De Scheldegalm: gazette van Audenaerde

272 0
04 oktober 1914
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1914, 04 Oktober. De Scheldegalm: gazette van Audenaerde. Geraadpleegd op 12 november 2019, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/bn9x05zp83/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Nr 3308. Zondag 4 October 1914. 56e Jaar. DE SCHELDEGALM GAZETTE VAN ADDENAARDE ——————SWB Kardinaal Mercier te Havre. BLj zijne aankomst te Hàvre heeft Zijne Emineatie Kardinaal Mercier in de 0. L. V. Kerk eene hartroerende toespraak tôt liet Fran-sche volk gericht. Ziebier hoe de doorluchtige aartsbisschop zich uitdrukte : ..J Welbeminde. Broeders. Indien ik op het huidig uur, slechts de men-schelijke voorzichtigheid raadpleegde, zou ik eene bescheidene stilzwijgendheid aan den dag leggen. Drie dagen en drie nachten ben ik op reis, en, de eenige vrije uren waarover ik dezen namiddag beschikte, heb ik de vreugde genoten ze toe te wijden aan iets beter dan de uitoefe-ning van het menschelijk woord : aan het be-zoek van gekwetsten, van onze gekwetsten, van - onze vluchtelingen aan de welke uwe zonen en uwe dochters onvermoeibarezorgen toedienen... Maar hoe weerstaan aan dien oproep die uit ieder uwer zielen klimt : « Gij komt uit Belgie ; zeg ons iets, zeg ons iets over dit land, waar ons bloed met het uwe werd gemengd. « Wat u nochthans gezegd, in den ioop der zoo korte minuten, tenzij dit woord van den apostel : « Metdegenen die lijden, lijd ik mee. » Er zijn tusschen deze toehoorders, vaders, moeders, echtgenooten, die tranen van rouw storten. Al die droefheden heb ik gekend in mijn idein land, ik vind ze weder bij u ; ik ge-voel ze zooals gij, en ik gevoel de noodzakelijk-heid het u te zeggen. Nochthans zal ik uit mijne reis in Frankrijk een ander gevoel van christene flerheid mede nemen in dit uur dat gij beleeft en dat het meest tragische is van de geschiede-nis der menschheid : De diepe en algemeene onderwerping van al de belangen aan dat wat men de eer noemt, de vrijheid, de waardigheid, de onafhankelijkheid eener natie ! Wij, Belgen, hebben gedurende 84 jaren geleefd in eenen weg vol welzijn en sommigen dachten dat dit welzijn voordurend moest zijn. Maar, op zekeren dag, kwam het brutaal ultimatum ons uit Duitschland toe, dezen schoonen droom doende ineen te storten ; en die dag is de natie opgestaan als ôôn inan ; al de klassen der maatscbappij, aristocratie, burgerij, volk hebben rechtstaande den Koning en het Gouvernement toegejuicht. Alsdan hebben wij tôt Duitschland gezegd. « Wijzijnslechtseenekleinenatie.zeerzwak : gij zijt een militaire kolos, maar gij hebt ons beleedigd, gij hebt ons recht overschreden en wij denken, wij, dat het recht hooger staat dan het geweld. » Dien dag hebben wij gevoeld wat de vader-landsche eenheid beteekent ; wij hebben ver-staan dat ondanks zoovele tegenstrijdige schijn-baarheden wij slechts 6én hart en één ziel hadden ; en ons is het plotselings verschenen zooals het u verscheen op hetzelfde oogenblik : dat er in de maatschappij iets grooter is dan al de menschelijke levens : het Recht en de Recht-vaardigheid.Welnu, hebt gij bemerkt dat in die omstan-digheden, wanneer eene natie zich van deze groote waarheid betoust wordt, dat de menschelijke zaken en zelfs het leven niets zijn en in vergelijking met zekere grondbeginseling, dat deze natie nierdoor bevestigt dat er eene sou-vereine wezenlijkheid bestaat die ailes over-heerscht ; zij belijdt dat God bestaat ! Zij belijdt het, door zich aan dit groote zoo dikwijls onbegrepen voorschrift van Ghristus te onderwerpen. Indien iemand zijn vader of zijne moeder of zijne zonen meer bemint dan Mij, is hij Mijner niet waardig. Er is niet een onder u, Broeders, die, indien hij zijn kind en zijn echtgenoot berairit, niet meer nog het Vaderland en de Rechtvaardig-heid lief heeft ! Om te eindigen, Broeders, laat mij u zeggen dat ik in mijn land eene hartroerende en erken-telijke herinnering zal meedragen, van wat ik in Frankrijk heb gezien. Dikwijls is het mij in mijne lange bedevaart van Marseille tôt Par tôt den Hàvre, voorgevallen, treinen te kruis van soldaten die naar het slagveld gingen, na den roem, naar die zegepraal, in dewelke v het volstrekst betrouwen hebben. Hoe zoet w het mij niet hen te zeggen, terwijl ik hen hand drukte : « Dappere jongens, ik dank gij gaat uw leven te pande stellen voor mi land. zooals mijn land zich voor u heeft bloc gesteld ». Die woorden wil ik vandaag tôt allen herhalen. Uw aartspriester had enkele dagen gelede: den moed u te zeggen : « Ondanks al de sma ten en al de gruwelen van den oorlog, hee thans niemand het recht hem te betreuren. Zoodanig is het waar dat de rechivaardighe staat boven het onrecht, de liefdadigheid bovf de ikzucht, en God, aile rechtvaardigheid ( aile liefdadigheid, boven zijne schepselen. Dat God u zegene en ons bescherme. * * * Nadenzegen met het H. Sacrament det Zijne Eminentie de ronde van de kerk en kwa toen buiten. Alsdan berstten toejuichingen t ovatiën losin de straat. Ditmaal was't h moedig en verminkt Belgie dat men in den pe: soon Zijner Eminentie begroette. Voegen wij er bij dat de Fransche regeerin een salon-wagen ter beschikking van Ziji Eminentie had gesteld voor zijne reis dot Frankrijk en last had gegeven aan de burge lijke en militaire overheid te Hàvre hem b zijne aankomst te begroeten. De Duitschers op de Oostenrijksche grens Tegenslag over heel de lijn. Uit Warschau word gemcldt, dat de Dui schersin Noordwestelijk Polenzoo goed als t< werkeloosheid zijn gedoemd wegens gebre van voldoende cavalerie, waardoor zij niet i staat zijn verkenningen te doen. De Duitschei werken onafgebroken aan de versterking va de Chenistokoff-Kalisch linie en blijven in hf Noorden van deze streek een defensievehoudin aannemen. Te Votvavsk Makofl, waar de Dnitschers te dusverre meer activiteit ten toon spreiden, zij zij nu ook bezig met het aanleggen van loop graven. Verder oprukken op de Ostrolenko kugustoff linie is den Duitschers wegens d talrijke moerassen die zich daar bevinde onmogelijk. Gedurende het bombardement va Jaroslaw bleek, dat 't Russische zwaar geschu veel beter was dan het Oostenrij ksche, hetgee niet weinig bijdroeg tôt de demoraliseering va het garnizoen. Gedurende de operaties welk vergezeld gingen met de bezetting van Jarosla\ behaalden de Russen ook nog een succès te: Zuiden van Pzremysl, waar een gepantserd trein met snelvuurgeschut werd buitgemaakl Een aanzienlijke Duitsche troepenmachtheei na de grens van Mlava te zijn overschreden moeten tirugtrekken. Er zijn aanzienlijke versterkingen gezonde: naar de Duitschers, die den linkeroever van d Weichsel bezet houden, en er worden versterkt stellingen opgeworpen tusschen Thorn e Kalisch. Een drama in de lucht Een telegram uit Petrograd naar Londer geeft de belangwekkende bijzonderheden ove den veldslag van Ravarouska, welke een de hevigste was die tusschen Russen en Oostenrij geleverd werden. De Oostenrijkers bezetten zeer sterke stellin gen en hunne 'lanken waren gedekt door twe rivieren, welke met artillerie niet te overschri; den waren. De Russen waren spoedigovertuig dat aile strategische middels zouden moete aangewend worden om de oostenrij ksche ste! lingen te kunnen overwinnen. Gezien de gel< genheid van het grondgebied waren ruiterijvei kenningen onmogelijk. Kapitein Nesteroff, bijgenaamd de russiscb js Pégoud, en die de eerste russische vliegenier in was welke den « looping » uitvoerde, .vond hier ar den dood bij eene heldhaftige verkenning in de nj lucht. as Dr moedige vlieger had reeds nuttige ont- le dekkingen gedaan on ze aan zijne oversten j, medegedeeld, als hij twee oostenrijksche lucht- jn verkenners naar de russische lijnen zagkomen. it- Dadelijk steeg hij zelf weder op en randde den u eersten vijandelijken vlieger aan, die hij kon neerschieten. Intusschen had de tweede oosten- 1, rijker veldkunnen nemenover 'trussisch leger. r- Nesteroff deed zijn motor al geven wat hij ft kon, haalde den vijand in en deed zijn eigen » loestel op dat van den tegenstrever neerploffen. id De verschrikkelijke schok wierp beiden ter :n aarde en aile twee werden er bij gedood. :n ______ De veldslag der Aisne Offieieele mededeeling. j Bordeaux, 26 september. n Op onzen linkervleugel.— Het gevecht duurt n zeer geweldig voort, tusschen de Somme en de ;t Oise. Tusschen de Oise en Soissons, zijn onze troe-pen een weinig vooruitgcrukt. De vijand waagde „ geen enkelen aanval. ° Van Soissons tôt Reims, geene belangrijke ir wijziging. In het Centrum. — Van Reims tôt Verdun, ;; toestand onveranderd. In de Woevrestreek kon de vijand over de Maas geraken, in de streek van St-Mihiel, maar onze troepen treden aanvallend op en hebben den vijand reeds voor het grootste deel over den stroom teruggeworpen. • Ten Zuiden van de Woevrestreek dringen onze aarivallen voortdurend vooruit. Het 14e Duitsche legerkorps heeft zich teruggetrokken. na gevoelige verliezen geleden te hebben. >t Op onzen rechtervleugel. — Do Duitsche k troepenmacht schijnt hier verzwakt. De afdee-n lingen die op zekere plaatsen onze voorposten s hadden achteruitgeslagen, werden door het a vooruitrukken onzer reservetroepen verdreven. it —— — » UlJicieele mededeeling der Fransche Regeering EERSTE MEDEDEELING. i Duitsche geweldige - aanvallen afgeslagen. e Een vaandel en een kanon genomen. 1 Krijgsgevangenen gemaakt. t Bordeaux, 28 september. ^ Men bevestigt dat in den nacht van 25 tôt ! 26 september, en tôt in den dag van den 27 e dezer, dag en nacht, de Duitschers op heel het y front buitengewoon geweldige aanvallen heb-j ben vernicuwd, klaarblijkelijk met het doel ; onze lijnen te doorbreken, met eene samen-werking, die bij het hoofdbevelhebberschap t het inzicht laat blijken, de veldslag te doen be-slissen.Niet alleenlijk zijn zij er niet in gelukt, ! maar wij hebben een vaandel, een kanon en e krijgsgevangenen genomen. e Het vaandel werd aan dejj vijand ontrukt 1 door het 24° koloniale infanterie. Al onze legerbevelhebbers vermelden, dat de moraal onzer troepen, ondanks de vermoei-nissen van den ononderbroken strijd, uitmun-tend blijft en dat zij zelfs moeite hebben om ze te beletten, den vijand in hunne verschanste r stellingen te gaan aanvallen. £ TWEEDE MEDEDEELING. De toestand is over het algemeen l onveranderd. Bordeaux, 28 september, om 3 u. 20 's avonds. il Niets nieuws over den algemeenen toestand. a Betrekkelijke kalmte op een deel van het - front. i- Nochtans heeft de vijand op zekere punten, - namelijk tusschen de Aisne en de Argonne-streek, nieuwe en geweldige aanvallen be- e proefd, die werden afgeslagen. TE BRUSSEL. Aanhouding van M. Max Volgens een verhaal, dat in omloop is over de aanhouding van den heer burgemeester Max, zou generaal von Liiitwitz aan den burgemeester Max herinnerd hebben dat het tijd-perk van betaling der overige millioenen aan-gebroken was. De heer Max antwoordde dat hij enkel 4 1/2 millioen kon betalen. Generaal von Luttwitz zegde dan dat hij al de koopwaren zou opgeëischt hebben zonder betalen. Ehwel, antwoordde de heer Max, dan houd ik de 4 t/2 millioen. De plakbrief, waarbij de aanhouding van den bnrgemeester aan de bevolking ter kennis werd gebracht, luidde als volgt. Bekendmaking. "De burgemeester Max, zijne verbintenissen tegenover de Duitsche regeering niet nageko-men zijnde, ben ik verplicht hem in zijn ambt te schorsen. De heer Max bevindtzich in eer-volle opsluiiing in eene vesting. Brussel, den 26 september 1914 De Duitsche krijgsgouverneur. (Get.) Baron von Luttwitz, generaal. Gevechten le Oordegem. De Duitschers aehteruit geklopt. De Duitschers, die tusschen Brussel, Aalst, Dendermonde en Mechelen geiegerd zijn, gingen donderdag vl. op den toren van Aalst verkenningen doen, en vrijdag deed eene groep wielrijders een uitval in de richting van Oordegem.Tijdens de gevechten werden de Duitschers met groote verliezen aehteruit geslagen. De pruisen ontmoetten op den Gentschen steenweg geene Belgische soldaten en rukten dus vooruit. Onze rutterij, bestaande uit regimenten gids-sen en lansiers, hadden een anderen weg ge-kozen en van den oogjnblik dat oen deel der Duitsche troepen den Gentschen steenweg voor-bij waren, werd het vuur geopend door de jagers-wielrijders. De uhlanen overrompeld, maakten rechts-omkeer, en namen de vlucht. Verscheidene mannen, wier paarden van onder hen werden doodgeschoten, sprongen langs de baan in eene ledigstaande hoeve, waar zij door eene mitrailleuze werden beschoten en den dood vonden. De uhlanen langs drie kanten door de Belgen aangevallen, werden uiteengedreven en leden groote verliezen. Degenen die hadden kunnen ontsnappen vluchtten over den Dender en ontplooiden zich op de wijkMijlbeek,van waar zij ook met hunne mitrailleuzen schoten. De Belgische artillerie stelde hare kanonnen op den oever van den Dender en beschoten op hunne beurt de Duitschers, die weldra verder op trokken en het vuur staakten. De lansiers te Aalst. De bewoners van Aalst, die zich in hunne woningen hadden opgesloten en dus maar buitenkwamen toen het vuur was gestaakt, za-gen plots op de Groote Markt een jongen lan-sier verschijnen, die was vooropgekomen om te zien, of de Duitschers over den Dender waren getrokken. De menigte kwam uit hunne huizen gesneld en de Belgische soldaat werd geestdriftig toegejuicht, toen hij riep : Wii komen u verlossen binnen enkele oogenblikken zullen wij in massa door de stad trekken. Inderdaad een tiental minuten later verschenen de regimenten ruiterij op de Markt. De soldaten werden toegejuicht. Sigaren, tabak, allerlei levensmiddelen, zooals brood, vleesch, boter, enz., werden in over-vloed aan de soldaten gegeven. De vreugde der Aalstersche bevolking was overgroot. Ook te Gijsegem (gemeenteop den spoorwes Dendermonde-Aalst) en omliggende, was d( strijd bijzonder hevig. Ten slotte werden d( Duitschers zes kilometers aehteruit gedreven ir de richting Assche-Brussel. De Belgen hadden een honderdtal gekwetsten ; zij werden dooi Dendermonde over de Sehelde naar Grember-gen gebracht. Te middernacht (zaterdag en zondag) voerde een bijzondere trein er 62 naar Antwerpen. De overigen werden in autos geplaatst en zoo vervoerd. De Duitschers leden groote verliezen. Zondag namiddag zijn uit Grembergen (bij Dendermonde), twee bijzondere treinen, over Lokeren naar Antwerpen vertrokken. Zij zaten vol Duitsche gekwetsten en krijgsgevangenen. Volgens schatting zoudeu de Duitschers meer dan 2000 man verloren hebben. De goede uitslagenvan de gevechten is voor-al te danken aan de dapperheid onzer soldaten en aan de bewonderenswaardige juistheid van het geschut onzer kanonnen. Eene batterij, te Berlaere nabij de Sehelde opgezet. richtte in de rangen der vijanden, eene moorddadige slach-tingaan. Het Duitschgeschut was niet doeltref-fend. Het was vooral gericht op een nabij ge-legen boschje waar zieb geen enkel Belg schuil hield. In de omstreken van Berlaere hebben zich de vrijwillige burgerwachten ook dapper onder-scheiden. Eigenaardig Een historié over een molen. Een Gentsch soldaat, die met een vriend een gesprek had, vertelde onder meer, iets zeer eigenaardigs. Tijdens den slag van...., omtrek Aarschot, had onze patroulje reedsdrieaehtereenvolgende dagen denzelfden weg voor verkenning gevolgd. Telkens wij er kwamen werd er geweldig geschoten en moesten wij ons terugtrekken. Uit onze rangen kwam eensklaps een soldaat naar onzen officier geloopen. Hij vroeg om iets te mogen doen opmerken wat hem bereidwillig werd toegestaan. Daarop zegde de jongen, terwijl iedereen het hoorde, dat hij bijzonder opgemerkt had, dat de molen op den hoek van den weg, telkens, bij hunne aankomst aan 't draaien was gegaan. Er werd eens nagedacht. Sommige soldaten vonden het kluchtig, maar de officier wilde toch eene proef doen. Men stelde schildwachten uit en het duurde niet lang of de molen lag stil. Het was al iets. 's Anderendaags ging men weer in groep naar dezelfde plaats. Pan ! pan ! enz., gedurig schieten. Wij ver-spreidden ons, omsingelden den molen en dron-gen er binnen. De molen draaide, maar eene mitrailleuze draaide ook van binnen in den molen. Wij konden een Duitschen officier en een Duitschen soldaat die er verdoken zaten, aan-houden.Het was echter niet al. De molenaar moest voor den dag komen. Hij werd ondervraagd en wist van niets. Het belette niet dat hij in het bezit gevonden werd van 3000 mark (6250 fr.,) en dat hij ook voor den krijgsraad verscheen, die hem terdood veroordeelde. Hij werd door denkopgeschoten. De beschieting van Aalst Na zaterdag door onze troepen uit Aalst verdreven te zijn, hebben de Duitschers zondag morgend, om 5 ure de stad beginnen te be-schieten, waarop de politie de inwoners lieeft aangespoord zoo spoedig mogelijk de stad te verlaten. De Duitschers hadden uit Brussel versterking gekregen en wilden zich meester maken van de drie bruggen over den Dender. De Belgische troepen hadden echter niet stil gezeten en zoodra de Duitschers zich vertoon-den, werden zij door de mitrailleuzen wegge-vaagd. De Belgische troepen weerstonden moedig aile aanvallen en wierpen ten slotte de Duitschers weer over den Dender. Bij de beschieting der stad vielen twee hou-witsers op St-Martinuskerk, terwijl de mis aan gang was ; dit veroorzaakte een uitzinnigen schrik en bespoedigde de algemeene vlucht en rond 2 ure namiddag, bleven er van de 35,000 inwoners hoogstens nog 1.000 in de stad. De vluehteling-en. Per trein, per rijtuig en te voet vluchtten de duizenden personen uit Aalst weer naar Gent, waar zij reeds in het begin van den namiddag toekwamen. Naar zij beweerden stond gansch de stad Aalst in brand. Welnu, een geloofwaardig persoon, die te Aalst opnamingengaan doen is voor een cinéma heeft ons verzekerd, dat toen hij van daar ver-trok, er slechts drie huizen en een deel van eene fabriek in brand stonden. Men begrijpt dat de vluchtelingen in hunne moedeloosheid, 't gevaar veel vergrooten, doch door die overdrevenheden brachten zij zondag in Gent weer een grooten angst teweeg. De heeren Geeraerds, burgemeester ; De Wolf, schepen : Moeyerson en Dherdt, die sedert vrijdag vl. als gijzelaars waren gevangen genomen, werden zaterdag los gelaten. Het begon er immers te warm te worden voor de Duitschers. Te Mylbeke hebben dePruisen drie inwoners gedood. Een meisje dat te Aalst vluchtte, werd door een stuk houwitser aan de bil gekwetst. Maandag morgend liepen de treinen uit Gent tôt Denderleeuw : ook tôt aan Ninove. Dit beivijst dat de Duitschers uit Aalst verdreven zijn. O/ficicele mededeeling der Belgische Regiering. De Duitschers achteruitgeslagen. Antwerpen. zondag, 10 ure 's avonds. Zaterdag, werd eene Duitsche troepenafdee-ling, bestaande uit eene brigade voetvolk, twee regimenten ruiterij en zes batterijen, waarbij twee zware stukken, in haren tocht van Brussel naar Dendermonde, lang Aalst, verrast. Op hare frontlijn en hare zijvleugels aangevallen, hebben deze troepen zich, in wanorde, naar Assche teruggetrokken, in de handon on- " zer soldaten talrijke gevangenen, gekwetsten en voorraadwagens latende. Zondag. waarscbijnlijk om zich te wreken over dit mislukken, werd Mechelen beschoten door kanonnen van groote dracht en belangrijke troepen hebben eene algemeene beweging gemaakt, op onze frontlijn tusschen Mechelen en Aalst. De verschillige aanvallen der Duitschers bleven zonder uitwerksel. Langs Aalst is onze ruiterij-afdeeling er in gelukt, den Duitschen linkervleugel aan te val-len.In het kort, de aanval der Duitschers is mis-lukt en onze troepen hebben zonder moeite hunne veroverde stellingen kunnen behouden. De Koning en de soldaten-wielrijders. De Antwerpsche bladen kondigden een be-richtaf, waarbij een300tal rijwielen, in goeden staat, gevraagd werden, te leveren in den Zuidervelodroom. Dadelijk is het getal rijwielen bekomen. Nu werden 300 soldaten gevraagd, die zich weldra opofferden om een ge.vaarlijkwerk teverrichten. Niet lang hoefde er gezocht. De koning is zelf ter plaats geweest en heeft met de soldaten die zich aanboden, gesproken. Wie nog een oogenblik berouw had of aarzelde, kon zich terugtrekken, doch allen gaven een krachtdadig antwoord : Ja! Eenige papieren zijn overhandigd als over-tuigingsstukken.De koning heeft die soldaten, met het oog op de toekomst, vergelding en lotsverzekering gegeven.En zij zijn vertrokken per rijwiel, met het noodige : bijlen, schuppen, duiven, enz. taaahiw.iittntco'mamet» D E Zilveren Ring 12e Vervolg. -~VvAAAAA/vA.V\A^>«— De vermoeing, de hitte de eentoonige beweging der kar, hadden eindelijk het zelfde uitwerksel op Georges, die de oogen look en insluimerde. Hij werd door eenen schrikkelijken slag ontwaakt. Het paard, aan zich zelven overgelaten, had eenen slechten binnenweg ingeslagen, en de kar was in eene gracht gestort. Georges sprong op de baan ; bij den eersten aanblik zag hij, dat er een wiel gebroken en de kar geheel buiten dienst gesteld was. Tom trachtte uit de gracht te geraken, geeuwende, en zich de oogen open wrijvende. Het was onmogelijk verder te gaan. Georges had de onvoorzichtigheid zijne teleur-stelling en gramschap lucht te geven in een fransch woord. — Oti ! Oh ! zei de oude Tom, op eenen belachelijken maar tevens verschrikkelijken toon, zoudt gij soms een Franschman zijn ? Het gevaar was groot. Georges hield zich kloek. 'en wilde eerst weten metwatslagvan mannen hij te doen had. —• En indien ik Franschman ware, wat zou u dit maken ? — Dat zou mij veel doen, antwoordde Tom ; indien ge Franschman zijt, kunt gij maar een vluchtende gevangene zijn, en ik moet u naar het naast gelegen politiebureel leiden. — En indien ik geen Franschman ware ? — Ikzal er u eventwel toch heenbrengen, vermits ik ergwaan koester ; gij zult u bij den commissaris verontschuldigen. Maar gij zijt een Franschman. Ik heb eenigen tijd in Frankrijk verbleven, en bedrieg mij daar-over niet. Onder deze samenspraak bleef het paard rustig in de gracht liggen. Georges zochtreeds zijnepistolen in zijnen zak, beraden den man door den kop te bran-den, indien er geen ander middel was om uit de verlegenheid te geraken ; het stak hem nochtans tegen, tôt dit einde te komen, voor aleer aile hoop te hebben moeten op-geven.— Naar ik bemerk, brave Tom, zegde hij, zijne pistool terug in zijnen zak stekende, zijt gij cen waarde Engelschman. — Ge moogt dat zeggen, mijnheer antwoordde Tom op een overtuigden toon terwijl hij met eene zware beweging dei kant der baan trachtte te bereiken. Alla voor Engeland ! — Dat heet spreken als een goed vader lander. Maar zijt gij in den val niet ge kwetst ? — Ikgeloofhet niet, zei Tom, ter wij hij zich betastte. — Gij hadt u sterk kunnen bezeeren hernam Georges ; gelukkiglijk komen wi beiden met de ontsteltenis er van af, en il beken, dat ik wel eene teug gin zou drin ken. Tom had zijne kalebas volkomen vergeten iets wat nog al zonderling was ! Bij di gedachtglir.sterden zijne oogen. Hij ver-haastte zich, deze uit zijnen zak te halen, en gaf ze aan Georges, die hem opwekte eerst te drinken. — Ik weiger niet, zei Tom. Hij dronk eene teug gin, en gaf daarna de flesch aan Georges over, die gebaarde dat hij dronk. — Zoo dus, goede Tom, hernam hïj, gij veracht de Franschen uit den grond van uw hart? — Het is te zeggen, mijnheer, versta mij wel. Ik zieze niet gaarne, maar ik veracht ze toch niet. — Waarom wilt ge mij dan naar een politie-bureel brengen ? Georges sprak in dier voege, gerust op den boord van de gracht gezeten, terwijl Tom voor hem recht staande, hem met twijlelachtige blikken aanschouwde, en op zijne beenen te waggelen stond. — Aangaande dat, mijnheer, dit is heel iets anders. — En waarom ? vroeg Georges, terwijl hij i nogmaals de flesch aan zijnen mond bracht. ; Tom volgde die beweging met een angst- vcl oog ; wachtende tôt dat zijn gezel met - drinken gedaan had, reikte hij den arm uit, - om de flesch in het voorbij gaan te vatten, en stak ze in zijoen zak, na eerst een goede 1 teug te hebben van iflgeslorpt. — Zie hier, het is ligt begrijpelijk. Er . bestaat eene belooning van honderd pond j voor dengene die eenen ontvluchten gevan-^ gene kan aanhouden. Ge verstaat dat de - oude Tom niet dwaas genoeg is om zulke schoone gelegenheid, honderd pond te win- , nen, niet waar te nemen ? t —'k Geloof het wel ! antwoordde Geor ges. Maar zijt gij dan zoo aan het geld ver-kleefd ? — Och ! zei Tom, het is juist voor mij niet. — Voor wie dan ? — Mijnheer, antwoordde Tom plechtig, ik ben vader ! — Brave man ! zei Georges. Wil mij eens de flesch geven ? Tom scheen aan die woorden gevoelig te zijn, en verhaastte zich die uit den zak te halen. — Voor eenen Franschman, zegde hij, drinkt ge waarlijk veel. — Het is om mij een weinig den geest te bedwelmen. Ik drink op de gezondheid van een waardig huisgezin ; wilt gij mijnen dronk beantwoorden ? — Ho ! zeer gaarne, mijnheer ; wat gezegd is, blijtt gezegd... ik zal de honderd ponden winnen ; het moet waarachtig zoo zijn, maar uw ongeluk raakt mij. De oude Tom, ongerust over den dorst van den Franschman, bevreesd zijn deel van den gin niet te bekomen, deed zich, telkens dat hem de flesch in de handen kwam, recht goed. Reeds dronken van den morgend, was hij het nu tôt het uiterste. — Ziet ge, zei Georges, ge moet uwen plicht doen, een vader moet zijne kinderen lief hebben. — Gij zijt een brave mensch, riep Tom uit- Men kan geene honderd ponden sterling onder de voeten van een paard vinden ; waarlijk niet ! — Toch, hernam hij, ik stel mij in uwe plaats. Op die wijze zich verraden zien, ontdekt worden op den oogenblik dat gij a————— ging aankomen te Waar reden wij dan heen ! — Naar Winchester, zei Georges. Winchester is eene kleine stad, niet ver van de kust verwijderd, rechts van Ports-mouth.— Winchester ! herhaalde Tom, mij dunkt dat wij langs dien kant niet reden. — Herinner u wel, zei Georges. Ik had u een goudstuk gegeven om mij naar Winchester te geleiden.lk heb daar vrienden, die mij wachten. — Vrienden ! riep de dronkaard. Zij wachten u, zij zullen droef zijn, als zij u niet zullen zien komen.... Maar ik ben vader.... Tom wilde opstaan, maar zijne beenen konden hem niet meer dragen. Iiij viel, en bleef in de gracht liggen. Wij zullen ons niet lang bij dit tafereel houden. Georges deed den ongelukkigen Tom nog drinken, om hem de beenen te verkloeken, zoo hij zegde. Hij legde hem zoo zacht mogelijk in de gracht, en maakte een oorkussen met eenige handvollen gras. Ondertusschen verontschuldigde Tom zich, hem te moeten aanhouden ; hij weende, hij betreurde de ongerustheid, die de vriender van Winchester zouden hebben ; hij wilde volstrekt Georges omhelzen ; somtijdstrachttf hij zijn geliet'koosd aria te fluiten ; en hi eindigd'e met in eenendiepen slaaptevallen — Blijf daar liggen, vervloekte dronkaard, zei Georges, met lichten tred, op d( baan springende. Hij had reeds veel tijd verloren, derhalvi moest hij zich spoeden om op het gesteldi uur te Portsmouth te zijn. Maar de blijd schap van aan een zoo groot gevaar ont komen te zijn, verdubbelde zijn krachten Hij verhaastte zich derwijze dat hij, bij het nederdalen der zon, de eerste huizen van Portsmouth bereikte. Onder weg had hij zich van een deel zijner kleederen ontmaakt om slechts die van matroos te behouden, en hij had al de onderrichtingen van Mistress Inglefield zich in het geheugen gedrukt. Hij kende Portsmouth, vermits hij er twee maanden had overgebracht, en hij wist heel wel waar het hôtel « den Dolfijn » gelegen was. Op het gestelde uur bood hij zich met een ootmoe-dig en bedeesd voorkomen aan de deur, verzoekende om kapitein Trafil te spreken. De bediende, aan wien hij zich aanbood, bezag hem met eenen minachtenden blik, en vroeg hem, zijne schouders ophalende, wat hij met den kapitein te verrichten had. — Eene niet uit te stellen zaak, zei Georges, wien dit woord niet verlegen maakte. — Welnu ! hernam de bediende luid lachende, indien uwe zaak niet uit te stellen is, zoo veel te erger, zij zal moeten wachten ; kapitein Trafil bevindt zich te Portsmouth niet meer. — God ! wat zegt gij ! riep Georges uit, de handen samen wringende. — Ja jongen, op het einde der verleden : week is hij naar Spanje vertrokken. — Met de « Wallace » ? — Ja, met zijne brik. —• O God ! riep Georges, trachtende het ; ontmoedigendste gelaat mogelijk te laten zien, wat gaat er van mij ge worden ? s De bediende bereidde zich, hem zachtjes i buiten de deur te dringen ; dan ziende dat - bij het geheim niet kende, vroeg Georges - om de meesteresse van het hôtel te mogen spreken. Wurdt Voortgezet.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De Scheldegalm: gazette van Audenaerde behorende tot de categorie Katholieke pers. Uitgegeven in Oudenaarde van 1858 tot 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes