De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad

701 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1915, 05 Maart. De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad. Geraadpleegd op 02 juni 2020, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/f76639m94t/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

I Eerste daargang î rv°. 33 vniaaÊ a> maart 191a DE VLAAMSCHE STEM AI rtJIM 1^1^IV RPlH nAGRLÂO Een volk zal niet vergaan / Eendracht maakt machtl REDACTIEBUREEL I PALEISSTRAAT 31, AMSTERDAM. - TELEFOON No. 9922 Noord. De Vlaamsche Stem verschijnt te Amsterdam elken dag des morgens on vier bladzijden. Abomieinentsprvjs bjj vooruitbetaling : Voor Hollàlid un Belgiii per jaar f 12.50 — per kwartaal / 3.Û0 — per maand / 1.28. Vocr Kngeland en Frankrijk Frai 27.50 per jaar — 1rs. 7.50 .per kwartaal — Fis. 2.75 per maand. Hoofdopsteller : Mr. ALBERIK DESWARTE Opsielnaad : CYRIEL BUYSSE •- RENE DE CLERCQ Mr. JAN EGGEN. — ANDRE DE RIDDER Voor ABONNEMENTEN wende men zich tôt de Adinmistratie van het blad : PALEISSTRAAT 31, AMSTERDAM. Voor AANKOKDIGINGEN wende men zich toi de Firma J. H DE BUSSY ROKIN 60, AMSTERDAM. A DYERTENTIES : 25 Cents per regel i ïervolg Heldenlijst pag. 4. "kortë INHOUD ' [ 1 o B1 a d z ij d c : _ De psyché van .den Vlùchteling (3) — And, de Riddcr. Kleine Kroniek. Onze Ta<al — Joli. Dcmacgt. Kleine Herinneringen — Henri van Boove; 2e B1 a d z ij d © : Vit lieb Yaderlahd. Brieven uit AnWerpeii — .4. T'an, Hàck 'Brieven van 'het front. lït de kampen. Jantje Verdure (11) — Stijn Strcuvcls. . 3e B] a d zij.de: De Europeesche Oorlog. Een interview met den secretaris van Kai dinaal Mercier. Belgen in het Buitenland. .Ovprziclit der Pers. Belgische Vermisten. 4 e B1 a d s i j d e : De Heldenlijst. De „Ps}cli8 van den Vluchtsling- III. Een van de bestuursleden van het Nedei landsch Vluchtelingen-Comiteit bracht in deze woorden over van een onzer landgenoc ten. „Ik ben vlùchteling, mijnheer dus he [ ik zekere rechten..." en hij verteldc m I l&chend hoe dat wôord hem herinnerde aa ' dieu bedelaar te Napels, die na met heili geduîd achter zijne hielen geloopen te hel ben en hem geld te hebben gevraagd, eir digde met hem toe te roepen: ,.,Maar ik bc bedelaar, Signore..." Vluchtéling-zijn schijnt dus een maal Schappelijk beroep te zijn ge,worden, ee soorfc ,,stand" te kunnen zijn, eene spécial inburgeriug daar te sbellen... En verni il elke .stand zijue rechten medebrengt -en zij plichten oplegt, wil ik hier op de taak wi zon,.Vélko de Belgische vlucht-elingen te dré gen h'ebb^n... cen schoone taak, voorwaar. nu ze hier in een vreemde streek op elk un van den dag, ons land te vertegenwoordige heODen... de toekomst van onze natie mot teu voorbereiden... Hier worden niet alléén bedoeld de inte lectueelen, die met woord en pen de reclite van hun land verdedigon kunnen, de schooi heid van zijne steden en dorpen prijzen, zi j cultuurwaarde roemen, de edelmoedighei en de toewijding, de taaiheid en de trol van zijn volk, dio gewapend met hun gee: en vernuft, staan te waken op de vlamn van den geest, opdat het intellectueele le\e van hun land niet doove... die, Walen e Vlamingon broederllijk naast elkaar, li< bestaansrechfc van België tegenover de grot te, overweldigende nat-ies Vrijwaren.... Hier worden ook niet bedoeld de "\ele Be gen, die geweigerd hebben in Holland in oi led.igh.eid te leven en, die met het beste va liunne krachten, op allerlei gebied, hum landgenooten ten dienste staan. Hoevele kc miteiten kunnen we niet noenien, waar, Wf niet altijd in komiteiten. gebeurt, met a léén met het woord, maar ook met cle daa wordt gewerkt, met dagelijksche toewijdin geijverd voor de zoo verscheiden belange van de uitgewekenen, van de nog in Belgi verblijvenden, van de naar Engeland e Frankrijk gevluchtten, vau de aan het fror staande soldaten, van weduwenen weezen?. Véél wordt er dus door de hier verblijvei de Belgische intellectueelen verrichfc... ve< ook wordt er door enkele rijkere Belgcn g< offerd voor het onderhoud vau hunne lanc genooten... Dat zijn de goede vluchtelingei de barmhartigen, de werkzamen, de zaaiei van het milde zaad der broederliefde... E werkelijk: zou hij zich niet môeten schamei heel diep hij, die door de fortuin begunstigt door den geest gezegend. die l>ezitter va l'ijkdom of drager van cultuur, op dit gri welijk oogenblik alléén voor zijn eigen bi langen zou leven, alléén het verachteli; egoïsme van een kleinzielig leventje in h< oog houden ? Maar.ook de armen hebben een plioht, c meest schamelen van geest, de minstbegui stigden van het lot.... Ze vertegenwoordige ~ hier, in het aanscliijn van de Nederlander hun land... Ze moeten hun land waard vertegenwôordigen.... Ons aller verblijf : Holland moet dienen om ons volk beter deen waardeeren, oui ten ouzen ba overal den meest gunstigen, -den meest voo deeligen indruk te scheppen... en elk onz ïnoet dat doen, zal dat doen, zal dat trac ten te doen, ieder in zijn kring en in zi omgeving, naar de mate van zijn verm gen... Met door onze ballingschap de ba den tusschen België en Holland dichter snôeren, zullen we aan ons land niet allei op morael gebied, maar ook vpor later * cilltureel gebied, op economisch en politisi gebied, een belangrijken dienst. bewezi liebben.... En we zijn overtuigd, dat > Tîollanders, welke ons van dichtbij Jiebb leeren kennen, veel in hunne zienswijzc ov de Belgcn zullen gewijzigd hebben. We mogen nochtana niet vergeten d over Holland in den yluchttijd, hi^ Belg is uitgestort, met zijne goede en kwade el menten. Maar terecht bracht een journali 'c van hier te lande een voortreffelijke opme king in, om te voorkomen dat zijne landg nooten tôt onbillijk oordecl worden verlei< ( Ze is deze: Bedenk dat de paar Char pagne-Belgen, die in Holland verblijve evenmin het Belgische volk zijn als het An werpsche grondsop dat in het Circus huisd daarvoor kou geldcn. En dat het dus ev< .onbillijk ware om België verantwoordeli_ te stellen %-oor de misdragingeu van de: itpper en louxcr liundrcd als net zou weze wanneer men een heel leger ging beoorde len naar de wandaden van een of vau ec paar honderd individuen. Onze heldhaftigc koning en onze dappe soldaatjes van de Yser hebben ons brieve van adeldom toegekend, die we allen, e voor zich, verdienen moeten, waarvan we ( - glorie met alge-hecle,,self-respect m ernstige waardigheid moeten dragen. E voor den Belg is die houding des te gemal kclijker, daar hij van nature simpel en b scheiden is, niet praalziek, noch pochem e noch snoeverig. Zijn karakter is gelijk, evei '■ wichtig in 't grootste geluk en 't groots onheil. Het wonderbaarste in dat Ysei"épi e is de eenvoud waarmede het in het vuur d 11 oorlogs wordt gesmeed. Het optimisme va " den Belg blijft kalm, ingetogen en verva ■ maar zelden in grootsprakerigheid, ofschoc wel cens in onverschilligheid. De oorlc 11 heeft vooral dit merkwaardig gevolg gehai dat de Belg nu cerst het voile besef van ziji krachten, vair^ijiï. nàtionaal karakter hec i gekregen, België's roeping als natie en ha; c roi in de menschheid begrepen. Ten all( s kant gaan de wakkergeschudde onverschil] n gen van vroeger aan den arbeid. Eeji krach dadige koorts gloeit door de handen, do< het brein van de meest nalatigeu. Plotselii geven ze zich rekenschap van wat de were r en het vaderland van hen verwachten. n De intellectueelen verbeiden niet in acht looze rust eu met de lijdzame nieuwsgieri heid van wat de toekomst brei/gen kan, de uitslag van den oorlog. Maar de armen, c n burgers, de arbeiders, de ambachtslied( l- moeten op hunne beurt overal aan 't wei gezet. Ze mogen hunne krachten niet lat< d jnsluimeren, het roest zich niet laten legg< s op hunne knoken, hun lichaam mag ni ■t verweeken in luiheid. Ze mogen zich niet t e vreden stellen met op de kosten vj n een liefdadigheidsinstelling of van vluc n telingenkomiteit te leeren. Over 't moeten ze werk aanvragen, ieen ta; )- zoeken, lielpen aan de voorereidi' van wat de heroplbouwing van o vaderland worden moet. En naast h l- praktische werk, hebben ze te verrichten h u edele "werk der zelfverheffing, der zelfverb e tering. Ze moeten allerminst gebruik mak< »- van deze lange ledige uren om zich te on t wikkelen, om het een en ander aan te leer< 1- en om zich in hun vak, in hun ambacht, d hun stiel te oefenen en te volmaken. 1 g moeheid van een lui leven mag niet dring< n in hunne jonge, sterke leden, in hun] ë frissche, ontvankelijke geesten. De akke n van Ylaanderen liggen niet braak maar zi t bebouwd, gelijk aile jaren, en hebben on vangen het zaad dat den toekomstigen oog i- moet telen. De thuisgebleven boeren he ;1 ben niet verzaakt aan hunnen plicht, al ten ze zelfs niet of ze nog daar zullen zi i- om hun oogst binnen te halen. Maar l, weten dat het zaad moet groeien, zooals < •s zon moet schijnen... Men heeft ons ook g n meld hoe overal reeds in België de burge i, zelf hunne vernielde woniugen aan het her< l, bouwen zijn, de puinen aan 't zuiveren, n kan morgen, bij den terugtocht der Du: i- schers, een nieuwe granaat ailes terug sti î' slagen... Maar die ook weten, dat het levi k niet rust, dat het leven niet poost... M> ît onderbreekt den levensgang, de scheppii niet... Naast de vernieling en de moorde: [e van het slagveld, ontkiemt het nieuwe leve i- gelijk de bloem op den mesthoop, gelijk il worm op het kreng... en 't is allemaal lev> s, en moeite en groeikracht. i;/ Onledig mag geen enkele vlùchteling zij n en allen moeten wij het voorbeeld der te België geblevene landgenooten volgen, c le geen oogenblik opgehouden hebben te h< r- stellen wat vernield, te regelen wat ontre sr derd was, te hermaken wat in puin lag, i- zorgen voor de héropbcuring van den nom in len loop der dingen, voor te bereiden h 3- voortbestaan van België in de toekomst n- De arbeid moet in onze ballingschap onz te inildste troost, onze sterkste steun zijn ;n En naast de wet van dankbaarheid tege )p over Holland, naast de eervolle opdracht c >h we hier hebben, allen, als vertegenwoon jn gers van een roemrijk land, is dat de voc le naamste plicht van den vlùchteling: ârbi m den... de handen niet moedeloos te kruise er maar ze met energie en trots uit de mouw te steken... at En nQpit yerzaken, nooit wanhopen... ië. AXVm DE BIDD'ER. Kleine Kroniek. Vlaamsch Albertboek. Men sclirijft ons uit D'en Haag: In verband met dén wensch door c s VI. St. uitgebracht om een Nederlandsc Albertboek uit te geven, kan ik met zekc; ^ heid mededeelen dat de uitgever Ha r_ Caine zelf cen Nederlandsche vertaling va het oorspronkelijk Engelsch werk wil in lu I licht zenden. Ik heb hem den wensch ui 1_ gedrukt dat deze uitgave met enkele oo t spronkelijke Nederlandsche bijdrageu va t. de beste pennen zou worden aangevuk daar de Nederlandsche sclirijvcrs er zel u niet bij verre benadering in vertegenwoo k digd zijn in evenredigheid met de belan; re rijkheid van zijn kultuurwerk, noch van c n sympathie en bewondering welke hier voc s- ons volk en onzen grooten vorst worden gi n voeld. ,e Dit plan van Hall Caine, dat voorzefcc n van diens goeden wil getuigt maar ee j, beetje laat komt, is in zooverre overbodi dat het door ,,De Vlaamsche Stem"' on ^ worpen ,,Vorstenboek" binnenkort^ naf n we hopen, tôt stand zal komen. Een oproe aan al onze schrijvers en kunstenaars, oi derteekend door Stijn Streuvels, Hue ] Verriest, Frans van Cauwelaert, Alber 1' Deswarte, René de Clercq en André de Bic -e der, zal eerlang rond'gestuurd worden. >s □ uitsche waan- en onzin. In het ,,Deuteche Handelsblatt'" va Hamburg stond onlangs het yolgende t 0 lezen : î® ,,Ailes wat er edel is in 's menschen g< ' moed, in de ontwikkeling van het menscb^ tX ]iJk g^slacht, heeft bij het Duitsche volk zij uiterste toppunt bereikt. Het denkbeo'] van den algemeenen vooruitgang d< ■_ menschheid heeft scliipbreuk geleden en lu is onze vaste overtuiging dat het mensch )r lijk geslacht slechts tôt volmaking kome 1£? kan door de volhardende pogingen van lu § Duitsche volk. Onze keizer, onze gezantei onze ministers, onze officieren, onze werl e. lieden, zijn daarvoor een sprekend bewij L Geen enkele hunner heeft den private iii eigendom geschonden, geen enkele hee le eene onwaardige daad bedreven, ondanl ■n nienigvuldige uitdagingen. Al hetgeen i •k dezen tijd van algemeen verval in Euroj ■n groot-sch is, is Duitsch. Een Duitsche nede •n laag zou het einde beteekenen van h< et menschdom, en indien het mensclidom voo e- uitgaan wil, moet de wereld ver-Duitscl m worden h- De Duitscher moet de wereld behee: al schen."- t,k Laat de Duitschers overwiiyien en d i» ,,Uebermenschen" zullen vroeg of laat aa 11S al de niet-Duitschers het reclit ontkenne et zicli mensch te noemen et e- Eerbied voor den ouden dag. în Het officieel inlichtingsbureel van Gçnb fc- heeft op een paar vragen om inlichting* !n géant woord. iu Marchand Prosper, burger )e Piéton, gevangen genomen door de Dui !n schers, gestorven aan de geVolgen van ec ie bronchitis, ond 70 jaar. rs M a s e n o n Octave, burger te Me i11 tet, gevangen genomen door de Duitscher gestorven door verkalking der acleren, ot 82 jaar. . b- M e r k e n s D a m i a a n, burger te Le e- beke, onder de reis gestorven ten gevol< jn van. bajontUteUen in, de borst» 7.0 Oorlog is oorlog ! nietwaar \ le e, Hoe lang nog? rs Een correspondent schrijft aan ,,De Tijd': )p Een boertje komt schucht-er op de pas-centra i te Autwerpen vragen om een pas voor do pr î vincie. Hij rijdt met de kar, en aangezien zi papieren en aanbevelingen in orde zijn, zal 1 lk zijn pas krijgen. Het biljet wordt ingevul m maar aan de plaats gekomen, waar de datu în wordt ingevuld, tôt hoe lang de pas geldig i ig kijkt do Duitscher over zijn schrijftafel he< •ii naar het boertje en vraagt hem in tamelijk go< n Ylaamsch, voor hoelang hij den pas wil hebbei ri ' voor een maand of voor veertien dagen.-' Het boertje schijnt ecliter de vraag niet goi m te begrijpen, want verlegen draait hij zijn p in zijn vingers rond. Het is zeer druk op het pasbureau en « in Duitscher, die alleen wat Ylaamsch kent, <• ie hij zeer voorzichtig en langzaam spreekt, sprin r- overéind, slaat met zijn vuist op de tafel -(|. vraagt driftig: „Donnerwetter, wio lange bra ip chen Sie das Papier?" Het boertje schrikt, doet een stap acliteru a" blijft verlegen zijn pet draaien, en doet zel den toegeloopen officier schateren van h laclicn, door zijn voorzichtig antwoord: ,,Jc 3 'k weet niet, 'oe lang blijft ulder nog hier?" n- De voorbedachtheid van Duitschland. ie De ,,Matin", van Parijs meldt dat nu li- in dé omstreken der Fransche hoofdstad ,r- Mont-Valérien, in eene fabriek, welke vo< îi- den oorlog aan een Duitscher toebehoord n, sterk gemetçelde fundeeringen heeft on jn dekt. Een onderzoek der militaire overhe heeft vastgesteld, dat die fendeeringen enk konden dienen voor het plaatsen ,van h zwaar Duitsch geschut., De Keizerlijke gunst. g ^Te vernem^n di.t admiraal Ingenohl, opperbevelhebber van de 3 eskaders der ac-tieve Duitsche vechtvloot, van zijn bevel-jl hebberschap ontheven en in- ongenade naar n Eliel gezonden is, daar de Keizer zich on-^ tevreden voelt over de werking van de Marine. Deze bekentenis van den Keizer aangaande de onmacht van de Duitsche n vloot valfc niet in doove ooren. En we lier- I inneren ons tevens met voldoening dat ook / î eeds vele generaals van het veldleger, liet-r zelf do lot hebben ondergaan. De zakeu schijnen dus absoluut niet te vlotten, naar den zin van August-Keizcr. Wanneer de ir ongenade van von Hindenburg 1 We vree-zen ten zeerste de de neurastheuie waaraan de Keizer lijdt niet heel spoedig beteren zal, we denken zelfs, dat ze zal verergeren, :r binnen korten tijd, en bieden dan ook aan n Zijne Majesteit der uitdrukking van onze cr oprechte deelneming iu zijne wankelen ge- > zondheidstoestand aan. We hopen overigens r dat de Fransclie en Engelsclie generaals, p die als volmaakte ,,gentlemen" bekend i- staan, eerlang persoonlijk naar den toe- 0 stand van zijne Keizerlijke Maje6teit te c Potsdam zullen mogen informeeren i. —1 Een koopman, Bij toeval teruggezien in Amsterdam, een zeer familjare figuur door elken Antwerpe- II naar, Meclielenaar, Lierenaar enz. gekend : e de lange, dikke koopman van remedietjes tegen eksteroogen of likdoorns, met zijn zware stem, zijn rondborstigen lacli, die in ï_ aile herbergen en koffiehuizen ingçburgerd, 'i kalmpjes, tusschen twee praatjes in, zijn d fleschjes niedicijn verkocht... Hoe dikwîjls !1* heeft hij voor ons, op een koffiehuistafel,. ;t het reklaambriefje gelegd, dat zoo geestdrif-tig zijn eksteroogen-pleistertjes aanbevool... n Eu 's zomers zag men hem loopen over de woelige Keizerlei of 1 ngs de stille Liersche ^ grachten, met zijn bruinen deuklioed en zijn zwart valiesje... Thans verkoopt hij zijn s- waar hier, denken we, want we zagen hem ,n kuieren met zijn tevreden blik — iets of [t wat beweemoed — en zijn rood gelaat, zijn valiesje en zijn bruinen lioed O, verre 11 tijden, toen we meenden, dat een likdoorn 'a een vreeselijke pijn was!... En zeggen dat we op den wreeden oorlog hebben moeten ^ wachten om de vaderlandsohe 'beteekenis l" eu de liuiselijke poëzie van dien eenvou-digen pleistertjes-venter in te zien Heil dir im Siegerkranz. Le National! national! Deutsch, urdeutsch ! n Do Pruisen ibegiimen hun eigon volk.s-U lied moe to worden! 't Is t© gelooven! Het zal niet lang meer duren of ze zallen nog meer nationalo Kulturprodukten beu worden. Dat ailes wijst er op dat se een toontje lager begin-nen te zingen. Ze hebben nu al zoovele jaren *c gebruld van: ,,Hcil dir im Siegerkranz", en ze n willen nu gaan veranderen. Maar ailes moet toch vorontscliuldigd worden in ons aardsch _e tranendal en hclaas vinden ze niot beter dan dat hun eigen lied te veol overecnkomst heeft met het... God save thr, King! Daarvoor moe-11 ten zij het zoolang versleten hebben, om einde-lijk tôt liet einduesultaa t te komen dat het toch t- zoo nationaal niet is, als het er wel op 'teerste s, zicht uitzag. Maar wij weten wel beter, en wij d gelooven dan ook dat dat Siegerkranz wat al tô zwaar op hun maag ligt. (Dat komt met al dat K.K. brood en dat stroo.) Daarom heeft dan de Keizerlijke (allés is daar > Keizérlijk) Muziek Vereeniging te Berlijn een wedstrijd uitgeschreven. Vrienden, daar is wat te verdienen ! 3000 Mark zal toegekend worden aan den roemrijken overwinnaar (en misschien ook wel het IJzerkruis). En do jury bestaat ook al uit iets kéizerlijks, want eenigste beoor- le deelaar is natuurlijk.... Keizer Wilhelm. Wie o- nog niet wist, dat Zijne Keizerlijke Genade ook in aan muziek doet in zijn ledige uurtjes, zij hier iij dan ingelicht over dat nieuw talent van den d, ongeëvcnaarden Vader des Vaderlands.... m Wij mogen wel mededeelen ('t is confiden-s, tieel!) dat de doodsma.rsclien het meest e kans ;n liebben om de 3000 Mark op te etrijken. îd 1 : Proeve van verbeterde Y/oIff-telegrammen. £ CONSTANTXNOPEL, datum, telegraaf-merk. -— De vijandelijke vloot beschoot gis-le teren açht uur lang zonder eenig resultaat ils de Dardanellen. Bij het eesrte schot van gt onze batterijen trokken de vijandelijke sche-m peu zich terug. Tegelijkertijd besenoot een u- vijandelijke vloot, bestaande uit vier Fransche kruisers en eem'ge torpedobooten, zon-^ der eenig succès onze stellingen aan den Golf et van Saros. Onze vliegers bombardeerden met a succès de vijaiidelijke schepen in Irak. Van 5 de vijf werden er zes in den grond geboord. Om den vijand niet allen moecl te ontnemen, demonteerden wij het geschut op het fort m He>lles en vernielden wij later dit fort zelf te geheel. Ook hebben wij onze forten Orkha-)r nieh en Sedil Bahr opgeblazen, terwijl wij e, Kumkalessi sterk beschadigden. Wij verlo-t- ren geen dooden, doch een gewoon soldaat id kreeg een schampschot aan het zitvlak. Drie cl vijandelijke schepen zagen wij zonder bc-st manning den terugtocht aanvaarden. Allah is met ons en onze bondgenooten. Duîtschiandwil de mondingvan den Rijn hezetien. Do „Kôlnische Zeitung" van 27 Februari druki, onder den naam van Dr, Léo Vossen, van Aken, een opste! waarvan de conclusie luidt: „Dat Antwerpen wel of niet in het bezit van Duitschland blijve, op het oogenblik van den vretie, altijd blijft het noodig onmiddellijk met of zonder de toestemming van Holland, den grooten verkeersweg van den midden-Rijn met de Schelde tpt stand te brengen, bij midde! van het bevaarbaar maken der Maas tusschen Visé en Maastricht. Voor het centrum van Duitschland ligt daar een winst in afsfand van 200 Kilometers." Andere, in denzelfden zin luidende verklaringen zijn sedert het begin van den oorlog afgelegd door bekende Pangermanen, onder meer door den beroemden heer Ballin, een van 's Keizers vrienden, den zeer befaamden bestuurder van de „Hamburg—Amerika Unie" De H. A. L., die een der zwaarste troeven in Duitschland's spel voor de Zeemacht was, had in Ballin een leider van groot gezag, van uitgestrekten invloed gevonden. Ballin heeft aangedrongen op de noodzakelijkheid om aan Duitschland uitwegen naar de zee te verzekeren, opdat het keizerrijk niet in den „Nassen Dreieck" (de natte driehoek) aan de Noordzee gevangen blijve zitten. Onze plicht van neutraliteit verhindert ons heel de beteekenis van deze geruchtmakende berichten te doen uitschijnen en er gevolgtrekkingen uitaf te leiden. Maar Indien nu de oogen van zekere Hollandsche „neutralen" nog met open gaan, aan.... Onze Taal. Naar aanleiding van een berichtover de briefwisseling met België. Bevredigend nieuws voor de YJamingen : De ,,Midd. Ot.'' meldt dat volgens de XX. D., voortaan de briefwisseling met België ook. in de Hollandse en de Vlaamse taal mag geschieden. Er moet bij gevolg niet meer in het D"uits of in liet Frans gecor-respondeerd.Et is dus endelik recht wedervaren, in deze kwéstie, voor de Ylamingen! 't Was liocg tijd ! Een verdrukking te meer is immers die bepaling geweest, een bloedigc zweepslag op onzè Vlaajnse ziel, in deze be-narde toestanden grievender dan welke ver-nedering er ook ooit door de meest verstokte Franskiljon voor de Vlamingen werd ge-droomd. Hoe pleizierig moet liet geweest zijn voor onze brave, simpele landmensen uit Ylaanderen, dio geen woord Frans verstaan, om uit hejb land liunner eigen taalbroeders, van hun eigen verwanten na zoo lang bang wachten toch een brief te ontvaugen... die onverstaanbaar was, en dus, waarschijnlijk niet eens opgcsteld door die verwanten zelf, maar door een vreemde ■hand ! 't. Is gelukkig voorbij, maar of het daarom vergeten isî Daarover spreken we later ! Laat ons voor 't oogenblik maar bij het bericht blijven, en het eens lierlezen! Daar staat, waarachtig daar staat : Hollandse en Vlaamse taal! 'Waar wij, "Vlamingen, ge-wagen van ee]i Hollandse taal, daar wordt ons dadelik op de vingers getikt — en 't heet : Hollands is een dialect, de naam der taal is ,,Nederlands!'' Waar iemand ons spreekt van Vlaamse taal, daar antwoord t een ieder op, die wat gestudeerd heeft, of heel eenvoudig zijn taal begrijpt, dat de term ,,Vla.ams" een gemeonwoord is voor de dialecten in Diets België gesproken en dus ten onreohte als de naam onzer taal geldt! Deze heet, —• durft mijn pen het now voor de zooveel duizendste maal te lier-halen? en moet het nog gezeid? zijn we dan nog maar zover dat nog zovelen het zelfs niet eens zijn aangaande de naam onzer taal? — wel in Godsnaam: deze heet ,,Ne-derlandse taal!" Welk is dan toch onze positie in de wereld, Vlamingen? De Walen, die ons niet willen begrijpen, zeggen ,,het Vlaarns is geen taal" —■ en ze hebben gelijk, — maar door die term ,,Vlaams" bedoelen ze wetens en willens het Neder-lands — en ze hebben schromelik ongelijk! De Nederlanders, die het dan toch moeten weten eu het wel weten en te veel cultuur bezitten om niet op de hoogte te wezén, de Nederlanders gewagen nog steeds altijd van een Vlaamse taal! Begrijpen ze dan toch niet dat het Vlaarns, 't welk ze hier hooren uit de mond der Belgen, enkel het dialect is, wat wel verscliilt van hun Hollands dialect, doch evenmin als dit een taal kan ge-noemd worden, in de echfe zin van 't woord? Weten ze dan nog niet dat ons Vlaarns stàat, tôt ons aller gemeenschappe-like taal het Nederlands, net als Iran ge-westelik Zeeuws, Fries, Hollands, Brabant-s staan tôt diezeli'de gemecnscliappeliko taal? Of is er dan werkelik nog zo weinig doorgedrongen van Vlaanderen naar het Over-Maase uit? Zijn wij, Nederlanders en Vlamingen, taalbroeders in de volste zin des woord, dan toch zo weinig met elkaars toestanden bekend? Was de klove dan toch zo groot? En moest deze oorlog komen om die klove te. dempen ? Dat ailes sternt tôt diep, tôt treurig en ernstig nadenkeu. JOH. DBMAEGT. Kleine Herinnering. H. In den sneltrein naar de hoofdstad. De Juisfc trekt wat omhoog in den namiddag en in teere waden van mystiek zonlicht, het goudene van de schilderijen der zeven-tiende eeuwsche Hollanders, liggen daar de voorbijvliedende landschappen van het Gooi. Daar doemt Naarden op, gaat schuil achter huizen en boomen van Bussiun, de trein dondert langs een station, en dan zijn het opnieuw de vlakke landen, de boomkweekc-rijen, en oud Naarden komt weer zichtbaar, de roode daken achter de hooge "wallen en de toren. Hij stond er zoo wonderschoon in dat gulden licht van de wintersche zon door de nevelen en ik dacht aan dé vêle kogels door de Spanjaarden in vroeger eeuwen op hem afgeschoten, zonder dat hem dat deerde, alleen zijn ze nu nog te zien in zijn hechte flanken. Maar dra^waa het landschap al teederbeid en lieflijkheid aHeen, een droomend Hollandscli stadje in den vrede, dat langzaam aan den einder verdween. En nu, in den avond vervaagt op eenmaal dat vriendelijke en rustige beeld en in stede van den ' ongerepten toren van Naarden, clenk ik aan schoone torens zooals ik dieu in vredig België van voor jaren en wemigë maanden geleden in oorlogstijd heb gezieu. Een onzegbare weemoed benart mij de ziel, wanneer ik denk aan een onbezonnenheid met vrienden, eenmaal te Brugge, een be-stijging van den Halletoren tôt in den allerhoogsten nok. Hoe heerlijk, hoe einde-loos vredig was het Vlaamsche land ronjiomme, hoe straalde het heldere daken-rood. En dan de Mechelsche St. Rombouts-toren in den tijd der Brusselsche tentoon-stelling, en heerlijk begaafde Jef Denijn, die mij het schoonste liet genieten, dat wij kunnen hooren, een beiaardconcert, een onvergetelijken zomeravond. Hoe rilde de schoonheid in eindelooze klankenreeksen van de klokken over onze hoofden uit. En daar grijpt het mij opnieuw het visioen dat mij niet meer wil loslaten sinds ik kort na het beleg van Antwerpen Belgic introk tôt Brussël toe. In den zonnigen najaarsdag de toren van Antwerpens kathedraal, en de torens van het zwart geblakendo Mortsel, het ontzet-tend getei&berde Lier en Aan Duffel^ één gapendo wonde daar "bij de afscliuwelijke slagvelden van de Ne.the ,,où le spectre eu plein jour, raccroche le passant". En dan achter een vernietigd fort, heel aan den zuidelijken horizont, het weerzien van St. Rombouts. Dat was een van de droefste oogenblikken mijns levens. Ik heb vlak bij zijn nog machtige muren gezeten, terwijl duizenden Brusselaars in Mechelens straten liepen. De zon scheen warm, en vlak naast mij zat een troepje Duitsche soldaten zwaar-moedig en bedrukt te praten. En mijn oogen, ik kou ze niet afhouden van dien krachtigen toren die de bescliieting der Vandalen zoo fier weerstaan had. De klokken, de onvergetelijke klokken, ze zwegen helaas, maar de muren die waren alleen wat afgeschilferd en afgebrokkeld• op verschil-lende plaatsen, hun ijzeren hardlieid had zelfa de monsterst-erke werktuigen van ver-nietiging weerstaan. Maar wij k nu somber schrikbeeld van den onzaligen oorlog. De tijd nadert, dat geen Duitsche solclaten-laars den Belgischen, den Vlaamschen bodem meer ont-lieiligt. En er zal een tijd zijn, dat aile torens in België weer staan ongerept en de eeuwen trotseorend en dat aile beiaarden heel Belgenland door zullen luiden en spelen op den dag der verlossing. HENRI VAN BOOVEN. Zie onze telegrammen en laatstelegerberichters op de derde bladziide.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad behorende tot de categorie Oorlogspers. Uitgegeven in Amsterdam van 1900 tot 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes