Zondagsblad: letterkundig bijblad van Vooruit

246 0
close

Pourquoi voulez-vous rapporter cet article?

Remarques

Envoyer
s.n. 1917, 01 Juillet. Zondagsblad: letterkundig bijblad van Vooruit. Accès à 14 octobre 2019, à https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/fr/pid/4t6f18tw2m/
Afficher le texte

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

ZONDAGSBLAD Byblad van " VOORUIT „ ZONDAG 1 JULI 1917 Derde Jaargang — Nr 10 Prijs : 5 centiemefl Het Litteeken Mang Nulens, een weetgierig eenspannertje van Alt-Broeckhem, een oud, spnnglevend Demerboertje, met een driekantig aangezicht en twee kleine, staalgrijze oogen, was bang voor hel noch voor duivel en keerde zich, als liij van spoken of vuurmannen hoorde spreken, haastig naar den muur, om lachend in zijn vuistje te kunnen kuchen. — Spoken ? Daar zijn geen spoken ! wist hij met zeker-heid. - In zijn verre kinderjaren was hij koorknaap geweest en meer dan eens had hij in de \roege morgenuren, als de oude koster het speen had, de l^erkdeur moeten openslui-ten en de klok moeten luiden : daar waren hem ai kwioe-roepende uilen tegen den kop gevlogen ; hij had al tegen dikke vleermuizen moeten worstelen ; maar spoken, zwijg toch stil van spoken : nooit had hij een schijn van een spook ontmoet, noch op den killen doodenakker, noch in het donkere klokkenhuis, noch in het hol-klinkende kerk-ruim.— Dat was goed in den ouden tijd! meende hij. En met zijn langen hazenkoter krabde hij in zijn dikke pijp, die hem bijna nooit verliet. — 't Geloof gaat de wereld uit ! weeklaagden de boeren, wanneer zij hem zoo hoorden praten. Eer hij kurassier was, — in die;n tijd waren er nog kuras-siers in België, — stond hij bekend voor den knapsten kegelaar en den onversaagdsten vechter van 't dorp. Te nacht en ten ontij was hij door dennebosschen en heide-velden, langs vijvers en oude kasteelen van de boerenker-missen naar huis gekomen, lustige liederen zingend, en hèt was hem al gebeurd, ja, dat hij sulferkleurige dwaal-lichtjes boven de zoppige zompen had zien wiegewagen of keffende volgelscharen in den matten maneschijn over zijn kop had hooren vliegen ; hij had ook al zwartharige hon-den, met of zonder rammelende sleepkettingen, uit zijn weg moeten stampen, en in een stillen winternacht was hem eens een heele tros verblindend klare sterrenspedde-ringen op den schouder gevallen ; maar nooit of nooit was hij door een wit spookpaard ten gronde gereden ; nooit had een akelig geraamte hem vuur in 't aangezicht ge-spuwd of verborgen schatten aangewezen. — Boosdoeners, die bestaan, beaamde hij. Dieven, beur-zensnijders, jawel. Maar spoken?... Ha ha h'a ! Hoe ver-koopen ze die dingen eigenlijk wel? Drie ellen voor een frank zeker? De dorpelingen hielden echter staande, bij hoog en laag, dat het spookte in het oude kasteel der graven de Moelaerts, dat onbewoond was gebleven sedert den dood van den laatsten vertegenwoordiger dier aloude Limburg-sche familie. — Daar zit altijcl een dikke kraai op het dak, roerloos. — Tusschen twaalf en één gebeuren daar dingen, die niet pluis zijn, ge inoogt mij gelooven. — De scheper Mombeeks heeft eens gezien, dat al de vensters van de bovenste verdieping verlicht stonden. — Meer dan één buurman heeft de witte vrouvv rond het kasteel zien wandelen. —-,En rond den heelen hof, naar het schijnt. — Ze zeggen, dat zij gelijkt op de oude Flippine : de-zelfde gang, dezelfde dikke onderhp. Daar geloofde Nulens natuurlijk geen steek van. — Soyons sérieux! franschte en schimpte hij, terwijl hij een kouden Hasselaar in zijn mond omschudde. Somtijds - liet hij zulken luiden schaterlach hooren, alsof hij op een kleine frommel blies. Die oude Flippine had hij vroeger heel goed gekend en in zijn verbeelding zag hij haar nog door het dorp komen aanloopen, groot, trotsch, kaarsrecht, bevlokt met witte en zwarte kant, een bleeke parasol boven het stugge hoofd, die een vleezige lip en eenige zwarte pijltjes op de kin vertoonde. — Verwijder u! Flippine is daar! Uit de voeten! Zij gaat naar de kerk ! Zoo werd er dan heimelijk gelachen. Met open mond staarden de kinderen, tegen een haag of een muur gedrongen, naar de zware, sierlijk gebogen pluim van haar hoed, die, bij elken plofstap van het zware mensch, een knik gaf. — De pluim is vriendelijker dan zij, spraken de listige boeren, die zelden een goeden dag van haar kregen. — Zoudt ge niet zeggen, dat ze een wrangen smaak in den mond heeft? — Zij eet misschien gaarne zuurmoes. — Dat is nochtans geen heerenkost, nietwaar? Later had zij den kanker aan de tong gekregen,, die men haar uit den mond had moeten snijden en met een lange zilverspejd terug op haar plaats" had moeten bren-gen : sedert dien was haar grijnslach nog heel wat nor-scher geworden. Nulens was verscheidene malen op het kasteel geweest en als koorknaap had hij de begravenis bijgewoond van den ouden graaf en, wat later, van diens everf ouden broe-der. Hij herinnerde zich, onder meer, dat hij met zijn moe-der was meegegaan, om 's avonds bij het lijk van den graaf te bidden en dat hij een bol geelachtig schuim op den dikgelipten mond van den doode had zien staan. Als hij later toevallig eens terugdacht aan den ouden graaf de Moelaerts, zag hij altijd dien bol schuim en die dikke, bleek-blauwe lip, het merkteeken der familie, — zonder daarom een rilling van killen angst door zijn leden te voe-len glijden. — Pas cela, vous savez! herhaalde hij, als hij over die dingen sprak. Zelden of nooit hoorde Nulens beweren, dat de graaf of zijn broeder de bijgeloovig-bange boeren door nachtelijke verschijningen kwam verontrusten, doch de witte schim van de deftig-fiere Flippine, hun zuster, die wilde hun verbeelding niet ontwijken. — De schrijnwerker Vanderelst, die, met zijn getuig op den schouder, rond middernacht onlangs het kasteel voor-bijkwam, heeft ze ook weer gezien. — En Jan Jacobs ook, die er met zijn karretje "voorbij-reed.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.  

Il n'y a pas de texte OCR pour ce journal.
Cet article est une édition du titre Zondagsblad: letterkundig bijblad van Vooruit appartenant à la catégorie Culturele bladen, parue à Gent du 1915 au 1928.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Ajouter à la collection

Emplacement

Périodes