De stem uit België

1120 0
02 oktober 1914
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1914, 02 Oktober. De stem uit België. Geraadpleegd op 22 september 2019, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/fn10p0xm5b/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

No. 2 VENDREDI (Vrijdag) OCTOBRE 2, 1914. Price ld. Ons Blad Reeds zijn ons een aantal vragen om nummers en ook enkele abonne-menten toegekomen Goed zoo ; wij sturen onze nummers gratis aan aile de uitwijkelingen die het aanvragen. Wij verzoeken slechts de meer gegoe-den om eene inschrijving. De Engel-sche comiteiten voor Belgische uitwijkelingen zouden ons hierbij zeer van hulp kunnen zijn. The Committee of The Echo de Belgique is sending free copies of the paper to ail refugees who are unable to buy it and send us their addresses, but to the Belgians who are able to pay for it copies will be sent on application, and subscriptions gratefully received. Local War Refugee Committees are asked to help in the matter. Sursum Corda Dans l'ouragan qui ravage notre Patrie, près de nos églises brûlées, au milieu de nos villes et de nos villages en ruines, le peuple Belge est toujours debout prêt à lutter jusqu'à la mort, pour sa liberté et son indépendance. A Anvers, notre bien aimée Souveraine veille au chevet de nos blessés ; notre Roi, à la tête de ses régiments, lutte contre l'envahisseur. Et tandis que d'Ostende à Lanaeken, notre vaillante jeunesse verse son sang pour la Patrie, en Wallonie, en Flandre, en Campine, les mères, les épouses et les enfants ne cessent d'invoquer le Dieu des armées : Epargnez, Seigneur, épargnez votre peuple. En Angleterre, sur les genoux des mères en pleurs, repose le Belge de demain, l'espoir de ceux qui sont au feu. Ici, dans ce pays hospitalier, les exilés trouvent le repos. Leur foyer a été détruit par les Prussiens ; ici ils trouvent une famille nouvelle ; ils ont été dépouillés de tout, ici ils trouvent le nécessaire ; plus encore, chassés par la cruauté, traqués par la haine aveugle de l'envahisseur, ils trouvent ici une charité généreuse se dépensant sans compter, et l'affection seule capable d'adoucir l'amertume de l'exil et de leur faire oublier les horreurs perpetrées par ces Huns. Haut les cœurs. La Providence veille sur nous et dans les épreuves qu'Elle nous envoie nous devons être forts. Nous devons maintenant tremper notre courage pour supporter sans défaillance des souffrances que nos pères eurent si souvent à endurer, et attendre avec un ferme espoir le jour de la délivrance. Ne perdons pas de vue que nous aussi, tout comme nos héroïques soldats, nous avons un devoir à remplir. Nous avons à lutter contre le découragement et le désespoir. Seul un peuple découragé est un peuple vaincu. Pour nous soutenir dans cette lutte, levons les yeux vers Dieu. Auprès de Lui nous trouverons la force et le courage. Il versera dans nos cœurs l'espoir et la confiance. Par Lui triomphe le Droit. Sa main guérira les blessures qu'une injuste agression nous a faites. Confiance donc. Dieu veille sur nous, sur notre Belgique comme sur la généreuse Angleterre et sur tous ceux qui nous sont chers. SursumCorda. Vive l'Angleterre ! Vive la Belgique ! De Rede van Mr. Lloyd George (Jp zaterdag I9den dezer, terwijl de DAÀD op de slagvelden der Aisne aan 't worstelen is totterdood, zegevierde hier in Engeland het WOORD van de menschelijkheid. Mr. Lloyd George heeft gesproken en zijne rede zal opgeteekend blijven in de geschiedenis als het beste wellicht wat over de beide eerste maandenvan dezen onafzienbaar langen oorlog werd gezegd of geschreven. Zijn rede, gesproken tôt zijne gouwgenooten uit Wales in Queen's Hôtel te Londen, zou in aile talen moeten weerklinken, want het geldt inderdaad het heele menschdom. Mijne hoorders, zegde hij, ik kwam hier van avond om met mijne land-genooten te spreken over den grooten oorlog en over ons paart daarin. Mijn taak is veel verlicht nu iedereen hier elk woord van het heerlijkste oorlogslied ter wereld (i) in zich heeft opgenomen. Er is niemand in deze zaal die het vooruitzicht van Engelands meedoen in eenen grooten oorlog met meer tegenzin, met meer afkeer heeft aanschouwd dan ik zelf gedurende al den tijd dat ik het politiek leven meeleef. Er is noch in noch buiten deze zaal, niemand die meer overtuigd is dan ik van de onafwendbare noodzakelijkheid, om ditmaal mee te doen, op straffe van verzaking aan onze nationale eer. Ik weet wel dat telkens als een volk opgaat ten oorlog altijd de heilige naam der eer wordt uitgespeeld. Menige misdaad werd gepleegd in naam der eer ; menige misdaad wordt thans in dien naam weerom gepleegd. Toch blijft de nationale eer eene werkelijkheid, en elke natie die ze minacht is gevonnisd ter dood. Waarom is onze eer als volk in dezen oorlog gewikkeld ? Omdat wij in de eerste plaats, gebonden zijn door eene plicht van eer, ter verde-diging der onafhankelijkheid, der vrij-heid, der onschendbaarheid van een kleinen nabuur, die vreedzaam leefde. Die nabuur kon ons niet dwingen uit hoofde zijner zwakheid. Maar de man die zijne verplichting ontwijkt omdat zijn schuldeischer te arm is om ze zelf af te dwingen, is een gemeene kerel. Wij gingen dit ver-drag aan, een plechtig verdrag, om Belgie en zijn grondgebied te verde-digen. Onze handteekeningen staan onder dit stuk. En onze handteekens staan daar niet alleen. Rusland, Frankrijk, Oostenrijk, Pruisen onder-teekenden insgelijks. Waarom kwa-men deze laatsten hunne verplichting niet na ? Er werd verteld dat wij dit verdrag enkel als een voorwendsel gebruiken om onze houding te recht -vaardigen. Het is in onze handen een mantel om onze listige loosheid (i) Na het zingen van het lied: Men of Harlich. te dekken en onze afgunst over eene hoogere beschaving te bewimpelen. Wij willen in feite die hoogere beschaving vernietigen. Ons antwoord ligt in onze houding ten jare 1870. Welke was die ? Mr. Gladstone was toen eerste minister. Lord Granville meen ik was toen sekretaris voor Buitenlandsche Zaken. Ik hoorde nooit dat hem jingoschap werd verweten. Welnu wat deden zij in 1870 ? Naar het bondsverdrag beriepen wij ons op de oorlogsvoerende machten. Wij verwittigden Frankrijk, wij ver-wittigden Duitschland. In dien tijd, -—vergeet het niet,—lag het groote gevaar in Frankrijk en niet in Duitschland. Wij kwamen tusschen-beide om Belgie te beschermen, tegen Frankrijk, juist zooals wij het nu doen om Belgie te beschermen tegen Duitschland. Wij verzochten de beide oorlogvoerende machten te verklaren dat zij Belgies onzijdigheid niet zouden schenden. Welk antwoord gaf toen Bismarck ? Hij zegde dat het over-bodig was aan Pruisen zulk eene vraag te stellen gezien de gesloten verdragen. Frankrijk gaf een gelijk-luidend antwoord. Belgie bedankte ons daarop om onze bemoeing in een bijzonder merkwaardig stuk. Ziehier dit stuk gezonden door het Brusselsch gemeentebestuur aan Koningin Victoria. " Het groot en edel volk wiens lotsbestemming gij voorzit gaf ons alweer een bewijs van zijne goede gezindheid jegens ons land. De stem der Engelsche natie werd gehoord boven 't gekletter der wapenen. Zij bevestigde de begin-selen van rechtvaardigheid en recht. " Nevens de onwankelbare gehecht-heid van het Belgische volk aan zijne onafhankelijkheid is het sterkste gevoelen dat thans onze harten vervult eene onvergankelijke dankbaarheid jegens het volk van Groot Bretanje." Dat was in 1870. Let nu op het volgende. Drie of vier dagen na de ontvangst van dit stuk werd een Fransch leger gedreven naar de Belgische grens. Elke weg ter ontsnapping was gesloten door een ring van vuur uit Pruisische kanonnen. Slechts eene uitkomst was er. En welke ? De onzijdigheid van Belgie te schenden. Maar wat deden de Franschen ? Zij verkozen bij die gelegenheid hun ondergang en hunne vernedering, liever dan hun woord te breken. De Fransche keizer, de Fransche maarschalken, 100,000 dap-pere goed uitgeruste Franschen werden als krijgsgevangenen gevoerd naar het vreemde land van den vijand, liever dan den naam van hun land te onteeren. Het was het laatste Fransche leger te velde. Hadden zij Belgie's onzijdigheid geschonden de heele geschiedenis van den oorlog kon zich hebben gekeerd. En toch hoewel het in Frankrijk's belang was het verdrag te breken, heeft Frankrijk het verdrag geeerbiedigd. Maar het is heden in 't belang van Pruisen het verdrag te breken en Pruisen deed het. Waarom ? Duitschland bekent het met een hondsche minachting voor elk recht- beginsel. Het zegt : Verdragen ver-binden u enkel als 't in uw belang is ze te eerbiedigen. Wat is een verdrag ? vraagt de Duitsche kanselier. Het is een reepje papier. Hebt ge soms bankjes op zak van ■£5 ? Ik zal ze u niet afvragen. Hebt ge soms enkele van die kleine mooie schatkistbriefjes van £1 bij ? Zoo ja verbrandt ze maar. 't Zijn slechts reepjes papier, Waarvan zijn ze gemaakt ? Van vodden. Wat zijn ze waard ? Ze zijn waard het heele krediet van het Britsche keizerrijk. Reepjes papier ? Ik had er vele op mijne werkkamer deze laatste maan-den. Plots werden wij gewaar dat de heele wereldhandel stilstond. De machine stopte. Waarom ? Ik zal het u zeggen. Wij ontdekten—sommigen onder ons voor het eerst—ik beweer immers niet dat ik thans niet veel meer weet aangaande handelszaken dan dit het geval was voor zes weken en velen zullen moeten spreken als ik —wij ontdekten dan dat het rader-werk van den handel werd in gang gehouden door wisselbriefjes. Som-mige van die briefjes heb ik gezien— bevuild verrimpeld, overstreept, be-vlekt, verfrommeld, en toch deze kleine besmeurde papiertjes bewogen groote schepen, geladen met duizenden ton-nen kostbare lading van 't eene werelddeel tôt het andere. Welke is de eigenlijke beweegkracht die daar-onder schuilt ? Het eerewoord van handelslieden. Welnu, tractaten zijn de loopende munt van de internationale staatkunde. Laat ons eerlijk zijn. Duitsche koop—en handelslieden hebben den naam zoo eerlijk en zoo recht voor de vuist te zijn als welke handelaars ook ter wereld. Maar zoo de Duitsche handelswissel moet dalen tôt het peil van den Duitschen staatsmanswissel, dan zal geen enkel handelaar, van Shangai tôt Valparaiso, nog ooit een Duitsche rekening willen bezien. Deze leer van het strookje papier, deze leer verkondigd door Bernhardi, dat verdragen slechts een natie binden-zoolang als dit in haar belang is, tast den wortel van aile wetgeving aan. Het is de rechte baan naar 't Barba-rendom. Het zegt zooveel als b.v. dat de magnetische pool moet verlegd worden zoodra deze ligt in den weg van een Duitschen kruiser. De heele zeevaart wordt gevaarlijk, moeilijk, onmogelijk, het heele raderwerk der beschaving valt stuk, zoo deze leer door dezen oorlog moet zegepralen. Wij vechten tegen barbarij, en er is maar een middel om ze te bedwingen. Zoo er volkeren zijn die enkel de verdragen eerbiedigen als dit in hun belang is, dan moeten wij zorgen dat het inderdaad in hun belang is, nu en in de toekomst, dat ze verdragen eerbiedigen. (Wordt vervolgd.) Nieuws uit België Moeilijk is het voor een weekblad de laatste nieuwstijdingen te geven. Wij deelen daarom vooral nieuws mede dat nader bepalt, dan de eerste

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De stem uit België behorende tot de categorie Oorlogspers. Uitgegeven in Londen van 1914 tot 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes