De Scheldegalm: gazette van Audenaerde

221 0
13 september 1914
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1914, 13 September. De Scheldegalm: gazette van Audenaerde. Geraadpleegd op 15 november 2019, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/qz22b8x05k/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

N' 3305. Zondag 13 September 1914. 56e Jaar. DE SCHELDEGALM GAZETTE VAN AUDENAARDE HET BLÀD VERSCHIJNT WEKELIJKS DEN ZATERDAG. — Men schrijft in bij de Uitgevers BEVERNAEGE GEBROEDERS, Krekelput, 15, en in aile POSTKANTOREN. — De prijs der inschrijving per jaar, vooraf betaalbaar is voor BELG1E 3 fr. 75 ; voor FRANKRIJK en aile BUITENLANDEN 7 fr. 50; voor AUDENAARDE 3 fr.—Alleartikelen en mededeelingen betrefténde de redactie moeten vrachtvrij toegezonden worden.Men isverzochtdeAnnoncen denVRIJDAG middag te laten geworden; de prijs is 20c. per regel. Reclamen en rechterlijke aankondigingen 50 centimen per drukregel. — De inschrijvers die hun blad niet wekelijks en op behoo-renden tijd per post ontvangen, worden vriendelijk verzocbt ons er seftens kennis van te geven. Om dit te voorkomen is ook het beste middel het abonnement in het postbureel of aan den briefdrager te vragen, aan wie men niet meer dan de gemelde prijzt-n moet betalen. Aile toegezondene of terhandgestelde geschriften die wij in ons blad niet kunnen opnemen worden niet teruggegeven. Leve de Konine' v-* Roland de Marès schrijft in Le Temps ei hoog gestemd artikel aan Koning Albert : « Te midden van de tragédie van deze la£ ste weken is eene schitterende figuur naar vi ren getreden; koning Albert heeft zich met é( slag eene plaats veroverd in de geschiedenis. » Wat ook de toekomst moge brengen; i overwinning of de ondergang — het oordee dat het nageslacht zal vellen, staat, wat he betreft, vast ! » En er waren er, die twijfelden aan dez< heldenkoning ; er waren er, die meenden, d hij schuchter en onzeker van zich zelf wa licht te beinvloeden en zonder eigen wil. Ma; al spoedig moest men erkennen, dat van de jongen vorst een persoonlijken invloed uitgir op de evolutie van de Belgische politiek en i kwamener, die moesten toegeven, dat konir Albert er wel degelijk een eigen meening i nahield. » Plichtsbetraehting is koning Albert's god dienst. Een tijd als de tegenwoordige was noi dig om dezen mensch te doen kennen in al zij grootheid. Want zelfs zijn naaste omgevin kende hem nog niet — kende hij wellicht zic zelf? » Zijn volk heeft hem leeren kennen, den da waarop hij, na het Duitsche ultimatum, in lu Parlement verscheen om het Belgenvolk te wî pen te roepen tegen den indiinger. Het was ee onvergetetijk oogenblik - de schuchtere, eenigi zins linksche man was verdwenen — da; stond een forsche, krachtige persoonlijkheit het gelaat strak van ontroenng, met korte, b( sliste gebaren, zijn volk zeggende, wat g< schieden moest. » En na den val van Luik was het konin Albert, die niet wilde hooren van een overhaai terugtrekken van het veldleger binnen de Anl werpsche stelling, maar die, als opperbevelhet ber besliste, dat het leger in het veld zou bli, ven en manmoedig den vijand zou afwachter Hij leefde met zijne troepen mede, deelde il de gevaren, die zij liepen en gaf zich geheel. » En ten slotte was het wederom de jeug dige vorst, die den uitval naar Mechelen door zette en leidde en de Duitsche aanvoerder dwong 40.000 man troepen naar het noordei te zenden om hem terug te werpen. » Daarom brengen wij don koning een eere saluut als de dapperste onder de dapperen. 0 het overwinning of ondergang zal zijn, hei zullen wij in onze geschiedenis noemen Albert de Zegevierende. » En nu, dat hij met zijn leger zich binne: onzen fortenkring bevindt, doet ook zijn edel moedig hart zich kennen. Hij bezoekt niet alleen de forten, maar oo de soldaten die in het veld aan de verschansin gen werken en de ambulancen en ziekezaler Hij richt hen het woord toe, spreekt hen moe in, vraagt hen naar ouders, vrouw en kindere; en drukt hun de hand. Te Contich wandelde hij door het dorp, e sprak hij de bevolking toe. Zijne taal schetst zijn manmoedig karakter. — Moest ooil de vyand hier komen, zegà hij, dan moeten alleen de vrouwen en kindere vluchten. Mannen vluehten niet. Zoo bezocht bij ook Mortsel, Dcurne Bras schaat en talrijke plaatsen, die in voorkomen geval van den vijandelijken inval zouden kur nen te lijden hebben. Zondag zag men hem onder anderen in lu St-Camillusgesticht de gekwetsten moed inspr( ken en opwekken. Ja, Roland do Mares heeft gelijk : konin Albert heeft zich eene plaats in de geschiedeni veroverd, en niet alleen in de geschiedeni maar ook in 't hart van elk rechtgeaarden Bel{ Leve de Koning I Ontroering van \ Kardinaal Mercier. | f Volgens een dagblad van Antwerpen, heeft ^ • Z. Em. Kardinaal Mercier, aartsbisschop van Mechelen, te Rome aan een franschen dagblad- I schrijver volgende verklaring gedaan : « Ik weet niet, zegt de kardinaal, hoe ik ge- z t komen ben. Ik weet niet waarom God mij op- r " legt nog te bestaan. Ik mag mijne oogen niet ^ sluiten, of ik zielijken, puinen enbloed overal, Ik wilde bij mijne priesters blijven, midden het . kerkhof onschuldigen dat de wilden gemaakt l j hebben, 'khebmijn kapitel vergaderd. Men , heeft mij bewezen dat het mijn plicht was in Rome te zijn. Mijn lichaam is er, maar mijne j ziel is bij de ziel der dooden, bij het millioen at dooden die ik beween. » Terwijl ik mijn land doorreisde, scheen het ^ mij dat de kracht der smart mij aan de rijluig- kussens onttrok en mij terugdroeg, aan den j, voet van mijn rernield altaar, bij mijn Koning, „ ® bij mijn bisschop van Luik, thans gijzelaar, j morgen misschien martelaar ! g ® » Langsheen de wegen liggen de onbegraven ^ lijken der christenen tusschen de krengen der j paarden. Ik heb aangezichten erkend : deze j was mijn studiemakker geweest. Dien grooten s jongen wiens lichaam de baan versperde, had n ik het H. Vormsel toegediend. Watze in Belgie a g verrichten is geen oorlog, 't is de uitwerking j, van den haat. Die mannen wreken zich al moor- dend ; zij wreken zich omdat zij, door hunne ^ ,t overrompeling van een onzijdig land, zich op ^ den rang der barbaren van oudsher geplaatst S) n hebben. Zij meenen dat de Geschiedenis, door 0 hunne bloedz>velgerij verschrikt, zal vergeten r hunne miskenning der verdragen aan te stip-I pen. » Die brutallen, die 't allen stond den naam [_ van God durven inroepen, vergrijpen zich niet enkel aan de weerlooze schepselen van dien God, zij randen de godheid zelve aan. In vlek- d ^ ken zonder verweer hebben zij, na de huizen h beschoten te hebben.de ledige kerken verbrand. vi Meonen zij te ontsnappen aan den eeuwigen d> blik van Hem die in de diepte van het taberna- sj kel huist ? Zij vallen op de vermolmde houten oi ' beelden der altaren en bedienen er zich van als te toortsen om hunne misdaden bij te lichten. » Te Mechelen, eene weerlooze ingesluimerde h stad, een wreedzaam aartsbisdom, bij eene be- ei volking van kleinburgers, hebben zij de colle- z< j giale St-Rombautskerk tôt mikpunt verkozen. s] Eens voldaan, zijn zij verti'okken zonder in de te stad te komen. Ik had aan mijne beminde kalme vi j stad tôt weerziens gezegd : het moest een vaar- te Q wel zijn ! En toch neen, niet vaarwel, want ik se wil mij aan hunne razernij gaan bieden op de îr brijzelingen van hetgeen zoo schoon was. oi 1 » En Leuven, universitaire hoogmoed van d' ons land, Leuven, waar ik als student, later zi als leeraar, zooveel jonge Italianen van de te Ij besten uit gekend heb ! Leuven is verbrand ge- vi worden, onder voorwendsel dat de inwoners m het leger hadden aangevallen. Maar nu, als de oi j verloftijd de hoogeschool ontruimd heeft, heb- w j ben ze geen tien geweren in de stad, bewoond ir door bejaarde echtparen, priesters en weduwen. 1 Die bommendragers hebben Belgie in het hoofd d e willen treffen. Zij hebben de verstandelijke w bronader willen vernietigen, vermits zij op (1 e barbaarsche wijze de toeslellen der laboratoria te l; en de boeken van het recht in den vuurgloed n geworpen hebben. 0 ! Wat moet dit woord d Kecht, in gouden letteren vlammend op den n. j rug der oudeboekbanden, hunafgrijzen hebben bi gegeven ! di » Wat zij inBelgie doen,heeft niets gemeens a ,( met den ooi log, noch met den middeleeuwschen di [_ oorlog die ridderlijk was, noch met den moder- L nen oorlog, die wetenschappelijk is. 't Is de oi „ inval der barbaren in een land dat werkzaam, s< | eerlijk en rijk was. 't Is de verwoesting met de s razernij tegen God, in zijne tempels, in zijne w gewijde of ongewijde kunst, nog tegen God in g. het heilig bestaan van vrouwen en kinderen. oi Wanneer het bloedmeer zal opgedroogd zijn, d ■ * al men een steen groot genoeg moeten vinden 1 m er de geschiedenis van dergelijke misdaden 1 Bgen het recht des hemels en tegen het recht s 1er menschheid in te beitelen. » De ouderling houdt op en droogt zijne oogen i f, waarvan de randen rooder zijn dan de pur- 1 ieren zoom van zijn kleed, en hij besluit. i « Maar ik wil hoopen. Belgie is moedig, het I al uit zijn aschbed opstaan. Dat uur der ver- 1 ijzenis zal ik zien van uit het graf, waar ik t reldra zal zijn, neergestrekt naast mijne tijdge- c ooten, naast de kinderen die ik met mijne 1 anden gezegend heb. De zending bij het Kon- I laaf vervuld, zal ik naar Mechelen terugkeeren. g l zal in Antwerpen komen, al moest ik door- 1 een de vlammen gaan om nuttig te sterven. » c — i te heer Max, Burgemeester vanBrussel, is Secretaris van het t Gezantschap der Vereenigde-Staten. J Dezer dagen kwam een Duitsche officier in o et stadhuis te Brussel, om den heer Max als n ijzelaar aan te houden. De burgemeester was p iist in gesprek met de gezanten van Amerika h n Nederlaud. j Deze diplomaten namen het zeer hoog met en officier : de gezant van Amerika verklaarde g at de heer Max onder zijne bescherming o ond en dat hij hem niet als gijzelaar zou ge- s omen hebben, of dat men hem ook moest a anhouden. De officier antwoordde daarop dat ti ij andere onderrichtingen moest halen. Toen hij in den namiddag terugkeerde, was e toestand heel en al veranderd ; de Ameii- g aansche gezant had den heer Max gezant- e ihapssecretarisbenoemd. Zijn persoon was dus y aaantastbaar, als Amerikaansch onderdaan ! Eene redevoering van den heer Asquith. ' In eene groote vergadering van burgers, in i Guild Hall, te Londen, sprekende, heeft de :er Asquith, die eene grootsche huldiging ont- tî ng, den lof gezongen van de vaderlandsliefde v ;r kolonien. Van den toestand aan het front ti irekende, zegde hij : Naar welken kant wij is ook wenden, er zijn veleredenen om trotsch zijn en vertrouwen te hebben. n Voorts zegde Asquith : Drie jaar geleden ib ik in eene vergadering, waar aile standen n i partijen vertegenwoordigd waren, in dit- g lfde gebouw de burgers van Londen toege- g iroken. Wij waren hier toen bijeen om ons verheugen over de gezamenlijke verklaring g in de twee groote Engelscb-sprekende Staten, j, n gunste van eene regeling van komstige ge- j, :hillen, althans die welke tusschen hen beide ochten rijzen, door gerechtelijk onderzoek g, ' scheidsrechterlijke uitspraak, doch nimmer t, jor oorlog. Drie jaren geleden vertrouwden v< j ten zeerste in de juistheid van hun houding, y: en zij deze nieuwe waarborgen voor den •ede verwelkomden. Wij vertrouwen er heden yi )g evenzeer in, ook al zien wij ons, tegen îzen wil, doch met helder oordeel en rein ge-eten, met al de kracht van dit rijk gewikkeld het bloedige gericht tusschen macht en recht. « Wat zou onze houding als natie zijn, in-en wij laag genoeg waren geweest om ons oord en onze vrienden ontrouw te worden ? juide toejuichingen). Wij haddon als afzijdige eschouwers bewonderend moeten toezien iar het beleg van Luik, het geregeld terug- ■ijven van de patriotisch landverdedigers y; iar Antwerpen, de naamlooze wreedheden en )ekaniersdaden, de heffingen van een onver- k îdigde burgerij, en ten slotte de grootste o] isdaad, tegen de beschaving begaan sedert s( ;n dertigjarigen oorlog, het platbranden van d, suven, een schaamtelooze vernietiging van K ltelbare schatten door een blinden barbaar- e< :hen wrok. (Luide toejuichingen), u « De schending van Belgie's onzijdigheid y; as slechts de eerste stap van een weloverwo- în politiek, waarvan het doel, zoo al niet het le imiddellijke, dan toch niet ver verwijderde s; ael was de vernietiging van de onafhankelijk- si leid van drie Europeesche Staten : eerst ielgie, vervolgens Nederland, ten slotte Zwit-erland.« Niemand — ging Asquith voort — heeft net meer iever en meer welslagen voor dat loogste belang der moderde wereld, den alge-aeenen vrede, gewerkt als Sir Edward Grey. n dien geest en met dat doel voor oogen andelend, heeft Grey, toen Oostenrijk zijn iliimatum tôt Servie had gericht, voorgesteld m eene bemiddelingsconferencie te doen be-;gen door Ruitschland, Frankrijk, Italie en àigeland. Ware dit aangenomen, dan zou het eschil zijn bijgelegd tôt eer van aile partijen. !ij wien berust de verantwoordelijkheid voor e weigering ? Zij berust slechts bij één Staat : •uitschland. » Minister Asquith deelde hierna onder luide îejuichingen mede, dat Kitchener's oproep an recruten tôt dusver reeds bijna 300,000 îan heeft aangebracht. Hij deed een beroep p de werkgevers, om het teekenen voor dienst-eming aan te moedigen. « Engeland — zegde .squilh — heeft vroeger de Europeesche vrij-eid gewaarborgd na een strijd van twintig iren. Laat ons thans hftzelfde doen. » Bonar Law, die zeer hartelijk door de ver-adering werd ontvangen, kenschetste den orlog als een der grootste misdaden der ge-:hiedenis, doch een waarin Engeland geen andeel had. Het was tegen Duitschland, als ■gen een militaire machien, dat thans gestre-en werd. Er is eene motie aangenomen, welke een eestdriftige bede om hulp voor de legers en în beroep op de natie inhoudt om den oorlog jort tezetten tôt een zegevierend einde. De Fransch-Rusissche-îngelsche Overeenkomst. (OFFICE EL). Telegram van Sir Edward Grey, Staatssecre-ris van buitenlandsche zaken aan sir Francis illiers, Zijner Britsche Majesteit's gevolmach-gd minister bij het Belgisch hof : Londen, 5 september. De volgende conventie is vandaag gesloten et de gezanten van Frankrijk en Busland : « De ondergeteekenden, daartoe wettig ge-achtigd door hunne wederzijdsche regeerin-în, verklaren door het tegenwoordige het vol-înde : « De Britsche, Fransche en Russische re-îeringen verbinden zich wederzijds afzon-îrlijk geen vrede te sluiten in den loop van ?n huidigen oorlog. « De drie regeeringen komen overeen dat, in ival vredesvoorwaarden in bespreking zouden >men, geen enkel der bondgenooten vredes-lorwaarden zal vragen zonder de instemming tn elk der andere verbondenen. Tôt staving waarvan ondergeteekenden deze irklaring geteekend en verzegeld hebben. « Gedaan te Londen in drievoudig afschrift. «(Get.): GREY, CAMBON, BENBKENDOBFF.» )e Russische zegepraal. in Galicie. Petrograde, 4 September. — Mededeeling in den Opperstaf. Voor den aanval tegen de frontlijn Lublin, holm bewogen zich de oostenrijksche troepen ) eene strijdlijn van Zavichost, lanoff, Toma-:hoffenBalz. Met het doel deze beweging te ;kken van den kant van het arrondissement ieff, in de Oosterstreek van Lemberg, ver-:nigden zij het tweede legerkorps bestaande t de derde, elfde en twaalfde korpsen van jf ruiterijafdeelingen. Op het oogenblik dat de Russen de aanval-r.de houding namen, was de oostenrijksche imentrekking nog niet geëindigd en de toe-and verplichtte den vijand zijn leger te ver- sterken met het zevende, dertiende en veertien- J dekorps ; 't zij een totaal van twaalf afdeelingen en verscheidene brigaden van den landsturm. De russische troepen der streken Leutsk, Doubno, Prosouroff trokken over de grens den 20e Augusti en richtten zich naar Lemberg, met het doel de oostenrijksche bedekkingstroe- hi pen door te breken en tegen den zijvleugel en 1! het achterleger van den vijand tu handelen. gi Dezen aanval werd bemoeilijkt door de talrijke zc bijrivieren van den Dniester, die aile wegen di afsnijden. De vijand beschikt daarenboven op den re Dniester over eene reeks versterkingen bestemd dt om eene paniek uit te lokken. De Russen namen drie honderd kanonnen, de levensbenoodigheden en maakten 10.000 krijgsgevangenen. Het overige deel van het tweede oostenrijksch P( leger heeft geene enkele nilitaire waarde. ln Van 2 September naderen de russische troe- te pen Lemberg tôt onder het bereik der kanonnen n.^ en de forten der stad houden den aanval niet zl-tegen. Dien dag werd Lemberg eng omsingeld door de russische troepen en de Oostenrijkers ln verlaten de stad in eene overhaaste vlucht. Lemberg heeft eene groote politieke en be-stuurlijke waarde, als middendeel van Galicie zo en de verdediging der bruggen. De bezitting liet den vijand toe den russischen linkervleugel te bedreigen en de gerseenschap met Rusland ae af te breken. ja Van 17 Augustus tôt 3 September heeft de n[ russischelinkervleugel 320 wersten (342kilom.) afgelegd. gi Het groot deel der vijandelijke krachten ge versehanst in machtige stellingen te Kamonka, Kalick aanvaarde den kamp en werd totaal verslageri in een bloedig gevecht dat geleverd werd den 31 Augusti en den 1 September. vo De geestdrift te St Petersburg1. De zegepraal heeft eenen ontzaglijken geest- mi drift verwekt en lokte eens reeks betoogingen uit in de straten en de schouwburgen. Ook op ne het Champ de Mars waar de soldaten met de da menigte de nationale liederen aanhieven, was ko de geestdrift onbeschrijfelijk. ail Het zegepralend oprukken. gc der Russen in Oostenrijk m; Petrograd, 6 Sept. s'! Een communiqué meldt dat op 4 September ^ de Russen den algemeenen aanval begonnen aa tusschen de Weichsel en de Bug. De Oostenrijkers verwachtten zich niet aan een krachtigen aanval te Lvow en hoopten wel hem te kunnen weerstaan. De Russen veroverden er mondvoorraad berekend voor een jaar. cii ——— de Ei De Verbondenen 2C tegen de Duitschers. Overwinning te Rijsel. Het Duitseh garnizoen verjaagd. L 42 Duitsche camions genomen. Di Uit vertrouwbare bron wordt gemeld, dat eene Fransche kolom uit Cherbourg vertrokken, zich naar Rijssel heeft begeven, alwaar zij het Duitsche garnizoen heeft aangevallen en het letterliik heeft uiteen geslagen, nadat zij aan dii de Duitschers groote verliezen jhad berokkend. zic De Duitschers zijn in wanorde gevlucht, ov 42 rijtuigen voor militair vervoer achterlatend. vo De geestdrift der Fransche soldaten en voor- he al die der Rijselsche bevolking, was onbe- schrijflijk. ru Men spreekt van een 300 tal dooden en van va meer dan 600 gekwetsten. st< Een 100 tal Duitschers werden krijgsge- Df vangen genomen. waaronder eenige officieren en een groot getal soldaten. g,. Daëelijk bebben de bewoners der stad Rijsel D( de Fransche driekleurvlag aan hunne gevels de doen wapperen. ne *a——^—b «a e Franschen meester in den Elzas. De Duitschers trekken troepen terug. Parys, 6 Sept. Van de Daily Mail : De Duitschers hielden plotseling op met inné toebereidselen om Belfort te belegeren : >0.000 man, onlangs uit het Zwarte Wuud ikomen, werden snel naar het noorden ge-nden, om de troepen te vervangen die naar : Russische grens zijn gezonden. Er blijven nog slechts 40.000 Duitsche servisten in den Elzas. De Franschen zijn is volstrekt meester in die streek. Van t Fransche front. Parys, 6 Sept. Een officieele meedeeling zegt dat de ver-indene legers die Parys verdedigen, gisteren voeling kwamen met den vijand die schijnt willen op eenpunt samentrekken opdeOurcq, ar het zuid-oosten, op de hoofdmacht van n rechtervieugel. De uitslag van dit onbelangrijk gevecht was 't vooi'deel der Franschen. Duitsche verliezen. Volgens berekeningen van bevoegde personen uden reeds 123,O^O Duitsche soldaten in ons )d begraven liggen. In degevechten te Luik, imen, Halen, Diest en Henegouwen moeten minsiens zooveel volk verloren hebben. E» n worden de gekwetsten en krijgsgevangenen g onverlet gelaten. Âlgemeen begint men te zeggen dat de bel-îche verliezen aan gesneuvelden, betrekkelijk ring moeten zijn. De Duitschers in Fransch-Noorden. In den Journal de Roubaix, ons maandag or de eerste maal sinils verscheidene dagen jgekonaen, zien we met officieele cijfers dat de itsche bezetting van Ryssel en Roubaix niets ier dan een echt Lollekestribunal is geweest. Inderdaad : een en hetzelfde heerschap kolo-1 Koppel verklaarde zich dinsdag en woens-g gouverneur van Ryssel, Roubaix en Tournée. 't Was een driekoppeling. Hij beschikte es en 't ailes over 1100 man. Zaterdag donderde 't kanon in 't zuiden en lielijk was Koppel weggekoppeld met al zijne inschappen en wapens recht.... naast het igveld, om er geen kwaad aan te doen. Wat hij nog achterliet, was het bericht — t hij den burgemeester van Ryssel verzocht n te plakken — dat hij of iels van zijne soort t fransch leger verslagen had. Fransche overwinning. Antwerpen, 6 Sept. De Fransche legatie in Belgie bevestigt offi-:el het vroeger ondor voorbehoud meegedeel-nieuws van eene overwinning der Fransch-igelsche troepen. Deze hebben de Duitsche troepen schitterend kilometerstot voorbij Saint-Quentin achteruit slagen, hun ontzaglijke verliezen toebren-nd.►endermonde ontruimd. î Duitschers verlaten Dendermonde, om niet omsingeld te worden en pogen brand te stichten. Antwerpen, zaterdag, 10 ure 's avonds. Dendermonde is door de troepen ontruimd, ! eenige branden hebben gesticht alvorens h terug te trekken. Zij hebben in het Noorden sr de Schelde de brug doen springen, aldus or het oogenblik afziende van elken inval in t Land van Waas. Terzelfdertijd dat de vijanden gisteren op-kten naar Dendermonde, hebben zij een aan-1 beproefd op het Zuidwestelijk deel dezer illing, om de omsingeling hunner troepen te indermonde te beletten. In dit gevecht werden de Duitschers met oot verlies teruggeslagen. Het ontruimen van :ndermonde verklaart zich door het feit, dat Duitschers er zich niet zouden hebben kun-n staande houden, zonder gevaar te loopen D E Zilveren Ring 10° Vervolg. -^■WWVUVWWV^»'. 11 — Het zal altijd een troost voor mij zijn, zeide hij vervolgens, te denken datgij mijnen eersten oproep tôt uwe rechtzinnigheid hebt beantwoord — en vermits Lucy niet antwoordde : — Ik had bemerkt, vervolgde hij, dat de fransche gevangene u niet onver-schillig was, maar ik verlangde er de be-vestiging uit uwen eigeuen morid te hooren. Lucy lichtte het hoofd op, droogde zien de tranen uit de oogen, en antwoordde hem : — Ge hebt mij niet wel begrepen, en zonder ontzag vergroot gij de belangrijk-heid der bekentenis, die ik u deed. — Hebt gij mij niet gezegd dat de kapi-tein Georges niet vreemd was aan de rede-nen, die ge kunt inbrengen tôt het uitstellen onzes huwelijks ? — Het is de waarheid. — Maar indien deze verklaring den zin niet heeft, die ik dacht haar te moeten toeëigenen, hoe moet ik ze dan uitleggen 1 — Tusschen kapitein Georges en mij, zei Lucy, bestaat ereen geheim, dat hij trouw bewaren moet. — En dat geheim, zei Clayton, is slechts van u beiden gekend ? Van ons beiden, antwoordde Lucy, en van eenen derden persoon die op dit oogenblik te Londen niet is. •—En ken ik dien derden persoon, her nam Clayton? — Ja, zei Lucy, maar het is zeker lant geleden dat gij hem gezien hebt, en thaï) moet hij ver uit uw gedacht verwijdert zijn. Inderdaad, Clayton kende mistress Ingle fîeld, de voedster van Lucy zeer wel. Eet oogenblik had hij 't gedacht, dat er tusschei zijne nicht en kapitein Georges, een ont vluchtingsontwerp Ion beraamd zijn, maa kon dit ontwerp eene oorzaak tôt vertraginj zijns huwelijks zijn ? Dit vermoeden vlooi dan slechts door zijnen geest, zonder e eenige spoor achter te laten, en de onge lukkiffe jongeling viel in zijne vorige ver slagenheid terug. — Dit geheim, hernam hij, is dus dei majoor Tavira ontbewust ? — Het mag niemand toevertrouwd wor den, noch aan u, noch aan mijnen vader bijzonderlijk niet aan u. — Ik vraag het u niet, Lucy, maar zoud gij dus mijner geheimhouding en recht schapenheid twijfelen ? — 1k twijfel er zoo weinig aan, Edward dat het mij genoeg is u te bidden dit onder houd aan mijnen vader niet te herhalen on zeker te zijn dat gij er den mond niet voo openen zult. Aangaande het geheim, waar over er spraak is, indien het mij onmogelij is het u te vertrouwen, is zulks omdat het i zelf eenigszins aangaat, maar niet op de wijz zoo als gij veronderstelt.AI wat ik u zegge: kan is, dat gij het eens weten zult, welhaast en misschien eer dan gij denkt ; dan zu gij zelf beslissen of ik ongelijk had aldus t handelen : ik wil geen ander rechter dan u — Ik heb noodig u te hooren, en blinde lings te gelooven, zei Clayton met een zichtbare zielesmart. Maar veroorloof m - op een onderwerp terug te keeren, waar ik alreeds van gesproken heb, met u te vragen ; op welk tijdstip gij eindelijk toestemmer s zult eene beslissende belofte tôt ons huwe-1 lijk te doen. —■ Zoo haast gij het geheim kennen zult, - dat tusschen den franschen gevangene en mij î bestaat. î — Ach ! zei Clayton, zoo veel hebt ge mi: - reeds beloold ! Zult ge mij ten minsten dii r maal er een pand van geven ? ; Zoo sprekende, bezag hij eenen kleiner ç zilveren ring, die zijne nicht aan een' harei r vingeren droeg. Eenige dagen te voren was Lucy mei - haren vader en Clayton eene wandeling naar Greenwich gaan doen, en had dezet î ring in eene uitheemsche loterij gewonnen. Zij trok dien reeds van haren vinger on - hem aan Clayton te geven, toen haar eene , ingeving te binnen schoot. Zij zag een middel om dezen ring te gebruiken tôt de vrij- t making van Georges, in geval hij in zee dooi - den kruisser ontmoet werd. — Gij vraagt iets, wat mij onmogelijk is, , Ik kan mij op dezen oogenblik van dezer - ring niet ontmaken. i •— Waarlijk, antwoordde Clayton me r bitterheid. Ik. ben heden ongelukkig. Ailes. - tôt zelfs deze ring, is geheim rondom u ! c — Hoor, zei Lucy, op een toon van teeder i heid, terwijl zij hem de handen vatte, il 3 versta, hoe verbitterd en bedroefd gij zijt i moet, over al wat er onuitlegbaar in mijn* , woorden en in mijn gedrag is, maar ste t betrouwen in mij. Geluoftgij aan mijne ge e trouwheid die mij niet toelaten zal u te De driegen ? Geloott gij aan mijne fierheid, di< - zich nimmer tôt de logen zou verlaten ? e lk ben tôt het einde der verklaringen dii j ik u heden doen kan, gekomen. De zorg vooi uwe belangen zelf gebiedt mij, te zwijgen. Indien, voor den dag der volledige bekentenis, het noodzakelijk is tôt het wellukken van mijn ontwerp, dat gij onbekend blijft met dit geheim, ailes metdeomstandigheden zullen het u helpen raden ; maar g.'j moet voor den oogenblik niets meer weten. On-dervraagt mij dan niet ! Gij wilt dit zilveren ringje medenemen ? Het moet nog eenigen tijd aan mijnen vinger blijven, maar het zal er bij uwe terugkomst niet meer aan zijn, en gij zelf misschien zult het mij terug brengen. Ja, Edward, het is mogelijk dat gij eerlang dezen ring aan eene andere hand zult zien dan de mijne, en dat zal u voldoende zijn om u al de geheimen te verklaren, waar gij u thans over beklaagt. — Maar wat moet ik dan doen ? vroeg Clayton, wiens dioefheid en gramschap voor : eene diepe verwondering plaats maakten. — Zie daar wat ik u niet zeggen kan. De omstandigheden zullen derwijze voordoen, ' dat niets u aan mijne begeerten zal kunnen doen twijfelen, maar gij zult volgens uw goeddunken handelen. lit. wil niet weten of gij mij verstaan hebt ; hebt gij mij niet ver-staan, des te beter ; ik heb misschien reeds ■ te veel gezegd. Op deze woorden drukte Lucy sterk de handen van Clayton en liep heen, den jongeling aan duizende veronderstellingen over-latende, en trachtende geheimzinnige woorden te verklaren, die hij gehoord had. De dag van het vertrek was gekomen. Kapitein Georges, die hem met een koortsig ongeduld wachtte, had al zijn toebereidsels gemaakt. Op het gewoon uur kwam hij be-neden om te ontbijten. Op het einde des maaltijds, zegde hij tôt den majoor : — Mijn goedeheer Tavira, gij zijtde beste ' der menschen, en ik weet waarlijk niet hoe het mij mogelijk zou geweest zijn, als krijgs- i gevangene in Engeland te leven, had ik u \ niet ontmoet. Wilt gij mij toestaan op uwe < gezondheid, te drinken, en op het welvaren i van uw gansch huisgezin, wier edelmoedige < herbergzaamheid ik nimmer uit het geheu- 1 gen verliezen zal ? ] — Gaarne, vriend, antwoordde de ma- i joor : maar te welker gelegenheid komen u die gedachten in ? uwe gevangenschap , zal nieteeuwig duren, en vroeg of laat zult J gij in eene verwisseling van gevangenen be- , grepen zijn, ten zij men een vrede-traktaat ( teekende, hetgeen nog beter zijn zou. ^ — Ik hoop het wel, zei Georges, zijn glas toereikende om met dat van den majoor | te klinken. Sta mij thans toe, u de handen te ( drukken, voegde hij er rechtstaande bij. — Zoo veel het u belieW, zei de majoor. Weet gij wel, kapitein, datgij dezen ochtend ' bijzonder teergevoelig zijt ? — Het zijn die gedachten van verwisseling 1 van gevangenen, van vrede en vrijheid, die ' mij naar het hoofd zijn gegaan. •— Geduld vriend; de vrijheid zal te goe- ' der uur komen, en ik wensch dat deze uur 1 voor u welhaast slaan moge. S — Ik dank u, majoor ! Vergeef mij thans, ( dat ik u verlaten moet ; eene dringende zaak ' roept mij naar buiten. ( Hij drukte op nieuw de hand van den ouden Tavira, en wierp eenen laatsten blik 1 op Lucy, die de teederste dankbaarheid uit- drukte. Van daagste voren had hij haar reeds < vaarwel gezegd, en het jonge meisje had hem het zilveren ringje overhandigd, uitleggen- ( de welk gebruik hij ervan maken moest, ] indien hij in zee door Clayton ontmoet j werd Georges keerde terug naar zijne kamer, en trok onder zijn bovenkleed een matroozen- rest aan, welke hij zich 's morgends had 'erschaft. Het weinige geld dat hij bezat, en iene met zorg geladen pistool, was al zijn eisgoud. Hij had eene afscheids-brief aan len majoor feTavira geschreven, maar deze iriefbevond zich in handen van Lucy, die tem^eenige dagen later in de brievenpost ■an Londen moest doen werpen. Niets wederhield hem nog ; met lichten tap ging hij buiten. Eens in de straat, en >p den oogenblik zich voor altijd te ver-vijderen, wierp hij nog eenen laatsten blik ip dit huis, waar hij betrekkelijk gelukkig vas geweest, Lucy, half verdoken achter de ;ordijnenharer kamervensters, wuifdezacht-es haren witten zakdoek. « Liefelijk meisje» lachthij, enhij overwoogzijne eenzaamheid, mzijn zwervend leven, en benijddeinnighet ;eluk dat aan Clayton beschoren was. Eerst had Georges gedacht, den snel-vagen te nemen die den dienst tusschen londen en Portsmouth deed; maar deze wijze ■an reizen stelde hem aan te veel gevaren iloot. Hij richtte zich dan zonder vertoef laar eene rijdschool, waar hij tamelijk wel jekend was, vermits hij de gewoonte had er likwijls paarden te huren ; het-vermaak van let paardrijden was deeenigste uitspanning, lie hij zich te Londen veroorloofde. — Schoon weder voor de wandeling leden ! zei hem de meester der rijdschool. — Dat dacht ik ook, mijnheer, antwoord-le Georges. — lk heb Pembroke nog, die sinds drie lagen nog niet buiten is geweekt. 't Is mijn )este paard ; een weinig driftig, maar dat tan u niet verontrusten ! WolïDT VOORTCEZET.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De Scheldegalm: gazette van Audenaerde behorende tot de categorie Katholieke pers. Uitgegeven in Oudenaarde van 1858 tot 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes