De legerbode

725 0
31 oktober 1914
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1914, 31 Oktober. De legerbode. Geraadpleegd op 30 maart 2020, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/tm71v5c73s/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

DE LEGERBODE den Dinsdag, Donderdag en Zaterdag verschijnende Dit tolacl is VOOR DE SOI DATEN beslemd ; iedere compagnie, escadron of foatterij ontvangt tien Pransclie en tien Nederlandsche exemplaren. De Belgische Soldaat Op 'l eersle oog valt hij tegen. IL j bezit ùet de flinhe statigfieid van den Etigelschen oldant. hij bezit nid de schilterende gees-igheid van den Franschen. Hij ziët er >•emakkelijk nalatig ait, let (veinig op cor-■ecte kleeding, en schijnt zich noeh om istjietiek noeh om eomfori te bekreunen. fndien hij hard werkt, spreekt hij weinig ; \ij sluit in zijn hart op zijn dvoom of zijn vramschap ; hij dee/i zijne innige gevoçlens ùet graag aan andèren mede. Het is een koppige en zmjgende hcld... Hij is klein, tierk gebouwd en taai. Hij mort soms, dut is het Belgiseh karak-ter eigen, maar gehoorzaamt altijd. Sedert den aanval op Luik; heeft de Belgische liniesoldaat nog bijnageen rastgehad. Hij (vas le/iHaelen, te Thienen, te Leùven, Le fLofstade. Geen oogenblik heeft hij den moed pf het bet'rouwen verloren. Hij weet waaroni mj strijdt, en dat de e.er van zijn land op het fpsl slond eer dan zijn leven in gevaar (vas. Mj weet dat om een schanddaad, geen drup-beî bloeds zou vergoten geworden zijn. Maar «/' weet dat hij Loehoort aan een ras dat îltijd den eerbied voor zijn woord boven zijn teiligheid heeft gesteld. Hij heeft vergeten mt hem, verdeelde met zijn broeders. Vlaming rf Waal, verstaat hij mischien de taal niet mn zijn buurman, maar hij voelt toeli dat hij met hem cène ziel uitmaakt. Hij weet dat de' eindoverwinning op zijne zijde zal zijn. Hij heeft een grenzenloos betroiuven in zijn <.ipperbevelhebber. t Is die kleine Belgische soidaat, moedig, '.envoudig maarkloek die, op de grenzen van •ijn verwoest. land, met zijne vevbondene vapenbroeders in voeling gekomen, zonder [flaten, voet voor voet, reeds tôt midden in I laanderen den grond heeft heroverd ; geen ienwe vePmoeienis zal hem terneerslaan, nu tij aan de zijde van de fransche en engelsche egers strijdende, voortaan aan de zijde iaat van de overwinning. Wijzeggen niet meer « les petits Belges », wp onlangs een fransche officier uit onder-vege Nieuwpoort, wij zeggen « de dap-i eren!» 1 (Excelsior.) IN BELGISCH CONGO Onze troepen hebben zich lieldhaftig gedragen 1 onze kolonie. Een mobiele kolonne lieeft Kis-ignie bemeesterd, versterkt punt op de oevers an het meer Kivu. Bij den stormloop op het fort jrachten onze troepen zware verliezen toe aan vijand. Een poging der Duitschers op Albertville ten '■ ester. Tan Tanganika mislukte volkomen. ten Belgische kolonne uit Katanga is Engelsch ittodesië ninnengedrongen om de Engelsche troe-f11 te ondersteunen die van Abercorn naar 'ostelijk Duitsc.h AlVika oprukken. Ons bewonderenswaardig leger Al de fransche, engelsche, italiaansche en hol-ndsche dagbladen brengen eene sehitterende «ide,aan het belgiseh leger, bij gelegenheid van |jne overwinning in West-Vlaanderen, ^ J-en mede vverker van de Daily Express ze^t dat mtsehe oflicieren hem bekend hebben dat, in-!en het deze slag niet wint, het duitsch lè^'er iets anders meer te doen heeft dan zich teru<?te '6lcken. i.; van ons iand dat op dit oogen- pk betwist wordt. De huidige Oorlog De oorlog, wellce de Duitschers nu voeren, is geen verdedigingsoorlog, maar een oorlog 0111 ovei'heerschappij ; t is geen verovérings- maar een nitroeingsoorlog ; 't is geen oorlog van idéalisme, maar van wreedheid. Men v/il niet enkel legers vex-nielen, men ml steden vernielen, tem-pels afbreken aan den godsdienst, aan kunst of aan arbeid gemjd. Men beweert niet volkeren te overheerschen, men wil ze verpletteren, ze tôt aan liunne wortels uitroeien, opdat er op de kaart geen spoor meer overblijve van hun be-staan. Zoo vertoont zich België aan de wei'eld als een bedroevend en bewonderenswaardig voor-beeld van de oorlogsdolheid. België verdiende die marteling niet. Vol veront-waardiging staat het menschelijk gemoed op tegen de beleedigingen wellce zijne schoonheid en zijne ohafhankelijkheid geschonden hebben. Ware het zoo niet, dan zou men mogen zeggen dat de menschbeid opgehouden heeft een ver-zameling te zijn van voelende schepselen en dat de menschen hard geworden zijn als steen. Onze ziel zucht van smart en voelt de drukking van het krachtigste vei'zet. Wij teekenen protest aan niet alleen tegen die onverzaadbare ver-nielers, maar 00k tegen de passiviteit van de wereld, diezulke monstruositeiten laat gebeuren. Ware Frankrijk, Engeland of Rusland de bedrij-vers van zulke schandige handelingen. zou onze verontwaardiging hen evenzoo krachtdadig tref-l'en. Wij zijn verzekerd dat we in die houding niet alleen staan. "Van aile zijden verneemt men dat de harten kloppen onder denzelfden indruk, die het onze heeft ontroerd. Met ons voelen de pacifisten, omdat België was de vrede; met ons voelen de intellectueellen, omdat België was de beschaving; met ons voelen de werklieden, omdat België was de démocratie ; met ons voelen de kunstenaars, omdat België was de kunst in zijne praalge-bouwen en in zijne nijverheid ; met ons voelen zij die liefde droegen aan een ideaal, omdat België was de onafhankelijkheid ; met ons voelen de goede Kristenen, de vurig geloovenden, omdat de Eeuwige Rechtvaardigheid zonder af-schuw zulke misdaden niet kan zien. Yoorgaantl artikel is geknipt uit de « Voz de Guipoz-coa » (Span je), hel voornaamste dagblad van de Baskisehe pi'ovineieën. De procureur van San-Sebastiaan vond dat liet de grenzen der onzijdigheld te buiten ging en beval aehtervoloingen. Dat beiet niet de overgroote meerder-îieid van het Spaansclie volk ons gunstig- te zijn, zooals bewijst volgend adres, aan den consul van België ge-zonden:« Iîeer consul van België, wij zenden U heden onze kaart. Wil daarin de uitdrukking vinden van onze oprechte deelneming, onze geestdriftige verkleefdheid aan uw edel land, van krachtdadig verzet tegenover de stichters van uwe vernieling. Meer kunnen wij niet doen voor uwe natie op dit treurig uur, waarop uw stoffelijke dood een glorierijke verrijzenis is van uwen geest. » DE ZWEEP De duitsche dagbladen hebben, om den moedi-gen wee'rstand van Antwerpen en de zware verliezen door hen gfeleden voor de versterkin-gen rond onze havenstad uit te leggén, niet beters gevonden dan te zeggen, dat de Engel-schen, om zoo te zeggen. de zweep in de hand, onze soldaten dwongen weerstand te bieden aan de Duitschers. Wat hebben die journalisten een ellenâige mentaliteit ! Verstaan ze dan niet dat hetgeeu werkelijk onze soldaten aanzweept, wat ze aanzet wpnderen van dapperheid te verrichten, mets anders is dan de gruweldàden door de duitsche benden bedreven. Kan men een beteren zweepslag denken. voor onze dappere jongens. dan het zien vrfn de ge-plunderde en in brand gestokene huizen, van de dorpen verwoest door de soldaten van den Koning van Pruisen, dién zelfden Koning. die zich verbonden had ons grondgebied te eerbie-digen en dfisnoods te verdedigen. HUNNE ONBESCHAAMDHEID Uit den oproep der 93 duitsche geleerden (?) : « Op de slagvelden van de Oise verscheuren de dum-dum kogels van onze tegenstrevers de borst van onze dappere soldaten. » Voor weken reeds heeft de BelgischeRegeering bij aile mogendheden protest aangeteekend tegen het gebruik van dum-dum kogels door de duitsche soldaten. Om maar een enkel geval aan te halen, de Hannover-luitenant von Hadeln, krijgs-gevangen genomen te Ninove den 24sten Sep-tember, werd in bezit gevonden van zulke kogels. * * * Aan den anderen kant, maakt Dr M.-G. Reiss, van Lausanne, die nu in Servië verblijft, de vol-gende verklaringen bekend nopens het gebruiken door Oostenrijksche troepen van ontplofbare kogels, die nog meer schade aanrichten dan dum-dum kogels. « Ik kan bevestingen dat de Oostenrijkers met nog geduehter kogels schieten dan dum-dum kogels ; het zijn ontplofbare kogels. Ik weet dat mijn bevestiging zwaar is, maar indien ik zoo stout ben, is het omdat ik zulke kogels in mijn bezit heb. « Ze veroorzaken vreeselijke wonden. Eens dat een der ledematen geraakt is, moet het onver-mijdelijk afgezet worden. Wordt het hoofd of het lichaam geraakt, is de dood zeker. Als ze weerkeeren, vraagt aan onze Zwitsersche ge« neesheeren, die in de gasthuizen werkzaam zijn, wat ze denken over de wonden door die kogels veroorzaakt. Ik kan er u het uitzicht niet van beschrijven en bepaal mij met te zeggen dat ze afzichtelijk zijn. « Zulke kogels worden enkel gegeven aan « Scharfschûtzen » — de goede schutters — en aan de gegradeerden in pakjes van tien. De « Scharfschûtzen », tôt 60 per compagnie, hebben soms ieder 20 kogels. Hier in het hoofdkwartier bezit men een heel stel zulker kogels die moesten dienen voor een mitrailleur. Het schijnt dat niet aile regimenten voorzien werden met « Ein-scliusspatronen » — zoo heet men ze —, maar zeker is het dat het 73e, 78e, 96" en 28e Infanterie er gekregen liaaden. « Ik zal erbij voegen dat de « Einschusspatro-nen » op de huis de Oostenrijksche Adelaar droegen en vervaardigd werden in de Staatsfa-briek van Wellersdorf, bij Weenen. « De slachtoffers van ontplofbare kogels zijn betrekkelijk talrijk. In het tweede reservehospi-taal te Valejevo, heeft één enkel geneesheer-majoor 117 gevallen gehad van wonden door ontplofbare kogels. » HIJ ZEI HET ROND UIT De hertog van Brunswick zou in Frankrijk krijgsgevangen gemaakt zijn. Van den aanvang af der vijandelijkheden be-vond Ernest-August zich bij het Duitsche leger. Maar in stede, zooals zijn keizeriijken schoon-vader, zich op een merkelijk aantal kilometers acliter de troepen te houden, nam hij deel aan de gevechten en, naar men zegt, bemerkte mea hem meermalen in de loopgraven. Men vertelt zelfs het volgende grapje : « Hertogin Victoria-Loaiza, echlgenoote van hertog Ernest-August, bij een onlangs gebracht bezoek in een veidhospHaal, had vernomen dat een der daar verplèegde soldaten haren echtge-noot in de loopgraven, bij de iaatsie regens, had ontmoet. Zij komt bij de sponde van dien be-langwekkenden gekwetsté en vraagt hem : — Ik kom te vernemen dat gij mijnen ecLt-genoot den hertog van Brtmsv/iJk in de loop-grachten hebt ontmoet? — Ja, Keizerîijke Hoogheid, anlwoordde de soidaat, terwijl hij oveieind ging «itten, eu den militairen groet maakte. — En hoe zag hij er uit ? — Hij zag er oprecht smerig nii, Keizeîlijke Hoogheid ! <( 's Keizers do eh. ter drong niet aan. > 15ï TfcToSëF 1 m ^ iNiimrnwf 224

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De legerbode behorende tot de categorie Oorlogspers. Uitgegeven in Antwerpen van 1914 tot 1940.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes