, dat vrouw en L'nderen zoudea b©-werken. Bij sommigen, door de omstandig-heden bovoordeeligd, kwam bot ©en stukje na het ander. D© koeien werden aaugespan- nen, en men was « aan 't varen ». Werd het gedoentje nog grooter, zoo twam ©en oiooie os. Het ideaal echter was en is nog het paard. Het gaat trouwens mot de boeren, zooals met de vorstehjke stamhuizen. Er i. ijn er die laagzaam van de homelhoogte zakken in den met. Er zijn er dio plots ta niet geslagen een anderen, ilie ait eigon be-weging te niet vallen. Wanneer d© kleine boer zijn naaste ver-leden niet vergeet, yoI allerliande gebrek, waarover zijn vader veel wist te vertellen, zoo voelt bij zich steeds felukkig'op zijn land, op zijn kleine boerderij. Doch hij is 1 een echte slaaf. Zelfstandig doen en denken is in hem niet. Blindelings blijft hij in da schaduw van den grooten pacht.er, om hem, in voile vertrouwen in ailes na te doen.Zeker een volslagen s.aaf. Vas> zijn zweet leven voornaamlijk de kleine grondbezitters, thans in de stad woonachtig, doch vroeger ook dorpelingen als hij. Dit eoort vlooien-goed — de bedoeling is juist, vermit» ze leven van en op de boeren — is ©en onver-draAglijk ongedierto, d&t aast op geld, zoo-^ als e«n hyena op kreng. Met hun handeltje in d© stad, konden ze g&id bijeen krijgen, om op grooler voet te komen staan. Dan krijgen ze geld te veel, geld dat tôt den laatsten cent van ds boeren komt. Dan koopen ze klein© stukjes grond, of grooter stukken, die ze dan in kleine verdeelen, om alzoo aan verschillende kleine boeren te ver-paehten. Deze kleine boeren hebben altijd akker to weinig. Dit weet d© nieuwe rijke. Hij verpacht derhaJve aan buitengewoon hoogen prijs. 't Is te nemen of te laten, niet te bepraten Eén voorwaarde is bij d© ver-huring altijd : « je zult nu bij mij ook moe-ten op wir.kel komen ». Zijn dit nu wezen-lijk vlooienstrek°n 1 Koopt. de boer veel, zoo voe.t de handelaar-grondbezitter, dat het hem best gaat. Hij krijgt van de boeren veel geld. Tezelfdertijd oorde©lt Hij : de pachten zuîlen moeten verhoogd worden ; d? boeron hebben een overvloedigen oogst. Wat ge-zegd is wordt gedaan. Dubbel wordt de boer uitgebuit, door al degenen, die van d»n geschieden op tws» zeer vcrschillend--' hoofd-wijzen: onge.slachtclijk en ycslachtclrk. Vandaag zal ik alleen behandelen de on geslachtelijk® voortpianting, die even xoo goed als de geslachtelijke toont, hoe ïic-b cen tamelijk hooger wezen ontwikkelt uit een cel. De ongeslachteîijke voortpianting is deze welke het leven geeft aan andere wezenç, de kinderen, zonder kruising van een manne lijk en ©en vrouwelijk individu, zonder ver-smelting busschen een mannelijke en een. vrouwelijlce kiem. Die ongeslachtelijke voortpianting kan ge-achieden : 1. Door celverdeeling in het diorenrijk en plantenrjjk ; 2. door knopvorminff, id. id. ; 3. door uitloopersvorming, plantenrijk; 4. door kiemvoortbrenging bij dieren ; 5. door tporen bij planten (zwa.nimen bv.) ; 6. door sporen bij dieren. (Dit zijn de minst ingtwikkelde gevallen.) Van die gevallen wil ik ©r u enkele uife-leggen.De celverdeeling kunnen we vaststellen bii de protozoën, de eencsliige voordieren. Elen cel, do moedercel, scheidt zich in twe©, ale-00k de kern, en geeft aanleiding tôt twea klein© dochtercellen, die zich op hunne beurt in twee sebeiden, om hèt leven t« schenkon aan vior kleindochtert. Nr. een paar weken kunnen uit 1 individu vergehei-den© miljoenen afstammelingen ontstaan. Een ander geval van celverdeeling zien w© bij de amaboïdetporen van d© tlijtn-zwammen.Een slijmzwam, de lethalium Septicum, zet 'zich vo(^t door middel van sporen, dio de gedaante hebben van gewone cellen met gterken celwand. Na een zekeren tijd geheurt de celwand en het protoplasma met kern komt vrij. Die « col zond«r w«tad » krijgt dan een trilhaar dat, door trillingsn, to»-laat aan de wandelooze cçl zid». ta hewec&ru. te zwernmen in het water ; dit is nu een zoospore (2). Da zoospore varlieat het trilhaar en wordt cen ameeboidespore dis zich verdeelt. Na een groot aantal verdeelingen vereenigen zich ds amœboïdesporen, of liever het protoplasma dier sporen ■ 3melt » ineen en vormt een massa, het plasmodium, dat hard wordt en waarop dan verschijnen de « vruchten » die de sporen geven. De eencellige groene wier, de Pîeurococ-avs, zet zich ook voort door colvrrdeeling. deeling. Wanneer men de groene draadwier, de Spirogyra, in verscheidene atukken verdeelt, dan kunnen die segmenten op zich zolf voortbcstaan, zich voortplanten ; ket-ïelfde gebeurt bij r, Àer« kieine regenwor-men en ook lintwornen. Dit is wel geen celverdeeling, (hier is het een « lichaamsscheiding ») doch het is w©l ©en geval van voortpianting door verdee-ling, ongeslaehtelijk du». Zeker© soorten rermenigvuldigsn zich door knopvorming. Op hot moederlichaam, of op d© moedercel, verschijnen knoppen, gozwellen, die zich vervormen tôt op d© moeder gelijkendo individuen. Dit zijn dan de kinders, die in d» meeste gevallen aan d© moeder vaatgehecht blijven, sondsr ©igenlijk daarvan deel uit t© maken. Die knopvorming gebeurt bij d© tee-ane-monen (lagere holte-dieren), bij pohepen, bij het gist (lagere plant, e«ncellig). De zwammon vermeerderen zich ongo-alachtelijk door middel van sporen. D© hoedswammen (wat men hier noemt toove-naartbrood) dragen onder den hoed een groot aantal blaadjes waarop de sporen ge-vestigd zijn. Die mikroskopische sporen, wanneer za zijn vailen van den hoed op den grond, verlengen zich dringen in d© a&rd®, vormen !>en wit draaennet (myc©- liwn) waarop verschijnen, n» oen zekeren " ' * (3) Zoon. eriftksch = dier. \ grond leven, waarop rij ae»it »e« voet zeS» ten. Deze proletariër heeft rietg dat hem be-schermt. in de jongste dertig jaar h©eit zeker de klerikale regeoring den boer heel veel ailerhande steun ke«orgd, doch maar in zoover als noodig om k»n» t« lijmon aaa de politiek van da gesstelijkkeid ©a van de kasteelheeren. Ontroogd is thans de boer— hier bedoelen wij nu steeds don klainen boer — in 't geheel niet. Integend&el, zijn be-schermers hebben hem meer dan ooit ver-wéuarloosd en hem mat «en dicht web van staatszorg en goddienerij oaringd, dat hem niet prangt doch hem en vooral zijn vrouw en zijn kinderen onmondig #T»rl©vert aan grond- en kerkkapitalisme. De groote boer heeft op 't dorp wel ges&ç, we zegden het even, dooh «ijn invloed 1» lang niet zoo groot meer in don en tijd, d&a 2 ijn macht wei zou laten veronderstellen» Kasteel en pastoor hebben oneindig veel meer gezag over de msnigte kleine boeren, wi&r getal met dan dag tœneemt en di^ veol meer afhankelijk zijn dan de dorpamaa, die land en nijverheidsarbeider i#. Anderszijds moet toch opgemerkt worde® dat ook die kleine boer een grondig bosef van eigenwaarde heeft en m®er daa ©igea-liefde en ikzucht geno«g, beide allerbeâti proletarische deugden, om te voelen dat b4 iemand is in de samenleving en in vael standigheden, zonder ismands h«Ip, dooff eigen macht, zijn wegen kan gaan, in dering. Da^ruit volgt e»n vrij cratwikkeîd© standigheid, die soms wel wat bekrompea is, wanneer ze den boer tornghoadt raM drang naar alzijdig© ontwikkeling, doch dot, te kostbaarder in zooveel omstandigheden, wa&rin zelfhulp, zelfredding, zelfhandeà roa nootiig en noodig zijn. Zwakke voorfceokona van dagende ontvoogdkig. De iiandel van den kapitalistboer ràtsi niet omdat aij ta groot is en gebeurt op d« grooto markten en met groote middelen. Doch de kleinen brengon het weinige dat zal hebben op d© naaste marki, waar elke kleine kooper het ziet en badingt, opneemt en schat, tôt bij het laatste zafeje, net laatst» graantje, het laatste be«stjo. Wie van dea gfooten boer koopt, is ©n ziet zeif groot, handelt groot. Wi© de waar afneomt van den eenspanner, và,n den oesen- on van dea koeboer, is een kleinzienertje als de boer zelf en cijfert als hij het laatste cent je winst, verlies, op- en afslag uit. Zooals de kleina boer massa is, roo ook is zijn chënteele. Daaruit volgt drootendeels al het gerucht dat rondom het boerenleven in dezen oor-logstijd is gemaakt en waarover w« morgen wel wat zullen zeggen. Stbvhm Boersïh.. Voor ds gskwstste Bilgen Aan d© in den oorlog gckwetate en aan de betere hand zijnda Belgen werd van bij son* ' dor© belgisohe zij de reeds steun verleead. Het handwerk, dat zij in de belgische hoapi-talen verrichtten, d© voorwerpen dis zij et vervaardigden, werden vergoed en de winsfi die er gemaakt werd op den verkoop van vervaardigde voorwerpen, werd gestort itf een fonds, waaruit hulp verleend werd aaa hen die in den oorlog verminkt waren. De belgische regeering heeft nu haap gtenn aan de van belgische bijsondere zijd» tijd, vruchtbare takken, die te voorschijn komen boven d© oppervlakte der aarde, «i een "nieuwe hoedzwam vormen, elk op aioh zelf. Die hoedzwam op hare beurt brengt sporen voort, en d© ontwikkeling van eenel niouwe generatie b©gint- Die sporen zijn aesr klein, 0.008 mm. door» snsde; op ©ena oppervlakte van 1 cm* kun^ nen er 2.000.000 liggen ! Om t© eindigen wil ik een woord ïeggenl over de uitloopersvorrving. Deze kan men vaststellen bij de aardbe-' zie, kiimop, iît©; d© wortelstokken der va* rens, de takvorming der uiaterlen*, zijn ook gevallen van dergalijk© voortpianting. Het eenvoudigste geval is da aardbezie, Laat ons de ontwikkeling van ©en aardfc©» zieplant nagaan. Een plant ontspruit uit een zaad ; de plant heeft geen rechtstaand» stam, maar wel een gtam di© lang» don grond voortkruipt. Op ©en sakar punt van dien kruipenden starn, «splitst» zich deze, b. v. in twee (gaffelvormige spliteing); di« twee takken groeien aan, dsarop versohij-nen knoppon of botten, die bladeren geven, en wortelen, die in den grpnd dringen : nieuwe aardbezieplanten zijn gevormd. Die «nïeuwgeboren» individuën kan men van de moeder scheiden, door die uitloopers te snijden op gepaste plaatsen, en men kan za dan elder3 planten. Ik spreek hier van do uitloopersvorming, omdat rij een gavai ic van ongeslaohteiijke voortpianting. Uit wat ik gezegd hefc in mijn voordrach^ kan men de gevolgtekking maken, dat hefc nagaan der vermenigvuldiging van eca eencellig wezen/ de amoeboïde «pore van eea slijmzwam b.v toont, hoo zich een eencellig dier of plant kan rarvo^iran tôt ingo-wikkeld hooger wazen, en dit door onop-» houdend© gedaftntevoranderingen, door voortpianting, waarvan do xcornaamate i# . do oelverdeeliftgr 3t aar — 18. 327 Prijs per nommer : voor België g eentiemen, root den Vreamde 3 centiemen Tuiotoaa t VïâK&cstîo 24"! - âd «linlistratie 2tt4b da"*4 'î^tlv'e^Ê'éH"''îfét»"li ..i 111 mi 1 1 un «n i 1 v Ti fin"- ri—rrurnn—mimif—■■'rirarrr iiimé u i > 11 5«v«ïiie»ï:':»■» « r—ri 1 ""r nnr 11 - r 1 1 1 1 1 imim»—■imiwMiinw n 1 inini n 1 nÉiimn m n- w» — -

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Vooruit: socialistisch dagblad appartenant à la catégorie Socialistische pers, parue à Gent du 1884 au 1978.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes