De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad

1882 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1915, 09 April. De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad. Geraadpleegd op 15 juli 2024, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/hq3rv0f34t/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Eerste Jaargang N». 68 Vrijdaé «3» April 1915 S Cents DE VLAAMSCHE STEM ALGEJtIBBN BELGISCH DAGBLAD Een voik za/ niet vergaan / Eendracht maakt machtl REDACTIEBUREEL : PALEISSTRAAT 31, AMSTERDAM. - TELEFOON No. 9922 Noord. De Vlaamsche Stem verschijnt te Amsterdam elken dag des morgens op vier bladzijden. Abonnementsprijs T>y vooruitbetaling : _ Voor iïollaud eu België per jaar / 12.50 — per kwartaal /3.50 — per m a and / 1.25. Vocr "Kngeland en Frankrijk Frs. 27.50 per jaar — Frs. 7,50 per kwartaal — Frs. 2.75 per maand. Hoofdopsteller : Mr.. ALBERIK DESWARTE Gpsielraad 1 CYRIEL BUYSSE - RENE DE CLERCQ Mr. JAH EGBEH. - ANDRE DE RIDDER Voor ABONNEMENTEN vende men zick tôt de Administratie van liet blad: PALEISSTRAAT 31, AMSTERDAM. Voor AANKÔNDIGINGEN wenda men zich toi de Administratie van da VLAAMSCHE STEM, Paleisstraat 31, Amsterdam. ADVEKTENTIES : 25 Cents per rege. korte inhoud lebladzijde: Voor eu na den Oorlog. — Edward Peeters. Lied van den Oorlog. — Henri Vcuskens. Kleine Kroniek. Balsem. 2e bladzij de: Uit lict Vaderland. Het Land ■van dan Yser. — Leoncè du C'a-tiUon.3e bladzijde: De Europeesche Oorlog. Koning Albert Viering. Voordrachten en Feesten. ! lebladzijde: Bevel tôt Aftocht. — Edmond Schorremmis. Uit do Kampen. Lijst van gesneuvelden te Luik. Belgische vermisten. foor en ni den Oorlog. m. De Opvoeding en den Oorlog. Wij, Belge 13, liebben nooifc veel lasfc ge-bad van zelfoverschatting, maar we deden des te meer aan zelfon<ferschatting. We [ bewonderden het klatergoud dat cnkelen 011s | voorliielden •— we waren ten ander a de eenige niet — zonder eens even na te gaan wat er zooal onder die laag verguldsel mochfc verborgen zijn, en vernalatigden maar al te zeer al wat er ten onzent en bij onze broe-[ dçrs ten toon gesteld werd. Dat was — zal dan eindelijk het oogenblik gekoinen zijn om dien verlejlen tijd te gebruiken ? — voor-al het geval in al wat opvoedkunde en on-derwijs betreft. Men zal rai j, die als stieliter en besfcuur-i der van het ïnternationaal Bureel voor op-[ voeding en onderwijs, en evenzeer als hoofd-| opsteller van een viertalig opvoedkundig ! tijdschrift, toch geacht mag worden een ob-j jectieven kijk op de quaestie te liebben, J zeker niet eene algeheele miskenning van wafc Duitschland onder dit oogpunt oplever-de, toeschrijven. Maar toch wil ik er op wij-zen hoezeer de Duitsche pers in de eerste plaats elk Duitsch ,,sfcelsel" wisfc op te [ liemelen, en hoe die ophemeling gretig ge-slikfc werd in België — en in Nederland —, in zooverre dat menigeen nog slechts bij de Duitsche opvoedkrinde wilde zweren. In zijne studie over de school en den oor-log spreekt de geachte echoolopz1* mer Stamperius o.a. ook over de tucht die in de Duitsche scholen heerscht, en sinds jaar en dag ons tôt voorbeeld gesteld wordt. ,,Treed nu eens een Duitsche sehool bin-nen", echrijft hij. ,,Erger u niet te veel aan den militairistischen geest, maar let op de stipte orde, op de tucht, waaraan de onderwijzer de kinderen gewent, waartoe hij ze opvoedt. Zoodra ge 't lokaal binnenkomfc, staat de geheele klasse overeind ; en de kinderen blijven staan, tôt ge zelf het teeken geeft, dat ze weer kunnen gaan zitten. Als de onderwijzer vraagt, staat de leerling, wiens naam genoemel wordt, vlug op, geeffc zijn anfcwoord met luide stem, gaafc weer zitten, Vragen en antwoorden volgen elkan-der 6nel en ge regel d op; praatjes worden niet gehouden j van tijdverbeuzelen is geen sprake. Van een les, die een uur duurfc, worden zestig minute n aan het onderwijs besteed." W anneer ik die woorden voor de eerste înaal làs^ bleef ik een oogenblik droomend Zitten. Ik zag voor me opdoemen in de îievelen mijner verbeelding... schrijver dezer j^gelen voor eene kleine twintig jaar, toen J' gowend aan het dxillen van rekruten, aangesteld werd om kinderen te leiden. De j'Soldaat" z^t hem zoo diep in hart en geest, dat hij er zich flink op toelegde het door den heer Stamperius geschetste ,,ide-k® bereiken, tôt, op 'n heugelijken dag, ondervindingrijke ambtgenoot hem ; ; weyoegde: Luister eens, kinderen ziin geen Sûldaten, hoor ! En daar zulks gebeurde in den goeden l ouden tijd, wanneer de ouderen in dienst . ?eaçht werden er wafc meer van te weten I .fan f. i0no€ren — thans zijn het deze laat-I i u V- • ^°°oe woqrd voeren —, her-P fr- j 1 zich zelven deze wijze woorden: ln cren zijn geene soldaten! en begon er I ^ver na te ^denken. En thans, nu zijne ren vergrijsd zijn tusschen oudere en vH "fer?i er6n> neemfc lAj de eerbiedige ] îeid op de aanhaling van den geachten °olopziener te herhalen: Kinderen zijn 9eene soldaten. Waiit dââr ligfc het 'm in ! , mijne lez«rs en if "tden heer Stamperius die het voor--er ruim zoo goed, zoo niet beter, weet dan i/rtir eenTSr°ot verscliil tusschen recht en 1 volgaarne dat onze Bel- Sil r6a' evenal3 de Nederlandsche e heer Stamperius het over heeft, tucht ÏT? ^iab al iet gebrek aan k mi' ™ gevoelen, doch hefc iélnoi11 j lnzi®ns) een onzin dit te willen ver-r> j ■^en' dat dik-^ ala eem2 ââsgçîsde» jfordt,. volgeiis de leerstellingen van hefc ,,pedago-gische Duitschland". Daarentegen zijn de leerstellingen, die ons van Anglo-saksische zijde komen, veel min der, zoo niet geheel on-bekend aan den doorsnee-onderwijzer. De Anglo-sakser houdt niet van drillen op z'n Duitsch, maar verkiest het aankweeken van innerlijke tucht, van self-govcrnmcnt. De Anglo-saksische tucht vormt menschen die overal op hunne plaats zijn waar zij zich ook bevinden, wezenlijke eenheden in de samenleving die zich als eenheden kunnen doen gel den ; ter wij 1 de Duitsche drilwijze slechts heel bruikbare mekanieken vonnt die toch mekanieken zijn, deelen van een geheel, en slechts gelden als geheel, niet als deel. Die uiterlijke tucht, die in hefc leger fcoe-gepasfc wordt, en die de Duitsche school zoo luidruchtig huldigfc omdat zij, riaar hare eigen bekentenis, slechts eene voorberei-dingsschool tôt het leger is, voldoet me niet en vind ik onder opvoedkundig, zielkundig oogpunt geheel en al ongepast. Het moge heel mooi zijn wanneer eene geheele klas als door eene vecr bewogen wordt bij een teeken van den onderwijzer... maar ik zou die onderwijzer niet willen zijn, want ik zou te veel medelijden liebben met mijne kleuters ! Nochtans zal niemand ontkennen dat op de Belgische jeugd en op het Belgische volk ook de woorden toepasselijk zijn die de heer Stamperius in zijn opstel onderlijnde: Wat de Nederlandsche jeugd en het Nederlandsche volk ontbreekt, dat is... tucht! lioewel ik aan dat woord ,,tucht" eene wellicht geheel andere waarde toeken. Hefc is wel wafc verwonuerlijk dafc mij juisfc op dit oogenblik het nummer der ,,Vlaamsche Stem" van 20 Maart onder de oogen valt, waarin ik de volgejide zinsneden lees die de Antwerpsche ! briefwisselaar zêker niet verwachtte in eene verhandeling over ,,opvoeding en oorlog" te zien opnemen: ,,VIamingen, en vooral Antwerpenaren, en Belgen toch in 31 algemecn, zijn een zeer on- j gedisciplineerd volk. De Duitsche offi- ' cieren staan gewoon overbluft over zoo'n ' ongewoon gebrek aan tucht. Die sakkersche Belgen hebben nu al zeven maanden oorlog achter den rug, ze hebben van ailes meege-maakt, tôt een bombardement toe, ze leven nu al vijf maanden onder Duitsch militair régime, en nog kunnen ze zich schikken naar de omstandigheden. Dat komt eenvou- , dig daardoor, dafc zij door een bijna grenze-looze vrijheid verwend zijn, dafc zij nooit ver-plichfc werden een blad voor den mond te nemen, dafc zij nooifc een oorlog hebben be-• leefd, en ook dafc zij van Duitsche discipline niet het flauwste begrip hebben. Zij vin-den den parademarsch bespottelijk, en ze kunnen maar niet begrijpen hoe 't mogelijk is dafc een gewone Duitsche soldaat bij ;fc zien van een supérieur (die weze dan Feld-webel of gouverneur-generaal !) een elecfcri- i schen schok Ivrijgfc en de vormen en bewegin-gen aanneemfc van een willoozen automaat. Zij hebben van vrijheid, uit gewoon atavisme, een onbeperkt idee..." Hoewel ik niet geheel en al met. de beslui-ten van dezen Anfcwerpschen briefwisselaar eens ben, ligfc er nochtans 'n diepe grond van waarheid in deze woorden. Het' Belgische volk, in zijn geheel genomen, is wel 't vrijete volk ter wereld, en aile Pruisische tuchtme- 1 thoden zijn belemmeringeri dier vrijheid, die ons zoo gewoon ge worden is als de luchfc die we inademen. Doch difc onbeperkfc gedachfc van vrijheid, dafc de Belgen bezielt, heeft toch onze in tijd van vrede zoo dikwijls ge-smaadde ,,piofcjes" niefc belet de ijzeren tucht van hefc overmachfcige Duitsche leger geduchte en wellicht onherstelbare slagen toe te brengen. Elk onzer jongens toonfc zich een man, onaangezien of hij alleen ! of in massa's opfcreedfc, hij weefc wafc hij doefc, en doet wat hij doet, doch als een lam naar de slachfcbank geleid worden, de overheid als oppermachfcig meesfcer aanzien, neen, dàfc kân hij niefc, daarvoor zifc de vrijheid hem wafc al te diep in 't bloed. Wat hij doet, dat wil hij doen als vrije mensch; Jiij wil zich zelven opofferen voor een ideaal, of dit ideaal nu een geestelijk zij als de vrijheid, of een ,,in vleesch en beenen" zoqals onze geliefde en heldhaffcige vorsfc. Men be-proeve slechts of men hem met den revolver in den rug kan dwingen hefc vuur van den vijand te trotseeren! Een der helden van Luik vertelde me onlangs dat, op het oogenblik dafc onze jongens den vuurdoop moesfcen ondergaan, zij eene zeer begrijpelijke en zeer nafcuurlijke weifeling aan den dag legden. Plaafcsfce men nu machiengeweren achter hen om hen op die wijze te dwingen? O neen, dafc is goed voor Duiteche tucht, maar 'fc ware een miskenning van het Belgische karakter. Generaal Léman, de kloekmcfedi-ge verdediger van Luik, kende zijn volk beter: hij stelde zich aan de spits der opruk-kende troepen, en wist hen zoodanig te be-geesteren dat zij, zooals we weten, het geheele Duitsche laijgsplan, zoo langdurig en zoo zorgvuldig beraamd, eene onherstelbare breuk toebrachfcen. Deze oorlog leerfc ons dus eens te meer dafc de fcucht op z'n Pruisiscli niefc noodig is om eenvoudige jongens tôt helden te maken. Ons volkskarakter, onze overgeërfde ynjheid$tetsA pe autoritaire tucht. Wie zich zulk een doe zou stellen — onze uitgebuite landgenootei die in hefc vaderland gebleven zijn fcoone: het genoeg — rekenfc buiten den waard, hoe wel difc stelselmatig, niet te bedwingen ver zefc zich, onwille der gevolgen in oorlogs tijd, rneestal uit in het oneindig getal ,,mop pen" die elke Hollandsche kranfc zoo veel vuldig mededeelt, zonder er echter de diepe ingewortelde, zielkundige oorzaak van ti doorgronden. Ons volk is wars van aile sla vernij, onder welken vorni zij zieh ook voor doe. En de geschiedenis leerfc ons dafc me] de Belgen wèl kan overwinnen, maar nooi kan onderwerpen. Dafc is een feifc, waarmede w'e rekenins moefcen hou den, willen wij ook niefc buifcei den waard rekenen. En toch hebben w Imeer tucht noodig...... Moeilijk en dringend vraagstuk Maar daar dringen mijne blikken door to ginds aan den roemrijken IJzer, waar d< i Belgische driekleur nog fier en onbedwongei : wappert op hefc laatste sfcukje van het vrije onafhankelijke België. En daar ook vinder we den man die ons dat moeilijk en dringenc vraagstuk oplossen zal, onzen heldhaftigen | wereldberoemden volkskoning Albert. D« ; jonge, krach tige leider van ons dierbaa; | vaderland heeft oiis sederfc Augustus 1.1. den 1 weg gewezen om ons volk tôt meerder tuch' op te voeren zonder het minste zijne vrijheic afbreuk te doen. Zijne fiere, onverschrok-ken woorden: Soldaten, ik verlaat Bru-sseï om mij aan uwe spits te stellen, bewijzen on: dat hij hefc karakter van zijn volk kent er waardeert, dat hij in deze hachelijke tijder de aaiïgewezen opvoeder van zijn volk is, dat hij weefc hoe die ,,sakkersche ongedisci plineerde Belgen" tôt een heldenvolk vooj heel de wereld te hervormen. En dat middel, dat eenige doeltreffend* middel dafc onzen landaard pasfc? ;fc Is hefc voorbeeld dafc van hooger komt en dat diepgrondige genegenhëid en harte lijke bewondering vergt en verkrijgfc. He1 voorbeeld, dafc de vrijheid niet inperkfc, maai ons integendeel tôt meer vrijheid doefc ge-boren worden: tôt die vrijheid die one het goede, het heerlijke, doet nastreven. En dat voorbeeld moefc van hooger komeli. en ;fc is er van gekomen. Onze koning is onze eerste onderwijzer in die aan onzen landaard toegepasfce tucht. Zijne liefde. beurtelings zacht en streng. naar gelang d« omstandigheden hefc vereischen, is hefc too-verwoord dat tuclifc schepfc terzelfdertijd als het de vrijheid uitbreidt. En zoo de leer-meester van het volk, de leermeesters der jeugd, allen die op welke wijze ook geroepen zijn om voor het welzijn hunner oudere en jongere medeburgers te zorgen, zich weton te doordringen van dafc hooge, koninklijk€ voorbeeld ons ginds aan den bloedigen IJzei gegeven, dan staat eene nieuwere, heerlijke toekomst ons volk te wachten. Albert, Koning der Belgen, Koning van den IJzer, Uwe grondige kennis van ons volk en van onzen landaard, Uwe zoo een-voudig geuite als diepgevoelde zielkunde ver-heffen U niet alleen tôt éérsten Burger, maar ook tôt éérsten opvoeder van hst h^r-wonnen Vaderland! EDWARD PEETERS. Een lied van den Ûoriog. Ze kwamen verwoesten het bloeiende land, De dorpen en steden ten allen kant, De mannen en yaders voerde ze mee En gahnende van stee tôt stee, Klonk klagend de schreeuw Van Vlaanderens Leeuw. En vrouwen en grijsaards en kinderen vlucht- ten, In hooploos geween met verbijsterde zuchten. Hun woningen lagen te gronde En ver in de ronde Klonk dreigend de schreeuw Van Vlaanderens Leeuw. Bij den dreun der kanonnen, verjaagd uit hun huis, Bij granatengesis en geweervuurgeruis, In den vlammenden brand van hun dorpen Stierven menschen, als dieren ■ verwoi*pen, Bij wrakend geschreeuw Van Vlaanderens Leeuw. Ze trokken vertrappend door vruchtbare vel- den, Door weiden en akkers, over 3t graf van ce helden, Die hun vaderland schuttende vielen, Wien slechts kon bezielen Do moedige schreeuw Van Vlaanderens Leeuw. Veel steden en dorpen vorwoesfc en verbrand, Vertrapt en vertreden het bloeiende land, De moeders en kindren gevlucht uit hun huis, In raad'Ioozen angst voor ,,den Pruïs". Maar n o g klinkt de schreeuw Van Vlaanderens Leeuw. HENRI VEUSKKN8. Zie onze t@Eegrammeri en laatste Segerberichien op de bladzij4es l Kleine Kroolelc. De biervaten en 't Duitsche verstand. Ge moet waarachtig Duitscher ziju om zo< dom op te treden! Een Kaffer of een Nege zou het slimmer aan boord hebben gelegd maar de kulturmenschen met hun geniaa cienkbrein vinden altijd etwas kolossales, waar mee ze de wereld denken te verbazen en t" verschalken. Te Venetië waa een gansclie lading bier vaten uit Berlijn aangekomen, bestemd voo: ^ Tripolis. De politie vond dit al heel zonder ling. Kreeg men opeens zoo'n dorsfc in 't lanc ; der Bedouïnen, of trachtte Duitschland aldu; i deze stammen voor zijne ..heilige" zaak t< , winnen ? Is hefc biervat niet het echte simboo der Duitsche beschaving? Het biervat en d< kazerne ! i Daarom besloot men die vaatjes eventje J aan te spreken en waarachtig daar hadt ge 't 1 Er bleek een heel zeldzaam soort visschen ronc l, to zwemmen in het drassig en troebel voclit , En zoo liaast ze op 't drooge waren stelde me) t hun identiteifc vast. Het waren.... Fransclu [ geweren ! Snap je 't? Via Italie Fransche gewerei ' naar de opstandelingen in Tripolitanië ! Vis J een neutraal land wapens naar den vijand vai diezelfde neutralen ! En dan Fransche, ge weren} Of de Italianen er in zouden geloopet j zijn en of zé zouden geloofd hebben dat Frank rijk die moordtuigen aan de onwillige kolo nialen geleverd had ! Moraliteit: De Duitschers zouden in 't ver , ' volg beter doen, noch hun geweren, noch hui verstand in 't biervat te versaufen! l ■ Zij gaan loopen. Ondanks het geestdriftig bazelen in 't jjlt van al do Duitsche Wahrheits-dagbladen ■ moeteri de inwoners van het Keizerrijk er lanj zoo geestdriftig 3iiet over denken als d« krantertschrijvers. Als je die menschen gelooft dan zon Duitschland nog nooit zoo welvarenc en zoo brood-, koper- en goudrijk geweest ziji 1 a]s in deze laatste dagen.... Zoo troosten zi, zichzeîf in hun ougeluk en trachten zij zicl < groot te liouden. met keizerlijke waardigheid Doch, volgen? berichten Uit Zwitserland, bé gint een stortvloed Duitsche kuïturhelden zicl over het land der bergen uit te breiden. Dage lijks neemt hefc aantal van wegloopers toe, dit er genoeg van, krijgen K.K.-brood en stroo t( eten. of zich te laten volpompen met Duitsclu ' Wahrheit over den oorlog. Zij gaan de frisscln lucht der bergstreken opzoeken om zich daai eens flinJv te laten uitwaaien en te genieter van een heerlijk stuk wit brood! De Duitsche Regeering moet blijkbaar dit , uitwijking op groote schaal aanmoedigen er zich erin vèrheugen, telkens weer van zoovelt monden verlost te zijn. Zoo schudt het, als naai gewoon te, aile lasten op den geduldigen liai: der neutralen, die de Duitsche broedèrs, is he1 nu wel niet naar het diepsté der hel, dan tocl naar hun roemrijk vaderland verwenschen. Al wie duiten heeft, denkt er ernstig ovei na eens een flinke kuur te gaan doen in hel Zwitsersche Hoogland. \ aderlandsliefde is goec en wel, maar als het er op aankomt dan gaar ze.... loopen en laten ze hun Wilhelm alleer en verwenschen hem naar den Turk, via Kon stantinopel, uit Europa. Ceors Brandea over de Duitsche brutaliteit. In een interview mefc den bekenden Fran schen reporter André Tudesq, heeffc de groote Deensche schrijver Georges Brandès. op hoog-infcellectueele wijze, zijne aller warmsfce eympathieën voor Frankrijk er België geopenbaard : en vol brandend medelijden en vol trotsche bewondering is hi; voor ons landeken. ,,Wanneer ik België onder de voeten ge-fcra.pt heb gezien, heb ik medelijden mefc haai gehad, omdafc ik ook een bewoner van eer klein land ben..." Maar vooral over den Duifcschen geest. deelde Brandès eene merkwaardige opvafc-"ting mede: ,,De Duifcsche culfcuur maest redelijkerwijze met de beschiefcing van de kathedraal van Reims eiudigen. Die cul-tuur vermilitairiseerfc do gedachte. Het Deutscliland- ùber ailes, is een jesuïfcisclie leuze, die ailes rechtvaardigfc door hefc te bereiken doel. De Duitsche brutaliteit schiet niefc alléén op uifc hefc instinct, maar is wetenschappelijk : ze is eene theorie : Tor-quemada verbrandde de ketters om beters-wil, om hen te redden. We hebben hier te doen mefc een ziekfce van den geest.'J Duitsche denkbeelden. In een in 1895 door het ,,Alldeutschë Ver-band" uitgegeven brochuur lezen we, ondei den titel : ,,Groot-Duitschland in het jaar 1950", het volgende: ,,Eindelijk zullen er twee groepen bestaan in Centra.al Europa. De *?ene, politieke groep of Duitsche confederatie, zal omvatten hei Duitsche keizerrijk, Luxemburg, Holland, België,^ Duitsch-Zwitserland en Oostenrijk—Hon-garijb : de andere zal een onmetelijke ., Zoll-verein1' zijn. Behalve de Duitsche confederati* zal het de Baltisclie provincies, het konink-rijk Polen, het land der Rutlienen, Roemenië en en het vergroote .Servie omvatten. Groot-Duitscliland zal dan 86 millioen menschen lierbergen en het economisch gebied dat aan zijne directe handelsactie onderworpen is, zal door 131 millioen verbruikers bewoond zijn. Zonder twijfel zullen de Duitschers niet alleen het zoo gevormde rijk bevolken, maar zij alleen zullen besturen, in marine en leger dienen, zij alleen zullen grond-bezit kunen verwerven. Zii zullen dan, zoo aie in de middeleeuwen, het gevoel hebben een volk van me est ers te zijn; Zii zullen evenwel toestaan dat de minderwaardige ar-beid verricht wordt door de vreemdelingen, die ondeE Jiun overheersohing levfen"l. Duitsche sympathieën, Dat menschen „vau Duitsche tonge" nog wel svmpathizeeren met d» Belgen blijkt uit een 'brief, dien een geïnterneerdo uit Ainerika ontving. Deze ^eïnt»>i-neerde had in een ad-vertentie, zooals er zooveel verschijnen, om paardeliaar gevraagd om er kettingen van te maken. D» brief, aan mij ter vertaling tœver-trouwd luidt als volgt: New-York, 32—3—1915. Werter Freund! Gestern las ich den folgenden Artikel in der ..Zeitung". Da. s .mil* unmoglich ist Ihuen Ihre Bitte 'au erfiillen, will i 1. Ihnen doch eine kleine Freude rereiten, i zwar eine kleinto Ostergabe. Sie konnen sich was kaufen und wiin6che Ihnen eine Frohliche Ostern. Ich be-dauere Eurer Schicksal und Loos wo Sie durch zumachen haben. Verliere Sie den mut nicht, denn der alte Gott lebt noch, aucli fur das Un-scMildige Belgen wird dio vSonne einmal glan- " zen der scheinen. In Amerika denkt man nur Gutes .von Belgen. Die ,,Priissenhunde verlie-ren ja doch, ich meine wenn es noch eine Ge-rechtigkeit wohl giebt. Erschecken Sie nicht xil>er d;^ '"^ntsoha schrieft* ich bin keine deut-sche sonder n eine Elsâsseri n, mein Bruder streitet fiir Frankreich und Elire. Er wâre zu wiinsclien wenn der unheilvolle Krieg voriiber ware, Wollt Gott, Kopf hoch, nochmals Frohliche Ostern. Ich verbleibe Waarde Vriend! Gisteien las \k hefc volgende artikel in de lerant (de adverteutie van den geïntemeerde). Daar het mij 'mrnogolijk is aan uw ve.rlangen i te voldoen, wil k u toch een Heine vreugdo , voorbereiden, en j aœelijk een kleine Paasch-; gif t. U kunt er u wat mede koopen en il? » wensoh u er een vroolijk Paasohfeest mee. Ile , ljeklaag het lot dat u te dra.gen heeft. Verlies - den moed niet, J ant de oude Gdd leeft nog, j ook voor het enschuldige België zal de zon I eens glanzendei» schijnen. In Amerika denkt [■ men slechts goed van België. D» .,Pruisenlion-' den" verliezen h'et toch, ik meen als er nog Rechtvaardigheid l.estaat. 1 Wees niet verschrikt door hefc Duitsohe schrift: ik l^n geene Duitsche maar een EI-! zassische, mijn orceder strijdt voor de eer van » Frankrijk. Het ware te wenschen dat de on-! zalige oorlog voorbij waire, God ga.^'e het, den '■ kop hoog. nogmaals vroolijk Paaschfeest. ïls verblijf ... Een KozaUken-Iegende. . Men herinnerfc zich. nog wel dafc vier • maauden geleden een sensationneel berichfc ; ; in al de europeesche bladen te lezen 6tond: - een half millioen kozakken waren te Ar-changel met bestemming eener Engelsche haven ingescheepfc. Nu deelen de Engelsche bladen ons mede, dafc difc nieuws eeue gewone krijgslisfc was door lord Kitchener, den Engelschen oorlogsminisfcer, uitgevon-den. Einde September vertrokken ni. uifc de Engelsche haven een honderdfcal schepen naar Archangel — welke men natuurlijk bij eene Hollandsch-Duitsche maatechappij had doen verzekeren. De Duitsche regeering werd door hare spionnen ingelichfc en ook in de tentoonsche bladen werd het geruchtmakend bericht ; overgenomen. < 'fc Sckijnfc zelfs dafc generaal Von Kliick — een Duitsche krijgsgevangene noemde hem generaal Von Huklûch — wegens dit ,,scliwindelberichfc" veel rusfcelooze nachten heeft doorgebrachfc, daar hij toen ter tijcle ' gedurig vreesde door die schrikwekkende ; kozakken overvallen te> worden. Waarlijk, de ,,groote Duitschers* ' — . iiber ailes — laten zich. al te dikwijls beefc nemen. i Het kolossale Duitsche Verstand, Na hêfc fameuze manifest der drie en ne-gentig intellectueelen is men zoo wat overal ernstig a au het twijfelen gegaan omtrent het < geaonde verstand der hooggeleerdo heeren met hun mooie naampjes. Wie kan nog zulke J onbeliolp»>n schreeuwers ernstig opnemen? En zooals het altijd gaat in de wereld, wordt do doodsteek hun gegeven door hun eigen laaid-genooten. Een zekero Forster van de Miinchen-sche hoogeschool heeffc Hanez Hero toever-trouwd dat ,,de Duitsche geleerden ni*3t scliran-der zijn en dat de professoren aan de Duitsche i universiteiten over het algemeen achter zijn bij den groei der gedachten". Zoo. zoo. Nu zijn we 't accoord. Als de Duitschers opgetreden zijn als verkondigters eener embryonarisclie kultur, die een paar ; honderd eeuwen ten achter is -met de wereld- i beschaving, dan begrijpen wij Visé, Leuven, Di- ( liant en nog zoovele andere Proben van hunne 1 schrandere achterlijkheid ! I > ■ r Een edel Kultur-menscîi. J In dé omstreken van Vilvoorde kwamen einde Augustus 1914 een groep soldaten bij den e bestuurder van een zinneloozengesticht aan- ' bellen. Zestig soldaten moesten terstond in- 1 gekwartierd worden. 3 De ovorste aîitwoordde dat hij de soldaten 1 wel wilde berbergen, doch dat îiij onmogelijk ' het noodige voedsel voor dien da,g kon bijeen ' verzamelen. ,,Dan kunnen we niets beter doen, * aldus de oberleutenant , dan een veertigtal uwer krankzinnigen dood te schieten". De ^ overste protesteerde. ,,Wel ja, zegde de Teu-toon, 't zijn toch immem nuttelooze menschen. > We bewijzen htm een dienst indien wij hen van^ dit» -^ro&Tig leven vierlossen'^ Balsem. Hoe diep wij gegriefd zijn door de dolzinnige verdenking, een Aprilmop to hebben gemaakt van de grootste gebeurtenissen aan de vuur-linie, dat weten onze lezers door het veront-vvaardigd protest dat uit ons geweten is geste-gen.Daarom zullen zij ook begrijpen dat volgen-:lo brief een deugdelijk v.erkendo vergoeding is voor onze miskende plichtsbetrachting. Wij zeggen lank tan steller van den brief eu aan allen diegenen waarvan hij hierbij dg tolk is. Oldebroek, '-i. April 'IS* .Waarde Heer Hoofdopsteller, Xa , gelezcn te te.bben in uw geëerd blad ,,Een Ergerlijk Stuk" voelen wij ons pijnlijk getroffen en ten hoogste gekrenkt in onze ge-voelens van eerbi^d ten opzichte van- den Op-steli-aad der ,,Vlaamsche Stem." Verontwaar-digd teekenen wij protest aan over de wijze waarop iemand de eerbaarsten onder de eer-bare namen durffc aanvallen en bezwadderen. De ontwilîkeling der inzendster zal wel fce-perkt zijn zoo zij bçdoelde namen niet kent en niet weet dat, u?r van zich met spotternij ten toste hunner landgenooten op te houden. die mannen steeds in de bres stonden voor Land 3u Taal, en tijd en geest aan de verheffing v>n bet Volk wijdden. TVij bidden ■/, geachte Heeren, van derge-lijke kleingeestige beschuldigingen geen notitie te willen nemen ; veryoeken u tovens de ver-iiekering onzer gevoelen^ van het hoogste mv-trouwen dn TJ en de grootste achting te aan-raarden, en groeten u met den meesten eer-t>ied.Voor een groep kzers geiuterneerd te Olde-broek'ADOLF STEEGHERS. N.B. Naar verkiezen kunt n bovenstaande in uw geëerd blad opnemen. desnoods met de uoodigo verbeteringen. Opstelîen ben ik niefc gewoon. Wij ontvïngèn nog volgend schrijVen, dat wij met evenveel genoegen opnemen. Zeist, den 5-4.-13, Hooggeachte Heer Hoofdopsteller, Met verontwaardiging heb ik d^u brief ge-[ezen van Madame I.éonie Mussche, voorko-mende in uw zoo gewaardeerd dagblad ,,De Vlaamsche Stem" van 5 April. Dio Madame moet toch weinig of geeu ge-ïond verstand bezitten om zulke 1 a f f e 1 ij ko m van allen grond ontbloote be-scliuldiging lit te kramen. Onze voorraannen der Vlaamsche beweging, het puik der Vlaamsche letter-tunde, Vlaanderen's gevierde dicliters en pro-îaschrijvers, in één woord. de ziel van ons s'ehoone Vlaanderen zoo laffelijk te bescliuldi-|en van slechte Belgen te zijn en siiets dan irerachting voelen voor hen. Zoo eene daad kau aiet genoeg gelaakfc worden en wekt dan ook aij elken lezer van ,,De Vlaamsche Stem" de grootste verontwaardiging op. Voor de eerste riaal dat die Madame ,,De Vlaamsche Stem" socht, zooals zij zelf bekend in haar scbrijven, ;rijpt zij naar de pen en kribbelt een verach-elijk epistel aaneen en slingert dit naar déni Jpstelraad, enkel en alleen om dit onnoozel Derichtje, dat deVeibondenen zouden doorge-Droken zijn aan den Yser, maar waar duidelijk genoeg bijstond dat e r geen nsdere ) e v e s t i gi n g van dit b e r î c 11 t was > n t v a n g e il. Neen, Madame, de Opstellers ?an ,,De Vlaamsche Stem" bij 'de lezers ervan ,*erdacht maken van slechte Belgen te zijn, viint g ij niet, want zij staan ver boren elke rerdenking verheven en stijgen dagelijks meer m meer in de achting van aile rechtzin-î i ge Belgen. Het ware beter Madame, dat gn ïerst leerde lezen en begrijpen wat ■gijj eest eer gij nog naar de pen grijpt om zulke Iwaasheden te verkoopen, want het is gevaaï-ijk van koorden spreken in het huis van een $ehangene. Ga voort, Geachte Opstelraad van ,,De ^laani^flie Stem", op den iingeslagen weg, 7-ooi*t, iiumer voort, want gij draagt de be-vondering weg van elke reclitgeaarde Via-ning en Belg. Want het is, dank aan u, dafc le Duitsche kuiperijen om de Vlamingen te rerdeelen en trachten op hun hand te ^krij-jen, verijdeld worden en met kracht bestr<*den, Aanvaard, Hooggeachte Heer Hoofdopsteller4 nijne vriendelijke groeten. F. G. Belgisch geïnterneerde,- rweede Koning Albert-nummer. Ons nummer van S April heeft în alio op" liohteo een buitengewonen bijval beieefd; van allen kante stroomden inschrijvingen toa en le stadsverkoop bewïjst dat ook een groot aan-al Nederlanders veel voelen voor onzen edelen (onlng. Maar ook van den kant onzer meda» «erkers was bijval, niet alleen om gehalte, naar ook om getal : door aîlerleî omstandig* loden kwamen eenige belangrîjke en zeer merk-(aardlge opstollen laattijdlg in ons beiit. Daarom hebben wi] besloten op Zondag e.k. en tweede Albert-nummer uit te geven. Be-levens nieuv.0 en hoogst belamgwekkende illus-raties, zullen wij onuitgegeven en opzettelijk ;eschreven bijdrageti geven van de heeren -rans van Cauwelaert, Jaak Booneai, E. Tille-nans, Karel vanden Oever, J. Demaeght, Fir-pin van Hecke, Mr. Alberik Deswarte, René le Clercq, René Chili e. a. Het blad zal als naar gewoon',» vijf cent osten. Wie meer nummers wenscht dan gewoonluk, 'erwittige ons aanstonds, a. u. b.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad behorende tot de categorie Oorlogspers. Uitgegeven in Amsterdam van 1900 tot 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes