De waarheid: socialistisch weekblad

671 0
25 november 1917
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1917, 25 November. De waarheid: socialistisch weekblad. Geraadpleegd op 04 december 2022, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/sq8qb9ww5j/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

10° Jaarganp Nr 47 Prîjs: 10 Centîemen. Zondag 25 November 1917 DE WAARHEID Orgaan van den " Vrijen Socialistcnbond Aile briefwisselingen te zenden naar : POL DE WiTTE, Verspyenstraat, 10, Gerit, verantwoordelijke uitgever. ONZE VERKLEININC Wie zou het eene maand geleden gedach hebben — toen onze lezers zoo opgetogei waren over de vergrooting van hun gelieft frlud — dat we zoo korts nadien zoudet moeten op een hatf blad inkrimpen ? Toch is het zoo. Aile bladen mogen me, slechts~twee bladzijden verschijnen, ten ge volge van den papier nood waarin velen ver keeren en de moeilijkheid daarln te verhelpen Even als met de levensmiddelen moet ei gerantsoeneerd worden, en om degenen dit nog betrekkelijk goed van papier voorzier, zijn, niet in een bevoorrechten toestand U plaatsen tegenover deze die aan schaarsc/itt lijden, is het bevel voor allengelijk. Om de lezers niet te veel van hunne ge-wone lektuur te berooven, mogen ook geer aankondigingen meer de ruimte vullen, ter, zij de wettelijk voorgeschrevene en doodsbe-richten. En om aile oneerlijke concurrentit tegen te gaan, tusschen de bladen onderling, moeten allen hunnen in voege zijnde priji behouden. Wat is daar allemaal aan te doen ? hiets ! In de wteede gebeurtenissen die wt beleven telt de mensch voor niets, evenmin als bij aardbeving, overstrooming, donder en bliksem, en ieder op zich zelf kan niet anders doen dan trachten zich zoo goed mogelijk in ailes te schikken, het is het eenige middel om niet onder verdriet en ergernis te bezwijken. Wij van onzen kant zullen onze lezers, daarin bijstaan, door hen voorts wetens-waardige en aangename lezing te bezorgen. Uoordien otis jormaat, zelf s op de helft, nog een voor dezen tijd tamelijk groot blad is, geen annoncen meer de plaats innemen, en wij een groot deel kleine letter nemen, zat men nog meer te lezen hebben als voor de vergrooting. Het verlies zal dus slechts be-staan in papier, en is natuwlijk maat voor-loopig.Er is gegronde hoop dat dit nu niet lang meer zat daren. Met de wensch dat dit spoedig zij, weti-schen wij ook dat ge " De Waarheid „ in zijne verkleining als in zijne vergrooting J... _../i Kl::,. „ ne W/AADHFin II VU. VU X/M-I■l' ISLIJ 1/(_•/*.. ^ Vrijheid, Demokratie, Parlementarisme D" tnenigte is altijd geleid geworden dooi woorden, mees'ial met nietszeggende of vooi haar onverstaanbare woorden. Aile groote omkeeringen in de wereld, aile groote beroeringen zijn geschiedt metbehulp zulker klanken. Wie aclit gegeven heeft op de verschillende leuzen die wij sedert drie jaren gehoord hebben, zal onze bewering beamen. Veelal komen dezelfde klanken, na soins in eeuwen niet gehoord te zijn, terug, zooals bijvoorbeeld : « Vrijheid, Demokratie, Repu-bliek », die reeds in het oude Griekenland en het oude Rome een groote roi speelden. Na honderde jaren als het ware geslapen te hebben doken zij in de middeneeuwen weei op. De Gemeentenaren in Vlaanderen, Italie en enkele steden van Frankrijk, hadden hel woord « vrijheid » gestadig in den mond. maar door « vrijheid » verstond men toen de voorrechten aan een stad of een-gilde ver-leend, voorrechten die soms zeerten nadeele van andere steden, dorpen of gilden waren, Wie tôt eene meer besunstigde gilde be-hoorde — zooals de Wevers ten tijde van Artevelde— had zijn broodje beter gebakker dan bijvoorbeeld de Volders. Dit gaf aanlei-ding tôt bloedige twisten, en men noemde die strijden : sfrijden voor de vrijheid en hel recht. Wie niet tôt de familie der Gildebroeders behoorde, of geenmachtige beschermershad. kon niet in eene gilde als meester — dat is als baas — opgenomen worden en moesl gezel, — dat is knecht — blijven. Dit, voor wat de economische « vrijheid » in die dagen betreft. De begrippen over staat-kundige vrijheid waren van een weinig betei allooi, althans hier in Vlaanderen. De per-soonlijke vrijheid was grooter dan ergens elders, maar was toch nog aan vele bepalin-gen en beperkingen onderhevig, en de boven-drijvende partij was er steeds op uit de vrijheid der anderen te knotten. Onophoudende twisten en gevechten van Gemeenten er Neringen onderling waren er het gevolgvan In de XVIe eeuw zette men gedurende twee drie geslachten geheel Europa te vuur en t( zwaard voor de « vrijheid » van godsdienst maar geen enkele sekte gunde deze vrijheic aan een andere. In de XVIIIe eeuw dook het woord « vrij heîd » wederom op, ditmaal vergezeld me het woord « demokratie », en wat later var « republiek » er bij. Na eenige jaren had mei er als het ware geheel Frankrijk dronkei mede gemaakt, en de revolutie moest he rijk der « vrijheid en demokratie » grondves ten. Maar daar niemand wist hoe dat aan ti vangen, liepen aile proeven uit op nog groo tere dwingelandij dan waartegen men il opstand gekomen was. Na deze vergeefsche pogingen had di tooVerwoord weer voor een tijd lang zijn< kracht verloren, toen het in 1830 weer t< voorschijn kwam en in Frankrijk en Belgi als leus diende voar de revolutie. Weer me geen ander gevolg dan in vroeger gevallen ni'euwe meesters in de plaats der oude t zetten, zonder van meerder vrijheid iets ge waar te worden. Integendeel, wij Vlamingen, hadden i plaats van te winnen bij dien ruil veel verloren.Maar ook de Franschen schenen van de nieuwe vrijheid zich niet te beloven, want in 1848 maakten zij opnieuw omwenteling — die weerklank vond in vele Europeesche Staten — om een paar jaren nadien weder aan den band gelegd te worden, erger dan te voren. Met het woord « vrijheid » was dan voor de volksleiders niet veel meer uit te richten, want de massa ondervond dat in die landen waar men heette « vrij » te zijn, als Zwitser-land, Belgie, Engeland, deVereenigde-Staten, men even goed knecht was als elders, als men niet over een zeker fortuin beschikte. Dit werd door de socialisten en anarchis-ten, die inmiddels opgekomen waren, op aile mogelijke wijze aangetoond. Om « vrij » te zijn moet men economisch onafhankelijk zijn, luidde het. Maar hoe nu aile leden der maatschappij stoffelijk onafhankelijk te maken? Dat was de knoop. Het vraagstuk was niet nieuw; van over 2400 jaren had Plato er zich op toegelegd om dien knoop te ontwarren, en na hem van tijd tôt tijd veel anderen, maar na onderzoek werden al die stelsels als droombeelden ver-worpen.Aile de stelsels uit den nieuweren tijd hadden geen beter lot. Eindelijk meenden de sociaal-demokraten het gevonden te hebben, niet de oplossing van het vraagstuk, maar de woorden die voor een oplossing zouden kunnen gelden. Die woorden zijn : demokratie en socialisme. Die woorden sloegen bij een groot deel der massa in, omdat niemand wist wat ze eigenlijk inhielden. Wat beteekend bijvoorbeeld demokratie? Het woord komt voort van het Grieksche démos, dat volk, en van cratie, dat heerschen beduidt. Het is dus : heerschappij van het volk. Zegde men nu : « wij willen dat het volk heersche in Staat en maatschappij »,dan zou elke mensch die zijn vijf zinnen bij elkaar heeft begrijpen dat dit een onzin is. Elke heterogene vergadering van een paar honderd menschen wordt maar al te vaak een toren van Babel, hoe zou het dan gaan met een geheel volk? — afgezien nog van de onmo-gelijkheid een ruimte te vinden groot genoeg allen bijeen te brengen. Hoe zou het volk bekwaam zijn zich te be-moeien met de honderd en zooveel kwestiën die het bestuur van een land met zich brengen, daar ieder het reeds zoo moeilijk heeft in een enkel tak van handel of nijverheid goed t'huis te geraken? Maar zij die van dat besturen hun beroep maken, waaronder er zijn die er voor opge-Ieid worden, loopen er nog in verloren, en schieten kemel op kemel. « Zeer juist; het volk weet noch kent daar niets van, zeggen de demokraten, maar juist daarvoor zijn wij er om het te vervangen. » Wederom geheel juist; het volk mag door te mogen stemmen voor zijne meesters, in den waan gebracht worden dat het wat te vertellen heeft, maar in der waarheid heeft het met de demokratie niet meer in de pap te brokken dan met de autokratie. VAN ALLES WAT Staaisschulden. — De minister van financiën van Holland, M. Treub, heeft op het bureel der tweede kamer der Staten generaal, een wetsontwerp neerge-legd strekkende tôt het uitgeven eener tweede oorlogs-leening van 500 millioen gulden. De buitengewone uitgaven, welke de Hollandsche regeering heeft moeten dekken, ten gevolge van den wereldoorlog, beloo-pen thans tôt een milliard gulden (of twee milliard en twee honderd millioen frank). Aan 4 1/2 ten honderd krozend, zullen die oorlogsleeningen dus aan de Hollandsche natie eene jaarlijksche overtalligen last van 90 millioen gulden (of 129 millioen frank) opleggen, zond'er wat er nog bij zal komen ! Onze Noorderbroeders zullen in hunnen zak mogen schieten en het is te vreezen dat de sociale kwestie zich daar ook sclierper zal stellen dan ooit te voren. Ook de Fransche regeering geeft thans eeneleening uit van 14 milliard frank. De leening is van het type 4 t. h. en wordt te koop gesteld aan 82 t. h ; zij is uit-delgbaar.'t Is te zeggen, dat men voor 82 frank een rentetitel verkrijgt die, binnen 25 jaar aan 100 moet terugbe-taald worden en men intusschentijd 4 fr. per jaar trekt, 't zij eigenlijk dus 4,95 fr. per honderd. Vôôr den oorlog bedroeg de Fransche staatsschuld : ongeveer 36 milliard frank. Zij stond ter Beurze aan den prijs van 85 aangeschreven. Zij is thans tôt 62 ge-slonken. Dat men nu eens berekene wat de oorlog aan de Fransche middel- en kleinburgerij — de voor-naamste bezitters dier schuldtitels — gekost heeft. 1 De grootkapitalisten en financiers hebben hunne kapitalen vooral in ijzeren wegen, stoombooten, fabrie-» ken, hoogovens, ook in koloniale eigendommen be-1 legd ; deze hebben veelal aan hunne gelukkige bezitters grove dividenden en vette opbrengsten verschaft. t Begrijpt Vooruit's Nand nu iet of wat, waarom de , samenwerkende vennootschappen den middelstand niet veel meer zullen kunnen benadeeligen ? i Tusschen bondgenoten. — « Van je vrienden, moet t je 't hebben > zegt een Hollandsch spreekwoord. Welnu, hier te Gent, schijnt zulks ook van toepassing op onze libero-socialistische gemeentevaderen. Zie-■ hier, inderdaad, wat wij lazen in Vooruit van 6 Novem ber 1.1.boven de handteekening van gezel G. Balthazar : 1 « Ik ben niet van dezen die dien strijd (in denschool der socialistische partij) betreuren, omdat ik vertrou-wen heb in de toekomst. De partij die hem niet ken' t is een partij die verdwijnen moet, omdat zij lijdt aar î bloedarmoede. Ziet eens, waar is het libéralisme ? i De oorlog is zijn dood. Het liberaal ultra-opportu I nisme blijft stom, ligt lam, het zieltoogt. En weldra " zullen op het lijk van het libéralisme de twee groot< * partij en hun strijd uitvechten; ailes wat burgerlijk is : denkt en voelt tegen het zich bewust wordende proie l tariaat. De arbeiders zullen in dien kamp op leven ei dood de dragers worden van een nieuw leven. » Twintig jaar geleden, riep « ons Eedje » den verbol gen liberalen toe : « gij zult de roode vlag volgen, o 1 gij zult niets meer zijn ». En nu de liberalen hanzen hem gehoorzaamd hebben, roept gezel Balthazar hen op zijne beurt toe : «Gij zult hetlijk wezen waarop wij onzen strijd met de katholieken zullen uitvechten. » Hola! Eh, De Bruyne, Braun en Co, wat zegt gij daarvan ? Zal gezel Balthazar een even goed profeet wezen als « ons Eedje»? Eene bedenking : heeft de jongere gezel Balthazar daarbij bedacht dat de blauwfi heerert aan de « oudere» gezellen veel kluiten hebben voorgeschoten om de roode kapel langs binnen en vooral langs buiten te bespekken en te versieren, en dat hunne « lijken » uit hunne witte graven zouden kunnen opstaan om, onder de gedaante van dcurwaarders b. v., in «onzehuizen» te komen spoken en aan de"« oudere » leiders hun tee-nen te komen trekken. Met zulke spokende «lijken» zou de «partij» nog al wat kommer kunnen beleven. Niets vreeselijker dan spoken die ketens laten ramelen, vooral als het gou-den ketens zijn. Wij zijn zeer verlangend om te vernemen wat de « jongere» gezel daarover denkt ! Roode priesters. — Vooruit's Nand gaat voort met de roode leiders tebeklager. Moet men hem gelooven dan zijn die leiders — die, volgens hem, voor de socialisten dezelfde beteekenis hebben als de priesters voor de katholieken ! — in een weinig benijdenswaardige positie. Of zij lachen of weenen, spreken of zwijgen, gekleed naar den laatsten snit of wel achterbaks, sober zijn in eten en drinken of goede sier en zwier maken, luide of zacht spreken, bot of beleefd zijn, 't is al om 't even zij worden belaagd en belasterd. 't Is om het uit te schreien! Wat mag daar toch achter-zitten? Nand gewaardigt zich een tipje van 'tgordijri van den Isistempel op te lichten ten behoeve der « gaaien » : « Best is te weten, wat wi: zijn, wat wij willen, en het durven en kunnen verdedigen als er spraak is van ambitie. Wij deden zulks openhartig in een voorgaand artikel en wij bevestigen onze opinie. Wij zijn heersch en eerzuchtig maar niet persoon-lijk ; wij zijn het wel als klasse, als het hare rechten en hare toekomst betreft. Onze ambitie is dus gelijk ons verdriet en onze smart iets gezamenlijks of kol-lektiefs en dat beschouwen wij als een recht en als eenen plicht. Dat men ons daarvan een verwijt make, dit mogen wij bij al de rest leggen, het zal medegaan en mede-verdwijnen met al het overige. En wil men aandachtig nagaan van welke zijde ons den steen geworpen wordt, dan zal men maar a! te dikwijls kunnen vast-stellen, dat het menschen zijn, die juist opgevreten worden door ziekelijke ambitieuse gedachten, die ze niet kunnen voldoen en die bij anderen al het kwaad willen vinden, dat in hun eigen binnenste woekert. Het vlaamsch spreekwoord: «zooals de duivel is, betrouwt hij zijn gasten», zal u nooit waarder en klaar-der zijn voorgekomen. F. H. » Wij hebben het altijd gezegd en zijn verheugd dat wij het, ten siotte met Nand eens worden : « Ons Eedje » b. v., is zeer eer- en zeer heerschzuchtig, maar zegt Nand terechtniet als «persoon » maar als «wer-kende klasse ». Wij noemen hein juist daarom bij voor-keur « de werkende klasse». Ook als hij meer lacht, beter gekleed gaat, voortref-feliiker gevoed is, gebiedeà-d jptreedt, .:'c schepene 6000 fr., als volksvertegenwoordiger 4000 fr. en aïs roode financier nog 't een en 't ander verdient, spreekt van zijnen « ijzeren arm te doen gevoelen » enz., enz., vinden wij zulks niet meer dan billijk: immers de «werkende klasse» heeft daar aile recht op, en als Eedje lacht, lacht heel de «werkende klasse». Nand, de «werkende klasse» die u heeft aangesteld en bezoldigt als haar verdediger met woord en schrift, zal UE. dankbaar zijn, omdai gij haar waar levert voor haar geld. Maar een raad : vermijd van den katholieken priesters naar het hoofd te slingeren dat de « katholieke kerk» er maar op uit is de «gele gaaien» in 't slaap te wiegen ten behoeve der eer- en heerzuchtige bisschop-pen en kapitalisten. Voor do geinterneerden. — In Vrij België, het blad van volksvertegenwoordiger Frans van Cauwelaert, komt een brief voor van in Holland geinterneerden, waarin een bede gericht wordt aan het Belgisch gouvernement, om bij het Engelsch gouvernement aan te dringen kolen te zenden voor de barakken waarin de Belgische geinterneerden in Holland huizen, wat te kunnen verwarmen. De schildering die de briefschrijver geeft van de kou die onze jongens de verleden winter geleden hebben, is waarlijk hartroerend. Hopen wij dat hunne bede door de Belgische regeer-ders en de Engelsche dito, aanhoord wordt. Maar wat niet min aangrijpend en verontrustend is, voornamelijk voor al wie een zoon, een echtgenoot of een broeder onder de geinterneerden heeft, is het vol-gende dat wij insgelijks in Vrij Belgie lezen : Kamp Harderwijk, Oct. 1917. Naschriff : In het verslag over een der laatste zittingen van den raad der gemeente Harderwijk komt het volgende voor: « De voorzitter (burgemeester) geeft kennis van een schrijven van hem aan den Minister van Oorlog, naar aanleiding van een artikel in Vrij België over de toe-nemende krankzinnigheid order de geinterneerden en het geneesmiddel daarvoor, ni. « werkverschaffing», waarin onder de aandacht van den Minister worden gebracht sommige bezigheden, die door de gemeente onder goedkeuring van den gemeentcraad zouden uit-gevoerd kunnen worden. » IJselijk ! Maar hoe komt het toch, dat er zoovele komiteiten en inrichtingen zijn om hulp aan de krijgsgevangenen te zenden, en -men nooit iets hoort of ziet om de geinterneerden ter hulp te komen ? Zijn de eenen min ongelukkig dan de anderen? Zijn beiden niet even onschuldig aan de rampen hun over-komen?En zijn de eenen niet even goed als de anderen onze kinderen? Komaan, wie neemt er het initiatief tôt ondersteu-ning van de geinterneerden? EEN KEMOTOIJDB Er zijn menschen die op betrekkelijk jeug-digen ouderdom reeds grijsaards gelijken, wie geen ambitie, geen strijdlust meer hebben, van ailes beu en levenszat zijn. En er zijn anderen die tôt in hoogen ouderdom jonge-lingen gelijken. Een van deze laatsten is George Clemenceau, de nieuwe fransche ministerpresident, een ambt dat hij van 1907 tôt 1909 nog be-kleedt heeft. Hij is nu 76 jaar en bezit nog al het vuur en al de begooehelingen der j :ugd. Om zijn strijdlust — die hij overigens met woord en pen voert — en descherpte zijnerklauwen en tanden, noemt men hem « de tijger ». Welk een geduchte tegensiander hij steeds was, blijkt hieruit, dat geen enkel ministerie het tegen zijn zin lang kon uithouden. Wan-■ neer een ministerie hem niet beviel, deed hij i het tuimelen, maar toen hij aan 't hoofd van. 't ministerie stond bakte men hem na twee i jaar dezelfde poets. Vôôr den oorlog gaf hij een blad uit, f; f L'Homme Libre (De Vrije Man), dat hij in den oorlog herdoopte in L Homme Enchaîné (De Geketende Man), na dat de censuur dagelijks geheele brokken sneed uit zijne artikelen. Toch, ondanks dien breidel, vondt hij steeds middel om aile tegenslagen op de minîsters en place te leggen, enliet steeds verstaan dat ailes beter zcu gaan ware hij met de leiding belast. Is dat niet een kranig oudje, en getuigt het niet van een onvergankelijke jeugd? Hij heeft nu eindelijk zijn zin gekregen en mag nu de zaken leiden naar beliefte, maar het zal nu te zien zijn of hij het er beter af-brengt dan de anderen. Velen vreezen liât het met hem ook niet lang zal duren, omdat hij benevens vele vijanden, aide socialisten tegen zich heeft, die hem niet kunnen vergeven dat hij eens hunnen chef, den braven ideoloog Jan Jaurès, met het kollektivisme zoo nauw in de engte dreef, dat de goede man niet meer wist waar hij het had. De wreede, bijtende spot waarvan hij zich daarbij bediende, onder het gelach en geju'oel hunner tegenslanders, kunnen de socialisten hem niet vergeven, wat zeer begrijpelijk is. Men vreest dat bij het minste ongeval in de legerleiding, de voedsel, brandstofverzor-ging, enz., dezen hem op het lijf zullen val-len, en hij, gezien zijn hoogen ouderdom, de kracht niet meer zal hebben weerstand te bieden, daar zijn tanden en klauwen nu wel een beetje moeten afgestompt zijn. Wij zullen binnen kort wel weten of dit waar is. nef " ware » sfanâpnnf X Indien Vooruit's F. H. gelijk heeft met te beweren dat er « eene Belgische natie » ) be-staat en geenszins een Belgisch Staatsverband, waarin twee onderscheidene stammen, Walen en Vlamingen moesten trachten een voor-deelig en vrirndelijk staatshuishoudcn te vormeft en waar, zoo als zijn jongste artikel luidde, « het niet gewildt wordt dat er aan eene enkele der twee naties eene heilig-schennende hand worde geslagen » maar ge-wenscht dat ze beide zich versmelten — (dat is toch klinkklare onzin) ! — En samenwo-nen tevens, « met hunne wederzijdsche toe-stemming en zonder ontneming der eigen-aardige en kenmerkende teekens van hun stâm », ciau zeggt û w.; is ùci iadg3tuK~Vc!H~ het Belgisch staatshuishouden zeer gemak-kelijk op te lossen. Men heeft maar voor al de bewoners van het land dezelfde staatsinstellingen, dezelfde verordeningen, dezelfde bestuurlijke beschik-kingen te nemen en uit te voeren, en ailes zal zich voor iedereen ten beste regelen. Het ware dan zelfs hoogst wenschelijk dat men van de begrippen, Vlamingen en Walen, heelemaal geen gewag meer maakte en vol-strekt loochende dat er in Belgie Vlamingen of Walen zijn. Ongelukkiglijk zijn menige bestuurders vanBelgie, zelfs niet aile socialistische leiders van het gedacht van F. H. geweest. De gezellen volksvertegenwoordigers Hubin en Trcclet van Luilc en Destiée van Henegou-wen beweerden dat, sedert eeuwen, er een duidelijke taal- en woongren s tusschen Walen en Vlamingen getrokken was, en waren aan-gesloten bij de Ligue Wallonne die voor doel had de' bijzondere eigendommelijke, dus nationale, rechten en belangen der Walen te vrij waren ente handhaven. Het waren Walen, die voor het eerst, in 't Belgisch parlement, de Waalsche zelfstandigheid verdedigden en om besiuurlijke scheiding riepen. Het is ver-bazend dat Vooruit's F. H. van dit ailes geen het minste benul schijnt te hebben : de debatten die daarover in de Waa'sche con-gressen, te Brussel en elders, en ook i,i de Bilgische Kamer en Senaat, plaats hadden, hebben nogthans in het land genoeg weerklank verwekt. Maar, nogmaals, indien de stelling van F. H. de « ware » is, indien de « Belgische natie » de «ware » toestand is en hij die ge-rijmeld heeft Flamands et Wallons Ne sont que des prénoms, Belges est notre nom de famiUe, enkelijk maar eene ezelarij heeft uitgekraaid, dan zou de bewering van Dr Gustave Le Bon dat de Vlaming, eene nationale type is, welke gemakkelijk te beschnjven valt, tegeno /er F. H.'sop atting niet steekhoudend zijn en evenmin de ktitiek van den franschen ge-leerden wijsgeer, waar hij schrijft : (*)(Om demenschenal!epge/7y& 'takkoord te steiler) zoude het hulpmiddel zeer et n-voudig wezen : de « instellingen herinrichten » en aan aile menschen een gelijk onderwijs » geven. Msaldus dat de instellingen en het » onderwijs de groote geneestniddelen der » jongere demccraties geworden zijn, de («) Natie in het latijn natio, komt van het id. werk-woord nasci, geboren of ebaard worden, waarvan het verleden deelwoord is naîus geboren, gebaard. Het woord natio slaat dus wel duidelijk op de natuurlijke afslamming van eene min of meer aanzienlijke groep menschen, die gemeenschappeiijke aangeboren karak-! tertrekken en volksgewoonten hebben. Het woord popu-lus, in 't fransch peuple, wat wij, Vlamingen, met geen beter woord kunnen uitdrukken als Staatsverband oî volksstaat, ook land, doelt meer op de staatkundige verhoudingen en betrekkingen van een of meerdere menschengroepen. Het is opmerkelijk dat het tijdens den oorlog te Parijs verschijnend sncialistisch orgaar onzer landgenoten, voor titel draagt Le Peuple Belge 't 1s in Vooruit van 10 Juni 1915 dat wij voor de eerst< inaal de benaming De Belgische Natie hebben zien o liooren gebruiken ! (:ï) « Lois psychologiques de l'évolution des peuples» blz. 2. I» groote weg om allen en ailes gelijk te maken. » Voorzeker heeft eene dieper doorziende » wetenschap de ijdelheid bewezen dier ge-» lijkmakende theoriën en aangetoond dat de » geestelijke kloof door het verleden tusschen » de enkelingen en de rassen geschapen, niet » anders kan aangevuld worden dan door » zeer langzame, geslachten durende bevor- I» deringen. De nieuwerwetsche zielkunde, » benevens de harde lessen der ondervin-» ding, heeft bewezen dat de instellingen en j » de opvoeding die aan zekere enkelingen , » en volkeren ten goede komen, zeer scha-! » delijk zijn voor anderen. » Die hersenschimmige gedachte der ge-! » Iijkheid der menschen die de wereld 't on-» derste boven heeft geworpen, Amerika in » den bloedigen slavenoorlog heeft gesleurd ; » en de fransche koloniën in eenen staat » van ellendig verval heeft gebracht, geen i » zielkundige, geen reiziger, geen staatsman 1 » min of meer verlicht of hij weei dat het » eene dwaling is ; en nogthans weinigen » durven er tegen opkomen. » Dus, bij middel van het onderwijs en de » instellingen wil de gelijkheidsdroom hare » taak vervullen. 't Is door dit middel dat » wij de ongelijke wetten der natuur willen » verbeteren en in denzelfden vorm het brein » der negers van La Martinique en Sénégal, » dezen der Araben van Algerië en derMon-» golen van Indo Chinai willen hergieten. » Voorzeker dat is eene onuitvoerbare her-» sensebim, maar de ondervinding alleen » kan het gevaar der hersenschimmen aan-» wijzen. De rede schijnt immer onmachtig » geweest te zijn om de meeningen der men-» schen te wijzigen. » Indien wij moesten aannemen dat Gustave Le Bon een kundiger geleerde ware dan Vooruit's F. H,, dan zouden er wel Walen en Vlamingen wezen en men zou ze niet als ééne Belgische natie mogen aanschouwenen behandelen, zonder aan minstens een vaii beide stammen schade te berokkenen. (Wordt vervolgd). Sphinx. Brief van Pe Maerfelaere Heer Opsteller, Verleden week zegde ik d^t ik,z9iyiite£B-zetten waarom ik de schijn ôp mfj wiUaden; den gelukzaligen toestand vafi onwe?Siîffieicï vvaarin onze vriciïu Niiim . te willen verstoren. * -«mCSs» î * Ge moet dan weten dat al wat de partij niet kan schaden, voor Nand geen belang heeft. Of ge hem voor een alweter of een weetniet aanziet en uitgeeft, kan hem niets schelen, en al wat ge hiervoor als bewijs kunt aanvoeren, laat hij langs zijn koude kleeren gfloopen, om de gegronde en zeer verstandige reden dat Moeder « Vooruit » daar geen enkele klant zal door verliezen, en zoolang Moeder hare klanten behoudt, hare lievelingen niets moeten vreezen. Het is maar alleen omdat ik dat weet, dat ik de onwetendheid van onzen vriend aan de groote klok durf hangen, en waarom ik op deze baan nog een stapje verder durf gaan. In dezelfde artikels over het klimmen der cooperatie, zegt Nand nog verder : « A's de burgers in een moeilijken benepen tijd iets goeds willen doen tôt redding of ten minste tôt ver-zachting der toestanden die op de werkende klasse weegt, vinden zij maar iets : dat is te gaan putten in 't arsenaalvan het socialisme, om er het werktuig te vinden.» Daarbuiten is ailes ledi£, hooploos, zonder hulp voor vandaag, zonder toekomst voor morgen. » De Kerk met God almachtig, met haren onfeilbaren paus, met hare aartsbisschoppen en bisschoppen, hare priesters, paters, enz. staat machteloos. » De wetenschap met hare professors, harehoogescho-len, laboratoriums, observatoriums, enz. zie toe en zwijgt. > De ofjicieele wereld met hare ministers, raads-heeren, kamers en senaten, justifie, wetten, tribuna-len en verbrekingshoven, met aile roacht en gezag in handen, staat als iemand die 't niet gebeteren kan en doet eerder kwaad dan goed. » Kortom, keert en draait de gemijterde, gediplo-meerde, bezittende, regeerende, bevelende wereld, zet hem op zijnen kop cf op zijne teenen, schudt hem uit gelijk eenen kafzak, en hij is ledig als gij er een hulpmiddel wilt in zoeken om in deze oogenblikken hulp en troost te vinden. » Het socialistisch programma, de socialistische tak-tiekofstrijdwijze alleen biedt eeneredplank aan, name-lijk de cooperatie. » Wij zeggen : bravo 1 » Nand verkeerd dus in 't gedacht dat de cooperatie een sluk socialisme is, en dat is zoo vreemd niet. Eedje zelf immers is van 't zelfde gedacht, en meent zelfs dat hij de eerste cooperateur te Gent geweest is, of-schoon hij de cooperatie kant en klaar uit andere handen ontvangen of genomen heeft, maar hij is dat geheel vergeten. Wel is het een socialist, Robert Owen, aan wien men de oprichting van de eerste cooperatie toeschrijft, maar in dien tijd was hij nog geen socialist, enkel philantroop, en zijne navolgers hier en elders waren geen socialisten, maar, zooals ik de verleden week zegde, groote burgers. De cooperatieve beweging begon hier te Gent aangepredikt te worden reeds in 't be-gin der j'ren 1860. De hoofdops^eller der S'ad Gent, Félix Boone, schreef er een schoon en nuttig boek over, getiteld: De Toover-drank, en op de eerste Zondagscholen gaf men voor leesboek : Het Huisgezin des Meubelmakers, van Prudens Van Ouyse, dat geheel van denzelfden geest doortrokken was. 11 beide werken werd het sparen, samen-werken en samen verbruiken aangeprezen als middel voor de spaarzame en vooiuitziende werklieden, om hooger op te klimmen in de maatschappij. En niet alleen de werklieden werd dit be-

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De waarheid: socialistisch weekblad behorende tot de categorie Socialistische pers. Uitgegeven in Gent van 1906 tot 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes